CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

Hulster Nieuwlandweg 17-19 Hulst toelichting ON03

Gemeenteraad 10 november 2022, gemeente HulstBij agendapunt: Voorstel tot het ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan ‘Binnenstad Hulst, Hulster Nieuwlandweg 17-19, Hulst’13.187 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

6.2 Financiële uitvoerbaarheid

De financiële uitvoerbaarheid van het project wordt aan de gemeente Hulst aangetoond. In de Wet ruimtelijke ordening is de grondexploitatiewet opgenomen. De zogenaamde grexwet regelt verplicht kostenverhaal door de gemeente. De gemeente legt dit kostenverhaal vast in een exploitatieplan. Van een exploitatieplan kan worden afgezien door in het kostenverhaal anderszins te voorzien (overeenkomst met alle grondeigenaren in het plangebied of volledig grondeigendom). In een bestemmingsplan is sprake van kostenverhaal (6.2.3. t/m 6.2.5. Bro) als een bouwplan (6.2.1 Bro) wordt mogelijk gemaakt. De wetgever heeft de volgende verschillende bouwplannen vastgesteld. Bouw van één of meer woningen; Bouw van één of meer andere hoofdgebouwen; Uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m² of met één of meer woningen; Verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht worden, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; Verbouwing van een of meer gebouwen voor andere doeleinden mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.000 m² bedraagt; De bouw van kassen tot 1.000 m². In dit bestemmingsplan wordt een 'bouwplan' mogelijk gemaakt dat voorziet in de bouw van één woning. Er is sprake van een bouwplan als bedoeld in de grondexploitatiewet waarvoor kostenverhaal verplicht is.

De gemeente heeft met de grondeigenaren een anterieure overeenkomst gesloten over eventueel kostenverhaal voor de woning. De kosten die de gemeente op een ontwikkelaar kan verhalen staan vermeld in 6.2.3, 6.2.4 en 6.2.5 Bro. De gemeente is dan ook niet

29

genoodzaakt op basis van 6.12 Wro een exploitatieplan vast te stellen. De eigenaar van het perceel, danwel de toekomstige eigenaren voorzien in de financiering van de bouwplannen. Conclusie Geconcludeerd mag worden dat de financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan afdoende is gewaarborgd en dat geen exploitatieplan hoeft te worden opgesteld.

30

Bijlage 1 | Watertoetstabel

31

De watertoetstabel ondersteunt de onderbouwing van de wateraspecten in een ruimtelijk plan. Thema en water(beheer)doelstelling

Uitwerking

Veiligheid waterkeringen

De nieuw te bouwen woningen aan de Hulster Nieuwlandweg is niet gelegen nabij een waterkering.

Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.

huidige situatie

na realisatie

Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.

dakoppervlak

180

400

1

dichte bodemverharding

100

200

2

doorlatende bodemverharding

0

0

3

wateroppervlak

0

0

4

Op het perceel is bedrijfsbebouwing gesloopt met een oppervlakte van 180 m2, daarnaast is ca 100 m2 klinkerverharding verwijderd. In de toekomstige situatie worden er twee woningen op het perceel mogelijk gemaakt. Hiervoor is per woning een dakoppervlak van 200 m2 gerekend en een dichte bodemverharding van eveneens 100 m2. In de toekomstige situatie is er sprake van een toename van een verhard oppervlak van 320 m2 (feitelijke situatie). Dit betekent een waterbergingsopgave van 24 m3 (320 x 0,075). In de regels behorende bij dit bestemmingsplan is hiervoor een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Het bouwpeil is 20 centimeter boven straatniveau.

Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.

Er is sprake van gescheiden afvoer van afvalen hemelwater. Het afvalwater wordt aangesloten op het gemengd rioolstelsel aan de Hulster Nieuwlandweg. Het hemelwater wordt aangesloten op een waterberging die op eigen perceel wordt gerealiseerd.

Grondwaterkwantiteit en verdroging Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.

Grondwaterkwaliteit Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.

Oppervlaktewaterkwaliteit Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren.

De buffer krijgt een open verbinding met de achterliggende Binnenvest. Om schade bij het onderhoud van de Binnenvest te voorkomen wordt de HWA uitlaat voorzien van een betonnen uitstroombak. Beide leidingen kunnen worden samengevoegd, zodat er maar één uitstroombak nodig is. Het perceel is volgens de provinciale waterkansenkaart geschikt voor beperkte tot ruime infiltratiemogelijkheden. Gelet op de ruime oppervlakte van het totale perceel, zal op het perceel een passende waterberging worden gerealiseerd. Deze zal vooraf worden afgestemd met Waterschap Scheldestromen. Door hemelwater te infiltreren geeft dit een bijdrage in de verdrogingsbestrijding. Door bij de bouw geen gebruik te maken van uitlogende materialen, zoals zink en lood, maar enkel door gebruik te maken van duurzame niet-uitloogbare bouwmaterialen, zal de ontwikkeling geen gevolgen hebben voor de grondwaterkwaliteit. Door bij de bouw geen gebruik te maken van uitlogende materialen, zoals zink en lood, maar enkel door gebruik te maken van duurzame niet-uitloogbare bouwmaterialen, zal de ontwikkeling geen gevolgen hebben voor de oppervlaktewaterkwaliteit.

Volksgezondheid Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de daarvoor benodigde ruimte.

Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken.

Natte natuur Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.

De ontwikkeling zal geen gevolgen hebben voor de volksgezondheid.

Volgens de provinciale waterkansenkaart is er ter plaatse sprake van een matig/weinig zettinggevoelig gebied. De nieuwe ontwikkeling zal geen gevolgen hebben ten aanzien van bodemdaling. In de nabijheid van het plangebied is geen natte natuur gelegen.

Onderhoud oppervlaktewater Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.

Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan de Binnenvest waarlangs een beschermingszone in het kader van de Keur watersysteem geldt tot 7 m uit de insteek van het oppervlaktewater. Binnen deze zone is de Keur en het vergunningenbeleid van toepassing en dienen voorgenomen activiteiten hieraan getoetst te worden.

Andere belangen waterbeheerder Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren.

Wegen in beheer bij het waterschap

De ontwikkeling is niet gelegen in eigendommen van waterschap Scheldestromen. De ontwikkeling is niet gelegen aan, of nabij waterschapswegen.

Bijlage 2 | Stikstofberekening

33

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Tom de Koster Hulster Nieuwlandweg ong., 4561 HA Hulst Bouw woning Hulster Nieuwlandweg 17 Bouw van een nieuwe woning op een bouwkavel aan de Hulster Nieuwlandweg ong. te Hulst.

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RaigbqJxpXWL 27 juli 2022, 18:26 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar 2023

Emissie NH₃ 0,1 kg/j

Emissie NOₓ 0,9 kg/j

Resultaten

Hoogste depositie -

Hexagon

Gebied

Bewonersverkeer gebruiksfase - Beoogd Bewonersverkeer gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

RaigbqJxpXWL (27 juli 2022)

2/6

Projectberekening

Bewonersverkeer gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen  Verkeersnetwerk

RaigbqJxpXWL (27 juli 2022)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,1 kg/j

0,9 kg/j

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RaigbqJxpXWL (27 juli 2022)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Bewonersverkeer gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal

RaigbqJxpXWL (27 juli 2022)

Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste Met afname (ha Grootste gekarteerd) depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol gekarteerd) afname (mol N/ha/jr) N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

-

-

-

5/6

Projectberekening

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.1.1_20220705_74979f573b Database versie 2021.1.1_74979f573b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RaigbqJxpXWL (27 juli 2022)

6/6

Bijlage 3 | Archeologisch advies

35

Bijlage 4 | Quickscan Flora en Fauna

37

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Hulsternieuwlandweg Hulst

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Hulsternieuwlandweg Hulst

1

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Hulsternieuwlandweg Hulst

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Hulsternieuwlandweg Hulst

Datum: 6 februari 2022 Opdrachtgever: Uitgevoerd en opgesteld door: Ecomark Advies en Beheer Churchillweg 19 Hulst © Niets uit deze rapportage mag gekopieerd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur.

2

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Hulsternieuwlandweg Hulst

INHOUD

1

Inleiding ......................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding en doel onderzoek ................................................................................ 4 1.2 Kader ..................................................................................................................... 4 1.3 Afbakening plangebied en werkwijze ..................................................................... 8 1.4 Opzet beoordeling..................................................................................................

9 2 Beschrijving huidige situatie en voorgenomen activiteiten.............................................10 3 Soortenbescherming.....................................................................................................12 3.1 Zoogdieren............................................................................................................12 3.2 Vogels ...................................................................................................................13 3.2.1 Broedvogels ......................................................................................................13 3.2.2 Watervogels ......................................................................................................13 3.3 Reptielen en Amfibieën .........................................................................................14 3.4 Vissen ...................................................................................................................14 3.5 Ongewervelden .....................................................................................................14 3.6 Vaatplanten...........................................................................................................15 4 Toetsing Natura 2000 (Vogelrichtlijn / Habitatrichtlijn) en Natuurbeschermingswet en Natuurnetwerk Zeeland

(NNZ)..............................................................................................16 5 Conclusies en aanbevelingen mbt de uitvoering ...........................................................17

Bijlage 1 Kaart Natuurbeheerplan, Natura 2000 Bijlage 2 Informatie Wet natuurbescherming

3

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Hulsternieuwlandweg Hulst

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel onderzoek

De opdrachtgever wil op een braakliggend terrein aan de Hulsternieuwlandweg een woning realiseren. Voor deze activiteit geldt een onderzoeksplicht in het kader van beschermde natuurwaarden. Deze rapportage bevat de resultaten van een voorstudie van beschikbare kennis op het gebied van beschermde natuurwaarden. Op basis van de gevonden resultaten kan op voorhand bepaald worden of significante effecten op de huidige (beschermde) natuurwaarden al dan niet uit te sluiten zijn en wat eventueel nog nader onderzocht dient te worden. In deze quickscan worden dan ook de volgende vragen, voor zover mogelijk, beantwoord: • • • • •

1.2

Tot welke (mogelijke) effecten leidt het bouwen van woning op beschermde natuurwaarden? Wat is de reikwijdte van de mogelijke effecten? Hoe beïnvloeden de effecten de jaarrond beschermde soorten en de kwalificerende natuurwaarden, gelet op de instandhoudingsdoelen? Zijn mogelijke negatieve effecten significant? Al of niet in combinatie met andere projecten in de omgeving? Op welke wijze kunnen negatieve effecten voorkomen of gemitigeerd worden?

Kader

Soortbescherming De soortbescherming is per 01/01/2017 ook opgenomen in de Wet natuurbescherming. Deze wet omvat ook de bescherming van Habitatrichtlijnsoorten buiten de aangewezen Natura 2000-gebieden. Deze bescherming geldt overal in Nederland, ook in de beschermde gebieden. De soortbescherming kent geen externe werking. Projecten worden getoetst aan de directe invloed op beschermde waarden binnen de grenzen van het projectgebied. Conform deze wet is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijke voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Vanuit deze kennis dienen plannen e projecten getoetst te worden aan eventuele strijdigheid met de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Onder de werking van de soortbescherming vallen circa 930 dier- en plantensoorten. Alle inheemse zoogdieren, vogels, amfibieën, en reptielen zijn beschermd. Tevens hebben een aantal planten, vissen, insecten en ongewervelden een beschermde status. Voor de in het wild voorkomende planten en dieren geldt bovendien de algemene zorgplicht (art. 1.11). Volgens de Wet natuurbescherming mogen beschermde dier- en plantensoorten niet worden gedood, gevangen, opzettelijk worden verontrust of gedood. Voortplanting- of vaste rust of verblijfplaatsen mogen niet opzettelijk worden beschadigd of vernield.

Habitatrichtlijnsoorten mogen tevens niet opzettelijk worden verstoord. Beschermde planten mogen niet opzettelijk

4

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Hulsternieuwlandweg Hulst

van hun groeiplaats worden verwijderd of vernield. De verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (Wnb) staan vernoemd in onderstaand kader. Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Wnb)

Bron: Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, Ministerie van Economische Zaken

5

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Hulsternieuwlandweg Hulst

De werkingssfeer van de Wet natuurbescherming is niet beperkt tot of gerelateerd aan speciaal aangewezen gebieden, maar geeft de beschermde soorten overal in Nederland bescherming. In o.a. artikelen 3.3, 3.8 en 3.10 van de Wet natuurbeschermingswet worden de ontheffings- en vrijstellingsmogelijkheden weergegeven. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de ontheffing- of vrijstelling (zoals werken met een goedgekeurde gedragscode) hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het plangebied. Beschermde soorten – met (Provinciale) vrijstelling: Voor deze soorten geldt een vrijstelling van een of meerdere verbodsbepalingen (zoals bijvoorbeeld het vangen van dieren en/of het vernielen van vaste verblijfsplaatsen. Voor deze soorten is derhalve in veel gevallen geen ontheffing nodig. Wel geldt ten aanzien van deze soorten de zorgplicht, die eveneens van de Wet natuurbescherming uitgaat. Soorten die vallen onder de vrijstelling betreft over het algemeen (en dus per Provincie verschillend) onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals algemene muizen- en spitsmuizen, de woelrat, de egel, konijn, ree en vos, algemene amfibiesoorten, waaronder de bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander.

Overige ‘nationaal beschermde’ soorten: Voor deze soorten geldt voor ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer een mogelijkheid voor ontheffing, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Voor deze soorten is derhalve een ontheffing nodig of kan gewerkt worden met een goedgekeurde gedragscode. Soorten die vallen onder dit nationale beschermingsregime vallen betreft onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals das, boommarter, algemene amfibieën en reptielen alpenwatersalamander, hazelworm, flora als schubvaren en bokkenorchis en vissoorten waaronder de grote modderkruiper. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Habitatrichtlijnsoorten: Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode.

Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Tot dit beschermingsregime horen o.a. alle vleermuissoorten, de bever, otter, noordse woelmuis, verschillende amfibiesoorten waaronder rugstreeppad en kamsalamander.

6

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Hulsternieuwlandweg Hulst

Vogelrichtlijnsoorten: Alle vogels zijn in Nederland gelijk beschermd. Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling ook geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Zorgplicht Voor alle in het wild voorkomende plant- en diersoorten, dus ook voor onbeschermde en beschermde soorten die zijn vrijgesteld geldt wel de ook ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wet natuurbescherming). Deze zorgplicht houdt in dat initiatiefnemer passende maatregelen moet nemen om schade aan beschermde gebieden en in het wild voorkomend plant en diersoorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden voor de verschillende soortgroepen zijn niet allen gelijk.

Als ‘veilige’ periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en diersoorten als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Indien een locatie in die periode bouwrijp wordt gemaakt, kan daarna gedurende het winterseizoen en het daarop volgende voorjaar probleemloos worden gewerkt. Zo kan bijvoorbeeld vegetatie gedurende het groeiseizoen kort gemaaid worden, zodat er geen vogels gaan broeden en het tegen de winter ook ongeschikt is voor kleine zoogdieren of amfibieën die in winterslaap gaan. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen genomen te worden om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen of terreindelen af te zetten en het werk ter plaatse stil te leggen). Ecologische begeleiding kan hierin voorzien. Gebiedenbescherming Natura 2000 De Europese Vogelrichtlijn (1979) regelt de bescherming van leefgebieden van Europees bedreigde en kwetsbare vogelsoorten. Met de Europese Habitatrichtlijn (1992) worden Europese (half-) natuurlijke habitats en bedreigde en kwetsbare dier- (andere dan vogels) en plantensoorten beschermd.

De Natura 2000-gebieden zijn de gebieden die zijn aangewezen als speciale beschermingszones (SBZ’s) in het kader van de EU Vogel- en/of Habitatrichtlijn. Deze gebieden samen vormen het omvangrijke Europese netwerk Natura 2000. Het hoofddoel van Natura 2000 is het stoppen van de achteruitgang en de waarborging van de biodiversiteit in Europa. De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn in Wet natuurbescherming (Wnb) overgenomen. Vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn belangrijke bepalingen overgenomen. Eén van die bepalingen is het afwegingskader, incl. compenserende maatregelen, zoals dat in artikel 6 van de Habitatrichtlijn staat. Het afwegingskader geeft aan op welke wijze besluitvorming plaats moet vinden voor plannen en projecten met mogelijke gevolgen voor beschermde natuurgebieden.

7

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Hulsternieuwlandweg Hulst

Binnen Nederland zijn er, in de periode 1986-2005, 79 belangrijke vogelgebieden als speciale beschermingszone (SBZ) van de Vogelrichtlijn aangewezen. In het kader van de Habitatrichtlijn zijn in 2003 141 gebieden aangemeld bij de Europese Commissie. Ongeveer 87% van het oppervlak van deze Habitatrichtlijngebieden heeft overlap met de gebieden die als Vogelrichtlijngebied zijn aangewezen. In Aanwijzingsbesluiten wordt door de minister van EZ de bescherming van de Natura 2000-gebieden juridisch vastgelegd. Centraal in de Aanwijzingsbesluiten staan de instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van leefgebieden, natuurlijke habitats en populaties van in het wild levende plant- en diersoorten, waarvoor het betreffende gebied is aangewezen. Het toetsingskader van de Wet natuurbescherming kent de volgende procedurevarianten: 1. Er is zeker geen kans op effecten: geen vergunningplicht; 2. Er een kans op effecten, maar zeker niet significant: vergunningaanvraag via een verstoringstoets/ verslechteringstoets; 3. Er is een kans op significante effecten: vergunningaanvraag via Passende Beoordeling (alternatieventoets + dwingende redenen van groot openbaar belang). Het referentiekader voor de toetsing wordt gevormd door de instandhoudingsdoelen voor de habitats en soorten waarvoor het Natura 2000gebied is aangewezen.

Natuurnetwerk Het Natuurnetwerk Zeeland, vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Zeeuwse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het maakt onderdeel uit van het Nederlandse netwerk. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; • alle Natura 2000-gebieden. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid hiervoor verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het rijk afgesproken om tot 2027 80.000 hectare natuur in te richten. Het Natuurnetwerk Nederland moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen.

1.3

Afbakening plangebied en werkwijze

Het plangebied is weergegeven in figuur 1. Het plangebied is het gebied waar de werkzaamheden zullen plaatsvinden (rood aangegeven).

8

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Hulsternieuwlandweg Hulst

Figuur 1. Plangebied (rood).

Het terrein is bezocht op 10 januari 2022. Daarnaast zijn lokale verspreidingsatlassen geraadpleegd, zijn gegevens opgevraagd en zijn openbare websites geraadpleegd.

1.4

Opzet beoordeling

De opzet van deze beoordeling is als volgt. In hoofdstuk 2 is een korte beschrijving gegeven van het studiegebied, het plangebied en de voorgenomen activiteit. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van de te verwachten en de aangetroffen natuurwaarden in het gebied. Deze gegevens zijn vervolgens geïnterpreteerd en beoordeeld in relatie tot de voorgenomen activiteit.

9

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Hulsternieuwlandweg Hulst

2 Beschrijving huidige situatie en voorgenomen activiteiten In dit hoofdstuk wordt een korte beschrijving gegeven van de huidige situatie. Het plangebied waar deze quickscan op van toepassing is, is weergegeven in figuur 1. Het plangebied is gelegen in de stad Hulst. Het betreft een braakliggend terrein aan de Hulsternieuwlandweg. Op dit moment staat er staat geen beplanting. Aangrenzend aan de noordzijde en aan de oostzijde is bebouwing, ten zuiden van het plangebied is een park en ligt de Veste van Hulst. De geplande werkzaamheden bestaan uit het bouwrijp maken van het terrein en het realiseren van nieuwbouw. Figuur 2. Luchtfoto van het plangebied en de omgeving.

10

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Hulsternieuwlandweg Hulst

Foto 1. Plangebied.

11

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Hulsternieuwlandweg Hulst

3

Soortenbescherming

Hieronder worden soorten vernoemd die in en nabij het plangebied voorkomen. Vervolgens wordt uitgewerkt of er eventueel nadelige effecten te verwachten zijn.

3.1

Zoogdieren

Huisspitsmuis, Veldmuis, Bosmuis, Rosse woelmuis, Egel. Gewone dwergvleermuis, Laatvlieger, Ruige dwergvleermuis, watervleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Baardvleermuis. Voorkomen / functie van het plangebied: Bron: Bekker 2009, Zoogdieren in Zeeland en veldbezoek, NDFF versie 15 januari 2022. Grondgebonden soorten komen sporadisch voor in het plangebied. Het plangebied heeft geen specifieke waarden voor grondgebonden zoogdieren. Het is een braakliggend terrein zonder beplanting. Vleermuizen komen voor net buiten het plangebied. Ten zuiden van het plangebied liggen belangrijke foerageergebieden voor vleermuizen. Er komt geen verlichting aan de zijde van de Veste en het park. Foerageergebieden blijven gehandhaafd. Uit te voeren maatregelen: bouwrijp maken van het terrein, bouwen van een woning. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Mitigerende maatregelen / Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Geen effecten verwacht indien er geen verlichting wordt geplaatst aan de zijde van de Veste en het park. Belangrijke vliegroutes voor vleermuizen blijven zo gehandhaafd.

12

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Hulsternieuwlandweg Hulst

3.2

Vogels

3.2.1 Broedvogels De volgende broedvogels zijn in de omgeving van het plangebied vastgesteld: Houtduif, Holenduif, Turkse Tortel, Kauw, Winterkoning, Heggenmus, Groenling, Zwartkop, Vink, Merel, Zanglijster, Grote Lijster, Zwarte roodstaart, Koolmees, Pimpelmees, Staartmees, Zwarte kraai, Ekster, Gaai, Huismus, Wilde eend, Fuut, Kuifeend, Waterhoen, Meerkoet. Vetgedrukt zijn soorten waarvan het leefgebied jaarrond beschermd is. Voorkomen / functie van het plangebied: Vogelatlas van Nederland, NDFF versie 15 jan 2022. De genoemde soorten komen voor in de directe omgeving. Het plangebied is niet in gebruik als broedgebied. Er is geen beplanting aanwezig.

Uit te voeren maatregelen: Bouwrijp maken van het terrein, bouwen van een woning. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing.. Conclusie: Op het perceel zijn geen broedvogels te verwachten.

3.2.2 Watervogels In de omgeving komen geen watervogels voor. Trekvogels en watervogels Voorkomen / functie van het plangebied: (Ministerie van Verkeer en Waterstaat e.a., Deltavogelatlas, atlas van vogelconcentraties en vliegbewegingen in het Deltagebied, digitale versie 15-jan 2022; SOVON Vogelonderzoek Nederland & Ganzenwerkgroep Zeeland.2019; In het plangebied zelf komen geen watervogels voor. Er is geen water. In de aangrenzende Veste komen wel watervogels voor. De werkzaamheden hebben geen negatief effect op de kwaliteit van het gebied voor watervogels. Uit te voeren maatregelen: bouwrijp maken van het terrein, bouwen van een woning. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet te verwachten. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Geen nadelig effect te verwachten.

13

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Hulsternieuwlandweg Hulst

3.3

Reptielen en Amfibieën

Bruine kikker, Gewone pad, Groene kikker, Kleine watersalamander.

Voorkomen en functie van het plangebied: Bron: website www.ravon.nl en NDFF versie 15 januari 2022 De genoemde soorten komen voor in waterpartijen in de wijdere omgeving van het plangebied. In het plangebied zelf zijn geen voortplantingswateren aanwezig. Uit te voeren maatregelen: bouwrijp maken van het terrein, bouwen van een woning. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: geen nadelige effecten te verwachten.

3.4

Vissen

In het plangebied komen geen vissen voor. Voorkomen en functie van het plangebied: (Website Ravon en NDFF versie 15 januari 2022). Er is geen water in het plangebied. In de Veste komen wel vissen voor. Deze ondervinden geen nadelig effect van de bouw van het huis. Uit te voeren maatregelen: bouwrijp maken van het terrein, bouwen van een woning. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Geen negatieve effecten te verwachten.

3.5

Ongewervelden

Voorkomen en functie van het plangebied: Vlinder- en Libellenwerkgroep 2003; Geene et. al. 2007; Wagenaar 2007. NDDF versie 15 januari 2022. www.verspreidingsatlas.nl In het plangebied komen geen dagvlinders, nachtvlinders, libellen, sprinkhanen en overige ongewervelde voor die beschermd worden door de Wet natuurbescherming. Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom. Het betreft een braakliggend terrein. Er komen geen

14

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Hulsternieuwlandweg Hulst

beschermde soorten voor binnen 500 meter van het plangebied. Uit te voeren maatregelen: bouwrijp maken van het terrein, bouwen van een woning. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Geen negatieve effecten te verwachten.

3.6

Vaatplanten

In het plangebied komen geen beschermde soorten voor. Voorkomen en functie van het plangebied: In het plangebied komen geen beschermde soorten voor. Bron veldbezoek, NDFF versie 15 januari 2022 en Flora Zeelandica. Het plangebied is een braakliggend terrein. Er zijn geen geschikte biotopen (voedselarme akkers, schraalgraslanden of moerassen) waar beschermde soorten voor kunnen komen. Uit te voeren maatregelen: bouwrijp maken van het terrein, bouwen van een woning. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Er komen geen beschermde soorten voor in het plangebied.

15

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Hulsternieuwlandweg Hulst

4 Toetsing Natura 2000 (Vogelrichtlijn / Habitatrichtlijn) en Natuurbeschermingswet en Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) Natura 2000 Het plangebied ligt niet in een Natura 2000 gebied, zie bijlage 1. Het meest nabij gelegen Nature 2000 gebieden in Nederland zijn de gebieden Vogelkreek en het Verdronken Land van Saeftinghe op 7 kilometer afstand. Aan Belgische zijde ligt het Stroopersbos op circa 5 kilometer afstand. De geplande ingrepen zijn relatief kleinschalig en hebben hierdoor geen effect op het genoemde Natura 2000 gebied. Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) Het plangebied is niet begrensd in het kader van de Natuurnetwerk Zeeland (NNZ, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), zie bijlage 1. De meest nabij gebied is de Hulsternieuwlanddijk op circa 0,5 kilometer afstand. De werkzaamheden hebben geen nadelig effect op de natuurkwaliteiten in gebieden die begrensd zijn in het kader van het Natuurnetwerk. Wet bescherming houtopstanden Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom. Er wordt geen beplanting gekapt. Het onderdeel Wet bescherming houtopstanden is niet van toepassing. Conclusie: Werkzaamheden worden niet uitgevoerd in een Natura 2000 gebied en niet een gebied dat is begrensd in het kader van het Natuurnetwerk Zeeland. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten op gebieden die zijn aangewezen in het kader van Natura 2000 en het NNZ.

Het onderdeel bescherming houtopstanden binnen de Wet natuurbescherming is niet van toepassing.

16

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Hulsternieuwlandweg Hulst

5

Conclusies en aanbevelingen mbt de uitvoering

Initiatiefnemer is voornemens om op braakliggend terrein aan de Hulsternieuwlandweg in Hulst een woning te bouwen. De werkzaamheden bestaan uit het bouwrijp maken van het terrein en het bouwen van een woning. Voor het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met beschermde natuurwaarden in het kader van de Wet natuurbescherming. Boven de Veste en in het aangrenzende park zijn belangrijke foerageergebieden voor vleermuizen. Indien er geen verlichting komt aan de zijde van het park en aan de zijde van de Veste worden deze vliegroutes niet verstoord en is er geen nadelig effect te verwachten. Voor andere soortgroepen is het plangebied ongeschikt leefgebied, of ze komen niet voor in de omgeving van het plangebied. Gebiedsbescherming De reikwijdte van de tijdelijke verstoring blijft beperkt tot enkele tientallen meters van het plangebied. Beschermde gebieden liggen op ruime afstand. De werkzaamheden vinden plaats op een kleine oppervlakte en hebben een kort tijdsbeslag. Na afloop van de werkzaamheden is er geen effect. Er is een zeer beperkte tijdelijke extra stikstofdepositie omdat de werkzaamheden relatief kleinschalig zijn en binnen een kort tijdsbestek uitgevoerd worden. Grondlagen en (grond)waterstromingen worden niet verstoord. Er is dus geen significante verstoring op beschermde natuurwaarden. Er wordt geen beplanting gekapt.

17

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Hulsternieuwlandweg Hulst

Bijlage 1 Natuurnetwerk Zeeland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur).

18

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Hulsternieuwlandweg Hulst

Natura 2000.(rode pijl is plangebied).

19

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Hulsternieuwlandweg Hulst

Bijlage 2 Informatie Wet natuurbescherming Zeeland

20

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Hulsternieuwlandweg Hulst

21

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Hulsternieuwlandweg Hulst

22

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Hulsternieuwlandweg Hulst

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11956833/1