CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3: Publicatie gemeenteblad

Gemeenteraad 18 december 2025, gemeente HulstBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststellen wijziging omgevingsplan Waterstraat Walsoorden56.225 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 7

§ 6.2.10.5 Camperplaatsen Artikel 6.11 Algemene regels camperplaatsen Het is ter plaatse van Wonen toegestaan de gronden te gebruiken voor camperplaatsen, en aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bijgebouwte gebruiken ten behoeve van de camperplaatsen, als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. een camperplaats wordt uitsluitend ingenomen door een camper, niet door andere kampeermiddelen; b. per perceel mogen maximaal 5 standplaatsen voor campers worden gerealiseerd; c. de oppervlakte van het perceel binnen Wonen bedraagt minimaal 1500 m²;

21

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

d. e. f. g.

de camperplaatsen worden landschappelijk ingepast; de camperplaatsen liggen minimaal 50 meter van een op een ander perceel gelegen bouwvlak; eventuele bijbehorende functies moeten binnen de maximale toegestane oppervlakte aan bebouwing worden gerealiseerd; een camper mag maximaal 72 uur aaneengesloten gebruik maken van de camperplaats.

AFDELING 6.3 Overgangsrecht gebruiksactiviteiten Artikel 6.12 Overgangsrecht gebruiksactiviteiten 1

Een gebruiksactiviteit die als gevolg van een wijziging van dit omgevingsplan in strijd is gekomen met de regels in AFDELING 6.2, mag worden voortgezet.

2

Het eerste lid is niet van toepassing op een gebruiksactiviteit die reeds in strijd was met de regels over gebruiksactiviteiten in dit omgevingsplan zoals die van kracht waren voor een wijziging van dit omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen daarvan.

3

Het is verboden een met het omgevingsplan strijdige activiteit te veranderen, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

4

Als de gebruiksactiviteit bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging van het omgevingsplan, voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden de gebruiksactiviteit daarna te hervatten of te laten hervatten.

5

Onder gebruiksactiviteiten als bedoeld in dit artikel wordt ook bedoeld het gebruik van gronden en bouwwerken, zoals dat was opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a van de Omgevingswet.

6

Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op regels over gebruiksactiviteiten danwel regels over het gebruik van gronden en bouwwerken, opgenomen in een TAM-omgevingsplan.

K Het opschrift van hoofdstuk 7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

HOOFDSTUK 7 Milieubelastende activiteiten L Hoofdstuk 8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

HOOFDSTUK 8 Werken en werkzaamheden [Gereserveerd]

AFDELING 8.1 Werken en werkzaamheden § 8.1.1 Algemene bepalingen Artikel 8.1 Algemene aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de te gebruiken materialen; b. de mate waarin sprake is van afvoer van grond naar een andere locatie; c. de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan aan het verrichten van de activiteit; d. een situatietekening van de bestaande en nieuwe toestand met daarop het perceel en de begrenzing van de locatie waarop de werken en werkzaamheden plaatsvinden.

§ 8.1.2 Werken en werkzaamheden

22

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

Artikel 8.2 Algemene regels werken en werkzaamheden Tenzij in dit omgevingsplan anders is bepaald, mogen gronden worden ingericht met verhardingen, wegen, parkeervoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de op deze gronden geldende gebruiksactiviteiten.

§ 8.1.3 Werken en werkzaamheden op Agrarisch Artikel 8.3 Algemene regels werken en werkzaamheden Het is toegestaan zonder omgevingsvergunning binnen Agrarisch werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. die worden verricht in het kader van normaal onderhoud en beheer van de gronden; b. die worden verricht in het kader van archeologisch onderzoek.

Artikel 8.4 Vergunningplicht 1

Het is verboden zonder omgevingsvergunning ter plaatse van Agrarisch de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen;

2

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als voldaan wordt aan de beoordelingsregels als bedoeld in artikel 8.5.

Artikel 8.5 Beoordelingsregels Ter plaatse van Agrarisch mogen wegen, paden of parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen worden aangelegd als deze aantoonbaar noodzakelijk zijn voor de agrarische bedrijfsvoering.

Artikel 8.6 Vergunningvoorschriften 1

Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid kunnen de voorschriften verbonden worden die nodig zijn met het oog op voorkomen van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en van het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken.

2

Onder voorschriften als bedoeld in het eerste lid worden in ieder geval verstaan voorschriften over het realiseren en duurzaam in stand houden van een goede landschappelijke inpassing.

M Het opschrift van hoofdstuk 9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

HOOFDSTUK 9 Financiële bepalingen N Het opschrift van hoofdstuk 10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

HOOFDSTUK 10 Overgangsrecht O Hoofdstuk 21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

HOOFDSTUK 21 Transformatiegebied Jacobus de Waalstraat [Gereserveerd]

23

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

AFDELING 21.1 Algemene bepalingen Artikel 21.2 Begripsbepalingen 1

Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van overeenkomstige toepassing op dit omgevingsplan, tenzij in bijlage I daarvan is afgeweken.

2

Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat aanvullende begripsbepalingen voor de toepassing van dit hoofdstuk.

AFDELING 21.2 Thema's § 21.2.1 Archeologie [Vervallen]

§ 21.2.2 Parkeren [Vervallen]

§ 21.2.3 Radarverstoringsgebied Artikel 21.12 Verboden activiteiten Het is verboden binnen het radarverstoringsgebied windturbines te bouwen met een tiphoogte hoger dan 95 meter.

§ 21.2.4 Beperkingengebieden § 21.2.4.1 Beperkingengebied regionale waterkering [Vervallen]

AFDELING 21.3 Bouwactiviteiten § 21.3.1 Algemene bepalingen [Vervallen]

§ 21.3.2 Ruimtelijke bouwactiviteiten [Vervallen]

§ 21.3.3 Specifieke beoordelingsregels bouwen Artikel 21.29 Specifieke beoordelingsregels overschrijding bouwvlak In afwijking van artikel 21.17, tweede lid, artikel 21.21, tweede lid en artikel 21.23, tweede lid wordt een omgevingsvergunning ook verleend als er sprake is van een overschrijding van het bouwvlak mits voldaan wordt aan de volgende regels: a. de overschrijding is van belang voor een technisch betere realisering van bouwwerken; b. de overschrijding is van belang voor ruimtelijke en stedenbouwkundige kwaliteiten; c. de overschrijding is noodzakelijk in verband met de werkelijke toestand van het terrein; d. de overschrijding bedraagt niet meer dan 3 meter; e. het bouwvlak mag per bouwperceel met maximaal 10% worden vergroot; f. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

AFDELING 21.4 Gebruiksactiviteiten § 21.4.1 Algemene bepalingen [Vervallen]

24

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

§ 21.4.2 Gebruiksactiviteiten [Vervallen] P Artikel 21.20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 21.20 Vergunningvoorschrift waterberging Het bevoegd gezag kan met het oog op het voorkomen van wateroverlast, bij vergunningvoorschrift, de onderstaande verplichtingen stellen aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 21.17, eerste lid: a. het realiseren van een waterberging met een inhoud die voldoet aan de formule (oppervlakte totale verharding * 0,075), waarbij als oppervlakte geldt de extra te verharden of bebouwen oppervlakte: 1. oppervlakte extra te verharden of te bebouwen oppervlakte * 0,075 m in het geval de waterberging wordt aangelegd in het bestaande watersysteem; óf 2. oppervlakte extra te verharden of te bebouwen oppervlakte * 0,147 m in het geval de waterberging wordt aangelegd in een gesloten watersysteem; b. het duurzaam in stand houden van de waterberging. [Vervallen] Q Artikel 21.38 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 21.38 Algemene regels bed and breakfast 1

De exploitatie van de bed and breakfast ter plaatse van wonen wordt door de bewoner zelf uitgeoefend.

2

De landschappelijke, cultuurhistorische en/of architectonische waarden van het perceel, het pand of complex blijven behouden.

3

De ruimte waarin de bed and breakfast wordt uitgeoefend mag door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering niet functioneren als een zelfstandige woning.

4

De bed and breakfast mag gelijktijdig aan maximaal 6 personen worden aangeboden.

5

Parkeren vindt plaats op eigen terrein, tenzij voldoende parkeergelegenheid binnen acceptabele loopafstand aanwezig is.

6

De uitoefening van bed and breakfast leidt niet tot onevenredige afbreuk van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

7

De uitoefening van bed and breakfast leidt niet tot onevenredige nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken. [Vervallen] R Artikel 21.40 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 21.40 Beoordelingsregels huisvesting arbeidsmigranten 1

25

Huisvesting vindt plaats in een bestaande woning.

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

2

In een bedrijfswoning is huisvesting van arbeidsmigranten alleen toegestaan in combinatie met de functie van bedrijfswoning.

3

Huisvesting van arbeidsmigranten mag geen nadelige effecten hebben voor bedrijven in de omgeving.

4

Per persoon dient in het betreffende pand minimaal 12 m² gebruiksoppervlakte, als bedoeld in NEN2580, beschikbaar te zijn.

5

Het aantal woningen neemt niet toe.

6

In een woning mogen maximaal 4 arbeidsmigranten worden gehuisvest.

7

De huisvesting dient te voldoen aan de SNF-norm.

8

Er mag geen zodanig verkeersaantrekkende werking optreden dat deze leidt dan wel kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte voor de huisvesting van arbeidsmigranten.

9

Er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken en het woon- en leefklimaat van omliggende percelen.

10 Binnen een straal van 150 meter, hemelsbreed gemeten vanaf en tot de bouwvlakgrens die bestemmingsplanmatig een woning toestaat, wordt voor niet meer dan 1 perceel/pand afwijking verleend voor de huisvesting van arbeidsmigranten. In het geval van huisvesting van arbeidsmigranten die daadwerkelijk aanwezig was voor 11 juni 2015 en dit met documenten of andere bewijsstukken kan worden aangetoond, is voor die situatie de afstandsmaat niet van toepassing. 11 Afwijking is niet toegestaan ter plaatse van een bedrijventerrein en een recreatiegebied. Hieronder worden verstaan de gebieden waar de gronden overwegend zijn bestemd voor bedrijf, als bedrijventerrein of voor bedrijven uit categorie 3.1 of hoger uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten, respectievelijk recreatie en/of verblijfsrecreatie. Afwijking is evenmin toegestaan ter plaatse van het plangebied van het bestemmingsplan Perkpolder. 12 Met de initiatiefnemer wordt een planschadeovereenkomst afgesloten waarbij afspraken worden gemaakt over eventuele planschade. [Vervallen]

26

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

S Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage I BIJ ARTIKEL 1.1, TWEEDE LID, VAN DIT OMGEVINGSPLAN, BEGRIPSBEPALINGEN Voor de toepassing van hoofdstuk 22 wordt verstaan onder:

27

aan- en uitbouw

een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw.

aansluitafstand:

afstand tussen een leiding van het distributienet en het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij die leiding bevindt, gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt;

Activiteitenbesluit-bedrijventerrein:

cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in het omgevingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein of een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;

agrarisch bedrijf

een bedrijf gericht op het voortbrengen van agrarische producten door middel van het telen of veredelen van gewassen en/of het houden of fokken van vee, pluimvee of pelsdieren, nader te onderscheiden in: a. grondgebonden bedrijf: een bedrijf dat geheel of nagenoeg afhankelijk is van de agrarische grond als productiemiddel en waar geheel of nagenoeg gebruik wordt gemaakt van open grond of plat glas dan wel een ander lichtdoorlatend materiaal met een hoogte van maximaal 1 meter, te onderscheiden in: 1. akker- en vollegrondstuinbouw:de teelt van gewassen op open grond, daaronder niet begrepen bosbouw, sier- en fruitteelt; 2. fruitteelt: de teelt van fruit op open grond; 3. sierteelt: de teelt van siergewassen al dan niet met behulp van kassen en al dan niet gecombineerd met de handel in boomkwekerijgewassen en vaste planten; 4. bollenteelt: de teelt van bloembollen in samenhang met de teelt bolbloemen; 5. bosbouw: de teelt van bomen voor de houtproductie; 6. boomkwekerij: een bedrijf gericht op het telen van bomen al dan niet gecombineerd met de verhandeling daarvan; 7. veeteelt: het houden van melkvee en/of ander vee, niet zijnde een intensieve veehouderij; b. glastuinbouw: een bedrijf gericht op de teelt of veredeling van gewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen; c.

aquacultuur: de kweek van schaal- en schelpdieren, vis, zouttolerante gewassen andere aquatische producten en aquatische orgamismen; d. niet grond-gebonden bedrijf: een bedrijf dat (nagenoeg) niet afhankelijk is van agrarische grond als productiemiddel en waar (nagenoeg) geen gebruik wordt gemaakt van daglicht, waaronder begrepen: 1. intensieve veehouderij: een niet aan de grond gebonden agrarisch bedrijf of bedrijfsonderdeel dat zich toelegt op het houden of mesten van melkvee en/of slacht-, fok-, leg- of pelsdieren,

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

e.

28

waarbij de teelt plaatsvindt zonder of nagenoeg zonder weidegang. Voorbeelden zijn: kalvermesterij, kippenfarm, varkensfokkerij en varkensmesterij; 2. intensieve tuinbouw in gebouwen: een niet aan de grond gebonden agrarisch bedrijf als hiervoor bedoeld, gericht op de teelt of veredeling van gewassen (nagenoeg) geheel met behulp van gebouwen; 3. intensieve kwekerij: de teelt van gewassen of dieren, anders dan bij wijze van intensieve veehouderij, in met name gebouwen (nagenoeg) zonder gebruik te maken van daglicht. paardenfokkerij: het fokken van paarden, de verkoop van gefokte paarden en het houden van paarden voor de fokkerij.

antenne-installatie

installatie bestaande uit een (vrijstaande) antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbijbehorende bevestigingsconstructie.

arbeidsmigrant

economisch actieve migrant wiens doel het is arbeid en inkomen te verwerven, met een hoofdverblijf elders, en op eigen initiatief en op vrijwillige basis.

archeologisch deskundige

de beleidsmedewerker archeologie van de gemeente, de gemeentelijk adviseur archeologie of een door het bevoegd gezag aangewezen deskundige op het gebied van archeologie.

archeologisch onderzoek

onderzoek verricht door of namens de gemeente, door een dienst, bedrijf of instelling erkend door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en werkend volgens de kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA)

archeologisch rapport

een rapport van een archeologisch onderzoeksbureau of een goed onderbouwd advies van een deskundige op het gebied van archeologie

archeologische waarde

vindplaats of vondst met een oudheidkundige waarde. Het betreft hier met name archeologische relicten in hun oorspronkelijke ruimtelijke context. Zowel grote complexen/ structuren zoals nederzettingsterreinen, als afzonderlijke vondsten kunnen met deze term worden aangeduid

AS SIKB 2000:

AS SIKB 2000: Accreditatieschema Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodem- en waterbodemonderzoek, versie 2.8, 07-02-2014, met wijzigingsblad van 10-02-2018;

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde

bebouwingsgebied:

achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw;

bed and breakfast

het bieden van de ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben

bedrijf

een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren, inzamelen, verwerken, verhuren, opslaan en/of distribueren van goederen

bedrijfswoning

een woning , bestaande uit een hoofdgebouw met de daarbij behorende aan- en uitbouwen, in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

huisvesting daar noodzakelijk is, vanwege de bestemming van het gebouw of het terrein beroep of bedrijf aan huis een dienstverlenend beroep of kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en voor zover dit beroep of bedrijf een ruimtelijke uitstraling heeft, dit ondergeschikt is aan de woonfunctie.

29

bewoonbare vloeroppervlakte

de oppervlakte van de ruimten in de woning, gemeten binnen de afgewerkte omtrekwanden (in voorkomende gevallen binnen de balustrade) onder aftrek van de in de ruimte uitspringende onderdelen van het gebouw zoals schoorsteenstoelen, kanalen en kasten, doch zonder aftrek van plinten en vast meubilair zoals aanrechten en verwarmingslichamen. Vloeroppervlakte waarboven minder dan 1,50 meter hoogte aanwezig is wordt hierbij buiten beschouwing gelaten.

bijgebouw

een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge deze regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

BRL SIKB 2000:

BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, versie 5, 12-12-2013;

BRL SIKB 7000:

BRL SIKB 7000: Beoordelingsrichtlijn 7000, Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem, versie 5, 19-06-2014, met wijzigingsblad van 12-02-2015;

camperplaats

een door het bevoegd gezag aangewezen openbare parkeerplaats, waar voor maximaal 24 uur een camper kan worden gestald ten behoeve van overnachting

concentratiegebied geurhinder en veehouderij:

gebied I of gebied II, bedoeld in bijlage I bij de Meststoffenwet, of een in dit omgevingsplan aangewezen concentratiegebied;

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

distributienet voor warmte:

collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater;

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

geurgevoelig object:

a.

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

gebouw: 1. dat op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en; 2. dat gezien de aard, indeling en inrichting geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en

3.

b.

30

dat permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze wordt gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; of geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd;

gezoneerd industrieterrein:

industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet;

gronddepot

bewaarplaats van grond

herbouw

Het opnieuw bouwen van de legaal opgerichte bebouwing waarbij gebouwd wordt op dezelfde plaats en met dezelfde buitenwerkse maatvoeringen.

hoofdgebouw

een gebouw of een gedeelte daarvan, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.

huishouden

een aantal, aan elkaar door familieband of anderszins gerelateerde, personen, die gezamenlijk één eenheid vormt en als zodanig ook gebruik maakt van één woning.

ISO 11423-1:

ISO 11423-1:1997: Water – Bepaling van het gehalte aan benzeen en enige afgeleiden – Deel 1: Gaschromatografische methode met bovenruimte, versie 1997;

landbouwhuisdieren met geuremissiefactor:

landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën: a. varkens, kippen, schapen of geiten; en b. als deze worden gehouden voor de vleesproductie: 1. rundvee tot 24 maanden; 2. kalkoenen; 3. eenden; of 4. parelhoenders;

landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor:

landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren.

landschappelijke inpassing

het optimaal op elkaar afstemmen van bebouwing en beplanting, rekening houdend met de ter plaatse voorkomende landschappelijke en cultuurhistorische waarden om zo te komen tot een landschappelijke inpassing van nieuwe bebouwing die recht doet aan de kwaliteit en de beleving van het landschap. Landschappelijke inpassing bestaat uit een beplantingsstrook met een dichte struiken boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een gemiddelde breedte van minimaal 5 meter

NEN 5725:

NEN 5725:2017: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, versie 2017;

NEN 5740:

NEN 5740:2009/A1:2016: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie 2009+A1 en 2016;

NEN 6090:

NEN 6090:2017: Bepaling van de vuurbelasting, versie 2017;

NEN 6578:

NEN 6578:2011: Water – Potentiometrische bepaling van het totale gehalte aan totaal fluoride, versie 2011;

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

31

NEN 6589:

NEN 6589:2005/C1:2010: Water – Potentiometrische bepaling van het gehalte aan totaal anorganisch fluoride met doorstroomsystemen (FIA en CFA), versie 2010;

NEN 6600-1:

NEN 6600-1:2019: Water – Monsterneming – Deel 1: Afvalwater, versie 2019;

NEN 6965:

NEN 6965:2005: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire-absorptiespectrometrie met vlamtechniek, versie 2005;

NEN 6966:

NEN 6966:2006: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2005 + C1:2006;

NEN-EN 858-1/A1:

NEN-EN 858-1:2002/A1:2004: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2002 + A1: 2004;

NEN-EN 858-2:

NEN-EN 858-2:2003: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2003;

NEN-EN 872:

NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005;

NEN-EN 1825-1:

NEN-EN 1825-1:2004: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2004 + C1:2006;

NEN-EN 1825-2:

NEN-EN 1825-2:2002: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2002;

NEN-EN 12566-1:

NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE – Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016;

NEN-EN 12673:

NEN-EN 12673:1999: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal geselecteerde chloorfenolen in water, versie 1999;

NEN-EN 16693:

NEN-EN 16693:2015: Water – Bepaling van de organochloor pesticiden (OCP) in watermonsters met behulp van vaste fase extractie (SPE) met SPE-disks gecombineerd met gaschromatografie-massaspectrometrie (GCMS), versie 2015;

NEN-EN-ISO 2813:

NEN-EN-ISO 2813:2014: Verven en vernissen – Bepaling van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20 graden, 60 graden en 85 graden, versie 2014;

NEN-EN-ISO 5667-3:

NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water – Monsterneming – Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018;

NEN-EN-ISO 5815-1:

NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019;

NEN-EN-ISO 5815-2:

NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003;.

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

32

NEN-EN-ISO 9377-2:

NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water – Bepaling van de minerale-olie-index – Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000;

NEN-EN-ISO 9562:

NEN-EN-ISO 9562:2004: Water – Bepaling van adsorbeerbare organisch gebonden halogenen (AOX), versie 2004;

NEN-EN-ISO 10301:

NEN-EN-ISO 10301:1997: Water – Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen – Gaschromatografische methoden, versie 1997;

NEN-EN-ISO 10523:

NEN-EN-ISO 10523:2012: Water – Bepaling van de pH, versie 2012;

NEN-EN-ISO 11885:

NEN-EN-ISO 11885:2009: Water – Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009;

NEN-EN-ISO 12846:

NEN-EN-ISO 12846:2012: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012;

NEN-EN-ISO 14403-1:

NEN-EN-ISO 14403-1:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 1: Methode met doorstroominjectie analyse (FIA), versie 2012;

NEN-EN-ISO 14403-2:

NEN-EN-ISO 14403-2:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 2: Methode met continu doorstroomanalyse (CFA), versie 2012;

NEN-EN-ISO 15587-1:

NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002;

NEN-EN-ISO 15587-2:

NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002;

NEN-EN-ISO 15680:

NEN-EN-ISO 15680:2003: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met «purge-and-trap» en thermische desorptie, versie 2003;

NEN-EN-ISO 15682:

NEN-EN-ISO 15682:2001: Water – Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001;

NEN-EN-ISO 15913:

NEN-EN-ISO 15913:2003: Water – Bepaling van geselecteerde fenoxyalkaanherbicide, inclusief bentazonen en hydroxybenzonitrillen met gaschromatografie en massaspectrometrie na vastefase-extractie en derivatisering, versie 2003;

NEN-EN-ISO 17294-2:

NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water – Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma – Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016;

NEN-EN-ISO 17852:

NEN-EN-ISO 17852:2008: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008;

NEN-EN-ISO 17993:

NEN-EN-ISO 17993:2004: Water – Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004;

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

NEN-ISO 15705:

NEN-ISO 15705:2003: Water – Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) – Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003;

NEN-ISO 15923-1:

NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit – Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie – Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013;

ophogen

het blijvend verhogen van het bestaande maaiveld door het aanbrengen van grond of andersoortige materialen. Tijdelijke ophoging tot een maximum van 6 maanden in relatie tot de agrarische bedrijfsvoering valt hier niet onder

overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een dak dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.

peil

a. b.

perceel

een of meerdere aaneengesloten kadastrale percelen behorend bij het hoofdgebouw.

straatpeil:

a.

b.

33

voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg; in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan

voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;

teeltondersteunende voorzieningen

stellingen en overkappingsconstructies, permanente tunnels of boogkassen.

tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen

teeltondersteunende voorzieningen die slechts gedurende 6 maanden op de landbouwgronden aanwezig zijn.

tiphoogte

uiterste punt van de wiek in de hoogste stand

verstoring

aantasting van een gebied met archeologische waarden. Dit verschijnsel kan zich voordoen: door erosie, afgraving of egalisatie, door (diepe) bewerking van de bovengrond, door zetting als gevolg van ophoging, door verdroging en verzuring

voorgevellijn

de denkbeeldige lijn die in het verlengde van de gevel van de voorgevel van het hoofdgebouw loopt;

warmteplan:

besluit over de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen.

waterhuishoudkundige voorzieningen

voorzieningen die nodig zijn voor een goede waterkering, wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, (hemel)waterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan voorzieningen als duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten, ondergrondse bergbezinkbassins en dergelijke

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

34

wonen

het gebruik van een woning voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

woning

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

T Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage II Geo-informatie objecten Informatieobjecten afstand tot zijdelingse perceelsgrenzen

/join/id/regdata/gm0677/2024/norm_4d85c769c0034fc8ab9c699ecb73085e/nld@202412-12;1

bebouwingszone bijgebouwen Achtererfgebied

/join/id/regdata/gm0677/2024/locatiegroep_fa981c842bb64941a6222031881e3ea8/nld@202412-12;1

Agrarisch

/join/id/regdata/gm0677/2025/locatiegroep_40647a267684420183e19c38b8875015/nld@202509-08;1

archeologisch waardevol gebied

/join/id/regdata/gm0677/2024/gebiedsaanwijzing_ebba9d2858644ab9a788038eec4eb155/nld@2024-12-12;1

Archeologisch waardevol gebied

/join/id/regdata/gm0677/2024/gebiedsaanwijzing_ebba9d2858644ab9a788038eec4eb155/nld@2025-09-09;2

bebouwingszone

/join/id/regdata/gm0677/2024/locatiegroep_130fcf08c62c4b408a98bbe13bf86926/nld@2024-1212;1

bewoonbare vloeroppervlakte

/join/id/regdata/gm0677/2024/norm_9ac776db06ca40ab9d4c2bec5fcec79f/nld@202412-12;1

Bebouwingsgebied bijgebouwen stedelijk gebied

/join/id/regdata/gm0677/2025/locatiegroep_bae79a75ef0748eca0518a141bf21e22/nld@202509-08;1

Bebouwingsgebied bouwwerken geen /join/id/regdata/gm0677/2025/locatiegebouwen en geen overkappingen zijnde groep_e7b5d5a2137744b1bceec0029c70dd50/nld@202509-08;1 Bebouwingsgebied hoofdgebouwen buitengebied

/join/id/regdata/gm0677/2025/locatiegroep_0d8542b9164f42bca70df6c5fbe6f52c/nld@2025-0908;1

Bebouwingsgebied hoofdgebouwen stedelijk gebied

/join/id/regdata/gm0677/2025/locatiegroep_31b2573ff4944d9b99a48869efc0bfad/nld@2025-0908;1

beperkingengebied regionale waterkering

/join/id/regdata/gm0677/2024/gebiedsaanwijzing_4aaa3104c65941ae94b13834f45e3d5f/nld@2024-1212;1

Beperkingengebied regionale waterkering

/join/id/regdata/gm0677/2024/gebiedsaanwijzing_4aaa3104c65941ae94b13834f45e3d5f/nld@2025-0909;2

bouwdiepte

/join/id/regdata/gm0677/2024/norm_c701492fc6ce48c38ac827fc111ceb70/nld@202412-12;1

bouwhoogte bijgebouwen buitengebied /join/id/regdata/gm0677/2025/norm_c6d3e69616114add8281551a5549ac6a/nld@202509-08;1 bouwhoogte bijgebouwen stedelijk gebied

35

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

/join/id/regdata/gm0677/2024/norm_ce02a89d1caa4daba1248d7058e0efed/nld@2024-12-12;1

bouwhoogte erf- en terreinafscheidingen /join/id/regdastedelijk gebied ta/gm0677/2024/norm_4252744aac3c485893a3520e11aa4fee/nld@202412-12;1 bouwhoogte hoofdgebouwen buitengebied

/join/id/regdata/gm0677/2025/norm_81a59f386a8f4e89a4bf9f6f38a3639c/nld@202509-08;1

bouwhoogte hoofdgebouwhoofdgebouwen /join/id/regdastedelijk gebied ta/gm0677/2024/norm_5ff25a40b6194b82af1c266757b9f156/nld@202412-12;1 bouwvlak

/join/id/regdata/gm0677/2024/locatiegroep_d173535ca2f143ae88c423cbec1ceab6/nld@202412-12;1

bouwhoogte overige bouwwerken geen /join/id/regdagebouwen zijnde ta/gm0677/2024/norm_a3289b25ddfa40db9d69c7d003778d2f/nld@202412-12;1 /join/id/regdata/gm0677/2024/norm_a3289b25ddfa40db9d69c7d003778d2f/nld@202509-09;2 gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen

/join/id/regdata/gm0677/2024/norm_6e8ddace3072406a940a654dbb2e0a66/nld@202412-12;1

goothoogte bijgebouwen buitengebied

/join/id/regdata/gm0677/2025/norm_25585f45b7c24a5189e90c2c1adfbf83/nld@202509-08;1

goothoogte bijgebouwen stedelijk gebied /join/id/regdata/gm0677/2024/norm_4b46bb8c64c246848da7cae03caec207/nld@202412-12;1

36

goothoogte hoofdgebouw stedelijk gebied

/join/id/regdata/gm0677/2024/norm_63398804697846ab9bdd176436b123c8/nld@202412-12;1

maximum vloeroppervlakte beroep of bedrijf aan huis

/join/id/regdata/gm0677/2024/norm_cd156094aa0f4c57bdbc7d956a451e91/nld@202412-12;1

goothoogte hoofdgebouwen buitengebied

/join/id/regdata/gm0677/2025/norm_9e6d509b78134c1fb48191bc0852f6b3/nld@202509-08;1

maximum aantal woningen

/join/id/regdata/gm0677/2024/norm_a7e4e20ed8174a12bfa3639c2958effd/nld@202412-12;1

radarverstoringsgebied

/join/id/regdata/gm0677/2024/gebiedsaanwijzing_98495d75d536415d8dc5b8285fa1782e/nld@2024-1212;1

transformatiegebied

/join/id/regdata/gm0677/2024/locatiegroep_dec58b8bdc434be3aecc810caa2b07b1/nld@202412-12;1

Omgevingsplan - Nieuw

/join/id/regdata/gm0677/2024/locatiegroep_dec58b8bdc434be3aecc810caa2b07b1/nld@202509-09;2

oppervlakte bodemverstoring

/join/id/regdata/gm0677/2024/norm_e78093c143584064a77e98dd9af0707f/nld@202412-12;1 /join/id/regdata/gm0677/2024/norm_e78093c143584064a77e98dd9af0707f/nld@202509-09;2

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

Toegelaten woningtype buitengebied

/join/id/regdata/gm0677/2025/norm_36238122cd6a4b55ab7b419af6a3608d/nld@202509-08;1

toegelaten Toegelaten woningtype stedelijk gebied

/join/id/regdata/gm0677/2024/norm_e19f93ce90f84d288dba45974cc2501e/nld@202412-12;1

bebouwingszone overige bouwwerken Voorerfgebied

/join/id/regdata/gm0677/2024/locatiegroep_d27582174fb946f2ae923c1e63a2ad69/nld@202412-12;1

wonen

/join/id/regdata/gm0677/2024/locatiegroep_be4b6923f0fd4b5e972f1f192a2b56f8/nld@2024-1212;1

Wonen

/join/id/regdata/gm0677/2024/locatiegroep_be4b6923f0fd4b5e972f1f192a2b56f8/nld@2025-0909;2

U ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING TIJDELIJK DEEL OMGEVINGSPLAN wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

37

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING TIJDELIJK DEEL OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Algemene bepalingen Artikel 21.4 1.1 Anti-dubbeltelregel Dit artikel heeft als doel om te voorkomen dat van ruimte die in het omgevingsplan voor de realisering van een bepaalde activiteit mogelijk is gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke veranderingen van het gerealiseerde, nogmaals gebruik kan worden gemaakt. Hiermee is aangesloten op de standaard anti-dubbeltelbepaling uit artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening. Met de anti-dubbeltelregel kan bijvoorbeeld worden voorkomen dat als dit omgevingsplan regelt dat perceel A maximaal 50% mag worden bebouwd, een deel van het perceel (na verkoop van dat deel) opnieuw meetelt bij een ander perceel (perceel B). Door die verkoop telt dat deel van het perceel niet alleen twee keer mee bij het bepalen van de oppervlakte, maar zorgt ook voor een strijdige situatie op perceel A. Daar wordt immers niet meer voldaan aan het vereiste dat maximaal 50% bebouwd mag worden.

Artikel 1.1 1.2 Begripsbepalingen Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat de overige begripsbepalingen die voor hoofdstuk 22 nog het omgevingsplan nodig zijn in aanvulling op de begrippen van de wet, de AMvB’s en de Omgevingsregeling. Deze begrippen zijn van toepassing op het gehele omgevingsplan. In het eerste eerste tweede lid van dit artikel zijn de begripsbepalingen van de Omgevingswet en , en het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de Omgevingsregeling van toepassing verklaard op hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan. Het gaat om een zogenaamde statische verwijzing. Dat betekent dat latere wijzigingen van de begrippen in de Omgevingswet of de AMvB’s geen invloed hebben op de betekenis van de begrippen in hoofdstuk 22. Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat de overige begripsbepalingen die voor hoofdstuk 22 nog nodig zijn in aanvulling op de begrippen van de wet, de AMvB’s en de Omgevingsregeling.

Artikel 21.3 1.3 Normadressaat De regels van deze afdeling zijn gericht tot degene die de activiteit verricht waarop die regels betrekking hebben. Diegene moet zorg dragen voor de naleving van de regels die voor de activiteit gelden. Voor vergunningvoorschriften volgt dit uit artikel 5.37 Omgevingswet, dat de vergunninghouder verplicht om er zorg voor te dragen dat de voorschriften van de vergunning worden nageleefd, en voor algemene regels volgt dat uit de artikelen van dit omgevingsplan die bepalen wie normadressaat is. Dit artikel moet gezien worden als een hoofdregel en bepaalt dat de regels zijn gericht tot degene die de activiteit verricht waarop die regels betrekking hebben. Het artikel biedt daarnaast de mogelijkheid om elders in dit omgevingsplan een afwijkende normadressaat te bepalen, als dat nodig blijkt te zijn.

Artikel 21.1 1.4 Toepassingsbereik activiteiten De achterliggende gedachte achter het opnemen van dit artikel is tweeledig. Enerzijds wordt hiermee beoogd om een algeheel verbod op te nemen waarin is aangegeven dat, buiten de in dit omgevingsplan opgenomen en toegestane activiteiten, elke andere activiteit verboden is. Dit is enigszins te vergelijken met het algemene gebruiksverbod wat in bestemmingsplannen voorkwam. Door de opname van dit artikel wordt voorkomen dat ongewenste activiteiten kunnen plaatsvinden. Alleen die activiteiten die geregeld zijn in het omgevingsplan, worden toegestaan. Anderzijds heeft deze wijze van formuleren relatie met de STandaard Officiële Publicaties met ToepassingsProfielen voor OmgevingsDocumenten (STOP/TPOD). In paragraaf 7.6.5 (versie 2.1.1, d.d. 9 januari 2023) is aangegeven dat het niet is toegestaan om interpretaties of a contrario-redeneringen af te leiden uit de annotaties. Wanneer er bijvoorbeeld op een locatie een activiteit toegestaan wordt, is niet de bedoeling om hieruit af te leiden dat in de rest van het grondgebied van de gemeente deze activiteit verboden is, of dat voor die activiteit een vergunningplicht of meldingsplicht geldt. Volgens STOP/TPOD kan op een aantal manieren geannoteerd worden:

38

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

1. Een algemene regel opnemen, voor het hele grondgebied geldend, met de strekking dat het verrichten van activiteiten alleen is toegestaan waar dat expliciet is bepaald. Die algemene regel heeft de werking dat het buiten de locatie (waar het wel toegestaan is) verboden is om die activiteit te verrichten. 2. Het toevoegen van een tweede Juridische regel die bepaalt dat het verboden is om die activiteit te verrichten, met als Locatie de rest van het grondgebied en de annotaties Activiteit en ActiviteitLocatieaanduiding met als waarde voor activiteitregelkwalificatie ‘verbod’. 3. Het formuleren van de regel als: “Uitsluitend ter plaatse van het werkingsgebied ‘x’ is het toegestaan om de activiteit ‘x’ te verrichten.” Aan deze regel worden twee locaties gekoppeld, die samen het werkingsgebied van het artikel (of lid) vormen: het ambtsgebied waar de volledige regel zijn werking heeft en de specifieke locatie waar de activiteit is toegestaan. Wij hebben gekozen voor de eerstgenoemde optie. Die is het meest eenvoudig te realiseren en heeft dezelfde werking als de andere genoemde opties. Optie 2 en optie 3 lijken daarnaast vrij omslachtig te werken en de foutgevoeligheid hierbij is vele malen groter dan optie 1. Daarnaast komt dit de gebruiksvriendelijkheid in het DSO niet ten goede. Bij optie 2 en 3 komen namelijk alle regels naar voren die op de gekozen locatie niet gelden.

HOOFDSTUK 4 Thema's AFDELING 4.3 Cultureel erfgoed § 4.3.1 Archeologie § 21.2.1.1 4.3.1.1 Bouwactiviteiten binnen archeologisch waardevol gebied In deze paragraafsubparagraaf zijn de regels met betrekking tot archeologie uit de voormalige dubbelbestemming opgenomen. De regels zijn weergegeven als aanvullende specifieke beoordelingsregels voor bouwactiviteiten. Het bouwen op gronden met een archeologische waarde is geen opzichzelfstaande activiteit, maar gerelateerd aan de activiteit die op deze gronden plaats gaat vinden. De voormalige bouwregels en binnenplanse afwijkingsregels zijn vertaald als beoordelingsregels waaraan voldaan moet worden om de bouwactiviteit uit te mogen voeren. De voorwaarden die aan de vergunning verbonden konden worden zijn vertaald als maatwerkvoorschriften. Deze kunnen zowel worden opgelegd bij besluit (wanneer er sprake is van rechtstreeks toegestane activiteiten (vergunningvrij)) of als vergunningvoorschrift (wanneer er sprake is van een vergunningplicht).

§ 21.2.1.2 4.3.1.2 Werken en werkzaamheden binnen archeologisch waardevol gebied In deze paragraaf zijn de regels met betrekking tot archeologie uit de voormalige dubbelbestemming opgenomen. De regels zijn gerelateerd aan werken en werkzaamheden. Deze kunnen zowel zonder als met vergunning uitgevoerd worden, wanneer voldaan wordt aan de daarvoor geldende vereisten en/of beoordelingsregels. De voormalige omgevingsvergunningvereisten zijn vertaald naar de vergunningplicht en de beoordelingsregels waaraan voldaan moet worden om de activiteit uit te mogen voeren. De voormalige uitzonderingsregels zijn vertaald naar algemene regels. De voorwaarden die aan de vergunning verbonden konden worden zijn vertaald als maatwerkvoorschriften. Deze kunnen zowel worden opgelegd bij besluit (wanneer er sprake is van rechtstreeks toegestane activiteiten (vergunningvrij)) of als vergunningvoorschrift (wanneer er sprake is van een vergunningplicht).

AFDELING 4.5 Parkeren In deze afdeling zijn de regels met betrekking tot parkeren opgenomen. Naar deze regels wordt verwezen bij het toestaan van verschillende activiteiten waarbij voldaan moet worden aan de parkeernormen. Het parkeren is geen opzichzelfstaande activiteit, maar gerelateerd aan verschillende activiteiten.

HOOFDSTUK 21 Transformatiegebied Jacobus de Waalstraat AFDELING 21.1 Algemene bepalingen

39

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

Artikel 21.2 Begripsbepalingen Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat de begripsbepalingen die voor het omgevingsplan van toepassing zijn. Door de toevoeging van hoofdstuk 21 zijn de begrippen die van toepassing zijn voor hoofdstuk 21 aan bijlage I toegevoegd.

AFDELING 21.2 Thema's § 21.2.1 Archeologie [Vervallen]

§ 21.2.2 Parkeren In deze paragraaf zijn de regels met betrekking tot parkeren opgenomen. Naar deze regels wordt verwezen bij het toestaan van verschillende activiteiten waarbij voldaan moet worden aan de parkeernormen. Het parkeren is geen opzichzelfstaande activiteit, maar gerelateerd aan verschillende activiteiten.

§ 21.2.3 Radarverstoringsgebied Artikel 5.155 van het Besluit kwaliteit leefomgeving regelt dat als het omgevingsplan van toepassing is op gebieden waar bouwwerken het radarbeeld kunnen verstoren, er regels in het omgevingsplan opgenomen moeten worden om te voorkomen dat het radarbeeld verstoort wordt. De regels zoals opgenomen in deze paragraaf geven hier gehoor aan.

AFDELING 21.3 Bouwactiviteiten § 21.3.1 Algemene bepalingen [Vervallen]

§ 21.3.2 Ruimtelijke bouwactiviteiten Deze paragraaf regelt de ruimtelijke bouwactiviteiten. Vanwege de zo goed als beleidsneutrale omzetting van de regels uit het bestemmingsplan bestaan de regels uit een vergunningplicht, beoordelingsregels en de mogelijkheid tot het stellen van (maatwerk)voorschriften. Tot slot zijn ook de binnenplanse afwijkingsmogelijkheden vertaald naar beoordelingsregels (paragraaf 21.3.3).

AFDELING 21.4 Gebruiksactiviteiten Deze paragraaf regelt de gebruiksactiviteiten. Vanwege de zo goed als beleidsneutrale omzetting van de regels uit het bestemmingsplan bestaan de regels grotendeels uit algemene regels. Daarnaast is een meldplicht opgenomen voor bed and breakfast en een vergunningplicht voor de huisvesting van arbeidsmigranten. In het laatste geval is ook de mogelijkheid tot het stellen van (maatwerk)voorschriften opgenomen.

HOOFDSTUK 5 Bouwactiviteiten AFDELING 5.1 Algemene bepalingen Artikel 21.15 5.1 Verbod in stand laten bouwwerken In artikel 5.6 Omgevingswet is opgenomen dat het verboden is een bouwwerk of deel daarvan dat is gebouwd zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in stand te laten. Dit verbod ziet enkel toe op de technische bouwactiviteit en dus niet op de omgevingsplanactiviteit (Kamerstukken II, 2018–2019, 34 986, nr. 9, p. 16). De reden hiervoor is dat in het omgevingsplan zelf geregeld wordt in hoeverre het bouwen, in stand houden en gebruiken van een bouwwerk waarvoor in het omgevingsplan regels zijn gesteld, is toegestaan. Het omgevingsplan regelt dus uitputtend het bouwen en in stand houden van bouwwerken. Hiervoor hoeft op wetsniveau geen aanvullende bepaling te worden gegeven. Dit artikel regelt een met artikel 5.6 Omgevingswet en artikel 2.3a van de Wabo (en voorheen artikel 40, eerste lid, onder b, Woningwet) vergelijkbare verbodsbepaling. Het betreft het verbod om een bouwwerk in stand te laten als dat zonder omgevingsvergunning voor een ruimtelijke bouwactiviteit is gebouwd.

40

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

Aangesloten wordt op de voorheen geldende redenering: Het in stand houden van een bouwwerk moet worden onderscheiden van het bouwen daarvan. Voor het bouwen is een omgevingsvergunning vereist. Is gebouwd zonder omgevingsvergunning, dan kan handhavend worden opgetreden tegen diegene die zonder omgevingsvergunning heeft gebouwd. In aanvulling daarop biedt het verbod in dit artikel een handvat om op te treden als een illegaal gebouwd bouwwerk in stand wordt gelaten. Op deze grond kan ook worden opgetreden tegen de rechtsopvolger van de bouwer. Door het zinsdeel 'zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning' wordt bereikt dat dit artikel alleen van toepassing is voor die gevallen waarin een omgevingsvergunning is of was vereist en die zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning zijn gebouwd. Voor die gevallen die vergunningvrij zijn (of aantoonbaar waren ten tijde van realisatie), geldt dit verbod dus niet. Datzelfde geldt ook voor die gevallen die tijdelijk worden verleend. Vergunningvrije bouwwerken zijn immers alleen vergunningvrij als deze voldoen aan de daarvoor vereiste uitgangspunten. Voldoen die daar niet aan, dan is een vergunning vereist. Ditzelfde geldt voor de tijdelijke gevallen. De vergunning heeft slechts een tijdelijke werking. Is die werking afgelopen, dan is ook daarvoor een vergunning vereist.

Hiermee is een vergelijkbare werking beoogd als bedoeld in artikel 2.3a, tweede lid, van de Wabo.

Artikel 21.16 5.2 Meetbepalingen In dit artikel zijn de bepalingen over de wijze van meten opgenomen die van toepassing zijn op afdeling 21.3. Deze zijn afgestemd op de regels uit het bestemmingsplan 'Kernen Hulst 1H'. De in deze afdeling genoemde waarden worden gemeten conform dit artikel.

AFDELING 5.2 Ruimtelijke bouwactiviteiten Deze afdeling regelt de ruimtelijke bouwactiviteiten. Vanwege de zo goed als beleidsneutrale omzetting van de regels uit het bestemmingsplan bestaan de regels uit een vergunningplicht, beoordelingsregels en de mogelijkheid tot het stellen van (maatwerk)voorschriften. Tot slot zijn ook de binnenplanse afwijkingsmogelijkheden vertaald naar beoordelingsregels.

HOOFDSTUK 6 Gebruiksactiviteiten AFDELING 6.2 Gebruiksactiviteiten Deze afdeling regelt de gebruiksactiviteiten. Vanwege de zo goed als beleidsneutrale omzetting van de regels uit het bestemmingsplan bestaan de regels grotendeels uit algemene regels. Daarnaast is een meldplicht opgenomen voor bed and breakfast en een vergunningplicht voor de huisvesting van arbeidsmigranten. In het laatste geval is ook de mogelijkheid tot het stellen van (maatwerk)voorschriften opgenomen.

HOOFDSTUK 22 ACTIVITEITEN AFDELING 22.1 ALGEMEEN Artikel 22.1 Voorrangsbepaling Eerste lid In het tijdelijke deel van dit omgevingsplan worden zowel ruimtelijke besluiten (artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet) als de omgevingsplanregels van rijkswege (artikel 22.1, onder c, van de Omgevingswet) opgenomen. Deze omgevingsplanregels van rijkswege wordt ook wel de bruidsschat genoemd. Onder het tijdelijke deel van het omgevingsplan vallen bijvoorbeeld bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte op grond van de voormalige Crisis- en herstelwet. In deze bestemmingsplannen is er afgeweken van bepalingen bij of krachtens de voormalige Wet ruimtelijke ordening en de Wet milieubeheer. Dat betekent dat de omgevingsplanregels uit die bestemmingsplannen op onderdelen in strijd zijn met de omgevingsplanregels van rijkswege. Ook kan in een bestemmingsplan toepassing zijn gegeven aan artikel 2, onder a, van de voormalige Interimwet stad-enmilieubenadering waarin is bepaald dat de gemeenteraad in een bestemmingsplan kan afwijken van een milieukwaliteitsnorm voor bodem, geluid en lucht. Omdat ook deze bestemmingsplannen samen met de omgevingsplanregels van rijkswege in het tijdelijke deel van het omgevingsplan worden opgenomen moet er een voorrangsregel worden opgenomen.

Deze voorrangsregel geldt ook bij strijdigheid tussen de omgevingsplanregels van rijkswege en de: – voorwaarden aan het lozen van afvloeiend hemelwater of van grondwater op of in de bodem of in een riool in een gemeentelijke verordening op grond van artikel 10.32a van de Wet milieubeheer; en

41

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

–

de aanwijzing van concentratiegebieden en waardsen of afstanden voor geur bij het houden van landbouwhuisdieren in een geurverordening op grond van artikel 6 van de voormalige Wet geurhinder en veehouderij. Om die reden is in het eerste lid van dit artikel bepaald dat de regels van afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 van dit omgevingsplan niet van toepassing zijn voor zover die regels in strijd zijn met regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet. De toets of er sprake is van «strijd» omvat ook een toets of wel of niet sprake is van regels met hetzelfde oogmerk. Als de regels een ander oogmerk hebben, doet «strijd» in de zin van de bepaling zich niet voor. Dit is vergelijkbaar met de wijze waarop bij de toepassing van artikel 121 van de Gemeentewet wordt getoetst of er sprake is van «strijd» met een hogere regeling. Paragraaf 22.2.7.3 van dit omgevingsplan is van de werking van het eerste lid van de voorrangsbepaling uitgezonderd. Deze paragraaf regelt dat bepaalde bouw- en gebruiksactiviteiten van rechtswege in overeenstemming zijn met het omgevingsplan, ongeacht wat er in het omgevingsplan concreet is bepaald. Daarmee zijn deze activiteiten, voor zover die in strijd zouden zijn met het omgevingsplan, aangewezen als vergunningvrije omgevingsplanactiviteiten.

Als paragraaf 22.2.7.3 niet van de werking van het eerste lid van de voorrangsbepaling zou worden uitgezonderd, waardoor die paragraaf toch opzij gezet zou kunnen worden door andersluidende bepalingen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, zou als gevolg daarvan de werking van die paragraaf worden ontkracht. Dat is onwenselijk.

Tweede lid Het tweede lid bevat een voorrangbepaling voor vergunningvoorschriften in een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit, die met toepassing van het recht zoals dat gold voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, is verleend. Het gaat hierbij om een vergunningplichtige milieubelastende activiteit die in hoofdstuk 3 van het Bal is aangewezen en waarbij deze vergunningvoorschriften bevat voor een onderwerp dat naar het omgevingsplan is verschoven. Op grond van het overgangsrecht van artikel 4.13, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijven deze vergunningvoorschriften gelden. De vergunningvoorschriften gelden naast het omgevingsplan. De strengste regel is dan bepalend. Ten tijde van de vergunningverlening zijn juist bewust strengere of soepeler voorschriften gesteld, afgestemd op de locatie. De regels in afdeling 22.3 van dit omgevingsplan zijn niet van toepassing, voor zover zo’n vergunningvoorschrift geldt. De uitdrukking «voor zover» betekent «in de mate dat». Dat houdt in dat alleen die voorschriften van afdeling 22.3 van dit omgevingsplan buiten toepassing blijven waarvoor voorschriften in de omgevingsvergunning zijn gesteld.

Als bijvoorbeeld de omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit voor geluid alleen voorschriften met waarden bevat, dan blijft artikel 22.63 van dit omgevingsplan met geluidwaarden voor geluidgevoelige gebouwen buiten toepassing. Maar artikel 22.60 van dit omgevingsplan, dat bepaalt wanneer een akoestisch onderzoek gedaan moet worden, is wel van toepassing. Deze voorrangsbepaling kan relevant zijn voor de volgende onderdelen van afdeling 22.3 van dit omgevingsplan: paragraaf 22.3.2 Energiebesparing paragraaf 22.3.3 Zwerfafval paragraaf 22.3.4 Geluid paragraaf 22.3.5 Trillingen paragraaf 22.3.10 Lozen bij maken van betonmortel paragraaf 22.3.11 Uitwassen van beton paragraaf 22.3.13 Ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal paragraaf 22.3.19 In werking hebben van een acculader Dit omgevingsplan voorziet niet in een voorrangsbepaling voor bestaande vergunningvoorschriften of maatwerkvoorschriften op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer die op grond van het algemene overgangsrecht maatwerkvoorschriften zijn geworden en die afwijken van of een nadere invulling geven aan de omgevingsplanregels in dit omgevingsplan. Uit de wetssystematiek volgt al dat een maatwerkvoorschrift voorrang heeft op een algemene bepaling.

Artikel 22.2 Overgangsrecht: gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten Bijlage I bij het Bbl bevat de begrippen «gemeentelijk monument» en «voorbeschermd gemeentelijk monument». Deze begrippen gelden op grond van artikel 1.1, eerste lid, van dit omgevingsplan ook voor dit plan. Deze begrippen worden gebruikt in de artikelen 22.28, eerste en tweede lid, 22.38, 22.287, 22.288, 22.290 tot en met 22.293 en 22.295.

42

Gemeenteblad 2025 nr. 392788

9 september 2025

De begripsomschrijvingen van bovengenoemde begrippen zijn toegesneden op de wijze waarop de bescherming van monumenten en archeologische monumenten op gemeentelijk niveau via het toekennen van een beschermde status en daardoor het van toepassing worden van bepaalde regels onder het nieuwe recht van de Omgevingswet vorm krijgt. Dit gebeurt door aan het monument of archeologisch monument in dit omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven en, als het gaat om een voorbeschermd monument of archeologisch monument, door het voor de locatie van het monument of archeologisch monument toevoegen van een voorbeschermingsregel aan dit omgevingsplan via een voorbereidingsbesluit vanwege het voornemen om aan dat monument of archeologisch monument in dit omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven.

Daarmee zouden buiten de reikwijdte van bovengenoemde begrippen vallen monumenten en archeologische monumenten op gemeentelijk niveau die onder het voor de Omgevingswet geldende recht als gemeentelijk monument of archeologisch monument zijn aangewezen op grond van een gemeentelijke verordening of een voorbeschermde status hebben verkregen op grond van een zodanige verordening, en waaraan nog niet direct bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet in dit omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of waarvoor op dat moment in het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel is opgenomen. In de praktijk werden onder het voormalige recht onder de begrippen «gemeentelijk monument» en «voorbeschermd gemeentelijk monument» dergelijke monumenten en archeologische monumenten verstaan (hierna samen te noemen: gemeentelijke monumenten «oude stijl»). Dit gevolg, dat niet is beoogd, kan zich voordoen tot het bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop gemeenten over een omgevingsplan moeten beschikken dat voldoet aan alle eisen van de Omgevingswet. Uiteraard moeten de hier bedoelde gemeentelijke monumenten «oude stijl» gedurende deze overgangsfase wel adequaat worden beschermd.

Dit is het geval zolang deze in dit omgevingsplan nog niet zijn voorzien van de functie-aanduiding gemeentelijk monument in het omgevingsplan of, voor zover het gaat om voorbeschermde monumenten of archeologische monumenten, ter zake een voorbeschermingsregel in dit omgevingsplan is opgenomen. Daarbij wordt er voor zover het gaat om voorbeschermde monumenten en archeologische monumenten op gewezen dat die onder de Omgevingswet niet per se eerst via een door een voorbereidingsbesluit toe te voegen voorbeschermingsregel aan het omgevingsplan hoeven te worden omgezet naar een voorbeschermd gemeentelijk monument in de zin van de begripsomschrijving uit bijlage I bij het Bbl. Afhankelijk van het tijdsverloop van de procedure tot aanwijzing op grond van de gemeentelijke verordening en van de procedure om tot vaststelling van een nieuw omgevingsplan te komen, kan er voor deze voorbeschermde monumenten en archeologische monumenten ook voor worden gekozen om deze direct, dus zonder hiervoor eerst een voorbeschermingsregel aan het omgevingsplan toe te voegen, in het nieuwe deel van het omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven. Dit zal zich met name voordoen als de procedure tot aanwijzing op grond van de gemeentelijke verordening gedurende hetzelfde tijdvak gaande is als de procedure tot vaststelling van het omgevingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16252230/2