Integraal Huisvestingsplan (IHP) Hulst d.d 1 juli 2025
Tekst van het document
IHP Hulst 2025 - 2028
Opdrachtgever Gemeente Hulst Datum 1 juli 2025 Referentie 1734801-0106.1.1 Auteur(s) Bas Verkerk - HEVO B.V. Jolijn Prinssen - HEVO B.V. Irma van Erp - HEVO B.V.
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
Statenlaan 8
5223 LA 's-Hertogenbosch
T 073 - 6 409 409
info@hevo.nl
KvK Brabant 16029774
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
Burg. Roelenweg 40
8021 EW Zwolle
T 038 - 4 258 101
ISO 9001-gecertificeerd
BTW 0011.60.461.B01
Inhoudsopgave 1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5. 1.6.
Inleiding Landelijke Context Uitdagingen voor Hulst Doelstelling Status van het IHP Aanpak Leeswijzer
3 3 4 4 5 5 5
2. 2.1. 2.2. 2.3.
Aanbod Onderwijs en Kinderopvang Primair Onderwijs Voortgezet Onderwijs Kinderopvang
6 6 6 6
3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4.
Beleid en Visie Landelijk Beleid Lokaal Beleid Visie op Educatie, ontwikkeling en onderwijs Bouwstenen
7 7 7 8 9
4. 4.1. 4.2. 4.3.
Analyse en opgave Capaciteit Onderwijs Kwaliteit Onderwijs: Quickscans Reflectie op de Opgave
14 14 15 16
5. 5.1. 5.2. 5.3.
Scenario’s Scholenlandschap Gemeente Opgave en scenario’s Programmering IHP Hulst
17 17 18 23
6. 6.1. 6.2. 6.3.
Financiële vertaling IHP-kwaliteit Verdeling kwaliteit Kosten
24 24 24 25
Referentie: 1734801-0106.1.1.
6.4. 6.5. 6.6. 6.7.
Financiële uitgangspunten Overzicht investeringskosten onderwijs Overzicht voorfinanciering kinderopvang Overzicht kosten vervolgstudies
25 26 27 27
7. 7.1. 7.2. 7.3. 7.4.
Vervolg IHP Opstellen uitvoeringsprogramma Opstellen Haalbaarheidsonderzoeken Verbeteringen Duurzaamheid en Binnenmilieu Disclaimer
28 28 28 28 28
Bijlage I: Wettelijke en beleidskaders
29
Bijlage II: Energieprestaties
31
Bijlage III: Kwaliteitsadvies Frisse Scholen
32
Bijlage IV: Medegebruik
33
Bijlage V: Methodiek analyse en opgave Capaciteitsanalyse onderwijs Kwaliteitsanalyse onderwijs: quickscans
35 35 35
Bijlage VI: Kinderopvang binnen de scholen
37
Pagina 2 van 38
1. Inleiding De gemeente Hulst heeft samen met het schoolbestuur Elevantio voorliggend Integraal Huisvestingsplan (IHP) opgesteld voor het Primair Onderwijs (PO). In dit plan worden de kaders bepaald waarbinnen de gemeente Hulst en het schoolbestuur samenwerken aan goede onderwijshuisvesting. Goede onderwijshuisvesting is immers een randvoorwaarde voor goed onderwijs. De noodzaak tot samenwerking komt primair voort uit de gedeelde verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting: de gemeente heeft een zorgplicht voor onderwijshuisvesting voor onder andere nieuwbouw en uitbreiding en schoolbestuur is verantwoordelijk voor het onderhoud en de exploitatie. In dit IHP worden de verantwoordelijkheden van de gemeente en het schoolbestuur op elkaar afgestemd. Kinderopvang maakt in kindcentra (KC’s) deel uit van onderwijshuisvesting. Ondanks dat de gemeente geen formele verantwoordelijk heeft voor de huisvesting van kinderopvang zijn kinderopvangorganisaties een belangrijke schakel in de ontwikkeling van kinderen. Daarom zijn zij ook bij het opstellen van het IHP betrokken. Het bestuur van het Voortgezet Onderwijs Zeeuws Vlaanderen (VOZVL) heeft, gelet de huidige ontwikkelingen voor het Reynaertcollege, geen actieve betrokkenheid gehad bij de uitvoering van dit IHP traject.
1.1. Landelijke Context Op landelijk niveau krijgt onderwijshuisvesting steeds meer aandacht. In het rapport van de Rijksbouwmeester uit 20091 werd reeds geconstateerd dat de gebouwenvoorraad in het funderend onderwijs sterk verouderd is, vaak een slecht binnenklimaat heeft en niet duurzaam is. In 2011 concludeerde ook het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) dat het binnenmilieu in de scholen vaak onder de maat is: uit verschillende onderzoeken kwam naar voren dat de CO2-concentraties in Nederlandse scholen vaak te hoog zijn. In 2016 concludeerde de Algemene Rekenkamer2 daarnaast dat het tempo waarin schoolgebouwen worden vervangen te 1 Rapport ‘Gezond en goed. Scholenbouw in topconditie’, Rijksbouwmeester, Den Haag, 2009 2
Schoolgebouwen primair en voortgezet onderwijs: de praktijk gecheckt, Algemene Rekenkamer (2016) 3 Een verstevigd fundament voor iedereen, McKinsey (2020)
Referentie: 1734801-0106.1.1.
laag is: schoolgebouwen staan gemiddeld 69 jaar voordat ze vervangen worden. In het onderzoek van de Algemene Rekenkamer is ook de tevredenheid van leraren over hun schoolgebouwen onderzocht. Leraren bleken ontevreden te zijn over een aantal aspecten van de huisvesting: zij vonden vooral de temperatuur en de luchtkwaliteit onvoldoende. Ook gaf een meerderheid van de ondervraagde leraren aan dat het schoolgebouw geverfd, opgeknapt of gerepareerd moet worden. Ook in het onderzoek uit 2020 door McKinsey3 naar de algemene staat van het onderwijs in Nederland is nadrukkelijk aandacht besteed aan de onderwijshuisvesting; gemeenten gaven destijds, ondanks hogere eisen en gestegen bouwkosten, nog een vergelijkbaar bedrag uit aan onderwijshuisvesting als in 2009. Tegelijkertijd stelt de sectorale routekaart voor het klimaatakkoord hoge eisen aan de duurzaamheid en het tempo van de uitvoering van de vervangingsopgave4: de uitgaven moeten verdubbelen van circa € 21 miljard bij ongewijzigd beleid naar circa € 42 miljard. Daarnaast heeft binnenklimaat de laatste jaren ook veel aandacht gegenereerd. De coronapandemie heeft duidelijk gemaakt dat luchtkwaliteit en een goed binnenklimaat belangrijke onderdelen zijn van goede huisvesting. De noodzaak tot ‘Frisse Scholen’ en voldoende ventileren heeft dan ook topprioriteit binnen de schoolgebouwen.
Mede door de coronapandemie is ook het onderwerp gezonde gebouwen in een stroomversnelling terechtgekomen. Zo is de realisatie van gezonde scholen met een groen plein eromheen van steeds groter belang om bewegend leren te stimuleren. Recentelijk heeft er op landelijk niveau ook nog een Interdepartementaal Beleidsonderzoek5 plaatsgevonden waarin, los van de opgave, er ook forse kritiek is geuit op het functioneren van het stelsel. Die kritiek bestond uit de volgende punten: er zijn geen eenduidige eisen voor onderwijshuisvesting, er is een gebrek aan koppeling tussen bouwkosten en budgetten, er is onvoldoende expertise bij schoolbesturen en
4
Sectorale routekaart voor verduurzaming van schoolgebouwen in het primair en voortgezet onderwijs, PO-raad, VO-raad en VNG 5 IBO Onderwijshuisvesting funderend onderwijs, Een vak apart - Een toekomstbestendig onderwijshuisvestingsstelsel (2021)
Pagina 3 van 38
gemeenten en het ontbreekt aan een gesloten beleidscyclus door met name een gebrek aan toezicht, monitoring en evaluatie. Naast deze uitdagingen, zijn er ook landelijke ontwikkelingen op het gebied van onderwijshuisvesting (wet- en regelgeving). Het wetsvoorstel "planmatige aanpak onderwijshuisvesting" is momenteel in behandeling en de verwachting is dat in 2026 wordt vastgesteld en in werking treedt6. Parrallel daaraan is de VNG begonnen met de actualisatie van de model verordening. Daarnaast zet het ministerie van OCW zich samen met de PO-Raad, VO-raad en de VNG in voor het realiseren van kwalitatief goede onderwijshuisvesting. Met het Programma Onderwijshuisvesting7 wordt er een integrale aanpak ontwikkeld, waarmee de versnelling en kwalitatieve verbetering van de (verouderde) huisvestingsvoorraad gerealiseerd kan worden.
In de gemeente Hulst valt op dat de helft van de schoolgebouwen is gebouwd in de periode tussen 1946 en 1978. Dit duidt op een duidelijke bouwgolf tijdens de wederopbouwperiode na de Tweede Wereldoorlog. In de periode van 1979 tot 1993 is er in Hulst minder nieuwbouw gepleegd dan gemiddeld. Sinds 1993 ligt de bouwactiviteit boven de landelijke trends. Desalniettemin is een deel van de gebouwen inmiddels ouder dan 50 jaar of zal deze leeftijd in de komende tien jaar bereiken. Dit betekent dat het onderwijslandschap in Hulst voor een aanzienlijke vervangingsopgave staat.
1.3. Doelstelling
1.2. Uitdagingen voor Hulst
Het IHP bepaalt op basis van visie, gerichte analyse, opgave-ontwikkeling en financiële vertaling de kaders waarbinnen de gemeente Hulst, samen met het schoolbestuur en kinderopvangorganisatie toewerken naar goede huisvesting.
De uitdagingen op het gebied van onderwijshuisvesting zijn ook van toepassing op de gemeente Hulst. De onderstaande figuur toont een vergelijking van de bouwjaren van de schoolgebouwen in het primair onderwijs binnen de gemeente, afgezet tegen de landelijke percentages. Landelijk is er een brede spreiding over verschillende bouwperiodes zichtbaar.
Een IHP stelt gemeente en schoolbestuur in staat om op korte en lange termijn toekomstbestendige keuzes te maken en een proactief (investerings)beleid te voeren. Het IHP geeft voor de eerste vier jaar (2025-2028) concreet aan wat de opgave is en geeft een doorkijk voor de langere termijn van 16 jaar (2025-2040). In aanvulling op de werkwijze (uitsluitend) op basis van de verordening, voegt het IHP een proactief onderwijshuisvestingsbeleid toe. In formele zin laat de gemeente hiermee zien op welke wijze zij haar zorgplicht, het voorzien van huisvesting voor het funderend onderwijs, wenst in te vullen. Zie bijlage I: Wettelijke en beleidskaders voor extra informatie over de beleidskaders op het gebied van onderwijshuisvesting.
Figuur 1: vergelijking bouwjaar PO – Hulst vs. landelijk naar percentage
Het IHP: • Stelt de gemeente en schoolbestuur in staat om op korte en lange termijn strategische keuzes te maken en proactief (investerings)beleid te voeren. • Biedt de gemeente een meerjarenperspectief voor de benodigde investeringen en daaruit voortvloeiende kapitaallasten. • Biedt een meerjarenperspectief waarop het eigen (investerings)beleid van het schoolbestuur kan worden afgestemd.
6
7
Wetsvoorstel "planmatige aanpak onderwijshuisvesting" PO-raad, VO-raad en VNG.
Referentie: 1734801-0106.1.1.
Bron: Programma onderwijshuisvesting (POHV) ministerie OCW, PO-raad, VO-raad en VNG
Pagina 4 van 38
•
Vormt het beleidskader voor het onderwijshuisvestingsbeleid voor de periode 2025-2040. Het IHP wordt elke vier jaar herijkt, zodat het beleidskader blijft aansluiten bij de vragen en behoeften van dat moment. De eerste termijn van het IHP omvat een periode van vier jaar.
Opmerking: dit IHP is opgesteld onder de wet- en regelgeving zoals deze geldt op het moment van het opstellen daarvan. Echter, wet- en regelgeving is onderhevig aan voortschrijdend inzicht; zo ook de wetgeving met betrekking tot het huisvestingsstelsel voor het funderend onderwijs in Nederland. Bij (substantiële) wijzigingen van bijvoorbeeld het genoemde stelsel, de Algemene Uitkeringen van het gemeentefonds, de wijze van bepalen van normbedragen, wijzigingen ten aanzien van Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), energie-akkoorden of enig andere substantiële ontwikkeling, kan het nodig zijn om dit IHP (op onderdelen) aan te passen aan de dan geldende realiteit en mogelijkheden.
1.4. Status van het IHP Het IHP is opgesteld in lijn met het wetvoorstel “planmatige aanpak onderwijshuisvesting” dat momenteel in behandeling is. Conform de nieuwe wet, wordt het IHP vastgesteld als langetermijnplan waar gemeente en schoolbestuur zich aan committeren. Juridisch gezien wordt het geen vaststellingsovereenkomst, om een mate van flexibiliteit te behouden. Deze samenwerking overstijgt de samenwerking op basis van de verordening onderwijshuisvesting. Het IHP vervangt het onderdeel nieuwbouw uit de verordening en de daarbij behorende aanvraagprocedure op basis van het programma en overzicht. Dit IHP schept ook kaders voor het onderdeel renovatie, dat niet eerder een voorziening binnen de verordening is geweest. In alles waar dit IHP niet in voorziet, blijft de verordening leidend. In alles waar dit IHP wel in voorziet, is dit IHP leidend boven de verordening. Schoolbestuur en gemeente spreken uit enkel af te wijken van het IHP als daar een zwaarwegende motivatie onder ligt.
1.5. Aanpak Het IHP is samen met gemeente Hulst, schoolbestuur Elevantio en kinderopvangorganisaties ontwikkeld. Daarbij zijn gezamenlijk de volgende stappen doorlopen: • Stap 1: om te komen tot een gezamenlijke visie op huisvesting zijn in diverse bijeenkomsten met het schoolbestuur, kinderopvang en gemeente ambities gedefinieerd en wensen geïnventariseerd. • Stap 2: een gedeelte van het gebouwenbestand onderwijshuisvesting in de gemeente Hulst is door middel van quickscans in beeld gebracht. Daarnaast zijn capaciteitsanalyses en kwaliteitsanalyses uitgevoerd voor alle locaties door middel van deskresearch en locatiebezoeken. Deze zijn met de partijen gedeeld en vastgesteld. • Stap 3: op basis van de gezamenlijke visie en de uitkomsten uit de capaciteits- en kwaliteitsanalyse is de huisvestingsopgave geformuleerd. • Stap 4: op basis van de huisvestingsopgave is een financiële vertaling inclusief planning gemaakt. • Stap 5: de vier deelproducten zijn samengebracht tot voorliggend Integraal Huisvestingsplan (IHP) 2025-2040.
1.6. Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 het onderwijslandschap van de gemeente Hulst. Hoofdstuk 3 gaat in op de gezamenlijke visie, ambities en afspraken tussen de gemeente Hulst, schoolbestuur Elevantio en de kinderopvangorganisaties. Hoofdstuk 4 presenteert de analyse van de huisvestingsopgave en hoofdstuk 5 beschrijft het scholenlandschap en de voorkeursscenario’s die passen bij deze opgave. In hoofdstuk 6 worden de financiële uitgangspunten en de financiële vertaling beschreven. Het vervolgproces, de uitvoering van het IHP, staat omschreven in hoofdstuk 7.
De gemeenteraad stelt het IHP vast. Het IHP is daarmee beleidsmatig kaderstellend in het uitvoeren van de onderling afgestemde voorzieningen in de huisvesting voor het onderwijs. In het OOGO (Op Overeenstemming Gericht Overleg) is de uitvoering van het IHP een vast agendapunt.
Referentie: 1734801-0106.1.1.
Pagina 5 van 38
2. Aanbod Onderwijs en Kinderopvang Dit hoofdstuk biedt inzicht in het onderwijs- en kinderopvangaanbod in de gemeente. Het gaat hier voor het onderwijs om het PO en VO en voor de kinderopvang om kinderdagopvang (KDV) en buitenschoolse opvang (BSO).
2.1. Primair Onderwijs Het PO in de gemeente Hulst wordt verzorgd door één schoolbestuur. Dit schoolbestuur biedt onderwijs aan 1670 leerlingen (bron Elevantio - teldatum; 1 oktober 2024), verdeeld over 13 kindcentra en een basisschool voor speciaal basisonderwijs. Schoolbestuur
Sector
Schoolnaam
Denominatie
Elevantio
PO
De Wereldboom
Openbaar
Aantal leerlingen 2025 169
2.3. Kinderopvang KDV en BSO in de gemeente wordt verzorgd door zes kinderopvangorganisaties. De kinderopvangorganisaties bieden 890 kindplaatsen, verdeeld over 31 locaties. %
PO
De Oostvogel
Rooms-Katholiek
55
3%
Elevantio
PO
Ter Doest
Rooms-Katholiek
60
4%
Elevantio
PO
St. Bernardus
Rooms-Katholiek
87
5%
Elevantio
PO
Sint Jozef
Rooms-Katholiek
34
2%
Elevantio
PO PO
Heidepoort St. Willibrordus
Rooms-Katholiek Rooms-Katholiek
71 230
4% 14%
Elevantio
PO
Nobelhorst
Rooms-Katholiek
247
15%
Elevantio
PO
Moerschans
Rooms-Katholiek
92
6%
Elevantio
PO
De Schakel
Rooms-Katholiek
124
7%
Elevantio
PO
Inghelosenberghe
Rooms-Katholiek
208
12%
Elevantio
PO
't Getij
Openbaar
241
14%
Elevantio
SBO
De Brug
Rooms-Katholiek
52
3%
1670
100 %
Totaal Tabel 1: Overzicht PO
2.2. Voortgezet Onderwijs Het voortgezet onderwijs in de gemeente Hulst wordt verzorgd door Stichting Voortgezet Onderwijs Zeeuws-Vlaanderen (VO Zeeuws-Vlaanderen).
Referentie: 1734801-0106.1.1.
Kinderopvangorganisatie
Aantal locaties
Aantal kindpl.
%
Stichting Kinderopvang Zeeuws-Vlaanderen
10
222
52 %
De Tivoli
3
87
20 %
Kinderopvang Pinkeltje
2
37
9%
Kinderopvang Joepie de Poepie
1
48
11 %
‘t Poppeke
1
25
6%
Kinderopvang de Kleine Deugniet B.V.
1
11
3%
Totaal
18
430
100%
Kinderopvangorganisatie
Aantal locaties
Aantal kindpl.
%
Stichting Kinderopvang Zeeuws-Vlaanderen
11
270
59%
De Tivoli
3
98
21%
Kinderopvang Pinkeltje
1
25
5%
Kinderopvang Joepie de Poepie
1
25
5%
‘t Poppeke
1
15
3%
Kinderopvang de Kleine Deugniet B.V.
2
27
6%
Totaal
19
460
100%
10%
Elevantio
Elevantio
Samen met het VO Zeeuws-Vlaanderen en andere betrokken partijen heeft de gemeente Hulst stappen gezet in de plannen voor de nieuwe locatie aan de Zoutestraat. Deze plannen bestaan uit de samenvoeging van de twee huidige locaties van het Reynaertcollege en de bouw van een toekomstbestendige onderwijslocatie. Op termijn verhuist ook de Praktijkschool naar de nieuwbouwlocatie van het Reynaertcollege. Zowel het Reynaertcollege (VO) als de Praktijkschool (PRO) zijn geen onderdeel van dit IHP.
Tabel 4: Overzicht KDV
Tabel 4: Overzicht BSO
Pagina 6 van 38
3. Beleid en Visie De gemeente, schoolbestuur en kinderopvangorganisaties streven gezamenlijk naar een toekomstbestendig opgroeiomgeving. Het doel is om kinderen in de gemeente de best mogelijke kansen te bieden in hun ontwikkeling en voor te bereiden op hun toekomst. Dit hoofdstuk behandelt landelijk en lokaal beleid en visie op onderwijs, onderwijshuisvesting en kinderopvang.
3.1. Landelijk Beleid De voorzieningen in de huisvesting waarvoor de gemeente verantwoordelijk is, zijn vastgelegd in de wetgeving. Daarbij gaat het onder andere om (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding, constructiefouten en eerste inrichting. Hiervoor ontvangt de gemeente een algemene uitkering in het gemeentefonds. De verantwoordelijkheid voor instandhouding (onderhoudskosten aan binnen- en buitenkant) en de exploitatie (o.a. energie- en schoonmaakkosten) van schoolgebouwen ligt bij de schoolbesturen, tenzij hiervan is afgeweken. Hiervoor ontvangen de schoolbesturen een lumpsumvergoeding vanuit het Rijk. Het huidige stelsel vertoont diverse tekortkomingen. Deze zijn onder andere benoemd in het Interdepartementaal Beleidsonderzoek. Er zijn bijvoorbeeld geen eenduidige eisen voor onderwijshuisvesting, er is een gebrek aan koppeling tussen bouwkosten en budgetten, er is onvoldoende expertise bij schoolbesturen en gemeenten en het ontbreekt aan een gesloten beleidscyclus door met name een gebrek aan toezicht, monitoring en evaluatie.
het verder uitgewerkte voorstel “planmatige aanpak onderwijshuisvesting” gepubliceerd door PO-raad, VO-raad en VNG. Vervolgens is het voorstel ook formeel door de VNG goedgekeurd. Het voorstel is in 2018 formeel aan de minister aangeboden. Het wetsvoorstel is in behandeling en de verwachting is dat in 2026 wordt vastgesteld en in werking treedt. Parrallel daaraan is de VNG begonnen met de actualisatie van de model verordening. Het uitgangspunt van dit voorstel is dat gemeenten en schoolbesturen een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de (kwaliteit van de) huisvesting van scholen. Belangrijke elementen uit het voorstel zijn: 1. Gemeenten en schoolbesturen worden verplicht om een IHP op te stellen. 2. De mogelijkheid om renovatie als volwaardig alternatief voor vervangende nieuwbouw in te kunnen zetten. 3. Het investeringsverbod voor het PO en (V)SO wordt versoepeld. Stelselwijziging kinderopvang richting 2029 In 2026 zet het kabinet een belangrijke stap richting (bijna) gratis kinderopvang voor werkende ouders in 2029. Door een hogere kinderopvangtoeslag wordt kinderopvang vanaf 2026 betaalbaarder voor een grotere groep werkende ouders. Dit stimuleert arbeidsparticipatie en maakt meer werken lonender. Deze ontwikkeling is opgenomen in het Ontwerpbesluit kinderopvangtoeslag 2026. Voor meer informatie zie bijlage I: Wettelijke en beleidskaders.
3.2. Lokaal Beleid Daarnaast worden strengere eisen aan schoolgebouwen gesteld, zoals eisen aan energieneutraliteit en Frisse Scholen. In het klimaatakkoord is wettelijk vastgelegd dat de CO2-reductie van de schoolgebouwen met 55% gereduceerd dient te worden ten opzichte van 1990 in 2030 en 95% in 2050. Ondanks deze ontwikkelingen blijft de indexering van zowel het gemeentefonds als de lumpsumvergoeding achter op de marktontwikkelingen (bouw- en exploitatiekosten). Op 15 december 2016 hebben de PO-raad, de VO-raad en de VNG een gezamenlijk voorstel gestuurd aan toenmalig staatssecretaris Sander Dekker om de tekortkomingen in het huidige stelsel voor onderwijshuisvesting op te lossen. In 2018 is
Referentie: 1734801-0106.1.1.
In het bestuursakkoord van de gemeente Hulst 2022-2026 ‘op koers naar 2026’ is er aandacht voor duurzame ontwikkeling binnen het sociaal, fysiek en economisch domein. Onderstaand enkele verwijzingen uit dit bestuursakkoord en daarmee aanknopingspunten voor dit IHP: • •
Verkeer, vervoer o Alle kernen moeten bereikbaar zijn met het openbaar vervoer Onderwijs en kinderopvang o Versterken van de samenwerking tussen scholen, gemeente, kinderopvang en jeugdzorg.
Pagina 7 van 38
o o o o o
•
Kindcentrum zijn van groot belang voor de kernen. Behoud en verdere ontwikkeling is essentieel. Weglek naar België verminderen Behoud van VO in Hulst is noodzakelijk voor de regionale economie als de leefbaarheid in de toekomst. Ieder kind moet de kans krijgen zich te ontplooien. Groene schoolpleinen wordt gestimuleerd door aan de slag te gaan met groene pleinen, moestuinen en buitenonderwijs.
Duurzaamheid o Scholen en kinderopvang locaties worden gestimuleerd om het voortouw te nemen in energiebesparing.
3.2.1 Voorschool Hulst De gemeente Hulst heeft het plan ‘Voorschool’ vastgesteld om voorschoolse educatie toegankelijk te maken voor alle peuters van 2,5 tot 4 jaar. Vanaf 18 augustus 2025 krijgen deze kinderen de kans om acht uur per week gratis voorschoolse educatie te volgen. Dit initiatief is bedoeld om de ontwikkeling van jonge kinderen te bevorderen en hen een soepele overgang naar de basisschool te bieden. Het project is een belangrijke stap om ervoor te zorgen dat alle peuters in Hulst zich optimaal kunnen ontwikkelen. Door vroegtijdige deelname aan voorschoolse educatie kunnen eventuele zorgen tijdig worden opgemerkt en aangepakt.
3.3. Visie op Educatie, ontwikkeling en onderwijs Onderwijs- en kinderopvangorganisaties hebben een belangrijke taak in de ontwikkeling van kinderen. Daarnaast zorgen ook andere (maatschappelijke) organisaties ervoor dat kinderen zich kunnen ontwikkelen tot evenwichtige, verantwoordelijke en sociale volwassenen.
3.3.1 Kindcentrum In Zeeuws-Vlaanderen werken onderwijs en kinderopvang samen naar een doorgaande leerlijn (Kindcentrum) voor kinderen van 0 tot 13 jaar, waarin kinderopvang, peuterspeelzaal en primair onderwijs samen komen op een plek. Op dit moment zijn in Hulst alle basisschoollocaties voorzien van Kinderopvang en worden deze locaties beschouwd als kindcentra. Om kwalitatief goed onderwijs en opvang in samenhang te blijven borgen zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd door de kinderopvangorganisaties en schoolbestuur Elevantio: 1. Een plek voor ieder kind 2. Elk kind doet mee 3. Van jongs af aan 4. Leef- en leergemeenschap Daarbij horen de volgende speerpunten: 1. Professionals werken vanuit dezelfde kernwaarden en visie 2. Het kindcentrum biedt een gezonde en rijke speelleeromgeving met een sterk aanbod. 3. Het team van het kindcentrum werkt integraal en vormt een lerende gemeenschap. 4. Het team van het kindcentrum werkt integraal met professionals die werkzaam zijn binnen het sociaal domein zoals zorg en welzijn om kind nabije hulp te borgen. 5. Ouders en kinderen denken en doen mee.
3.3.2 Samenwerkingsverbanden De samenwerkingsverbanden voor primair, speciaal en voortgezet onderwijs hebben in 2022 gezamenlijk ondersteuningsplan voor de periode 2022 - 2026 opgesteld, waarover met het gemeentebestuur overeenstemming is bereikt.
Ontwikkeling Het ambitiedocument op educatie, ontwikkeling en kinderopvang van de gemeente hulst is nog in ontwikkeling. Het IHP gaat uit van het huidig beleid.
Referentie: 1734801-0106.1.1.
Dit ondersteuningsplan heeft als titel 'Iedereen hoort erbij' en als ondertitel 'samen de juiste keuzes maken om meer inclusief onderwijs te realiseren'. Vanuit deze ontwikkeling worden de reguliere scholen versterkt met als resultaat dat leerlingen die
Pagina 8 van 38
nu aangewezen zijn op het SBO, op termijn terecht kunnen in reguliere scholen met brede ondersteuningsmogelijkheden.
2.
Het IHP is in lijn met het voorstel “planmatige aanpak onderwijshuisvesting” van PO-raad, VO-raad en VNG om IHP’s in de wetgeving te verankeren. In de geest van de nieuwe wet "Planmatige aanpak onderwijshuisvesting" wordt het IHP vastgesteld als korte- en lange termijnplan waar gemeente en schoolbestuur zich aan committeren. Schoolbestuur en gemeente gaan daarmee een lange termijn samenwerking aan en wijken uitsluitend -in onderling overleg- af van de afspraken in het IHP.
3.
Vaststelling en looptijd van het IHP. Het IHP komt tot stand in een apart project met het schoolbestuur en kinderopvangorganisaties. Het OOGO, het College van Burgemeesters en Wethouders en de Gemeenteraad stellen het IHP vast voor de eerste vier jaar met een doorkijk tot aan 2040. Het IHP wordt na vier jaar herijkt. Het actualiseren van het IHP duurt immers ca. een jaar. De gemeente Hulst conformeert zich aan de inspanningsverplichting om deze afspraken daadwerkelijk te realiseren. Het schoolbestuur conformeert zich op hun beurt ook aan hun inspanningsverplichtingen die voortvloeien uit dit IHP. In het OOGO is de uitvoering van het IHP een vast agendapunt (zie artikel 7) en het definitieve krediet wordt verleend door de Gemeenteraad bij vaststelling van de haalbaarheidsstudie (zie artikel 8).
4.
Het IHP is het investeringskader voor de onderwijshuisvesting en geeft voor de komende 16 jaar een indicatie van benodigde investeringen. Tevens wordt de prioritering van de projecten opgenomen. Er wordt rekening gehouden in de gemeentelijke begroting voor het financieren van de projecten in de eerste termijn (0-4 jaar), zie punt 7. In de basis wordt niet afgeweken van de overeengekomen prioritering en planning. Afwijkingen, die door onvoorziene omstandigheden plaatsvinden, worden door de gemeente voorgelegd bij het schoolbestuur.
5.
Het IHP vervangt voor de eerste vier jaar de aanvraagprocedure voor nieuwbouw en overige voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen (artikel 2.a lid 1 t/m lid 8 van de verordening). Aanvragen voortkomend uit het IHP worden impliciet geacht een aanvraag te zijn op grond van de verordening. Dit wordt ook op deze wijze in de verordening vastgelegd. Uitzonderingen zijn de nieuwbouw voor een nieuw te stichten school, kosten voor eerste inrichting
3.4. Bouwstenen De visie op onderwijs en kinderopvang van de gemeente, het schoolbestuur en kinderopvangorganisaties stelt eisen aan onderwijshuisvesting. De gemeente, het schoolbestuur en kinderopvangorganisaties hebben de visie op onderwijshuisvesting uitgewerkt in vier thema’s, de bouwstenen: 1. 2. 3. 4.
Beleid & Regie. Vraag & Aanbod Kwaliteit & Duurzaamheid. Samenwerking.
Ieder thema omvat verschillende beleidsuitgangspunten. Het IHP is erop gericht om, binnen de financiële mogelijkheden van de gemeente en schoolbestuur en de kinderopvang locaties deze uitgangspunten zoveel als mogelijk te realiseren.
3.4.1 Bouwsteen 1: Beleid & Regie Deze bouwsteen geeft aan hoe gemeente, schoolbestuur en kinderopvang met elkaar samenwerken op het gebied van onderwijshuisvesting. Het zegt iets over het beleid dat zij willen vastleggen in het Integraal Huisvestingsplan en hoe ze hier uitvoering aan willen geven. Alle onderstaande onderdelen hebben te maken met de status van het IHP. 1.
De gemeente en het schoolbestuur voeren samen de regie op schoolgebouwen. Gemeenten zijn onder andere verantwoordelijk voor nieuwbouw en uitbreidingen. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor het onderhoud en de exploitatie van schoolgebouwen. Het schoolbestuur voert de regie op het onderwijsaanbod en de diversiteit daarvan. In het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) vindt de afstemming van deze regie plaats. Kinderopvangorganisaties maken binnen de gemeente Hulst deel uit van kindcentra (KC’s). Ondanks dat de gemeente geen formele verantwoordelijk heeft voor de huisvesting van kinderopvang sluit een vertegenwoordiging aan bij het OOGO.
Referentie: 1734801-0106.1.1.
Pagina 9 van 38
onderwijsleerpakket en meubilair (artikel 2.a lid 1, lid 6 en lid 7 van de verordening). 6.
Voor spoedaanvragen of andere zaken die buiten het IHP vallen door onvoorziene omstandigheden (zoals constructiefouten of onvoorziene tijdelijke huisvesting) blijft de aanvraagprocedure van kracht. Op dergelijke onvoorziene omstandigheden na, is de afspraak dat er geen gebruik wordt gemaakt van de route via de verordening. Gemeenten en schoolbestuur zullen in overleg bepalen of een situatie een spoedaanvraag vereist.
7.
Na vaststelling van het IHP wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld voor een termijn van vier jaar. In het uitvoeringsprogramma worden afspraken gemaakt over de samenwerking op programma- en projectniveau. Binnen deze afspraken worden ook de organisatorische aspecten van een dergelijk opgave besproken. Jaarlijks wordt het uitvoeringsprogramma geconcretiseerd in een jaarprogramma en vastgesteld in het OOGO.
8.
9.
Per project verleent de Gemeenteraad definitief het krediet. Zodra het project actueel wordt zal het project getoetst worden aan de gehanteerde randvoorwaarden uit het IHP (o.a. bruto vloeroppervlak, leerlingprognose). Een dergelijke toets wordt vaak gedaan middels een haalbaarheidsstudie, ook wel businesscase genoemd. Vervolgens worden de randvoorwaarden uit het IHP, indien nodig geactualiseerd en wordt het definitieve krediet bij de Gemeenteraad aangevraagd. Er kan een budgettaire afwijking zitten tussen het aangevraagde krediet en de budgetten zoals benoemd in financiële hoofdstuk van het IHP. Deze kredietaanvraag en haalbaarheidsstudie wordt ter besluitvorming voorgelegd aan de Gemeenteraad. Per project wordt de maatschappelijke functie van de school onderzocht: voordat gestart wordt met de haalbaarheidsstudie (businesscase) wordt breed verkend of er vraag is naar (maatschappelijke) voorzieningen, die in het gebouw gerealiseerd kunnen worden in bruto oppervlakte en of dit structureel gebruik is of volgtijdelijk (bijvoorbeeld na schooltijd). Dit heeft consequenties voor de
haalbaarheid van het project. Denk hierbij aan partijen die zijn genoemd bij bouwsteen 4 (samenwerking). 10. Een vastgestelde leerlingenprognose vormt het uitgangspunt voor het IHP. Een prognose geeft het vermoedelijk verloop aan van het leerlingenaantal, in het IHP is op basis van ervaring en verwachting van schoolbestuur ruimte voor nuance. Bij aanvang van de haalbaarheidsstudie wordt de leerling prognose voor een betreffende school geactualiseerd. De prognose voor alle scholen in de gemeente Hulst wordt in basis twee jaarlijks geactualiseerd door de gemeente. Bij voorkeur bij aanvang van een haalbaarheidsonderzoek en eventueel tussentijds. Indien de prognose zorgt voor nieuwe inzichten, dan worden deze onderling besproken en opnieuw vastgesteld met inachtneming van de projectkaders en mogelijke herziening daarvan.
3.4.2 Bouwsteen 2: Vraag & Aanbod Deze bouwsteen geeft aan welk aanbod de gemeente en schoolbestuur nastreven. Het gewenste aanbod van onderwijs is bepalend voor de huisvestingsoplossingen. Gezamenlijk: 1. Binnen de gemeente Hulst is een goed onderwijsaanbod; er is een spreiding van onderwijsconcepten, denominaties en onderwijsniveaus over de gemeente, waarbij voorop staat dat Hulst een aantrekkelijke gemeente voor iedereen wil zijn. De wens is dit te behouden en te versterken. Primair onderwijs 1. De opheffingsnorm heeft een signaalfunctie: In de gemeente Hulst geldt een gemeentelijke opheffingsnorm van 32 leerlingen8. Onder deze gemeentelijke opheffingsnorm kan de school openblijven mits het bestuur gemiddeld over alle scholen voldoende grote scholen heeft. Wanneer een basisschool drie achtereenvolgende jaren onder deze norm blijft, volgt in principe opheffing van rechtswege. Als het leerlingenaantal onder de landelijke minimumnorm van 23 leerlingen komt, mag de school wettelijk niet meer in stand worden gehouden met
8
Staatscourant; Regeling van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, van 16 oktober 2022, nr. POR/202206/000049, houdende aanpassing van de stichtings- en opheffingsnormen voor het basisonderwijs in 2023
Referentie: 1734801-0106.1.1.
Pagina 10 van 38
c.
bekostiging vanuit het Rijk. Dan volgt opheffing van rechtswege, zonder mogelijkheid tot verlenging via de gemiddelde schoolgrootte. Indien een school niet voldoet aan de norm, dan besluit het schoolbestuur na overleg met de gemeente of de school toekomstbestendigheid is en of de kwaliteit gegarandeerd kan worden. 2.
2.
Per situatie wordt een afweging gemaakt (bijvoorbeeld in een haalbaarheidsonderzoek) of nieuwbouw of renovatie de beste oplossing is. Daarbij worden de volgende aspecten meegenomen: a. Het streven is om een kwaliteit te realiseren die vergelijkbaar is met nieuwbouwkwaliteit. b. Bij een renovatie wordt kritisch gekeken naar de "normatieve overmaat", Het doel is om toe te werken naar een efficiënt en compact schoolgebouw. Indien nodig worden bouwdelen afgestoten of herbestemd. c. Er wordt bij renovatie rekening gehouden met de culturele en maatschappelijke waarde. d. De kosten en mogelijkheden voor tijdelijke huisvesting worden meegenomen in de afweging voor nieuwbouw of renovatie (renovatie op huidige locatie of nieuwbouw op huidige locatie en nieuwbouw elders).
3.
Een brede definitie van kwaliteit en duurzaamheid. De gemeente en schoolbestuur zien het realiseren van kwalitatief goede en duurzame huisvesting als een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Een kwalitatief goed en duurzaam gebouw heeft een positief effect op het onderwijs én op het leefklimaat voor de toekomstige generaties. Gemeente en schoolbestuur willen duurzaamheid dan ook breder definiëren dan alleen energiebesparing en CO2-reductie: duurzaamheid gaat ook over goed onderwijs, een gezond leer- en leefklimaat en een gezonde financiële exploitatie. a. Ten behoeve van goed onderwijs gaat het om onderwijskundige functionaliteit. Nieuwe en gerenoveerde schoolgebouwen dienen onderwijsconcepten goed te faciliteren. Het gebouw dient aan te sluiten bij het onderwijsconcept van de school. Conform de Kindcentrum gedachte zijn kindpartners gehuisvest in het gebouw. De kosten voor eventuele aanpassingen zullen gedragen worden door de betreffende kindpartners. b. Voor gezondheid wordt rekening gehouden met de Frisse Scholen-thema’s (naast energie): lucht, temperatuur, licht en geluid om een prettig en gezond klimaat voor kinderen en medewerkers te realiseren. Voor de Frisse Scholen
Kinderopvangorganisaties zorgen samen met het schoolbestuur voor een kinderopvangaanbod passend bij de vraag en ambitie. De omvang van de vraag naar kinderopvang heeft te maken met de sociaal demografische eigenschappen van een dorp of wijk, het project voorschool en de ingroei toeslagen richting de gratis kinderopvang.
Voortgezet onderwijs In de huidige nieuwbouw ontwikkeling van de Reynaertcollege wordt de vraag van voortgezet onderwijs in de gemeente Hulst ondervangen. Het voornemen is om de Praktijkschool, in de toekomst, te integreren bij het Reynaertcollege.
3.4.3 Bouwsteen 3: Kwaliteit & Duurzaamheid Deze bouwsteen duidt de kwaliteit waar gemeente Hulst en het schoolbestuur naar streven. Het definitieve kwaliteitsniveau en de verdeling van de kosten worden nader geconcretiseerd. 1.
Renovatie als extra voorzieningen. Het IHP is in lijn met het wetsvoorstel “planmatige aanpak onderwijshuisvesting” van PO-raad, VO-raad en VNG om renovatie op te nemen als voorziening door de gemeente. a. In de huidige situatie zijn gemeenten alleen verantwoordelijk voor vervangende nieuwbouw wanneer een gebouw aan het einde van zijn levensduur is (onder andere artikel 2 verordening). Door renovatie op te nemen als voorziening ontstaat de mogelijkheid om bij een gebouw dat aan het einde van zijn levensduur is ook renovatie toe te passen. b. Bij Nieuwbouw wordt uitgegaan van totale vervanging van het bestaande gebouw op een nader te bepalen plaats. De levensduur van het nieuwe pand dient 40 jaar te zijn.
Referentie: 1734801-0106.1.1.
Renovatie is een integrale levensduur verlengende ingreep in het gebouw, waarmee de levensduur van het gebouw met ten minste 25 jaar wordt verlengd.
Pagina 11 van 38
c.
d.
4.
thema’s wordt gekozen voor een slimme mix van eisen per subonderdeel, waarbij lucht en temperatuur minimaal klasse B scoren. Zie bijlage III: Kwaliteitsadvies Frisse Scholen. De energieprestatie van schoolgebouwen sluit onder andere aan op de doelstellingen die zijn geformuleerd in het landelijke klimaatakkoord en de sectorale routekaart: 55% CO2 reductie in 2030, en 95% CO2 reductie in 2050. Middels het IHP willen de gemeente en het schoolbestuur invulling geven aan de verduurzamingsopgave voor het onderwijs. Het uitgangspunt is dat bij renovatie de school minimaal voldoet aan BENG (bouwbesluit). Het streven is om in het geval van nieuwbouw zo mogelijk energieneutrale (ENG) schoolgebouwen te realiseren, dit wordt bepaald op basis van het haalbaarheidsonderzoek. Schoolgebouwen in Hulst zijn inclusief en toegankelijk. Conform bouwbesluit dienen schoolgebouwen in Hulst voor iedereen toegankelijk te zijn. Maatregelen in schoolgebouwen zorgen (bij nieuwbouw) niet voor verhoging in kosten – tijdige aandacht in de ontwerpfase is wel noodzakelijk. a. Leerlingen en medewerkers met een beperking dienen zelfstandig door het gebouw te kunnen bewegen, zonder hulp van derden. Dit geldt ook voor de buitenruimte en bereikbaarheid van de school. b. Inclusief en toegankelijkheid betekent ook dat het gebouw geschikt is voor diverse gebruikersgroepen c.
Daarnaast moet de school ook veilig te bereiken zijn, met de fiets, lopend of met gemotoriseerde voertuigen. d. Personen met een beperking kunnen het gebouw op een passende manier bereiken en op een acceptabele afstand tot de entree parkeren.
Multifunctioneel gebruik: indien de locatie zich hiervoor leent en dit financieel haalbaar is, wordt verkend of schoolgebouwen ingezet kunnen worden voor multifunctioneel gebruik. Multifunctioneel gebruik leidt tot een hogere bezetting en daarmee een duurzaam gebruik van de gebouwen. Multifunctioneel gebruik vraagt om afstemming met het accommodatiebeleid. Daarnaast is er aandacht voor afspraken ten aanzien van beheersvorm, eigendomsverhouding, samenwerkingsafspraken, exploitatie en financiële geldstromen. Dergelijke
Referentie: 1734801-0106.1.1.
afspraken dienen te volgen uit de inhoudelijke afspraken die aan de samenwerking ten grondslag liggen bijvoorbeeld volgtijdelijk gebruik. 5.
Een goede kindcentrumlocatie. In het algemeen geldt dat een groene, veilige omgeving met goede infrastructuur belangrijk is. Ook kan gekeken worden naar situering nabij voorzieningen waarbij het kindcentra aansluiting kan vinden, zoals sport- of wijkfuncties. a. Voor het primair onderwijs geldt aanvullend dat de school zich in de wijk bevindt waar kinderen leeftijdsgenoten ontmoeten. De verkeersveiligheid is zo dat kinderen veilig te voet of met de fiets naar school kunnen. b. De locatie moet goed bereikbaar zijn voor het voedingsgebied. Voor het onderwijs zijn toegankelijke fietspaden en een goede verbinding belangrijk. c. De doelgroep is bepalend voor de geldende locatie-eisen. Per project zal ingezoomd worden op de doelgroep, om te bepalen aan welke eisen de locatie voor deze doelgroep moet voldoen. d. Om te bepalen wat een goede locatie van een gebouw is, wordt ook gekeken naar huidige samenwerkingen en de impact die een potentiële verplaatsing van een school zou hebben.
6.
Investeren in kwaliteit. Schoolbestuur financiert mogelijk aanvullend op de basiskwaliteit/wettelijke taak van de gemeente (en binnen de wettelijke mogelijkheden) op basis van Total Cost of Ownership (hierna TCO) een deel van de stichtingskosten van een nieuwbouw- of renovatieopgave. De TCO betreft de totale kosten voor het gebouw gedurende de levenscyclus; de bouwkosten, exploitatie kosten en onderhoudskosten. Deze investering komt de duurzaamheid van het gebouw op het gebied van onderhoud en exploitatie ten goede. Voorwaarde is dat het gebouw voldoet aan de kwaliteitseisen zoals geformuleerd binnen dit IHP. In het IHP wordt met elkaar verkend welke methode geschikt is om uiteindelijk per project deze berekeningen te maken.
3.4.4 Bouwsteen 4: Samenwerking Deze bouwsteen gaat in op samenwerking. Samenwerking betekent dat scholen gebouwen delen, met elkaar of met partners (bijvoorbeeld kinderopvang,
Pagina 12 van 38
buurtvoorzieningen). Samenwerking kan zowel inhoudelijk als gebouwelijk worden vormgegeven. Inhoudelijke samenwerking biedt voordelen op het gebied van kennisuitwisseling. Gebouwelijke samenwerking kan de inhoudelijke samenwerking faciliteren omdat men elkaar ook daadwerkelijk tegenkomt en biedt exploitatievoordelen (door bijvoorbeeld het delen van ruimten). Het onderwijs staat daarbij centraal en daarmee is een gebouwelijke samenwerking geen verplichting, maar een verkenning.
a. b. c. d. e. f. g.
1.
2.
Samenwerking tussen primair onderwijs en kinderopvangorganisaties. Schoolbestuur en kinderopvang zetten in op het behouden, versterken en waar nodig uitbreiden van samenwerking tussen het PO en kinderopvang, peuteropvang en buitenschoolse opvang. De samenwerking richt zich op de afstemming van de pedagogiek en didactiek van beide partijen. Gezamenlijke huisvesting van scholen en kindpartners is een uitgangspunt binnen het IHP van de gemeente Hulst mits ruimtelijk en financieel haalbaar. a. Gemeente en schoolbestuur wensen te bouwen conform de kindcentrum gedachte. De samenwerking tussen primair onderwijs en kinderopvang kan hier een doorlopende leerlijn waarmaken. Kinderen tussen de 0 en 12 jaar oud doorlopen hun ontwikkeling in één gebouw of in een netwerk van voorzieningen in meerdere gebouwen. Bij het vormen van een kindcentrum wordt op voorhand goed nagedacht over samenwerkingsvormen en partners. Het meest voorkomend is om per school met één opvangorganisatie in een schoolgebouw samen te werken. Dat maakt het makkelijker om een succesvolle doorlopende leerlijn te realiseren. b. Op het moment dat projecten voor kindcentra van start gaan is het raadzaam om bij de planvorming rekening te houden met de leerlingenprognoses en de prognoses van de kinderopvangorganisaties en te anticiperen op de mogelijkheid dat kinderopvang in de toekomst meer toegankelijk zal zijn.
Samenwerking met overige partners. Er wordt door gemeente en schoolbestuur per concreet project gezocht naar samenwerking tussen het onderwijs en overige partners. Er wordt daarbij tegemoet gekomen aan de sociaal-maatschappelijke rol van een school voor de wijk. Voorbeelden van mogelijke samenwerkingspartners zijn:
Referentie: 1734801-0106.1.1.
Consultatiebureau; Fysiotherapeut; Logopedie; Bibliotheek; Sportverenigingen; Maatschappelijke ambitie: de school kan ook een plek zijn waar mensen met een beperking werken.; Cultuur- & Natuureducatie of Techniekonderwijs, het verrijken van het onderwijs en de (buitenschoolse) opvang;
3.
Visie op samenwerking tussen Primair Onderwijs en Voortgezet Onderwijs: Primair Onderwijs en Voortgezet Onderwijs werken samen om de overgang voor leerlingen zo soepel mogelijk te laten verlopen. Deze samenwerking richt zich op een warme overdracht, afstemming van pedagogisch-didactische aanpakken en het delen van informatie over ondersteuningsbehoeften. Door kennisdeling, gezamenlijke activiteiten en waar mogelijk fysieke of functionele verbindingen, wordt aangesloten bij de doorgaande ontwikkellijn van kinderen. Deze afstemming past binnen de bredere visie op kindontwikkeling en versterkt het toekomstbestendige karakter van het onderwijsaanbod in de regio.
4.
Wet- en regelgeving over verhuur en/of medegebruik: wanneer ruimten in schoolgebouwen in gebruik worden gegeven aan partijen anders dan het onderwijs wordt ofwel ‘verhuur’ ofwel ‘medegebruik’ toegepast. Verhuur en medegebruik kunnen een instrument zijn om leegstand tegen te gaan en multifunctioneel en meervoudig ruimtegebruik te stimuleren. Zowel verhuur als medegebruik gaat in overleg met de gemeente. Voor verhuur is toestemming nodig van het College van B&W. Voor verhuur en/of medegebruik in de bestaande situatie is het gemeentelijke beleidsdocument ‘verhuur en medegebruik’ van toepassing. Voor verhuur en/of medegebruik in een nieuwe situatie, is een voorstel opgenomen in Bijlage IIII: Medegebruik.
Pagina 13 van 38
4. Analyse en opgave In dit hoofdstuk worden de uitkomsten van de analyse gepresenteerd en worden de opgave geformuleerd. De gehanteerde methodes voor de analyse en de opgavenontwikkeling staat in bijlage V: Methodiek analyse en opgave.
consistent, hoewel de snelheid van de daling per jaar varieert. De grafiek en tabel hieronder geven een beeld van hoe de leerlingenaantallen zich in de komende jaren naar verwachting gaan ontwikkelen. Voor de doorrekening is rekening gehouden met referentiejaar 2040. Figuur 2: Leerlingprognose BO Hulst 2025-2044 (excl. SBO)
4.1. Capaciteit Onderwijs De basis voor de behoefte aan capaciteit zijn de huidige en toekomstige leerlingenaantallen in de gemeente. Er wordt eerst stilgestaan bij de ontwikkeling van de prognose, alvorens een overzicht te geven van de totale capaciteit. Leerlingenprognose In september 2024 is er door xxllnc. Sociaal een leerlingprognose9 opgesteld voor het primair onderwijs in de gemeente Hulst (zie Rapport LP BO 2024 Hulst V3). Omdat de werkelijke leerlingaantallen van Elevantio op teldatum 1 oktober 2024 afwijken van de aantallen uit de prognose van xxllnc. Sociaal, is er in het IHP voor gekozen de prognose te bewerken. Als startpunt voor de prognose (2025) zijn de werkelijke leerlingaantallen van Elevantio (teldatum: 1 oktober 2024) gebruikt. Vervolgens is de prognoselijn (groei/krimp van het aantal leerlingen per school) uit de leerlingprognose van xxllnc. Sociaal overgenomen. De leerlingenprognose van SBO de Brug is niet opgenomen in de prognose. Als gevolg van het werken aan naar meer inclusief onderwijs (meer kinderen thuisnabij passend onderwijs) en het daarvoor verbreden van de basisondersteuning bij de reguliere scholen, zullen er op termijn geen SBO-scholen in Zeeuws-Vlaanderen zijn. In de prognose is geen rekening gehouden met de woningbouwontwikkeling van Groote Kreek ll.
Binnen de scenarioverkenning (zie paragraaf 5.2.1) is gekeken naar wat de impact van de woningbouwontwikkeling Grootte Kreek ll - fase 2 en 3 op het leerlingenaantal is. De leerlingprognose van het BO in Hulst toont over het algemeen een daling in het aantal leerlingen. Tot en met het jaar 2026 is er een lichte stijging te zien in het aantal leerlingen (van 1618 naar 1641), wat een kleine piek oplevert. Daarna begint de dalende trend, waarbij het aantal leerlingen afneemt tot 1457 in 2044. De afname is
Schoolnaam
2025
2026
2028
2030
2032
2034
2036
2038
2040
2042
2044
De Wereldboom
169
169
162
158
156
155
158
157
154
153
150
De Oostvogel
55
55
54
51
49
49
48
48
46
45
45
Ter Doest
60
63
61
60
61
58
59
58
59
58
58
St. Bernardus
87
88
88
86
86
88
85
87
86
86
86
Sint Jozef
34
34
29
31
30
29
32
32
32
32
32
Heidepoort
71
72
70
70
67
65
66
63
62
61
60
St. Willibrordus
230
230
227
231
233
237
242
240
233
229
225
Nobelhorst
247
249
242
235
230
226
229
227
224
223
220
Moerschans
92
93
89
90
88
89
89
88
88
88
87
De Schakel
124
123
114
109
107
107
106
102
100
101
101
Inghelosenberghe
208
218
208
208
213
215
215
213
205
195
190
't Getij
241
246
255
239
224
206
194
192
196
200
203
Totaal
1618
1641
1598
1568
1544
1535
1525
1509
1486
1473
1457
9 Leerlingenprognoses zijn indicatief en kunnen afwijken van de werkelijke situatie.
Referentie: 1734801-0106.1.1.
Pagina 14 van 38
4.2. Kwaliteit Onderwijs: Quickscans
Normatieve ruimtebehoefte in 2040
Resultaat onderwijs/ kinderopvang in 204010
6812
850 m2
141 m2
62
510 m2
+ 340 m2 / 199 m2
101
773 m
2
87 m
2
93
465 m
2
+ 308 m2 / 221 m2
55
664 m2
60 m2
46
433 m2
+ 231 m2 / 171 m2
Ter Doest
60
789 m
2
2
59
497 m
2
+ 292 m / 202 m
St. Bernardus
87
1.072 m2
87 m2
86
634 m2
+ 438 m2 / 351 m2
Sint Jozef
34
630 m2
70 m2
32
365 m2
+ 265 m2 / 195 m2
De Wereldboom (Reynaert)11 De Wereldboom (Ark) De Oostvogel
13
90 m
2
2
Heidepoort
71
928 m2
120 m2
62
517 m2
+ 411 m2 / 291 m2
St. Willibrordus
230
1.623 m2
90 m2
233
1.373 m2
+ 250 m2 / 160 m2
Nobelhorst Moerschans
247 92
1.879 m2 1.423 m2
180 m2 120 m2
224 88
1.327 m2 655 m2
+ 552 m2 / 372 m2 + 768 m2 / 648 m2
De Schakel
124
1.323 m2
60 m2
100
709 m2
+ 614 m2 / 554 m2
Inghelosenberghe
208
1.409 m2
10 m2
205
1.232 m2
+ 187 m2 / 177 m2
't Getij
241
2.020 m2
260 m2
196
1.186 m2
+ 834 m2 / 574 m2
Tabel 4: resultaten van de QuickScan (kwaliteitsanalyse).
Quickscan Score
Leerling aantal prognose 2040
Onderwijsk. functionaliteit
BVO in gebruik door KDV
Exploitatie
BVO schoolgebouw
Binnenmilieu
Leerling aantal 2025
Schoolnaam
Veiligheid
Tabel 3: Capaciteitsanalyse gebouwen BO Hulst (excl. gymzaal/ verhuur door gemeente)
Op basis van de door HEVO ontwikkelde ‘quickscan’ zijn alle gebouwen op beoordeeld op verschillende thema’s en voorzien van een gewogen score, die inzicht geeft in de vervangingstermijn. De totaalscore geeft op uniforme wijze richting aan de mate van urgentie: • Bij <57 punten: binnen 0-5 jaar (rood) • Bij 57-63 punten: binnen 5-10 jaar (oranje) • Bij 63-69 punten: binnen 10-20 jaar (lichtgroen) • Bij >69 punten: na 20 jaar (donkergroen)
Bouwk. staat
Capaciteitsanalyse In de tabel in deze paragraaf geeft een overzicht van de ruimtetekorten- en overschotten per schoolgebouw. Deze analyse is gebaseerd op de leerlingenprognose en de verdeling van deze leerlingen over de verschillende scholen in Hulst. De analyse laat de normatieve ruimtebehoefte zien o.b.v. de prognose.
Uitstraling
Tabel 2: Leerlingprognose BO Hulst 2025-2044 (excl. SBO en woningbouwontwikkeling Groote Kreek II)
Nobelhorst
1971
5.0
4.0
5.5
4.0
4.0
4.0
50,5
't Getij
1982
5.5
4.0
5.5
5.0
5.0
5.5
58,5
Moerschans
1978
5.0
4.0
6.0
5.5
4.0
6.0
60,0
Sint Jozef
1981
5.0
4.0
6.0
5.5
4.0
6.0
60,0
St. Willibrordus (bouwdeel 1)
1951
6.0
4.0
6.0
5.0
5.0
5.5
60,5
De Oostvogel
1978
5.0
4.0
6.0
5.0
5.0
6.0
61,0
De Wereldboom (Reynaert)
1973
5.0
4.0
5.5
5.0
7.0
5.0
61,5
St. Bernardus
2001
6.0
6.0
6.0
6.0
4.0
5.0
65,0
Ter Doest
2003
6.0
6.0
6.0
5.0
5.0
5.0
65,0
Heidepoort
1963
5.5
4.0
6.0
5.0
5.5
7.0
65,5
De Schakel
2004
6.0
6.0
6.0
6.0
5.5
5.0
68,0
De Wereldboom (Ark)
2001
6.0
6.0
5.5
5.5
7.0
5.0
69,5
St. Willibrordus (bouwdeel 2)
2014
8.0
7.0
7.0
6.0
5.0
8.0
82,0
Inghelosenberghe
2018
8.0
8.0
7.0
5.0
5.0
8.0
83,0
Bouwjaar Schoolnaam
10 Dit is het ruimtetekort/ overschot binnen het onderwijs, daarnaast is tevens het ruimtetekort/ overschot van het
12 Uitgaande van verdeling leerlingen 40% groep 1-4 (Ark) en 60% groep 5-8 (Reynaert) o.b.v. gegevens Elevantio.
onderwijs met kinderopvang weergegeven. 11 Hoofdlocatie van basisschool De Wereldboom
13 Nevenlocatie van basisschool De Wereldboom
Referentie: 1734801-0106.1.1.
Pagina 15 van 38
4.3. Reflectie op de Opgave •
De leerlingenprognose voor de gemeente Hulst daalt in de aankomende jaren met 10%. In de prognose is geen rekening gehouden met de woningbouwontwikkeling van Groote Kreek ll.
•
Op het gebied van onderwijscapaciteit wijst de leerlingenprognose en capaciteitsanalyse op een overschot aan ruimte. Deze ruimte wordt momenteel strategisch benut om de gewenste onderwijsconcepten te implementeren en de kwaliteit van het onderwijs verder te verbeteren. Bij vervanging de scholen wordt het overschot teruggebracht.
•
Bij iedere basisschool in de gemeente Hulst is kinderopvang en/of buitenschoolse opvang aanwezig.
•
De in paragraaf 1.2 geschetste opgave voor de gemeente Hulst wordt in dit hoofdstuk bevestigd. Uit de uitgevoerde quickscans blijkt dat er in de aankomende jaren een aanzienlijke vervangings- en vernieuwingsopgave ontstaat voor de scholen van de gemeente. Dit wordt met name veroorzaakt door de uitstraling van de gebouwen, de leeftijd van de gebouwen, het binnenmilieu en de exploitatie.
•
Uit de quickscan blijkt dat er in de eerste termijn één directe vervangings- of vernieuwingsopgave is voor de gemeente Hulst. De tweede termijn is daarentegen omvangrijk, met zes scholen die aandacht behoeven. Om de vervangingsopgave overzichtelijk en beheersbaar te houden, is het wenselijk om in programmering te kijken naar een evenwichtige verdeling van de projecten over termijn 1 en 2 (komende acht jaar).
•
De gebouwen van de basisscholen in de omliggende kleine kernen zijn redelijk op orde, op den duur vragen deze scholen om een vervanging met aandacht voor de capaciteit (aantal leerlingen). Dit kan bij de herijking van het IHP opgepakt worden.
Referentie: 1734801-0106.1.1.
Pagina 16 van 38
5. Scenario’s Dit hoofdstuk bespreekt de scenario’s voor de huisvesting van het onderwijs en kinderopvang in de gemeente Hulst. De diverse scenario’s worden onderbouwd aan de hand van de capaciteitsanalyse, QuickScan scores en overige criteria. De scenario’s en prioritering zijn tot stand gekomen in samenspraak met de gemeente en schoolbestuur. Er wordt nog geen afweging gemaakt ten aanzien van nieuwbouw / renovatie en clustering van de gebouwen. Dit vereist bij de uitvoering van het IHP een gedegen afweging middels haalbaarheidsonderzoeken per locatie.
5.1. Scholenlandschap Gemeente Het scholenlandschap in de gemeente Hulst laat een gevarieerde spreiding zien over de verschillende kernen binnen de gemeente, wat zorgt voor een lokaal en toegankelijk onderwijsaanbod voor gezinnen in de directe omgeving. Er zijn geen redenen om hier van af te wijken en het schoolbestuur ziet hier op toe. In Hulst is de concentratie van scholen groter, terwijl in de kleinere kernen één school is gehuisvest. Alle BO scholen in de gemeente Hulst vallen onder het bestuur van Elevantio. De denominatie van de scholen is veelal Rooms-Katholiek, met uitzondering van twee openbare scholen. De huidige situatie binnen de gemeente is in deze paragraaf weergegeven op de scholenlandschap kaart (figuur 3: Kaart Scholenlandschap gemeente Hulst) en de kaart Kinderopvang/buitenschoolse opvang met het aantal huidige kindplaatsen (KDV/BSO kindplaatsen + m2) is opgenomen in bijlage VI. Het scenario van de kinderopvang is volgend op het scenario van het onderwijs.
Figuur 3: Kaart scholenlandschap gemeente Hulst
Referentie: 1734801-0106.1.1.
Pagina 17 van 38
5.2. Opgave en scenario’s In onderstaande alinea’s wordt per schoollocatie de opgaven voor de komende 20 jaar benoemd en voorkeurs scenario’s omschreven. Het scenario en daarmee het toekomstperspectief wordt vanuit de verordening bepaald op basis van capaciteit (tekort) en kwaliteit (quickscan). Aangezien er tekorten zijn, wordt voornamelijk gekeken naar de kwaliteit en het terugbrengen van de overschotten. Dit laatste kan bijv. door clustering van onderwijslocaties, met aandacht voor het behouden van het onderwijs in de kleine kernen. De gemeente Hulst is onderverdeeld over 3 deelgebieden, welke een andere dynamiek kennen: • De stad Hulst • De kernen aan de noordzijde van Hulst: Kloosterzande, Vogelwaarde, Graauw en Lamswaarde • De zuidelijk gelegen kernen (grenzend aan Hulst en de Belgische grens): Sint Jansteen, Clinge, Heikant en Nieuw Namen In dit hoofdstuk is per school een overzicht met de informatie van de school opgenomen. Hieronder volgt een toelichting over hoe deze overzichten gelezen moeten worden: • De labels in de kaarten geven een toelichting op het betreffende schoolgebouw. • Onder de schoolnaam staat de QuickScan score weergegeven met de kleur van de vervanging-/ vernieuwingstermijn. • Het label geeft de leerlingenprognose weer. • Het label geeft de bijbehorende ruimtebehoefte, bestaande m² bvo en ruimtetekorten/-overschotten weer.
Overschotten worden hierbij in het groen weergegeven en tekorten in het rood.
5.2.1 De stad Hulst In de stad Hulst zijn meerdere scholen gevestigd, namelijk vijf Kindcentra en één school voor speciaal basisonderwijs.
leerlingenprognose (zie H. 4.1.). Op basis van het huidig aantal leerlingen uit Groote Kreek I, is in samenspraak met de gemeente Hulst en schoolbestuur Elevantio, verhoudingsgewijs een uitgangspunt ingenomen over het toekomstig aantal leerlingen uit Groote Kreek II dat in de gemeente Hulst naar een kindcentrum zal gaan. In dit IHP wordt rekening gehouden met 44 extra leerlingen. 5.2.1.2 Primair onderwijs Hulst Noord In Hulst Noord zitten de scholen, Kindcentrum de Nobelhorst, Kindcentrum de Moerschans en Kindcentrum de Wereldboom (de Ark en Reynaert). Het gebouw van Kindcentrum de Nobelhorst is gebouwd in 1971. Het gebouw is daarmee 53 jaar oud en nadert kwalitatief gezien het einde van de levensduur. De basisschool heeft normatief een overschot. De overmaat wordt momenteel ingezet voor onderwijs en (deels) verhuurd aan de kinderopvangpartner, 180 m2 bvo. De bestaande gebouwstructuur sluit niet aan bij de onderwijsvisie van de school. De Quickscan-methodiek adviseert rekening te houden met een voorziening voor de Nobelhorst binnen 0 – 5 jaar. 12 Nobelhorst
QuickScan Bouwjaar bvo Onderwijs [m2] bvo Opvang [m2]
50,5 1971 1.699 180
Leerlingenprognose Ruimtebehoefte Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs & Opvang [m2]
Referentie: 1734801-0106.1.1.
247 249 242 235 226 224 220 1.442 1.453 1.415 1.382 1.338 1.327 1.306 437 426 464 497 541 552 573 257 246 284 317 361 372 393
Kindcentrum Moerschans is gehuisvest in een gebouw uit 1978. Het gebouw is daarmee 46 jaar oud. De basisschool heeft normatief een groot overschot. Deze ruimte wordt momenteel strategisch benut om het gewenst onderwijsconcepten in te passen en wordt (deels) verhuurd aan de kinderopvang, 120 m2 bvo. De Quickscan-methodiek adviseert rekening te houden met een voorziening voor de Moerschans binnen 5 – 10 jaar. 10 Moerschans
5.2.1.1 Woningbouwontwikkeling Groote Kreek II In Hulst Zuid wordt een woningbouwontwikkeling gerealiseerd van ca. 250 woningen, namelijk Groote Kreek II. Deze woningbouwontwikkeling is niet opgenomen in de
2025 2026 2028 2030 2035 2040 2044
QuickScan Bouwjaar bvo Onderwijs [m2] bvo Opvang [m2]
60,0 1978 1.303 120
Leerlingenprognose Ruimtebehoefte Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs & Opvang [m2]
2025 2026 2028 2030 2035 2040 2044 92 676 747 627
93 681 742 622
89 660 763 643
90 665 758 638
89 660 763 643
88 655 768 648
87 650 773 653
Pagina 18 van 38
Kindcentrum De Wereldboom bestaat uit twee gebouwen, de onderbouwlocatie Reynaert aan de Sportlaan (bouwjaar 1973) en de bovenbouwlocatie aan de Ark aan de Tabakstraat (bouwjaar 2000). 8 De Wereldboom (Reynaert)
QuickScan Bouwjaar bvo Onderwijs [m2] bvo Opvang [m2]
61,5 1973 709 141
Leerlingenprognose Ruimtebehoefte Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs & Opvang [m2]
7 De Wereldboom (de Ark)
QuickScan de Ark Bouwjaar de Ark bvo Onderwijs [m2] bvo Opvang [m2]
69,5 Leerlingenprognose 2001 Ruimtebehoefte Onderwijs [m2] 686 Tekort/overschot Onderwijs [m2] 87 Tekort/overschot Onderwijs & Opvang [m2]
2025 2026 2028 2030 2035 2040 2044 68 540 310 169
68 540 310 169
65 526 324 183
63 518 332 191
62 514 336 195
62 510 340 199
60 502 348 207
2025 2026 2028 2030 2035 2040 2044 101 510 263 176
101 510 263 176
97 489 284 197
95 477 296 209
94 471 302 215
93 465 308 221
90 453 320 233
Het middelste gedeelte van locatie Reynaert aan de Sportlaan is in 1973 gebouwd als tijdelijke huisvesting, maar staat inmiddels al ruim 50 jaar en nadert het einde van de levensduur. Aan zowel de voor- als achterzijde van het gebouw heeft een uitbreiding plaatsgevonden. De basisschool heeft normatief op beide locaties een overschot. Deze ruimte wordt momenteel benut om de gewenste onderwijsconcepten in te passen en wordt (deels) verhuurd aan de kinderopvangpartners, 222 m2 bvo. Voor schoolbestuur Elevantio is het wenselijk dat de gehele school in de toekomst gehuisvest wordt op één locatie (verkeersveiligheid leerlingen, team etc.). Beide gebouwen hebben normatief een overschot, maar zijn niet voldoende groot om het gehele kindcentrum te huisvesten. Daarnaast bieden de terreinen los van elkaar niet voldoende mogelijkheden voor uitbreiding om het kindcentrum op één locatie te huisvesten. De Quickscan-methodiek adviseert voor de locatie Reynaert (Sportlaan) rekening te houden met een voorziening binnen 5 – 10 jaar en voor locatie de Ark (Tabakstraat) na 20 jaar. Toekomstscenario kern Hulst Noord Gezien de projecten en situatie in kern Hulst Noord, waaronder de prioritering van Nobelhorst en Moerschans, en de wens van Elevantio om de Wereldboom op één locatie
Referentie: 1734801-0106.1.1.
te huisvesten, wordt overwogen om de scholen te clusteren. Zowel de Gemeente Hulst als schoolbestuur Elevantio hebben aangegeven dit een wenselijk scenario te vinden, echter is dit mede afhankelijk van de beschikbaarheid van locaties en stedenbouwkundige inpassing. Het advies is om de haalbaarheid van de clustering te onderzoeken in een haalbaarheidsstudie en een gebiedsvisie/ verkeerkundig onderzoek. Er wordt rekening gehouden met in totaal ongeveer 435 leerlingen, gebaseerd op het huidig aantal leerlingen woonachtig in het voedingsgebied van de kern Hulst Noord. Met inachtneming van de doorlooptijden van het haalbaarheidsonderzoek en de bestuurlijke verkenning wordt verwacht dat dit project (gefaseerd) wordt opgeleverd in termijn 2 (4 – 8 jaar). In de programmering wordt vooralsnog alleen gekeken naar de quickscan score (kwaliteit) van de scholen. 5.2.1.3 Primair onderwijs kern Hulst Zuid In kern Hulst Zuid is één kindcentrum aanwezig, Kindcentrum Sint Willibrordus. De school bestaat uit twee gebouwdelen: de oudbouw uit 1951 en een vernieuwbouwd deel uit 2014. Het kindcentrum beschikt over een eigen gymzaal, welke gevestigd is in de oudbouw. Volgens de prognoses blijft het leerlingaantal van Kindcentrum Sint Willibrordus in de aankomende jaren stabiel. De basisschool heeft normatief een overschot aan ruimte.