FHBijlagen bij bestemmingsplan Frederik Hendrikstraat Lamswaarde
Tekst van het document
Appendix 1 | Aanmeldformulier Watertoets
Aanmeldformulier watertoets De watertoets of waterschapstoets geeft inzicht in de consequenties van uw plan voor de taken van Waterschap Scheldestromen. Voorafgaand aan het overleg stuurt u ons een zo volledig mogelijk ingevuld aanmeldformulier (vervang onze cursieve toelichtingen in de rechter kolom door uw invullingen). Dit formulier is de agenda voor ons contact met u (in persoon, per mail en/of telefonisch). De watertoetstabel met definitieve invullingen en eventueel aanvullende documenten is inhoudelijk gelijk aan de, wettelijk verplichte, waterparagraaf van het ruimtelijk plan. Het ruimtelijk plan vormt de basis voor ruimtelijke besluitvorming en vergunningverlening.
Uw gegevens
Gegevens initiatiefnemer
Formulier ingevuld door
(particulier/bedrijf)
(werkend voor initiatiefnemer, b.v. adviesbureau)
Naam: Organisatie: Adres: Postcode + plaats: E-mailadres:
D.G.M. van Boven Van Boven Projectmanagement De Droge Kreek 11 4561DV Hulst info@vanbovenprojectmanagement.nl
D.G.M. van Boven Van Boven Projectmanagement De Droge Kreek 11 4561DV Hulst info@vanbovenprojectmanagement.nl
Telefoonnummer: Datum aanvraag:
06-46325327 16 december 2018
06-46325327 16 december 2018
Gegevens van het plan Wat is de (concept)plannaam:
Wijzigingsplan Frederik Hendrikstraat Kuitaart
Waar is het plan gelegen:
Frederik Hendrikstraat o.g. Kuitaart Sectie K 1425 Kavelgrootte 3,05 ha.
Beknopte planomschrijving Het wijzigingsplan voorziet in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling waarbij wordt gebouwd. Er vindt een bestemmingswijziging plaats van agrarisch naar wonen met de functieaanduiding landhuis. Dit betekend dat minimaal 50% van het kavel ingericht moet worden als zijnde natuur (opgaand hout). Het hoofdgebouw mag maximaal een grondoppervlakte hebben van 225 m2.
Watertoetstabel
De watertoetstabel ondersteunt de onderbouwing van de wateraspecten in een ruimtelijk plan. Thema en water(beheer)doelstelling Uitwerking
Veiligheid waterkeringen Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.
Het plan heeft geen relatie met de primaire of secundaire waterkeringen.
2
Vermeld de totale oppervlakken (in m2) van: Het huidige dakoppervlak bestaat uit het aanwezig schuurtje van 8 x 3 meter. Het overige deel is thans agrarisch en waterdoorlatend. In de nieuwe situatie mag maximaal 5% van het totale kaveloppervlak van 30.545 m2 bebouwd worden, dat is afgerond 1528 m2 dakoppervlak (bij een plat dak). Aanname voor dichte verharding van terrassen etc. is 1000 m2.
Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.
Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater
Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.
Thema en water(beheer)doelstelling
Grondwaterkwantiteit en verdroging
Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.
Er zal nog 15.000 m2 ingericht moeten worden als zijnde natuur, aanname is dat 2.000 m2 hiervan water zal zijn (kreken/singels/poelen). Gezien de lage ligging van het perceel zijn wij voornemens om de woning wat hoger te bouwen dan het huidige maaiveld, middels het ophogen van het gehele perceel, of met een terp o.i.d. (nader uit te werken, initiatiefnemer is zich bewust van de lage ligging). huidige situatie
na realisatie
dakoppervlak
24
1528
1
dichte bodemverharding
0
1000
2
doorlatende bodemverharding
30521
26017
3
wateroppervlak
0
2000
4
Hemelwater (HWA) wordt opgevangen op het dak en stort over in watertank t.b.v. toilet en wasmachine. Hemelwater zijnde geen dakwater infiltreert in het plangebied. Het vuilwater (DWA) zal aangesloten worden op een nog nader uit te werken helofytenfilter-systeem. Er komt vanuit dit perceel geen belasting op de RWZI. Dus geen aansluiting op de aanwezige systemen in de straat, zijnde gemengd riool of drukriool. Uitwerking Dit plan omvat het bouwen (hoofdgebouw en bijgebouwen) van maximaal 5% van 30.545m2, ofwel afgerond 1528 m2. Het hemelwater van het hoofdgebouw wordt opgevangen op het dak en stort over in een watertank t.b.v. toilet en wasmachine. Het water van de bijgebouwen en eventuele verhardingen kan vrij infiltreren in het overige gebied van 2,9 ha. Er wordt geen grondwater onttrokken.
3
Grondwaterkwaliteit
Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.
Oppervlaktewaterkwaliteit
Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren.
Volksgezondheid
Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de daarvoor benodigde ruimte.
Bodemdaling
Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken.
Natte natuur
Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.
Onderhoud oppervlaktewater
Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.
Tijdens de bouw worden geen of zo min mogelijk uitlogende materialen gebruikt. De kwaliteit van het grondwater zal hierdoor niet afnemen. De planlocatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied. De ontwikkeling zal geen significante gevolgen hebben voor dit gebied. Tijdens de bouw worden geen of zo min mogelijk uitlogende materialen gebruikt. De kwaliteit van het grondwater zal hierdoor niet afnemen. Al het hemelwater wordt opgevangen op het dak en stort over in een watertank die gebruikt kan worden voor doeleinden als (toilet en wasmachine).
Een extra voorziening voor waterberging is niet noodzakelijk. Verdrinkingsgevaar en of risico daaromtrent zijn niet aan de orde. De planlocatie is aangeduid als weinig zettingsgevoelig gebied. Extra maatregelen zijn dan ook niet noodzakelijk. Ten westen van het plangebied ligt de 'Kleine Vogel'. Aan de oostzijde ligt bebouwing en bos. De aanwezig Flora & Fauna waarden binnen het plangebied zijn geïnventariseerd middels een Quickscan. De noord- en oostzijde van het plangebied zal dusdanig ingericht worden dat het een toevoeging is aan de biodiversiteit in deze omgeving. Hiervoor zal advies gevraagd worden aan diverse ecologen. De onderhoudswerkzaamheden aan oppervlaktewateren kunnen plaatsvinden. De obstakelvrije afstand tot de sloot/watergang aan de west- en noordzijde van het plangebied blijft conform de beschermingszone minimaal 7 meter.
Andere belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder
Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren.
Wegen in beheer bij het waterschap (alleen invullen voor zover van toepassing)
* in de bouwfase: Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over waterschapswegen? * na realisatie: verkeersaantrekkende werking Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer? * na realisatie: bereikbaarheid Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en voetgangers uw plan kunnen bereiken.
De ruimtelijke ontwikkeling levert geen belemmering op voor de werking van waterschapsobjecten.
•
•
Ja, plangebied is gelegen aan de Frederik Hendrikstraat, wegtype A. Type transport, nader te bepalen (vermoedelijk grond en bouwmaterialen). Nee het plan geeft geen structureel extra verkeer, het betreft de bouw van 1 woning.
4
Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd?
•
* na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd?
•
* na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).
Tot slot
Wij verzoeken u het formulier zo volledig mogelijk in te vullen en met een overzichtskaart van het plan te mailen naar waterschap Scheldestromen: info@scheldestromen.nl of postbus 1000, 4330 ZW Middelburg. Het waterschap coördineert de watertoets ook voor Rijkswaterstaat als die betrokken is.
•
Het perceel aan de Frederik Hendrikstraat wordt ontsloten middels 3 reeds aanwezige dammen. Het perceel voorziet in parkeren op eigen terrein! Conform de geldende parkeernorm van de gemeente Hulst moet het perceel voorzien in 3 parkeerplaatsen. Het hoofdgebouw zal conform de geldende regels op dit perceel minimaal 25 meter vanaf de Frederik Hendrikstraat worden gebouwd. Hoofd- en bijgebouwen moeten minimaal 10 meter uit de erfgrens gebouwd worden. Locatie hoofdgebouw komt naar verwachting in het centrum van het perceel. Locatie bijgebouwen is nog niet bekend, maar deze worden geplaatst conform de daarvoor geldende afstanden t.o.v. de perceelgrenzen. Langs de westzijde van het perceel bevindt zich de beschermingszone van 7 meter breed, vooralsnog is de wens om deze vrij te houden zone, aan de oostzijde af te schermen met knotwilgen of takkenrillen o.i.d. (groene afscheiding).
Appendix 2 | Quickscan Flora & Fauna
Quickscan Frederik Hendrikstraat te Lamswaarde In het kader van de Wet Natuurbescherming
Tekst, foto's en samenstelling
E.W.A. Michels
In opdracht van
D. van Boven
Rapportnummer
2018_130143-01_01
Status rapport
Definitief
Datum oplevering rapport
19-november-2018
Aantal pagina's Wijze van citeren
24 Michels, E.W.A., 2018, Quickscan Frederik Hendrikstraat, Lamswaarde. In het kader van de Wet Natuurbescherming. Rapport 130143-01-01, Ecodat BV ecologisch adviesbureau, Etten-Leur
1. 1.
I NHOUD Inleiding en samenvatting .................................................................................................................... 4
1.1 Aanleiding ..................................................................................................................................................... 4 1.2 Doel ............................................................................................................................................................... 4 1.3 Samenvatting................................................................................................................................................ 4 2.
Beschrijving van het projectgebied ....................................................................................................... 5
2.1
Ligging en omgeving ................................................................................................................................. 5
2.2 Huidige situatie ............................................................................................................................................ 6 3. Wettelijk kader ........................................................................................................................................ 8 4.
Werkwijze en onderzoeksinspanning. ................................................................................................ 10
4.1
Zoogdieren ......................................................................................................................................... 10
4.2
Vogels ..................................................................................................................................................... 11
4.3
Vaatplanten ....................................................................................................................................... 12
4.4
Reptielen................................................................................................................................................. 12
4.5
Amfibieën ............................................................................................................................................... 13
4.6
Vissen ...................................................................................................................................................... 13
4.7
Insecten .............................................................................................................................................. 14
5.
Resultaten.......................................................................................................................................... 15
5.1
Zoogdieren ......................................................................................................................................... 15
5.2
Vogels ................................................................................................................................................. 17
5.3
Vaatplanten ....................................................................................................................................... 17
5.4
Reptielen ............................................................................................................................................ 18
5.5
Amfibieën........................................................................................................................................... 18
5.6
Vissen ................................................................................................................................................. 19
5.7
Insecten .................................................................................................................................................. 19
6.
Conclusies en aanbevelingen .............................................................................................................. 21
6.1
Potenties ............................................................................................................................................ 21
6.2
Mogelijke effecten ............................................................................................................................. 21
6.3 Vervolgtraject ............................................................................................................................................. 21 Geraadpleegde bronnen............................................................................................................................. 22 Bijlage 01 ................................................................................................................................................... 23
2
3
1. I NLEIDING EN SAMENVATTING 1.1 Aanleiding De familie Van Boven (hierna initiatiefnemer) is voornemens om in het plangebied aan de Frederik Hendrikstraat, gemeente Lamswaarde (kadastraal perceel HTN01-K-1425) een deel van het agrarisch terrein bouwrijp te maken en hierop een nieuwbouw te realiseren. Volgens nationale en internationale regelgeving is het verplicht om voordat een ingreep plaatsvindt onderzoek te doen naar het eventuele voorkomen van beschermde flora en fauna.
1.2 Doel Met behulp van dit onderzoek worden de volgende vragen beantwoord: • • •
Welke beschermde soorten flora en fauna komen voor in het projectgebied? Welke functies heeft het projectgebied voor de aanwezige beschermde soorten? Leidt de ingreep (mogelijk) tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming?
1.3 Samenvatting Omdat er geen negatieve effecten te verwachten zijn voor flora en/of fauna zal er geen aanvullend onderzoek noodzakelijk zijn en kunnen de geplande werkzaamheden uitgevoerd worden. Hierbij dient men zich nog immer te houden aan de zorgplicht richting de flora en fauna.
4
2. B ESCHRIJVING VAN HET PROJECTGEBIED 2.1 Ligging en omgeving Het projectgebied behelst:
Figuur 1: Perceel HTN01-K-1425 te Lamswaarde
Het projectgebied is momenteel een agrarisch perceel met hoofdzakelijk in de zomerperiode maïs.
Figuur 2: projectgebied (rood omkaderd)
5
2.2 H UIDIGE SITUATIE Opstallen Het perceel kent een houten schuur met een golfplaten dak.
Figuur 3: projectgebied met rechts het houten schuurtje
Groene elementen Het perceel kent een agrarisch karakter met voornamelijk in de zomer een beplanting van maïs. Aan de westzijde ligt een waterloop. Aan de oostzijde ligt een klein bosperceel. De directe verdere omgeving heeft een agrarische bestemming.
Ecologische potenties Het projectgebied bestaat uit een akker en een houten schuur.
SCAN GEBIEDSBESCHERMING Europese Natura 2000-gebieden Het projectgebied bevindt zich niet in de directe nabijheid van een gebied dat is aangewezen als Europees Natura 2000-gebied. Op een afstand van 200 meter ten westen van het projectgebied ligt het Natura 2000-gebied "Vogelkreek". Het Natura 2000-gebied betreft een habitatrichtlijngebied. De bestemmingsplanwijziging heeft, gelet op de omvang, soort activiteiten en de tussenliggende afstand, geen invloed op dit gebied. Eventueel verstorende factoren zoals oppervlakteverlies, versnippering, verdroging en verstoring door trilling, licht en geluid zijn met de voorgenomen planontwikkeling niet van toepassing. 6
Figuur 3: Natura2000 .
Nationaal Natuurnetwerk (NNN, in de wet EHS) Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het Nationaal Natuurnetwerk. De ligging van gebieden die onderdeel uitmaken van NNN zijn in het hier onderstaande figuur (4) weergegeven. Met de voorgenomen planontwikkeling is er geen sprake van directe vernietiging van het NNN. Van negatieve uitstralingseffecten door geluid, licht en verdroging op het Nationaal Natuur Netwerk is geen sprake.
Figuur 4: Provinciale NNW (groen en geel).
7
3. W ETTELIJK KADER De Wet natuurbescherming bevat de voormalige wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Wet natuurbescherming beschermt in beginsel soorten. Activiteiten waarbij schade gedaan wordt aan beschermde dieren of planten zijn verboden. Tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het “nee, tenzij”-principe). Het is dan ook altijd zaak dat, waar mogelijk, activiteiten zonder schade aan beschermde dieren en planten uitgevoerd worden. De wet erkent de intrinsieke waarde van in het wild levende diersoorten. In de wet is dan ook een zorgplicht opgenomen: iedereen moet 'voldoende zorg' in acht nemen voor alle in het wild voorkomende dieren en planten en hun leefomgeving (dus niet alleen de beschermde). Via de Wet natuurbescherming (Wnb) is de bescherming van diverse planten en dieren in Nederland vastgelegd. Naast de algemeen geldende zorgplicht voor alle in het wild levende planten en dieren (artikel 1.11 van de Wnb) geldt voor een aantal soorten een aanvullend beschermingsregime. Deze aanvullend beschermde soorten zijn onderverdeeld in drie groepen, namelijk: • • •
vogels (artikel 3.1, alle soorten uit de Europese Vogelrichtlijn); overige strikt beschermde soorten, waaronder soorten uit de Europese Habitatrichtlijn (artikel 3.5, dit betreffen o.a. vleermuizen); nationaal beschermde soorten, waaronder soorten uit de Rode Lijst (artikel 3.10).
Het is volgens de Wet natuurbescherming niet toegestaan om (het leefgebied van) beschermde soorten aan te tasten. Dit is vastgelegd middels verbodsbepalingen: activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten zijn verboden.
Vrijstelling binnen provincie Zeeland Provincies hebben de bevoegdheid om middels een provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten in het kader van bestendig beheer en onderhoud en ruimtelijke ontwikkeling. In het geval van de provincie Zeeland worden de volgende nationaal beschermde soorten vrijgesteld: bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker, middelste groene kikker, aardmuis, bosmuis, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, haas, hermelijn, huisspitsmuis, konijn, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat. Deze soorten worden daarom in voorliggende rapportage buiten beschouwing gelaten.
Voorzorgsmaatregelen Een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming is veelal te voorkomen door (voorafgaand aan de werkzaamheden) voorzorgsmaatregelen te treffen. Deze voorzorgsmaatregelen zijn gericht op het behoud van de functionaliteit van de groeiplaats van flora en de voortplanting- en/of vaste rust- en verblijfplaats van fauna. Daarnaast voorkomen de voorzorgsmaatregelen de negatieve gevolgen van een activiteit op individuen (o.a. doding en verwonding). 8
Ontheffingsplicht Een ontheffingsplicht (artikel 3.3, 3.8 en 3.10 uit de Wnb) is van toepassing als een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming niet kan worden voorkomen door het nemen van voorzorgsmaatregelen. Het is mogelijk om met een goed onderbouwd projectplan een ontheffing aan te vragen bij de desbetreffende provincie (Zeeland). De provincie toetst de aanvraag vervolgens aan drie criteria: • • •
Dient het planvoornemen in één van de in de wet genoemde belangen (bv.in het belang van de instandhouding van natuurlijke habitats)? Is er een andere ‘bevredigende’ oplossing mogelijk? Doet de ontheffing afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort?
Gebiedsbescherming Via de Wet natuurbescherming is tevens de bescherming van gebieden vastgelegd (voormalige Natuurbeschermingswet 1998). De gebiedsbescherming houdt samengevat in dat een ingreep, in of nabij Natura 2000-gebieden, geen dusdanig negatieve effecten op de kwalificerende habitats en/of soorten mag hebben dat deze zich op de lange termijn niet kunnen handhaven. Voor projecten die een (significant) negatief effect kunnen hebben op de instandhoudingsdoelen van het betreffende Natura 2000-gebied is een vergunningaanvraag noodzakelijk. Naast de bescherming van Natura 2000-gebieden via de Wet natuurbescherming kunnen gebieden via de ruimtelijke kaders beschermd worden middels het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen was dit de EHS).
9
4. W ERKWIJZE EN ONDERZOEKSINSPANNING . 4.1
Z OOGDIEREN
Bureaustudie In de Quickscanhulp worden alle soorten uit categorie 1 en 2 benoemd, dus ook de soorten waarvoor door de provincie Zeeland vrijstelling is verleend. Deze soorten waarvoor vrijstelling is verleend betreffen onder andere de bosmuis, dwergmuis, egel, haas, huisspitsmuis, konijn, ree, vos etc. Volgens de Quickscanhulp komen de volgende soorten voor op korte afstand van het projectgebied waarvoor geen provinciale vrijstelling is verleend: • • • • • • • • • • • • • •
Baardvleermuis Bruinvis Damhert Eekhoorn Gewone zeehond Franjestaart Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Grijze grootoorvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Waterspitsmuis Watervleermuis
Voor alle soorten geldt dat zij binnen een afstand van 1 tot 5 km (vleermuizen tot 10 km) waargenomen zijn. Veldwerk Gedurende het veldbezoek is grondig gezocht naar sporen zoals uitwerpselen en vraatsporen, zoals afgebeten veren of loopsporen van bijvoorbeeld marterachtigen. Deze zijn niet aangetroffen. Verwacht wordt dat enkele soorten, waarvoor door de provincie Zeeland vrijstelling is verleend (zoals egel, haas, konijn en aantal muizensoorten) in het projectgebied aanwezig zijn. Vleermuizen kennen verschillende soorten gebiedsfuncties (wijze waarop het projectgebied gebruikt kan worden). Het gebiedsgebruik van een vleermuis(soort) wordt daarbij onderverdeeld in verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. Het veldwerk bestond uit het, ter plaatse, inschatten of er potentiele verblijfplaatsen (zoals holen, scheuren in oksel van takken, losse boombast, etc.) aanwezig zijn, of er mogelijkheden zijn voor de aanwezigheid van vliegroutes (zoals ononderbroken lijnvormige elementen) en of er mogelijk foerageergebieden (zoals beplantingen) zijn. Het onderzoek heeft op 16 oktober 2018 plaatsgevonden.
10
4.2
V OGELS Jaarrond beschermde soorten
Het onderzoek naar vogels heeft zich gericht op de mogelijke aanwezigheid van nesten van vogels waarvan het nest jaarrond beschermd is.
Bureaustudie Alvorens het onderzoek ter plaatse op te starten is er een vooronderzoek gedaan om vast te stellen van welke soorten de aanwezigheid bekend is in de omgeving van het projectgebied. Hierbij is gebruik gemaakt van verspreidingsatlassen en waarneming.nl. Volgens de Quickscanhulp komen de volgende soorten voor op korte afstand van het projectgebied: • • • • • • • • • • • • • •
Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Sperwer Slechtvalk Steenuil Wespendief
Veldwerk Het veldwerk bestond uit het, ter plaatse, inschatten of er potentiele nestplaatsen, van vogels waarvan het nest jaarrond beschermd is, in het projectgebied aanwezig zijn.
Het onderzoek heeft op 16 oktober 2018 plaatsgevonden.
11
4.3
V AATPLANTEN Bureaustudie
Alvorens het onderzoek ter plaatse op te starten is er een vooronderzoek gedaan om vast te stellen van welke soorten de aanwezigheid bekend is in de omgeving van het projectgebied. Hierbij is gebruik gemaakt van verspreidingsatlassen en waarneming.nl. Volgens de Quickscanhulp komen de volgende soorten voor op korte afstand van het projectgebied: • • • • •
Bergnachtorchis Dreps Kleine wolfsmelk Kruipend moerasscherm Naakte lathyrus Veldwerk
Het veldwerk bestond uit het, ter plaatse, inschatten of er potentiele groeiplaatsen voor beschermde flora in het projectgebied aanwezig zijn.
Het onderzoek heeft op 16 oktober 2018 plaatsgevonden.
4.4
R EPTIELEN Bureaustudie
De meeste reptielen houden zich voornamelijk op in geleidelijke overgangssituaties tussen natuurlijke biotopen in bos-, heide- en veengebieden. Alvorens het onderzoek ter plaatse op te starten is er een vooronderzoek gedaan om vast te stellen van welke soorten de aanwezigheid bekend is in de omgeving van het projectgebied. Hierbij is gebruik gemaakt van verspreidingsatlassen en waarneming.nl. Volgens de Quickscanhulp komen de volgende soorten voor op korte afstand van het projectgebied: •
Levendbarende hagedis Veldwerk
In het terrein is gekeken naar de geschiktheid van de biotoop.
Het onderzoek heeft op 16 oktober 2018 plaatsgevonden. 12
4.5
A MFIBIEËN Bureaustudie
In de Quickscanhulp worden alle soorten uit categorie 2 benoemd, dus ook de soorten waarvoor door de provincie Zeeland vrijstelling is verleend. Deze soorten waarvoor vrijstelling is verleend betreffen onder andere de bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. De volgende soorten, welke voorkomen op een afstand van 0 tot 1 km van het projectgebied, waarvoor geen vrijstelling is verleend, zijn volgens de Quickscanhulp in de nabijheid: • • •
Alpenwatersalamander Kamsalamander Rugstreeppad Veldwerk
In het terrein is gekeken naar de geschiktheid van de biotoop.
Het onderzoek heeft op 16 oktober 2018 plaatsgevonden.
4.6
V ISSEN Bureaustudie
Binnen één kilometer in de omgeving van het projectgebied zijn er bij de Quickscanhulp geen waarnemingen van beschermde soorten bekend.
Veldwerk In het projectgebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Daardoor is er geen sprake van het aantasten van beschermde vissoorten.
Het onderzoek heeft op 16 oktober 2018 plaatsgevonden.
13
4.7
I NSECTEN Bureaustudie
Conform de Quickscanhulp komt er een beschermde insectensoort (bosbeekjuffer) voor op een afstand van 1 tot 5 km van het projectgebied. Uit de verdere literatuurstudie is het niet aannemelijk dat er in het projectgebied beschermde ongewervelden voorkomen. Volgens de Quickscanhulp komen de volgende soorten voor op korte afstand van het projectgebied: •
Gevlekte witsnuitlibel Veldwerk
In het terrein is gekeken naar de geschiktheid van de biotoop.
Het onderzoek heeft op 16 oktober 2018 plaatsgevonden.
14
5. R ESULTATEN In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het mogelijk aanwezig zijn van beschermde soorten volgens het bureauonderzoek.
5.1
Z OOGDIEREN Bureaustudie
Uit de bureaustudie kwam naar voren dat de volgende soorten in en rond het projectgebied mogelijk aanwezig zijn: • • • • • • • • • • • • • •
Baardvleermuis Bruinvis Damhert Eekhoorn Gewone zeehond Franjestaart Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Grijze grootoorvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Waterspitsmuis Watervleermuis Veldonderzoek
Vleermuizen Het perceel is in de zomermaanden geschikt om dienst te doen als foerageergelegenheid voor vleermuizen.
Overige zoogdieren Bruinvis, damhert, eekhoorn, gewone zeehond en waterspitsmuis verlangen andere voorwaarden aan een verblijf dan er in het projectgebied voorhanden is.
15
Advies Vaste verblijfplaatsen en foerageergebieden van vleermuizen zijn strikt beschermd door de Wet natuurbescherming. Na inspectie van de houten schuur kan de aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen in de schuur uitgesloten worden. De foerageermogelijkheid voor vleermuizen zal niet aangetast, maar eerder nog, naar alle waarschijnlijkheid, zelfs verbeterd worden. Ter plaatse is nu ca. 3 ha aan akkergronden in de zomer beplant voor de productie van maïs. Deze zijn voor de meeste vleermuissoorten niet de habitat waar zij jagen. Slechts de laatvlieger en de rosse vleermuis foerageren boven dit soort gronden. De meeste vleermuissoorten jagen boven bomen, struweel, bloemrijke delen en boven water. Een interview met de initiatiefnemer leerde dat hij het gebied voor minimaal 50% als natuur in wil gaan richten. Hiertoe zullen ook grote aantallen bomen en struiken aangeplant worden. Deze zijn voor de meeste vleermuissoorten van groter belang om te kunnen foerageren. Zeker het feit dat er vele soorten bomen en struiken gebruikt worden zorgen voor een grote biodiversiteit en soortenrijkdom waarvan diverse soorten vleermuizen kunnen profiteren. Het verlies aan akkerland betekend een verlies aan insecten die gebonden zijn aan de maïscultuur en daarmee aan areaal voor (m.n.) de laatvlieger. De laatvlieger foerageert tevens boven halfopen landschappen met opgaand houtopslag.
Gelet op het feit dat dit sterk uitgebreid wordt, is er per saldo dan ook sprake van een sterkte vergroting in voedselrijkdom en -diversiteit voor de laatvlieger. De directe regio wordt daarnaast ook nog gekenmerkt door een groot aanbod aan akkerlanden (zie bijgaande kaart van de directe omgeving). Hiermee zijn er voor de laatvlieger en de rosse vleermuis voldoende alternatieven in de directe omgeving.
Figuur 5: directe omgeving van het plangebied.
Door de geplande ingreep kan gesteld worden dat de foerageermogelijkheden uitgebreid worden. De gezonde staat van instandhouding van de vleermuissoorten zal niet in gevaar komen.
16
Overige zoogdiersoorten: Er zijn geen mogelijkheden voor marterachtigen om te verblijven. De aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen kan derhalve uitgesloten worden. Ook inspectie op sporen hebben geen aan wijzigingen opgeleverd. Voor wat betreft de waterspitsmuis geldt dat op de akker hij geen leefomgeving kent en dat de beoogde ingreep eerder leefmilieu schept dan wegneemt. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten ten gevolge van de geplande ingreep.
5.2
V OGELS Bureaustudie
Zoals eerder vermeld richt het onderzoek zich met name op de mogelijke aanwezigheid van nesten van broedvogels waarvan het nest het gehele jaar is beschermd. Op grond van de bureaustudie zijn er geen nestgelegenheden te verwachten van deze broedvogels.
Veldonderzoek Tijdens het veldbezoek werd duidelijk dat in het projectgebied er geen nestgelegenheid aanwezig is voor beschermde soorten waarvan het nest een jaarrond beschermde status heeft.
Advies Omdat er beschermde soorten te verwachten zijn, zullen er derhalve geen negatieve effecten ontstaan ten gevolge van de ingreep, kan volstaan worden met de zorgplicht.
5.3
V AATPLANTEN Bureaustudie
Uit de bureaustudie kwam naar voren dat er in de direct omgeving diverse beschermde soorten aanwezig zouden kunnen zijn: • • • • •
Bergnachtorchis Dreps Kleine wolfsmelk Kruipend moerasscherm Naakte lathyrus
17
Veldonderzoek Het veldwerk maakte duidelijk dat geen van de beschermde soorten (flora) op het projectgebied aanwezig zal zijn. Beschermde flora heeft doorgaans unieke standplaatsfactoren nodig om tot bloei te komen. Deze zijn niet aanwezig in het projectgebied voor de hierboven genoemde soorten.
Advies Omdat er geen beschermde soorten te verwachten zijn kan volstaan worden met de zorgplicht.
5.4
R EPTIELEN Bureaustudie
Uit de bureaustudie kwam naar voren dat er in de direct omgeving diverse beschermde soorten aanwezig zouden kunnen zijn: •
Levendbarende hagedis Veldonderzoek
In het projectgebied zelf is geen geschikt leefgebied voor reptielen aanwezig. Gezien de terreingesteldheid van het projectgebied en het gebruik is niet te verwachten dat het projectgebied een rol vervult voor reptielen. Advies Omdat er geen beschermde soorten te verwachten zijn kan volstaan worden met de zorgplicht.
5.5
A MFIBIEËN Bureaustudie
Uit de bureaustudie is gebleken dat er mogelijk beschermde amfibieën aanwezig zouden kunnen zijn in de directe omgeving van het projectgebied: • • •
Alpenwatersalamander Kamsalamander Rugstreeppad
18
Veldonderzoek Het projectgebied vormt alleen in de zomer een zeer marginaal leefgebied voor algemeen voorkomende amfibieën. Deze zijn licht beschermd. Strikt beschermde amfibiesoorten eisen echter een veel specifieker en stabieler leefgebied dan in het projectgebied aanwezig is. De zwaarder beschermde soorten zijn niet te verwachten. Voor algemeen voorkomende amfibiesoorten als gewone pad en de bruine kikker geldt een vrijstelling in de provincie Zeeland. Negatieven effecten zijn niet te verwachten op de beschermde amfibiesoorten.
Advies Omdat er geen beschermde soorten te verwachten zijn kan volstaan worden met de zorgplicht.
5.6
V ISSEN Bureaustudie
Binnen één kilometer in de omgeving van het projectgebied zijn er bij de Quickscanhulp geen waarnemingen van beschermde soorten bekend.
Veldonderzoek In het projectgebied is een oppervlaktewater aanwezig. Maar geen water met de kwaliteit die noodzakelijk is voor beschermde soorten om te kunnen huisvesten.
Advies Omdat er geen beschermde soorten te verwachten zijn kan volstaan worden met de zorgplicht.
5.7
I NSECTEN Bureaustudie
Uit de bureaustudie is gebleken dat er mogelijk beschermde insecten aanwezig zouden kunnen zijn in de directe omgeving van het projectgebied: •
Gevlekte witsnuitlibel
19
Uit verdere literatuurstudie is naar voren gekomen dat het niet aannemelijk is dat er in het projectgebied beschermde ongewervelden voorkomen.
Veldonderzoek De habitateisen van beschermde soorten binnen deze groep zijn vaak zeer locatie-specifiek en gebonden aan zeer bijzondere biotopen. Iedere soort is afhankelijk van een bepaald habitat. Deze habitats liggen niet in het projectgebied. Het groen in het projectgebied is te sterk gecultiveerd. Hierdoor is het niet aannemelijk dat er in het projectgebied beschermde ongewervelden voorkomen.
Advies Omdat er geen beschermde soorten te verwachten zijn kan volstaan worden met de zorgplicht.
20
6. C ONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 6.1
P OTENTIES
Het projectgebied bestaat uit een akkerland met in de zomer een beplanting van maïs. Op het perceel bevindt zich nog een kleine houten schuur. De potenties voor beschermde natuurwaarden beperken zich tot zoogdieren (vleermuizen).
6.2
M OGELIJKE EFFECTEN
Middels de geplande ingreep zullen er geen negatieve effecten ontstaan voor beschermde flora en/of fauna.
6.3 V ERVOLGTRAJECT Omdat er geen negatieve effecten te verwachten zijn voor flora en/of fauna zal er geen aanvullend onderzoek noodzakelijk zijn en kunnen de geplande werkzaamheden uitgevoerd worden.
21
G ERAADPLEEGDE BRONNEN * Bronnen waarnaar in de rapportage niet specifiek is verwezen *
Dijk, A.J. van, 2004. Handleiding Broedvogel Monitoring Project (Broedvogelinventarisatie in Proefvlakken). SOVON Vogelonderzoek Nederland, Beek-Ubbergen.
*
Janssen, J.A.M. en J.H.J. Schaminée, 2004. Europese Natuur in Nederland. Soorten van de Habitatrichtlijn. KNNV Uitgeverij, Utrecht.
*
Schober, W, 2001. Gids van de vleermuizen van Europa, Azoren en Canarische eilanden. Tirion Uitgevers, Baarn.
*
Voute, A.M., 1991.Vleermuizen. Waanders uitgevers, Zwolle.
*
Dietz, von Helversen & Nill, 2007. Vleermuzien, alle soorten van Europa en noordwest Afrika, Tirion Uitgevers, Baarn.
*
SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2002. Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998-2000. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV uitgeverij & European Invertebrate Survey Nederland, Leiden.
*
Twisk, van Diepenbeek & J.P. Bekker, 2010. Veldgids Europese Zoogdieren. KNNV uitgeverij, Utrecht.
*
Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en
*
Gegevensautoriteit Natuur, Vleermuisprotocol 2012, 24 februari 2012.
*
www.gegevensautoriteitnatuur.nl en www.netwerkgroenebureaus.
*
www.vleermuis.net. Het netwerk voor informatie over vleermuizen in Nederland. Vleermuiswerkgroep Nederland (VLEN) van de Zoogdiervereniging VZZ, Arnhem.
*
Floron, 2011. Atlas van de Nederlandse flora, KNNV Uitgeverij, Utrecht.
*
http://www.verspreidingsatlas.nl
*
www.waarneming.nl
22
B IJLAGE 01 Soort Soortgroep Bruine kikker Amfibieën Gewone pad Amfibieën Egel Zoogdieren Haas Zoogdieren Konijn Zoogdieren Ree Zoogdieren Vos Zoogdieren Kruipend moerasscherm Vaatplanten Gewone grootoorvleermuis Zoogdieren Boomvalk Vogels Buizerd Vogels Gierzwaluw Vogels Grote Gele Kwikstaart Vogels Havik Vogels Huismus Vogels Kerkuil Vogels Ooievaar Vogels Ransuil Vogels Roek Vogels Slechtvalk Vogels Sperwer Vogels Steenuil Vogels Kleine watersalamander Amfibieën Bergnachtorchis Vaatplanten Kleine wolfsmelk Vaatplanten Aardmuis Zoogdieren Bosmuis Zoogdieren Bunzing Zoogdieren Dwergmuis Zoogdieren Dwergspitsmuis Zoogdieren Eekhoorn Zoogdieren Gewone zeehond Zoogdieren Huisspitsmuis Zoogdieren Ondergrondse woelmuis Zoogdieren Veldmuis Zoogdieren Veldspitsmuis Zoogdieren Waterspitsmuis Zoogdieren Wezel Zoogdieren Woelrat Zoogdieren Kamsalamander Amfibieën Rugstreeppad Amfibieën Baardvleermuis Zoogdieren Bruinvis Zoogdieren
Bescherming Afstand wnb-andere soorten 0 - 1 km wnb-andere soorten 0 - 1 km wnb-andere soorten 0 - 1 km wnb-andere soorten 0 - 1 km wnb-andere soorten 0 - 1 km wnb-andere soorten 0 - 1 km wnb-andere soorten 0 - 1 km wnb-hrl 0 - 1 km wnb-hrl 0 - 1 km wnb-vrl 0 - 1 km wnb-vrl 0 - 1 km wnb-vrl 0 - 1 km wnb-vrl 0 - 1 km wnb-vrl 0 - 1 km wnb-vrl 0 - 1 km wnb-vrl 0 - 1 km wnb-vrl 0 - 1 km wnb-vrl 0 - 1 km wnb-vrl 0 - 1 km wnb-vrl 0 - 1 km wnb-vrl 0 - 1 km wnb-vrl 0 - 1 km wnb-andere soorten 1 - 5 km wnb-andere soorten 1 - 5 km wnb-andere soorten 1 - 5 km wnb-andere soorten 1 - 5 km wnb-andere soorten 1 - 5 km wnb-andere soorten 1 - 5 km wnb-andere soorten 1 - 5 km wnb-andere soorten 1 - 5 km wnb-andere soorten 1 - 5 km wnb-andere soorten 1 - 5 km wnb-andere soorten 1 - 5 km wnb-andere soorten 1 - 5 km wnb-andere soorten 1 - 5 km wnb-andere soorten 1 - 5 km wnb-andere soorten 1 - 5 km wnb-andere soorten 1 - 5 km wnb-andere soorten 1 - 5 km wnb-hrl 1 - 5 km wnb-hrl 1 - 5 km wnb-hrl 1 - 5 km wnb-hrl 1 - 5 km 23
Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Watervleermuis Wespendief Alpenwatersalamander Levendbarende hagedis Dreps Naakte lathyrus Damhert Hermelijn Gevlekte witsnuitlibel Grijze grootoorvleermuis
Zoogdieren wnb-hrl 1 - 5 km Zoogdieren wnb-hrl 1 - 5 km Zoogdieren wnb-hrl 1 - 5 km Vogels wnb-vrl 1 - 5 km Amfibieën wnb-andere soorten 5 - 10 km Reptielen wnb-andere soorten 5 - 10 km Vaatplanten wnb-andere soorten 5 - 10 km Vaatplanten wnb-andere soorten 5 - 10 km Zoogdieren wnb-andere soorten 5 - 10 km Zoogdieren wnb-andere soorten 5 - 10 km Insecten - Libellen wnb-hrl 5 - 10 km Zoogdieren wnb-hrl 5 - 10 km
provinciale vrijstelling geen geschikt habitat aanwezig geschikt habitat aanwezig
24
Appendix 3 | Vereveningsovereenkomst Gemeente Terneuzen
1
Zaaknr. 226756
Verevenings-j anterleure overeenkomst St. Janstraat 6 - Zuiddorpe De ondergetekenden:
1.
T.l\.M Leereert. senior beleidsmedewerker
van de afdeling Omgeving & Economie van de gemeente Terneuzen, door de burgemeester van de gemeente Terneuzen bij besluit d.d. 23 september 2014 als gemachtigde aangewezen op grond van artikel 171 van de Gemeentewet en ais zodanig de gemeente Terneuzen rechtsgeldig vertegenwoordigende, handelende ter uitvoering van het cotleqebeslult d.d. 5 april 2016 nr. 2016_BW _00434 (hierna te noemen 'Gemeente') en
2.
De heer Dirk Fransen. geboren op 13 september 1964 te Aalst (8) en mevrouw Hiloe Antoine Sirnone Fransen-Daelewijn geboren op 28 november 1964 te Sint-Kruis-Winkel (8) beiden wonende aan het adres St. Janstraat 6, 457.i \lP te Zuiddorpe; (hierna te noemen: Initîatiefnemer)
hierna gezamenlijk
te noemen 'Partijen'
in aanmerking nemende oat: a. Provinciale Staten van Zeeland op 28 september 2012 het Omgevingsplan Zeeland 2012· 2018 hebben vastgesteld: b. dat in het Omçevrnçsptan Zeeland en de 'Ruimte voor Ruimte-regeling' zoals vastgelegd in de Handreiking Verevening 2012-2018 (tuerna: de Regeling) is aangegeven dat voor bepaalde ontwikkelinqen in het buitengebied van de provincie Zeeland het principe van verevening van toepassing is; c. dat de uitvoering van de Regeling en het principe van verevening in Zeeland is neergelegd bij de gemeenten; d. Initiatiefnemer aan het adres plaatselijk bekend St Janstraat 6 te Zuiddorpe - kadastraal bekend gemeente Axel sectie Pms, 327 (ged.) en 328 - glasopstanden heeft gesloopt met een oppervlakte van ca. 1,5 hectare: e. dat ingevolge de Regeling de sloop van 0,5 hectare glasopstanden ruimte biedt voor de ontwikkeling van één woning (of bouwkavel voor een woning), met een maximum van drie woningen bij sloop van 1.5 (of meer) hectare glasopstanden; d. dat de Gemeente bereid is om planologische medewerking aan Initiatiefnemer te verlenen om - met toepassing van de Regeling - drie woningen in het landelijk gebied te mogen reaiiseren( hierna: Compensatieiocaties); e.
dat de Gemeente afspraken wenst te maken met de Initiatiefnemer over de hieraan verbonden noodzakelijke Investeringen in de omgevingskwaliteit en over de locaties waar en de wijze waarop de Compensatieiocaties kunnen worden Ingevuld; f. dat deze overeenkomst is bedoeld om de afspraken schriftelijk vast te leggen;
Gemeente
'nitiatiefnemer
/
2
Komen overeen:
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Bro
Besluit ruimtelijke
ordening
Compensatie/ocatie(s)
het perceei of de percelen (met een maximum van drie) waarvoor - in het kader van de Regeling - de Gemeente bereid is een planologische procedure te starten voor de realisering van een woning of bouwkavel voor een woning
Regeling
Ruimte voor Ruimte-regeling zoals vastgelegd evening 2012-2018 provincie Zeeland
Saneringslocatie
Het gebied zoals op tekening aangeduid in bijlage 1, omvattende de percelen kadastraal bekend gemeente Axel sectie P nummers 249, 250,251,327 (ged,) en 328, waarvoor overeenkomstig de Regeling een duurzame ruimtelijke kwaliteitsverbetering wordt gerealiseerd,
Wro
Wet ruimtelijke
in de Handreiking
Ver-
ordening
Artikel 2 1.
2,
3,
Doel van de overeenkomst Het doel van deze overeenkomst is uitvoering te geven aan de in het Omgevingspfan Zeeland opgenomen voorwaarde van verevening voor ontwikkelingen in het buitengebied. waarvoor meer planologische omvvikkeiingsruimte benodigd iS dan in de vigerende bestemmingsregeiing is vastgelegd, In deze overeenkomst worden afspraken tussen Ininatiefne ier en Gemeente vastçeteço ten aanzien van gewenste plano!ogische ontwikkelingsruimte en de hiervoor noodzakelijke investering in de omqevinqskwaliteit. Deze afspraken en het feit dat Initiatiefnemer bereid is om de noodzakelijke investering in de orngevingskwaliteit te verrichten is voor de Gemeente van belang in het kader van de planologische besluitvorming.
Artikel 3 Ruimtelijke kwaliteîtsverbetering Initiatiefnemer heeft de binnen de Saneringstocatie . gelegen aan/nabij het adres St. Janstraat 6 te Zuiddorpe glasopstanàen gesloopt ter grootte van circa 1,5 hectare. 2. initiatiefnemer verplicht zich - met betrekking tot de Saneringslocatie - tot het in procedure brengen van een bestemmingsplan, waarbij: a. het agrarisch bouwvlak - voor het gebied zoals nader aangeduid op tekening in bijlage 2 van deze overeenkomst - wordt wegbestemd. b. voor een perceel - zoals nader aangeduid op tekening in bijlage 3 van deze overeenkomst - de agrarische bestemming zal worden gewijzigd in een bestemming ·Wonen'. 2. De planologische wijziging, welke nodig is voor het (duurzaam) realiseren van een ruinnelijke kwaliteitsverbetering op de Saneringslocatie is voor rekening en risico van lnitiatiefnerner.
Artikel 4 Compensatielocatie(s) 1. Op basis van de Regeling verkrijgt Initiatiefnemer - in ruil voor de investering in de omgevinqskwatiteit als bedoeld in artikel 3 - drie bouwtitels voor de bouw won.nqen (of realisering
Gemeente
!ritiatiefnemel
11
3
2. 3.
4.
5.
van bouwkavels voor woningen) binnen het landelijk gebied voor zover het locatlas betreft die zijn geiegen In of aansluitend aan reeds bestaande bebouwingsconcentraties. Realisatie en invulling van de Compensattelocatles is volledig voor rekening en risico van Initiatiefnemer dan wel diens rechtsopvolger. De Compensatielocaties zijn ten tijde van het aangaan van deze overeenkomst nog niet ingevuld. De Gemeente en Initiatiefnemer (dan 'Nel diens rechtsopvolgers) zullen nadere afspraken maken over de invulling van deze locaties en het in procedure brengen van een bestemmingsplan. De Gemeente zal de door Initiatiefnemer of diens rechtsopvolger aangedragen Cernpensatielocaties toetsen aan het gemeentelijk en provinciaal ruimtelijk beleid en aan de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de Regelmg. Daarbij staat voorop dat invulling van een Compensatielocatie niet mag leiden tot een ongewenste aantasting van de ruimtelijke kwaliteit. Voor de invulling van elke Compensanetocatre zullen Gemeente en Initiatiefnemer of diens rechtsopvolger(s) een anterieure exploitatieovereenkomst aangaan. De planologische kosten zijn voor rekening van lnitlatiefnerner of diens rechtsopvolger(s).
Artikel 5
Verplichtingeninitiatiefnemer
initiatiefnemer zal voor eigen reksru ....g en nSiCO de KNapteitsvert::etering als bedoeld in artikel 3 realiseren, 2.!nitia:iefnemer IS verplicht anes in het VlerK te stèren ten ernce sne'ie en ononderbroken pianologische procedures te waarborgen of te bevorderen, die noodzaxeliik zijn ter realisering van de van de in artikel 3 genoemde kwaliteitsverbetering. 3. Initiatiefnemer moet met de realisatie en ontwikketing van de in artikei 4 bedoelde Compensatlelocaties wachten tot het moment dat: <1 de noodzakelijke planologische procedures - om de in artikel 3 genoemde kwalitertsverbetertnq te realiseren- rechtskracht bezitten en b. de realisatie van de Sanertnqslocatie (sloop en afvoer van stooprnateriaal) daadwerkeheeft plaatsgevonden 4 Ingeval van (het voornemen tot) vervreerndinq van een recht op nieuwbouw vaneen 'vvorealiserinq van een bouwkavel. als bedoeld in artikel 4 lid 1, zal Initiatiefnemer de Gemeente hiervan in kennis stellen, 5. Initiatiefnemer of diens rechtsopvolger zal voor eigen rekening en risico volledige en ontvankelijke aanvragen voor vergunningen, ontheffingen, vrijstellingen etc. indienen bij het bevoegde gezag. De met deze aanvragen verschuldigde (leges )kosten zijn voor rekening van Initiatiefnemer of diens rechtsopvolger(s). 6.
Initiatiefnemer of diens rechtsopvolger zal voor eigen rekening en risico maatregelen treffen voor de landschappelijke inpassing van een Compensatieioeatie overeenkomstig een door de Gemeente goedgekeurd landschappelijk inrichtinqsplan, De gerealiseerde (rand)bepfanting zal door Initiatiefnemer of diens rechtsopvolger, zowel kwantitatief als kwalitatief In stand worden gehouden. Deze instandboudinqsverplicntinq geldt voor onbepaalde tijd en in ieder geval zolang het planoiogische regime in materiële zin onqewiiztqd blijft 1.
Artikel 6 1.
Verplichtingen Gemeente
De Gemeente zal ZIch inspannen de realisatie van een woning of bouwkavel voor een woning op een Compensatielocatie - binnen de grenzen van deze overeenkomst en de Regeling - mogelijk te maken. De Gemeente neemt - met uitdrukkelijke inachtneming van haar publiekrechtelijke taken en verantwoordelijkheden - de inspanmngsverplichting op zich om planologisch mogelijk te maken door:
Gemeente
Initiatiefnemer
4
a
het in procedure brengen van het Bestemmingsplan. het in procedure brengen van overige vergunningen. ontheffingen, vrijsteliingen etc. voor zover deze voor realisering van het Bouwplan zijn vereist. C. te bevorderen dat eventuele te verlenen vergunningen. essentiële goedkeuring of toestemming van hogere overheden tijdig zullen worden verleend. Ten aanzien van de publieke taak van de Gemeente zijn Partijen zich ervan bewust dat de Gemeente - en dan met name de organen van de Gemeente in het kader van de uitoetening van de krachtens de artikelen 3 en 4 benodigde besluiten en plannen - gebonden is/zijn aan haar/hun publîekrechtelijke verantwoordelijkheid voortvloeiende uit de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. wet, regelgeving etcetera. Het bepaalde in de artikelen 3 en 4 kan aan deze verantwoordelijkheid niet afdoen en kan er nimmer toe leiden dat - de bevoegde organen van - de Gemeente niet meer de vrijheid hebben/heeft om bij het uitoefenen van de publiekrechtelijke bevoegdheden belangen van derden op een zorgvuldige wijze te wegen en daar consequenties aan te verbinden. Het vorenstaande heeft tot gevolg dat de Gemeente, althans haar organen, mogelijk publiekrechtelijke rechtshandelingen verricht(en) die niet in het voordeel zijn van de aard of strekking van deze Overeenkomst en dan met name het bepaalde in de artikelen 3 en 4.
Partijen zijn Zich hiervan bewust en aanvaarden dit risico. De Gemeente IS niet aansprakelijk voor vertragingen indien die voortvloeien uit een handelen of nalaten waartoe zij op grond van het publiekrecht gehouden IS of die een gevolg zijn van schorsing of vernietiging van besluiten. In het bijzonder kan zij niet aansprakelijk gehouden worden voor handelen of nalaten dat voortvloeit uit aanwijzingen, ingrijpen e.d. van hogere overheden of uitspraken van rechterlijke instanties. Ook IS de Gemeente niet aansprakelijk indien zi] uit hoofde van een redelijke uitoefening van de publieke taak tegemoet dient te komen aan bezwaren van derden. De Cemeeote '3 rlirYlrr>er aanspraxelljk 'oor ge· miste winst respecnevehjk het positief contractsbelanç,
b.
2.
3.
Artikel 7 1.
2 3.
4. 5.
Artikel 8 1.
Financiële bepalingen
Initiatiefnemer is in verband met de medewerking van de Gemeente, voor het in procedure brengen van het Bestemmingsplan - ter realisering van de ruimtelijke kwaliteitsverbetering binnen de Sanerinqslocatie, een exploitatiebijdrage verschuldigd. De in lid 'I bedoelde exploitatiebijdrage bedraagt € 5.840,00 (zegge: vijfduizend achthonderdenveertig euro). De door initiatiefnemer verschuldigde exploitatiebijdrage wordt in zijn geheei voldaan, uiterlijk binnen 30 dagen na facturering door Gemeente als bedoeld in lid 4. Ingeval betaling plaatsvindt na de in de vorige volzin genoemde betaHngsdatum. is Initiatiefnemer over het alsdan niet betaalde bedrag tot de dag van betaling een rentevergoeding verschuldigd, op basis van de wettelijke rente. Betaling van bijdragen en asten - als bedoeld in dit artikel - geschiedt na facturering door de Gemeente. De voor lnitratiefnemer voortvloeiende betalingen uit deze overeenkomst aan de Gemeente moeten worden verricht door storting of overschrijving op lBAN-nummer NL50BNGH0285101854 bij de NV Bank voor Nederlandse Gemeenten te Den Haag ten name van de gemeente Terneuzen.
Planschade
De Gemeente is verantwoordetijk voor de behandeling van en het beslissen over eventuele verzoeken om tegemoetkomingen in schade ais bedoeld in afdeling 6.1 van de VVm. Onder Planschade IS tevens te verstaan de kosten voor afhandeling van claims.w
Gemeente
Initiatiefnemer
5
2.
3.
4.
Initiatiefnemer verbindt zich om aan de Gemeente het totale bedrag te compenseren van Planschade die voor vergoeding door àe Gemeente ir. aanmerking komt en die voortvloeit uit een bestemmingsplan als bedoeld In de artikelen 3 en 4 van deze overeenkomst. De Gemeente zal de Initiatiefnemer of diens rechtsopvolger schriftelijk in kennis stellen van een aanvraag om Planschade. De Gemeente za! de Exploitant bij de behandehng van een dergelijke aanvraag betrekken op de wijze zoals voorgeschreven in de Wro, het Bro, alsmede de vigerende gemeentelijke procedureverordening. De Gemeente zal zo spoedig mogelijk na ieder apart besluit tot vaststelling van een bedrag van planschade het bedrag en genoemde kosten schriftelijk aan de Initiatiefnemer meedelen. De Initiatiefnemer verplicht zich binnen 30 dagen na vorenbedoelde mededeiing het bedrag van de Planschade aan de Gemeente te voldoen door storting op het in artike! 7 genoemde IBAN-nummer.
ARTIKEL 9 1.
2.
ARTIKEL 10 1.
2
3
4.
5.
Overdracht contractpositie
lnitiatiefnerner is niet gerechtigd haar rechten en verplichtingen op grond van deze overeenkomst over te dragen aan derden tenzf de Gemeente hieraan vooraf haar schriftelijke goedkeuring heeft gegeven. Aan deze goedkeUring kan de Gemeente voorwaaroen verbinoen (waaronder ftnanciële voorwaarden), die erop zijn gericht de f'lakaning van deze overeenkomst door de derde waaraan initiatiefnemer wenst over te dragen. Jegens de Gemeente te verzekeren.
DUUR VAN OE OVEREENKOMST. AANPASSING EN BEËINDIGING
Deze overeenkomst treedt in werking op het moment van ondertekening en duurt voort totdat partijen aan al hun verplichtingen voortvloeiende uit deze overeenkomst hebben voldaan Partijen komen overeen dat tussentüdse aanpassing en/of tussentijdse (gedeeltelijke) oeeinaiging van deze overeenkomst mogelijk moet zijn In de volgende gevallen: a. indien Partijen daarmee instemmen; b. indien bezwaar of beroep in de publiekrechtelijke procedures c.q. andere rechtsmaatregelen van derden of andere pubtiekrechtelijke belemmeringen tot gevolg hebben da: een 'verdere ongewijzigde uitvoering van deze overeenkomst voor Partijen of een van hen naar objectieve maatstaven ln redelijkheid niet meer verantwoord of mogelijk is. lndiel') de situatie in lid 2 sub b zich voordoet, za! de meest gerede partij, zulks berichten via aangetekend schrijven aan de wederpartij en zullen Partijen gedurende maximaal twee maanden trachten om In minnelijk overleg tot een aanpassing van deze overeenkomst te komen. welke termijn met wederzijds goedvinden kan worden verlengd.
Partijen zullen een tussentijdse aanpassing van deze overeenkomst vastleggen in een aanvullende overeenkomst Indien partijen niet tot aanpassing kunnen komen, dan za! zulks door de meest gerede partij schriftelijk via aangetekend schrijven worden bericht aan de wederpartij, Indien het in Hd 3 bedoelde overleg niet tot overeenstemming leidt, dan kan de meest gerede partij deze overeenkomst (gedeeltelijk) buitengerechtelijk ontbinden. Aan zodanige beeindiging kunnen Partijen over en weer geen rechten ontlenen op vergoeding van gederfde winst, schade. kosten of interesten, hoe ook genaamd. Partijen dragen ieder hun eigen kosten. Partijen kunnen ingevolge artikel 11 lid 2 de bevoegde rechter verzoeken deze overeenkomst voor het niet reeds uitgevoerde gedeelte geheel of gedeeltelijk ontbinden en de gevolgen daarvan vast te stellen. in geval van een zodanige toerekenbare tekortkoming in de nakoming van def8 overeenkomst, dat de voortzetting van deze overeenkomst van een par-
Gemeente
InHiatiememsr
6
6.
7.
8.
tij in redelijkheid niet meer kan worden gevergd. Een partij is in verzuim doordat nakoming van haar desbetreffende verplichting na een schriftelijke aanmaning, waarbij haar een redelijke termijn voor de nakoming is gesteld, binnen de bedoelde terrmjn toerekenbaar is uitqebleven. Het verzuim als hiervoor bedoeld treedt zonder tngebrekesteHing in als: a. een voor de voldoening bepaalde termijn verstrijkt zonder dat de verbintenis is nagekomen, tenzij blijkt dat de termijn een andere strekking heeft: b. de verbintenis voortvloeit uit een onrechtmatige daad of strekt tot schadevergoeding wegens een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis en de verbintenis niet terstond wordt nagekomen; c. de schuldeiser uit de mededeling van de schuldenaar moet afleiden dat deze in de nakoming van de verbintenis zal tekortschieten. Indien Initiatiefnemer niet voldoet aan een verplichting in deze overeenkomst verbeurt hij, zodra hij in verzuim is, een direct opeisbare boete van € 250 00 (zegge: tweehonderd en vijftig euro) per dag dat het niet voldoen aan de verplichting voortduurt, zulks onverminderd het recht van de Gemeente om nakoming te eisen.
Deze overeenkomst kan terstond en zonder dat enige ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst is vereist, door de Gemeente worden ontbonden, indien Initiatiefnemer surseance van betaling wordt verleend, zijn faillissement is aangevraagd, door zijn crediteuren een onderhands akkoord wordt aangeboden, of hij anderszins wordt beperkt in zijn bevoegdheid rechtshandelingen te verrichten of in geval van executoriale verkoop door een hypotheekhouder ex artikel 3:268 van het Burgerîijk Wetboek of door een andere schuldeiser. Aan zodanige beëindiging kan Initiatiefnemer geen enkei recht ontlenen op vergoeding van schade, kosten of interesten, hoe ook genaamd. In het geval deze overeenkomst mgevolge het in dit artikel bepaalde wordt beëindigd heeft de Initiatiefnemer geer recht op terugbetaling door de Gemeente van de op dat. moment door lnltiatrefnerner reeds betaalde {legeslkosten els bedoeld in artikel 4.
Artikel 11 1
2
Geschillenregeling
Partijen verplichten zich om. indien er geschillen ontstaan over de uitleg van de considerans of de bepaiingen van deze overeenkomst. dan wel over de uitvoering hiervan, met elkaar in overleg te treden, waarbij zal worden getracht dergelijke geschillen in der minne te beslechten. Alle geschillen die naar aanleiding van of in verband met de uitleg of de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst tussen partijen ontstaan en die door partijen niet In der minne zijn beslecht. zuilen aanhangig worden gerpaakt bij de te Middelburg bevoegde rechter, tenzij partijen ter zake van een geschil arbitrage overeenkomen.
Artikel 12 Slotbepalingen 1. Deze overeenkomst, de uitvoering daarvan en alle overeenkomsten welke daaruit voortvloeien dan wel daarmee samenhangen, worden beheerst door het Nederlands recht. 2. Op de in deze overeenkomst gemelde termijnen is de Aigemene Termijnenwet van overeenkomstige toepassing. 3. Indien ter uitvoering van deze overeenkomst een besluit of handeling van de Gemeente wordt verlançd. is het daartoe bevoegde orgaan het college van Burgemeester en Wethouders, behoudens andersluidende wettelijke bepalingen of afwijkende regelingen in of krachtens deze overeenkomst zelf. 4 Initiatiefnemer verplicht zich op hem rustende verplichtingen jegens de Gemeente uit hoofde van deze overeenkomst. deze bepaling daaronder begrepen, bij elke gehele of gedeeltelijke overdracht van een bouwtitel als bedoeld in artikel 4. bij wijze van kettingbeding aan zijn
Gemeente
initiatiefnemer
7
5.
reeotsopvotçerts) te zullen opleggen en te zullen bedingen ten behoeve van de Gemeente, zulks in geval van achterwege laten van dit kettingbeding op straffe van verbeurte door de initiatiefnemer, respectievelijk Iedere rechtsopvolger die deze verplichting niet of niet volledig nakomt van en door het enkele feil van niet nakoming of overtreding, zonder dat enige ingebrel<esteHing of rechterlijke tussenkomst zal zijn vereist, dadelijk opeisbare boete van € 25.000,00 (zegge: vijfentwintigduizend euro) zulks onverminderd de overige aan de Gemeente toekomende rechten. Voormeld bedrag wordt çeïndexeerd overeenkomstig het prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie (CBS)., De bij deze overeenkomst gevoegde. door parafen van Partijen gewaarmerkte bijlagen die genoemd zijn in de bepalingen van deze overeenkomst, maken onverbrekelijk deel uit van deze overeenkomst. Deze bijlagen zijn: - bijfage 1: tekening met aanduiding van de Sanerinqslocatie. - bijlage 2: tekening met aanduiding gebied waarvoor agrarisch bouwvlak wordt wegbestemd - bijlage 3: tekening met aanduiding gebied dat voor Wonen wordt bestemd,
Aldus overeengekomen
en in tweevoud opgemaakt te Terneuzen op . ,d,
Gemeente
Initiatiefnemer
De heer TAfl.1. Leereert
De heer D, Fransen
Genleente
Mevr. HAS.
Fransen-Daelewhn
Initiatiefnemer
Appendix 4 | E-mailcorrespondentie Waterschap Scheldestromen
Van: Piet-Hein Nelissen Piet-Hein.Nelissen@Scheldestromen.nl Onderwerp: FW: watertoets Fred Hendrikstr Kuitaart IS AFGEROND Datum: 17 juli 2019 om 12:15 Aan: J.J.D. Markenhof J.Markenhof@gemeentehulst.nl Kopie: dennis@vanbovenprojectmanagement.nl