CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag commissie Samenleving 11-06-2025

Commissie Samenleving 3 september 2025, gemeente HulstBij agendapunt: Verslag vorige vergadering d.d. 11 juni 2025, inclusief actiepuntenlijst13.655 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dit is van belang omdat algemene voorzieningen vaak minder specifiek zijn, terwijl individuele hulp gefinancierd wordt. Daarnaast mist hij nog steeds het kwartaaloverzicht van de jeugdhulpkosten, dat vroeger werd verstrekt om de uitgaven beter te kunnen volgen. Wethouder Ruissen bevestigt dat het kwartaaloverzicht onlangs is vastgesteld in het college en dat dit binnenkort naar de raad gestuurd wordt. Hij erkent dat het lang geleden is dat dergelijke gegevens beschikbaar waren, maar nu krijgen ze de cijfers over 2024 en het eerste kwartaal van 2025. Vervolgens licht hij toe dat er een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen het voorveld, algemene, maatschappelijk toegankelijke voorzieningen en de gespecialiseerde maatwerk jeugdhulp. De maatwerk jeugdhulp verloopt via gecontracteerde zorgverleners, terwijl het voorveld door de gemeente wordt betaald en niet direct door de cliënten zelf. Mevrouw Van de Walle vraagt of het verschil tussen een jongerenwerker en een social worker is dat de jongerenwerker zonder indicatie werkt en de social worker met indicatie. Wethouder Ruissen antwoordt dat het niet zo eenvoudig is om het zo te stellen, maar bevestigt dat jeugd coaching in de gemeente niet plaatsvindt op basis van indicatie. Dat valt onder het maatschappelijk voorveld en is een algemene voorziening.

Mevrouw Van de Walle benadrukt dat het belangrijk is dat er voldoende mensen zijn om het werk uit te voeren. Wethouder Ruissen bevestigt dit en zegt dat ze het er zeker over eens zijn dat het aantal mensen momenteel niet voldoende is. De heer Willaert vraagt of bij toekomstige evaluaties ook rekening wordt gehouden met verschillende financieringsvormen, zoals het Wmo-traject, vooral voor jongeren die achttien worden en nog begeleiding nodig hebben. Daarnaast wijst hij erop dat het niet alleen om kosten gaat, maar dat goede begeleiding ook maatschappelijke voordelen oplevert, omdat het voorkomt dat jongeren zonder hulp op straat komen met alle negatieve gevolgen van dien. Wethouder Ruissen geeft aan dat de vraag losstaat van de verordening. Hij denkt dat er goed is voorzien in de continuïteit van begeleiding en biedt aan om daar nog eens nader over te informeren. De voorzitter geeft aan dat het voorstel, mede naar aanleiding van de vragen van de Partij van de Arbeid waarop nog schriftelijke antwoorden komen, wordt meegenomen naar de raad.

16

11. Raadsvoorstel betreffende de inzet overschot NPO-gelden voor project voorschool Hulst De voorzitter geeft aan dat er een restbedrag van ruim 31.000 euro beschikbaar is, bestemd voor het verbeteren van onderwijskansen voor jeugd. De heer Van Eck vraagt aan de voorzitter om meer duidelijkheid over het beschikbare bedrag van ruim 31.000 euro dat genoemd wordt voor het NPO-voorschot voor voorschool Hulst. Hij verwijst daarbij ook naar andere grote bedragen die eerder genoemd werden, zoals voor de transitie van het voortgezet onderwijs en het onderwijsachterstandenbeleid en vraagt wat er met die bedragen is gebeurd. Hij merkt op dat deze bedragen in eerdere stukken op de balans van de jaarrekening stonden, maar nu niet meer zichtbaar zijn. Hij wil graag inzicht krijgen in waar deze overige overschotten zijn gebleven en of die ook ingezet kunnen worden voor nieuwe projecten, zodat er een samenhangend beeld ontstaat met het genoemde bedrag van 31.000 euro. Hij benadrukt het belang van duidelijkheid hierover voorafgaand aan de raadsvergadering. Mevrouw Segers geeft haar volledige steun aan het voorstel om het resterende bedrag van 31.701 euro uit de NPO-gelden in te zetten voor het project voorschool Hulst. Ze benadrukt dat voorschoolse opvang voor hen een belangrijk speerpunt is en dat dit initiatief aansluit bij hun standpunten.

Volgens haar zorgt de financiering ervoor dat peuters die al deelnemen aan startgroepen naadloos kunnen doorstromen naar de voorschool, wat positief is voor hun ontwikkeling. Bovendien benadrukt ze dat het verstandig is het geld nuttig in te zetten en niet terug te laten vloeien naar het Rijk. Ze noemt het dan ook een slimme en verantwoorde keuze met concrete voordelen voor jonge kinderen. De heer Bracke vindt het goed dat de middelen voor de voorschool worden ingezet, beter dan dat het geld terugvloeit naar Den Haag. Tegelijkertijd plaatst hij een kanttekening: het ontstaan van de voorschool is eigenlijk een gevolg van het uitstel van gratis kinderopvang door het Rijk. Hij hoopt dat de voorschool snel overbodig wordt en dat er in de hele gemeente gratis kinderopvang komt, omdat dat de leefbaarheid voor alle kinderen ten goede zou komen. De heer Van Driessche sluit zich aan bij de woorden van de heer Bracke en benadrukt dat het doel van het project heel goed is. Hij vraagt concreet aan wie de middelen worden betaald en of het om een subsidie of een andere financieringsvorm gaat. Daarnaast wil hij weten waarom in het voorstel staat dat het project al gestart is, terwijl het na de zomervakantie zou beginnen. Hij merkt op dat NPO-gelden altijd tijdelijk zijn en vraagt of er een plan B is voor als deze middelen op zijn of dat het project dan stopt.

Mevrouw Van de Walle vraagt verduidelijking over de leeftijdsgrens van de voorschool. Eerst konden kinderen vanaf twee jaar deelnemen aan de startgroepen, nu lijkt dat vanaf tweeënhalf jaar te zijn. Ze wil weten of de kinderen die nu jonger dan tweeënhalf zijn nog gewoon door kunnen gaan. Ook vraagt ze waarom er gekozen is voor tweeënhalf jaar als startleeftijd in plaats van twee jaar en of dat een financiële reden heeft. Wethouder Steijaert legt uit dat de vorige regeling startte vanaf twee jaar, maar dat nu voorgesteld is om het vanaf tweeënhalf jaar te doen, voor alle scholen en dan twee dagdelen. Kinderen jonger dan tweeënhalf kunnen wel blijven deelnemen, maar niet onder deze nieuwe regeling. Dit voorstel gaat over een restantbedrag dat anders terug zou vloeien naar Den Haag, maar nu voor de voorschool Hulst wordt ingezet. Op de vraag over de financiering na dit restant antwoordt hij dat het huidige voorstel slechts een klein deel betreft, maar dat de raad al heeft ingestemd met volledige financiering tot 2027. Dus er is een plan B en de financiering is gedekt. Ten slotte verwijst hij voor de vragen over oude balansposten naar een ander moment, want dit voorstel gaat alleen over het genoemde bedrag.

De heer Van Eck benadrukt dat het hier om belangrijke onderwijsgerelateerde gelden gaat en dat het cruciaal is duidelijkheid te krijgen over wat er precies met de grote balansposten is gebeurd. Hij vermoedt dat die mogelijk zijn doorgevloeid naar de algemene middelen, maar dat moet helder worden. Voor hem is het essentieel dat dit antwoord voor de raadsvergadering komt, zodat

17

de raad goed kan beoordelen welke middelen er beschikbaar zijn voor Nieuw-Namen. De voorzitter benadrukt dat hij de zorgen van de heer Van Eck begrijpt, maar dat het agendapunt strikt gaat over het beschikbare bedrag van 31.000 euro. Andere balans- of kostenposten horen niet bij dit onderwerp en zouden de discussie te ver afleiden van het huidige punt. De heer Van Eck geeft aan dat hij blijft zoeken naar de verbinding tussen dit bedrag van 31.000 euro en de andere posten die ook niet teruggevloeid zouden zijn naar Den Haag maar bij de gemeente zijn gebleven als overschotten. Hij erkent dat het nu om die 31.000 euro gaat, maar vindt het belangrijk dat ook de andere posten transparant worden behandeld en hoopt daar schriftelijk een antwoord op te krijgen. Wethouder Steijaert benadrukt dat er een duidelijk onderscheid moet zijn tussen dit specifieke agendapunt, het gebruik van het resterende bedrag van 31.000 euro voor de voorschool en het bredere onderwerp rondom Nieuw-Namen en eventuele andere financiële posten. Voor die bredere kwestie moet eerst gekeken worden naar de inhoud en opdracht van een eventuele motie. Pas daarna kan het college beslissen hoe die uitvoering en financiering plaatsvinden. De heer Van Driessche vraagt nogmaals om verduidelijking over de financiering van het beschikbare geld. Hij wil weten aan welke instellingen het geld precies wordt uitgekeerd.

Daarnaast vraagt hij of het om een subsidie gaat of om een andere financieringsvorm. Wethouder Steijaert legt uit dat het geld naar Stichting Kinderopvang gaat en dat de financiering onderdeel is van de bredere afspraken die tot 2027 met de betrokken instellingen zijn gemaakt. Mevrouw Kramer geeft aan dat het bedrag van ongeveer 31.000 euro al eerder was opgenomen in een voorstel voor de voorschool, waarbij het vanuit de NPO-middelen beschikbaar was gesteld. Wat er nu gebeurt, is dat er formeel een besluit van de raad nodig is om dit bedrag ook echt in te mogen zetten voor de voorschool, zodat het niet terug hoeft naar het Rijk. Het gaat dus vooral om het verkrijgen van de officiële goedkeuring om het geld daadwerkelijk te gebruiken zoals gepland. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk wordt aangenomen. 12. Raadsvoorstel tot het geven van toestemming aan college voor wijziging van GR Arbeidsintegratiebedrijf Dethon De voorzitter geeft aan dat de wijziging nodig is vanwege de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen die drie jaar geleden is ingegaan. De gemeenteraad heeft hier in december 2024 al een positieve zienswijze over gegeven, waarbij een raadsadviescommissie werd gevraagd. Het bestuur van Dethon heeft het raadsvoorstel echter niet aangepast naar aanleiding van de zienswijze van de drie gemeenten.

Nu vragen de drie Zeeuws-Vlaamse colleges formeel toestemming voor de wijziging van de gemeenschappelijke regeling, waarbij het besluit na een jaar definitief wordt door de gemeenteraad. De heer Willaert benadrukt het grote belang van een raadsadviescommissie rondom Dethon. Hij vindt dat de raad veel nauwer betrokken moet worden bij de organisatie, die momenteel een grote transitie doormaakt. Volgens hem is een klankbordgroep onvoldoende omdat die geen zeggenschap heeft, terwijl de financiële en sociale belangen erg groot zijn. Hij pleit daarom opnieuw voor een raadadviescommissie en suggereert dat dit eventueel via een amendement kan worden geregeld. De heer Lambert vraagt het college hoe het proces precies werkt wanneer een gemeente een raadsadviescommissie wil en de andere gemeenten dat niet doen. Hij wil weten of de zienswijzen van alle gemeenten na inzameling worden teruggekoppeld aan de betrokken gemeenten, zodat bijvoorbeeld die andere raden alsnog hun mening kunnen herzien of dat er alleen wordt gekeken naar het totaal van de zienswijzen en vervolgens gewoon wordt besloten zonder verdere afstemming. Wethouder Ruissen antwoordt dat de ingediende zienswijzen worden besproken in het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling.

18

Mevrouw Strooband-de Moor geeft aan dat de raadsadviescommissie al eerder besproken is, maar dat ze alsnog wil onderzoeken of er hier een amendement kan worden ingediend om de raadsadviescommissie toe te voegen. De heer Van Eck vraagt of het klopt dat het algemeen bestuur van Dethon bestaat uit wethouders in het dagelijks bestuur en raadsleden in het algemeen bestuur. Hij vraagt ook of het mogelijk is dat raadsleden straks niet meer in het algemeen bestuur zitten en of die bestuursvorm dan wordt gewijzigd. Wethouder Mangnus legt uit dat Dethon een kleine gemeenschappelijke regeling is van drie gemeenten, waarbij het algemeen bestuur en dagelijks bestuur bestaan uit wethouders van deze gemeenten. Het is wettelijk verplicht dat wethouders in deze besturen zitten, hoewel het praktisch lastig is om genoeg wethouders beschikbaar te krijgen. Er wordt benadrukt dat het belangrijk is dat raadsleden goed betrokken blijven, bijvoorbeeld via extra bijeenkomsten die Dethon organiseert. Wat betreft de raadsadviescommissie geeft hij aan dat dit een kwestie voor de raden zelf is om met elkaar te regelen. De wethouder stelt voor dat de raden van Sluis en Terneuzen samen met Hulst hierover in gesprek gaan, want het dagelijks bestuur en Dethon zelf kunnen zo’n commissie niet weigeren als er voldoende draagvlak is.

De zienswijze van Hulst is besproken in het AB, maar Sluis en Terneuzen willen geen raadsadviescommissie, waardoor het voorstel is zoals het er nu ligt. De heer Lambert vraagt of dat betekent dat wanneer een gemeenteraad in haar zienswijze een raadsadviescommissie wil, dit dan niet opnieuw besproken of teruggelegd wordt bij de andere gemeenteraden. Wethouder Mangnus legt uit dat hij namens Hulst spreekt in het algemeen bestuur en dagelijks bestuur van Dethon, terwijl de wethouders van Terneuzen en Sluis dat namens hun gemeenten doen. Hij denkt niet dat de andere gemeenten het op prijs stellen dat hij namens Hulst probeert hun raden te beïnvloeden. De voorzitter benadrukt dat de gemeente Hulst wel voor een raadsadviescommissie is, maar dat Sluis en Terneuzen daar absoluut niet in mee wilden gaan. Hun gemeenteraden zijn tegen, waardoor Hulst met een minderheid van stemmen blijft zitten en het voorstel daarom niet doorzet. De heer Lambert geeft aan dat zijn oorspronkelijke vraag anders was dan het antwoord dat hij kreeg, maar hij begrijpt het nu wel en is het ermee eens. Wethouder Mangnus legt uit dat de terugkoppeling over wat er met de zienswijzen is gedaan, naar de raad van Hulst gaat. Hij weet niet hoe dit proces precies verloopt in Terneuzen en Sluis. De heer Van Driessche vraagt of de stukken over Dethon die naar de drie gemeenteraden gaan altijd hetzelfde zijn.

Hij benadrukt dat er geen verschillen tussen de documenten kunnen zitten. Hij stelt dat als de andere twee gemeenten in het algemeen bestuur het oneens zijn met Hulst, het voor Hulst ophoudt. De voorzitter bevestigt dat het dezelfde stukken zijn. Hij stelt voor om vast te houden aan het standpunt dat er een raadsadviescommissie moet komen, maar erkent dat daar geen winst uit is gehaald. Vervolgens vraagt hij of het voorstel als akkoord kan worden beschouwd. De heer Willaert benadrukt dat hij onverminderd vasthoudt aan het standpunt dat er een raadsadviescommissie moet komen, ook al lijkt de kans klein dat dit wordt gerealiseerd. Hij merkt op dat er veel onduidelijkheid bestaat over wat een raadsadviescommissie precies inhoudt en dat hij vragen van andere raadsleden hierover krijgt. Ondanks de moeizame gang van zaken en de lange discussie van ruim drie jaar, vindt hij het belangrijk om bij dit punt standvastig te blijven, vooral omdat het een belangrijke regeling betreft. Hij geeft aan dat hij uit principe zal tegenstemmen als de rest instemt met het voorstel zonder raadsadviescommissie.

19

De voorzitter bevestigt dat het recht van de heer Willaert is om een voorbehoud te maken en het onderwerp later weer bij de raad terug te laten komen. Hiermee wordt het agendapunt afgesloten. 13. Ingekomen stukken Mevrouw Segers vraagt of de gemeente beleid gaat ontwikkelen voor zelfmoordpreventie naar aanleiding van de recente wetswijziging en wanneer de gemeenteraad hierbij betrokken wordt. Ze wil ook weten of er samengewerkt wordt met organisaties zoals 113. Daarnaast spreekt zij haar steun uit voor een eerlijke financiële compensatie en een proportioneel beleid voor gemeenschappelijke taken, zoals genoemd in ingekomen stuk nummer 129 en ze vraagt of dit ook van toepassing is op Hulst. Tot slot benadrukt ze het belang van een herziening van de wet- en regelgeving rondom leerlingenvervoer, omdat de huidige wetgeving onvoldoende is om de zorgbehoeften adequaat te dekken en geeft ze aan dit initiatief eveneens te ondersteunen. De heer Lambert stelt enkele vragen over verschillende ingekomen stukken. Over stuk 69, de pilot gratis openbaar vervoer voor minima, merkt hij op dat de resultaten positief zijn. In plaats van eerst het hele minimabeleid te evalueren voordat besloten wordt over voortzetting, vraagt hij of het niet logischer zou zijn om de regeling alvast te verlengen zolang die evaluatie loopt.

Ten aanzien van stuk 113, het jaaroverzicht van Veilig Thuis, constateert hij een stijging van het aantal meldingen, ook binnen de gemeente Hulst. Hij vraagt zich af wat hiervoor de verklaring is en spreekt zijn zorg uit over de wachtlijsten. Hoewel vermeld wordt dat deze gemonitord worden, wil hij weten hoe dat precies gebeurt en of er daadwerkelijk actie op wordt ondernomen. Tot slot vraagt hij, bij stuk 121 over de toegang tot maatschappelijke opvang, wie de drie gemandateerde aanbieders zijn waar in het stuk naar verwezen wordt. Wethouder Mangnus reageert op de vraag over het minima-reisproduct en legt uit dat de evaluatie heeft uitgewezen dat het een positief gewaardeerd product is door de gebruikers. Tegelijkertijd wijst hij erop dat het, afhankelijk van de gekozen norm, ook aanzienlijk in de kosten kan lopen. Daarom wil het college het reisproduct niet zomaar voortzetten of beëindigen, maar het meenemen in de bredere herziening van het minimabeleid. Er wordt gewerkt aan nieuw beleid, waarbij ook andere producten worden meegenomen. Deze herziening wordt samen met de evaluatie uitgewerkt. Hoewel oorspronkelijk gepland voor het eerste kwartaal van dit jaar, is het nu de bedoeling om dit beleid in de loop van 2025 af te ronden en per januari 2026 in te laten gaan.

De wethouder vraagt hiervoor nog enig geduld en benadrukt dat het beleid mede wordt afgestemd met de andere Zeeuws-Vlaamse gemeenten, waarmee afspraken zijn gemaakt over een gezamenlijke lijn. Er zijn inmiddels wel verschillen ontstaan in de uitvoering tussen de gemeenten, wat ook mee wordt genomen in het nieuwe voorstel. Mevrouw Van de Walle vraagt zich af of het minimabeleid van de gemeente Hulst mogelijk aangepast en verhoogd wordt. Ze baseert haar vraag op de opmerking van wethouder Mangnus dat het reisproduct voor minima een aanzienlijk deel van het budget zou kunnen opslokken, mogelijk een derde. Ze vraagt of uit de evaluatie ook zou kunnen blijken dat het huidige minimabeleid van de gemeente te laag is. Wethouder Mangnus reageert met te zeggen dat het de bedoeling is om binnen het bestaande budget voor het minimabeleid te blijven. Hij benadrukt dat het uitgangspunt ‘werken moet lonen’ ook meespeelt in de afwegingen. Er moet dus zorgvuldig gekeken worden naar hoeveel middelen beschikbaar worden gesteld. Hij geeft aan dat de plannen nog niet definitief zijn en nog besproken moeten worden binnen het college van B&W. Door recente personele wisselingen is de voortgang bemoeilijkt, wat ook invloed heeft op de tijd en capaciteit om het beleid uit te werken. Tot slot stelt hij dat er geen extra geld bij het minimabeleid zal komen.

Wethouder Steijaert reageert op de vraag van mevrouw Segers over stuk 129, dat betrekking heeft op eerlijke financiële compensatie en proportioneel beleid voor gemeentelijke taken. Hij legt uit dat dit specifiek gaat over de gastouderopvang. In de gemeente Hulst is men verplicht om jaarlijks meer dan 50 procent van deze opvanglocaties te inspecteren en dat gebeurt ook. Volgens hem is er binnen Hulst dus geen probleem op dit gebied. De benodigde middelen voor deze inspecties worden beschikbaar gesteld via de GGD.

20

Wethouder Ruissen reageert op de vraag van mevrouw Segers over zelfmoordpreventie. Hij geeft aan dat dit onderwerp is opgenomen in de nota Regionaal gezondheidsbeleid, die elke vier jaar samen met de andere Zeeuws-Vlaamse gemeenten wordt opgesteld. Hoewel er formeel aandacht voor is, merkt hij op dat de bijbehorende Zeeuwse stuurgroep momenteel weinig actief lijkt te zijn. Hij erkent dat er op dit vlak waarschijnlijk meer gedaan kan worden en zegt toe alert te blijven. Verder gaat hij in op de vraag van de heer Lambert over de wachtlijsten bij Veilig Thuis. Die zijn volgens hem vooral het gevolg van capaciteitsproblemen. Het aantal meldingen groeit jaarlijks, net als de ernst ervan, waardoor de organisatie moeite heeft om de toenemende druk aan te kunnen. Veilig Thuis moet daardoor alle middelen inzetten om de wachtlijsten zo kort mogelijk te houden en er zijn inmiddels extra inspanningen gedaan om dit te verbeteren. De heer Lambert wil graag weten of er meer meldingen bij Veilig Thuis worden gedaan omdat er daadwerkelijk meer incidenten plaatsvinden of dat er vooral sprake is van een toename in het aantal meldingen zonder dat het aantal incidenten stijgt. Wethouder Ruissen geeft aan dat het moeilijk precies vast te stellen is of de stijging van het aantal meldingen bij Veilig Thuis komt door meer daadwerkelijke incidenten of doordat mensen sneller en vaker melden.

Volgens hem was er in het verleden sprake van een zekere terughoudendheid en taboe rondom het melden, maar dat is inmiddels veranderd. Hij vermoedt daarom dat de toename van het aantal meldingen een sterke aanwijzing is dat er ook daadwerkelijk meer problematische situaties zijn. Tegelijkertijd benadrukt hij dat dit zijn persoonlijke inschatting is. 14. Agendavoorstellen voor de volgende vergadering van de raadscommissie De heer Van Eck stelt dat het tijd is om het accommodatiebeleid opnieuw op de agenda te zetten. Volgens hem wordt er al te lang over gesproken zonder dat er besluitvorming plaatsvindt. Hij wijst er bovendien op dat er nog steeds onbeantwoorde brieven zijn, wat voor hem onderstreept dat het proces nu echt voortgang moet krijgen. De voorzitter stelt voor om eerst te informeren hoe het staat met de voortgang van het accommodatiebeleid. Als er iets zinnigs of nieuws te melden is, wordt het onderwerp op de agenda geplaatst. Is er geen concrete voortgang, dan lijkt het volgens de voorzitter weinig zinvol om het onderwerp nog voor de zomer te bespreken. Wel wordt toegezegd dat er in ieder geval een korte stand van zaken wordt gegeven. 15. Rondvraag De heer Lambert geeft aan dat hij het verontrustend vond om in de krant te lezen dat bij Tragel in Clinge een afdeling gaat sluiten.

Hoewel er een nieuwe plek gezocht wordt voor enkele jongeren die daar nu nog verblijven, vraagt hij of de wethouder hierover geïnformeerd wordt en of hij op de hoogte blijft van deze ontwikkelingen. Wethouder Ruissen bevestigt dat het bericht recent in de pers is verschenen. Een afdeling van Tragel is onder toezicht gesteld door de inspectie vanwege de zware zorgbehoefte van enkele cliënten welke zorg zij niet goed kunnen bieden. Hierdoor wordt de zorg voor deze cliënten gecentraliseerd en naar meer gespecialiseerde instellingen verplaatst, mogelijk buiten ZeeuwsVlaanderen. Daarnaast kampt Tragel met personeelstekorten. Er is continu contact met de inspectie, die het toezicht heeft ingesteld en er wordt actief aan een oplossing gewerkt. 16. Sluiting De voorzitter sluit de vergadering om 22.40 uur. Aldus vastgesteld door de raadscommissie Samenleving d.d. De commissiegriffier,

De commissievoorzitter,

21

Nr. 43

Datum opgevoerd 27 januari 2025

Onderwerp

Actie/toezegging

Status

Afgerond

Sport- en cultuurhart Kloosterzande

College reageert schriftelijk op het idee om sport- en cultuurhart Kloosterzande aan te duiden als pilot binnen het accommodatiebeleid. Onderwerp agenderen voor een volgende vergadering. Toezegging voorzitter ingekomen stuk A87 over subsidie Hulst voor Elkaar te agenderen voor de commissie Samenleving van 164-25

Besproken in besloten deel commissie ABZ van 14 april 2025

Ja

Ja

44

12 maart 2025 Hulst voor Elkaar

45

12 maart 2025 Ihbtiq+gemeenschap

Dit onderwerp als vast punt opnemen in het document ‘Ontwikkelingen sociaal domein’

46

12 maart 2025 Zwembad

47

11 juni 2025

Muziekschool

48

11 juni 2025

49

11 juni 2025

Continuïteit zorgaanbieders Jeugdzorg Zwembad

Voor de zomer in overleg met de griffie een bijeenkomst over het Bijeenkomst geweest op 3 zwembad inplannen juni 2025 met update rondom huidige stand van zaken. Toezenden van overzicht aan de commissie en raad een overzicht zal sturen van de planning waarin staat wanneer welke stappen worden gezet en wanneer de raden worden betrokken. Nagaan of de organisatie Hulst voor Elkaar inderdaad het bericht verspreidt dat contracten per 31 december 2025 aflopen.

50

11 juni 2025

Jeugdhulp gemeente Hulst 2026

Vragen PVDA beantwoorden vóór de raadsvergadering van 03-072025

51

11 juni 2025

Accommodatiebeleid

Toelichting huidige stand van zaken

9 september duiding geven op hoofdlijnen economische en juridische aspecten zwembad en “vervolgtraject” richting definitieve besluitvorming. Actie voor 3-7-2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15837564/1