CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Conceptbegroting 2026 GR-PVZ

Gemeenteraad 4 juni 2026, gemeente HulstBij agendapunt: Raadsvoorstel zienswijze conceptbegroting 2026 en bijdrageregeling Gemeenschappelijke Regeling Publiek Vervoer Zeeland2.725 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Begroting 2026 Publiek Vervoer Zeeland

1

Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1.

Inleiding ......................................................................................................................... 3

Beleidsbegroting ................................................................................................................. 4 2.

Programmaplan ............................................................................................................. 5 2.1 Deelprogramma WMO ................................................................................................. 6 2.2 Deelprogramma Vraagafhankelijk vervoer jeugdzorg ................................................... 6 2.3 Deelprogramma Flex ................................................................................................... 6 2.4 Deelprogramma Secretariaatskosten gemeenschappelijke regeling ............................ 7 2.5 Deelprogramma uitvoeringskosten mobiliteitscentrale.................................................. 7 2.6 Overzicht algemene dekkingsmiddelen en overhead ................................................... 8 2.7 Onvoorzien .................................................................................................................. 8

3.

Paragrafen..................................................................................................................... 9 3.1 Algemeen ..................................................................................................................... 9 3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing .................................................................. 9 3.3 Financiering ................................................................................................................10 3.4 Bedrijfsvoering ............................................................................................................ 11 3.5 Verbonden partijen ...................................................................................................... 11 3.6 Wet open overheid ...................................................................................................... 11

Financiële begroting ..........................................................................................................12 4.1 Overzicht van baten en lasten .....................................................................................13 4.2 Gehanteerde uitgangspunten begroting ......................................................................13 4.3 Toelichting overzicht baten en lasten...........................................................................14 4.4 Overzicht incidentele baten en lasten..........................................................................16 4.5 Geprognosticeerde balans ..........................................................................................17 4.6 Overzicht geraamde baten en lasten per taakveld ......................................................17 5. Overzicht bijdragen 2026 deelnemende organisaties .......................................................18 6. Besluit ..............................................................................................................................19

2

1. Inleiding Voor u ligt de 1e begroting van de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland. In 2021 en 2022 hebben de 13 Zeeuwse gemeenten en de Provincie Zeeland de Regionale Mobiliteitsstrategie (RMS) vastgesteld. Hiermee is het fundament gelegd voor Publiek Vervoer Zeeland. Het publiek vervoer bestaat uit een samenvoeging van reguliere ovbuslijnen en het traditionele doelgroepenvervoer. Doel hiervan is om de bereikbaarheid van werk, voorzieningen en andere functies voor inwoners, bezoekers, ook naar de toekomst, te verbeteren tegen aanvaardbare maatschappelijke kosten. In 2025 hebben alle gemeenteraden en Provinciale Staten ingestemd met de nieuwe gemeenschappelijke regeling en nemen vanaf 2026 hierin deel. De begroting is opgebouwd op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (verder BBV) en bestaat uit de beleidsbegroting en de financiële begroting. De beleidsbegroting bestaat uit het programmaplan en de paragrafen. Op basis van de programma’s stelt het algemeen bestuur de uitvoeringswijze vast. Door het vaststellen van het programmaplan, als onderdeel van de begroting, verleent het algemeen bestuur autorisatie tot het verkrijgen van baten en het maken van kosten. In het tweede deel van de beleidsbegroting wordt ingegaan op de volgende paragrafen: • • • • •

Weerstandsvermogen en risicobeheersing; Financiering; Bedrijfsvoering; Verbonden partijen; Wet open overheid.

De financiële begroting bestaat uit de volgende onderdelen: • •

Het overzicht van baten en lasten en toelichting; De uiteenzetting van de financiële positie en toelichting.

Op basis van de BBV wordt de overhead en de post onvoorzien in een afzonderlijk overzicht gepresenteerd.

3

Beleidsbegroting

4

2. Programmaplan We onderkennen in de begroting één programma namelijk ‘Publiek Vervoer’. Onder dit programma vallen verschillende deelprogramma’s. We hebben de volgende deelprogramma’s: • • • • •

WMO; Vraagafhankelijk vervoer jeugdzorg; Flex; Secretariaatskosten gemeenschappelijke regeling; Uitvoeringskosten mobiliteitscentrale.

Voor het totaalprogramma werken we 2 ‘W vragen’ uit, namelijk ‘wat willen we bereiken’ en ‘wat gaan we ervoor doen’. Per deelprogramma is vervolgens inzicht gegeven in de ‘W vraag’ wat mag het kosten. Wat willen we bereiken De doelstelling is om alle essentiële voorzieningen met publiek vervoer bereikbaar te houden waarbij de reiziger een positief oordeel heeft over de kwaliteit van de dienstverlening. Deze dienstverlening moet tegen aanvaardbare maatschappelijke kosten worden uitgevoerd. In 2026 zijn deze doelen als volgt geformuleerd: • •

•

Daar waar de Flex operationeel is, is overal binnen 500 meter een opstappunt tussen 6 en 23 uur bereikbaar met publiek vervoer. De reiziger waardeert de dienstverlening met minimaal een 8 (uit 10). Hierbij wordt gemonitord op de reizigersaspecten zoals benoemd in de Regionale Mobiliteitsstrategie (RMS). De kosten voor de totale dienstverlening blijven binnen de begroting 2026. De begroting (exclusie indexatie) is taakstellend voor een periode van 4 jaar.

Wat gaan we hiervoor doen De verantwoordelijkheid voor de aansturing en uitvoering van publiek vervoer in Zeeland ligt bij de Mobiliteitscentrale B.V. De gemeenschappelijke regeling is 100% aandeelhouder van de mobiliteitscentrale. De mobiliteitscentrale moet, op basis van data en inzichten, zorgen dat de gemeenschappelijke regeling goed geïnformeerd is en in staat is om sturing te geven aan het beleid rondom publiek vervoer in Zeeland. De midoffice is als geheel een nieuwe rol voor de mobiliteitscentrale. De opdracht van de midoffice is de midden- en lange termijn dienstverlening zodanig in te richten (en bij te stellen) dat een optimum wordt geleverd aan drie doelen (KPI’s) zoals geformuleerd: bereikbaarheid voorzieningen, tevredenheid reiziger en beheersing van kosten. Door uitvoering te geven aan taken van de midoffice kunnen de genoemde doelen ook worden bereikt.

5

De midoffice taken vallen uiteen in vijf onderdelen: • • • • •

Data analyse en kennisontwikkeling; Beleid(ontwikkeling); Reisproducten en betaalbaarheid; Contractbeheer; Communicatie.

2.1 Deelprogramma WMO Onder dit deelprogramma valt het vervoeren van mensen met een functiebeperking woonachtig in Zeeland. Deze mensen kunnen geen gebruik maken van het reguliere openbaar vervoer en waarvoor de deelnemende gemeenten een indicatie voor taxivervoer hebben afgegeven. Het tarief dat de vervoerder in rekening brengt, is met de vervoerder contractueel overeengekomen. Wat mag het kosten:

2.2 Deelprogramma Vraagafhankelijk vervoer jeugdzorg Onder dit deelprogramma valt het vervoeren van jeugdigen van en naar instellingen voor jeugdhulp bij medische noodzaak of een beperking in de zelfredzaamheid. Het vervoer van jeugdigen van en naar behandellocaties is onderdeel van de jeugdhulpplicht. Het tarief dat de vervoerder in rekening brengt, is met de vervoerder contractueel overeengekomen. Wat mag het kosten:

2.3 Deelprogramma Flex De Flex is een nieuwe dienst als aanvulling op het reguliere busvervoer. De dienstverlening wordt aangeboden 7 dagen per week van 6 uur tot 23:00 uur. De reis kan met een app of telefonisch bij de mobiliteitscentrale worden geboekt. Een indicatie is niet vereist. Voor de reizigers binnen de bebouwde kom is er binnen een straal van 500 meter een opstapplaats, daarbuiten wordt de reiziger thuis opgehaald. Er wordt gereisd tegen OV-tarief waarbij ook de regulier OV-producten van toepassing zijn.

6

Wat mag het kosten:

2.4 Deelprogramma Secretariaatskosten gemeenschappelijke regeling Dit betreft de ‘eigen’ kosten van de gemeenschappelijke regeling. Dit is nader uitgewerkt in paragraaf 2.6 overhead.

2.5 Deelprogramma uitvoeringskosten mobiliteitscentrale De mobiliteitscentrale is verantwoordelijk voor het inplannen van de ritten, afhandeling klachten en het onderhouden van de contacten met de taxivervoerders. De taxivervoerders sturen voor de diensten die zij leveren, facturen aan de mobiliteitscentrale. De mobiliteitscentrale rekent deze kosten vervolgens door aan de gemeenschappelijke regeling. Wat mag het kosten:

7

2.6 Overzicht algemene dekkingsmiddelen en overhead Algemene dekkingsmiddelen Om de uitgaven te kunnen doen voor de verschillende deelprogramma’s zijn bijdragen vereist van de deelnemers. Deze zijn rechtstreeks verantwoord op het betreffende deelprogramma. Daarom is geen aparte verantwoording met betrekking tot de algemene dekkingsmiddelen. Overhead Middels een voorgeschreven programmaplan worden, in een apart overzicht, de kosten van overhead weergegeven. In de programma’s zelf zijn de kosten opgenomen die direct betrekking hebben op het primaire proces. Voor overhead geldt alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces.

2.7 Onvoorzien In de begroting is geen post voor onvoorzien opgenomen.

8

3. Paragrafen 3.1 Algemeen Op grond van het BBV is het ook voor de gemeenschappelijke Publiek Vervoer Zeeland verplicht, voor zover van toepassing, de paragrafen op te stellen. De paragrafen lokale heffingen, onderhoud kapitaalgoederen en grondbeleid zijn niet van toepassing voor deze gemeenschappelijke regeling en zijn daarom ook niet opgenomen in de begroting.

3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf behandelen we het weerstandsvermogen: de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s die voor kunnen komen. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is gedefinieerd als “het vermogen van de gemeenschappelijke regeling om niet structurele financiële risico’s op te kunnen vangen teneinde taken te kunnen voortzetten”. Het weerstandsvermogen is van belang voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van de gemeenschappelijke regeling voor het begrotingsjaar, maar ook voor de meerjarenraming. De gemeenschappelijke regeling beschikt per 1-1-2026 niet over een weerstandsvermogen. Het eigen vermogen is nihil en ook is geen sprake van een post onvoorzien. Dit betekent dat financiële risico’s rechtstreeks terugkomen bij de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling. Risico’s Een risico is een onzekere gebeurtenis die het behalen van afgesproken doel(en) en resultaten kan belemmeren of vertragen. Dit zijn naast financiële ook niet-financiële risico’s, zoals bestuurlijke en juridische risico’s, imago- en frauderisico’s. Deze hebben niet (altijd) direct een financiële impact, maar kunnen (op termijn) wel grote gevolgen hebben voor de gemeente. We onderkennen de volgende risico’s: •

• •

Overschrijding gefixeerde lasten: Als door toename van het gebruik van het vervoer de werkelijke kosten hoger worden dan de gefixeerde bijdrage door de deelnemers, is een risico dat deelnemers een extra bijdrage moeten betalen. Er kan ook geen beroep worden gedaan op een reserve, omdat de gemeenschappelijke regeling per 1-1-2026 nog geen reserve heeft. Klantontevredenheid over de kwaliteit van dienstvelening. Dit leidt tot mogelijke klachten en imagoschade. Contractuele aansprakelijkheid: Voor deze aansprakelijkheid dienen de gemeenten zelf zich te verzekeren.

Binnen de gemeenschappelijke regeling zijn beheersmaatregelen aanwezig om de hierboven benoemde risico’s te beheersen. Op basis van managementinformatie en werkelijk verbruik per vervoerssoort, wordt periodiek gekeken of de gerealiseerde uitgaven in lijn liggen met de begroting.

9

Als sprake is van overschrijdingen, wordt beoordeeld waar de overschrijding het gevolg van is en aan welke deelnemer(s) dit is toe te wijze. Daar zullen de extra kosten ook in rekening worden gebracht. Als de overschrijding het gevolg is van een stijging van het gebruik van de flex, is een optie om de spelregels van de flex te wijzigen, waardoor met de bestaande capaciteit toch een grotere vraag weggereden kan worden. Dit kan bijvoorbeeld door het verlengen van wachttijden en omrijtijden. De andere optie is het inhuren van meer vervoerscapaciteit. Het inhuren van extra capaciteit leidt tot overschrijding van het gefixeerde budget. Besluitvorming hierover is aan het algemeen bestuur waarbij de vastgelegde spelregels worden gevolgd om tot aanpassing budget van de gemeenschappelijke regeling te komen. De klanttevredenheid wordt periodiek gemonitord op de reizigersaspecten zoals zijn benoemd in de Regionale Mobiliteitsstrategie (RMS). De mobiliteitscentrale rapporteert minimaal 1 keer per jaar aan het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling over de status en geeft per kwartaal een update over de ontwikkelingen hierop. Kengetallen Voor BBV geldt een verplichte basisset van vijf financiële kengetallen.

Het gaat om de kengetallen voor netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, belastingcapaciteit en grondexploitatie.

3.3 Financiering Algemeen De wet Fido stelt regels voor het financieringsgedrag van decentrale overheden. Met name gaat het om regels voor het beheersen van financiële risico’s, zowel op aangetrokken als op uitgezette middelen, en voor het beheer van treasury. In het BBV is de verplichting tot het opstellen van financieringsparagrafen in de toelichting op de begroting en het jaarverslag opgenomen. Financieringsinstelling De huisbankier van de gemeenschappelijke regeling is de BNG-bank. Schatkistbankieren Voor decentrale overheden geldt dat zij verplicht zijn om overtollige middelen in de schatkist aan te houden. Deze verplichting geldt ook voor de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland.

10

Kasgeldlimiet/renterisiconorm Gezien de gemeenschappelijke regeling geen externe financiering kent, voldoen wij aan deze norm. Koers- en valutarisicobeheer Er zijn/worden geen belangrijke c.q. omvangrijke financiële transacties aangegaan en daar zijn ook geen voornemens toe. Daarmee worden geen koers- en valutarisico’s onderkend.

3.4 Bedrijfsvoering In de begroting van de gemeenschappelijke regeling zijn geen personeelskosten opgenomen. Het personeel is in dienst van de mobiliteitscentrale en wordt doorbelast aan de gemeenschappelijke regeling. De uitvoering van de administratieve taken en secretariaatstaken zijn uitbesteed aan een externe partij. De gemeenschappelijke regeling heeft een financiële verordening. In deze verordening zijn ook bepalingen opgenomen inzake de rechtmatigheidsverantwoording door het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling.

3.5 Verbonden partijen De gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland heeft 1 verbonden partij, namelijk de Mobiliteitscentrale B.V. De gemeenschappelijke regeling heeft 100% van de aandelen in deze B.V. De waarde van het aandelenbezit bedraagt per 1-12-2026: € 146.000.

3.6 Wet open overheid Vanaf 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) ingegaan, met als doel: • • •

Een transparanter en actief openbaar makende overheid; het dienen van het belang van openbaarheid; publieke informatie openbaar te maken

De gemeenschappelijke regeling zet zich actief in om te voldoen aan deze doelstellingen. In het jaarverslag zal over de uitkomsten worden gerapporteerd.

11

Financiële begroting

12

4.1 Overzicht van baten en lasten Hieronder is het overzicht van baten en lasten opgenomen inclusief meerjarenraming. Door het vaststellen van de begroting autoriseert het algemeen bestuur deze begrotingsbedragen.

4.2 Gehanteerde uitgangspunten begroting De genoemde bedragen zijn exclusief BTW. De bijdragen per deelnemer en per deelprogramma zijn opgenomen in paragraaf 5. De bijdragen die de deelnemers doen in de gemeenschappelijke regeling zijn gebaseerd op fixatie. De bijdrage over 2026 vanuit de gemeenten is berekend op basis van de werkelijke besteding 2024 verhoogd met de NEA index per jaar. De NEA index voor 2025 bedraagt 1,5% en voor 2026 is deze voorlopig bepaald op 3%. De bijdragen over 2027 t/m 2029 zijn eveneens gefixeerd op basis van 2026 verhoogd met de (voorlopige) NEA index. Uitgegaan is van een jaarlijkse stijging van 3%. De definitieve bijdrage wordt bepaald aan de hand van de definitieve NEA index voor het betreffende jaar.

13

De bijdrage van de Provincie Zeeland in de Flex wordt ieder jaar ook geïndexeerd met de NEA index. Indien in een jaar sprake is van een aanbesteding wordt het eventuele prijseffect meegenomen in de fixatie. De secretariaatskosten gemeenschappelijke regeling en uitvoeringskosten mobiliteitscentrale worden ieder jaar geïndexeerd met een gemiddeld indexcijfer van de loonstijgingen vanuit de mobiliteitscentrale over de afgelopen 3 jaar. In de meerjarenbegroting is voorlopig uitgegaan van een jaarlijkse stijging van 3%. Een uitzondering is het jeugdzorgvervoer. Ook deze kosten zijn gefixeerd, echter grote fluctuaties in de afname van jeugdzorgvervoer wordt niet uitgesloten. Daarom is het mogelijk om de fixatie bij grote verandering van het vraagafhankelijk jeugdzorgvervoer aan te passen. Aanpassing gebeurt alleen bij grote verandering (15% verschil tussen realisatie en begroting in een jaar). Het gefixeerde bedrag wordt bijgesteld in het jaar na verandering.

4.3 Toelichting overzicht baten en lasten Per deelprogramma is een nadere toelichting opgenomen over de (gefixeerde) bijdrage per deelnemer. Deelprogramma WMO Hieronder is per gemeente opgenomen wat de netto bijdrage is over het boekjaar 2026. In deze bijdrage is rekening gehouden met de eigen bijdrage welke door de gebruiker betaald moet worden.

14

Deelprogramma vraagafhankelijk vervoer jeugdhulp Hieronder is per gemeente opgenomen wat de netto bijdrage is over het boekjaar 2026. Voor de jeugdhulp is geen sprake van een eigen bijdrage.

Deelprogramma Flex Dit betreft de netto inbreng door de Provincie Zeeland. Hierbij is rekening gehouden met de baten uit verkoop van toegangsbewijzen.

Deelprogramma secretariaatskosten GR PV De secretariaatskosten 2026 kunnen als volgt worden gespecificeerd:

15

Deelprogramma uitvoeringskosten mobiliteitscentrale Dit betreft de bijdrage van de deelnemers in de kosten van de mobiliteitscentrale. Dit is met name voor de inzet van personeel. De kosten van de mobiliteitscentrale worden voor 2026 ingeschat op € 3.587.952. Voor 2026 is rekening gehouden met een subsidie van het Ministerie van I&A van € 1.200.000. De netto bijdrage door de deelnemers bedraagt € 2.387.952. Deze bijdrage kan als volgt worden toegerekend aan de deelnemers:

4.4 Overzicht incidentele baten en lasten Onder incidentele baten en lasten worden verstaan baten en lasten die zich niet langer dan drie jaar voordoen. In de begroting 2026 is sprake van een subsidie van € 1.200.000. Deze is verrekend met de lasten. Omdat deze subsidie eenmalig is voor het boekjaar 2026 wordt deze aangemerkt als incidenteel. De bijdrage van de deelnemers is voor het boekjaar 2026 naar beneden bijgesteld om daarmee een sluitende begroting te krijgen. De begroting 2026 is daardoor structureel niet in evenwicht, maar ook verklaarbaar op grond van bovenstaande en het principe van gefixeerde bijdragen door de deelnemers.

16

4.5 Geprognosticeerde balans In de geprognotiseerde balans wordt inzicht gegeven in de verwachte bezittingen en schulden over de jaren 2026 t/m 2029.

4.6 Overzicht geraamde baten en lasten per taakveld Op grond van het BBV dient een overzicht gegeven te worden van de geraamde baten en lasten per taakveld. Hieronder wordt dit overzicht weergegeven.

17

5. Overzicht bijdragen 2026 deelnemende organisaties

18

6. Besluit Het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland Gezien het voorstel van het dagelijks bestuur van 15 januari 2026 Gelet op de bepalingen van de gemeenschappelijke regeling

B E S L U I T: 1. De programmabegroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2029 vast te stellen.

Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur in zijn vergadering van 15 januari 2026

Hoogachtend,

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16911400/1