FHNota beantwoording zienswije en ambtshalve wijz
Tekst van het document
Bestemmings
Frederik Hendrikstraat ong. Lamswaarde
Notitie Beantwoording zienswijzen en overzicht ambtshalve wijzigingen.
Hulst, 20 september 2022
Pagina 1 van 9
Inhoud 1.
Inleiding.............................................................................................. 3 1.1 Algemeen ....................................................................................... 3 1.2 Leeswijzer ...................................................................................... 3
2.
Zienswijzen .......................................................................................... 4 2.1 Ingediende zienswijze ......................................................................... 4 2.2 Ontvankelijkheid ............................................................................... 4
3.
Samenvatting en beoordeling zienswijze ....................................................... 5
4.
Ambtshalve wijzigingen ........................................................................... 6
Bijlagen: 1. Verbeelding ontwerp bestemmingsplan en voorstel nieuwe verbeelding 2. Stikstofdepositieberekening inzake bestemmingsplan 3. Advies molendeskundige 4. Aanvullend natuuronderzoek invloed op Klein Vogel
Pagina 2 van 9
1. INLEIDING 1.1 Algemeen Ontwerp bestemmingsplan overeenstemming met het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening, van 29 augustus tot en met 9 oktober 2019 ter inzage gelegen. Er is gedurende deze termijn één zienswijze ingediend. Naar aanleiding van de uitspraken van de Raad van State op 17 februari 2021 en 4 mei 2022 en de bezwaren van de gemeenteraad, aangegeven in de raadsvergaderingen op 20 februari 2020 en 15 april 2021, heeft initiatiefnemer een gewijzigd bestemmingsplan ingediend. In deze notitie worden de aanpassingen in de toelichting, regels en verbeelding beschreven. De Notities beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen welke onderdeel waren van de stukken in de beraadslagingen van 20 februari 2020 en 15 april 2021 komen te vervallen. Bepaalde voorgestelde wijzigingen uit die notities worden aangepast. Deze notitie overschrijft de eerdere notities.
1.2 Leeswijzer Deze notitie bevat de beantwoording van de ingediende zienswijze, ambtshalve wijzigingen naar aanleiding van de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan in 2019, de ambtshalve wijzigingen naar aanleiding van de raadsbesluiten uit februari 2020 en april 2021 en de uitspraken van de Raad van State uit februari 2021 en mei 2022. De argumenten van de gemeenteraad en uitspraak van de Raad van State hebben geleid tot enkele aanpassingen en aanvullingen van het plan. De opbouw van de notitie is als volgt. In hoofdstuk 2 wordt de ingediende zienswijze weergegeven en wordt ingegaan op de ontvankelijkheid. In hoofdstuk 3 wordt de ingediende zienswijze samengevat en beantwoord. In hoofdstuk 4 worden de ambtshalve wijzigingen beschreven.
Pagina 3 van 9
2. ZIENSWIJZEN 2.1 Ingediende zienswijze De navolgende (rechts)personen hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om een zienswijze naar voren te brengen: 1. Provincie Zeeland, ingekomen brief met nummer 19.03632 (brief van 27 september 2019, ontvangen op 30 september 2019). 2. Ingekomen brief met nummer 19.04446 (brief van 12 november 2019, ontvangen op 14 november 2019).
2.2 Ontvankelijkheid Zienswijze nummer 1 is tijdig ingediend. Op grond hiervan wordt de zienswijze ontvankelijk geacht. Zienswijze nummer 2 is buiten de termijn ingediend. Op grond hiervan wordt de zienswijze niet ontvankelijk geacht.
Pagina 4 van 9
3. SAMENVATTING EN BEOORDELING ZIENSWIJZE Zienswijze Samenvatting De Provincie Zeeland heeft een zienswijze ingediend naar aanleiding van het feit dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ABRvSt) op 29 mei heeft besloten dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer gebruikt mag worden als onderbouwing voor het berekenen van de stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden. Deze beslissing heeft tot gevolg dat er in beginsel in alle gevallen van toename van stikstofdepositie toestemming nodig is ingevolge de Wet natuurbescherming (Wnb). Daarnaast moeten bestemmingsplannen waarin gebruik is gemaakt van de passende beoordeling van het PAS en die nog niet onherroepelijk zijn, alsnog worden voorzien van een passende beoordeling op het planniveau. Hiervoor dient de nieuwe rekenmethode te worden gebruikt. Bestemmingsplannen moeten voldoen aan de eisen van de Wnb. Bij de voorbereiding daarvan dient beoordeeld te worden of de met het bestemmingsplan mogelijk te maken ontwikkelingen significant negatieve effecten wat betreft de stikstofbelasting zouden kunnen hebben op een Natura 2000-gebied.
De Provincie Zeeland constateert dat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet is voortoets inzake stikstofdeposities bevat die voldoet en dat de Provincie Zeeland evenmin kan beoordelen of er sprake is van omstandigheden die leiden tot het maken van een passende beoordeling en milieueffectenrapport. Dit betekent dat de Provincie niet kan beoordelen of er sprake is van overeenstemming met de relevante natuurregelgeving en of zij als terzake bevoegd gezag toestemming ingevolge de Wnb kan verlenen. Overweging In de toelichting ontbreekt een passende beoordeling met betrekking tot stikstofbelasting. Er wordt een onderbouwing op basis van de nieuwste Aerius-calculator (2022) toegevoegd aan de toelichting van het bestemmingsplan (paragraaf 4.9). De zienswijze leidt tot aanpassing van de toelichting bijbehorende het bestemmingsplan. Paragraaf 4. een wijziging in de toelichting van het bestemmingsplan. De tekst die toegevoegd wordt is als volgt: -berekening uitgevoerd. De uitkomst hiervan is dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn. Het project heeft daarmee geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura2000-gebieden. Dit komt omdat de realisatie van nieuwe natuur zorgt voor interne saldering van de realisatiefase en de gebruiksfase in het plan.
Van significante gevolgen van het voorgenomen plan voor Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie is derhalve geen sprake. Er is geen vergunning op grond van de Wet
De volledige Aerius-berekening is bijgevoegd als bijlage bij deze Notitie en wordt toegevoegd als appendix 5 van de toelichting aan het Conclusie De ingediende zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de toelichting en bijlage 5 bij de toelichting van het bestemmingsplan.
Pagina 5 van 9
4. AMBTSHALVE WIJZIGINGEN Er worden ambtshalve wijzigingen in het plan opgenomen. 1. Beplantingsplan Door het toevoegen en verschuiven van bijlagen zijn enkele verwijzingen in de regels naar het beplantingsplan niet meer correct. Het beplantingsplan zal daarom in plaats van bijlage 6 bij de toelichting, bijlage 1 van de regels worden. Zodoende is het beplantingsplan ook juridisch bindend. In de toelichting en regels worden alle verwijzingen naar het beplantingsplan (appendix 5, p. 22) 2. Molenbiotoop Aangezien het plangebied gelegen is in een molenbiotoop heeft de initiatiefnemer, vooruitlopend op de vergunningaanvraag, advies opgevraagd bij een molendeskundige. De Stichting Molen Vogelzicht heeft een advies uitgebracht. De strekking van het advies is dat een bestemmingswijziging en een inrichting van het perceel zoals in het plan wordt voorgesteld een meerwaarde kan geven aan de molenomgeving en de molenbiotoop niet nadelig wordt beïnvloed. Bovenstaande tekst wordt toegevoegd aan de toelichting van het bestemmingsplan onder paragraaf 4.2 Landschap en Cultuurhistorie. Het advies is bijgevoegd als bijlage 1 bij deze Notitie en wordt bijgevoegd bij de toelichting van het bestemmingsplan als bijlage 6, aangezien het beplantingsplan als bijlage naar de regels wordt verplaatst. 3.
Natuuronderzoek De gemeenteraad besloot eerder het bestemmingsplan niet vast te stellen omdat het bouwplan te dicht bij het bestaande natuurgebied Klein Vogel werd gerealiseerd. De Afdeling stelt de gemeenteraad in zoverre gelijk dat het bestemmingsplan vanwege het ontbreken van onderbouwing op naastgelegen natuurgebied Klein Vogel heeft mogen weigeren. De Afdeling stelt vast dat het flora- en faunaonderzoek wat bij de vaststelling is voorgelegd aan de gemeenteraad, niet aangeeft op welke wijze er rekening wordt gehouden met de wezenlijke kenmerken en waarden van naastgelegen natuurgebied. Zodoende heeft initiatiefnemer in november 2020 een aanvullend natuuronderzoek laten uitvoeren door Veldbiologische Werken, Roosendaal voor het naastgelegen natuurgebied Klein Vogel. Dit onderzoek is bijgevoegd als bijlage 3 bij deze notitie en wordt bijgevoegd als bijlage 7 bij het bestemmingsplan. In het natuuronderzoek is onderzocht wat de invloed is van het bouwplan op het naastgelegen natuurgebied. De conclusies zijn samengevat in hoofdstuk 6 van het rapport. Er is aangetoond dat het huidige intensieve gebruik als landbouwgrond, met intensieve bemesting, van zeer geringe waarde is voor de flora en fauna en juist zorgt voor verruiging door nutriëntentoevoer vanuit het perceel, wat ook van negatieve invloed is op naastgelegen natuurgebied.
Vanwege het ontbreken van gewassen in het vroege voorjaar, de herfst- en winterperiode is het perceel vanwege het ontbreken van beschutting ongeschikt voor fauna. Opgaande, permanente beplanting is daarvoor veel geschikter. Ook voor vleermuizen heeft het perceel in zijn huidige hoedanigheid als landbouwgrond geen betekenis. Tevens wordt benadrukt dat de conclusies uit de quickscan correct zijn afgewogen en dat redelijkerwijs kan worden uitgesloten dat het bouwplan schadelijk is voor het natuurgebied en de beschermde soorten. Met het huidige beplantingsplan, welke in de regels wordt vastgelegd, de ren landschapselementen worden de ecologische potenties van het perceel in sterke mate benut. Een positieve toename van de biodiversiteit is te verwachten. Conclusie: Het aanvullend natuuronderzoek heeft niet eerder aan de beraadslaging ten grondslag gelegen. Het aanvullend rapport toont aan dat het naastgelegen natuurgebied geen schade zal ondervinden van voorliggend bouwplan. De ecologische potentie wordt juist versterkt en biodiversiteit zal toenemen. Er dient ook geen ontheffing in het kader van de Wet Natuurbescherming te worden aangevraagd.
Pagina 6 van 9
De Provincie heeft ingestemd met het aanvullend natuuronderzoek. Het beplantingsplan is het juridisch toetsingskader aangezien deze wordt vastgelegd in de regels van het bestemmingsplan. Het natuuronderzoek wordt toegevoegd als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan als bijlage 7 en bovenstaande conclusie wordt toegevoegd aan paragraaf 4.5 van de toelichting. Om te borgen dat de extra aan te leggen natuur duurzaam in stand wordt gehouden, wordt het noordelijk deel van het perceel omgezet naar de bestemming Natuur conform de aangepaste verbeelding in bijlage 1 bij deze notitie. Binnen de natuurbestemming kunnen geen (hoofd)gebouwen worden gerealiseerd en geldt voor vele werkzaamheden een vergunningplicht. 4. Bebouwingsoppervlakte De gemeenteraad besloot eerder het bestemmingsplan niet vast te stellen aangezien de te slopen bebouwing niet in verhouding stond met het nieuw te bouwen oppervlak. De Afdeling stelde vast dat in de Provinciale Omgevingsverordening niet is bepaald dat slechts 500 m² oppervlakte bouwkavel verkregen kan worden per bouwtitel. Dat deze omvang als uitgangspunt wordt genomen door de gemeenteraad strookt echter wel met de bepaling dat een bouwtitel kan worden verkregen voor de sloop van een schuur van 500 m² of 5000 m² glastuinbouw.
Initiatiefnemer heeft een rechtmatige bouwtitel verworven aangezien er aan de Sint Janstraat 6 te Zuiddorpe, gemeente Terneuzen, minimaal 5000 m² glastuinbouw is gesloopt. Initiatiefnemer maakt op het perceel tevens gebruik van de landhuisregeling. De regeling Landhuis bepaalt dat bebouwing van een perceel toelaatbaar is indien de oppervlakte van een bouwperceel minimaal 2 hectare bedraagt en hiervan minimaal 50% met opgaand hout is beplant. De toegestane bebouwing van een perceel wordt door deze regeling gemaximeerd op 5% van het totale perceeloppervlak. Echter wordt in dit geval, in lijn met het besluit van de gemeenteraad, het totale bebouwingsoppervlak op 500 m² bepaalt, in verhouding met het gesloopte oppervlak. Het maximale bebouwingsoppervlak van 500 m² wordt verwerkt in de regels. Dit geldt voor het totaal aan hoofdgebouw en aan- en bijgebouwen. De voorwaarde dat minimaal 50% van het totale perceel moet worden beplant met opgaand hout, blijft in stand. De regels worden als volgt aangepast: Artikel 3.2.4 Landhuizen Voor het bouwen van landhuizen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen landhuizen' gelden de volgende regels: a. Bebouwing is toelaatbaar indien de oppervlakte van een bouwperceel minimaal 2 hectare bedraagt en hiervan minimaal 50% met opgaand hout is beplant; b.
De inrichting met 50% opgaand hout is gesitueerd in het plangebied conform het beplantingsplan opgenomen in appendix 1 van de regels en dient uiterlijk 1 jaar na oplevering van de woning gerealiseerd te zijn. De beplanting dient te allen tijde in stand gehouden te worden conform de gestelde beheersmaatregelen in het beplantingsplan; c. De gezamenlijke oppervlakte van gebouwen en overkappingen mag niet meer dan 500 m² bedragen; d. Gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gerealiseerd; e. Gebouwen mogen niet binnen de natuurbestemming worden gebouwd. Bouwwerken zijn toegestaan met inachtneming van de regels in de bestemming Natuur; f. De inhoud van een hoofdgebouw mag niet meer dan 750 m³ bedragen; g. De goothoogte van aan- en bijgebouwen mag niet meer dan 4 meter bedragen. 5.Bouwregels In het bestemmingsplan Buitengebied Hulst is een algemene bouwregel opgenomen over de plaatsing van aan-, uit-, en bijgebouwen op een perceel. Om er voor te zorgen dat er geen andere gebouwen voor het hoofdgebouw worden gerealiseerd, wordt deze regel daarom toegevoegd als artikel 5.2 in de regels:
Pagina 7 van 9
32.2 Voorgevellijn Gebouwen mogen uitsluitend achter de voorgevellijn worden gebouwd. 6. Bouwvlak De gemeenteraad besloot eerder geen medewerking te verlenen aan het bouwen in de nabijheid van een natuurgebied. Het aanvullend natuuronderzoek toont aan dat er geen nadelige effecten zijn voor het natuurgebied Klein Vogel als gevolg van dit initiatief. Desondanks wordt ook het bouwvlak waarbinnen bouwwerken moeten worden gerealiseerd, aangepast. Het bouwvlak zal minimaal 50 meter van de oostelijke en westelijke perceelsgrenzen worden gesitueerd. Aan de zuidzijde blijft het 25 meter. Voor de gewenste wijziging wordt verwezen naar bijlage 1 van deze notitie. 7. Bestemming Natuur Om het behoud van de natuur naast de instandhoudingsverplichting uit artikel 3.2.4 extra te borgen, wordt de bestemming van de noordzijde van het perceel gewijzigd naar Natuur. Voor de gewenste wijziging wordt verwezen naar bijlage 1 van deze notitie. 8. Beschermingszone watergang Om goed beheer en onderhoud van de watergang in Klein Vogel te garanderen, is een beschermingszone in het bestemmingsplan opgenomen. Hier worden regels aan verbonden, om te voorkomen dat er gebouwen of diepgewortelde beplanting op kan worden gerealiseerd. Het volgende artikel wordt toegevoegd in de regels onder hoofdstuk 2: Artikel x.
Waterstaat - Beschermingszone watergang 13.1 Bestemmingsomschrijving 13.2 Bouwregels 13.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat Beschermingszone watergang' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, primair bestemd voor de bescherming, beheer en onderhoud van de watergang. 13.2 Bouwregels a. In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming; b. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd; c. In afwijking van het bepaalde onder a. en b. mag worden gebouwd in de andere bestemming, mits: 1. geen onevenredige aantasting plaats vindt van het doelmatig functioneren van de beheerzone van de watergang; 2. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de aangrenzende watergang. 13.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.3.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen; b.
het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven of ophogen; c. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; diepploegen;
Pagina 8 van 9
e. het aanleggen van kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies; f. het dempen van watergangen. 13.3.2 Uitzonderingen op het aanlegverbod Het verbod als bedoeld in artikel 13.3.1 geldt niet voor het uitvoeren werken en/of werkzaamheden: a. b. c. d.
die betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; die betrekking hebben op het aanleggen van een watergang of het aanleggen van de beheerzone van een watergang; die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
13.3.3 Toelaatbaarheid werken of werkzaamheden De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 13.3.1 zijn slechts toelaatbaar, mits: a. b.
geen onevenredige aantasting plaats vindt van het doelmatig functioneren van de beheerzone van de watergang; vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de aangrenzende watergang.
Pagina 9 van 9
# * )
rr rr rr rr rr
( !
( !
# *
rr rrr rrrrrr rrrr rrrrrrrrrrrr rrrrrr rrrrrrrrrrrrrr rrr rrr rrrrrrrrrrrrr rrrr rrrrrrrrrr rrr rrrrrr rr r r r rr rr )
# *
# * )
rr rr rr rr rr
( !
( !
# *
rr rrr rrrrrr rrrr rrrrrrrrrrrr rrrrrr rrrrrrrrrrrrrr rrr rrr rrrrrrrrrrrrr rrrr rrrrrrrrrr rrr rrrrrr rr r r r rr rr )
# *
)
)
NOTITIE Aan Van Datum Kopie Kenmerk
: : : : :
Onderwerp
: Stikstofdepositieberekening inzake bestemmingsplan Fr. Hendrikstraat, ong.
1
Provincie Zeeland ing. D.G.M. (Dennis) van Boven maandag 29 augustus 2022 Inez Perez Andujar NL.IMRO.0677.bpbuitenfrhendrik_SDB
Inleiding
Voor een perceel aan de Frederik Hendrikstraat, ong. te Lamswaarde is reeds in 2019 een bestemmingsplan opgesteld. Op het perceel is de nieuwbouw van een woning gepland conform de ruimte-voor-ruimteregeling. Van Boven Projectmanagement BV heeft destijds een stikstofberekening uitgevoerd met behulp van de voorgeschreven rekentool AERIUS Calculator, daarnaast werd een onderbouwing van de verkeersgeneratie als gevolg van het plan gegeven. In het licht van de ontwikkelingen op het gebied van stikstof en de veranderingen in de rekenmethode van AERIUS Calculator wordt in voorliggende notitie opnieuw een toelichting op de AERIUS-berekening gegeven.
2
Uitgangspunten
Per 1 juli 2021 is de partiële vrijstelling van de natuurvergunningplicht binnen de realisatiefase van een project binnen de bouwsector van kracht, conform artikel 2.9a Wnb, op basis van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering. Tijdelijke stikstofemissies in de fase van de bouw, sloop en aanleg zijn hiermee vrijgesteld van een natuurvergunningplicht. Gezien de realisatiefase van onderhavig initiatief een fase van tijdelijke aard is, valt deze onder de partiële vrijstelling. De realisatiefase is zodoende niet opgenomen in de berekening. Gebruiksfase Het gebruik van de woning brengt de volgende activiteiten met zich mee: 1. Gasverbruik nieuwe woning 2. Verkeersgeneratie
PAGINA 1 | 2
NOTITIE 2.1 GEBRUIKSFASE In de gebruiksfase wordt inzicht gegeven in de te verwachten NOx en NH3 emissie. Om dit te bepalen zijn alle mogelijke emitterende bronnen geanalyseerd. In voorliggend geval betreft dit de onderstaande bronnen: •
Gasverbruik nieuwe woning;
•
Verkeersgeneratie.
De twee bovenstaande emitterende bronnen worden in deze paragraaf nader onderzocht en toegelicht. 2.3.1 Gasverbruik nieuwe woning De nieuwe woningen worden, conform aansluitverbod uit 2018 (Wet Voortgang Energietransitie), niet op het gasnet aangesloten. Hierdoor zijn de woningen zelf geen NOx of NH3 emitterende bron. De nieuwe woningen zijn hierom neutraal (zonder emissies) gemodelleerd als oppervlaktebron in de AERIUS-berekening. 2.3.2 Verkeersgeneratie Binnen het plangebied wordt één vrijstaande woning gerealiseerd. Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Hulst. Voor deze gemeente geldt een niet stedelijk gebiedstype (bron: www.cbsinuwbuurt.nl). Deze berekening is gebaseerd op publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’ (december 2018) van CROW. Het hoogste gemiddelde kencijfer voor verkeersgeneratie van vrijstaande woningen bedraagt 8,6 mvt/weekdagetmaal. Conform het CROW is de omrekenfactor van weekdag naar werkdag 1,11. Met een verkeersgeneratie van 10 mvt/etmaal wordt dus worst case getoetst ten aanzien van het aspect verkeersgeneratie. Uitgaande van een verkeersgeneratie van 10 mvt/etmaal bij 1 woning met een autobezit van 2 auto’s per woning betreft dit een totale verkeersgeneratie van 20 mvt/etmaal. In de stikstofberekening is deze maximale verkeerstoename van 20 mvt/etmaal berekend over de uitvalsweg vanuit het perceel over de Frederik Hendrikstraat.
3
Resultaten
Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er geen meetbaar of merkbaar effect is op de kwaliteit van de stikstofgevoelige Natura 2000-habitattypen. Dit betekent dat in geen enkel relevant Natura 2000-gebied sprake is van een toename aan stikstofdepositie als gevolg van dit plan. Van significante gevolgen van het voorgenomen plan voor Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie is derhalve geen sprake. In de bijlage staan de invoergegevens en rekenresultaten zoals deze voortvloeien uit AERIUS Calculator vermeld.
4
Conclusie
Het voorgenomen plan voor de realisatie van één woning in het plangebied Frederik Hendrikstraat, ong. in Lamswaarde leidt niet tot een toename aan stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Er hoeft geen vergunning aangevraagd te worden in het kader van de Wet natuurbescherming.
PAGINA 2 | 2
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
D.G.M. van Boven Frederik Hendrikstraat ong., 4586AC Lamswaarde Frederik Hendrikstraat ong. 4586AC Lamswaarde Omzetten agrarische bestemming naar woonbestemming. Realisatiefase is vrijgesteld. Gebruiksfase: Woning is gasloos en hiermee ook vrijgesteld. Voor de berekening blijft alleen de verkeersgeneratie over.
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Rfc6oLX6aSgT 24 augustus 2022, 10:35 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar 2023
Emissie NH₃ 0,0 kg/j
Emissie NOₓ 0,4 kg/j
Resultaten
Hoogste depositie -
Hexagon
Gebied
Gebruiksfase - Beoogd Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie
Rfc6oLX6aSgT (24 augustus 2022)
2/6
Projectberekening
Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Wonen en Werken | Woningen | Bron 1 Verkeersnetwerk
Rfc6oLX6aSgT (24 augustus 2022)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,0 kg/j
0,4 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie
De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. Rfc6oLX6aSgT (24 augustus 2022)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal
Rfc6oLX6aSgT (24 augustus 2022)
Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste Met afname (ha Grootste gekarteerd) depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol gekarteerd) afname (mol N/ha/jr) N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
-
-
-
5/6
Projectberekening
Gebruiksfase, Rekenjaar 2023
1 Wonen en Werken | Woningen Naam Bron 1 Uittreedhoogte Locatie 60934, 373076 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie
4,0 m 0,500 MW
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.1.1_20220705_74979f573b Database versie 2021.1.1_74979f573b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
Rfc6oLX6aSgT (24 augustus 2022)
6/6
Bijlage 3 Advies Molendeskundige
Bijlage 4 Aanvullend natuuronderzoek
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
2 van 30
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
3 van 30
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
4 van 30
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
5 van 30
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
6 van 30
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
7 van 30
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
8 van 30
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
9 van 30
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
10 van 30
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
11 van 30
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
12 van 30
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
13 van 30
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
14 van 30
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
15 van 30
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
16 van 30
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
17 van 30
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
18 van 30
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
19 van 30
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
20 van 30
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
21 van 30
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
22 van 30
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
23 van 30
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
24 van 30
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
25 van 30
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
26 van 30
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
27 van 30
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
28 van 30
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
29 van 30
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
30 van 30
Bijlage 2
Projectcode:
78177
Projectnaam: Getekend volgens:
Kleinvogel Kuitaart NEN 5104
Meetpunt:
01
Meetpunt:
Mm01 landbouw
Datum:
3-11-2020
Datum:
3-11-2020
Boormeester:
Rob Lenting
Boormeester: 0
0
akker Klei, sterk zandig, matig humeus, zwak schelphoudend, zwak roesthoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor
40
Zand, matig fijn, matig siltig, brokken klei, laagjes schelpen, donker grijsblauw, Zuigerboor
50 70
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak schelphoudend, licht cremegrijs, Zuigerboor 100
150
200
200
Meetpunt:
Mm02 natuur
Datum:
3-11-2020
Boormeester: 0
Rob Lenting 0
20
bosschage Klei, sterk zandig, matig humeus, sterk plantenresten houdend, donker beigebruin, Guts
0
Rob Lenting 0
20
akker Klei, sterk zandig, matig humeus, zwak schelphoudend, donker grijsbruin, Guts
Rapport
BemestingsWijzer Akker-/tuinbouw MM01
Eurofins Agro Postbus 170 NL - 6700 AD Wageningen T monstername: Thijmen Schouten: 0652002114 T klantenservice: 088 876 1010 E klantenservice.agro@eurofins.com I www.eurofins-agro.com
Uw klantnummer: 8051593 Ing Bur Land BV Postbus 303 6710 BH EDE GLD
Onderzoek
Onderzoek-/ordernr: 778445/005225053
Datum monstername: 03-11-2020
Datum verslag: 17-11-2020
Kleinvogel Kuitaart (78177)
Resultaat
Eenheid
Chemisch
Fysisch
Resultaat
Streeftraject
N-totale bodemvoorraad kg N/ha C/N-ratio N-leverend vermogen kg N/ha
5830 12 95
2960 - 4650 13 - 17 95 - 145
S-plantbeschikbaar kg S/ha S-totale bodemvoorraad kg S/ha C/S-ratio S-leverend vermogen kg S/ha
69 1220 59 20
20 - 30 705 - 1650 50 - 75 20 - 30
P-plantbeschikbaar P-bodemvoorraad
kg P/ha kg P/ha
1,4 325
5,2 - 8,6 340 - 590
K-plantbeschikbaar K-bodemvoorraad
kg K/ha kg K/ha
70 180
200 - 315 325 - 460
Ca-plantbeschikbaar Ca-bodemvoorraad
kg Ca/ha kg Ca/ha
665 7015
205 - 485 5880 - 8825
Mg-plantbeschikbaar Mg-bodemvoorraad
kg Mg/ha kg Mg/ha
165 65
145 - 245 225 - 485
Na-plantbeschikbaar Na-bodemvoorraad
kg Na/ha kg Na/ha
45 60
100 - 145 65 - 100
7,5
> 5,6
Zuurgraad (pH) C-organisch Organische stof C/OS-ratio
% %
2,5 5,1 0,49
0,45 - 0,55
Koolzure kalk
%
13,5
2,0 - 3,0
Klei-humus (CEC) CEC-bezetting Ca-bezetting Mg-bezetting K-bezetting Na-bezetting H-bezetting Al-bezetting
mmol+/kg % % % % % % %
126 100 97 1,5 1,3 0,7 < 0,1 < 0,1
> 96 > 95 80 - 90 6,0 - 10 2,0 - 5,0 1,0 - 1,5 < 1,0 < 1,0
Eenheid
Resultaat
Streeftraject
rapportcijfer rapportcijfer
10,0 8,0
6,0 - 8,0 6,0 - 8,0
Verkruimelbaarheid Verslemping
Pagina: 1 Totaal aantal pagina's: 5 Rapportidentificatie: 778445/005225053, 17-11-2020
laag
vrij laag
goed
vrij hoog hoog
laag
vrij laag
goed
zeer goed
Dit rapport is vrijgegeven onder verantwoording van Drs.Ing. J. van Benthum, Business Unit Manager. Op al onze vormen van dienstverlening zijn onze Algemene Voorwaarden van toepassing. Op verzoek worden deze en/of de specificaties van de analysemethoden toegezonden. Eurofins Agro Testing Wageningen BV stelt zich niet aansprakelijk voor eventuele schadelijke gevolgen voortvloeiend uit het gebruik van door of namens ons verstrekte onderzoeksresultaten en/of adviezen. Eurofins Agro Testing Wageningen BV is ingeschreven in het RvA-register voor testlaboratoria zoals nader omschreven in de erkenning onder nr. L122 voor uitsluitend de monsternemings- en/of de analysemethoden.
MM01
Resultaat
Biologisch
Eenheid
Resultaat
Vochthoudend vermogen mm
48
Schimmel/bacterie-ratio
0,3
Streeftraject
laag
vrij laag
goed
vrij hoog hoog
0,6 - 0,9
heeft, zijn stikstof (N), zwavel (S), fosfaat (P), kalium (K), calcium (Ca) en magnesium (Mg). De andere molybdeen (Mo) en chloor (Cl). Een gewas heeft van sporenelementen relatief weinig nodig, maar een tekort kan bij ieder gewas opbrengst- en of kwaliteitsverlies veroorzaken. andere opbrengst, kwaliteit, weerbaarheid, stevigheid, vruchtbaarheid, smakelijkheid en (dier)gezondheid. Elementen kunnen elkaar ook beconcurreren. Als bijvoorbeeld de Mg-toestand 'goed' is maar de Ktoestand 'hoog' is, kan er alsnog een Mg-tekort ontstaan. De adviesgiften houden derhalve ook rekening met deze interacties.
Bemestingsadviezen en wetgeving De bemestingsadviezen streven een landbouwkundig optimale opbrengst en kwaliteit na. De adviezen houden geen rekening met restricties vanuit wetgeving. Wanneer u op bedrijfsniveau niet voldoende ruimte heeft, adviseren we de giften van de minst behoeftige gewassen te verminderen, overleg met uw adviseur. Wetgeving
Advies in kg per ha per jaar
Lever de resultaten van grondonderzoek ieder jaar opnieuw in voor 15 mei van het betreffende jaar. Dat kunt u doen op www.rvo.nl/aangifte. Voor dit perceel kunt u de volgende waarden doorgeven: P-bodemvoorraad (P-Al) = 26 mg P2O5/100 g P-plantbeschikbaar (P-PAE) = 0,5 mg P/kg Pw-getal = 18 mg P2O5/l Frequentie
Gewas
Adviesgift
Stikstof (N)
per jaar
Snijmais
205
Sulfaat (SO3)
per jaar
Snijmais
13
73
Fosfaat (P2O5)
per jaar
Snijmais
220
80
Kali (K2O)
per jaar
Snijmais
375
300
Calcium (CaO)
per jaar
Snijmais
10
Magnesium (MgO)
per jaar
Snijmais
39
Kalk (nw)
eenmalig
0 De kalkgift is gebaseerd op een optimale pH van 5,8
Effectieve org. stof
per jaar
3305
eenmalig
0
eenmalig
475
Bodemstructuur Calcium (CaO) Magnesium (MgO)
Pagina: 2 Totaal aantal pagina's: 5 Rapportidentificatie: 778445/005225053, 17-11-2020
Afvoer
Rapport MM01
Toelichting
De resultaten en/of het advies van dit bemestingsonderzoek kunt u t/m 2024 gebruiken. Laat het perceel daarna opnieuw bemonsteren. Dan krijgt u een betrouwbaar bemestingsadvies gebaseerd op de actuele bodemtoestand. Stikstof: Het N-advies betreft een gewasgericht jaargift. We adviseren deze N-gift - zo mogelijk - op te delen in meerdere giften. Of de vervolggift nodig is, kunt u tijdens het groeiseizoen laten controleren via ons BodemCheck onderzoek. In dit onderzoek wordt onder andere de plantbeschikbare (=minerale) N in de bodem gemeten. Zwavel: Zwavel (S) komt vrij bij de afbraak van organische stof of mest. Deze afbraak vindt plaats door bodemleven. Bodemleven is onder koudere omstandigheden niet erg actief. Vroeg in het voorjaar komt er derhalve weinig S vrij uit de bodem. Voor veel vroege gewassen kan het dan ook verstandig zijn om S te bemesten, zelfs al is de bodemvoorraad goed of hoog (overleg met uw adviseur). Fosfaat: De P-buffering is 52 . Het streeftraject ligt tussen de 17 - 27 De P-buffering geeft aan of de P-bodemvoorraad in staat is de Pplantbeschikbaar op het huidige peil te houden. Als de Pbuffering laag is, dan zal de P-plantbeschikbaar tijdens het groeiseizoen niet op peil blijven en zal op termijn ook de Pbodemvoorraad terug gaan lopen.
Kali: Het K-getal is voor dit perceel 8 Calcium: Het calciumadvies is - afhankelijk van de bodemtoestand - deels gewasgericht en deels bodemgericht. Het gewasgerichte CaO-bemestingsadvies (direct onder het kaliadvies) is voornamelijk bedoeld om de kwaliteit van gewassen te verbeteren. Het bodemgerichte advies is bedoeld om de bodemvoorraad van calcium op peil te brengen en zal daarnaast een positief effect hebben op de bodemstructuur (zie CEC-driehoek). Let op: mogelijk krijgt u ook een kalkgift geadviseerd. U hoeft niet meerdere keren calcium te geven; calcium uit stikstof-, fosfaaten kalkmeststoffen dient u hierop in mindering te brengen. Bodemleven: De biologische bodemvruchtbaarheid wordt nu weergegeven via activiteit en de schimmel/bacterie-ratio. Op basis van de huidige kennis wordt een waardering gegeven die afhankelijk is van de hoeveelheid organische stof. Er wordt nu nog geen advies gegeven. Via diverse onderzoeksprojecten zal er meer informatie beschikbaar komen.
Organische stof Figuur: Organische stofbalans 3965
142385 660 4,6 %
3305 5,1 % Organische stof
Jaarlijks afbraakpercentage van de totale voorraad organische stof (%): 2,7 Voorraad organische stof die over 1 jaar in de bemonsterde laag nog aanwezig zal zijn als er geen (effectieve) organische stof wordt aangevoerd. Totaal benodigde aanvoer van effectieve organische stof als gevolg van afbraak van de organische stof. Aanvoer via gewasresten (gemiddeld binnen opgegeven bouwplan of gewassen). Nog aan te vullen via bijv. dierlijke mest, groenbemesters en/of compost.
Gewas(rest)
Aanvoer effectieve organische stof
Snijmais
660 ------660
Gemiddelde aanvoer/jaar
Om het organische stofgehalte met 0,1% te verhogen dient u een extra hoeveelheid effectieve organische stof aan te voeren van: 2870 kg per ha. Figuur: Kwaliteit van de organische stof
Organische stof bestaat uit met name C, N, P, S. Wanneer de organische stof relatief veel N en of S bevat is dit aantrekkelijk voor bodemleven. Bodemleven vreet deze organische stof graag. Hierbij komt N en S vrij en het gehalte aan organische stof daalt licht (dynamische organische stof). Organische stof kan ook veel C bevatten. Dat is over het algemeen minder aantrekkelijk voor bodemleven. De organische stof wordt derhalve minder aangevreten door bodemleven; de organische stof is stabieler. Stabiele organische stof draagt onder andere bij aan de bewerkbaarheid van de bodem en aan de rulheid. Dynamische organische stof draagt eit van de organische stof is (geleidelijk) aan te passen door onder andere te letten op de eigenschappen van bodemverbeteraars als dierlijke mest, compost en gewasresten. Pagina: 3 Totaal aantal pagina's: 5 Rapportidentificatie: 778445/005225053, 17-11-2020
Dit rapport is vrijgegeven onder verantwoording van Drs.Ing. J. van Benthum, Business Unit Manager. Op al onze vormen van dienstverlening zijn onze Algemene Voorwaarden van toepassing. Op verzoek worden deze en/of de specificaties van de analysemethoden toegezonden. Eurofins Agro Testing Wageningen BV stelt zich niet aansprakelijk voor eventuele schadelijke gevolgen voortvloeiend uit het gebruik van door of namens ons verstrekte onderzoeksresultaten en/of adviezen. Eurofins Agro Testing Wageningen BV is ingeschreven in het RvA-register voor testlaboratoria zoals nader omschreven in de erkenning onder nr. L122 voor uitsluitend de monsternemings- en/of de analysemethoden.
MM01
Fysisch kationen aan het klei-humuscomplex. Uiteraard is de werkelijke structuur ook afhankelijk van weersomstandigheden en vochttoestand van de bodem tijdens berijden en bewerken en de zwaarte van machines. Figuur: Structuurdriehoek
optimale structuur goede structuur matige structuur zeer matige structuur slechte structuur huidige situatie van dit perceel
Figuur: Textuurdriehoek Naast klei (lutum), worden ook de silt- en zandfracties verdeling van bodemdeeltjes wordt onder andere gebruikt om het verslempingsrisico van een bodem in te schatten. Bij verslemping wordt de bodem dichtgesmeerd met kleinere deeltjes (klei en silt). Een heel eenzijdige verdeling (bijvoorbeeld hoofdzakelijk zand- of kleideeltjes) levert het minste risico van slemp op. Bij 10-20% klei is het risico op slemp het grootst.
De verkruimelbaarheid is goed te noemen. Echter is dit ook afhankelijk van de soort teelt. Gezien het resultaat is de kans op verslemping klein.
Pagina: 4 Totaal aantal pagina's: 5 Rapportidentificatie: 778445/005225053, 17-11-2020
Rapport MM01
Fysisch
Figuur: Waterretentiecurve De hoeveelheid plant beschikbaar water in de bemonsterde laag is 48 mm, dit is wat u maximaal zou moeten beregenen. Alles wat u meer geeft spoelt af van het perceel of zakt naar diepere lagen. Als het vochtgehalte van het perceel daalt hebben gewassen moeite om voldoende water op te nemen, de grens ligt bij pF 3,3. Wanneer u het vochtgehalte kan bepalen, begin dan met beregenen als het vochtgehalte van dit perceel op 5,7 % vocht zit en geef dan 40 mm. Het actuele vochtgehalte kan bepaald worden door een vochtsensor of verzamel grond van een tiental plekken in het perceel. Meet het gewicht van de vochtige grond en het gewicht van de grond na 24 uur drogen, het verschil tussen de twee is een indicatie van het vochtgehalte van het perceel.
Contact & info Bemonsterde laag: Grondsoort: Monster genomen door: Contactpersoon monstername:
0 - 25 cm Zand Derden Thijmen Schouten: 0652002114
Na verzending van dit verslag wordt, indien de aard en de onderzoeksmethode van het monster dit toelaat, het monster nog twee weken bij Eurofins Agro voor u bewaard. Binnen deze tijd kunt u eventueel reclameren en/of aanvullend onderzoek aanvragen.
Methode
Resultaat
Eenheid
P-bodemvoorraad
26
mg P2O5
Koolzure kalk
13,5
%
Methode
RvA
De op pagina 1 en 2 bij Resultaat vermelde waarden zijn berekend uit bovenstaande analyseresultaten. Q Em:
Methode geaccrediteerd door RvA Eigen methode, Gw: Gelijkwaardig aan, Cf: Conform
De resultaten zijn weergegeven in droge grond. Alle verrichtingen zijn binnen de gestelde houdbaarheidstermijn tussen monstername en analyse uitgevoerd. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op het in behandeling genomen materiaal op 04-11-2020
Pagina: 5 Totaal aantal pagina's: 5 Rapportidentificatie: 778445/005225053, 17-11-2020
Dit rapport is vrijgegeven onder verantwoording van Drs.Ing. J. van Benthum, Business Unit Manager. Op al onze vormen van dienstverlening zijn onze Algemene Voorwaarden van toepassing. Op verzoek worden deze en/of de specificaties van de analysemethoden toegezonden. Eurofins Agro Testing Wageningen BV stelt zich niet aansprakelijk voor eventuele schadelijke gevolgen voortvloeiend uit het gebruik van door of namens ons verstrekte onderzoeksresultaten en/of adviezen. Eurofins Agro Testing Wageningen BV is ingeschreven in het RvA-register voor testlaboratoria zoals nader omschreven in de erkenning onder nr. L122 voor uitsluitend de monsternemings- en/of de analysemethoden.
Rapport
BemestingsWijzer Akker-/tuinbouw MM02
Eurofins Agro Postbus 170 NL - 6700 AD Wageningen T monstername: Thijmen Schouten: 0652002114 T klantenservice: 088 876 1010 E klantenservice.agro@eurofins.com I www.eurofins-agro.com
Uw klantnummer: 8051593 Ing Bur Land BV Postbus 303 6710 BH EDE GLD
Onderzoek
Onderzoek-/ordernr: 778446/005225053
Datum monstername: 03-11-2020
Datum verslag: 17-11-2020
Kleinvogel Kuitaart (78177)
Resultaat
Eenheid
Chemisch
Fysisch
Resultaat
Streeftraject
N-totale bodemvoorraad kg N/ha C/N-ratio N-leverend vermogen kg N/ha
15220 10 270
2490 - 3920 13 - 17 95 - 145
S-plantbeschikbaar kg S/ha S-totale bodemvoorraad kg S/ha C/S-ratio S-leverend vermogen kg S/ha
263 3435 44 45
20 - 30 595 - 1390 50 - 75 20 - 30
P-plantbeschikbaar P-bodemvoorraad
kg P/ha kg P/ha
1,9 475
4,4 - 7,3 285 - 495
K-plantbeschikbaar K-bodemvoorraad
kg K/ha kg K/ha
165 670
170 - 265 600 - 760
Ca-plantbeschikbaar Ca-bodemvoorraad
kg Ca/ha kg Ca/ha
390 15175
175 - 405 16340 - 24510
Mg-plantbeschikbaar Mg-bodemvoorraad
kg Mg/ha kg Mg/ha
265 855
120 - 205 485 - 780
Na-plantbeschikbaar Na-bodemvoorraad
kg Na/ha kg Na/ha
420 70
85 - 120 55 - 85
7,1
> 5,0
Zuurgraad (pH) C-organisch Organische stof C/OS-ratio
% %
6,2 12,6 0,49
0,45 - 0,55
Koolzure kalk
%
7,2
2,0 - 3,0
Klei-humus (CEC) CEC-bezetting Ca-bezetting Mg-bezetting K-bezetting Na-bezetting H-bezetting Al-bezetting
mmol+/kg % % % % % % %
350 100 89 8,3 2,0 0,4 < 0,1 < 0,1
> 210 > 95 80 - 90 6,0 - 10 2,0 - 5,0 1,0 - 1,5 < 1,0 < 1,0
Eenheid
Resultaat
Streeftraject
rapportcijfer rapportcijfer
9,9 9,8
6,0 - 8,0 6,0 - 8,0
Verkruimelbaarheid Verslemping
Pagina: 1 Totaal aantal pagina's: 6 Rapportidentificatie: 778446/005225053, 17-11-2020
laag
vrij laag
goed
vrij hoog hoog
laag
vrij laag
goed
zeer goed
Dit rapport is vrijgegeven onder verantwoording van Drs.Ing. J. van Benthum, Business Unit Manager. Op al onze vormen van dienstverlening zijn onze Algemene Voorwaarden van toepassing. Op verzoek worden deze en/of de specificaties van de analysemethoden toegezonden. Eurofins Agro Testing Wageningen BV stelt zich niet aansprakelijk voor eventuele schadelijke gevolgen voortvloeiend uit het gebruik van door of namens ons verstrekte onderzoeksresultaten en/of adviezen. Eurofins Agro Testing Wageningen BV is ingeschreven in het RvA-register voor testlaboratoria zoals nader omschreven in de erkenning onder nr. L122 voor uitsluitend de monsternemings- en/of de analysemethoden.
MM02
Resultaat
Biologisch
Eenheid
Resultaat
Vochthoudend vermogen mm
57
Schimmel/bacterie-ratio
0,3
Streeftraject
laag
vrij laag
goed
vrij hoog hoog
0,6 - 0,9
heeft, zijn stikstof (N), zwavel (S), fosfaat (P), kalium (K), calcium (Ca) en magnesium (Mg). De andere molybdeen (Mo) en chloor (Cl). Een gewas heeft van sporenelementen relatief weinig nodig, maar een tekort kan bij ieder gewas opbrengst- en of kwaliteitsverlies veroorzaken. andere opbrengst, kwaliteit, weerbaarheid, stevigheid, vruchtbaarheid, smakelijkheid en (dier)gezondheid. Elementen kunnen elkaar ook beconcurreren. Als bijvoorbeeld de Mg-toestand 'goed' is maar de Ktoestand 'hoog' is, kan er alsnog een Mg-tekort ontstaan. De adviesgiften houden derhalve ook rekening met deze interacties.
Bemestingsadviezen en wetgeving De bemestingsadviezen streven een landbouwkundig optimale opbrengst en kwaliteit na. De adviezen houden geen rekening met restricties vanuit wetgeving. Wanneer u op bedrijfsniveau niet voldoende ruimte heeft, adviseren we de giften van de minst behoeftige gewassen te verminderen, overleg met uw adviseur. Wetgeving
Advies in kg per ha per jaar
Lever de resultaten van grondonderzoek ieder jaar opnieuw in voor 15 mei van het betreffende jaar. Dat kunt u doen op www.rvo.nl/aangifte. Voor dit perceel kunt u de volgende waarden doorgeven: P-bodemvoorraad (P-Al) = 45 mg P2O5/100 g P-plantbeschikbaar (P-PAE) = 0,8 mg P/kg Pw-getal = 26 mg P2O5/l Frequentie
Gewas
Adviesgift
Stikstof (N)
per jaar
Snijmais
165
Sulfaat (SO3)
per jaar
Snijmais
13
73
Fosfaat (P2O5)
per jaar
Snijmais
90
80
Kali (K2O)
per jaar
Snijmais
0
300
Calcium (CaO)
per jaar
Snijmais
25
Magnesium (MgO)
per jaar
Snijmais
0
Kalk (nw)
eenmalig
0 De kalkgift is gebaseerd op een optimale pH van 5,2
Effectieve org. stof
per jaar
7015
eenmalig
0
eenmalig
0
Bodemstructuur Calcium (CaO) Magnesium (MgO)
Pagina: 2 Totaal aantal pagina's: 6 Rapportidentificatie: 778446/005225053, 17-11-2020
Afvoer
Rapport MM02
Toelichting
De resultaten en/of het advies van dit bemestingsonderzoek kunt u t/m 2024 gebruiken. Laat het perceel daarna opnieuw bemonsteren. Dan krijgt u een betrouwbaar bemestingsadvies gebaseerd op de actuele bodemtoestand. Stikstof: Het N-advies betreft een gewasgericht jaargift. We adviseren deze N-gift - zo mogelijk - op te delen in meerdere giften. Of de vervolggift nodig is, kunt u tijdens het groeiseizoen laten controleren via ons BodemCheck onderzoek. In dit onderzoek wordt onder andere de plantbeschikbare (=minerale) N in de bodem gemeten. Zwavel: Zwavel (S) komt vrij bij de afbraak van organische stof of mest. Deze afbraak vindt plaats door bodemleven. Bodemleven is onder koudere omstandigheden niet erg actief. Vroeg in het voorjaar komt er derhalve weinig S vrij uit de bodem. Voor veel vroege gewassen kan het dan ook verstandig zijn om S te bemesten, zelfs al is de bodemvoorraad goed of hoog (overleg met uw adviseur). Fosfaat: De P-buffering is 56 . Het streeftraject ligt tussen de 17 - 27 De P-buffering geeft aan of de P-bodemvoorraad in staat is de Pplantbeschikbaar op het huidige peil te houden. Als de Pbuffering laag is, dan zal de P-plantbeschikbaar tijdens het groeiseizoen niet op peil blijven en zal op termijn ook de Pbodemvoorraad terug gaan lopen.
Pagina: 3 Totaal aantal pagina's: 6 Rapportidentificatie: 778446/005225053, 17-11-2020
Kali: Het K-getal is voor dit perceel 20 Calcium: Het calciumadvies is - afhankelijk van de bodemtoestand - deels gewasgericht en deels bodemgericht. Het gewasgerichte CaO-bemestingsadvies (direct onder het kaliadvies) is voornamelijk bedoeld om de kwaliteit van gewassen te verbeteren. Het bodemgerichte advies is bedoeld om de bodemvoorraad van calcium op peil te brengen en zal daarnaast een positief effect hebben op de bodemstructuur (zie CEC-driehoek). Let op: mogelijk krijgt u ook een kalkgift geadviseerd. U hoeft niet meerdere keren calcium te geven; calcium uit stikstof-, fosfaaten kalkmeststoffen dient u hierop in mindering te brengen. Bodemleven: De biologische bodemvruchtbaarheid wordt nu weergegeven via activiteit en de schimmel/bacterie-ratio. Op basis van de huidige kennis wordt een waardering gegeven die afhankelijk is van de hoeveelheid organische stof. Er wordt nu nog geen advies gegeven. Via diverse onderzoeksprojecten zal er meer informatie beschikbaar komen.
Dit rapport is vrijgegeven onder verantwoording van Drs.Ing. J. van Benthum, Business Unit Manager. Op al onze vormen van dienstverlening zijn onze Algemene Voorwaarden van toepassing. Op verzoek worden deze en/of de specificaties van de analysemethoden toegezonden. Eurofins Agro Testing Wageningen BV stelt zich niet aansprakelijk voor eventuele schadelijke gevolgen voortvloeiend uit het gebruik van door of namens ons verstrekte onderzoeksresultaten en/of adviezen. Eurofins Agro Testing Wageningen BV is ingeschreven in het RvA-register voor testlaboratoria zoals nader omschreven in de erkenning onder nr. L122 voor uitsluitend de monsternemings- en/of de analysemethoden.
MM02
Organische stof Figuur: Organische stofbalans 7675
297155 660 11,5 %
7015 12,6% Organische stof
Jaarlijks afbraakpercentage van de totale voorraad organische stof (%): 2,5 Voorraad organische stof die over 1 jaar in de bemonsterde laag nog aanwezig zal zijn als er geen (effectieve) organische stof wordt aangevoerd. Totaal benodigde aanvoer van effectieve organische stof als gevolg van afbraak van de organische stof. Aanvoer via gewasresten (gemiddeld binnen opgegeven bouwplan of gewassen). Nog aan te vullen via bijv. dierlijke mest, groenbemesters en/of compost.
Gewas(rest)
Aanvoer effectieve organische stof
Snijmais
660 ------660
Gemiddelde aanvoer/jaar
De hoeveelheid effectieve organische stof die u moet aanvoeren om het huidige organisch stofgehalte te handhaven, is dusdanig hoog dat het in de praktijk niet haalbaar zal zijn dit volledig te compenseren via aanvoer van gewasresten, dierlijke mest en compost. Gezien de hoogte van het huidige organische stofgehalte zal dit meestal ook niet bezwaarlijk zijn. Om het organische stofgehalte met 0,1% te verhogen dient u een extra hoeveelheid effectieve organische stof aan te voeren van: 2420 kg per ha. Figuur: Kwaliteit van de organische stof
Organische stof bestaat uit met name C, N, P, S. Wanneer de organische stof relatief veel N en of S bevat is dit aantrekkelijk voor bodemleven. Bodemleven vreet deze organische stof graag. Hierbij komt N en S vrij en het gehalte aan organische stof daalt licht (dynamische organische stof). Organische stof kan ook veel C bevatten. Dat is over het algemeen minder aantrekkelijk voor bodemleven. De organische stof wordt derhalve minder aangevreten door bodemleven; de organische stof is stabieler. Stabiele organische stof draagt onder andere bij aan de bewerkbaarheid van de bodem en aan de rulheid. Dynamische organische stof draagt eit van de organische stof is (geleidelijk) aan te passen door onder andere te letten op de eigenschappen van bodemverbeteraars als dierlijke mest, compost en gewasresten. Fysisch kationen aan het klei-humuscomplex. Uiteraard is de werkelijke structuur ook afhankelijk van weersomstandigheden en vochttoestand van de bodem tijdens berijden en bewerken en de zwaarte van machines. Figuur: Structuurdriehoek
optimale structuur goede structuur matige structuur zeer matige structuur slechte structuur huidige situatie van dit perceel
Pagina: 4 Totaal aantal pagina's: 6 Rapportidentificatie: 778446/005225053, 17-11-2020
Rapport MM02
Fysisch
Figuur: Textuurdriehoek Naast klei (lutum), worden ook de silt- en zandfracties verdeling van bodemdeeltjes wordt onder andere gebruikt om het verslempingsrisico van een bodem in te schatten. Bij verslemping wordt de bodem dichtgesmeerd met kleinere deeltjes (klei en silt). Een heel eenzijdige verdeling (bijvoorbeeld hoofdzakelijk zand- of kleideeltjes) levert het minste risico van slemp op. Bij 10-20% klei is het risico op slemp het grootst.
De verkruimelbaarheid is goed te noemen. Echter is dit ook afhankelijk van de soort teelt. Gezien het resultaat is de kans op verslemping klein. Figuur: Waterretentiecurve De hoeveelheid plant beschikbaar water in de bemonsterde laag is 57 mm, dit is wat u maximaal zou moeten beregenen. Alles wat u meer geeft spoelt af van het perceel of zakt naar diepere lagen. Als het vochtgehalte van het perceel daalt hebben gewassen moeite om voldoende water op te nemen, de grens ligt bij pF 3,3. Wanneer u het vochtgehalte kan bepalen, begin dan met beregenen als het vochtgehalte van dit perceel op 24,3 % vocht zit en geef dan 39 mm. Het actuele vochtgehalte kan bepaald worden door een vochtsensor of verzamel grond van een tiental plekken in het perceel. Meet het gewicht van de vochtige grond en het gewicht van de grond na 24 uur drogen, het verschil tussen de twee is een indicatie van het vochtgehalte van het perceel.
Contact & info Bemonsterde laag: Grondsoort: Monster genomen door: Contactpersoon monstername:
0 - 25 cm Lemig zand Derden Thijmen Schouten: 0652002114
Na verzending van dit verslag wordt, indien de aard en de onderzoeksmethode van het monster dit toelaat, het monster nog twee weken bij Eurofins Agro voor u bewaard. Binnen deze tijd kunt u eventueel reclameren en/of aanvullend onderzoek aanvragen.
Pagina: 5 Totaal aantal pagina's: 6 Rapportidentificatie: 778446/005225053, 17-11-2020
Dit rapport is vrijgegeven onder verantwoording van Drs.Ing. J. van Benthum, Business Unit Manager. Op al onze vormen van dienstverlening zijn onze Algemene Voorwaarden van toepassing. Op verzoek worden deze en/of de specificaties van de analysemethoden toegezonden. Eurofins Agro Testing Wageningen BV stelt zich niet aansprakelijk voor eventuele schadelijke gevolgen voortvloeiend uit het gebruik van door of namens ons verstrekte onderzoeksresultaten en/of adviezen. Eurofins Agro Testing Wageningen BV is ingeschreven in het RvA-register voor testlaboratoria zoals nader omschreven in de erkenning onder nr. L122 voor uitsluitend de monsternemings- en/of de analysemethoden.
MM02
Methode
Resultaat
Eenheid
P-bodemvoorraad
45
mg P2O5
Koolzure kalk
7,2
%
Methode
De op pagina 1 en 2 bij Resultaat vermelde waarden zijn berekend uit bovenstaande analyseresultaten. Q Em:
Methode geaccrediteerd door RvA Eigen methode, Gw: Gelijkwaardig aan, Cf: Conform
De resultaten zijn weergegeven in droge grond. Alle verrichtingen zijn binnen de gestelde houdbaarheidstermijn tussen monstername en analyse uitgevoerd. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op het in behandeling genomen materiaal op 04-11-2020
Pagina: 6 Totaal aantal pagina's: 6 Rapportidentificatie: 778446/005225053, 17-11-2020
RvA
Rapport
Bemestingsonderzoek water + Fe-totaal GW01+GW02
Eurofins Agro Postbus 170 NL - 6700 AD Wageningen T +31 (0)88 876 1014 F +31 (0)88 876 1011 E horti@eurofins.com I www.eurofins-agro.com
Uw klantnummer: 8051593 Ing Bur Land BV Postbus 303 6710 BH EDE GLD
Origineel Monster
Onderzoek-/ordernr: 702257/005223864
Datum monstername: 03-11-2020
Datum verslag: 04-11-2020
Objectcode: 02257
Code onderzoek: 612
Datum ontvangst: 04-11-2020
Monster genomen door: Derden
Contactpersoon monstername:
Ingenieursbureau Land Resultaat analyse
Kationen mmol/l
Anionen mmol/l
Spoorelementen
mmol/l
omgerekend resultaat
pH
7,2
NH4
< 0,1
< 1,9
ppm
K
0,2
7,8
ppm
Na
0,6
14
ppm
Ca
5,7
228
ppm
Mg
0,6
15
ppm
NO3
< 0,1
< 6,3
ppm
Cl
0,3
11
ppm
S
2,4
77
ppm
HCO3
7,5
458
ppm
P
< 0,04
< 1,3
ppm
Fe
124
6925
ppb
Zn
< 0,1
< 6,6
ppb
B
15
162
ppb
Cu
< 0,1
< 6,4
ppb
Mo
< 0,1
< 9,6
ppb
Si
0,50
14
ppm
Pagina: 1 Totaal aantal pagina's: 2 Rapportidentificatie: 702257/005223864, 04-11-2020
analyse
eenheid
Dit rapport is vrijgegeven onder verantwoording van Ir. T.G.M. Aanhane, Business Unit Manager. Op al onze vormen van dienstverlening zijn onze Algemene Voorwaarden van toepassing. Op verzoek worden deze en/of de specificaties van de analysemethoden toegezonden. Eurofins Agro Testing Wageningen BV stelt zich niet aansprakelijk voor eventuele schadelijke gevolgen voortvloeiend uit het gebruik van door of namens ons verstrekte onderzoeksresultaten en/of adviezen. Eurofins Agro Testing Wageningen BV is ingeschreven in het RvA-register voor testlaboratoria zoals nader omschreven in de erkenning onder nr. L122 voor uitsluitend de monsternemings- en/of de analysemethoden.
GW01+GW02
Historie pH
EC
NH4
K
Na
Ca
Mg
NO3
Cl
S
HCO3
P
Si
Fe
Mn
Zn
B
Cu
Mo
________ ________ ________ ________ ________ ________ ________ ________ ________ ________ ________ ________ ________ ________ ________ ________ ________ ________ ___
04-11-20
Methode
7,2
1,2
< 0,1
0,2
pH EC NH4 NO3 Cl HCO3 Overige bepalingen Fe-tot
0,6
5,7
Q Q Q Q Q Q
0,6
< 0,1
0,3
2,4
7,5
< 0,04 0,50
Em: PH-GTB Em: FILTR en EC1 Em: FILTR en SFAHFD Em: FILTR en SFAHFD Em: FILTR en SFAHFD Em: FILTR en SFAHFD Em: FILTR en ICP-HSP Em: ICP-HSP
Q Methode geaccrediteerd door RvA Em: Eigen methode, Gw: Gelijkwaardig aan, Cf: Conform Alle verrichtingen zijn binnen de gestelde houdbaarheidstermijn tussen monstername en analyse uitgevoerd. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op het in behandeling genomen materiaal.
Pagina: 2 Totaal aantal pagina's: 2 Rapportidentificatie: 702257/005223864, 04-11-2020
124
6,4
< 0,1 15
< 0,1 < 0,1
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
2 van 30
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
3 van 30
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
4 van 30
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
5 van 30
Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2020-110 r
6 van 30