Bijlage - Was-wordt-tabel wijziging verordening Wmo 2024
Tekst van het document
Bijlage 1 Was-wordt-tabel Wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning Hulst, 2017
Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 11. Regels voor pgb
Nieuwe tekst Artikel 11. Regels voor pgb
3. De hoogte van een pgb: a. wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden;
3. De hoogte van een pgb: a. wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden;
b. wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, en
b. wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, en
c. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura.
c. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura.
d. wordt voor een maatwerkvoorziening begeleiding begrensd op 75% van het tarief van de in de gemeente beschikbare maatwerkvoorzieningen in natura van het voorafgaande jaar.
d. bedraagt voor huishoudelijke hulp; het uurloon dat hoort bij de hoogste periodiek van de dan geldende cao VVT, vermeerderd met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren;
e. wordt voor huishoudelijke voorzieningen begrensd op € 16,00 per uur.
e. wordt voor een maatwerkvoorziening begeleiding, dagbesteding, kortdurend verblijf, vervoer van en naar de dagbesteding begrensd op 75% van het tarief van de in de gemeente beschikbare maatwerkvoorzieningen in natura van het voorafgaande jaar
f. wordt voor een rolstoelvoorziening vastgesteld overeenkomstig artikel 3.b en lid 5 van dit artikel. g. wordt voor een maatwerkvoorziening Beschermd Wonen jaarlijks vastgesteld door de centrumgemeente Vlissingen. De tarieven van het pgb worden afgeleid van de tarieven zorg in natura. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in verzilvering bij dienstverlener / instelling,
f. bedraagt voor begeleiding uit het sociale netwerk; het uurloon dat hoort bij de hoogste periodiek van FWG 30 van de dan geldende cao VVT, vermeerderd met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren. .
begeleiding extramuraal zonder dagbesteding, een opslag ten behoeve van dagbesteding en een tarief voor pgb
g. wordt voor een rolstoelvoorziening vastgesteld overeenkomstig artikel 3.b en 1
begeleiding / informele ondersteuning.
lid 5 van dit artikel.
h. Het bedrag voor aanschaf, onderhoud en verzekering van een sportrolstoel wordt verstrekt als persoonsgebonden budget en bedraagt maximaal € 2.500,00 voor de periode van 3 jaar, tenzij uit minimaal drie offertes blijkt dat, gezien de prijsontwikkeling, het genoemde bedrag niet toereikend is.
h. wordt voor een maatwerkvoorziening Beschermd Wonen jaarlijks vastgesteld door de centrumgemeente Vlissingen. De tarieven van het pgb worden afgeleid van de tarieven zorg in natura. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in verzilvering bij dienstverlener / instelling, begeleiding extramuraal zonder dagbesteding, een opslag ten behoeve van dagbesteding en een tarief voor pgb begeleiding / informele ondersteuning. i. Het bedrag voor aanschaf, onderhoud en verzekering van een sportrolstoel wordt verstrekt als persoonsgebonden budget en bedraagt maximaal € 2.500,00 voor de periode van 3 jaar, tenzij uit minimaal drie offertes blijkt dat, gezien de prijsontwikkeling, het genoemde bedrag niet toereikend is.
4.Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk als: a. deze persoon hiervoor een tarief hanteert dat niet hoger is dan het op grond van het derde lid gehanteerde tarief en b. tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb worden betaald.
4.Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk als: a. deze persoon hiervoor een tarief hanteert dat niet hoger is dan het op grond van het derde lid gehanteerde tarief en b. tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb worden betaald.
5.De bedragen van een pgb voor een zaak, worden bepaald als tegenwaarde van de zaak die de aanvrager op dat moment ontvangen zou hebben als de zaak in natura zou zijn verstrekt. In de situatie dat dit een niet nieuwe voorziening was geweest, dan wordt de tegenwaarde daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte afschrijvingstermijn, rekening houdend met onderhoud en verzekering.
5. Er is sprake van hulp uit het sociale netwerk als: a. de hulp geboden wordt door bloed-of aanverwanten in de 1e of 2e graad b. de hulp geboden wordt door iemand die niet in dienst is van een instelling of bedrijfsmatig hulp verleent en niet staat in geschreven in het handelsregister.
Is de naturaverstrekking een nieuwe voorziening, dan wordt de tegenwaarde daarop gebaseerd, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en rekening houdend met onderhoud en verzekering.
6.De bedragen van een pgb voor een zaak, worden bepaald als tegenwaarde van de zaak die de aanvrager op dat moment ontvangen zou hebben als de zaak in natura zou zijn verstrekt. In de situatie dat dit een niet nieuwe voorziening was geweest, dan wordt de tegenwaarde daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte afschrijvingstermijn,
6.Het pgb is bedoeld voor betaling van feitelijke zorg die bijdraagt aan het te bereiken resultaat en aan bepaalde 2
kwaliteitseisen voldoet en mag niet worden aangewend voor zaken als reiskosten zorgverlener, bemiddelingskosten, administratiekosten en overige kosten verbonden aan het werkgeverschap·.
rekening houdend met onderhoud en verzekering. Is de naturaverstrekking een nieuwe voorziening, dan wordt de tegenwaarde daarop gebaseerd, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en rekening houdend met onderhoud en verzekering.
7.In aanvulling op voorgaand lid 6 is per kalenderjaar een verantwoordingsvrij bedrag a € 250,00 onderdeel van het budget.
7.Het pgb is bedoeld voor betaling van feitelijke zorg die bijdraagt aan het te bereiken resultaat en aan bepaalde kwaliteitseisen voldoet en mag niet worden aangewend voor zaken als reiskosten zorgverlener, bemiddelingskosten, administratiekosten en overige kosten verbonden aan het werkgeverschap·. 8.In aanvulling op voorgaand lid 7 is per kalenderjaar een verantwoordingsvrij bedrag a € 250,00 onderdeel van het budget.
3
Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 12. Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of pgb’s en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen
Nieuwe tekst Artikel 12. Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of pgb’s en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen 4. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening in de vorm van zorg in natura of pgb wordt vastgesteld conform de maximale variant in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en is nooit hoger dan de kostprijs van de betreffende voorziening.
4. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb en voor bij verordening aangewezen algemene voorzieningen, zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit WMO geen, of een lagere bijdrage is verschuldigd
4
Artikel 12a wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 12a. Bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen, met uitzondering van de bij verordening aangewezen algemene voorzieningen
Nieuwe tekst Artikel 12a. Bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen, met uitzondering van de bij verordening aangewezen algemene voorzieningen
1. Een cliënt is een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van een Algemene Voorziening.
1. Een cliënt is een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van een Algemene Voorziening
2.De kostprijs van een algemene voorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder.
2. De kostprijs van een algemene voorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder.
3.Voor het collectief vervoer is een gereduceerde reisbijdrage voor een maximum van 3000 kilometer per kalenderjaar verschuldigd. De reductie wordt als volgt berekend:
3. Een cliënt is voor het collectief vraagafhankelijk vervoer een eigen bijdrage per kilometer en een starttarief verschuldigd 4. De eigen bijdrage voor het collectief vraagafhankelijk vervoer wordt jaarlijks geïndexeerd conform de Landelijke Tarieven Index (LTI).
4.Een cliënt is een reisbijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van collectief vervoer, ter hoogte van € 1,21 opstaptarief en € 0,28 euro per kilometer. Voor ritten langer dan 30 km, waarbij de bestemming buiten ZeeuwsVlaanderen ligt, is de prijs € 1,43 per extra kilometer, met uitzonderingen van puntbestemmingen waarvoor ook het tarief van € 0,28 euro per kilometer geldt. Dit zijn: alle ziekenhuizen in de provincie, UZ (Gent), Emergis (Oostmolenweg in Kloetinge), Visio (Goes), Gardeslen (Goes), Maria Middelares (Gent), AZ (Sint Niklaas). 5.De in het vierde lid genoemde bedragen zijn uitgedrukt in het prijspeil van het jaar 2018 en kunnen ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd worden aan de hand van ontwikkeling van de NEA-index. 6.Als toepassing is gegeven aan lid 5, draagt het college zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats gestelde bedragen.
Toelichting Artikel 11 De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft zich op 16 augustus tweemaal uitgesproken over de informele pgb-tarieven in het sociale netwerk binnen de Wmo en Jeugdwet. Deze uitspraken hebben consequenties voor het beleid van gemeenten. 5
De uitspraken van de CRvB gaan over de tarieven die gemeenten hanteren voor persoonsgebonden budgetten (pgb’s) in het kader van sociaal netwerkondersteuning. Deze tarieven, meestal vastgesteld op basis van het minimumloonniveau, zijn door de Raad als onverbindend verklaard in gemeenten Etten-Leur en Gemert-Bakel. Binnen de gemeente Hulst maken we geen onderscheid in tarieven tussen informele en formele zorgverleners. Het tarief voor huishoudelijke hulp is nu begrensd op € 16,00. De hoogte van de pgb voor huishoudelijke hulp wordt aangepast conform de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Dit tarief geldt dus zowel voor formele als informele hulp. Voor individuele begeleiding wordt naar aanleiding van deze uitspraak wel onderscheid gemaakt tussen professionele en niet professionele zorgverleners. Op dit moment bedraagt het pgb uurtarief voor individuele begeleiding € 39,60 en geldt voor zowel informele als formele hulp. Voor informele hulp (hulp uit het sociaal netwerk) wordt het maximale pgb-tarief aangepast conform uitspraak va de CRvB. Hiermee krijgen we een tarief voor informele hulp en een tarief voor formele hulp. Ook is er een artikel toegevoegd welke duidelijk maakt wanneer er sprake is van hulp uit het sociale netwerk.
Artikel 12 Vanaf 1 januari 2024 wijzigt de eigen bijdrage (het abonnementstarief) voor hulp of ondersteuning uit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De eigen bijdrage wijzigt van € 19,- naar maximaal € 20,60 per maand. Dit is een besluit van de minister voor Langdurige Zorg en Sport in verband met stijgende kosten voor Wmo-voorzieningen en inflatie Artikel 12a De eigen bijdrage voor het collectief vervoer wordt per 1 januari 2024 ook aangepast. Voor een cliënt geldt hiervoor een eigen bijdrage per kilometer en starttarief. Dit tarief wordt ieder jaar geïndexeerd conform de Landelijke Tarieven Index (LTI).
6