Bijlage 6 - Toelichting modules GR Sociaal Domein Zeeland
Tekst van het document
Bijlage 2 bij gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein en Jeugdregio Zeeland Beschrijving van de samenwerkingsmodules Definities Cruciale jeugdzorg
Jeugdhulp waarvoor door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een landelijk raamcontract is afgesloten; de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering; gesloten jeugdhulp; zorg voor jeugdigen in orthopedagogische behandelcentra; verplichte zorg zoals bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen; pleegzorg; verslavingszorg voor jeugdigen; forensische zorg
Jeugdzorg
Verzamelnaam voor jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering
Objectieve verdeelsleutel
De door deelnemers op basis van het laatstelijk tussen deelnemers vastgestelde objectief verdeelmodel, periodiek vast te stellen verdeling van middelen.
Regiobudget
Het op grond van de partnerschapsafspraken beschermd wonen en opvang 2024 gevormde budget van de dertien Zeeuwse gemeenten, bestaand uit de integratie-uitkering beschermd wonen, de decentralisatie-uitkering maatschappelijke opvang en de decentralisatie-uitkering vrouwenopvang.
Rijksbijdrage beschermd wonen,
De door centrumgemeente Vlissingen te ontvangen
maatschappelijke opvang en
integratie-uitkering beschermd wonen, de decentralisatie-
vrouwenopvang
uitkering maatschappelijke opvang en de decentralisatieuitkering vrouwenopvang. De door de gemeenten van de deelnemers te ontvangen bijdrage voor beschermd wonen indien de wetswijziging (doordecentralisatie) in werking treedt.
Regionaal afwegingskader
Beschrijving van de uniforme inrichting en werkwijze van de
beschermd wonen
lokale toegangen van beschermd wonen.
SLT
Stevig lokaal team, zoals genoemd in de Hervormingsagenda Jeugd.
Werkbegroting
Het door het algemeen bestuur vast te stellen overzicht van te verwachten kosten en baten voor beschermd wonen en opvang en het bedrag bestemd voor preventiebeleid en lokale toegangen beschermd wonen.
1
Algemene inleiding Door samenwerking van de Zeeuwse gemeenten op het sociaal domein via deze gemeenschappelijke regeling in te richten wordt bestuurlijke drukte beperkt en wordt een meerwaarde op kwaliteit en efficiency van de dienstverlening gerealiseerd. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor beleid op het gebied van het sociaal domein. Voor de taken die bij het openbaar lichaam zijn belegd geldt dat er een grote meerwaarde of wettelijke verplichting is om deze taken gezamenlijk uit te voeren. De invulling van die taken is vastgelegd in regiovisies die door de raden zijn vastgesteld. De regeling moet daarbij genoeg keuzevrijheid bieden en voldoende flexibel zijn om aan te sluiten op de lokale wensen, maar ook voldoende robuust om bedrijfsmatig optimaal te kunnen functioneren zodat risico’s voor de gemeenten van de deelnemers zijn geminimaliseerd. De flexibele opdrachtverstrekking aan het openbaar lichaam is mogelijk voor de plustaken van module 4, welzijn en maatschappelijke ondersteuning. De basistaken van de overige modules zijn via delegatie overgedragen aan het openbaar lichaam.
Samenhang tussen de domeinen in het sociaal domein De taken die zijn belegd bij de gemeenschappelijke regeling sociaal domein en jeugdregio Zeeland (hierna: GR Sociaal Domein) richten zich op jeugdzorg, beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang, sociale veiligheid, welzijn en maatschappelijke ondersteuning. In de breedste zin van het begrip sociaal domein zijn nog veel meer taakvelden betrokken, denk aan taken op het gebied van de participatiewet, (jeugd)gezondheidszorg, schuldhulpverlening enzovoorts. Ook al zijn veel taken bij het openbaar lichaam belegd, tussen deze taken en met de aanpalende taakgebieden is afstemming en samenwerking noodzakelijk om voor de inwoners het best passende resultaat te behalen. Een samenhangende aanpak, domeinoverstijgend en gericht op het hele systeem is noodzakelijk. Met de vorming van het openbaar lichaam is hier een belangrijke stap in gezet. Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming Dit landelijke toekomstbeeld richt zich op een gezinsgerichte aanpak met één aanspreekpunt per gezin of huishouden zonder kinderen, integratie van zorg en veiligheid, passende hulp, rechtswaarborgen en begrijpelijke werkwijzen. Het is nog geen uitgewerkt plan.
De uitwerking heeft impact op de organisatie van specialistische ondersteuning bij de lokale teams, met name op het gebied van samenwerking met Veilig Thuis en de Gecertificeerde Instellingen.
2
Samenwerkingsmodule 1; Jeugdzorg 1.
Doel samenwerkingsmodule
Met de samenwerkingsmodule jeugdzorg realiseren de Zeeuwse gemeenten een juridisch fundament voor een robuuste jeugdregio in Zeeland. De basis voor regionaal jeugdbeleid is de door de gemeenteraden vastgestelde regiovisie Jeugdhulp Zeeland. Naast coördinatie en uitvoering van dit beleid zijn de inkoop, contractering en subsidiëring regionaal belegd van de bij algemene maatregel van bestuur te bepalen vormen van jeugdhulp, alsmede gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. De regionale samenwerking is op deze onderdelen wettelijk verplicht. 2.
Wettelijke kaders
De Jeugdwet regelt dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor alle jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering (gezamenlijk jeugdzorg genoemd). De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg maakt vanaf 1 januari 2026 onderdeel uit van de Jeugdwet en verplicht gemeenten om regionaal samen te werken bij de inkoop, contractering en subsidiëring van specialistische jeugdzorg. Dit in aansluiting op de afspraken in de Hervormingsagenda Jeugd. De samenwerking geldt voor ten minste de inkoop van kinderbeschermingsmaatregelen, jeugdreclassering en de bij AMvB Zorgvormen te bepalen zorgvormen (zie onder 3), het opstellen van een regiovisie en het organiseren van een Regionaal Expertteam. De zorgvormen worden ingekocht vanuit ‘robuuste regio’s’, die voldoen aan de in de wet opgenomen criteria m.b.t. schaal, inhoud, structuur, samenwerking en kwaliteit van inkoop. De samenwerkingsmodule Jeugdzorg, als onderdeel van de GR Sociaal Domein, omvat de juridische en organisatorische verankering van deze samenwerking zodat gemeenten kunnen voldoen aan de wettelijke eisen. Het is daarmee een basismodule: alle 13 gemeenten nemen er verplicht aan deel. Om de regionale samenwerking te ondersteunen is regionale beleidsontwikkeling en -coördinatie nodig.
De basis voor de beleidstaken van de GR is altijd gelegen in de door de gemeenteraden vastgestelde regiovisie Jeugdhulp Zeeland en de door de gemeenteraden vastgestelde verordening(en). Wat moet worden opgenomen in de regiovisie is deels beschreven in de wet en in de Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd. Daarnaast kunnen gemeenten ervoor kiezen ook andere onderwerpen in de regiovisie op te nemen, bijvoorbeeld hoe de uitvoering van de Hervormingsagenda of het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming in de regio wordt opgepakt. De regionale afspraken sluiten aan bij de specifieke behoeften van de Zeeuwse inwoners, waarbij (ook) voor de regionaal ingekochte zorg het uitgangspunt is deze zo thuis mogelijk en/of dichtbij mogelijk te organiseren. In de samenwerking wordt gestreefd naar gezamenlijke afspraken over het aanbod binnen de regio, met behoud van ruimte voor lokale maatwerkoplossingen. 3.
Inkoop en contractering
Naast verplichte inkoop en subsidiëring van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering regelt de AMvB Zorgvormen dat regionale inkoop verplicht is voor: -
jeugdhulp met verblijf;
-
pleegzorg;
-
multidisciplinaire specialistische jeugdhulp (waaronder gespecialiseerde ggz) in verband met meervoudige of complexe problemen;
3
-
jeugdhulp die wordt verleend door een forensisch jeugdhulpaanbieder;
-
jeugdhulp in verband met een zintuiglijke beperking;
-
crisisjeugdhulp;
-
multidisciplinaire jeugdhulp bestaand uit dagbehandeling in groepsverband;
-
jeugdhulp bestaand uit hoogspecialistische ggz;
-
specialistische jeugdhulp bij seksueel misbruik, geweld in afhankelijkheidsrelaties of eergerelateerd geweld;
-
jeugdhulp voor ernstige problemen met onzindelijkheid.
En wanneer er sprake is van één of meer van de volgende criteria: 1.
De schaarste van de vraag;
2.
De complexiteit van de problematiek in combinatie met de daarvoor benodigde specialistische expertise;
3.
De schaarste van het aanbod;
4.
Het volume dat een jeugdhulpaanbieder nodig heeft om verantwoorde jeugdhulp te kunnen bieden;
5.
Het volume dat een jeugdhulpaanbieder nodig heeft om een gezonde bedrijfsvoering te kunnen voeren.
Niet verplichte zorgvormen In Artikel 1.1 van de jeugdwet wordt beschreven wat onder jeugdhulp wordt verstaan. Buiten de hierboven genoemde individuele voorzieningen die onder de AMvB Zorgvormen vallen, betreft het zogenaamde aanvullende jeugdhulp. Het gaat om veel voorkomende specialistische vormen van (jeugd)hulp die (nog) niet in het Stevig Lokaal Team (SLT) zijn belegd of niet goed bij het SLT passen. Hoewel de wet op deze onderdelen regionale samenwerking niet verplicht stelt, is het in het belang van een samenhangend jeugdstelsel, het voorkomen van versnippering en een te grote diversiteit voor de individuele gemeenten aan te bevelen om ook hierover regionale afspraken te maken. De deelnemers hebben afgesproken om de taken en bevoegdheden voor het contracteren of subsidiëren van aanvullende jeugdhulp vanaf 1 januari 2027 over te dragen (delegatie) aan het openbaar lichaam met een tijdelijkheidsbepaling, namelijk tot en met de initiële contractperiode (exclusief verlengingen) 2028 - 2031. Voor de periode daarna nemen de deelnemers een nieuw besluit over het delegeren of mandateren van deze taken en bevoegdheden. 4.
Uitvoeringskracht en robuuste regio’s:
Gemeenten zijn bestuurlijk en financieel verantwoordelijk voor jeugdzorg. Voor specialistische complexe jeugdhulp en jeugdbeschermingsmaatregelen is samenwerking tussen gemeenten essentieel om voldoende kennis, capaciteit, financiële draagkracht en slagkracht richting aanbieders te waarborgen. Maar ook voor de lichtere en alternatieve vormen van jeugdhulp, die door en dichtbij het SLT worden ingezet, is samenwerking tussen gemeenten van groot belang om een robuuste regio te kunnen zijn. Artikel 2.8 van de Jeugdwet regelt deze regionale samenwerking. De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg werkt dit artikel verder uit door verplichte samenwerking binnen jeugdregio’s voor te schrijven en eisen te stellen aan de regiovisie op het jeugdhulpaanbod. Gemeenteraden stellen de regiovisie en het budgettaire kader vast. 5.
Hervormingsagenda Jeugd (2023-2028):
De Hervormingsagenda bevat afspraken tussen cliënten, professionals, gemeenten en het Rijk over verbetering van de jeugdzorg, verdeeld in 8 thema's, namelijk:
4
1.
Reikwijdte, jeugdhulpplicht voor de meest kwetsbare jeugdigen en gezinnen;
2.
Jeugdhulp steviger verbinden aan aanpalende domeinen;
3.
Stevige lokale teams en toegang;
4.
Terugdringen residentiële jeugdhulp: zo thuis mogelijk;
5.
Kwaliteitsverbetering en blijvend leren;
6.
Verbeteren van de organisatie en inkoop van specialistische jeugdzorg;
7.
Eenvoudiger uitvoering en inkoop, minder administratieve lasten;
8.
Verbetering inzicht in het jeugdstelsel met data en monitoring.
Het vraagt regionale samenwerking op deze thema’s om de doelen te kunnen halen. De manier waarop de deelnemers dit doen is opgenomen in de regiovisie jeugdhulp Zeeland 2023-2028 en de bijbehorende uitvoeringsagenda. Thema 6 van de Hervormingsagenda richt zich op organisatie en inkoop van specialistische jeugdhulp, die regionaal of landelijk moet worden ingekocht vanwege schaarste en complexiteit. 6.
Samenhang met aanpalende domeinen
Jeugdzorg staat niet op zichzelf, maar maakt onderdeel uit van een gezinsgerichte aanpak. In Zeeland hebben de gemeenten afgesproken dit in te vullen volgens de methodische werkwijzen van 1Gezin1Plan1Regisseur. In de regiovisie jeugdhulp Zeeland 2023-2028 is de samenhang van regionaal georganiseerde (specialistische) jeugdzorg met andere beleidsterreinen aangegeven die ook belangrijk zijn in het ondersteunen van de vaak kwetsbare gezinnen. Meer inzet op volwassenenzorg, van ondersteuning bij relatieproblematiek tot GGZ en verslavingszorg en minder focus op jeugdzorg is essentieel om tot een effectieve gezinsgerichte aanpak te komen. Het in samenhang vormgeven van passende zorg raakt de jeugdgezondheidszorg, zorg die wordt verleend op grond van de Wet langdurige zorg en de Zorgverzekeringswet, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en ondersteuning op grond van de Wet op het primair onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs, de Participatiewet, bijzondere bijstand, schuldhulpverlening enzovoorts. Toezicht is een taak die ook binnen het openbaar lichaam is opgenomen en waar directe samenhang mee is. 7.
•
Taken binnen de samenwerkingsmodule jeugdzorg:
Inkoop, contractering, subsidiëring, contractmanagement, zorgmakelaarschap, administratieve processen en monitoring: Gemeenten dragen taken op het gebied van inkoop en subsidiëring van bepaalde jeugdhulpvormen, kinderbescherming en jeugdreclassering over aan de GR (zie onder 3. Inkoop en contractering). Samenwerking is vereist voor schaarse, complexe en specialistische hulp. Voor alle andere vormen van jeugdhulp dan in de AMvB Zorgvormen zijn genoemd is regionale samenwerking niet verplicht, maar wel mogelijk. Inkoop van niet-verplichte vormen van jeugdhulp kunnen additioneel als taak worden belegd bij het openbaar lichaam. De deelnemers spreken af om bij de start van de gemeenschappelijke regeling sociaal domein ook de inkoop en subsidiëring van aanvullende, nietverplichte vormen van specialistische jeugdhulp over te dragen aan het openbaar lichaam. Aan de overdracht van deze taak hebben de deelnemers een tijdelijkheidsbepaling gekoppeld, namelijk tot en met de initiële contractperiode (exclusief verlengingen) van de aankomende aanbesteding jeugdhulp.
5
Een jaar voor beëindiging van deze initiële contractperiode bepalen de deelnemers of en zo ja welke aanvullende jeugdhulp door het openbaar lichaam wordt ingekocht danwel gesubsidieerd. Om de taken op het gebied van inkoop en subsidiëring van de verplichte en aanvullende jeugdzorg kwalitatief goed in te vullen, verzorgt het openbaar lichaam contractmanagement, zorgmakelaarschap, administratieve processen en monitoring.
•
Beleidsontwikkeling en -coördinatie: Gemeenten behouden hun eigen bestuurlijke structuur, bevoegdheden en verantwoordelijkheid voor de lokale toegang tot jeugdhulp. Lokale autonomie is en blijft daarmee de basis. Regionale samenwerking wordt via het programma jeugd gecoördineerd en uitgevoerd door het openbaar lichaam binnen het kader van de regiovisie, die is vastgesteld door de gemeenteraden. Over de uitvoering vindt afstemming tussen de 13 gemeenten plaats en wordt gezamenlijke advisering voorbereid. Deelnemers dragen zorg voor voldoende personele capaciteit en middelen om aan alle taken en verplichtingen die voortvloeien uit deze module adequaat te kunnen voldoen.
•
Regionaal Expertteam: De organisatie van het Regionaal Expertteam, deelname aan het regionaal coördinatiepunt Gezinshuizen en deelname aan formele afstemmingsplatforms zoals het Bovenregionaal Expertisenetwerk zijn door de deelnemers bij het openbaar lichaam belegd.
•
Het inrichten van een crisisorganisatie: De deelnemers hebben aan het openbaar lichaam de taak overgedragen om in geval van dreigende discontinuïteit van cruciale jeugdhulp conform het landelijke draaiboek ‘Continuïteit jeugdhulp’, namens de deelnemers leden aan te wijzen participeren in een crisisteam. 8.
Regionale afstemming tussen de portefeuillehouders jeugd:
De Zeeuwse gemeenten vormen de wettelijk aangegeven Jeugdregio Zeeland. Hier horen bepaalde verantwoordelijkheden en taken bij, zoals het realiseren van een dekkend regionaal zorglandschap, het in samenwerking met de deelnemers opstellen van en uitvoering geven aan de regiovisie en toezien op uitvoering van de landelijke afspraken in de Hervormingsagenda Jeugd. Het is niet vanzelfsprekend dat de portefeuillehouders jeugd ook de gemeentelijke vertegenwoordigers zijn in het algemeen bestuur van de GR Sociaal Domein. Om de taken als jeugdregio echter uit te kunnen voeren, is het van belang dat de portefeuillehouders jeugd elkaar ontmoeten binnen een bestuurlijk gremium. Door het instellen van de adviescommissie Jeugd wordt hierin voorzien. De taken van de adviescommissie zijn: het geven van advies aan het algemeen bestuur van de regeling over gemeenschappelijke beleidskaders, de begroting en het realiseren van een dekkend zorglandschap. De adviescommissie Jeugd geeft een gekwalificeerd (zwaarwegend) advies aan het AB. Het advies verloopt volgens een vastgestelde procedure. Het is aan het algemeen bestuur om een adviescommissie in te stellen. Gemeenteraden zijn kaderstellend en hebben een controlerende taak. 9.
Instellen crisisorganisatie
Als zich substantiële problemen voordoen bij een cruciale jeugdhulpaanbieder is het nodig om tijdelijk en op maat een organisatie in te richten met voldoende bestuurlijk vermogen, ambtelijke capaciteit en expertise en actoren uit het bestuurlijk stelsel. In het landelijke draaiboek ‘Continuïteit jeugdhulp’ zijn de zes treden beschreven van groeiende dreiging van discontinuïteit van cruciale jeugdhulp en andere functies, en
6
daarmee de opklimmende urgentie om passende maatregelen te treffen. Als discontinuïteit van cruciale jeugdhulp dreigt conform het landelijke draaiboek ‘Continuïteit jeugdhulp’ wijst het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam leden aan die deelnemen aan een crisisteam. Deze leden mogen namens de deelnemende colleges besluiten nemen met betrekking tot de continuïteit van cruciale jeugdhulp. Daarbij wordt achteraf verantwoording afgelegd aan de colleges en raden van de gemeenten.
7
Samenwerkingsmodule 2: Beschermd wonen en opvang 1.
Doel samenwerkingsmodule
Met de samenwerkingsmodule Beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang – hierna beschermd wonen en opvang – werken de deelnemers gezamenlijk aan de transformatieopgave om: •
een veilige en stabiele woonomgeving te bieden voor mensen met psychische of psychosociale problemen die tijdelijk niet zelfstandig kunnen wonen;
•
tijdelijke opvang en begeleiding te bieden aan mensen die dak- of thuisloos zijn of dreigen te raken, vaak in combinatie met andere problemen zoals verslaving, schulden of psychische klachten;
•
een veilige plek en ondersteuning te bieden aan vrouwen (en hun kinderen) die te maken hebben met huiselijk geweld, eergerelateerd geweld of mensenhandel. 2.
Wettelijke en overige juridische kaders
De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 draagt alle individuele gemeenten op om zorg te dragen voor maatschappelijke ondersteuning en voor de kwaliteit en continuïteit van de voorzieningen. Hieronder vallen ook de voorzieningen voor beschermd wonen en opvang. De Nederlandse gemeenten hebben ingestemd met de Norm voor Opdrachtgeverschap, waarin alle gemeenten zich hebben verplicht tot het opstellen van een Regiovisie voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. De basis voor Zeeuws beleid rondom beschermd wonen en opvang is de door de gemeenteraden van de 13 Zeeuwse gemeenten vastgestelde Regiovisie beschermd wonen en opvang Zeeland 2022-2025 en het bijbehorende Addendum 2026 – 2030, het Zeeuws Actieplan Dakloosheid 2026-2030 en de Regiovisie ‘Voor een toekomst zonder geweld’. Beschermd wonen en opvang staan niet op zichzelf, maar maken onderdeel uit van een brede, integrale kijk op ondersteuning en gezinsgerichte aanpak. In deze samenwerkingsmodule is er samenhang met zorg op grond van de Wet langdurige zorg, de Zorgverzekeringswet en de Jeugdwet. Ook is er samenhang met de Participatiewet, Wet Regie Versterking Volkshuisvesting en de Wet Tijdelijk Huisverbod. 3.
Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming
Het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming is een landelijk toekomstbeeld dat zich richt op een gezinsgerichte aanpak met één aanspreekpunt per gezin of huishouden zonder kinderen, en op integratie van zorg en veiligheid, passende hulp, rechtswaarborgen en begrijpelijke en transparante werkwijzen. Het Toekomstscenario is een basisuitgangspunt voor veel taken die bij het openbaar lichaam zijn belegd. De uitwerking heeft impact op de organisatie van specialistische ondersteuning bij de stevige lokale teams, met name op het gebied van samenwerking met Veilig Thuis en de Gecertificeerde Instellingen. 4.
Relatie met centrumgemeente
Gemeente Vlissingen is centrumgemeente voor de taken op het gebied van beschermd wonen en opvang. Als centrumgemeente ontvangt Vlissingen voor Zeeland de rijksmiddelen voor de taken in deze
8
samenwerkingsmodule. Zolang de doordecentralisatie van beschermd wonen nog niet bij wet is gerealiseerd, blijft deze centrumgemeenteconstructie bestaan. De middelen voor beschermd wonen worden via een Integratie Uitkering (IU-BW) aan Vlissingen uitgekeerd. Voor maatschappelijke opvang en vrouwenopvang gaat het om Decentralisatie Uitkeringen (DU-MO en DU-VO). Met de realisatie van de gemeenschappelijke regeling sociaal domein, worden de taken uit deze samenwerkingsmodule overgedragen aan het openbaar lichaam. 5.
Taken samenwerkingsmodule beschermd wonen en opvang
5.1. Beschermd wonen en maatschappelijke opvang •
Beleidsontwikkeling en -coördinatie op basis van de ‘Regiovisie beschermd wonen en opvang Zeeland 2022-2025’, het bijbehorend ‘Addendum op de Regiovisie beschermd wonen en opvang 2026-2030’ en het ‘Zeeuws Actieplan Dakloosheid 2026-2030’;
•
Aanbesteding, inkoop, kwaliteitsontwikkeling en contractmanagement beschermd wonen;
•
Coördineren van bovenregionale plaatsingen in het kader van de ‘werkwijzer Landelijke Toegang Beschermd Wonen;
•
Uitvoeren van de beleidsregel ‘complexe casuïstiek intensief individueel’;
•
Het adviseren (bij complexe en bovenregionale casussen) van de gemeentelijke toegangsconsulenten, gericht op kennis, afstemming en deskundigheidsbevordering;
•
Monitoring en data-analyse (o.a. wachtlijstbeheer, beschikbaarheidswijzer, centrale monitor) voor het verstrekken van management- en beleidsinformatie;
•
Het vast laten stellen van subsidieplafonds, subsidiëring, controle op de verantwoording en vaststelling subsidies voor maatschappelijke opvang en verslavingszorg;
•
Kwaliteitsontwikkeling en contractmanagement samenwerkingspartners maatschappelijke opvang;
•
Beleidsvoorbereiding en -advies op het gebied van verslavingsbeleid;
•
Coördineren bovenregionale plaatsingen;
•
Uitvoeren beleidsregel pilot complexe casuïstiek intensief individueel 2025 en 2026;
•
Uitvoeren Werkwijzer regionale preventiemiddelen 2025, 2026 en 2027;
•
Beheren, onder de aandacht brengen van het Innovatiefonds extramuralisering en ambulantisering GGZ Zeeland, waarbij inbegrepen de begeleiding van aanvragen en de ambtelijke ondersteuning van de Adviescommissie, en het organiseren van inspiratiesessies;
•
(Coördinatie van) het betrekken van ervaringsdeskundigen bij beschermd wonen en opvang;
•
Namens de regio Zeeland deelnemen aan landelijke overleggen betreffende beschermd wonen en opvang.
5.2. Taken vrouwenopvang, aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling
•
In samenwerking met de Zeeuwse gemeenten beleidsontwikkeling en -coördinatie voor de Aanpak Huiselijk Geweld en Kindermishandeling en Veilige Opvang, op basis van de Regiovisie ‘Voor een toekomst zonder geweld';
•
Het faciliteren van gemeenten in de beleidsuitvoering in het kader van de Wet Tijdelijk Huisverbod;
•
Het faciliteren van gemeenten bij het opstellen van een visie en beleid ten aanzien van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming;
9
•
Beleidsuitvoering en doorontwikkeling van de inzet intensief casemanagement hoog-risico zaken;
•
Monitoring en data-analyse voor het verstrekken van management en beleidsinformatie;
•
Het faciliteren en scheppen van voorwaarden voor de opvang, zorg en begeleiding van slachtoffers van huiselijk en seksueel geweld;
•
Vaststellen subsidieplafond, subsidiëring, controle op verantwoording en vaststelling subsidies en contractmanagement van samenwerkingspartners Veilige Opvang;
•
Subsidiëring en contractmanagement voor samenwerkingspartner Veilig Thuis;
•
Het faciliteren van deskundigheidsbevordering aan de professionals in de gemeentelijke toegangen en andere partijen in het werkveld;
•
Namens Zeeland deelnemen aan landelijke overleggen. 6.
Partnerschapsafspraken
Eind 2023 zijn de partnerschapsafspraken beschermd wonen en opvang 2024 (hierna: partnerschapsafspraken) ondertekend door alle Zeeuwse gemeenten en op 1 januari 2024 inwerking getreden. Op basis van de partnerschapsafspraken dragen de Zeeuwse gemeenten gezamenlijk de verantwoordelijkheid en financiële risico's voor beschermd wonen en opvang. Iedere cliënt wordt gezien als Zeeuwse cliënt. Om de juiste ondersteuning in te kunnen zetten voor deze cliënten is een regiobudget gevormd. Dit regiobudget bestaat uit/wordt gevoed door de integratie-uitkering beschermd wonen, de decentralisatie-uitkering maatschappelijke opvang en de decentralisatie-uitkering vrouwenopvang. De 13 gemeenten zijn gezamenlijk eigenaar van het regiobudget. De partnerschapsafspraken zijn, passend binnen de nieuwe samenwerkingsstructuur en werkwijze, als zodanig integraal opgenomen in de GR Sociaal Domein en in deze module beschreven. 6.1 1.
Regionale samenwerking Deelnemers komen overeen samen te werken en gezamenlijk, met inachtneming van elkaars belangen en in goed overleg met andere belanghebbenden, zorg te dragen voor beschermd wonen en opvang in Zeeland.
2.
In navolging en ter vervanging van de afspraken zoals neergelegd in de partnerschapsafspraken 2024, zullen de deelnemers de financiële risico's en verantwoordelijkheden van beschermd wonen en opvang in Zeeland gezamenlijk dragen op de in deze module beschreven wijze.
6.2 1.
Regionale cliënten Deelnemers spreken met elkaar af dat cliënten, die in Zeeland een beroep doen op een maatwerkvoorziening waarin de deelnemers hebben besloten te voorzien, cliënten zijn waarvoor deelnemers gezamenlijk de financiële risico's en verantwoordelijkheden dragen door middel van het regiobudget. Het betreft tenminste: a.
Klassiek beschermd wonen waarbij cliënten geen huur betalen;
b.
Tussenvormen van beschermd wonen waarbij cliënten huur of een vergelijkbare vergoeding voor het wonen betalen ofwel zelfstandig wonen met een beschermd thuisindicatie;
c.
Inwoners die een beroep doen op de regionaal georganiseerde opvang of regionale producten en diensten om opvang te voorkomen.
10
2.
Onverminderd de bevoegdheid van elke deelnemer zullen de gemeenten van de deelnemers in geval van beschermd wonen zorgvuldig onderzoek doen naar de ondersteuningsbehoefte van de regionale cliënten, waarbij zij het regionaal afwegingskader beschermd wonen tot uitgangspunt nemen.
6.3 1.
Taken en bevoegdheden van de deelnemers Deelnemers stellen gezamenlijk beleid vast op het gebied van beschermd wonen en opvang.
6.4 1.
Lokale taken en bevoegdheden Elke deelnemer blijft bevoegd en verantwoordelijk voor het vaststellen van lokaal beleid op het gebied van preventie en vroegsignalering met betrekking tot beschermd Wonen en opvang, evenals de uitvoering van die (preventie)maatregelen.
2.
Elke deelnemer spant zich op lokaal niveau in om de instroom van regionale cliënten in beschermd wonen en opvang te beperken en de uitstroom te bevorderen. Deelnemers doen dit onder meer als volgt: a.
zij dragen zorg voor adequate, afdoende en passende (preventieve) voorzieningen en activiteiten voor onder meer werk/inkomen/schulden, maatschappelijke ondersteuning (met name individuele begeleiding, dagbesteding, vervoer en huishoudelijke hulp), jeugdhulp en wonen;
b.
zij zorgen voor voldoende, goed gespreide, adequate en betaalbare (sociale) woonmogelijkheden in de eigen gemeente en maken hierover afspraken met woningcorporaties, zodat uitstroom uit voorzieningen van beschermd wonen niet of minder wordt belemmerd;
c.
zij scheppen een lokale sociale infrastructuur om mogelijke maatschappelijke uitval en multiproblematiek vroegtijdig te signaleren en om psychosociale en psychische problemen te herkennen en zo proactief te kunnen handelen.
3.
Elke deelnemer draagt zorg voor de continuïteit en kwaliteit van de lokale toegang tot bBeschermd wonen.
4.
Deelnemers benoemen gezamenlijk een onafhankelijk deskundige, die de lokale toegangen adviseert over de toekenning van maatwerkvoorzieningen beschermd wonen en de uniforme toepassing van het regionaal afwegingskader beschermd wonen.
5.
Indien de instroom van cliënten in beschermd wonen en/of opvang in een gemeente zich in negatieve zin ontwikkelt en/of de instroom in een gemeente t.o.v. de andere gemeenten verhoudingsgewijs aanzienlijk groter is en/of de uitstroom wordt belemmerd door lokale omstandigheden in een gemeente, treden deelnemers in overleg teneinde te bezien in hoeverre aanpassing van het lokale beleid en/of de lokale maatregelen door de betreffende gemeente kan bijdrage aan vermindering van de instroom en/of verbetering van de uitstroom.
6.
Onverminderd de bevoegdheid van elke deelnemer, zijn de deelnemers bij de uitvoering van de in deze module bedoelde lokale taken en bevoegdheden gehouden om te handelen in lijn met het bepaalde van de geldende regiovisies en het overige gezamenlijk vastgestelde beleid en de gemaakte afspraken.
11
7.
Deelnemers dragen zorg voor voldoende personele capaciteit en middelen om aan alle taken en verplichtingen die voortvloeien uit deze module adequaat te kunnen voldoen.
6.5 1.
Vorming regiobudget Met ingang van 1 januari 2024 is een regiobudget gevormd, dat in elk geval bestaat uit de door de gemeente Vlissingen als centrumgemeente van het Rijk te ontvangen integratie-uitkering voor beschermd wonen en de decentralisatie-uitkeringen voor opvang en de ontvangen bijdrage van intramurale cliënten.
2.
De gemeente Vlissingen stelt als centrumgemeente namens de voormalige deelnemers van de partnerschapsafspraken beschermd wonen en opvang 2024 op basis van de begroting budgetten beschikbaar ter dekking van de kosten voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. Dit ten laste van de in het eerste lid bedoelde uitkeringen.
3.
In geval de wetswijziging (doordecentralisatie) in werking treedt en de deelnemers een rijksbijdrage beschermd wonen ontvangen, stellen de deelnemers ten laste van deze uitkering op basis van de begroting budgetten beschikbaar ter dekking van de kosten voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang.
4.
De deelnemers zullen de in het derde lid bedoelde rijksbijdrage beschermd wonen op uniforme wijze verantwoorden in hun gemeentebegroting en jaarstukken en ter hoogte van hun bijdrage aan de begroting van het openbaar lichaam bestemmen voor de in dit openbaar lichaam bedoelde taken, waarna zij deze ter goedkeuring zullen voorleggen aan de gemeenteraad.
5.
De integratie-uitkering beschermd wonen, de decentralisatie-uitkering maatschappelijke opvang en de decentralisatie-uitkering vrouwenopvang zijn bestemd voor alle deelnemers met het oog op de bekostiging van de taken voor beschermd wonen en opvang.
6.
Het openbaar lichaam zal, na afstemming met de gemeenten, binnen de kaders van het door de deelnemers gezamenlijk vastgestelde beleid een werkbegroting opstellen, waarin is opgenomen waaraan de benodigde middelen worden besteed.
7.
Uit de bijdrage van de gemeenten van de deelnemers zullen tenminste de volgende kosten worden voldaan: a.
alle kosten die verband houden met beschermd wonen;
b.
alle kosten die verband houden met opvang (zowel maatschappelijke opvang als vrouwenopvang);
c.
de vorming van een bestemmingsreserve zorginfrastructuur, waarmee wordt voorzien in verwachte uitgaven op lange termijn;
d.
een gedeelte van de kosten van Veilig Thuis en de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling, te weten de kosten waarvoor de decentralisatie-uitkeringen dekking beogen te bieden;
8.
e.
de regionale uitvoeringskosten, waaronder de kosten voor het beheer van het regiobudget;
f.
de kosten voor de lokale toegangen beschermd wonen;
g.
de voor de deelnemers bestemde bijdragen voor lokaal preventiebeleid.
De werkbegroting en het jaarresultaat worden in het algemeen bestuur vastgesteld.
12
9.
De werkbegroting zal uiterlijk 6 maanden voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar met een (concept) advies worden voorgelegd aan het algemeen bestuur. Het jaarresultaat wordt uiterlijk 4 maanden na afloop van het begrotingsjaar voorgelegd aan de gemeenten van de deelnemers.
10. Het algemeen bestuur van het openbaar lichaam is formeel beslissingsbevoegd t.a.v. het budget zoals beschikbaar gesteld ter dekking van de lasten in de werkbegroting. 6.6 1.
Beheer en besteding Het openbaar lichaam zal de middelen in het regiobudget beheren die op basis van de begroting nodig zijn voor het uitvoeren van de taken op het gebied van beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang.
2.
Het openbaar lichaam zal een ordentelijke boekhouding inrichten voor de in deze module bedoelde taken.
3.
De deelnemers krijgen inzage in deze boekhouding.
4.
De bedragen zoals bedoeld in artikel 6.5, zevende lid onder f en g van deze module komen of blijven beschikbaar voor de deelnemers ten behoeve van deze taken.
5.
Indien de bijdrage die beschikbaar is gesteld ter dekking van de kosten in de begroting niet toereikend is om de kosten als bedoeld in artikel 6.5 lid 7 te voldoen, dragen alle deelnemers bij in het tekort, waarbij de bijdrage van iedere deelnemer wordt bepaald op basis van de laatstelijk tussen deelnemers vastgestelde landelijke objectieve verdeelsleutel.
6.
De deelnemers zullen uiterlijk binnen 30 dagen nadat het jaarresultaat voor enig jaar is vastgesteld en kenbaar is gemaakt door het openbaar lichaam, het door hen verschuldigde aandeel in een eventueel tekort bijschrijven op het bij hen bekende bankrekeningnummer van het openbaar lichaam.
7.
Vanaf 1 januari 2027 en daarna jaarlijks keert centrumgemeente Vlissingen het verschil tussen het totaal van de rijksbijdrage en het benodigde bedrag voor de begroting voor de taken beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang uit aan de deelnemers conform de laatstelijk tussen deelnemers vastgestelde landelijke objectieve verdeelsleutel. De intentie van de gemeenten van de deelnemers is de middelen binnen het sociaal domein te besteden.
8.
Na afronding van het realisatieplan en het vaststellen van de financiële doorvertaling door de deelnemers keert centrumgemeente Vlissingen eenmalig de voorziening regiobudget centrumtaken minus de bestemmingsreserve zorginfrastructuur uit aan de deelnemers conform de laatstelijk tussen deelnemers vastgestelde objectieve verdeelsleutel. De deelnemers en het openbaar lichaam maken nadere afspraken over het reserveren van middelen in de bestemmingsreserve zorginfrastructuur.
9.
Indien wordt voorzien dat de beschikbare middelen voor het betreffende jaar niet toereikend zijn om de werkelijke kosten te voldoen, is het openbaar lichaam bevoegd van de deelnemers tussentijds een voorschot te verlangen ter hoogte van het begrote tekort, waarvan de verdeling en betaling plaatsvindt overeenkomstig het in lid 5 bepaalde.
10. Als redelijkerwijs valt te voorzien dat er afwijkingen zullen zijn van de Werkbegroting die groter zijn dan 5%, dan zal het openbaar lichaam de deelnemers daarover zo spoedig mogelijk informeren door middel van een tussentijdse rapportage.
13
6.7 1.
Monitoring De deelnemers komen overeen om (ontwikkelingen op het gebied van) Beschermd Wonen en Opvang te (blijven) monitoren en – indien de ontwikkelingen daartoe aanleiding geven – het beleid tijdig aan te passen en /of (nadere) afspraken te maken over te treffen maatregelen. Het bepaalde in artikel 7.4 lid 5 geldt hierbij als uitgangspunt.
2.
De in lid 1 bedoelde monitoring ziet onder meer, maar daartoe niet beperkt, op: a.
de uniforme inrichting en werkwijze van de lokale toegang Beschermd Wonen, conform het Regionaal Afwegingskader Beschermd Wonen;
3.
b.
de omvang van de instroom vanuit elke Regiogemeente in Beschermd Wonen en Opvang;
c.
de spreiding van cliënten over de regio;
d.
de omvang van eventuele wachtlijsten;
e.
de omvang van de uitstroom naar elke gemeente vanuit Beschermd Wonen en Opvang.
Monitoring zal plaatsvinden overeenkomstig tussen Deelnemers gemaakte en/of nog te maken (werk)afspraken.
7. 1.
Verdeelsleutel Ten behoeve van verdeling van de kosten voor beschermd wonen is een objectieve verdeelsleutel vastgesteld op basis van landelijke maatstaven.
2.
Zolang de afspraak geldt dat alle cliënten als Zeeuwse cliënten worden gezien, is er geen onderlinge kostenverrekening tussen de gemeenten van de deelnemers, Als de middelen niet toereikend zijn en er ontstaat een tekort, dragen alle gemeenten bij in het tekort waarbij de bijdrage van iedere gemeente wordt bepaald op basis van de laatstelijk vastgestelde landelijke objectieve verdeelsleutel.
3.
De objectieve verdeelsleutel wordt tevens toegepast: •
bij de verdeling van bijdragen voor de bekostiging van preventie en lokale toegang beschermd wonen uit de werkbegroting;
•
bij de verdeling van overschotten of het opvragen van tekorten.
14
Samenwerkingsmodule 3: Sociale veiligheid, preventie en toezicht 1.
Doel samenwerkingsmodule
Met de samenwerkingsmodule Sociale Veiligheid, Toezicht en Preventie werken we aan de taken die in gezamenlijkheid worden uitgevoerd door de 13 Zeeuwse gemeenten op basis van de beleidsafspraken. Onder deze taken vallen de volgende beleidsonderwerpen: a)
Het ondersteunen van deelnemers bij de coördinatie van de preventieve aanpak van radicalisering en extremisme;
b)
Het ontwikkelen van en (mede) uitvoering geven aan regionale projecten en activiteiten op het snijvlak van zorg en veiligheid, waaronder: •
projecten die voortkomen uit het plan van aanpak Domeinoverstijgend Samenwerken Zorg en Veiligheid Zeeland;
•
de Aanpak personen met zorgwekkend gedrag en de Wet verplichte Geestelijke Gezondheidszorg (hierna: Wvggz);
•
het faciliteren van ketenpartners met subsidie voor het uitvoeren van de Levensloopaanpak Ketenveldnorm.
c)
Uitvoering geven aan de Wet gemeentelijke anti discriminatievoorzieningen; Discriminatie.nl Zeeland;
d)
De Aanpak Jeugd en Alcohol/Middelengebruik (Laat Ze Niet Verzuipen);
e)
Het toezicht in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo) en de Jeugdwet.
2.
Wettelijke kaders
•
Aanpak personen met zorgwekkend gedrag/Wvggz
Deze taken vinden hun grondslag in de Wet verplichte Geestelijke Gezondheidszorg. Vanuit de Wvggz zijn gemeenten verantwoordelijk voor het tijdig signaleren, beoordelen en organiseren van verplichte zorg bij mensen met een psychische aandoening die ernstig nadeel veroorzaken voor zichzelf of voor anderen. •
Preventie alcohol en middelengebruik bij jeugdigen
Op basis van de Wet Publieke Gezondheid (WPG) zijn gemeenten verplicht om vierjaarlijks lokaal gezondheidsbeleid op te stellen. Dit beleid moet aansluiten bij de landelijk opgestelde prioriteiten. Alcoholpreventie bij jongeren is één van de prioriteiten. Binnen het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord is ook een speerpunt opgenomen dat zich richt op preventie van middelengebruik (roken, vapen, drugs en alcohol). •
Discriminatie.nl Zeeland
De activiteiten op het gebied van anti-discriminatie voortkomen uit de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (Wga). Vanuit de Wga hebben gemeenten de verplichting om een toegankelijke en onafhankelijke anti-discriminatie voorziening in te richten, meldingen van discriminatie te registreren en bijstand te bieden, en dit jaarlijks te rapporteren aan het Rijk. •
Toezicht Wmo en Jeugdwet
Vanuit de Wmo en de Jeugdwet zijn gemeenten wettelijk verplicht om vorm en inhoud te geven aan het voorkomen en bestrijden van onrechtmatigheden in het sociaal domein. Zowel de Wmo als de Jeugdwet
15
schrijven voor dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik. In artikel 6.1 lid 1 van de Wmo is de wettelijke grondslag van de toezichthoudende taak vanuit gemeenten opgenomen. Hierin staat omschreven dat gemeenten personen aanwijzen die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van de Wmo. Deze toezichthouders hebben bevoegdheden zoals opgenomen in de artikelen 5:11 tot en met 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht. Het toezicht op de rechtmatigheid en doelmatig door gemeenten voor jeugd wordt omschreven in paragraaf 6b van de Regeling Jeugdwet. Op grond van artikel 2.9 van de Jeugdwet dient de gemeenteraad in de verordening ook regels op te stellen over onder andere de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een maatwerkvoorziening of een pgb, en van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 3. a.
Taken binnen de samenwerkingsmodule Sociale veiligheid, preventie en toezicht
Sociale veiligheid
•
Het realiseren van duurzame samenwerking op het gebied van zorg en veiligheid met als doel de aanpak en begeleiding van hoog-complexe casuïstiek bij volwassenen met onbegrepen gedrag te verbeteren. Hierop worden gezamenlijk meerdere projecten uitgevoerd.
•
Beleidsvoorbereiding, -advisering en –ontwikkeling op het gebied van de Wet verplichte GGZ en Aanpak personen met zorgwekkend gedrag.
•
Het faciliteren van ketensamenwerking tussen gemeenten en betrokken samenwerkingspartijen bij de Levensloopaanpak op basis van de Ketenveldnorm;
•
Het verlenen van subsidie voor de Levensloopaanpak op basis van de Ketenveldnorm;
•
Het faciliteren en scheppen van voorwaarden voor hulpverlening aan kwetsbare personen in het kader van de openbare geestelijke gezondheidszorg;
•
Het coördineren van de preventieve aanpak op het gebied van extremisme en radicalisering;
•
Het faciliteren van een integrale aanpak in de nazorg voor ex-gedetineerden;
•
Het aanvragen, beschikken, vaststellen en het voeren van contractbeheer bij subsidies op elk van deze onderdelen.
b.
Discriminatie.nl Zeeland •
Het uitvoeren van de taken in het kader van de Wet gemeentelijke anti-discriminatievoorzieningen (Wga);
•
Beleidsvoorbereiding, -advisering en -ontwikkeling op het terrein van de Wga, inclusief monitoring en data-analyse.
•
Het coördineren van de taken die voortvloeien uit de Wga en gericht zijn op afstemming, voorlichting en preventieve activiteiten.
•
Het faciliteren van gemeenten en andere samenwerkingspartners binnen verschillende projecten in Zeeland.
c.
Zeeuwse aanpak Jeugd en Alcohol/Middelengebruik ‘Laat ze niet verzuipen!’ •
Beleidsvoorbereiding, -advisering en –ontwikkeling op het gebied van alcohol en middelengebruik onder jeugdigen, inclusief monitoring en data-analyse;
16
•
Het in samenwerking met gemeenten 4-jaarlijks opstellen van het Preventie- en Handhavingsplan Alcoholwet.
•
Het vormgeven van de samenwerking binnen de Zeeuwse aanpak met gemeenten en betrokken uitvoeringspartners;
•
Het coördineren van de educatie en bewustwordingsactiviteiten, alsook de communicatieactiviteiten en -campagnes;
•
De organisatie van het Nalevingsonderzoek en het faciliteren van gemeenten in het opvolgen van de resultaten uit het Nalevingsonderzoek;
d.
Toezicht Wmo en Jeugdwet •
Het houden van toezicht op de kwaliteit en/of rechtmatigheid van door aanbieders geleverde ondersteuning vanuit de Wmo;
•
Het houden van toezicht op de rechtmatigheid van door aanbieders geleverde jeugdhulp vanuit de Jeugdwet;
•
Het uitvoeren van onderzoek en beoordelen van signalen in het kader van toezicht op de Wmo en Jeugdwet;
•
Het analyseren van data en het signaleren van trends ten behoeve van preventie van onrechtmatig gebruik van de Wmo en Jeugdwet;
•
Het uitvoeren van thematische onderzoeken gericht op kwaliteit en rechtmatigheid;
•
Deelnemen aan overleggen met betrekking tot toezicht Wmo en Jeugdwet;
•
De toezichthouder adviseert en ondersteunt op strategisch, tactisch en operationeel niveau, zoals bij het creëren van in- en extern draagvlak en het geven van voorlichting over toezicht;
•
Signaleren van knelpunten en adviseren over de beleidsmatige en uitvoeringsaspecten;
•
Het opstellen van documenten die voor toezicht Wmo en Jeugdwet van belang zijn;
•
Het in samenwerking met gemeenten 4-jaarlijks actualiseren van de beleidskaders toezicht Wmo en Jeugdwet;
•
Adviseren in de contractering van zorgaanbieders Wmo en Jeugdwet;
•
Het jaarlijks opstellen van een werkplan voor de uit te voeren activiteiten;
•
Het opstellen van de jaarverantwoording aan de gemeenten van de deelnemers.
17
Samenwerkingsmodule 4: Welzijn en maatschappelijke ondersteuning 1.
Doel samenwerkingsmodule
In de module Welzijn en maatschappelijke ondersteuning worden de taken beschreven, die door een deel van de gemeenten worden opgedragen aan de gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein en Jeugdregio Zeeland. Deelnemers aan het openbaar lichaam kunnen via een dienstverleningsovereenkomst (DVO) aangeven welke taken zij willen opdragen (mandateren). Bij de start van het openbaar lichaam, op 1 januari 2027, gaat het om taken die tot dan toe door het Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio (SWVO) zijn uitgevoerd voor de gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland en Tholen. Het betreft taken op het gebied van de uitvoering van de Wmo, volwasseneneducatie, preventieve gezondheid, cultuur en bibliotheek, maatschappelijk werk en cliëntondersteuning en leerlingenvervoer. Voor de gemeenten Veere en Middelburg worden taken uitgevoerd met betrekking tot inkoop en contractbeheer Wmo. 2.
Flexibiliteit in een veranderende omgeving
Het sociaal domein is volop in beweging, wat gepaard gaat met grote veranderingen zoals de vorming van Stevige Lokale Teams (SLT’s), het meer inzetten op normaliseren en het versterken van de sociale basis en het domeinoverstijgend samenwerken. Het werken aan deze maatschappelijke opgaven vraagt in de komende jaren flexibiliteit van gemeenten, aanbieders en uitvoerders van taken. In deze module willen de gemeenten van de deelnemers de ruimte hebben om periodiek wijzigingen in de taken aan te brengen, afhankelijk van de lokale ontwikkelingen. Er kunnen taken bijkomen of wijzigen en ook kan het aantal deelnemers per taak toe of afnemen. Deze flexibiliteit is mogelijk doordat de gemeenten van de deelnemers dienstverleningsovereenkomsten afsluiten met het openbaar lichaam. Iedere deelnemer die taken wil afnemen binnen deze module, sluit een dienstverleningsovereenkomst (DVO) af voor bepaalde tijd, met inachtneming van de duur van de contracten en subsidieafspraken. De hoeveelheid taken die een deelnemer aan het openbaar lichaam opdraagt kan verschillen. De beschrijving van elke afzonderlijke taak is voor iedere deelnemer die betreffende taak afneemt, gelijk. Het openbaar lichaam faciliteert de deelnemers bij het realiseren van de maatschappelijke opgaven door gezamenlijk, vanuit partnerschap, kwaliteit en kennis in te brengen bij de diverse taken. 3.
Wettelijke kaders
De grondslag voor de taken binnen deze samenwerkingsmodule is divers. Er worden taken uitgevoerd vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Dit betreft in ieder geval de inkoop en het contractbeheer met betrekking tot de maatwerkvoorzieningen huishoudelijke ondersteuning, dagbesteding, begeleiding, hulpmiddelen en trapliften. Daarnaast wordt cliëntondersteuning, een taak die valt onder de Wmo, geborgd. Op basis van de Wet educatie en beroepsonderwijs worden taken uitgevoerd binnen volwasseneneducatie. Ondersteuning op cultuureducatie vindt plaats op basis van de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Rijksregeling CMK4 2025 – 2028.
18
Uitvoering van bibliotheekwerk gebeurt op grond van de Wet stelsels openbare bibliotheekvoorzieningen. Het openbaar lichaam voert taken uit op het gebied van preventief gezondheidsbeleid. Tot slot worden taken uitgevoerd op grond van de gemeentelijke verordening bekostiging leerlingenvervoer, met als wettelijk kader de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra. Regionale kennisorganisatie De module Welzijn en maatschappelijke ondersteuning is door haar centrale positie tussen de gemeenten en haar expertise op de taken zoals genoemd onder artikel 7 van deze regeling, een regionale kennisorganisatie voor gemeenten. Hieronder vallen o.a.: •
Het organiseren van deskundigheidsbevordering op de beleidsterreinen die onder de module welzijn en maatschappelijke ontwikkeling vallen of die daar mee samenhangen, betreffende de gezamenlijk bepaalde beleidsuitgangspunten;
•
Het inkopen van trainingen, die samenhangen met de deskundigheidsbevordering, betreffende de gezamenlijk bepaalde beleidsuitgangspunten;
•
Het signaleren van onderwerpen in het sociaal domein waar gemeenten en/of partners met elkaar over in discussie willen middels een (fysiek of digitaal) discussieplatform; onderwerpen hiervoor kunnen voortkomen uit de fysieke overlegtafel.
•
Het bijhouden van een regionale digitale bibliotheek waarin beschrijvingen van voorliggende of algemene voorzieningen zijn opgeslagen en te raadplegen zijn door de aangesloten gemeenten;
•
Het vraaggericht ondersteunen van gemeenten bij het verzamelen van data ten behoeve van de duiding van regionale ontwikkelingen in algemene, voorliggende en maatwerkvoorzieningen;
•
Het leren van elkaar door het in een regionaal platform delen van succesvolle werkwijzen en inzichten o.a. met behulp van benchmarks van gegevens van gemeenten t.b.v. Wmo maatwerkvoorzieningen, mogelijk in samenhang met gegevens en data van Jeugdhulp.
4.
Belang en kerntaak
Het openbaar lichaam voert de taken uit. Zij doet dit in samenwerking met de gemeenten van de deelnemers. Het openbaar lichaam vervult de rol van initiator van deze gezamenlijkheid en ontwikkelt (vraaggestuurd) inhoudelijke initiatieven. De afspraken over de hieronder beschreven taken zijn getroffen met het oog op de volgende doelen: a.
het uitvoeren van de opgedragen taken;
b.
het doen van (verbeter)voorstellen op inhoudelijk- of procesniveau en het stimuleren van samenwerking tussen partijen – waaronder in ieder geval de gemeenten van de deelnemers, denk daarbij aan nieuwe producten en of werkwijzen binnen de contracten op basis van bv fysieke overlegtafel en/of contractbesprekingen/inkoopoverleg. 5.
Taken binnen de samenwerkingsmodule
Bij de start van de gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein, worden in samenwerkingsmodule Welzijn en maatschappelijke ondersteuning de hierna volgende taken voor de gemeenten van de deelnemers uitgevoerd. a.
Maatwerkvoorzieningen Wmo
19
Dit betreft: •
Het in samenwerking met gemeenten de beleidsontwikkeling en coördinatie daarvan voor de uitvoering van de Wmo realiseren, dat betrekking heeft op de contractering van maatwerkvoorzieningen. Het gaat daarbij om de gezamenlijke beleidsontwikkeling gericht op inkoop, aanbesteding en contractbeheer en monitoring van maatwerkvoorzieningen. De toekenning van de maatwerkvoorzieningen, oftewel de indicatiestelling, valt hier buiten;
•
Inkoop, aanbesteding, contractbeheer en monitoring van maatwerkvoorzieningen Wmo (ex.art 2.6.3 tot en met 2.6.5 Wmo), op basis van het gezamenlijk met gemeenten opgestelde inkoopkader;
•
Inkoop, aanbesteding, contractbeheer en monitoring van hulpmiddelen, trapliften;
•
Verkennen van landelijke ontwikkelingen en het maken van de vertaling hiervan naar de regionale opgaven ten behoeve van de gemeenten van de deelnemers;
•
Aanleveren van data, dashboardbeheer en verzorgen van datamonitoring/-duiding en -rapportage op het gebied van Wmo maatwerkvoorzieningen. b.
Leerlingenvervoer
Dit betreft: •
Het toekennen van leerlingenvervoer op basis van de wettelijke grondslagen en gemeentelijke verordeningen leerlingenvervoer;
•
De inkoop van leerlingenvervoer;
•
Beleidsontwikkeling en beleidscoördinatie, gericht op (het tot stand komen van) de verordening van leerlingenvervoer, in samenspraak en afstemming met de gemeenten van de deelnemers c.
Maatschappelijk werk en cliëntondersteuning
Hierbij gaat het om: •
Het organiseren van en zorgen voor de uitvoering van cliëntondersteuning (conform artikel 2.2.4 en 2.3.2, lid 3 Wmo) en het algemeen maatschappelijk werk door middel van inkoop en subsidiëring
•
Volgen van en adviseren over (landelijke) ontwikkelingen rond cliëntondersteuning en maatschappelijk werk. d.
Gezondheid
De gemeenten van de deelnemers aan deze taak werken samen door op deze taak: •
De ontwikkeling van beleid voor publieke gezondheid te beleggen bij het openbaar lichaam, door tenminste eens in de vier jaar het regionaal kader gezondheidsbeleid (ex artikel 13, lid 2 van de Wet Publieke Gezondheid) op te stellen ten behoeve van de gemeenten van de deelnemers aan deze taak.
•
Beleidscoördinatie van preventief gezondheidsbeleid te realiseren, met als doel gemeentelijke samenwerking te stimuleren.
•
De inkoop van collectieve preventieve ggz (mentale gezondheid en verslavingspreventie) te realiseren. e.
Volwasseneneducatie
De taak ‘Volwasseneneducatie’ behelst:
20
•
Het organiseren en zorgen voor de uitvoering van volwasseneneducatie in de subregio Oosterschelderegio;
•
Het coördineren van het subregionaal beleidsplan van de Oosterschelderegio over volwasseneneducatie;
•
Het opstellen van een subregionaal uitvoeringsplan voor de Oosterschelderegio met betrekking tot de inrichting, uitvoering, monitoring en evaluatie van volwasseneneducatie;
•
Het onderhouden van contacten met de Arbeidsmarktregio Zeeland, de 7 gemeenten van de Oosterschelderegio, uitvoerende instanties en andere samenwerkingsverbanden.
f.
Cultuureducatie
Hiervoor beleggen de gemeenten van de deelnemers de volgende taak bij het openbaar lichaam: •
Initiator voor gezamenlijke beleidsontwikkeling en -beleidscoördinatie van cultuureducatie (Regeling Cultuureducatie met Kwaliteit 2025 – 2028);
•
Coördinatie van de regioarrangementen Cultuur en erfgoed;
•
Contractbeheer en subsidiering met KCE Oosterschelderegio;
•
Contractbeheer en subsidiëring van de Jeugd Theaterschool Zeeland. g.
•
Bibliotheekwerk
Initiator voor gezamenlijke beleidsontwikkeling en -beleidscoördinatie van bibliotheekwerk (Wet stelsels openbare bibliotheekvoorzieningen);
•
Coördinatie van bibliotheekwerk; 6.
Werking van de dienstverleningsovereenkomst
Gemeenten die binnen deze module een of meerdere taken willen beleggen bij het openbaar lichaam, sluiten daartoe een dienstverleningsovereenkomst (DVO) af. Deze overeenkomsten gaan in bij de start van het openbaar lichaam op 1 januari 2027 voor bepaalde tijd, met inachtneming van de duur van de contracten en subsidieafspraken.
21