FHMemo Frederik Hendrikstraat Lamswaarde college
Tekst van het document
Memo historie verzoek Frederik Hendrikstraat Lamswaarde Op 4 mei 2022 heeft de Raad van State voor de tweede keer uitspraak gedaan op de beroepszaak van het bestemmingsplan ‘Frederik Hendrikstraat ong. Lamswaarde’. Het beroep, ingediend door initiatiefnemers, is ongegrond verklaard. Initiatiefnemers hebben beroep ingediend tegen het besluit van de gemeenteraad om het bestemmingsplan niet vast te stellen. Initiatiefnemers wensen naar aanleiding van het besluit van de Raad van State het bestemmingsplan aan te passen en opnieuw in te dienen. In dit memo informeren wij u over het plan, de uitspraak van de Raad van State en het voorstel van initiatiefnemers. Historie In augustus 2019 stemde het college van B&W in met het ontwerp bestemmingsplan Frederik Hendrikstraat ong. Lamswaarde. Het bestemmingsplan maakt de bouw van een woning op het perceel aan de Frederik Hendrikstraat – ten westen van nummer 62 – mogelijk. Initiatiefnemers ruilen hiervoor een bouwtitel afkomstig van de gemeente Terneuzen uit. De bouwtitel is verkregen door de sloop van minimaal 5000 m² glastuinbouw (staat gelijk aan 500 m² steen) conform Provinciaal beleid. De provincie Zeeland en de gemeente Terneuzen hebben ingestemd met dit verzoek. Het ontwerp bestemmingsplan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Zodoende is het plan op 28 augustus 2019 in procedure gebracht.
Op het plan zijn geen ontvankelijke zienswijzen uit de omgeving ingediend. Eén buurtbewoner heeft na het verstrijken van de inzageperiode een bezwaar ingediend. Het ontwerp bestemmingsplan is op 20 februari 2020 voorgelegd aan de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft toen besloten het bestemmingsplan niet vast te stellen. De redenen hiervoor waren dat het ongewenst is om een woning nabij het natuurgebied Klein Vogel te bouwen en dat er geen ruimtelijke kwaliteitswinst met het plan werd behaald. Tevens zou er te veel bebouwing worden toegestaan op het perceel. Er werd namelijk 5% bebouwingspercentage van het perceel toegestaan (over een totaal van 3 hectare). Dit bebouwingspercentage komt echter voort uit de landhuisregeling, die ook op naastgelegen percelen van toepassing is. Een voorwaarde om er te mogen bouwen is dat minimaal 50% van het perceel (dus ruim 1,5 hectare) moet worden ingeplant met bos. Tegen het besluit van de gemeenteraad hebben initiatiefnemers beroep ingesteld bij de Raad van State. Op 17 februari 2021 heeft de Raad van State besloten dat het beroep van initiatiefnemers ongegrond is. Met name het ontbreken van een onderzoek naar de effecten op de naastgelegen natuur en het mogelijk maken van een bebouwingspercentage van 5% waren gegronde redenen van de gemeenteraad om het bestemmingsplan niet vast te stellen.
Initiatiefnemers hebben naar aanleiding van het besluit van de Raad van State terug contact opgenomen met het college van B&W met een aangepast bestemmingsplan en aanvullend natuuronderzoek. In het natuuronderzoek bleek dat er geen negatieve effecten waren op het naastgelegen natuurgebied. Integendeel, het toevoegen van natuur heeft een positieve invloed op Klein Vogel en het gedeeltelijk bebouwen van het perceel heeft geen invloed op de omgeving. Ook hadden initiatiefnemers het bouwvlak en bebouwingspercentage van 5 naar 3% verkleind. Het college heeft in maart 2021 besloten om het aangepaste bestemmingsplan opnieuw ter vaststelling voor te leggen aan de gemeenteraad. Opnieuw besloot de gemeenteraad op 15 april 2021 om het bestemmingsplan niet vast te stellen. Ditmaal enkel vanwege de reden dat er nog te veel bebouwing op het perceel werd toegestaan in verhouding tot wat er gesloopt werd. Initiatiefnemers zijn ook tegen dat besluit van de gemeenteraad in beroep gegaan. Op 4 mei 2022 heeft de Raad van State besloten dat ook dit beroep ongegrond was.
Aangepast plan Initiatiefnemers hebben het perceel en de bouwtitel reeds aangekocht en wensen het initiatief, binnen de voorwaarden die de gemeenteraad stelt, alsnog te realiseren. Initiatiefnemers zijn daarom bereid om het bebouwingspercentage en bouwvlak te verkleinen tot maximaal 500 m² (conform wat er gesloopt is). De voorwaarden voor het uitruilen van een bouwtitel en minimaal 1,5 hectare natuurontwikkeling blijven behouden. Op die manier worden alle voorgaande bezwaren (negatieve effecten op de natuur, teveel aan bebouwingspercentage) van de gemeenteraad weggenomen. Tijdens de zitting bij de Raad van State in december 2021 stelde ook de rechter voor om een aangepast plan in te dienen wat tegemoet komt aan de bezwaren van de gemeenteraad om het initiatief op die manier alsnog te kunnen realiseren. Vervolg Initiatiefnemers willen graag de haalbaarheid van hun plan toetsen alvorens ze een aangepast plan indienen. Initiatiefnemers vragen daarom een positieve grondhouding van het college om dit plan aan te passen conform de voorgestelde wijzigingen en het bestemmingsplan opnieuw voor te leggen aan de gemeenteraad ter vaststelling. Juridisch kader voor het niet vaststellen van een bestemmingsplan Jurisprudentie geeft aan dat de gemeenteraad bevoegd is om een bestemmingsplan niet vast te stellen als ze hiervoor correcte argumenten hebben.
Enkel de gemeenteraad is bevoegd om een bestemmingsplan al dan niet vast te stellen. De raad heeft hierbij beleidsruimte/-vrijheid. Toegezegde principemedewerking door het college of het sluiten van een anterieure overeenkomst met de gemeente, doet hier niets aan af. De ruimtelijke argumenten om het bestemmingsplan niet vast te stellen wegen, ondanks de genoemde overeenkomst, zwaarder dan de belangen van initiatiefnemers bij de vaststelling van het plan. Wanneer initiatiefnemers een aangepast plan indienen wat tegemoet komt aan alle bezwaren van de gemeenteraad, is het de vraag of er dan nog argumenten zijn om het bestemmingsplan niet vast te stellen. Een raadsbesluit om een bestemmingsplan niet vast te stellen zonder deugdelijke motivering kan sneuvelen bij de Raad van State. Als de Afdeling het raadsbesluit daarbij vernietigt, staat vast dat de raad een onrechtmatig besluit heeft genomen. Met de mogelijkheid van een schadeclaim van de zijde van de initiatiefnemer.