GGDBijlage 3 Advies BC 08-09-2022 1e begrotingswijziging 2023 GGD Zeeland
Tekst van het document
Woensdag 31 augustus hebben het PAO, de BC en de GGD gesproken over de 1e begrotingswijziging 2023. Tijdens deze bijeenkomst is een aantal opmerkingen gemaakt t.w.: 1.
Er is behoefte aan een overzicht van de wettelijke en niet-wettelijke taken zoals die met de huidige formatie worden uitgevoerd aangevuld met: - de gewenste uitbreiding op deze onderdelen - de risico’s als de gewenste uitbreiding niet gehonoreerd wordt
2.
Bij de reorganisatie van 2015 is middenkader (10 fte) verdwenen. Taken van het middenkader zijn naar de medewerkers overgegaan. Nu wordt weer voorgesteld middenkader te introduceren. De vraag is in hoeverre de formatie die daardoor in de huidige formatie vrijgespeeld wordt, ingezet wordt ter dekking van de kosten van dit nieuwe middenkader en/of dat hier in de gevraagde uitbreiding rekening mee is gehouden (de productiviteit per Fte gaat immers omhoog)
3.
De gevraagde uitbreiding is voorzien per 1 januari 2023. Gezien het besluitvormingsproces, de huidige arbeidsmarktomstandigheden, de inzet die dit vraagt van de huidige organisatie is dit niet realistisch. Maak een implementatieplan waarin o.a. een fasering (in tijd en geld) en een aantal evaluatiemomenten is opgenomen.
De BC concludeert dat op basis van de nu aangeleverde definitieve stukken dat aan bovengenoemde opmerkingen onvoldoende tegemoet gekomen is. Verder merkt de BC het volgende op: 1. De gemeenten hechten belang aan de uitvoering van wettelijke taken en willen zorgvuldigheid betrachten in de oplossing (dus het juiste plan). Tegelijkertijd begrijpen we dat ook snelheid nodig is. 2. In de afspraken die de VNG namens de gemeenten met het rijk maakt is geen afspraak over de financiering van de structurele gevolgen van de pandemie. Dit houdt in dat het rijk vooralsnog deze ontwikkeling en de gevolgen daarvan voor de kosten van de gemeenten als incidenteel beschouwt. Dit betekent dat inzicht nodig is welk deel van de gevraagde extra bijdrage toe te rekenen valt aan toekomstige pandemische paraatheid en of uitstel van beleid en uitvoering daarvan wegens corona. Dit deel van de begroting wordt door de BC vooralsnog als incidenteel gezien. Vooralsnog wil zeggen tot het moment dat het rijk wil dat de gemeenten dit structureel borgen en hiervoor ook middelen toekent. 3. De gewenste uitbreiding is fors (26 Fte/200 Fte = 13%), de financiële implicaties voor de deelnemende gemeenten navenant. De BC twijfelt er niet aan dat de stukken met de grootst mogelijke zorgvuldigheid tot stand zijn gekomen.
De BC vindt het echter een gemiste kans dat er geen externe toetsing en advisering heeft plaatsgevonden, ook gezien de vraagstukken die er aan komen zoals de positie van IJZ, de samenwerking met de RUD en VRZ en het huisvestingsvraagstuk. Samenvattend adviseert de BC: * niet in te stemmen met de voorliggende begrotingswijziging * tijdelijk extra inzet te laten plegen die strikt noodzakelijk is voor uitvoering van de wettelijke taken * opdracht te geven aan een extern bureau ter toetsing/advisering van onderhavig plan Tenslotte, de BC vindt wil de BC het bestuur laten weten dat dit advies “onder stoom en kokend water” tot stand is gekomen. De hoeveelheid documenten, de complexiteit van de materie, de (financiële) impact er van etc. zouden normaliter een langere voorbereidingstijd vergen, ook gezien de vakantieperiode, dan de BC nu gegund is. Begeleidingscommissie GGD d.d. 8 september 2022