C14RUDConcept jaarverslag en jaarrekening 2020
Tekst van het document
Samenvatting In 2020 actualiseerden we de financiële risico’s. De uitkomst van de actualisatie komt in grote lijnen overeen met de eerdere in 2019 opgestelde risico-inventarisatie. Het risicoprofiel blijft onveranderd hoog. Een aantal grote risico’s zijn geen risico’s meer maar treden met zekerheid op. Het merendeel van de voorziene risico’s met een hoge kans en een groot gevolg deed zich ook al voor in 2020. Dat dit geen financiële gevolgen had, komt doordat de keuze is gemaakt om de vastgestelde begroting als uitgangspunt te nemen en niet de te leveren producten (kwaliteit). We leverden in 2020 dus niet alle afgesproken producten. In het programma milieu wordt dat ook toegelicht. In die zin lopen we dus milieurisico’s. Actualisatie risico’s 2020: Uit de actualisatie van de risico’s blijk de financiële risico’s groot zijn en dat het beschikbare weerstandsvermogen ontoereikend is om risico’s op te vangen als deze zich voordoen. Verder zijn met name de grote risico’s, zoals reeds eerder benoemd, geen risico’s maar werkelijkheid. Uitkomsten actualisatie: De geïnventariseerde risico’s zijn, per risico, de gevolgklasse gerelateerd aan de kansklasse. Zo ontstaat de risicoscore.
29
De risicoscore ziet er als volgt uit: Kansklasse
< 10%
Gevolg-
10 - 30%
30 - 50%
gemiddeld
klasse
laag
groter dan 50.000
4
tussen 40.000 en 50.000
gemiddeld groot
3
tussen 30.000 en 40.000
gemiddeld
2
tussen 15.000 en 30.000
gemiddeld klein
1
1
tussen 5.000 en 15.000
klein
1
> 70%
gemiddeld gemiddeld
hoog
1
5
groot
laag
50 - 70%
hoog
4 1
1
1
Onderstaand wordt ingegaan op de risico’s met gemiddeld tot groot gevolg en kans. Risico’s met een hoge kans en een groot gevolg (donkerrood): 1. Het vastgestelde beleid (Zeeuwse Kwaliteit) kan niet geleverd worden met de formatie 2. De invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2022 is complex en geeft verschillende risico’s op het gebied van beleid, medewerkers, financiële administratie en ICT. 3. RUD Zeeland heeft relatief veel oudere medewerkers in dienst die de komende jaren met pensioen hopen te gaan. In de plaats van deze medewerkers moeten andere medewerkers aangenomen worden en / of opgeleid worden. De specifieke arbeidsmarkt voor deze medewerkers is erg krap. Hierdoor kan RUD Zeeland niet (tijdig) de juiste medewerkers vinden. 4. Het functioneren van de ICT-middelen wordt als onvoldoende ervaren. Er zijn maatregelen genomen om dit op te lossen maar het effect moet nog gerealiseerd worden waardoor de verwachting is het risico in de eerste helft van 2021 afgeschaald kan worden naar ‘gemiddeld’. Risico met een gemiddelde kans en een gemiddeld groot gevolg (geel): 5. Alle taken op het gebied van PIOFACH (Personeel & Organisatie, ICT, Financiën en Communicatie) zijn uitbesteed bij een deelnemer waarbij de dienstverleningsovereenkomst in beperkte mate kwaliteitscriteria bevat. Risico met een gemiddeld lage kans en met een gemiddeld groot gevolg (geel): 6.
Onveilige werkomstandigheden bij de uitvoering van toezicht- en handhavingswerkzaamheden. Risico’s die werkelijkheid zijn: Belangrijke constatering bij de donkerrode risico’s 1 en 3 is dat dit feitelijk geen risico’s betreffen maar een zekerheid zijn. Dit betreffen: Risico 1: Het vastgestelde beleid (Zeeuwse Kwaliteit) kan niet geleverd worden met de huidige formatie. Voor het realiseren van de Zeeuwse Kwaliteit moet de organisatie moet uitgebreid en versterkt worden. Risico 3: RUD Zeeland heeft relatief veel oudere medewerkers in dienst die de komende jaren met pensioen hopen te gaan. In de plaats van deze medewerkers moeten andere medewerkers aangenomen worden en / of opgeleid worden. De specifieke arbeidsmarkt voor deze medewerkers is erg krap. Hierdoor kan RUD Zeeland niet (tijdig) de juiste medewerkers hebben. 30
Ook risico 2 (Implementatie Omgevingswet) is naar alle waarschijnlijk geen risico maar gaat werkelijkheid worden. Doorrekening risico’s Op basis van het beleidskader zijn de risico’s doorgerekend naar de benodigde meerjarige weerstandscapaciteit. Deze doorrekening, met de risicoscore, geeft het volgende resultaat:
Conform het beleidskader wordt het totaal van de benodigde weerstandscapaciteit afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De beschikbare weerstandscapaciteit van RUD Zeeland betreft het geheel van financiële middelen die kunnen worden ingezet om onverwachte financiële tegenvallers op te vangen. Het is een buffer die ervoor zorgt dat de organisatiedoelstellingen, het bestaande beleid en het kwaliteitsniveau niet direct in gevaar komen wanneer risico’s werkelijkheid worden. De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit de aanwezige reserves die éénmalig ingezet kunnen worden om risico’s financieel af te dekken. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om structurele weerstandscapaciteit beschikbaar te maken door: - Bezuinigingen voor zover deze niet ten koste gaan van organisatiedoelstellingen. De bezuinigingsmogelijkheden worden als beperkt ingeschat. - Inzet van de post ‘onvoorzien’ zoals opgenomen in de begroting. - Aanvullende bijdragen van deelnemers. Het weerstandsvermogen, zijnde de benodigde gedeeld door de beschikbare weerstandscapaciteit, geeft de mate aan waarin financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen. De kwalificatie van de verschillende ratioklassen is als volgt: Ratio weerstandsvermogen > 2,0 1,4 – 2,0 1,0 – 1,4 0,8 – 1,0 0,6 – 0,8 < 0,6
Beoordeling Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
31
RUD Zeeland heeft tot doel een ratio weerstandsvermogen te hebben in de categorie ‘voldoende’ dus tussen 1,0 en 1,4. In deze categorie is er een verantwoorde balans tussen enerzijds de aanwezige risico’s en anderzijds de financiële buffer om deze risico’s op te vangen zonder dat dit ten koste gaat van de organisatiedoelstellingen. De benodigde weerstandscapaciteit afgezet tegen de aanwezige (incidentele en structurele) weerstandscapaciteit geeft het volgende beeld:
2021
2022
2023
2024
2025
Totaal benodigde weerstandscapaciteit:
1.585.000
1.855.000
1.855.000
1.855.000
1.855.000
Totaal beschikbare weerstandscapaciteit: Incidenteel beschikbare weerstandscapaciteit:
1.047.000 902.000
149.000 -
155.000 -
155.000 -
155.000 -
(in EUR)
Algemene reserve
686.000
-
-
-
-
Bestemmingsreserve P maal Q*
216.000
-
-
-
-
-
-
-
-
Stille reserves
Structureel beschikbare weerstandscapaciteit:
145.000
149.000
155.000
155.000
155.000
Onvoorzien
145.000
149.000
155.000
155.000
155.000
Aanvullende bijdragen deelnemers
P.M.
P.M.
P.M.
P.M.
P.M.
Ratio weerstandscapaciteit: - enkelvoudig 2020 - cumulatief 2020 tot en met 2023
0,66 0,18
*De bestemmingsreserve P maal Q rekenen we toe aan de beschikbare weerstandscapaciteit omdat P maal Q ook onderdeel is van de benoemde risico’s.
Het werkelijke weerstandsvermogen bedraagt dus voor 2021 enkelvoudig 0,66 en cumulatief (voor de jaren 2021 en met 2025) 0,18. Het beleidsdoel is, zoals hiervoor vermeld, de categorie ‘voldoende’ dus tussen 1,0 en 1,4. Constatering is dat het werkelijke ratio ‘onvoldoende’ scoort en daarmee niet binnen het beleidsdoel valt en dat het ratio cumulatief 2021 tot en met 2025 nog verder onder het beleidsdoel ligt. Opgetreden risico’s 2020 Met de name de risico’s 1 (onbalans in taken) en 2 (onevenwichtig personeelsbestand) uit de actualisatie zijn in 2020 ook daadwerkelijk opgetreden. Dat dit geen financiële consequenties heeft, wordt veroorzaakt doordat de vastgestelde begroting 2020 als uitgangspunt is gekozen. Het gevolg hiervan is dat we niet de aantallen producten konden leveren overeenkomstig de afspraken en daardoor dus ook niet konden voldoen aan de Zeeuwse kwaliteit. In die zin bestaat er dus een milieurisico. Verder hebben we in 2020 maatregelen genomen om risico 4 (Het functioneren van de ICT-middelen wordt als onvoldoende ervaren) te verlagen. De effecten daarvan verwachten we in 2021 waardoor we risico kunnen afschalen. Daarnaast moeten we als gevolg van Covid-19 de uitvoering van onze werkzaamheden aanpassen. Dit leidde tot creatieve oplossingen. De productie over 2020 was vergelijkbaar met 2019.
Op basis van de inzichten toe nu toe verwachten we dat dit in 2021 en 2022 ook het geval zal zijn. Natuurlijk hebben we extra kosten, maar andere kosten, bijvoorbeeld reiskosten, zijn weer lager. We verwachten per saldo geen extra lasten.
32
Kengetallen In de BBV staat een voorschrift om een aantal specifieke kengetallen (inzake solvabiliteit, schuldquote, grondexploitatie, belastingcapaciteit en structurele exploitatieruimte) op te nemen in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing met een beoordeling van deze kengetallen. RUD Zeeland begroot geen rentelasten of aflossingen. Er is ook geen sprake van grond in exploitatie of inkomsten uit belastingheffing. De structurele lasten zijn in evenwicht met de structurele baten. Alleen het kengetal voor solvabiliteit is dus op RUD Zeeland van toepassing. No.
Omschrijving
Jaarrekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
1.
Solvabiliteit
48%
35%
35%
35%
35%
Solvabiliteit: dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin RUD Zeeland in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal is het eigen vermogen gedeeld door het balanstotaal. In 2020 bedraagt de solvabiliteit 48% dit is ruim voldoende.
6 VERANTWOORDING BEGROTINGSRECHTMATIGHEID Overschrijding ramingen op programmaniveau Op grond van artikel 193, lid 3 Provinciewet zijn alle begrotingsoverschrijdingen op de lasten (en daarmee overeenstemmende balansmutaties) onrechtmatig. Bij de afweging van de relevantie van deze onrechtmatige lasten is het criterium ‘passend binnen het door het algemeen bestuur uitgezette beleid’ van belang. In 2020 is er geen sprake van begrotingsoverschrijdingen op de lasten en is er dus ook geen sprake van begrotingsonrechtmatigheid.
33
Jaarrekening 2020
34
7 JAARREKENING 2020 BALANS OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN ANALYSE REKENINGRESULTAAT TOELICHTING BATEN EN LASTEN PER PROGRAMMA OVERZICHT INCIDENTELE LASTEN EN BATEN
36 42 42 48 50
35
7.1
BALANS
Balans per 31 december 2020 Activa Vaste activa
Passiva 31-12-2020
31-12-2019 Vaste passiva Eigen vermogen Algemene Reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerd resultaat Voorzieningen Voorzieningen met een specifieke bestemming
Totaal vaste activa
-
-
Vlottende activa Uitzettingen < 1 jaar Uitzettingen in 's Rijks schatkist < 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen Liquide middelen Banksaldi
Totaal vaste passiva
31-12-2020
31-12-2019
1.596.642 686.257 458.967 451.418
1.438.783 731.859 216.651 490.273
89.320
223.952
89.320
223.952
1.685.962
1.662.735
1.037.245 1.037.245
881.876 881.876
Vlottende passiva 2.748.411 2.643.000 97.594 7.817 1.476 1.476
2.499.114 Netto vlottende schulden < 1 jaar 532.000 Overig 1.967.114 1.305 1.305
Overlopende activa Nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen:
599.005
687.858 Overlopende passiva Nog te betalen bedragen en vooruitontvangen bedragen:
625.685
643.666
Europese overheid Rijksoverheid Overige Nederlandse overheden Overig
565.683 33.322
Europese overheid Rijksoverheid 629.512 Overige Nederlandse overheden 58.346 Overig
97.929 397.118
290.325 245.654
130.638
107.687
Overmatig verlof Totaal vlottende activa
3.348.892
3.188.277 Totaal vlottende passiva
1.662.930
1.525.542
Totaal
3.348.892
3.188.277 Totaal
3.348.892
3.188.277
36
Toelichting op de balans De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de verslagleggingsvoorschriften van het (BBV). Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij betreffende balansposten anders is vermeld, nemen we de activa en passiva op tegen nominale waarde. De baten en lasten rekenen we toe aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten nemen we slechts voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, nemen we in acht indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend waren. Reserves zijn vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die bedrijfseconomisch vrij te besteden zijn. Aan reserves kunnen we een bepaalde bestemming geven (bestemmingsreserves). Voorzieningen waarderen we op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De verminderingen in voorzieningen betreffen aanwendingen voor het doel waarvoor de voorziening is ingesteld. Personeelslasten rekenen we toe aan het dienstjaar waarop ze betrekking hebben. Toelichting op de balans per 31 december 2020 De balans ultimo 2020 in vergelijking met voorgaand jaar is als volgt (bedragen in € 1.000) 1. Uitzettingen < 1 jaar 2.
Liquide middelen 3. Overlopende activa Totaal activa
2020 2.748 1 599 3.349
2019 2.499 1 688 3.188
verschil 249 0 -89 161
% 10% 13% -13% 5%
(bedragen in € 1.000) 4. Eigen vermogen 5. Voorzieningen 6. Netto vlottende schulden < 1 jaar 7. Overlopende passiva Totaal passiva
2020 1.597 89 1.037 626 3.349
2019 1.439 224 882 644 3.188
verschil -22 45 155 -18 161
% -2% 20% 18% -3% 5%
ACTIVA (bedragen in €) 1. Uitzettingen < 1 jaar a. Uitzettingen in 's Rijks schatkist betreft het verplicht schatkistbankieren. Uitzettingen < 1 jaar Uitzettingen in 's Rijks schatkist
31-12-2020 2.643.000
31-12-2019 532.000
Alle decentrale overheden, dus ook de RUD Zeeland, zijn verplicht hun banktegoeden aan te houden bij het Ministerie van Financiën wanneer dat een bepaald bedrag (het drempelbedrag) overschrijdt. Het drempelbedrag voor RUD Zeeland bedraagt € 250.000. In 2020 zijn er geen bedragen boven het drempelbedrag buiten de 's Rijks schatkist aangehouden. Onderstaand een opsomming op basis van de rapportage schatkistbankieren van de aangehouden bedragen in 2020: 1e kwartaal 20.000 2e kwartaal 12.000 3e kwartaal 10.000 4e kwartaal 16.000
37
b. Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen < 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen
31-12-2020 97.594
31-12-2019 1.967.114
De vorderingen op openbare lichamen betreffen doorberekende kosten aan deelnemers, andere overheden en andere omgevingsdiensten. Per 19 februari 2021 moeten we nog een bedrag van € 4.356,- ontvangen. c. Overige vorderingen Uitzettingen < 1 jaar Overige vorderingen
31-12-2020 7.817
31-12-2019 0
Overige vorderingen bestaat uit het saldo van een nog te verrekenen creditnota van een leverancier. 2. Liquide middelen Liquide middelen Liquide middelen
31-12-2020 1.476
31-12-2019 1.305
De saldi van de liquide middelen sluiten aan bij de laatste saldobiljetten van 2020. 3. Overlopende activa a. Er zijn geen nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen van Europese overheidslichamen. b. De te ontvangen gelden van Nederlandse overheidslichamen Nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen: Overige Nederlandse overheden
31-12-2020 565.683
31-12-2019 629.512
De te ontvangen gelden van Nederlandse overheidslichamen zijn te ontvangen gelden van gemeenten, provincie, DMCR (m.n. de eindafrekening van de strippenkaart 2020) c. Overige overlopende activa Nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen: Overig
31-12-2020 33.322
31-12-2019 58.346
Overige overlopende activa betreft o.a. vooruitbetaalde verzekeringspremies 2021.
38
PASSIVA (bedragen in €) 4. Eigen vermogen Algemene reserve, bestemmingsreserve en gerealiseerd resultaat Eigen vermogen: a. Algemene reserve b. Bestemmingsreserve c. Gerealiseerd resultaat Overzicht verloop reserve
31-12-2020 686.257 458.967 451.418
31-12-2019 731.859 216.651 490.273
Toevoeging
Aanwending
a. Algemene Reserve
Saldo 1-1-2020 731.859
60.174
105.776
Saldo 31-12-2020 686.257
b. Bestemmingsreserves: Bestemmingsreserve transitiekosten invoering P*Q Bestemmingsreserve persoonlijk ontwikkelbudget
216.651 0
0 242.316
0 0
216.651 242.316
TOTAAL
948.510
302.490
105.776
1.145.224
a. Algemene reserve en c. Gerealiseerd Resultaat Op 7 juni 2020 besloot het algemeen bestuur om het jaarrekeningresultaat 2019 voor een bedrag van €430.000 terug te betalen aan de deelnemers en voor een bedrag van € 60.000 in te zetten voor projecten die zijn gestart in 2019 en overlopen naar 2020. Het algemeen bestuur stemde voor 2020 in met onttrekkingen uit de algemene reserve voor: - Een bedrag van maximaal € 60.000 voor de in 2019 gestarte projecten t.w.: een onderzoek samenwerking met GGD en VRZ, implementatie crisismanagement en het opstellen van een huisvestingsplan; - Tot maximaal € 50.000 voor de implementatie Omgevingswet; - Tot maximaal € 100.000 voor verbetering ICT. Realisatie onttrekking Algemene Reserve Omschrijving 1. Omgevingswet 2. Verbetering ICT 3. Kosten onderzoek samenwerking met GGD en VRZ 4. Implementatie crisismanagement 5. Huisvestingsplan Totaal
Reservering 50.000 100.000 20.000 20.000 20.000 210.000
Realisatie 2020 4.449 46.857 20.314 14.470 22.753 108.843
Onttrekking 2020 4.449 46.857 20.000 14.470 20.000 105.776
Restant 31-12-2020 45.551 53.143 5.530 104.224
Het restant per 31-12-2020 hevelen we niet over naar het begrotingsjaar 2021, en blijft onderdeel van de algemene reserve. Zo nodig doen we aan het algemeen bestuur een nieuw voorstel voor een onttrekking. b. Bestemmingsreserves Bestemmingsreserve transitiekosten invoering P*Q De bestemmingsreserve transitiekosten invoering P*Q is bedoeld voor kosten invoering P*Q. P*Q is door de verrekening van alle producten op uurbasis per 2021 volledig ingevoerd. In 2021 doen we nog enkele aanpassingen in de interne en externe rapportages, maar we verwachten dat we deze kosten kunnen opvangen binnen de bestaande budgetten. In 2021 doen we een voorstel aan het algemeen bestuur over het laten vervallen dan wel handhaven van de bestemmingsreserve.
39
Bestemmingsreserve persoonlijk ontwikkelbudget De commissie BBV nam op 5 maart 2021 het standpunt in dat het persoonlijk ontwikkelbudget een jaarlijks terugkerende verplichting is van een gelijke volume, waardoor voor het persoonlijk ontwikkelbudget geen voorziening meer gevormd mag worden. Ons algemeen bestuur besloot op 19 november 2018 jaarlijks het bedrag van € 100.000 minus de werkelijke kosten per jaar toe te voegen aan de voorziening. Dit ter voorkoming van het risico dat in enig jaar sprake zou zijn van financiële begrotingstekorten als meer aanspraak gemaakt wordt op deze regeling. Het is dus gerechtvaardigd om hier in de jaarstukken opvolging aan te blijven geven door het doorvoeren van een technische aanpassing. Deze technische aanpassing stemden we af met accountant en ziet toe op het aanmerken van de gereserveerde gelden als een bestemmingsreserve in plaats van als een voorziening. Zo blijft uitvoeren gegeven worden aan het bovengenoemde besluit van het algemeen bestuur als ook aan de jaarlijks vastgestelde begrotingen waarin deze reservering van deze gelden is verwerkt. Op basis van paragraaf 4.1 van de cao 2017 krijgen de medewerkers van RUD Zeeland (vast en tijdelijk) de beschikking over een persoonlijk ontwikkelbudget (POB) van € 5.000 per vijf jaar. In 2020 zien we een toename van het aantal aanvragen POB.
De huidige regeling voor POB eindigt ook op 31-122022. Vanaf 2021 verwachten we een verdere stijging van het aantal medewerkers die gebruikmaken van het POB. Het restant in 2020 (circa € 62.000) wordt overeenkomstig het besluit van het algemeen bestuur toegevoegd aan de reserve. 5. Voorzieningen Overzicht verloop voorzieningen Voorziening verlofsaldi Voorziening persoonlijk ontwikkelbudget Voorziening reorganisatiekosten BRZO Voorziening eigenrisicodrager WW TOTAAL
Saldo 1-1-2020 8.990 179.962 35.000 0 223.952
Toevoeging
Aanwending
0 0 0 45.500 45.500
170 179.962 0 0 180.132
Saldo 31-12-2020 8.820 0 35.000 45.500 89.320
Voorziening verlofsaldi De voorziening verlofsaldi betreft de per balansdatum nog openstaande verlofrechten over 2013. Bij de oprichting van de RUD per 01-01-2014 nam de RUD Zeeland de verlofuren van de geplaatste medewerkers over. De RUD Zeeland factureerde hiervoor destijds € 140.269 aan de deelnemers. In het totaal ging het om 5.981 uur. Hiervoor vormden we in 2014 een voorziening. Op 31 december 2020 zijn hiervan 379 uren nog niet opgenomen. Het bedrag dat overeenkomt met de nog niet opgenomen uren per 31 december 2020 bedraagt € 8.820. Voorziening persoonlijk ontwikkelbudget Op aanwijzing van de accountant voerden we een technische aanpassing door in de balans en vormden we de voorziening voor persoonlijk ontwikkelbudget om tot een bestemmingsreserve voor de kosten van het persoonlijk ontwikkelbudget. Zie ook de toelichting hiervoor op de bestemmingsreserves. Voorziening reorganisatiekosten Brzo In augustus 2018 besloot de provincie Zeeland om de Brzo-taken in Zeeland niet langer door de RUD Zeeland te laten uitvoeren. Dit heeft een tot gevolg dat de Brzo medewerkers in dienst van de RUD Zeeland in dienst komen van de DCMR. Een groot deel van de kosten vergoedt de provincie. Over één punt van de afrekening, is nog geen overeenstemming. Een onafhankelijk commissie geeft hierover in 2021 een advies.
De voorziening houden we instant tot het moment dat hierover duidelijkheid is. Voorziening eigenrisicodrager WW We zijn eigenrisicodrager in het kader van de WW waardoor we de kosten van een WW-uitkering, ook na beëindiging van een tijdelijk contract, betalen. Eén voormalig medewerker heeft nog geen werk gevonden, waardoor we in 2021 zolang de voormalig medewerker geen werk heeft gevonden, de kosten van de uitkering aan het UWV moeten betalen. De verwachte kosten 2021 verwerkten we in het resultaat en namen we op in een voorziening met specifieke bestemming.
40
Vlottende passiva Vlottende passiva Overig
31-12-2020 1.037.245
31-12-2019 881.876
Dit betreffen de facturen 2020 die op 31 december 2020 nog niet betaald zijn. Per 19 februari 2021 zijn deze betaald. 7. Overlopende passiva a. Vooruit ontvangen bedragen Nederlandse overheidslichamen Overlopende passiva Overige Nederlandse overheden
31-12-2020 97.929
31-12-2019 0
De vooruit ontvangen bedragen Nederlandse overheidslichamen betreffen: voorschotbedragen met specifiek bestedingsdoel. De voorschotbedragen met een specifiek bestedingsdoel betreffen middelen (materieel budget) waarover wij geen directe zeggenschap hebben. Dit omdat de middelen beschikbaar zijn gesteld voor specifieke werkzaamheden. De afrekening van deze middelen verloopt via het voorschot van de deelnemer(s). Frictiekosten Brzo. De afrekening van de werkelijke kosten verloopt via het voorschot van provincie Zeeland. b. Vooruit ontvangen bedragen overig Overlopende passiva Overig
31-12-2020 397.118
31-12-2019 245.654
De nog te betalen bedragen betreffen onder meer bedragen die over 2020 nog betaald moeten worden, maar waarvoor in 2020 nog geen factuur is ontvangen. c. Vooruit ontvangen bedragen overig Overlopende passiva Overmatig verlof
31-12-2020 130.638
31-12-2019 107.687
Op basis van het BBV moeten we een financiële verplichting opnemen voor overmatig verlof. De RUD merkt het aantal uren boven een verlofstand van 120 uur aan als overmatig. Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen PIOFACH Diensten gemeente Terneuzen: RUD Zeeland ging met de gemeente Terneuzen een overeenkomst aan inzake levering PIOFACH-diensten voor een periode van tien jaar. De resterende looptijd bedraagt per 31-12-2020 nog drie jaar. Het jaarlijkse bedrag voor de levering van PIOFACH-diensten bedraagt € 1.286.070 (excl. B.T.W.). Huur huisvesting van de gemeente Terneuzen: RUD Zeeland ging met de gemeente Terneuzen een huurovereenkomst voor huisvesting aan voor een periode van tien jaar. De resterende looptijd bedraagt per 31-12-2020 nog drie jaar. Het jaarlijkse bedrag van de huur bedraagt € 227.600 (excl. B.T.W.). Onderverhuur contract huisvesting RUD Zeeland ging met een derde een onderverhuurovereenkomst voor huisvesting aan ingaande per 1-10-2019. De resterende looptijd bedraagt per 31-12-2020 nog drie jaar. Het jaarlijkse bedrag voor onderverhuur bedraagt € 45.671 (excl. B.T.W.). Vennootschapsbelasting Eind 2017 stemde de RUD Zeeland haar fiscale positie opnieuw af.
Dit leidde er toe dat de RUD Zeeland voor de taken Toezicht/ Handhaving en Vergunningverlening onder de samenwerkingsvrijstelling valt en dat winsten zijn vrijgesteld en dat er niet langer een terugbetalingsverplichting heeft van de resultaten. Voor de expertise en
41
adviserende taken bracht RUD Zeeland in 2020 een kostendekkende prijs in rekening en is er derhalve geen sprake van een resultaat op dit onderdeel. De vennootschapsbelastinglast is in 2020 nihil.
7.2
OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN
Saldo jaarrekening Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten schrijft expliciet voor hoe we het rekeningresultaat bepalen en presenteren. Primair bepalen wij het totaal saldo van baten en lasten. Dit resultaat is het saldo van de baten en lasten van de programma’s, overhead, onvoorzien en de algemene dekkingsmiddelen. Vervolgens doen we toevoegingen of onttrekkingen aan de reserves waarover het algemeen bestuur besluit. Dit is ten laste c.q. ten gunste van dit resultaat. Het saldo dat dan resteert, noemen wij het Gerealiseerd Resultaat. Waar wij in deze jaarstukken spreken over het rekeningresultaat bedoelen wij het Gerealiseerd Resultaat. Omschrijving (bedragen * € 1.000)
Programma Milieu Overhead Onvoorzien Algemene dekkingsmiddelen Totaal van baten en lasten Mutatie reserves Gerealiseerd Resultaat
Exploitatie (x € 1.000)
Programma Milieu: Programmalijn Milieu - Vergunningverlening Programmalijn Milieu - Toezicht en Handhaving Overhead Onvoorziene lasten Algemene dekkingsmiddelen en reserves Totaal saldo
7.3
2020 Begroting voor wijziging
2020 Wijziging
2020 Begroting na wijziging
2020 Gerealiseerd
2020 verschil
7.840 3.387 168 -11.395 -
-1.164 -15 -156 1.269 -66 -210 -276
6.676 3.372 12 -10.126 -66 -210 -276
6.738 3.218 -10.301 -346 -106 -451
61 -154 -12 -175 -280 104 -175
2020
2020
2020
2020
2020
Begroting voor wijziging 3.597 4.243
Wijziging
Begroting na wijziging
Gerealiseerd
verschil
V/N
-905 -258
2.654 4.084
-38 99
V N
3.387 168 -11.395 -
-15 -157 1.060 -276
2.692 3.985 3.372 12 -10.336 -276
3.218 -10.407 -451
-154 -12 -71 -175
V V V V
ANALYSE REKENINGRESULTAAT
Toelichting op baten en lasten
Omschrijving 1. Resultaat 2e Bestuursrapportage 2. Programma milieu 3. Overhead 5. Algemene dekkingsmiddelen 6. Onvoorzien 7. Onttrekkingen Eindtotaal
Resultaat (bedragen x € 1.000) 276 -61 154 175 12 -104 451
V N V V V N V
Bovenstaande tabel geeft de belangrijkste verschillen tussen de raming en de werkelijkheid weer.
1. Algemeen / 2e bestuursrapportage: Het resultaat over 2020 bedraagt € 451.000 (4,1%). Dit is € 175.000 hoger dan het verwachte resultaat in
42
de 2e bestuursrapportage 2020. De belangrijkste oorzaken van dit hogere resultaat is dat de verwachte lagere inzet voor de strippenkaartproducten zich niet voordeed en stagnatie in Informatiemanagement/ICT gerelateerde projecten.
2. Programma Milieu (Nadeel € 61.000)
L/B Lasten
Programma milieu (bedragen x € 1.000) -74 -26 59 41 -20 -20 -61
Omschrijving a. Personele lasten b. Inhuur personeel van derden c. Overige directe kosten
Totaal Lasten d. Overige inkomsten Totaal Baten Eindtotaal
N N V N N N N
a. Personele lasten (Nadeel € 74.000) Het nadeel op de personele lasten komt voornamelijk doordat we eigenrisicodrager zijn in het kader van de WW. Ook na een beëindiging van een tijdelijk contract betalen we aan het UWV de kosten WW. In 2020 maakten we hierdoor meer kosten dan geraamd. De voormalig medewerker heeft inmiddels ander werk gevonden per 1 oktober 2020 en de WW-uitkering is beëindigd. Daarnaast maakten we door verkoop van verlofuren en de toename van verlofsaldi meer kosten dan geraamd. b. Personeel van derden (Nadeel € 26.000) In tegenstelling tot voorgaande jaren besteedden we het beschikbare budget voor inhuur volledig. In 2020 besteedden we aan personeel van derden voor het programma milieu circa 1,3 miljoen euro. In 2021 gaan we verder met de uitbreiding van onze bezetting, want het is en blijft lastig om goede inhuurkrachten te vinden en aan de RUD te binden. c. Overige directe kosten (Voordeel € 59.000) De directe kosten bestaan uit de milieuklachtenlijn, GEO-dienstverlening, aanschaf van (beschermings)middelen, (onderhoud van) geluidsmeters, etc. Deze uitgaven zijn lager dan begroot. Dit levert een voordeel op van € 59.000.
d. Overige inkomsten (Nadeel € 20.000) Binnen het programma Milieu voeren we een aantal werkzaamheden uit die zijn aangemerkt als overige inkomsten; onder meer de werkzaamheden die we uitvoeren voor DCMR en voor Impuls Externe veiligheid. Deze inkomsten zijn € 20.000 lager dan begroot (€ 276.000).
3. Overhead (Voordeel € 154.000) Overhead (bedragen x € 1.000)
L/B Lasten Totaal Lasten Baten Totaal Baten Eindtotaal
Kostensoort a. Personele lasten b. Overige kosten c. Overige inkomsten
Overig overhead -37 185 210 7 7 217
Frictiekosten Terneuzen 0 -99 -99 99 99 0
Totaal overhead V/N -37 N 86 V 49 V 106 V 106 V 154 V
43
a. Personele lasten (Nadeel per saldo € 37.000) Salarissen en sociale lasten (Nadeel € 45.000) Er ontstaat een nadeel op de personele lasten doordat we eigenrisicodrager zijn in het kader van de WW. Ook na een beëindiging van een tijdelijk contract betalen we aan het UWV de kosten voor WW. De voormalig medewerker heeft nog geen ander werk gevonden. Voor de verwachte kosten is een voorziening getroffen. Het restant (voordeel € 8.000) zijn kleine plussen en minnen op bijvoorbeeld reis- en opleidingskosten waardoor het totale nadeel voor personele lasten uitkomt op € 37.000 b. Overige kosten (Voordeel € 185.000) Door vacatures en personele wisselingen bij de staf startten projecten op het gebied van informatievoorziening, ICT (verbeteringen) en omgevingswet later dan gepland en schuiven de werkzaamheden door naar 2021. Hierdoor ontstaat er in totaal een voordeel van € 185.000. Een lagere onttrekking uit de algemene reserve doet een deel van dit voordeel teniet. Per saldo is het voordeel op overige kosten hierdoor circa € 80.000 – zie hiervoor ook punt 6 Onttrekking reserves in deze paragraaf. Voor 2021 stellen we een vacature open voor een informatiespecialist waardoor we minder afhankelijk zijn van derden voor uitvoering van deze projecten. b. en c.
Overige kosten / Overige inkomsten (Nadeel uitgaven € 99.000 / Voordeel inkomsten € 99.000) Door de uitname van de Brzo-taken kreeg ook gemeente Terneuzen te maken met frictiekosten voor uitvoering van de PIOFAC-taken voor RUD Zeeland. De vergoeding voor de frictiekosten betaalden we in 2020 aan de gemeente. Deze kosten vergoedde provincie Zeeland volledig. Per saldo levert dit dus geen resultaat op. c. Overige inkomsten (Voordeel € 7.000) Onder meer als gevolg van verrekening van kosten met derden zijn er iets meer inkomsten dan geraamd.
4. Algemene dekkingsmiddelen (Voordeel € 175.000) De algemene dekkingsmiddelen bestaan uit de vaste bijdrage van onze deelnemers, de opbrengsten van de variabele bijdrage (strippenkaart) van onze deelnemers en de bijdrage in de frictiekosten door provincie Zeeland. Variabele bijdrage deelnemers (Strippenkaart) (voordeel € 190.000) Bij de eerste en tweede bestuursrapportage 2020 schatten we in dat we minder variabele opbrengsten zouden realiseren dan begroot. In de werkelijkheid leverden we nagenoeg evenveel uren als geraamd en ontstaat er een voordeel van circa € 190.000 ten opzichte van de tweede bestuursrapportage. Onze deelnemers ontvingen in 2020 maandelijks een rapportage over de realisatie van de strippenkaart. Via de deelnemersrapportages verantwoorden we alle geleverde producten over 2020. Frictiekosten (Nadeel € 15.000) Met de provincie Zeeland verrekenen we de frictiekosten vergoeding als gevolg van de overdracht Brzo-taken op basis van werkelijke kosten. Doordat onze werkelijke kosten lager uitvallen dan geraamd is ook de frictiekosten vergoeding lager. In totaal komt de werkelijke frictiekostenvergoeding over 2020 uit op circa € 470.000 ten opzichte van de raming van € 507.000 zo’n € 35.000 lager. Over 2019 schatten we in dat de afrekening € 20.000 lager uitviel dan geraamd.
In de werkelijkheid rekenden we de frictiekostenvergoeding over 2019 overeenkomstig de raming af. Per saldo bedraagt het nadeel over 2020 € 15.000.
5. Onvoorzien (Voordeel € 12.000) Voor 2020 was een totaal bedrag van afgerond € 142.000 beschikbaar voor onvoorziene uitgaven; € 12.000 hiervan besteedden we niet.
44
6. Onttrekking reserves (Nadeel € 104.000) Het algemeen bestuur stemde voor 2020 in met de onttrekkingen uit de reserve voor de bestedingen zoals benoemt in onderstaande tabel. We onttrokken niet meer uit de algemene reserve dan we werkelijk besteedden. De onttrekking bedraagt in totaal afgerond € 106.000. Doordat de onttrekking gelijk is aan de besteding, zie ook punt 3b Overhead – overige kosten in deze paragraaf, levert een lagere onttrekking per saldo geen nadeel op. Onttrekkingen algemene reserve
Raming
Werkelijk
Onttrekking
Restant 31-12-2020
1. Omgevingswet 2. Verbetering ICT 3. Kosten onderzoek GGD en VRZ 4. Implementatie crisismanagement 5. Huisvestingsplan
50.000 100.000 20.000 20.000 20.000
4.449 46.857 20.314 14.470 22.753
4.449 46.857 20.000 14.470 20.000
45.551 53.143 5.530 -
Totaal
210.000
108.843
105.776
104.224
Het restant per 31-12-2020 hevelen we niet over naar het begrotingsjaar 2021. Zo nodig doen we aan het algemeen bestuur een nieuw voorstel voor een onttrekking.
45
7.4
WET NORMERING TOPINKOMENS (WNT)
Op 1 januari 2013 ging de Wet Normering Topinkomens (WNT) van kracht. De WNT verplicht tot openbaarmaking van de bezoldiging van de zogenaamde “topfunctionarissen”. Topfunctionarissen” zijn diegenen die leiding geven aan de gehele organisatie en die de WNT als zodanig aanmerkt. Conform de WNT maakt dit jaarverslag de beloning van de topfunctionarissen binnen RUD Zeeland openbaar. Deze verplichting tot openbaarmaking geldt ook voor de beloning van andere werknemers, indien die bezoldiging meer bedraagt dan het voor topfunctionarissen geldende bezoldigingsmaximum (norm 2020: € 201.000 op jaarbasis). Dit is bij RUD Zeeland niet aan de orde. Bij RUD Zeeland is de directeur in de zin van de WNT een topfunctionaris. De beloning van de directeur valt ruimschoots onder het genoemde bezoldigingsmaximum. Ook de leden van het dagelijks bestuur en algemeen bestuur van RUD Zeeland behoren tot topfunctionarissen, ook al is de vergoeding nihil. Onderstaande tabel geeft de topfunctionarissen van RUD Zeeland volgens de WNT richtlijnen weer. De directeur heeft in 2020 een fulltime (36 uur) dienstverband. Gegevens 2020
A. van Leeuwen
Functiegegevens
Directeur
Aanvang en einde functievervulling in 2020
01/01 – 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
Dienstbetrekking?
ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
€ 127.515,95
Beloningen betaalbaar op termijn
€ 20.779,08
Subtotaal
€ 148.295,03
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
€ 201.000,00
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Totale bezoldiging
N.v.t. € 148.295,03
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
Gegevens 2019
A. van Leeuwen
Functiegegevens
Directeur
Aanvang en einde functievervulling in 2019
01/01 – 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
Dienstbetrekking?
ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
€ 126.784,17
Beloningen betaalbaar op termijn
€ 19.903,20
Subtotaal
€ 146.687,37
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
€ 194.000,00
Totale bezoldiging
€ 146.687,37
46
Functie Naam DB-lid / AB-lid De heer B. van Assche AB-lid De heer G. Depauw AB-lid De heer C. Dekker AB-lid De heer F.J.A. Hommel DB-lid / AB-lid De heer P. Keller DB-lid / AB-lid De heer A.G. van der Maas AB-lid De heer S. Mackintosh AB-lid Mevrouw M. Mulder AB-lid De heer P.P.M. Ploegaert AB-lid De heer R.J. Reijnierse AB-lid de heer A.W. Roelse AB-lid De heer J.Y.W. Steketee DB-lid / AB-lid Mevrouw A. Smit DB-lid / AB-lid De heer B.L.L. van der Velde AB-lid De heer D. Verburg AB-lid De heer A.P. Witkam
Beloning €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0
Vaste onkostenvergoeding €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0
Variabele onkostenvergoeding €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0
Voorzieningen ten behoeve van beloning op termijn €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0
Totaal 2020 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0
Totaal 2019 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0
47
7.5
TOELICHTING BATEN EN LASTEN PER PROGRAMMA
Onderstaand overzicht geeft per programma, naast de primitieve begrotingscijfers en de begrotingscijfers na wijziging, de werkelijke baten en lasten evenals het saldo daarvan weer. Totaal overzicht 2020 Begroting voor wijziging
2020 Wijziging
2020 Begroting na wijziging
2020 Gerealiseerd
2020 verschil
7.840 3.387 168 -11.395 -
-1.164 -15 -156 1.269 -66 -210 -276
6.676 3.372 12 -10.126 -66 -210 -276
6.738 3.218 -10.301 -346 -106 -451
61 -154 -12 -175 -280 104 -175
Begroting na wijziging
Gerealiseerd
Verschil
V/N
Lasten Personele lasten Inhuur personeel van derden Overige directe kosten Materiele budgetten Totaal
5.511 1.294 147 1.909 8.862
5.586 1.320 89 632 7.626
74 26 -58 -1.278 -1.236
N N V V V
Baten Overige inkomsten Materiele budgetten Totaal
-277 -1.909 -2.186
-257 -632 -889
20 1.278 1.297
N N N
Saldo
6.676
6.738
61
N
Omschrijving (bedragen * € 1.000)
Programma Milieu Overhead Onvoorzien Algemene dekkingsmiddelen Totaal van baten en lasten Mutatie reserves Gerealiseerd Resultaat
Programma Milieu Programma Milieu (bedragen * € 1.000)
De programma’s Vergunningverlening en Toezicht en Handhaving en vallen uiteen in 2 delen t.w.: - Kosten voor het programma - Materiële budgetten vergunningverlening De kosten voor programma’s Vergunningverlening en Toezicht en Handhaving hebben voornamelijk betrekking op de kosten van inzet personeel. De materiële budgetten zijn budgetten die beschikbaar zijn gesteld door de provincie Zeeland ten behoeve van specifieke provinciale taken zoals: aanpak bodemverontreiniging, bodemsaneringen, nazorg stortplaatsen, externe veiligheid, luchtmetingen, controle metingen indirecte lozingen, controle onderzoeken bij bodemsanering, geluidmetingen en de bestuurlijke strafbeschikking milieu (BSBm). Daarnaast stelden de Zeeuwse gemeenten ook materiële budgetten beschikbaar ten behoeve van bemonstering van afvalwater analyses en asbestmonsternames. De materiële budgetten verrekenden we op basis van werkelijke lasten.
48
Overhead Overhead (bedragen * € 1.000)
2020 Begroting na wijziging
2020 Gerealiseerd
2020 Verschil
V/N
Lasten Organisatie kosten incl. salarissen Totaal
3.484 3.484
3.436 3.436
-49 -49
V V
Baten Overige inkomsten Totaal
-112 -112
-218 -218
-106 -106
V V
Saldo
3.372
3.218
-154
V
De kosten voor overhead bestaan uit alle overige kosten zoals de kosten voor PIOFACH, opleiding en de kosten voor de staf. Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen (bedragen * € 1.000)
Baten Bijdragen Totaal
2020 Begroting na wijziging
2020 Gerealiseerd
-10.126 -10.126
-10.301 -10.301
2020 V/N Verschil
-175 -175
V V
De bijdragen betreffen de inkomsten van deelnemers voor de vaste bijdragen en strippenkaart. Daarnaast vergoedt de provincie vanaf 2019 tot en met 2024 de frictiekosten als gevolg van de uitname van de Brzo taken. Voor een toelichting op het programma, overhead en algemene dekkingsmiddelen en reserves verwijzen we naar het onderdeel “Analyse rekeningresultaat” op bladzijde 42. Onvoorzien Onvoorzien (bedragen * € 1.000) Lasten Onvoorziene lasten Totaal
2020 Begroting na wijziging 12 12
2020 Gerealiseerd
-
2020 V/N Verschil
12 12
V V
In de vergaderingen van 17 juni 2020 en 11 november 2020 informeerde de directeur het dagelijks bestuur over de beschikking over de post onvoorzien 2020. Vervolgens informeerde het dagelijks bestuur via de bestuursrapportages in de vergaderingen van 1 juli 2020 en 25 november 2020 het algemeen bestuur. We verlaagden de post onvoorzien via begrotingswijzigingen.
49
Reserves Onttrekkingen reserves (bedragen * € 1.000)
2020 Begroting na wijziging
2020 Gerealiseerd
-210 -210
-106 -106
Baten Onttrekkingen algemene reserve Totaal
2020 V/N Verschil
-104 -104
N N
Het restant per 31-12-2020 hevelen we niet over naar het begrotingsjaar 2021, en blijft onderdeel van de algemene reserve. Zo nodig doen we aan het algemeen bestuur een nieuw voorstel voor een onttrekking.
7.6
OVERZICHT INCIDENTELE LASTEN EN BATEN
Korte omschrijving Volgens artikel 28 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten bevat de toelichting op de jaarrekening een overzicht van de incidentele baten en lasten. Uit dit overzicht blijkt in hoeverre incidentele factoren van invloed waren op het resultaat van de jaarrekening. Het is van belang inzicht te hebben in de incidentele baten en lasten om te beoordelen of er sprake is van een duurzaam financieel evenwicht, waarbij de structurele lasten gedekt zijn door structurele baten. incidentele lasten Verbetering ICT Onderzoek samenwerking VRZ -GGD Projectkosten omgevingswet Implementatiekosten crisismanagement Huisvestingsplan Saldo
€ Incidentele baten 46.857 Subsidies (via provincie Zuid-Holland) 20.314 Onttrekking reserve 4.449 14.470 22.753 108.843 Saldo
€ 6.347 105.776
112.123
50
8 CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT
51
9 BIJLAGEN JAARREKENING 2020
52
9.1
INFORMATIE PARAGRAAF VERBONDEN PARTIJEN DEELNEMERS
Op te nemen informatie in paragraaf verbonden partijen deelnemers Naam en vestigingsplaats Juridische grondslag Rechtsvorm Datum ingang Uittreding Ontwikkelingen Deelnemers
Bestuurlijk belang Voorzitter AB en DB Samenstelling DB
Samenstelling AB
: RUD Zeeland te Terneuzen : Gemeenschappelijke Regeling : 1 januari 2014 : Art 53 van de Gemeenschappelijke Regeling RUD Zeeland : Invoering P*Q : Alle gemeenten in Zeeland : provincie Zeeland : Waterschap Scheldestromen : A. van de Maas (Noord Beveland) : Vertegenwoordiger gemeente Terneuzen : Vertegenwoordiger gemeente Schouwen-Duiveland : Vertegenwoordiger Provincie Zeeland : Vertegenwoordiger Waterschap Scheldestromen : Vertegenwoordigers alle gemeenten in Zeeland : Vertegenwoordiger Provincie Zeeland : Vertegenwoordiger Waterschap Scheldestromen
Deelnemersbijdrage P*Q 2020 (afgeronde bedragen) Deelnemer Gemeente Borsele Gemeente Goes Gemeente Hulst Gemeente Kapelle Gemeente Middelburg Gemeente Noord-Beveland Gemeente Reimerswaal Gemeente Schouwen-Duiveland Gemeente Sluis Gemeente Terneuzen Gemeente Tholen Gemeente Veere Gemeente Vlissingen Provincie Zeeland Waterschap Scheldestromen Totaal
Raming Vaste bijdrage Strippenkaart 483.100 111.900 494.900 153.600 478.900 84.700 201.100 57.500 130.400 94.900 198.800 82.100 388.100 71.800 524.800 131.800 661.700 85.900 834.900 119.500 261.300 56.200 154.900 67.700 172.100 95.700 2.897.900 660.300 15.800 13.700 7.898.700 1.887.300
Werkelijk Totaal Vaste bijdrage Strippenkaart 595.000 483.100 99.834 648.500 494.900 119.039 563.600 478.900 94.349 258.600 201.100 92.964 225.300 130.400 98.411 280.900 198.800 63.336 459.900 388.100 110.904 656.600 524.800 133.671 747.600 661.700 121.621 954.400 834.900 189.407 317.500 261.300 71.122 222.600 154.900 65.120 267.800 172.100 96.358 3.558.200 2.897.900 553.234 29.500 15.800 9.786.000 7.898.700 1.909.371
Totaal 582.934 613.939 573.249 294.064 228.812 262.136 499.004 658.471 783.321 1.024.307 332.422 220.020 268.458 3.451.134 15.800 9.808.071
verschil Totaal 12.066 34.561 -9.649 -35.464 -3.511 18.764 -39.104 -1.871 -35.721 -69.907 -14.922 2.580 -658 107.066 13.700 -22.071
Reserves RUD 31 december 2020 Algemene reserve € 686.257 Bestemmingsreserves € 458.967 Resultaat 2020 € 451.418
53
9.2
LASTEN EN BATEN PER TAAKVELD
Taakvelden (bedragen x € 1.000) 0.4 Overhead 0.8 Overige baten en lasten 7.4 Milieubeheer Saldo
Lasten 3.436
Baten 218
Saldo -3.218
7.626 11.062
11.295 11.514
3.669 451
54