CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

IntervenceRaadsvoorstel

Commissie Samenleving 27 januari 2021, gemeente HulstBij agendapunt: Raadsvoorstel m.b.t. Intervence1.860 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Nummer: 216129 Aan:

Portefeuillehouder:

De raad van de gemeente Hulst

Wethouder R. Ruissen

Onderwerp: Financiële gevolgen van het besluit van de Bestuurscommissie Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland inzake de GI-functie in Zeeland.

Inleiding Begin vorig jaar is geconstateerd dat de financiële situatie bij de Stichting Intervence onhoudbaar werd. Sindsdien zijn er gesprekken gevoerd over onder meer de dienstverlening en de bekostiging van de diensten. In goed overleg met zowel het Ministerie van Justitie & Veiligheid, de Zeeuwse gemeenten en de Raad van Toezicht van Intervence, zijn afspraken gemaakt over verdergaande kostenreductie en maatregelen om de efficiency te verbeteren. Er is in 2019 een bestuursakkoord gesloten waarin werd afgesproken dat Intervence gedurende de jaren 2019 en 2020 een instandhoudingsbijdrage zou ontvangen. Totaal betaalden de Zeeuwse gemeenten voor de instandhoudingsbijdrage een bedrag van € 1.442.000 (€ 838.000 over 2019 en € 604.000 over 2020). Ook zijn in 2019 de tarieven voor de diensten verhoogd. Op basis van de productiecijfers heeft Intervence over 2019 en een deel van 2020 voorschotten ontvangen. De verrekening van deze voorschotten heeft -zoals te doen gebruikelijk- plaatsgevonden aan het einde van het boekjaar. In het eerste kwartaal van 2020 is gebleken dat Intervence een totaal bedrag van € 1.218.000,-- teveel ontvangen heeft. Dit bedrag moet nog worden terugbetaald. De verwachting is echter dat Intervence daartoe niet in staat zal zijn.

Naast de extra financiële bijdragen en het teveel aan ontvangen voorschot bleek ook dat de kwaliteit van dienstverlening bij Intervence te wensen overliet. Begin 2020 is dan ook besloten tot een scenario onderzoek naar de uitvoering van de GI-functie in Zeeland in relatie tot de rol die Intervence daarin kan hebben. Dit met als doel om op basis van de juiste feiten door de Bestuurscommissie Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland (BC) een beslissing te kunnen laten nemen over de contractering van Intervence vanaf 2021. Scenario’s De volgende scenario’s zijn onderzocht: 1. Intervence wordt gecontracteerd vanaf 2021 inzake GI-functies voor de Zeeuwse gemeenten. Intervence voert als zelfstandige GI deze werkzaamheden uit. Dit vindt plaats aan de hand van een helder meerjarig bedrijfsplan voor Intervence en duidelijke zakelijke afspraken tussen Intervence en de Zeeuwse gemeenten 2. Intervence wordt overgenomen door een andere partij, waarna Intervence (als dochter of werkmaatschappij van een nieuwe eigenaar) de GI-werkzaamheden gaat uitvoeren voor de Zeeuwse gemeenten. Dit vindt plaats aan de hand van een meerjarig bedrijfsplan voor Intervence en duidelijke zakelijke afspraken tussen de eigenaar van Intervence en de Zeeuwse gemeenten 3. De werkzaamheden van Intervence in Zeeland worden (eventueel stapsgewijs) afgebouwd, waarna de organisatie stopt.

De werkzaamheden worden vanaf 2021 uitgevoerd door een andere GI.

-1-

Raadsvoorstel Nummer: 216129 Onderstaand volgt een korte beschrijving van de resultaten van het scenario-onderzoek: • Scenario 1. De Raad van Toezicht van Intervence heeft geconcludeerd dat scenario 1 geen reële optie is. Dit omdat uit het onderzoek dat is opgesteld met adviesbureau EHdK is gebleken, dat het niet haalbaar is om de organisatie Intervence te laten voortbestaan op basis van de gestelde kaders (P x Qfinanciering zonder instandhoudingsbijdrage) en er geen break-even moment te noemen is. Er zouden te weinig casussen voor Intervence aanwezig zijn, waardoor Intervence als zelfstandige organisatie niet levensvatbaar is. Daarbij wordt onzerzijds de kanttekening geplaatst dat wanneer voor dit scenario gekozen zou worden de instandhoudingsbijdrage voor Intervence - op basis van Europese aanbestedingsregelsook zou moeten worden betaald aan andere gecontracteerde GI's. De tarieven zouden hierdoor circa 25% moeten stijgen. Scenario 1 is derhalve niet uitvoerbaar. • Scenario 2. Er is in het proces aan 6 GI’s gevraagd of zij mogelijkheden zagen voor overname. Voor scenario 2 heeft één landelijke GI op verzoek van de Bestuurscommissie onderzoek gedaan, met als doel te onderzoeken of het haalbaar was om Intervence in te lijven binnen deze organisatie.

Op basis van de businesscase heeft betreffende GI zelf besloten geen aanbod aan de Bestuurscommissie en Intervence te doen voor overname van de organisatie Intervence. Men vond de risico’s ook te groot voor de eigen organisatie. Een andere GI heeft, voorafgaand aan het onderzoek een aantal zekerheden gevraagd. Betreffende GI vroeg bijvoorbeeld een garantie vooraf voor het uitvoeren van het onderzoek en een garantie. Dit betekende dat ook scenario 2 niet uitvoerbaar bleek. • Scenario 3. Voor scenario 3 hebben de drie andere in Zeeland al gecontracteerde GI’s aangegeven dat zij bereid zijn om casussen van Intervence over te nemen en de medewerkers uit het primaire proces van Intervence de kans te willen geven bij hen in dienst te komen. Met dit scenario is de continuïteit van de zorg zoveel mogelijk gegarandeerd. De risico’s voor de Zeeuwse gemeenten zijn minder groot en ook contractueel zijn er minder risico’s. Bij keuze voor uitrol van dit scenario zijn er na afronding geen vier, maar drie GI’s in Zeeland werkzaam, waarmee het aantal casussen onder minder GI’s verdeeld worden. • Conclusie: Uit het scenario-onderzoek kan geconcludeerd worden dat Intervence de zorg niet binnen de gestelde financiële kaders kan organiseren (scenario 1) en er ook geen overnamepartner voor Intervence is gevonden (scenario 2).

Uiteindelijk blijft dan scenario 3 over waarbij de werkzaamheden van Intervence in Zeeland worden afgebouwd en de organisatie stopt. De werkzaamheden worden in zo kort als mogelijke periode overgedragen aan andere GI’s. De hulpverleningstrajecten die in de betreffende casussen door derden worden uitgevoerd worden onverminderd voortgezet.

-2-

Raadsvoorstel Nummer: 216129 Vervolgtraject Intervence is zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van scenario 3. Dat betekent dat zij zich kunnen richten op een faillissement (scenario 3a) of een liquidatie (scenario 3b). De kosten die geraamd worden voor een faillissement bedragen 2.75 mio euro . De kosten van liquidatie worden geschat op 3.2 mio euro. Daar Intervence zelf over onvoldoende middelen beschikt zijn de gemeenten gevraagd om te ondersteunen. De gemeenten zullen dit proces vanzelfsprekend nauwgezet volgen. Teneinde een afgewogen keuze te kunnen maken voor scenario 3a of 3b, is een advies aan de landsadvocaat gevraagd. In dit advies wordt met name ingegaan op het risico dat de gemeenten lopen wanneer sprake is van ''Overgang van onderneming''. De landsadvocaat stelt dat ''Overgang van onderneming'' een groot risico is bij zowel liquidatie als - in enigszins mindere mate- faillissement. De overnemende GI's zullen naar de mening van de landsadvocaat niet in staat zijn de financiële risico's bij overgang van onderneming op te vangen. Geadviseerd wordt derhalve te kiezen voor liquidatie en voldoende middelen hiervoor beschikbaar te stellen. De keuze voor faillissement wordt afgeraden, omdat bij liquidatie de gemeenten meer zeggenschap hebben over een goede overdracht van casussen en werkzaamheden. Bij faillissement ligt de zeggenschap bij de curator.

Inspectie Zowel de Jeugdautoriteit (JA) als de Inspecties hebben aangegeven dat zij actief betrokken willen zijn bij het opstellen van een Transitieplan. In een gesprek met de Minister van Veiligheid is afgesproken dat de gemeenten geen onomkeerbare besluiten zullen nemen voordat zowel de JA als de Inspecties akkoord zijn. Dat betekent dat de huidige situatie zowel voor medewerk(st)ers als cliënten hetzelfde blijft. Na de vaststelling van het transitieplan kan derhalve pas gestart worden met overdracht aan de andere GI's. Momenteel wordt een Plan van Aanpak opgesteld dat procesmatig duidelijkheid moet geven over de wijze waarop de overdracht aan de andere gecertificeerde instellingen kan plaatsvinden. Er is inmiddels ook een Projectleider aangesteld die het proces gaat begeleiden en de voortgang zal monitoren. Financiën Intervence beschikt zelf over onvoldoende financiële middelen om het proces van uitvoering van scenario 3 vorm te geven. Zoals bovenstaand beschreven heeft Intervence een negatief eigen vermogen en dat maakt de kans op terugvordering van de teveel bevoorschotte bedragen zeer klein. Dit is een financieel risico waar rekening mee gehouden moet worden. Intervence zal in de afbouwperiode conform het overbruggingscontract betaald moeten worden. Dit geldt dan voor de casussen die zij nog uitvoeren en mogelijk nog in de overbruggingsperiode toebedeeld krijgen.

Ook zullen de kosten voor instandhouding van de organisatie moeten worden betaald. Deze kosten zullen stapsgewijs afgebouwd worden wanneer casussen en medewerkers overgaan naar de andere GI’s. In de bekostiging van Intervence zijn er de keuzemogelijkheden van: • Lening • Achtergestelde lening • Subsidie In deze afweging moet worden meegenomen dat het verstrekken van een lening kan leiden tot het benadelen van bestaande crediteuren, waardoor Intervence in de positie kan komen te besluiten tot het direct aanvragen van een faillissement. Dat kan een verhoogd risico geven voor de continuïteit van zorg.

-3-

Raadsvoorstel Nummer: 216129 Een achtergestelde lening is een krediet waarbij de verlener in het geval van faillissement van de lener wordt achtergesteld in zijn positie als schuldeiser: de achtergestelde schuldeiser komt in een faillissement in de volgorde van schuldeisers dus achter de concurrente ('gewone') schuldeisers zoals de werknemers en de banken. Door deze voorwaarden loopt de schuldeiser een hoger risico dat hij een deel van zijn verstrekte krediet niet terugbetaald krijgt. Een subsidie toekennen zou een langer traject met een openstelling voor meerdere partijen betekenen. Op basis van bovenstaande en ondanks dat het risico groot is dat de gemeenten de middelen niet terug kunnen krijgen, adviseren wij om Intervence te financieren middels een achtergestelde lening. Totaal vraagt de afbouw van Intervence vanuit de liquidatie (3b) en de overdracht van de casussen een bedrag van ongeveer € 3.275.000 van de Zeeuwse gemeenten,. Voor de verdeelsleutel per gemeente verwijzen wij naar de bijlage. De geraamde incidentele bijdrage voor de gemeente Hulst bedraagt circa 211.000,-- euro . De uitgaven zullen de komende jaren plaatsvinden. Risico Uit het voorgestelde scenario 3 blijkt dat de op dit moment geraamde extra lasten voor de Zeeuwse gemeenten € 3.275.000 bedragen. Dit is een globale inschatting die afhankelijk is van verschillende parameters.

Te denken valt onder meer aan de voorwaarden die de JA en de Inspecties zullen stellen en te lopen tijdslijn. Ook is het door de landsadvocaat genoemde risico van ''Overgang van onderneming'' nog steeds aanwezig. Bij het opstellen en uitwerken van het Plan van Aanpak moet in aanloop naar het transitieplan duidelijk worden welke stappen er nog extra genomen moeten worden. Een verhoging van het budget voor Jeugdzorg kan vooralsnog worden gedekt uit de lopende begroting 2021. Eventueel kan er een beroep gedaan worden op de egalisatiereserve Sociaal Domein, die inclusief de geraamde onttrekkingen en toevoegingen ultimo 2020 nog € 650.000 (afgerond) bedraagt. Een eventueel te verstrekken achtergestelde lening zal dan in de jaarrekening 2021 op de balans worden opgenomen. Voorstel 1. Wij stellen u voor om de verdere uitwerking van scenario 3b te onderschrijven 2. Wij stellen u voor om op basis van de huidige geraamde kosten een bedrag ad € 211.000,-beschikbaar te stellen voor de uitwerking van dit scenario. 3. Wij stellen u voor om afhankelijk van de verdere uitvoering en risico's in het proces, bij de voorjaarsnota de budgetten voor de jaarschijf 2021 eventueel te herzien. Wij zullen uw raad gedurende het uitvoeringsproces via de Commissie Samenleving actief op de hoogte houden.

Burgemeester en Wethouders van Hulst, De Secretaris, De Burgemeester, Bijlage(n): Onderliggende stukken (map leeskamer): 1. Matrix kansen en bedreigingen (GEHEIMHOUDING) 2. Matrix scenario's op basis van indicatoren (GEHEIMHOUDING) 3. Oplegger besluitvorming toekomst GI-functie in Zeeland 4. Overzicht kosten per gemeente -4-

Raadsvoorstel Nummer: 216129 5. Advies Landsadvocaat 6. Presentatie financiële verplichtingen Intervence (GHEIMHOUDING)

-5-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9631872/1