C10bijlage Brief IGJ inzake regiobeeld regionaal toezicht Zeeland
Tekst van het document
> Retouradres Postbus 2518 6401 DA Heerlen
T.a.v. mevrouw P. Schot, wethouder Schouwen-Duiveland Bestuursvoorzitter inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland Per e-mail: paula.schot@schouwen-duiveland.nl In cc: mevrouw M. van Heest, programmamanager Jeugd en Zeeuwse samenwerking Sociaal Domein. mvanheest@borsele.nl Datum Betreft
18 december 2023 Regiobeeld regionaal toezicht Zeeland
Stadsplateau 1 3521 AZ Utrecht Postbus 2518 6401 DA Heerlen T 088 120 5000 www.igj.nl Inlichtingen bij Dhr. J. Verbruggen T 088-1205000 Ons kenmerk IGJ/131993-BVH/TT30
Geachte mevrouw Schot, Om een goed beeld te krijgen van de kwaliteit en beschikbaarheid van de jeugdhulp in Zeeland heeft de inspectie in het najaar van 2023 een thematisch toezicht uitgevoerd bij negen jeugdhulpaanbieders middels een regionaal toezicht in Zeeland. Naast de bevindingen bij de individuele jeugdhulpaanbieders heeft de inspectie ook regionale bevindingen opgehaald. De inspectie is zich er van bewust dat Zeeland bestaat uit een aantal gebieden waarvan het beleid en de uitvoering van de hulp kan verschillen. De inspectie is echter van mening dat de regionale bevindingen voor heel Zeeland van toepassing zijn. Deze bevindingen kwamen namelijk in meerdere gesprekken en toezichten naar voren en sluiten aan bij hoe de jeugdhulp in de jeugdhulpregio Zeeland op dit moment georganiseerd is. Deze bevindingen delen we daarom via deze brief met u. Aanleiding en uitvoering regionaal toezicht De redenen voor dit toezicht waren: signalen over een onvoldoende passend jeugdhulpaanbod, signalen over geen goede samenwerking tussen jeugdhulpaanbieders onderling en met verwijzers en signalen dat de kwaliteit van hulpverlening niet altijd op orde en geborgd zou zijn. Een andere reden is dat de inspectie in vergelijking met andere regio’s weinig (verplichte) meldingen krijgt van calamiteiten en geweldsincidenten uit Zeeland.
De signalen die de inspectie krijgt zijn met name anoniem en komen via informele kanalen binnen. Voorafgaand aan dit toezicht heeft de inspectie voorbereidende gesprekken gevoerd met alle penvoerders van de samenwerkingsverbanden in Zeeland, de inkooporganisatie jeugdhulp Zeeland (IJZ), de werkgroep harmonisatie toegang Zeeland en de toenmalige voorzitter van de werkgroep zorgfraude vanuit de gemeenten. Daarnaast hebben wij begin 2023 met u en mevrouw Van Heest een gesprek gehad om een beeld te krijgen van de jeugdhulpregio vanuit uw rol als bestuursvoorzitter. Bij dit thematisch toezicht heeft de inspectie gekeken naar hoe de toeleiding naar de jeugdhulp in de regio is geregeld en of dit leidt tot de hulp die jeugdigen nodig hebben. Daarnaast keek de inspectie naar belemmeringen en oplossingen in de samenwerking met betrekking tot de kwaliteit van de jeugdhulp.
Pagina 1 van 4
De inspectie bezocht de negen aanbieders waarbij met behulp van het toetsingskader voor jeugd, het JIJ-kader 1, de kwaliteit getoetst is.
Kenmerk IGJ/131993-BVH/TT30
Van de negen individuele toezichten bij de jeugdhulpaanbieders in Zeeland zijn rapporten opgesteld. Deze worden gepubliceerd en zijn vanaf half januari 2024 allemaal te vinden op de website van de inspectie www.igj.nl. In deze rapporten kunt u lezen dat de hulp bij deze aanbieders van voldoende kwaliteit was. Bevindingen omtrent aanbod Voldoende aanbod en korte wachtlijsten Bij de negen aanbieders waar de inspectie de kwaliteit van de jeugdhulp heeft getoetst, ziet de inspectie dat de wensen, behoeften en mogelijkheden duidelijk in kaart worden gebracht. Bij de residentiële aanbieders die de inspectie heeft bezocht zijn er geen wachtlijsten en zelfs open plekken. Ook bij de ambulante aanbieders die de inspectie bezocht waren geen of relatief korte wachtlijsten voor bijvoorbeeld opvoedondersteuning, scheidingshulp en ambulante begeleiding. Uit de gesprekken met de aanbieders hoort de inspectie echter wel dat er wachtlijsten zijn en een tekort aan aanbod ervaren wordt in de regio, bijvoorbeeld voor kleinschalige woonvoorzieningen voor jeugdigen met complexe problematiek. Innovatie stagneert De inspectie hoort in de gesprekken dat aanbieders zich willen inzetten om te komen tot betere hulp en een goed passend aanbod. Daarentegen geven zij ook aan onvoldoende financiële ruimte of stimulans te ervaren om hierin te investeren.
Daarnaast komt naar voren dat aanbieders niet altijd goed op de hoogte zijn waar de hiaten zijn en waarop geïnnoveerd kan worden binnen de regio om het meeste effect te bereiken voor de jeugdigen. Gemeenten sturen op de inzet van passend aanbod Uit de gesprekken die de inspectie heeft gevoerd, blijkt dat aanbieders ervaren dat gemeenten op de stoel gaan zitten van de professional in het bepalen van passende hulp. Dit blijkt bijvoorbeeld in het afgeven van korte beschikkingen, het uitvragen van uitgebreide informatie bij (her)beschikkingen en het anders beschikken van hulp dan dat de professional passend acht. Aanbieders geven aan soms niet het vertrouwen in hun oordeel te ervaren door gemeenten. RET/BEN In Zeeland wordt de formele structuur van het Regionaal Expertise Team (RET) en het Bovenregionaal Expertise Netwerk (BEN) onvoldoende gebruikt. Sommige gemeenten zijn ook niet bereid om het RET financieel te ondersteunen. Hierdoor worden kansen gemist om de regio breed te ontwikkelen, omdat juist bij de casuïstiekbespreking bij het RET en het BEN naar voren komt waar het in de regio vastloopt, welk hulpaanbod gemist wordt en hoe dit verholpen kan worden. Zowel in gesprekken met aanbieders als met de penvoerders van de samenwerkingsverbanden komt naar voor dat iedereen in de jeugdhulp de behoefte heeft om regiobreed van elkaar te leren en het aanbod verder te ontwikkelen.
1
www.igj.nl/publicaties/toetsingskaders/2021/01/05/het-jij-kader Pagina 2 van 4
Bevindingen omtrent samenwerking
Kenmerk IGJ/131993-BVH/TT30
Vooral informele samenwerking De inspectie hoort van individuele aanbieders dat zij zo goed als mogelijk de samenwerking opzoeken met bijvoorbeeld verwijzers, andere jeugdhulpaanbieders en het onderwijs om te komen tot de best passende hulp voor de jeugdigen en diens gezinnen. De inspectie ziet echter dat dit met name op informele wijze gebeurt. Hiermee bedoelen we dat professionals onderling korte lijnen hebben, opkomen voor de jeugdigen waarvoor zij verantwoordelijk zijn en vanuit een “onskent-ons” principe passende hulp realiseren. Hierdoor kan het uitmaken voor een jeugdige met welke professional deze te maken heeft en of deze de best passende hulp kan krijgen. De inspectie heeft hier ook voorbeelden van gehoord. ‘De casus is in het regionaal expertiseteam (RET) besproken. Daaruit zijn adviezen gekomen voor vervolghulp. Deze zijn onvoldoende van de grond gekomen. De jongen kwam nu bij ons op intake, maar wij zijn onvoldoende gespecialiseerd in zijn problematiek. We hebben hem doorverwezen naar een andere aanbieder en volgen dit proces nu zelf intensief om te bezien of deze jongen uiteindelijk de goede behandeling krijgt.” – behandelaar “Ik woonde eerst in een andere gemeente in Zeeland. Daar kon ik de hulp niet krijgen.
Nu ik in een nieuwe gemeente binnen Zeeland woon, kan ik de hulp wel krijgen met dezelfde onderbouwing als in de eerdere gemeente.” - ouder De inspectie hoort tijdens het toezicht dat aanbieders onvoldoende op de hoogte zijn of weinig gebruik maken van formele lijnen om te komen tot passende hulp, zoals het RET. Samenwerkingsverbanden verschillen onderling sterk op samenwerking De inspectie hoort dat er verschillend invulling gegeven wordt aan de samenwerkingsverbanden waar de jeugdhulpaanbieders onderdeel van zijn. In sommige samenwerkingsverbanden hoort de inspectie voorbeelden van interne samenwerking waar de jeugdige uiteindelijk ook profijt van heeft. In andere samenwerkingsverbanden wordt alleen uitgewisseld en samengewerkt bij moeilijke casuïstiek in de vorm van overleggen met experts binnen het samenwerkingsverband. Weer andere samenwerkingsverbanden hebben geen inhoudelijke samenwerking en zijn alleen verenigt vanwege het inkoopbeleid. Bevindingen omtrent kwaliteit van de hulpverlening Leren van incidenten en calamiteiten kan beter; een goede aanspreekcultuur lijkt te ontbreken Een belangrijk onderdeel van kwaliteit en kwaliteitsverbetering van de jeugdhulp is dat aanbieders leren van incidenten en calamiteiten en elkaar scherp houden op kwaliteitsverbetering. De inspectie ziet dat de bezochte aanbieders hier verschillend mee bezig zijn.
Sommige aanbieders hebben dit goed ingericht. Bij anderen is dit een verbeterpunt en ontbreekt bijvoorbeeld een goede definitie van wat wel of niet (intern) gemeld moet worden. Niet alle aanbieders waren bijvoorbeeld bekend met het doen van (verplichte) meldingen bij de inspectie.
Pagina 3 van 4
“Ik was niet op de hoogte dat je ook met de inspectie kan overleggen, wanneer je twijfelt over het doen van een melding of wanneer je zorgen signaleert omtrent de kwaliteit van de hulp. Goed om dit nu wel te weten en ik ga dit ook delen met mijn collega’s binnen het samenwerkingsverband.” – bestuurder jeugdhulporganisatie
Kenmerk IGJ/131993-BVH/TT30
De inspectie hoort in gesprekken met professionals dat zij soms zorgsignalen zien bij andere aanbieders of in het contact met een ketenpartner bij individuele casuïstiek. Zij geven echter aan hier niet altijd actie voor te ondernemen om dit op te lossen. Zij zoeken andere wegen om hiermee om te gaan, waardoor de mogelijke tekortkomingen in stand blijven. Een aanspreekcultuur, ook tussen ketenpartners, lijkt onvoldoende aanwezig. Dit belemmert kwaliteitsverbetering binnen de regio en kan zorgen voor wantrouwen. Gesprek De inspectie bespreekt deze bevindingen graag in een gesprek met u en uw collega’s van de bestuurscommissie om te kijken hoe gereflecteerd wordt op bovenstaande punten en hoe deze meegenomen kunnen worden in de regio. Mevrouw Van Heest heeft ons uitgenodigd op 26 januari 2024 om dit gesprek met u te voeren. Met vriendelijke groet,
J. Verbruggen senior inspecteur
Pagina 4 van 4