CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 3 2 Oplegnotitie Meerjarenbeleidsplan VRZ 2026-2027

Gemeenteraad 9 juli 2026, gemeente HulstBij agendapunt: VRZ1.954 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Oplegnotitie meerjarenbeleidsplan VRZ 2026-2027 Inleiding Het bestuur van Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) stelt conform artikel 14 van de Wet veiligheidsregio's ten minste eenmaal in de vier jaar een beleidsplan vast, waarin het beleid is vastgelegd ten aanzien van de taken van de veiligheidsregio. In 2022 is het meerjarenbeleidsplan 2022-2025 ‘Samen zorgen voor een veilig Zeeland’ vastgesteld. Dit meerjarenbeleidsplan beschrijft de wettelijke basis van VRZ, de verschillende Zeeuwse risico’s en de voor onze regio relevante (maatschappelijke) ontwikkelingen. Het plan beschrijft op hoofdlijnen de doelen en aanpak voor de periode 2022-2025. Het huidige meerjarenbeleidsplan eindigt eind 2025 en daarmee is het tijd voor een nieuw beleidsplan. Het algemeen bestuur VRZ heeft op 11 april 2025 gekozen voor het met twee jaar verlengen van het huidige beleidsplan 2022-2025. Dit heeft de volgende redenen: • VRZ ziet nieuwe ontwikkelingen op zich afkomen. In de komende periode wordt duidelijk wat deze ontwikkelingen betekenen voor de organisatie. • De kortere doorlooptijd biedt ons de mogelijkheid om gesprekken te voeren over deze nieuwe ontwikkelingen met ons bestuur, de nieuwe gemeenteraden en de netwerkpartners, in aanloop naar de volgende beleidsperiode 2028-2031. • Het geeft ons de kans aan te sluiten op het nieuwe regionale risicoprofiel, dat ingaat op 1 januari 2027.

• De komende periode wordt meer duidelijk over de financiële ontwikkelingen in relatie tot de voorziene bezuinigingsopgave voortkomend uit de VZG bezuinigings- en indexatierichtlijn. Dit geeft richting aan het niveau van de invulling van onze taken. Het huidige beleidsplan wordt, samen met deze oplegnotitie, vastgesteld als ‘meerjarenbeleidsplan 2026-2027’. In deze oplegnotitie geven wij een korte terugblik op de beleidsperiode 2022-2025 en schetsen wij de nieuwe ontwikkelingen die op ons afkomen. Omdat het huidige beleidsplan wordt verlengd, zijn deze nieuwe ontwikkelingen niet opgenomen in het beleidsplan. Het betreft een beleidsarm plan. Wanneer ontwikkelingen zich voordoen waarvoor nieuw beleid nodig is, wordt hiervoor een separaat bestuursvoorstel opgesteld en voorgelegd aan het algemeen bestuur. Kanttekeningen verlenging huidig beleidsplan Het verlengen van het huidige beleidsplan 2022-2025 met twee jaar betekent dat het huidige beleid wordt voorgezet in 2026 en 2027. Er staat geen nieuw beleid in het plan, nieuwe ontwikkelingen zijn niet meegenomen. Op dit moment bestaat nog onzekerheid over de financiële ontwikkelingen, voortkomend uit de VZG bezuinigings- en indexatierichtlijn en de door het Rijk voorgenomen korting van 10% (ca. €1 miljoen) op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR).

Deze financiële ontwikkelingen kunnen leiden tot verdergaande bezuinigingsvoorstellen met keuzes voor (het huidige niveau van) de dienstverlening. Tot slot In de afgelopen periode heeft de organisatie een gesprek gevoerd met het algemeen bestuur VRZ over de koers van de organisatie, gezien de toekomstige ontwikkelingen en de onzekere financiële situatie. Op dit moment functioneert onze organisatie op basisniveau. Dit betekent dat wij het reeds ingezette beleid kunnen voorzetten, maar dat openstaande acties, nieuwe ontwikkelingen en taakverbreding niet opgepakt worden. (Landelijke) ontwikkelingen vragen dit wel van ons. Wij

1

benutten de komende periode om te bekijken hoe wij ons werk zo goed als mogelijk kunnen uitvoeren, om samen met onze partners te zorgen voor een veilig en gezond Zeeland. 1. Terugblik meerjarenbeleidsplan 2022-2025 In 2022 is het meerjarenbeleidsplan vastgesteld voor de periode 2022-2025. Op basis van de wettelijke opdracht, Zeeuwse risico’s en alle maatschappelijke ontwikkelingen hebben wij samen met onze stakeholders destijds de volgende vier met elkaar samenhangende aandachtsgebieden benoemd: 1. Toekomstbestendige brandweerzorg 2. Een voorbereide crisisorganisatie 3. Werken in netwerken 4. Mens en organisatie Toekomstbestendige brandweerzorg In Zeeland vormt vrijwilligheid de basis van onze brandweerzorg, zowel voor de reguliere brandweerzorg als voor opschaling bij grotere incidenten. Dankzij onze vrijwilligers kunnen we goede brandweerzorg bieden tegen relatief lage kosten. Verdeeld over Zeeland hebben we 64 brandweerposten waarmee we kunnen voorzien in een adequate dekking. Voorwaarde is dan wel dat deze posten een voldoende sterke bezetting hebben. Het garanderen van voldoende paraatheid is een steeds grotere uitdaging. De paraatheid van de brandweer hangt samen met de beschikbaarheid van voldoende vrijwilligers. We signaleren dat, met name overdag, de beschikbaarheid van voldoende vrijwilligers kwetsbaar is.

Daarom verzorgen we overdag vanuit onze hoofdlocaties in de grote stedelijke kernen (Middelburg, Terneuzen en Goes) een gegarandeerde uitruk met onze beroepsmedewerkers. Om de veerkracht en continuïteit van onze brandweerorganisatie te waarborgen zetten we, aan de hand van een interne meerjarige uitvoeringsagenda vrijwilligheid, in op het binden en boeien van onze vrijwilligers, bijvoorbeeld door het intern organiseren van leiderschapstrainingen waarmee we zowel persoonlijke als organisatorische ontwikkeling stimuleren. Op basis van de nieuwe landelijke systematiek van gebiedsgerichte opkomsttijden is in 2023, als onderdeel van het programma brandweerzorg 2030, het dekkingsplan vastgesteld. Ons dekkingsplan geeft weer waar de kwetsbaarheden in onze brandweerzorg zitten. Samen met risicobeheersing en de gemeenten kijken we waar risico's onvoldoende repressief afgedekt zijn en met welke maatregelen we deze kwetsbaarheden acceptabel kunnen maken. Een voorbereide crisisorganisatie De opdracht in het meerjarenbeleidsplan is omgezet in het realisatieplan ‘een voorbereide crisisorganisatie’. In dit realisatieplan wordt gewerkt op basis van zes inhoudelijke thema’s en vier ontwikkelsporen.

Binnen de zes thema’s: natuur, nucleair, transport, industrie en bedrijvigheid, gezondheid en maatschappelijke ontwrichting wordt gewerkt aan dossiers als natuurbrandbeheersing, nucleaire industrie, maritieme veiligheid en de energietransitie. Vanuit de landelijk geconstateerde noodzaak tot versterking van crisisbeheersing en informatievoorziening, is met ingang van 2023 de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) verhoogd. Deze extra gelden zijn alleen bestemd voor de versterking van crisisbeheersing (regionaal, bovenregionaal en landelijk), het versterken van de informatiepositie en het inrichten van een landelijk Knooppunt Coördinatie Regio’s en Rijk (KCR2). Binnen het programma voorbereide crisisorganisatie is dit geld afgelopen beleidsperiode onder meer besteed aan de versterking van 2

team crisisbeheersing, de aanschaf van extra middelen (zoals piketvoertuigen) en de ontwikkeling van het veiligheidsinformatieknooppunt (VIK). Werken in netwerken Veiligheidsregio’s zijn verantwoordelijk voor het vormen en faciliteren van relevante netwerken. We participeren in netwerken op verschillende bestuurlijke, strategische en tactische niveaus. Zo kunnen we sneller afstemmen en samen iets bereiken. Eén van de doelstellingen blijft daarom ook om deze afstemming intensief te continueren binnen de verschillende netwerken. Daarbinnen kunnen we verschillende rollen vervullen; van initiërend en faciliterend tot regisserend of coördinerend. De lijnen tussen de verschillende netwerkpartners zijn over het algemeen kort. Ook onze buurregio’s en Belgische partners zijn hierbij belangrijk. Mens en organisatie Vanwege het operationele karakter van onze organisatie stimuleren wij vakmanschap. Onze organisatie heeft twee functies: een kantoorfunctie voor de voorbereiding van (vrijwillige) brandweerzorg en crisisbeheersing en een 24/7 inzetfunctie. Bedrijfsvoering moet zodanig worden ingericht dat in geval van crises adequaat gereageerd kan worden. De afgelopen jaren hebben we onze bedrijfsvoering verder geoptimaliseerd. Wij willen een goede werkgever zijn. We investeren in flexibiliteit, deskundigheid en proceskwaliteit, met oog voor maatschappelijke ontwikkelingen. 2.

Vooruitblik 2026-2027: nieuwe ontwikkelingen Verlenging van het huidige beleidsplan betekent dat we nog niet kunnen inspelen op de nieuwe ontwikkelingen die op ons afkomen. Regionale economische ontwikkelingen (zoals de energietransitie, kerncentrales, mobiliteit) vergen aanvullende financiële middelen om te voorkomen dat deze uitbreiding van taken ten koste gaat van ons noodzakelijk niveau van voorbereiding op en optreden bij incidenten en crises. Voor onderwerpen zoals het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid zal onze inzet ook afhangen van de landelijke uitwerking hiervan. Risicoprofiel In 2024 is het risicoprofiel inclusief het grensoverschrijdend risicoprofiel herijkt. Belangrijke thema’s zijn klimaat, nucleair, transport/mobiliteit, industrie/bedrijvigheid, gezondheid en maatschappelijke ontwrichting. We staan aan de vooravond van grote ontwikkelingen. Vooral in onze industriële omgevingen. De intensivering van activiteiten die bijdragen aan de energietransitie zoals waterstoffabrieken, opslag en vervoer van ammoniak en waterstof, aanlanding van elektriciteit uit de windmolenparken en verlenging van de gebruiksduur van de huidige kerncentrale en mogelijke bouw van nieuwe kerncentrales verandert het risicoprofiel aanhoudend.

Naast deze ontwikkelingen zal ook de klimaatverandering, met kans op hevige regenval en meer en zwaardere stormen, de impact van onze risico's beïnvloeden. Nieuwe ontwikkelingen met impact op onze veiligheidsregio zijn: Nucleair De mogelijke komst van nieuwe kerncentrales en het vergroten van de opslag van nucleair materiaal door Covra zorgt voor een toename van taken op het gebied van advisering, toezicht/controle en preparatie op incidenten, met name in de bouwfase (10-15 jaar). In 2026 wordt hierover meer duidelijk. Op dat moment kan pas een goede inschatting van de te verwachten kosten worden gemaakt. Vroegtijdig in gesprek gaan, onder andere over financieringsmogelijkheden voor de taken die VRZ uitvoert, is noodzakelijk. 3

Waterstof en elektra De verwachte komst van waterstoffabrieken en andere duurzame energieprojecten en het transport van gevaarlijke stoffen (bijvoorbeeld waterstof en ammoniak) brengen nieuwe veiligheidsrisico’s met zich mee. Dit vraagt om extra advisering aan gemeenten. De impact en benodigde kennis hiervoor zijn nog onbekend. Klimaatverandering Mede door de klimaatverandering nemen extreme weersomstandigheden toe. Dit leidt tot meer veiligheidsrisico’s. We krijgen steeds vaker te maken met hevige regenval en stormen die een grote impact hebben op de samenleving, met toenemende risico’s op slachtoffers en schade. Daarnaast neemt bij aanhoudende droogte het risico op natuurbrand toe. Geopolitieke ontwikkelingen en weerbaarheid De kans op een (dreigende) crisis wordt groter door een grotere kans op uitval van vitale voorzieningen, de ontwrichting van de samenleving door fake news en aanvallen op de rechtsorde, gezag en democratische processen. VRZ heeft als taak zich voor te bereiden op deze dreiging (aan de voorkant en wanneer de crisis zich voordoet) en het voorbereiden van de bevolking (zelfredzaamheid). De exacte invulling van de taken is nog niet bekend, hierover wordt landelijk een discussie gevoerd. Het is nog onduidelijk of wij voor deze extra taken een compensatie ontvangen vanuit het Rijk.

Toetreding tot de vitale infrastructuur De veiligheidsregio’s worden door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen als onderdeel van de vitale infrastructuur. Voor VRZ betekent dit dat extra investeringen nodig zijn op het gebied van informatiebeveiliging en continuïteit, zoals screeningsbeleid, vervanging van sloten, het aanleggen van een noodvoorraad diesel, et cetera. De geschatte extra kosten zijn € 200.000300.000 voor een security operations center/computer emergency response team (SOC/CERT). Of hiervoor compensatie komt vanuit het Rijk, is nog onzeker. Duurzaamheid (CO2-reductie) VRZ moet in het kader van het Klimaatakkoord maatregelen treffen om te komen tot CO2-reductie, met name op het gebied van huisvesting. Het is mogelijk het uitvoeren van deze maatregelen door te schuiven naar de volgende beleidsperiode. In de huidige begroting is nog geen geld opgenomen voor de verduurzamingsopgave De exacte kosten voor verduurzaming zijn nog onbekend. Erkenning PTSS als beroepsziekte Landelijk is de PTSS-regeling vastgesteld, welke per 1 februari 2026 in werking treedt. Vanaf deze datum kent de regeling een terugwerkende kracht van vijf jaar. Met het vaststellen van deze regeling is PTSS als beroepsziekte erkend. Dit is een belangrijke stap naar een betere en gelijke aanpak van PTSS in alle veiligheidsregio’s.

Het is mogelijk dat (oud)werknemers VRZ aansprakelijk stellen en een claim indienen. De kosten van deze claims zijn nog onduidelijk en nog niet in te schatten. Wel zijn regionale preparatie- en implementatiekosten en bijdragen aan landelijke werkzaamheden voor de regeling PTSS noodzakelijk. De geschatte kosten hiervan zijn € 100.000-150.000. Er is nog onduidelijkheid over de Rijksbijdrage aan deze kosten. 3. Aanpak en planning Voor formele vaststelling van het beleidsplan dient, conform de Wet veiligheidsregio’s, artikel 14, lid 2a, de burgemeester met de gemeenteraad te overleggen over het ontwerpbeleidsplan. Tevens dient het ontwerpbeleidsplan afgestemd te worden met de (beleidsplannen van de) aangrenzende regio’s, betrokken waterschappen en de betrokken regionale eenheid van de politie.

4

In de bestuursvergadering van 11 september 2025 wordt het AB gevraagd in te stemmen met het conceptbeleidsplan. Daarna wordt het conceptbeleidsplan ter bespreking aangeboden aan de gemeenteraden. VRZ stemt in deze periode het conceptbeleidsplan af met (de beleidsplannen van) netwerkpartners. Na verwerking van de input wordt het conceptbeleidsplan vastgesteld in het algemeen bestuur VRZ van 11 december 2025 en ter kennisname verzonden aan gemeenten en netwerkpartners.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17153219/1