CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3: Publicatie gemeenteblad

Gemeenteraad 18 december 2025, gemeente HulstBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststellen wijziging omgevingsplan Waterstraat Walsoorden56.225 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 7

222 alinea's met “omgevingsplan”: 4 5 6 9 20 24 26 28 29 34 318 320 328 338 389 391 393 395 397 399 408 427 429 483 490 542 553 557 751 767 771 772 773 774 786 789 793 802 803 808 …

GEMEENTEBLAD

Nr. 392788 9 september 2025

Officiële uitgave van de gemeente Hulst

Omgevingsplan gemeente Hulst, wijziging casco en Waterstraat 14, Walsoorden - Kruisdorpsedijk, Kloosterzande De raad van de gemeente Hulst; gelet op het bepaalde in de artikelen 2.4 en 4.2 tweede lid van de Omgevingswet; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders inzake het vaststellen van de wijziging Omgevingsplan gemeente Hulst, wijziging casco en Waterstraat 14, Walsoorden - Kruisdorpsedijk, Kloosterzande op [datum]; overwegende dat; overeenkomstig artikel 16.30 Omgevingswet en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan gedurende de periode van [datum] tot en met [datum] ter inzage heeft gelegen; op [datum] van de terinzagelegging kennis is gegeven in het elektronisch gemeenteblad; in de publicatie mede bekendheid is gegeven aan de mogelijkheid om zowel schriftelijk als mondeling zienswijzen kenbaar te maken; binnen de daarvoor beschikbare periode er [geen] zienswijzen zijn ingediend; [het doorvoeren van ambtshalve wijzigingen van het plan wel noodzakelijk is gebleken]; [er op [datum] een kostenverhaalsovereenkomst is gesloten tussen initiatiefnemer en gemeente waarin afspraken zijn gemaakt over het verplichte (publiekrechtelijke) kostenverhaal]; gehoord de commissie Ruimte in haar vergadering van [datum].

Artikel I Besluit Het Omgevingsplan gemeente Hulst te wijzigen zoals aangegeven in bijlage A.

Artikel II Tijdelijk deel omgevingsplan vervallen Door dit besluit vervallen de delen van het tijdelijk deel van het omgevingsplan die zijn aangegeven in de bij dit besluit behorende Pons met de identificatie [identificatie].

Artikel III Inwerkingtreding

Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop zes weken zijn verstreken sinds de dag waarop het besluit bekend is gemaakt. Tegen dit besluit kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dat kan gedurende de beroepstermijn die loopt van [datum] tot en met [datum]. Het beroep dient te worden gericht aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA ’s-Gravenhage. Het beroepschrift moet zijn ondertekend en dient ten minste te bevatten: de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht en de gronden van het beroep. Zo mogelijk dient een kopie van het bestreden besluit bijgevoegd te worden. Degene die beroep heeft ingesteld kan de Voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak verzoeken om met het oog op onverwijlde spoed een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek dient geadresseerd te worden aan de Voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak, postbus 20019, 2500 EA ’s-Gravenhage. Onder de Omgevingswet heeft een verzoek om voorlopige voorziening géén schorsende werking. Dat betekent dat het indienen van een voorlopige voorziening er niet automatisch voor zorgt dat een omgevingsplan voorlopig niet uitgevoerd kan worden.

Dat gebeurt pas als de voorzieningenrechter een verzoek om voorlopige voorziening geheel of gedeeltelijk toewijst. Vastgesteld door de gemeenteraad van Hulst op [datum]

De griffier

Dit document is een ontwerpbesluit.

1

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

De raadsvoorzitter

2

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

Bijlage A Omgevingsplan gemeente Hulst A Het opschrift van hoofdstuk 1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Algemene bepalingen B Artikel 21.4 wordt verplaatst van afdeling 21.1 naar hoofdstuk 1. Het opschrift van artikel 21.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 21.4 1.1 Anti-dubbeltelregel C Artikel 1.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.1 1.2 Begripsbepalingen 21

Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat aanvullende begripsbepalingen voor de toepassing van hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan.

12

Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in , bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan, tenzij in bijlage I daarvan is afgeweken.

D Artikel 21.3 wordt verplaatst van afdeling 21.1 naar hoofdstuk 1. Artikel 21.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 21.3 1.3 Normadressaat Diegene die de een activiteit verricht, dan wel laat verrichten, draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit, tenzij elders in dit hoofdstuk omgevingsplan anders is bepaald. E Artikel 21.1 wordt verplaatst van afdeling 21.1 naar hoofdstuk 1. Artikel 21.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 21.1 1.4 Toepassingsbereik activiteiten Het verrichten van activiteiten ter plaatse van het Omgevingsplan - Nieuw transformatiegebied is verboden, behalve daar waar dat in dit hoofdstuk omgevingsplan expliciet is toegestaan met toepassing van de in dit hoofdstuk omgevingsplan opgenomen regels. F Hoofdstuk 2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

3

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

HOOFDSTUK 2 Doelen [Gereserveerd]

Artikel 2.1 Algemene doelen omgevingsplan Dit omgevingsplan is, met het oog op de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet, gericht op: a. het beschermen en bevorderen van een goed woon- en leefklimaat; b. het waarborgen van de veiligheid; c. het beschermen van de gezondheid; d. het beschermen van het milieu; het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening; e. het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden; f. het behoud van cultureel erfgoed; g. het behoud van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed; h. de natuurbescherming; i. klimaatadaptatie; j. de kwaliteit van bouwwerken; k. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; l. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; m. het beheer van infrastructuur. G Het opschrift van hoofdstuk 3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

HOOFDSTUK 3 Waarden H Hoofdstuk 4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

HOOFDSTUK 4 Thema's [Gereserveerd]

AFDELING 4.1 Aandachtsgebieden § 4.1.1 Brandaandachtsgebied [Gereserveerd]

§ 4.1.2 Explosieaandachtsgebied [Gereserveerd]

§ 4.1.3 Gifwolkaandachtsgebied [Gereserveerd]

AFDELING 4.2 Beperkingengebieden § 4.2.1 Beperkingengebied regionale waterkering [Red: Artikel 21.13 verplaatst van subparagraaf 21.2.4.1 naar paragraaf 4.2.1. ]

Artikel 21.13 4.1 Algemene regels beperkingengebied regionale waterkering 1

4

Werken en werkzaamheden binnen beperkingengebiedBeperkingengebied regionale waterkering zijn alleen toegestaan als hierdoor geen belemmering ontstaat voor de instandhouding, het onderhoud, de veiligheid of de versterking van de regionale waterkering. Hiervan is uitsluitend sprake als:

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

a.

b.

2

bij activiteiten die zonder vergunning uitgevoerd kunnen worden: voorafgaand aan de uitvoering van die activiteiten schriftelijk advies is ingewonnen bij het Waterschap Scheldestromen en uit dat advies blijkt dat er geen belemmeringen aanwezig zijn; bij activiteiten die met vergunning uitgevoerd moeten worden: voorafgaand aan het indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning schriftelijk advies is ingewonnen bij het Waterschap Scheldestromen en uit dat advies blijkt dat er geen belemmeringen aanwezig zijn.

In aanvulling op Bouwactiviteiten afdeling 21.3 zijn bouwactiviteiten binnen beperkingengebiedBeperkingengebied regionale waterkering zijn alleen toegestaan als hierdoor geen belemmering ontstaat voor de instandhouding, het onderhoud, de veiligheid of de versterking van de regionale waterkering. Hiervan is uitsluitend sprake als: a. bij activiteiten die zonder vergunning uitgevoerd kunnen worden: voorafgaand aan de uitvoering van die activiteiten schriftelijk advies is ingewonnen bij het Waterschap Scheldestromen en uit dat advies blijkt dat er geen belemmeringen aanwezig zijn; b. bij activiteiten die met vergunning uitgevoerd moeten worden: voorafgaand aan het indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning schriftelijk advies is ingewonnen bij het Waterschap Scheldestromen en uit dat advies blijkt dat er geen belemmeringen aanwezig zijn.

[Red: Artikel 21.14 verplaatst van subparagraaf 21.2.4.1 naar paragraaf 4.2.1. ]

Artikel 21.14 4.2 Maatwerkvoorschrift regionale waterkering Het bevoegd gezag kan met het oog op de instandhouding, het onderhoud, de veiligheid of de versterking van de regionale waterkering, bij maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift, de verplichting stellen tot het treffen van maatregelen waardoor de waterkering wordt beschermd.

AFDELING 4.3 Cultureel erfgoed § 4.3.1 Archeologie [Red: Subparagraaf 21.2.1.1 verplaatst van paragraaf 21.2.1 naar paragraaf 4.3.1. ]

§ 21.2.1.1 4.3.1.1 Bouwactiviteiten binnen archeologisch waardevol gebied Artikel 21.5 4.3 Aanvullende beoordelingsregels Specifieke regels bouwactiviteiten 1

In aanvulling op afdeling 21.3 zijn bouwactiviteiten binnen archeologisch waardevol gebied alleen toegestaan: Bouwactiviteiten binnen Archeologisch waardevol gebied zijn alleen toegestaan: a. als bij het bouwen van bouwwerken de werkzaamheden in of aan de bodem niet dieper reiken dan 0,4 meter onder maaiveld en de oppervlakte van de bodemverstoring niet meer is dan de oppervlakte bodemverstoring; b. als bij het bouwen van bouwwerken de werkzaamheden in of aan de bodem dieper reiken dan 0,4 meter onder maaiveld en de oppervlakte van de bodemverstoring meer is dan de oppervlakte bodemverstoring en in een archeologisch rapport wordt aangetoond dat: 1. op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn, of 2. de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate worden veiliggesteld.; c. als bij het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de archeologische functie, de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3,5 meter; d. bij vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij: 1. de oppervlakte van het gebouw, gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid, en 2. gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

2

Bij de beoordeling van het archeologisch rapport als bedoeld in het eerste lid onder b, wordt rekening gehouden met het advies van de archeologisch deskundige.

Artikel 21.6 4.4 Maatwerkvoorschrift (Maatwerk)voorschrift archeologie Het bevoegd gezag kan met het oog op het beschermen van de archeologische waarden in de bodem, bij maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift, de onderstaande verplichtingen stellen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;

5

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

b. c.

de verplichting tot het doen van een opgraving in de zin van artikel 1.1 Erfgoedwet; de verplichting tot het begeleiden van de activiteiten door een daarvoor aangewezen archeologisch deskundige.

[Red: Subparagraaf 21.2.1.2 verplaatst van paragraaf 21.2.1 naar paragraaf 4.3.1. ]

§ 21.2.1.2 4.3.1.2 Werken en werkzaamheden binnen archeologisch waardevol gebied Artikel 21.7 4.5 Algemene regels Het is toegestaan zonder omgevingsvergunning binnen archeologischArcheologisch waardevol gebied werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. waarbij de oppervlakte van de bodemverstoring niet meer is dan de oppervlakte bodemverstoring; b. die worden verricht in het kader van normaal onderhoud en beheer; c. waarbij drainage aangebracht wordt middels sleufloze technieken; d. die worden verricht in het kader van archeologisch onderzoek.

Artikel 21.8 4.6 Vergunningplicht 1

Het is verboden zonder omgevingsvergunning binnen archeologischArcheologisch waardevol gebied de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 0,4 meter onder het maaiveld; b. het ophogen van de bodem met meer dan 2 meter, waaronder tevens het aanleggen van tijdelijke gronddepots; c. het aanleggen, vergraven, verruimen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren op een grotere diepte dan 0,4 meter onder het maaiveld; d. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, op een grotere diepte dan 0,4 meter onder het maaiveld; e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het indrijven van voorwerpen in de grond op een grotere diepte dan 0,4 meter onder het maaiveld; f. het verlagen van het waterpeil, voor zover dit geen bevoegdheid van het waterschap betreft; g. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd op een grotere diepte dan 0,4 meter onder het maaiveld; h. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur op een grotere diepte dan 0,4 meter onder het maaiveld.

2

Onder grondbewerkingen als bedoeld in het eerste lid onder a vallen ook afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage door kettingtechniek.

3

De omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend als voldaan wordt aan de beoordelingsregels als bedoeld in artikel 21.94.7.

Artikel 21.9 4.7 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1

De werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 21.84.6, eerste lid, dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden leiden niet tot een verstoring van archeologische waarden.

2

In een archeologisch rapport wordt aangetoond dat: a. op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn, of b. de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate worden veiliggesteld.

3

Bij de beoordeling van het archeologisch rapport als bedoeld in het tweede lid, wordt rekening gehouden met het advies van de archeologisch deskundige.

Artikel 4.8 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid worden, in aanvulling op het gestelde in artikel 8.1 de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

6

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

a.

een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld.

Artikel 21.10 4.9 Maatwerkvoorschrift (Maatwerk)voorschrift archeologie Het bevoegd gezag kan met het oog op het beschermen van de archeologische waarden in de bodem, bij maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift, de onderstaande verplichtingen stellen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van een opgraving in de zin van artikel 1.1 Erfgoedwet; c. de verplichting tot het begeleiden van de activiteiten door een daarvoor aangewezen archeologisch deskundige.

AFDELING 4.4 Gebiedsaanwijzingen [Gereserveerd]

AFDELING 4.5 Parkeren [Red: Artikel 21.11 verplaatst van paragraaf 21.2.2 naar afdeling 4.5. ]

Artikel 21.11 4.10 Parkeernormen Voldoende parkeergelegenheid 1

Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid als voldaan wordt aan het parkeerbeleid van de gemeente Hulst.

2

Indien er geen parkeerbeleid is vastgesteld, worden kengetallen toegepast uit de publicatie 381744 ('Toekomstbestendig parkerenParkeerkencijfers - Van parkeerkencijfers naar parkeernormenbasis voor parkeernormering') van het kennisplatform CROW, of diens opvolger.

AFDELING 4.6 Beschermingsgebieden § 4.6.1 Grondwaterbeschermingsgebied [Gereserveerd] I Hoofdstuk 5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

HOOFDSTUK 5 Bouwactiviteiten [Gereserveerd]

AFDELING 5.1 Algemene bepalingen [Red: Artikel 21.15 verplaatst van paragraaf 21.3.1 naar afdeling 5.1. ]

Artikel 21.15 5.1 Verbod in stand laten bouwwerken Het is verboden een bouwwerk of deel daarvan, dat is gebouwd zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning voor een ruimtelijke bouwactiviteit, in stand te laten. [Red: Artikel 21.16 verplaatst van paragraaf 21.3.1 naar afdeling 5.1. ]

Artikel 21.16 5.2 Meetbepalingen 1

7

Voor de toepassing van afdeling 21.3AFDELING 5.2 wordt bij het bouwen van bouwwerken binnen het transformatiegebiedOmgevingsplan - Nieuw op de volgende wijze gemeten: a. afstand: de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. b. bouwhoogte van een antenne-installatie: 1. ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie;

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

2.

c.

d. e. f.

g.

h.

i.

j.

k j. 2

ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; breedte, lengte en diepte van een bouwwerk: tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren; dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; goothoogte van een bouwwerk: 1. vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; indien zich op een gebouw één of meer dakkapellen of dakopbouwen bevinden waarvan de gezamenlijke breedte meer bedraagt dan 50% van de gevelbreedte, wordt de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord van de dakkapel(len) als goothoogte aangemerkt; 2.

bij een asymmetrische dakvorm met één hellend dakvlak dat loopt over de volledige breedte, of diepte van een gebouw, wordt de goot- en/of boeiboordhoogte gemeten op het hoogste snijpunt van het dakvlak met de daaronder gelegen gevel; onder de gevel wordt ook verstaan het hart van de scheidsmuren met een gebouw op een aangrenzend bouwperceel.; inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. Ondergronds bouwen wordt niet meegerekend voor het bepalen van de inhoud van een bouwwerk; oppervlakte van een bouwwerk: 1. voor bouwwerken met wanden: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.

voor bouwwerken zonder wanden (open overkappingen en daarmee vergelijkbare bouwwerken geen gebouwen zijnde): de overdekte grondoppervlakte (gemeten loodrecht onder het dakoppervlak); oppervlakte van een overkapping: tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping; relatie: daar waar twee of meer bestemmingsvlakken dan wel bouwvlakken door middel van de aanduiding 'relatie' met elkaar zijn verbonden, gelden die bestemmingsvlakken dan wel bouwvlakken bij de toepassing van deze regels als één bestemmingsvlak respectievelijk één bouwvlak; vloeroppervlakte: de gebruiksoppervlakte volgens NEN 2580.

Bij de toepassing van artikel 21.165.2, eerste lid blijven uitstekende delen van ondergeschikte aard tot maximaal 1,5 m buiten beschouwing.

Artikel 5.3 Specifieke aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit worden, in aanvulling op het gestelde in artikel 22.35 aanhef en onder h, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. voor zover dat in § 4.3.1.1 is bepaald: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld.

Artikel 5.4 Vergunningvoorschrift waterberging Het bevoegd gezag kan met het oog op het voorkomen van wateroverlast, bij vergunningvoorschrift, de onderstaande verplichtingen stellen aan een omgevingsvergunning als bedoeld in AFDELING 5.2: a. het realiseren van een waterberging met een inhoud die voldoet aan de volgende formule: 1. in het geval de waterberging wordt aangelegd in het bestaande watersysteem: oppervlakte extra te verharden of te bebouwen oppervlakte * 0,075 m; óf 2. in het geval de waterberging wordt aangelegd in een gesloten watersysteem: oppervlakte extra te verharden of te bebouwen oppervlakte * 0,147 m; b. het duurzaam in stand houden van de waterberging.

AFDELING 5.2 Ruimtelijke bouwactiviteiten

8

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

§ 5.2.1 Ruimtelijke bouwactiviteiten stedelijk gebied [Red: Subparagraaf 21.3.2.1 verplaatst van paragraaf 21.3.2 naar paragraaf 5.2.1. ]

§ 21.3.2.1 5.2.1.1 Bouwen hoofdgebouw Artikel 21.17 5.5 Vergunningplicht 1

Onder het verbod als genoemd in artikel 22.26 wordt tevens verstaan het verbod om zonder omgevingsvergunning een hoofdgebouw te bouwen ter plaatse van de bebouwingszone. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een hoofdgebouw te bouwen ter plaatse van het Bebouwingsgebied hoofdgebouwen stedelijk gebied.

2

In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als: a. voldaan wordt aan de beoordelingsregels als bedoeld in artikel 21.185.6; b. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in artikel 21.114.10.

3

In afwijking van het tweede lid aanhef en onder a, wordt een omgevingsvergunning ook verleend als sprake is van herbouw.

Artikel 21.18 5.6 Beoordelingsregels hoofdgebouwen 1

Een hoofdgebouw wordt uitsluitend gebouwd binnen het op het bouwperceel liggende bouwvlakBebouwingsgebied hoofdgebouwen stedelijk gebied.

2

De goothoogte van een hoofdgebouw bedraagt niet meer dan de goothoogte hoofdgebouw stedelijk gebied.

3

De bouwhoogte van een hoofdgebouw bedraagt niet meer dan de bouwhoogte hoofdgebouwhoofdgebouwen stedelijk gebied.

4

De afstand tot zijdelingse perceelsgrenzenafstand tot zijdelingse perceelsgrens van een hoofdgebouw bedraagt ten minste: a. voor het bouwen van een hoofdgebouw met van het woningtype vrijstaand: 3 meter; b. voor het bouwen van een hoofdgebouw met van het woningtype twee-aaneengebouwd: 3 meter tot één van de zijdelingse perceelsgrenzen.

5

De bewoonbare vloeroppervlakte van het hoofdgebouw binnen het bouwvlak bedraagt maximaal 300 m². De bewoonbare vloeroppervlakte van het hoofdgebouw binnen Bebouwingsgebied hoofdgebouwen stedelijk gebied bedraagt maximaal 300 m².

Artikel 21.19 5.7 Vergunningvoorschriften

9

1

Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 21.175.5, eerste lid kunnen de voorschriften verbonden worden die nodig zijn met het oog op voorkomen van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en van het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken.

2

Onder voorschriften als bedoeld in het eerste lid worden in ieder geval verstaan voorschriften over de afmetingen en positie van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten aanzien van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. een goede milieusituatie; c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; d. de verkeersveiligheid; e. de sociale veiligheid.

3

Onder voorschriften als bedoeld in het eerste lid worden in ieder geval verstaan voorschriften over het realiseren en in stand houden van parkeervoorzieningen.

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

[Red: Subparagraaf 21.3.2.2 verplaatst van paragraaf 21.3.2 naar paragraaf 5.2.1. ]

§ 21.3.2.2 5.2.1.2 Bouwen aan- en uitbouw, bijgebouw en overkapping Artikel 21.21 5.8 Vergunningplicht 1

Onder het verbod als genoemd in artikel 22.26 wordt tevens verstaan het verbod om zonder omgevingsvergunning een aan- en uitbouw, bijgebouw en overkapping te bouwen ter plaatse van de bebouwingszone. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een aan- en uitbouw, bijgebouw en overkapping te bouwen ter plaatse van het Bebouwingsgebied bijgebouwen stedelijk gebied.

2

In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als voldaan wordt aan de beoordelingsregels als bedoeld in artikel 21.225.9.

3

In afwijking van het tweede lid, wordt een omgevingsvergunning ook verleend als sprake is van herbouw.

Artikel 21.22 5.9 Beoordelingsregels aan- en uitbouw, bijgebouw en overkapping 1

Een aan- en uitbouw, bijgebouw en overkapping wordt uitsluitend gebouwd binnen het bouwvlak enop het bouwperceel liggende bebouwingszoneBebouwingsgebied bijgebouwen stedelijk gebied.

2

De goothoogte van een aan- en uitbouw, bijgebouw en overkapping bedraagt niet meer dan de goothoogte bijgebouwen stedelijk gebied.

3

De bouwhoogte van een aan- en uitbouw en bijgebouw en overkapping bedraagt niet meer dan de bouwhoogte bijgebouwen stedelijk gebied

4

De gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen in bouwvlak en bebouwingszone bijgebouwen bedraagt niet meer dan: De gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen in Bebouwingsgebied bijgebouwen stedelijk gebied bedraagt niet meer dan: a. 40% tot ten hoogste 60 m² bij een perceel kleiner dan 1.000 m²; b. ten hoogste 90 m² bij een perceel groter of gelijk aan 1.000 m²; c. ten hoogste 120 m² bij een perceel groter of gelijk aan 2.500 m².

5

De afstand tot zijdelingse perceelsgrenzenafstand tot de zijdelingse perceelsgrens van een aanen uitbouw, bijgebouw en overkapping bedraagt ten minste: a. ter plaatse van de aanduiding woningtype vrijstaand: 3 meter; b. in alle andere gevallen: 1 meter.

[Red: Subparagraaf 21.3.2.3 verplaatst van paragraaf 21.3.2 naar paragraaf 5.2.1. ]

§ 21.3.2.3 5.2.1.3 Bouwen bouwwerk geen gebouw en geen overkapping zijnde Artikel 21.23 5.10 Vergunningplicht

10

1

Onder het verbod als genoemd in artikel 22.26 wordt tevens verstaan het verbod om zonder omgevingsvergunning een bouwwerk geen gebouw en geen overkapping zijnde te bouwen ter plaatse van de bebouwingszone. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een bouwwerk geen gebouw en geen overkapping zijnde te bouwen ter plaatse van het Bebouwingsgebied bouwwerken geen gebouwen en geen overkappingen zijnde.

2

In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als voldaan wordt aan de beoordelingsregels als bedoeld in artikel 21.245.11.

3

In afwijking van het tweede lid, wordt een omgevingsvergunning ook verleend als sprake is van herbouw.

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

Artikel 21.24 5.11 Beoordelingsregels bouwwerk geen gebouw en geen overkapping zijnde 1

Een bouwwerk geen gebouw en geen overkapping zijnde wordt uitsluitend gebouwd binnen het bouwvlak, bebouwingszone overige bouwwerken en bebouwingszone bijgebouwen. Een bouwwerk geen gebouw en geen overkapping zijnde wordt uitsluitend gebouwd binnen het op het bouwperceel liggende Bebouwingsgebied bouwwerken geen gebouwen en geen overkappingen zijnde.

2

De bouwhoogte van muren erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan de bouwhoogte erf- en terreinafscheidingen stedelijk gebied.

3

De bouwhoogte van een overig bouwwerk geen gebouw en geen overkapping zijnde bedraagt binnen het Voorerfgebied en Achtererfgebied niet meer dan de bouwhoogte overige bouwwerken geen gebouwen zijnde.

[Red: Subparagraaf 21.3.2.4 verplaatst van paragraaf 21.3.2 naar paragraaf 5.2.1. ]

§ 21.3.2.4 5.2.1.4 Bouwen ondergrondse bouwwerken Artikel 21.25 5.12 Vergunningplicht 1

Onder het verbod als genoemd in artikel 22.26 wordt tevens verstaan het verbod om zonder omgevingsvergunning ondergrondse bouwwerken te bouwen ter plaatse van de bebouwingszone. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning ondergrondse bouwwerken te bouwen ter plaatse van het Bebouwingsgebied bijgebouwen stedelijk gebied.

2

In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als voldaan wordt aan de beoordelingsregels als bedoeld in artikel 21.265.13.

3

In afwijking van het tweede lid, wordt een omgevingsvergunning ook verleend als sprake is van herbouw.

Artikel 21.26 5.13 Beoordelingsregels ondergrondse bouwwerken 1

Ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen de contouren van op het bouwperceel gelegen legaal opgerichte bovengrondse gebouwen, met dien verstande dat toegangen tot gebouwen, zoals laaddocks, hellingbanen en trappen, ook buiten deze contouren mogen worden gebouwd.

2

De gezamenlijke oppervlakte aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil vermeerderd met 15 m².

3

De bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan 4 meter onder peil.

§ 5.2.1.5 Specifieke beoordelingsregels bouwen [Red: Artikel 21.27 verplaatst van paragraaf 21.3.3 naar subparagraaf 5.2.1.5. ]

Artikel 21.27 5.14 Specifieke beoordelingsregels overschrijding maatvoering bijgebouwen en overkappingen In afwijking van artikel 21.215.8, tweede lid en artikel 21.225.9, vierde lid wordt een omgevingsvergunning ook verleend als er sprake is van een overschrijding van de maximaal toelaatbare oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen, mits voldaan wordt aan de volgende regels: a. bij een perceeloppervlakte van 3.000 m² tot 6.000 m², is maximaal 250 m² toegestaan aan bijgebouwen en overkappingen in het bouwvlak en bebouwingszoneBebouwingsgebied bijgebouwen stedelijk gebied; b. bij een perceeloppervlakte van 6.000 m² tot 1 hectare, is maximaal 325 m² toegestaan aan bijgebouwen en overkappingen in het bouwvlak en bebouwingszoneBebouwingsgebied bijgebouwen stedelijk gebied;

11

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

c.

d. e. f. g. h. i.

bij een minimale perceeloppervlakte van 1 hectare, is maximaal 400 m² toegestaan aan bijgebouwen en overkappingen in het bouwvlak en bebouwingszoneBebouwingsgebied bijgebouwen stedelijk gebied; het perceel is volledig in eigendom van de eigenaar van de woning; de oppervlakten, zoals gesteld onder a, b en c betreffen gecumuleerde oppervlakten van bijgebouwen, inclusief eventuele vergunningvrije bouwwerken; het aantal bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3; er sprake is van een concentratie van bebouwing op het perceel, waarin de verschijningsvorm van het bijgebouw ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; er moet sprake zijn van een goede landschappelijke inpassing, waarvoor een landschapsplan wordt gemaakt; de noodzakelijke verevening wordt door middel van een privaatrechtelijke overeenkomst gewaarborgd. De "Vereveningsbijdrage" is hierop van toepassing, wat inhoud dat een vereveningsbijdrage van € 20,- per m² wordt doorberekend voor het totaal te realiseren gebouw, minus de op grond van artikel 21.225.9, vierde lid toegestane 120 m² aan bijgebouwen.

[Red: Artikel 21.28 verplaatst van paragraaf 21.3.3 naar subparagraaf 5.2.1.5. ]

Artikel 21.28 5.15 Specifieke beoordelingsregels overschrijding maatvoering bouwwerken, geen gebouwen zijnde In afwijking van artikel 21.235.10, tweede lid en artikel 21.245.11, tweede lid wordt een omgevingsvergunning ook verleend als er sprake is van een overschrijding van de maximaal toelaatbare hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mits voldaan wordt aan de volgende regels: a. in het Bebouwingsgebied hoofdgebouwen stedelijk gebied bouwvlak is de hoogte maximaal gelijk aan de in het bouwvlak toelaatbare bouwhoogte; b. in bebouwingszone overige bouwwerken en bebouwingszone bijgebouwen is de hoogte maximaal 6 meter; in Voorerfgebied is de hoogte maximaal 6 meter; c. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. [Red: Artikel 21.30 verplaatst van paragraaf 21.3.3 naar subparagraaf 5.2.1.5. ]

Artikel 21.30 5.16 Specifieke beoordelingsregels overschrijding goot- en bouwhoogten aan- en uitbouwen In afwijking van artikel 21.19artikel 5.8, tweede lid, tweede lid, artikel 21.225.9, tweede lid en artikel 21.225.9, derde lid wordt een omgevingsvergunning ook verleend als er sprake is van een overschrijding van de maximaal toelaatbare goot- en bouwhoogte van aan- en uitbouwen, mits voldaan wordt aan de volgende regels: a. de aan- en uitbouw wordt gebouwd binnen het bouwvlakBebouwingsgebied hoofdgebouwen stedelijk gebied; b. de aan- en uitbouw vormt één geheel met het hoofdgebouw; c. de afwijking past binnen de ruimtelijke en stedenbouwkundige kwaliteiten van de omgeving; d. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. [Red: Artikel 21.31 verplaatst van paragraaf 21.3.3 naar subparagraaf 5.2.1.5. ]

Artikel 21.31 5.17 Specifieke beoordelingsregels aan- en uitbouwen en overkappingen In afwijking van artikel 21.19, tweede lidartikel 5.8, tweede lid en artikel 21.225.9 wordt een omgevingsvergunning ook verleend voor het bouwen van aan- en uitbouwen en overkappingen in bebouwingszone overige bouwwerkenVoorerfgebied, mits voldaan wordt aan de volgende regels: a. de aan- en uitbouw betreft een erker, serre, entreeportaal of trappenhuis; b. de overkapping betreft een veranda of afdak; c. de diepte van een entreeportaal, veranda of afdak, gemeten loodrecht op het hoofdgebouw, bedraagt maximaal 2,5 meter; d. de diepte van een erker of serre, gemeten loodrecht op het hoofdgebouw, bedraagt maximaal 2 meter; e. een serre en een veranda mag niet aan de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd; f. de aan- en uitbouw past binnen de ruimtelijke en stedenbouwkundige kwaliteiten van de omgeving;

12

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

g.

er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

[Red: Artikel 21.32 verplaatst van paragraaf 21.3.3 naar subparagraaf 5.2.1.5. ]

Artikel 21.32 5.18 Specifieke beoordelingsregels overschrijding maatvoering galerijen en balkons In afwijking van artikel 21.175.5, tweede lid en artikel 21.185.6, eerste lid wordt een omgevingsvergunning ook verleend voor het overschrijden van het bouwvlakBebouwingsgebied hoofdgebouwen stedelijk gebied voor galerijen en balkons, mits voldaan wordt aan de volgende regels: a. de diepte van een galerij en balkon, gemeten loodrecht op het hoofdgebouw, bedraagt maximaal 2,5 meter; b. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

§ 5.2.2 Ruimtelijke bouwactiviteiten buitengebied § 5.2.2.1 Bouwen hoofdgebouw Artikel 5.19 Vergunningplicht 1

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een hoofdgebouw te bouwen ter plaatse van het Bebouwingsgebied hoofdgebouwen buitengebied.

2

In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als: a. voldaan wordt aan de beoordelingsregels als bedoeld in artikel 5.20; b. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in artikel 4.10.

3

In afwijking van het tweede lid aanhef en onder a, wordt een omgevingsvergunning ook verleend als sprake is van herbouw.

Artikel 5.20 Beoordelingsregels hoofdgebouwen 1

Een hoofdgebouw wordt uitsluitend gebouwd binnen het op het bouwperceel liggende Bebouwingsgebied hoofdgebouwen buitengebied.

2

De goothoogte van een hoofdgebouw bedraagt niet meer dan de goothoogte hoofdgebouwen buitengebied.

3

De bouwhoogte van een hoofdgebouw bedraagt niet meer dan de bouwhoogte hoofdgebouwen buitengebied.

4

De bewoonbare vloeroppervlakte van het hoofdgebouw binnen het bouwvlak bedraagt maximaal 300 m².

Artikel 5.21 Vergunningvoorschriften

13

1

Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.19, eerste lid kunnen de voorschriften verbonden worden die nodig zijn met het oog op voorkomen van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en van het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken.

2

Onder voorschriften als bedoeld in het eerste lid worden in ieder geval verstaan voorschriften over de afmetingen en positie van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten aanzien van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. een goede milieusituatie; c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; d. de verkeersveiligheid; e. de sociale veiligheid.

3

Onder voorschriften als bedoeld in het eerste lid worden in ieder geval verstaan voorschriften over het realiseren en in stand houden van parkeervoorzieningen.

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

§ 5.2.2.2 Bouwen aan- en uitbouw, bijgebouw en overkapping Artikel 5.22 Vergunningplicht 1

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een aan- en uitbouw, bijgebouw en overkapping te bouwen ter plaatse van het Bebouwingsgebied hoofdgebouwen buitengebied.

2

In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als voldaan wordt aan de beoordelingsregels als bedoeld in artikel 5.23.

3

In afwijking van het tweede lid, wordt een omgevingsvergunning ook verleend als sprake is van herbouw.

Artikel 5.23 Beoordelingsregels aan- en uitbouw, bijgebouw en overkapping 1

Een aan- en uitbouw, bijgebouw en overkapping wordt uitsluitend gebouwd binnen het op het bouwperceel liggende Bebouwingsgebied hoofdgebouwen buitengebied.

2

De goothoogte van een aan- en uitbouw, bijgebouw en overkapping bedraagt niet meer dan de goothoogte bijgebouwen buitengebied.

3

De bouwhoogte van een aan- en uitbouw en bijgebouw en overkapping bedraagt niet meer dan de bouwhoogte bijgebouwen buitengebied.

4

De gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen in Bebouwingsgebied hoofdgebouwen buitengebied bedraagt per woning niet meer dan: a. 40% tot ten hoogste 60 m² bij een perceel kleiner dan 1.000 m²; b. ten hoogste 90 m² bij een perceel groter of gelijk aan 1.000 m² en kleiner dan 2.500 m²; c. ten hoogste 120 m² bij een perceel groter of gelijk aan 2.500 m².

5

De afstand tot de zijdelingse perceelsgrens van een aan- en uitbouw, bijgebouw en overkapping bedraagt ten minste: a. ter plaatse van de aanduiding woningtype vrijstaand: 3 meter; b. in alle andere gevallen: 1 meter.

6

De afstand tussen een vrijstaand bijgebouw en een hoofdgebouw bedraagt ten minste 1 meter.

7

Een aan- en uitbouw, bijgebouw en overkapping wordt uitsluitend achter de voorgevellijn gebouwd.

§ 5.2.2.3 Bouwen bouwwerk geen gebouw en geen overkapping zijnde Artikel 5.24 Vergunningplicht 1

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een bouwwerk geen gebouw en geen overkapping zijnde te bouwen ter plaatse van het Bebouwingsgebied hoofdgebouwen buitengebied.

2

In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als voldaan wordt aan de beoordelingsregels als bedoeld in artikel 5.25.

3

In afwijking van het tweede lid, wordt een omgevingsvergunning ook verleend als sprake is van herbouw.

Artikel 5.25 Beoordelingsregels bouwwerk geen gebouw en geen overkapping zijnde

14

1

Een bouwwerk geen gebouw en geen overkapping zijnde wordt uitsluitend gebouwd binnen het op het bouwperceel liggende Bebouwingsgebied hoofdgebouwen buitengebied.

2

De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde bedraagt niet meer dan: a. 1 meter, voor erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevellijn; b. 2 meter, voor erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevellijn; c. 3 meter, voor overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde.

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

§ 5.2.2.4 Bouwen ondergrondse bouwwerken Artikel 5.26 Vergunningplicht 1

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning ondergrondse bouwwerken te bouwen ter plaatse van het Bebouwingsgebied hoofdgebouwen buitengebied.

2

In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als voldaan wordt aan de beoordelingsregels als bedoeld in artikel 5.27.

3

In afwijking van het tweede lid, wordt een omgevingsvergunning ook verleend als sprake is van herbouw.

Artikel 5.27 Beoordelingsregels ondergrondse bouwwerken 1

Ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen de contouren van op het bouwperceel gelegen legaal opgerichte bovengrondse gebouwen, met dien verstande dat toegangen tot gebouwen, zoals laaddocks, hellingbanen en trappen, ook buiten deze contouren mogen worden gebouwd.

2

De gezamenlijke oppervlakte aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil vermeerderd met 15 m².

3

De bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan 4 meter onder peil.

§ 5.2.2.5 Bouwen agrarische bouwwerken buiten het bouwvlak Artikel 5.28 Vergunningplicht 1

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning agrarische bouwwerken te bouwen ter plaatse van Agrarisch.

2

In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als voldaan wordt aan de beoordelingsregels als bedoeld in artikel 5.29.

3

In afwijking van het tweede lid, wordt een omgevingsvergunning ook verleend als sprake is van herbouw.

Artikel 5.29 Beoordelingsregels agrarische bouwwerken

15

1

Ter plaatse van Agrarisch mogen schuilgelegenheden voor vee worden gebouwd ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering, waarbij de volgende regels gelden: a. de maximale goothoogte bedraagt 3 meter; b. de gezamenlijke oppervlakte bedraagt niet meer dan 50 m².

2

Ter plaatse van Agrarisch mogen schuilgelegenheden voor hobbymatig vee worden gebouwd, waarbij de volgende regels gelden: a. een schuilgelegenheid is uitsluitend aansluitend aan het woonperceel toegestaan; b. per aansluitend woonperceel is maximaal 1 schuilgelegenheid toegestaan; c. de oppervlakte bedraagt niet meer dan 50 m²; d. de maximale goothoogte bedraagt 3 meter; e. de schuilgelegenheid wordt landschappelijk ingepast.

3

Ter plaatse van Agrarisch mogen tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen worden gebouwd, waarbij de volgende regels gelden: a. de maximale bouwhoogte bedraagt 1 meter.

4

Ter plaatse van Agrarisch mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, waarbij de volgende regels gelden: a. de maximale hoogte bedraagt 2 meter; b. de bouwwerken geen gebouwen zijnde betreffen geen: 1. erf- en terreinafscheidingen, 2. overkappingen.

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

5

Ter plaatse van Agrarisch mogen zonnevelden groter dan 200 m² worden gebouwd, waarbij de volgende regels gelden: a. zonnevelden moeten voldoen aan de voorwaarden zoals die zijn neergelegd in de door het bevoegd gezag vastgestelde beleidsregels voor zon- en windenergie zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om omgevingsvergunning; b. het bevoegd gezag wint omtrent de aanvraag advies in bij de netbeheerder.

6

Ter plaatse van Agrarisch mogen kleinschalige windturbines worden gebouwd, waarbij de volgende regels gelden: a. de tiphoogte van een windturbine bedraagt niet meer dan 21 meter; b. de windturbine moet voldoen aan de voorwaarden zoals die zijn neergelegd in de door het bevoegd gezag vastgestelde beleidsregels voor zon- en windenergie zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om omgevingsvergunning; c. het bevoegd gezag wint omtrent de aanvraag advies in bij de netbeheerder.

Artikel 5.30 Vergunningvoorschriften 1

Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.28, eerste lid kunnen de voorschriften verbonden worden die nodig zijn met het oog op voorkomen van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en van het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken.

2

Onder voorschriften als bedoeld in het eerste lid worden in ieder geval verstaan voorschriften over het realiseren en in stand houden van een goede landschappelijke inpassing.

Artikel 5.31 Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een schuilgelegenheid voor hobbymatig vee wordt, in aanvulling op het gestelde in artikel 22.35, een landschapsplan verstrekt waarin een goede landschappelijke inpassing is vastgelegd.

§ 5.2.2.6 Specifieke beoordelingsregels bouwen Artikel 5.32 Specifieke beoordelingsregels overschrijding maatvoering bijgebouwen en overkappingen In afwijking van artikel 5.22, tweede lid en artikel 5.23, vierde lid wordt een omgevingsvergunning ook verleend als er sprake is van een overschrijding van de maximaal toelaatbare oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen, mits voldaan wordt aan de volgende regels: a. bij een perceeloppervlakte van 3.000 m² tot 6.000 m², is maximaal 250 m² per woning toegestaan aan bijgebouwen en overkappingen in het Bebouwingsgebied hoofdgebouwen buitengebied; b. bij een perceeloppervlakte van 6.000 m² tot 1 hectare, is maximaal 325 m² per woning toegestaan aan bijgebouwen en overkappingen in het Bebouwingsgebied hoofdgebouwen buitengebied; c. bij een minimale perceeloppervlakte van 1 hectare, is maximaal 400 m² per woning toegestaan aan bijgebouwen en overkappingen in het Bebouwingsgebied hoofdgebouwen buitengebied; d. het perceel is volledig in eigendom van de eigenaar van de woning; e. de oppervlakten, zoals gesteld onder a, b en c betreffen gecumuleerde oppervlakten van bijgebouwen, inclusief eventuele vergunningvrije bouwwerken; f. het aantal bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 per woning; g.

er sprake is van een concentratie van bebouwing op het perceel, waarin de verschijningsvorm van het bijgebouw ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; h. er moet sprake zijn van een goede landschappelijke inpassing, waarvoor een landschapsplan wordt gemaakt; i. de noodzakelijke verevening wordt door middel van een privaatrechtelijke overeenkomst gewaarborgd. De "Vereveningsbijdrage" is hierop van toepassing, wat inhoud dat een vereveningsbijdrage van € 20,- per m² wordt doorberekend voor het totaal te realiseren gebouw, minus de op grond van artikel 5.23, vierde lid toegestane 120 m² aan bijgebouwen.

Artikel 5.33 Specifieke beoordelingsregels overschrijden voorgevellijn In afwijking van artikel 5.22, tweede lid en artikel 5.23 wordt een omgevingsvergunning ook verleend voor het bouwen van aan- en uitbouwen voor de voorgevellijn van het hoofdgebouw, mits voldaan wordt aan de volgende regels: a. de aan- en uitbouw betreft een erker of entreeportaal;

16

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

b. c. d. e.

de diepte van een entreeportaal, gemeten loodrecht op het hoofdgebouw, bedraagt maximaal 2,5 meter; de diepte van een erker, gemeten loodrecht op het hoofdgebouw, bedraagt maximaal 2 meter; de aan- en uitbouw past binnen de ruimtelijke en stedenbouwkundige kwaliteiten van de omgeving; er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

§ 5.2.3 Ruimtelijke bouwactiviteiten transformatiegebied [Gereserveerd]

AFDELING 5.3 Overgangsrecht bouwactiviteiten Artikel 5.34 Overgangsrecht bouwactiviteiten 1

Een bouwwerk dat dat aanwezig of in uitvoering is, of gebouwd kan worden op grond van een omgevingsvergunning, en als gevolg van een wijziging van dit omgevingsplan in strijd is gekomen met de regels in AFDELING 5.2, mag, mits deze strijdigheid naar aard en omvang niet wordt vergroot, in stand worden gehouden.

2

Het eerste lid geldt niet voor een bouwwerk dat zonder omgevingsvergunning aanwezig of in uitvoering is en in strijd is met de regels over bouwwerken in dit omgevingsplan zoals die van kracht waren voor een wijziging van dit omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen daarvan.

J Hoofdstuk 6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

HOOFDSTUK 6 Gebruiksactiviteiten [Gereserveerd]

AFDELING 6.1 Algemene bepalingen [Red: Artikel 21.33 verplaatst van paragraaf 21.4.1 naar afdeling 6.1. ]

Artikel 21.33 6.1 Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning 1

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een gebruiksactiviteit worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de beoogde en de huidige gebruiksactiviteiten van het bouwwerk en de bijbehorende gronden locatie(s) en bouwwerken waarop de aanvraag betrekking heeft; b. een opgave van de bruto inhoud in m³ en de bruto vloeroppervlakte in m² van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; c. de goothoogte en hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen; c d. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop: 1. de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak; 2. de situering van het bouwwerkbouwwerken ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; 3. de wijze waarop de locatie wordt ontsloten; 4. de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en 5. het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk; de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein. d. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen; e. de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein; f e.

2

17

overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.

Tekeningen als bedoeld in het eerste lid voldoen aan de volgende eisen:

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

a. b.

c. d.

tekeningen hebben een duidelijke maatvoering en schaalaanduiding; tekeningen hebben een schaal die niet kleiner is dan: 1. 1:1.000, als het gaat om een situatietekening; 2. 1:100, als het gaat om een geveltekening, plattegrond of doorsnede van een bouwwerk met een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 10.000 m2; en 3. 1:200, als het gaat om een geveltekening, plattegrond of doorsnede van een bouwwerk met een bruto-vloeroppervlakte van 10.000 m2 of groter; detailtekeningen hebben een schaal van 1:5, 1:10 of 1:20; de situatietekening heeft een noordpijl waaruit de oriëntatie van het bouwwerk blijkt op het perceel en ten opzichte van de omgeving.

[Red: Artikel 21.34 verplaatst van paragraaf 21.4.1 naar afdeling 6.1. ]

Artikel 21.34 6.2 Algemene aanvraagvereisten melding 1

Een melding voor een gebruiksactiviteit bevat: a. informatie over de aard en omvang van de activiteit; en b. gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven: 1. de grenzen van het terrein; 2. de ligging en de indeling van de gebouwen; 3. het gebruik van de te onderscheiden ruimten; c. de verwachte datum van het begin van de activiteit. Bij een melding voor een gebruiksactiviteit worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de beoogde en de huidige gebruiksactiviteiten van de locatie(s) en bouwwerken waarop de aanvraag betrekking heeft; b. een opgave van de bruto inhoud in m³ en de bruto vloeroppervlakte in m² van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; c. de goothoogte en hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen; d. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop: 1. de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak; 2. de situering van bouwwerken ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; 3. de wijze waarop de locatie wordt ontsloten; 4. de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en 5. de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein; e.

overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit omgevingsplan; f. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

2

Tekeningen als bedoeld in het eerste lid voldoen aan de volgende eisen: a. tekeningen hebben een duidelijke maatvoering en schaalaanduiding; b. tekeningen hebben een schaal die niet kleiner is dan: 1. 1:1.000, als het gaat om een situatietekening; 2. 1:100, als het gaat om een geveltekening, plattegrond of doorsnede van een bouwwerk met een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 10.000 m2; en 3. 1:200, als het gaat om een geveltekening, plattegrond of doorsnede van een bouwwerk met een bruto-vloeroppervlakte van 10.000 m2 of groter; c. detailtekeningen hebben een schaal van 1:5, 1:10 of 1:20; d. de situatietekening heeft een noordpijl waaruit de oriëntatie van het bouwwerk blijkt op het perceel en ten opzichte van de omgeving.

AFDELING 6.2 Gebruiksactiviteiten § 6.2.1 Agrarisch Artikel 6.3 Algemene regels Agrarisch De gronden en bouwwerken ter plaatse van Agrarisch mogen worden gebruikt ten behoeve van: a. een duurzame agrarische bedrijfsuitoefening; b. agrarisch grondgebruik; c. de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf;

18

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

d.

ondergeschikte functies, zoals parkeervoorzieningen, wegen, tuinen erven en verhardingen, groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, opslag van goederen en materialen en laad- en losvoorzieningen.

§ 6.2.2 Bedrijven [Gereserveerd]

§ 6.2.3 Dagrecreatie [Gereserveerd]

§ 6.2.4 Detailhandel [Gereserveerd]

§ 6.2.5 Dienstverlening [Gereserveerd]

§ 6.2.6 Kantoren [Gereserveerd]

§ 6.2.7 Maatschappelijk [Gereserveerd]

§ 6.2.8 Ondergeschikte detailhandel [Gereserveerd]

§ 6.2.9 Ondergeschikte horeca [Gereserveerd]

§ 6.2.10 Wonen [Red: Subparagraaf 21.4.2.1 verplaatst van paragraaf 21.4.2 naar paragraaf 6.2.10. ]

§ 21.4.2.1 6.2.10.1 Wonen Artikel 21.35 6.4 Algemene regels Wonen Het is ter plaatse van wonen toegestaan gronden en bouwwerken te gebruiken voor wonen als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: De gronden en bouwwerken ter plaatse van Wonen mogen worden gebruikt ten behoeve van wonen, waarbij voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. een woning wordt bewoond door één afzonderlijk huishouden; b. overige bouwwerken en de bijbehorende gronden worden ondergeschikt en gerelateerd aan het wonen gebruikt; c. zelfstandige bewoning van een bijgebouw is niet toegestaan; d. woningen moeten voldoen aan het toegelatenToegelaten woningtype stedelijk gebied; 1. woningtype aaneengebouwd; 2. woningtype geschakeld; 3. woningtype vrijstaand; e. woningen moeten voldoen aan het Toegelaten woningtype buitengebied: 1. woningtype vrijstaand; e f. het aantal woningen bedraagt niet meer dan: 1. het maximum aantal woningen; 2. 1 per bouwperceel, wanneer geen maximum aantal woningen is bepaald; f. wanneer er sprake is van 1 woning per bouwperceel, als bedoeld onder e, wordt van de begrenzing van het bouwperceel uitgegaan van de situatie op peildatum 01-01-2024; g. splitsing van een bouwperceel ten behoeve van een extra woning is niet toegestaan.

19

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

[Red: Subparagraaf 21.4.2.2 verplaatst van paragraaf 21.4.2 naar paragraaf 6.2.10. ]

§ 21.4.2.2 6.2.10.2 Uitoefenen beroep of bedrijf aan huis Artikel 21.36 6.5 Algemene regels uitoefenen beroep of bedrijf aan huis Het is ter plaatse van wonenWonen toegestaan bouwwerken te gebruiken voor beroep of bedrijf aan huis als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. een beroep of bedrijf aan huis ter plaatse van wonenWonen wordt door de bewoner zelf uitgeoefend; b. het beroep of bedrijf aan huis mag in het hoofdgebouw en aan- en uitbouwen en bijgebouwen worden uitgeoefend; c. de maximum vloeroppervlakte beroep of bedrijf aan huis die wordt gebruikt voor een beroep of bedrijf aan huis bedraagt maximaal 25 m2; d. het beroep of bedrijf aan huis heeft geen zodanige verkeersaantrekkende werking dat deze kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; e. Een een bedrijf aan huis betreft uitsluitend een bedrijfsmatige activiteit zoals opgenomen in bijlage III, of is naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen.; f. Er er vindt geen detailhandel plaats, met uitzondering van een beperkte verkoop die verband houdt met het beroep of bedrijf aan huis, tenzij dit in bijlage III expliciet is uitgesloten. [Red: Subparagraaf 21.4.2.3 verplaatst van paragraaf 21.4.2 naar paragraaf 6.2.10. ]

§ 21.4.2.3 6.2.10.3 Bed and breakfast Artikel 21.37 6.6 Meldingplicht 1

Het is ter plaatse van Wonen verboden een de exploitatie van bed and breakfast als bedoeld in artikel 21.386.7 uit te oefenen zonder dit tenminste 4 weken voor het begin daarvan te melden.

2

Aan de melding kunnen voorschriften worden verbonden over: a. parkeervoorzieningen; b. brandveiligheid, c. landschappelijke inpassing, d. het toegestane aantal personen.

3

In aanvulling op artikel 21.346.2 wordt in de melding aangegeven of en op welke manier de omgeving is ingelicht over het initiatief.

Artikel 6.7 Algemene regels bed and breakfast De exploitatie van bed and breakfast moet voldoen aan de volgende beoordelingsregels: a. de exploitatie wordt door de bewoner zelf uitgeoefend; b. de landschappelijke, cultuurhistorische en/of architectonische waarden van het perceel, het pand of complex blijven behouden; c. de ruimte waarin de bed and breakfast wordt uitgeoefend mag door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering niet functioneren als een zelfstandige woning; d. de bed and breakfast mag gelijktijdig aan maximaal 6 personen worden aangeboden; e. parkeren vindt plaats op eigen terrein, tenzij voldoende parkeergelegenheid binnen acceptabele loopafstand aanwezig is; f. de uitoefening van bed and breakfast leidt niet tot onevenredige afbreuk van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; g. de uitoefening van bed and breakfast leidt niet tot onevenredige nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken.

20

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

[Red: Subparagraaf 21.4.2.4 verplaatst van paragraaf 21.4.2 naar paragraaf 6.2.10. ]

§ 21.4.2.4 6.2.10.4 Huisvesting van arbeidsmigranten Artikel 21.39 6.8 Vergunningplicht 1

Het is ter plaatse van wonenWonen verboden zonder omgevingsvergunning het perceel en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken voor het huisvesten van arbeidsmigranten.

2

De omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend: a. als voldaan wordt aan de beoordelingsregels als bedoeld in artikel 21.406.9 en artikel 21.41; b. als voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in artikel 21.114.10.

3

Het eerste lid is niet van toepassing ter plaatse van de aanduiding 'huisvesting arbeidsmigranten'. De beoordelingsregels als bedoeld in artikel 21.406.9 zijn hierop onverminderd van toepassing.

Artikel 6.9 Beoordelingsregels huisvesting arbeidsmigranten Huisvesting van arbeidsmigranten moet voldoen aan de volgende beoordelingsregels: a. huisvesting vindt plaats in een bestaande woning; b. in een bedrijfswoning is huisvesting van arbeidsmigranten alleen toegestaan in combinatie met de functie van bedrijfswoning; c. huisvesting van arbeidsmigranten mag geen nadelige effecten hebben voor bedrijven in de omgeving; d. per persoon dient in het betreffende pand minimaal 12 m² gebruiksoppervlakte, als bedoeld in NEN 2580, beschikbaar te zijn; e. het aantal woningen neemt niet toe; f. in een woning mogen maximaal 4 arbeidsmigranten worden gehuisvest; g. de huisvesting dient te voldoen aan de SNF-norm; h. er mag geen zodanig verkeersaantrekkende werking optreden dat deze leidt, dan wel kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; i. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken en het woon- en leefklimaat van omliggende percelen; j. binnen een straal van 150 meter, hemelsbreed gemeten vanaf en tot het Bebouwingsgebied hoofdgebouwen buitengebied, wordt voor niet meer dan 1 perceel/pand afwijking verleend voor de huisvesting van arbeidsmigranten.

In het geval van huisvesting van arbeidsmigranten die daadwerkelijk aanwezig was voor 11 juni 2015 en dit met documenten of andere bewijsstukken kan worden aangetoond, is voor die situatie de afstandsmaat niet van toepassing; k. met de initiatiefnemer wordt een planschadeovereenkomst afgesloten waarbij afspraken worden gemaakt over eventuele planschade.

Artikel 21.41 6.10 Vergunningvoorschriften Het bevoegd gezag kan met het oog op brandveiligheid en hygiëne, bij vergunningvoorschrift, de onderstaande verplichtingen stellen aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 21.396.8, eerste lid: a. het inspectierapport (conform wettelijke eisen) van de brandweer is aanwezig (waar vereist); b. het inspectierapport van de brandweer conform vergunning is aanwezig; c. het huisvuil dient op de reguliere wijze te worden aangeboden en/of afgevoerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16252230/2