CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4b. Bijlage bij Toelichting op begroting 2026 Publiek Vervoer Zeeland

Gemeenteraad 18 december 2025, gemeente HulstBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststellen Gemeenschappelijke Regeling Publiek Vervoer932 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1: Planuitgangspunten Begroting GR Publiek Vervoer 2026 (e.v.) Nr:

Categorie:

Onderwerp:

Planuitgangspunt werkgroep:

1

Algemeen

Toevoegen vraagafhankelijk vv Jeugdzorg

2

Algemeen

Inrichting begroting

3

Algemeen

Fixatie kosten WMO, Jeugdzorg en Flex

4

Programma’s vraagafhankelijk WMO- en Jeugdzorgvervoer

Fixatie vervoerskosten

5

Programma WMO

Eigen bijdrage

6

Programma’s WMO, Jeugdzorg en Flex

Indexatie

7

Uitvoeringskosten Mobiliteitscentrale

Totaalbedrag 2026

Vervoerderscontracten kennen alleen indeling routegebonden en vraagafhankelijk vervoer. Ontwikkelingen (volumes) in WMO en Flexvervoer hebben daardoor invloed op “prijs ”vraagafhankelijk” vervoer Jeugdzorg. Is wederkerig: Ontwikkelingen in volumes Jeugdzorg hebben effect op “prijs” WMO en Flex. Vraagafhankelijk vv Jeugdzorg moet daarom onderdeel zijn van fixatie binnen GR. Begroting/verantwoording GR PV wordt vormgegeven door 1 programma met 4 subprogramma’s: Vraagafhankelijk vervoer WMO (1), Jeugdzorg (2), Flex (3) en secretariaat (4). Het routegebonden vv Gemeenten en de OV concessie maken GEEN onderdeel uit van de financiële verantwoording. Deze verantwoording loopt, middels DVO’s, buitenom/langs de GR. Gefixeerd voor de komende 4 jaar (v.w.b. vraagafhankelijk vv WMO en Jeugdzorg) en Flex de netto kosten. Dit wil zeggen voor WMO en Jeugdzorg de bruto vervoerskosten -/- de eigen bijdragen. Voor Flex de bruto vervoerskosten -/- de OV opbrengsten. De baten zijn namelijk onlosmakelijk verbonden aan de vervoerskosten. Dit betekent tegelijkertijd wel dat in de financiële verantwoording 2026 e.v. deze baten ook aan de GR moeten worden gealloceerd. Voor de gefixeerde vervoerskosten zijn de volumes uit het verslagjaar 2024 genomen. Deze zijn vermenigvuldigd met het prijsniveau 2026.

Hierbij is ook rekenschap gegeven aan het prijseffect van aanbestedingen (ZVL, Walcheren en Bevelanden) en de contractueel vastgelegde prijsindexatie: de NEA. Voor de gefixeerde eigen bijdragen van de Gemeenten zijn de bedragen genomen uit het verslagjaar 2024 aangepast aan het prijsniveau 2026 (=werkelijke NEA 2025 en inschatting 2026) De vervoerscontracten vraagafhankelijk vervoer en de eigen bijdragen (bij grootste gedeelte van de gemeenten) worden jaarlijks geïndexeerd met de NEA. Voor 2026 e.v. is deze geschat op 3%. Aangezien Flex een onderdeel uitmaakt van de vervoerscontracten van de Gemeenten loopt Flex automatisch mee. Dit m.u.v. 2026 waarin Provincie € 4,0 mio beschikbaar stelt. Als uitgangspunt heeft de werkgroep de gepresenteerde bedragen genomen van € 3,6 mio. Hierop zijn in mindering gebracht de secretariaatskosten van

8

Uitvoeringskosten Mobiliteitscentrale

Verdeling begroting Mobiliteitscentrale 2026 deel A

9

Uitvoeringskosten Mobiliteitscentrale

Verdeling begroting Mobiliteitscentrale 2026 deel B

10

Secretariaatskosten en uitvoeringskosten Mobiliteitscentrale

Organisatorische ophanging midoffice.

11

Secretariaatskosten

Secretaris

12

Secretariaatskosten

Administratiekosten

de GR, ad € 0,1 mio. Ten tijden van opstelling begroting Mobiliteitscentrale was onderscheid GR/Mobiliteitscentrale namelijk nog niet helder. De begroting 2026 Mobiliteitscentrale “going concern”, ad € 2,267K is verdeeld naar opdrachtgevers en programma’s, Hierdoor blijft aan uitvoeringskosten “going concern” € 1.820K voor de deelnemers aan de GR Publiek. Overige € 447K heeft betrekking op andere opdrachtgevers (Goeree-Overflakke) en programma’s die geen onderdeel uitmaken van de GR (=het routegebonden vervoer Gemeenten), Hiervoor is gekozen om fiscale(BTW) redenen. In de DVO’s met de gemeenten zullen deze kosten van de mobiliteitscentrale, gefixeerd, met in toekomst (voor 2027 e.v.) geïndexeerd worden opgenomen. De additionele kosten (deel B), ad € 1.873K, als gevolg omvorming zijn, onder aftrek secretariaatskosten GR 2026 (zie punt 7), daarmee uitkomend op € 1.768K, ondergebracht bij de GR Publiek Vervoer. In 2026 worden deze kosten grotendeels gedekt door de bijdrage van het Rijk: € 1.200K. Het overige kosten (€ 568K) worden conform de verhouding als afgesproken tijdens het OZO van 12 februari 2025 tussen gemeenten en provincie verdeeld. Waarbij de gemeenten betalen naar aandeel in de stemverhouding van de Gemeenten. Wellicht hoort een gedeelte van kosten Provincie thuis binnen de DVO t.a.v.

de concessie maar, bij ontbreken nader inzicht, heeft de werkgroep deze kosten opgenomen binnen de GR. Door de Kopgroep is hierover op 15 september het volgende besloten: a. Binnen de B.V. komst één organisatie voor zowel front, mid- en backoffice b. Om te borgen dat bestuurders in staat worden gesteld om adequaat te kunnen besturen wordt voor de midoffice een strikte scheiding aangebracht tussen de hiërarchische en functionele aansturen van functionarissen. De secretaris van de GR stuurt hierbij functioneel de beleidsmakers midoffice aan terwijl de directeur BV zorgt voor de PIOF taken midoffice. c. De midoffice wordt als aparte post binnen de begroting uitvoeringskosten mobiliteitscentrale B.V. opgenomen. Gegeven punt 10 wordt de functie directeur-secretaris een secretarisfunctie. Dit in afwijking op gestelde in Bestuurlijke Toelichting bij de intentieovereenkomst, 14/03/24. Tegelijkertijd verwacht werkgroep dat dit een “zware” functie wordt aangezien in deze functie de fixatie moet vormkrijgen en hij/zij het scharnierpunt vormt tussen beleid en uitvoering. In begroting 2026 opgenomen kosten voor 28 uur pw. Later (2027 e.v.) terug te brengen naar 24. In eerste draft van de Begroting gaat de werkgroep er vanuit dat de administratieve verwerking (breed, dus inc voorbereiding jaarrekening en

begroting) wordt ondergebracht bij een deelnemer (Gemeente of Provincie) of een aanpalend samenwerkingsverband dat hier reeds ervaring mee heeft. Redenen: 1. Werkzaamheden zeer divers hetgeen vraagt om een organisatie die al zo is georganiseerd (“divers”; van facturatie tot kennis inrichting jaarrekening). 2. Bedragen die in GR omgaan vragen om “zware” AO/IB bij onderbrengen bij “private” partij. 3, Zelf organiseren betekent zoeken naar het “schaap met de zeven poten” die zowel een factuur wil opstellen maar ook op de hoogte is van ontwikkeling publiek- als privaatrechtelijk. Ondoenlijk. En hier speelt ook nog eens het organisatorische probleem van 1 medewerker = geen. Vandaar uitdrukkelijk voorstel werkgroep: Onderbrengen bij één van de deelnemers of een aanpalend samenwerkingsverband dat hier reeds ervaring mee heeft. Hierop zijn de kosten en rentebaten (voortkomend uit schatkistbankieren) ook op gebaseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16217005/1