GrondbeleidRaadsvoorstel
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Nummer: 285672 Aan:
Portefeuillehouder:
De raad van de gemeente Hulst
Wethouder J-P Hageman
Onderwerp: Voorstel tot het vaststellen van de Nota Grondbeleid 2020-2023 1e herziening
Inleiding 1. Situering van het onderwerp, aanleiding en probleemstelling De kaders voor het grondbeleid in de gemeente Hulst zijn vastgesteld in de huidige Nota Grondbeleid 2020-2023. Deze nota dient op grond van artikel 20 van de Financiële verordening gemeente Hulst 2017 (op basis van artikel 212 Gemeentewet) iedere 4 jaar geactualiseerd en opnieuw vastgesteld te worden door de gemeenteraad. Er is echter tussentijds aanleiding om de Nota Grondbeleid te herzien vanwege: de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2023; nieuwe jurisprudentie op het gebied van grondverkoop; nieuwe afspraken met kabel- en leidingeigenaren; Hierbij bieden wij u de Nota Grondbeleid 2020-2023 1e herziening aan. 2. Oplossingen, eventuele alternatieven en beoogd resultaat Inwerkingtreding van de Omgevingswet Op 1 juli 2008 zijn de Wet ruimtelijke ordening (Wro) met de daarin begrepen Grondexploitatiewet van kracht geworden. Daarnaast is er nog de invloed van onder meer de Onteigeningswet (Ow) en de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). Deze regelgeving is verankerd in de Omgevingswet. De Aanvullingswet grondeigendom heeft als doel het grondbeleid geschikter te maken voor de heel diverse maatschappelijke opgaven in de fysieke leefomgeving.
De Aanvullingswet Grondeigendom regelt de integratie in de Omgevingswet van een aantal instrumenten van grondbeleid, te weten, voorkeursrecht, onteigening, landinrichting en kavelruil in het landelijk gebied. Deze zijn nu geregeld in de Wet voorkeursrecht gemeenten, de Onteigeningswet en de Wet inrichting landelijk gebied. Daarnaast maakt het toepassing van de privaatrechtelijke faciliteit van kavelruil ook mogelijk in het stedelijk gebied. In de Aanvullingswet wordt onder andere een aantal wijzigingen in de regeling van het kostenverhaal opgenomen om het kostenverhaal zoals vastgelegd in de Wro te vereenvoudigen, verbeteren en flexibeler te maken. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt beoordeeld of een aparte Nota Kostenverhaal wordt opgesteld. De aanpassingen zijn nodig om te voldoen aan de huidige wetgeving, terminologie of jurisprudentie. Nieuwe jurisprudentie op het gebied van grondverkoop Op 26 november 2021 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een overheidslichaam dat een onroerende zaak wil verkopen, gelegenheid moet bieden aan (potentiële) gegadigden om mee te dingen naar deze onroerende zaak, indien er meerdere gegadigden zijn voor de aankoop van de desbetreffende onroerende zaak of redelijkerwijs te verwachten is dat er meerdere gegadigden zullen zijn. Dit houdt in dat het overheidslichaam de koper moet selecteren aan de hand van -1-
Raadsvoorstel
Nummer: 285672 objectieve, toetsbare en redelijke criteria. Deze verplichting vloeit voort uit het gelijkheidsbeginsel, dat in deze context strekt tot het bieden van gelijke kansen. Een overheidslichaam dient dit beginsel in acht te nemen bij een beslissing met wie en onder welke voorwaarden het een overeenkomst sluit tot verkoop van een aan hem toebehorende onroerende zaak. Op dit punt verschilt de positie van een overheidslichaam met die van een private partij. Het gelijkheidsbeginsel brengt ook mee dat het overheidslichaam, teneinde gelijke kansen te creëren, een passende mate van openbaarheid moet verzekeren met betrekking tot (i) de beschikbaarheid van de onroerende zaak, (ii) de selectieprocedure, (iii) het tijdschema en (iv) de toe te passen selectiecriteria. Het overheidslichaam moet hierover tijdig voorafgaand aan de selectieprocedure duidelijkheid scheppen door informatie over deze aspecten bekend te maken en wel op een zodanige wijze dat (potentiële) gegadigden daarvan kennis kunnen nemen. Het bieden van mededingingsruimte is niet vereist indien slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt. Het arrest van de Hoge Raad heeft consequenties voor de wijze waarop en voorwaarden waaronder de gemeente onnroerende zaken verkoopt. Naar aanleiding van dit arrest is de Nota Grondbeleid tekstueel aangepast.
In de Nota Grondbeleid 2020-2023 was al opgenomen dat verkoopprocessen transparant, openbaar en marktconform dienen te zijn. Nieuwe afspraken met kabel- en leidingeigenaren Op 22 juni 2021 heeft het college ingestemd met de Zeeuwse Overeenkomst Nutsbedrijven en Gemeenten (ZONG). In de ZONG zijn afspraken opgenomen over kabels- en leidingen bij grondverkoop. Vanwege deze afspraken dient de werkwijze bij grondverkoop van snippergroen te worden gewijzigd. In de ZONG is opgenomen dat er bij stroken grond met kabels en/of leidingen eerst wordt overlegd met de betreffende netbeheerder. Indien de netbeheerder zwaarwegende argumenten heeft tegen de verkoop dan wordt dat tijdig bekend gemaakt aan de gemeente. Uiteindelijk is het aan de gemeente als grondeigenaar om te besluiten om wel of niet te verkopen. Het vestigen van een recht van opstal of het verplaatsen van de kabel/leiding op kosten van de koper kan een oplossing zijn. Het voorstel is om de Nota Grondbeleid 2020-2023 in overeenstemming te brengen met de afspraken uit de ZONG. Afgezien van de bovengenoemde wijzigingen en een aantal tekstuele wijzigingen worden hieronder de inhoudelijke wijzigingen opgesomd: -
-
Hoofdstuk 2 en 3 zijn gewijzigd en in overeenstemming gebracht met de werkwijze en terminologie van de Omgevingswet Met het oog op de Omgevingswet zal worden bezien in hoeverre het noodzakelijk en wenselijk is om alsnog een aparte Beleidsnota voor het kostenverhaal op te stellen en de formule voor het toevoegen van één woning aan te passen. Als gemeentelijke bouwgrondprijs wordt in de formule een bedrag gehanteerd van € 145,-. Het is wenselijk om dit bedrag in lijn te brengen met de recent door de gemeenteraad vastgestelde grondprijzen voor de nieuwbouwplannen Clinge-west en Hof te Zandeplein (€ 200,-). Op basis hiervan zou de initiatiefnemer voor het toevoegen van één woning op een kavel van 500 m² (1 x € 3.000 + (1,5% x € 200,- x 500)) een bedrag van € 4.500 verschuldigd zijn in plaats van (1 x € 3.000 + (1,5% x € 145,- x 500)) € 4.087,50 Hoofdstuk 4.2 is aangepast conform het Didam-arrest van de Hoge Raad; Hoofdstuk 7.6.1 is aangepast op het punt kabels- en leidingen.
De wijzigingen zijn gemarkeerd in de tekst van de Nota Grondbeleid 2020-2023 1e herziening. 3. Relatie met de programmabegroting De paragraaf grondbeleid is een verplicht onderdeel van de jaarrekening en programmabegroting. 4. Planning (tijdspad) en uitvoering -2-
Raadsvoorstel
Nummer: 285672 De Nota Grondbeleid 2020-2023 1e herziening treedt in werking bij inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2023. 5. Financiële paragraaf Het vaststellen van de Nota Grondbeleid 2020-2023 1e herziening heeft geen directe financiële gevolgen. In de Nota Grondbeleid zijn kaders en uitgangspunten voor het grondbeleid opgenomen. 6. Voorstel Wij stellen u voor de Nota Grondbeleid 2020-2023 1e herziening vast te stellen bij inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2023.
Burgemeester en Wethouders van Hulst, De Secretaris, De Burgemeester, Bijlage(n): Nota Grondbeleid 2020-2023 1e herziening Onderliggende stukken (map leeskamer): -
-3-