Bijlage 6: toelichting risicodekking, transformatie en innovatie
Tekst van het document
Bijlage
Toelichting risicodekking, transformatie en innovatie
Aan alle Zeeuwse gemeenteraden wordt voorgesteld om vanaf 1 januari 2024 een regiobudget te vormen voor beschermd wonen (BW) en opvang. Voor verdere informatie verwijzen we naar het raadsvoorstel ‘Partnerschapsafspraken beschermd wonen en opvang 2024’. Aan de gemeenteraad van Vlissingen wordt voorgesteld om een bedrag vanuit de historische reserve Centrumtaken te gebruiken om een te vormen bestemmingsreserve bij het regiobudget te voeden. Dit bedrag bestaat uit drie onderdelen: 1. Risicodekking 2. Transformatie 3. Innovatie 1. Risicodekking (€ 1.595.000) Adviesbureau AEF heeft een risicotaxatieonderzoek uitgevoerd vanuit het perspectief van de dertien regiogemeenten. Er is onderzocht welke risico’s voortvloeien uit de voorgenomen financiële doordecentralisatie van BW, het woonplaatsbeginsel en het partnerschap. AEF heeft de risico’s geclusterd in drie categorieën: ten eerste risico’s die voortkomen uit ontwikkelingen die grotendeels losstaan van de transformatie in beschermd wonen; ten tweede risico’s die samenhangen met de transformatie zelf; ten derde risico’s die inherent zijn aan het werken met aannames zoals bij een verdeelmodel en ingroeipad. AEF benoemt tien risico’s met daarbij de omvang van het financiële risico en beheersmaatregelen:
Voor dit voorstel gaan we uit van de door AEF benoemde incidentele financiële risico’s: • als het aantal cliënten dat in een gegeven jaar instroomt hoger is dan voorzien (€ 674.000); • als het aantal cliënten dat uitstroomt lager is dan voorzien (€ 674.000); • als er meer cliënten dan voorzien BW-voorzieningen buiten de regio afnemen (€ 247.000).
Het genoemde risico dat verbonden is aan de aannames van het verdeelmodel en ingroeipad is niet meegenomen. Na de oplevering van het rapport van AEF is bekend geworden dat het woonplaatsbeginsel inclusief verdeelmodel controversieel is verklaard. Dit heeft als gevolg dat de wetgeving pas door het nieuw aan te stellen kabinet behandeld zal worden. De streefdatum van 1 januari 2025 lijkt hierdoor onzeker te worden. Er bestaat een grote kans dat behandeling van de wet in een later stadium plaats vindt en daarmee de invoering van het woonplaatsbeginsel en verdeelmodel op zijn vroegst in 2026 in kan gaan. Bovendien is men verdeeld over de wet en is het niet zeker óf deze in werking zal treden. 2. Transformatie (€ 14.175.000) a. Monitoring en analyse (€ 100.000) In het risicotaxatieonderzoek van AEF is bij vrijwel alle geconstateerde risico’s een beheersmaatregel om goed te monitoren. Gezamenlijke monitoring wordt belegd binnen de nieuwe governance voor de inkoop van jeugdhulp, BW, maatschappelijke opvang (MO) en vrouwenopvang (VO). Analyse is in eerste instantie een lokale verantwoordelijkheid. Maar er moet ook een gezamenlijke analyse zijn, en er moet een stevige verbinding zijn tussen regionale monitoring en lokale analyse.
Omdat elke gemeente een eigen systeem heeft voor monitoren, wordt voorgesteld een dashboard te bouwen dat wordt gevoed met gegevens uit het iWmo-berichtenverkeer. Het bouwen van een dashboard voor jeugdhulp bleek erg ingewikkeld en tijdrovend te zijn. Een goede monitoring en analyse zijn essentieel. Daarom wordt voorgesteld hiervoor voldoende middelen beschikbaar te stellen. Gelet op de tijd die er in het bouwen van een dashboard moet worden gestoken en de mate van complexiteit, zijn de geschatte kosten € 100.000. Het is zeer belangrijk dat er goede werkafspraken gemaakt worden over monitoring en dat alle gemeenten zich houden aan die afspraken. Bovendien vraagt de analyse van de monitoringgegevens kennis en kunde. Expertise zal opgebouwd en/of ingeregeld moeten worden. b. Versterken expertise lokale toegang (€ 50.000) Sinds 1 januari 2022 is de toegang tot BW een lokale verantwoordelijkheid. De expertise van de lokale toegang verschilt per gemeente. Dat kan een risico vormen ten aanzien van de instroom in BW. In het risicotaxatieonderzoek van AEF staat dat het kan zijn dat (een deel van) de gemeenten gaandeweg minder strenge toegangscriteria gaan hanteren of dat het regionaal afwegingskader te veel ruimte laat voor het afgeven van BW-indicaties waar een andere, goedkopere voorziening ook passend was geweest.
AEF adviseert om hierop te sturen door het afwegingskader te herijken, en met de medewerkers met direct klantcontact (frontoffice) van de toegangen aanvullende afspraken te maken over het indiceren van BW. Dit wordt opgepakt door de onafhankelijk deskundige en de contractmanager BW. Voor een impuls voor de administratief medewerkers (backoffice) van de toegangen, inclusief de backoffice van de zorgaanbieders BW willen we een aantal bijeenkomsten organiseren in 2024, 2025 en 2026. De geschatte kosten hiervoor zijn € 25.000.
In 2024 gaan we aan de slag met de (her)inrichting van de toegang tot maatschappelijke opvang. Ook hier zullen we investeren om beheers- en kwaliteitsmaatregelen te organiseren. De geschatte kosten hiervoor zijn €25.000. c. Domeinoverstijgend samenwerken wonen en zorg, waaronder actieprogramma Weer Thuis (€ 300.000) Meerdere onderzoeken, waaronder het risicotaxatieonderzoek van AEF, tonen aan dat er regionaal inzet nodig is op de samenwerking tussen wonen en zorg, binnen en tussen gemeenten en de provincie Zeeland. Hiervoor wordt een startnotitie opgesteld, overigens breder bekeken dan alleen vanuit het zorglandschap BW, MO en VO. De notitie gaat over aandachtsgroepen voortkomend uit onder andere de Zeeuwse Woondeal 2023 en de Wet inzake Versterking Regie op Volkshuisvesting. Daarnaast wijst AEF erop dat het risico op een lagere uitstroom door cliënten in verband met het woningtekort onder andere beheerst kan worden door het maken van afspraken tussen gemeenten, woningcorporaties en zorgaanbieders. Hiervoor loopt het actieprogramma Weer Thuis op subregionaal niveau. Door een grote hoeveelheid aan aandachtsgroepen en het gering woningaanbod levert dit echter ook spanningen op de huizenmarkt op. Voorgesteld wordt een regionale projectleider aan te stellen om het domeinoverstijgend samenwerken wonen en zorg vorm te geven.
Deze projectleider coördineert ook Weer Thuis, zodat het actieprogramma Zeeuws geborgd wordt. De geschatte kosten voor de projectleider zijn € 300.000 (jaarlijks € 100.000, looptijd drie jaar). d. (Maatschappelijk) vastgoed, bijvoorbeeld tussenvoorzieningen en herstelcentra (€ 13,5 miljoen) Het is de bedoeling dat er een af- en ombouw plaatsvindt bij voorzieningen voor klassiek (intramuraal) BW. De verwachting is dat vrijkomende plaatsen door zorgaanbieders worden opgevuld met Wlz-cliënten. Bepaalde zorgprofielen binnen de Wlz en de problematiek van cliënten met een voorziening voor klassiek BW komen namelijk sterk overeen. Er zitten dus middelen ‘vast’ in vastgoed van zorgaanbieders. Naast deze ontwikkeling zien we een duidelijke behoefte aan extra woonvormen tussen buiten slapen en wonen in een rijtjeshuis. Er zijn middelen nodig voor investeringen in (maatschappelijk) vastgoed, bijvoorbeeld tussenvoorzieningen BW, kleinschalige woonvoorzieningen, het project Skaeve Huse, doorstroomwoningen, Housing First, logeervoorzieningen en herstelcentra. Ook binnen de opvang constateren wij dat er meer variatie in voorzieningen nodig is, zoals sociale pensions en woodstock houses. Alle genoemde voorzieningen dragen eraan bij dat mensen sneller kunnen door- of uitstromen voor passende zorg.
Het huidige gat tussen klassiek beschermd wonen en opvang en beschermd thuis is te groot, waardoor mensen soms langer dan nodig in een intramurale voorziening verblijven. Het bieden van een sluitend aanbod op de woonladder kunnen we enerzijds instroom voorkomen en doorstroom organiseren. Het risico is dat er bij ongewijzigd beleid en aanbod van (tussen)voorzieningen het aantal plekken BW en opvang zal toenemen. Fasehuis Een concrete ontwikkeling is het voorstel om een BW-voorziening in te richten specifiek voor jongeren. Deze doelgroep vraagt een andere aanpak. Jongeren hebben baat bij een
pedagogische aanpak en hebben meestal meer perspectief (toekomstbeeld). In een fasehuis kunnen jongeren in stappen toewerken naar een zo hoog mogelijke mate van zelfstandigheid. De verwachting is dat met een fasehuis voor BW meer jongeren met psychiatrische problematiek uitstromen dan wanneer zij in reguliere BW-voorzieningen verblijven. Binnen een pilot met een looptijd van 3 jaar worden in een pand in Zeeland drie fasen aangeboden met steeds meer zelfstandigheid. Voorgesteld wordt om voor de investeringen in totaal € 13,5 miljoen vrij te maken: in het eerste en tweede jaar € 3,6 miljoen, in het derde jaar € 3,3 miljoen en in het vierde jaar € 3 miljoen. e. Preventie en vroegsignalering (€ 225.000) Zowel preventie als vroegsignalering zijn lokale verantwoordelijkheden. Juist daardoor kunnen volgens AEF lokale verschillen ontstaan die leiden tot ongelijke verhoudingen in de regio. Dat brengt een bestuurlijk risico met zich mee. AEF adviseert om zicht te krijgen op de preventiemaatregelen per gemeente. Bijvoorbeeld door te kijken naar de besteding van middelen of naar de kwaliteit en effectiviteit van de gekozen maatregelen. Daarnaast is het belangrijk dat medewerkers van organisaties in het voorliggend veld tijdig signaleren welke inwoners mogelijk extra ondersteuning nodig hebben. Het doel hiervan is het voorkomen dat onnodig veel inwoners instromen in een BW-voorziening.
Om preventie en vroegsignalering in alle gemeenten een impuls te geven, wordt voorgesteld hierin € 225.000 (jaarlijks € 75.000, looptijd drie jaar) te investeren. Binnen dat bedrag wordt voorgesteld om subregionale en/of regionale intervisiebijeenkomsten te organiseren om met en van elkaar te leren. De geschatte kosten hiervoor zijn € 30.000 (jaarlijks € 10.000, looptijd drie jaar). Een randvoorwaarde daarbij is dat gemeenten hun medewerkers vrijmaken voor het bijwonen van deze bijeenkomsten. De overige middelen (jaarlijks € 65.000, looptijd drie jaar) kunnen door gemeenten worden geïnvesteerd in het lokale preventie- en vroegsignaleringsbeleid. Daarbij wordt voorgesteld te komen tot basisafspraken over de besteding om ongelijke verhoudingen in de regio te voorkomen. 3. Innovatie (€ 300.000) f.
Ggz-vriendelijke gemeente (€ 300.000) Om de problematiek ten aanzien van de ggz aan te pakken, wordt in Zeeland in 2023 en 2024 een aantal bijeenkomsten over het thema ‘Ggz-vriendelijke gemeente’ georganiseerd. De eerste bijeenkomst was op 19 september 2023. Om deze innovatie een impuls te geven, wordt voorgesteld een regionale projectleider aan te stellen om het thema ‘Ggz-vriendelijke gemeente’ verder uit te werken. Deze projectleider kan bijvoorbeeld een ontwikkelplan mentale gezondheid opstellen, dat kan bijdragen aan de preventie van ggz-problematiek. Voor een structureel vervolg kan de relatie met het Integraal Zorgakkoord (IZA) en Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) worden gelegd. De geschatte kosten voor de projectleider zijn € 300.000 (jaarlijks € 100.000, looptijd drie jaar).
Bestemmingsreserve regiobudget: financieel overzicht per jaarschijf 2024 Risicodekking Monitoring en analyse Versterken expertise lokale toegang Domeinoverstijgend samenwerken wonen en zorg Maatschappelijk vastgoed Preventie en vroegsignalering Ggz-vriendelijke gemeente Totaal
2025
2026
2027
€ 1.595.000 € 100.000 € 17.000
€ 17.000
€ 16.000
€ 100.000
€ 100.000
€ 100.000
€ 3.600.000 € 75.000 € 100.000 € 5.587.000
€ 3.600.000 € 75.000 € 100.000 € 3.892.000
€ 3.300.000 € 75.000 € 100.000 € 3.591.000
€ 3.000.000
€ 3.000.000