Bijlage 2: Regiovisie BW-MO Zeeland 2022-2025
Tekst van het document
1. Alle gemeenten zetten actief in op preventie en nazorg. 2. De doelgroep Beschermd Wonen (zowel bestaande als nieuwe cliënten) beschouwen we als “Zeeuwse cliënten”. 3. We nemen gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een passend voorzieningenniveau voor de doelgroep “Zeeuwse Cliënten” Beschermd Wonen (tot en met 2025). 4. Aan de werkgroep partnerschap wordt opdracht gegeven aan de hand van bovenstaande uitgangspunten e.e.a. verder uit te werken op o.a. de onderdelen governance, jaarlijkse inkoopkosten, verrekeningen, etc.
38
2. Huidige situatie in vogelvlucht 2.1 Juridische verantwoordelijkheid Volgens de Wmo zijn alle gemeenten verantwoordelijk voor beschermd wonen. Momenteel hebben de Zeeuwse gemeenten de centrumgemeente Vlissingen gemandateerd voor de uitvoering. De juridische verantwoordelijkheid is hiermee niet overgedragen; gemeenten blijven verantwoordelijk voor hun eigen cliënten. Juridisch zit er wel verschil in welke gemeente verantwoordelijk is. Juridisch gezien valt namelijk alleen het 24/7 intramuraal beschermd wonen onder de wettelijke definitie van beschermd wonen. Alle tussenvormen, zoals het geclusterd beschermd wonen en intensieve begeleiding thuis vallen onder de reguliere, lokale Wmo. Bij beschermd wonen is momenteel de gemeente waar iemand zich meldt verantwoordelijk en de centrumgemeente financieel verantwoordelijk, terwijl voor ambulante ondersteuning de gemeente waar iemand woont verantwoordelijk is. De Zeeuwse gemeenten hebben de centrumgemeente gemandateerd voor de uitvoering van beschermd wonen in de brede zin (dus ook geclusterd beschermd wonen en Intensieve begeleiding thuis).
2.2 Budgetverdeling De Rijksbijdrage beschermd wonen wordt op dit moment als integratie-uitkering verstrekt aan de centrumgemeente Vlissingen. Dit zijn de middelen voor alle BW-cliënten in de regio Zeeland, welke gebaseerd zijn op de situatie vóór 2015. Dit zijn dus zowel intramurale cliënten beschermd wonen, als ook extramurale cliënten in een geclusterde BW-vorm en cliënten met intensieve begeleiding thuis. Met andere woorden: vanuit het centrumgemeentebudget wordt niet alleen beschermd wonen volgens de wettelijke definitie betaald, maar ook het beschermd wonen dat inmiddels is getransformeerd tot een tussenvorm.
39
3. Toekomstige situatie 3.1 Juridische verantwoordelijkheid bestaande en nieuwe cliënten Op dit moment kan iemand zich voor beschermd wonen tot elke gemeente in Nederland wenden. Op basis van een wetsvoorstel geldt, zoals het er nu naar uitziet, vanaf 2023 het woonplaatsbeginsel voor nieuwe cliënten beschermd wonen. • Nieuwe cliënten vallen dan onder de inhoudelijke en financiële verantwoordelijkheid van de gemeente waar zij ingezetene zijn voorafgaand aan het BW-traject (= de herkomstgemeente). Het gaat hierbij om het laatste woonadres, niet de gemeente waar zij beschermd gaan wonen. • Bestaande cliënten vallen onder het overgangsrecht: voor hen blijft de gemeente verantwoordelijk die de beschikking heeft afgegeven (centrumgemeente Vlissingen). Dit zijn cliënten die vóór 1 januari 2023 een beschikking hebben gekregen én cliënten die binnen 12 maanden na het aflopen van de beschikking (dus niet per se aansluitend) opnieuw beschermd wonen nodig hebben. Dit overgangsrecht geldt alleen voor bestaande cliënten die volgens de wettelijke definitie BW-cliënten zijn (dus een indicatie intramuraal beschermd wonen).
3.2 Budgetverdeling na doordecentralisatie Per 1 januari 2023 worden de middelen voor beschermd wonen stapsgewijs doorgedecentraliseerd van centrumgemeente Vlissingen naar alle dertien regiogemeenten. De rijksbijdrage die de centrumgemeente Vlissingen ontvangt op basis van het oude, historische verdeelmodel wordt gedurende het ingroeipad stap voor stap afgebouwd en de rijksbijdragen die de 13 gemeenten ontvangen op basis van het objectief verdeelmodel, wordt jaarlijks groter. Dit is op basis van objectieve verdeelstaven. Tegelijkertijd verandert het budget dat de regio in zijn geheel krijgt (dit lijkt voor Zeeland niet zo’n hele grote afwijking te zijn) van historisch naar objectief. De rijksmiddelen voor alle gemeenten worden objectief verdeeld en nemen toe in gelijke tred met de verwachte instroom van nieuwe cliënten in de gemeenten. Zie bijlage 1.
3.3 Risico’s Nieuwe cliënten worden dus in principe gefinancierd vanuit de objectief verdeelde middelen per gemeente, bestaande cliënten vanuit het historische budget dat bij de centrumgemeente blijft en door de jaren heen ‘leegloopt’ in de objectieve budgetten bij de dertien gemeenten. Hierbij speelt een aantal risico’s: 1. De instroomsnelheid van nieuwe cliënten wijkt af van de te verwachten instroom waar de budgetten op gebaseerd zijn. 2. De gemeenten kunnen met tekorten te maken krijgen omdat zij financieel verantwoordelijk worden voor een groter aantal cliënten dan het aantal waarvoor zij de financiële middelen ontvangen. 3. De centrumgemeente loopt het risico dat het historische budget gaandeweg niet meer toereikend is voor de bestaande BW-cliënten. Het is dus in het belang van alle gemeenten en de centrumgemeente Vlissingen om hier goede afspraken over te maken.
40
4. Voorstel Rekening houdend met de eerder onderschreven uitgangspunten voor partnerschap en de afspraken die hierover zijn gemaakt in de Versnellingsagenda wordt voorgesteld in elk geval de volgende afspraken met elkaar te maken. Op sommige onderdelen vragen deze afspraken nog om een nadere uitwerking, dit wordt trapsgewijs opgepakt (verdere uitwerking volgt na instemming met dit voorstel). 4.1 De Zeeuwse gemeenten kopen van 2023 tot en met 2025 beschermd wonen gezamenlijk in. Dit is een jaar later en langer dan eerder vastgesteld. Hiermee wordt aangesloten bij het uitstel van de doordecentralisatie met één jaar. Onder beschermd wonen verstaan we: • Intramuraal beschermd wonen met 24/7 toezicht en ondersteuning in de nabijheid. • Geclusterd beschermd wonen met 24/7 toezicht en ondersteuning in de nabijheid (nadere uitwerking reikwijdte en criteria nodig). Ondersteuning voor cliënten die zelfstandig wonen met ambulante begeleiding, zoals verstrekt vanuit het product Intensieve Begeleiding Thuis (IBT), wordt ook op regionaal niveau ingekocht, maar individuele gemeenten kunnen ook besluiten om dit zelf in te kopen.
4.2 De Zeeuwse gemeenten bekostigen beschermd wonen voor alle Zeeuwse cliënten gezamenlijk in de periode 2023 t/m 2025. • Dit geldt voor: o Intramuraal beschermd wonen met 24/7 toezicht en ondersteuning in de nabijheid. o Geclusterd beschermd wonen met 24/7 toezicht en ondersteuning in de nabijheid (nadere uitwerking reikwijdte en criteria nodig). o Cliënten die zelfstandig wonen met ambulante begeleiding zoals we die wordt verstrekt vanuit het product Intensieve Begeleiding Thuis (IBT). o Bestaande (indicaties afgegeven vóór 2023) en nieuwe cliënten (indicaties afgegeven vanaf 2023) met een indicatie voor beschermd wonen intramuraal, geclusterd beschermd wonen en IBT. • Er zijn hierbij geen voor- en nadeelgemeenten, omdat alle bovengenoemde beschikkingen gezamenlijk worden bekostigd. • In 2024 wordt geëvalueerd om tot een nieuwe (en voortgezette of gewijzigde) situatie te komen in 2026.
4.3 Voor de bekostiging wordt in de periode 2023 tot en met 2025 gewerkt met één regiobudget. Onderstaand zijn eerst de voorgestelde afspraken opgenomen. Hierna volgen drie paragrafen met verdiepende onderbouwingen bij de drie belangrijkste afspraken / afwegingen (het gebruik van een regiobudget en de brede definitie van beschermd wonen, het opnemen van de tekorten maatschappelijke opvang/vrouwen opvang in de begroting voor beschermd wonen, en de afwegingen rondom de mogelijke verdeelsleutels). • Het regiobudget wordt gevuld met: o Het (historisch) centrumgemeentebudget beschermd wonen o De objectieve budgetten beschermd wonen van de dertien gemeenten o De eigen bijdragen die gemeenten ontvangen voor inwoners met een indicatie intramuraal beschermd wonen. • Zie paragraaf 4.3.1 voor een onderbouwing van het gebruik van een regiobudget. • De reserve centrumtaken inclusief bijbehorende risico’s van de centrumgemeente op 31-12-2022 wordt overgeheveld naar het regiobudget. Voor het overhevelen van (een deel) van de reserve centrumtaken is toestemming van de art. 12 inspecteur nodig. Naar verwachting zal de inspecteur adviseren de evaluatie vanaf 2023 af te wachten. . Nodig is de risicoanalyse van de huidige en blijvende risico’s bij cg Vlissingen na 31-12-2022.
Het is nog niet aangetoond dat de 13 gemeenten in staat zijn om de risico’s over te nemen én er zijn nog geen afhechtingsafspraken gemaakt voor het geval bij de evaluatie in 2024 besloten wordt om de gezamenlijke financiële afspraken ingrijpend
41
•
•
•
•
•
bij te stellen. Hier komt nog bij dat op dit moment nog weinig bekend is over de nieuwe governance. Dit alles heeft tot gevolg dat gedurende de ingroeiperiode de cg Vlissingen nog steeds risico’s loopt terwijl ze vanaf 2023 weinig sturingsmogelijkheden heeft. De tekorten1 meerjarenbegroting maatschappelijke opvang/vrouwen opvang op begrotingsbasis zijn onderdeel van de begroting beschermd wonen (vraagt verdere uitwerking afspraken rondom maatschappelijke opvang/vrouwen opvang, en hoe gaan we ermee om als de middelen niet toereikend zijn). Zie paragraaf 4.3.2 voor een verdiepende beschouwing over het opnemen van deze tekorten in de begroting beschermd wonen. Uit het regiobudget wordt een bedrag overgeheveld naar de dertien gemeenten voor toegang (200.000 euro per jaar – zie voorstel toegang voor berekening van deze kosten) en preventie (op basis van een inventarisatie wordt een onderbouwd voorstel voor een budget gedaan). Deze overheveling wordt gedaan aan de hand van een verdeelsleutel (zie laatste punt). Overschotten op het regiobudget worden tot en met 2025 binnen het regiobudget gehouden en niet tussentijds uitgekeerd. Tekorten gaan in eerste instantie ten laste van de reserve. Aan de voorkant worden afspraken gemaakt over de verdeelsleutel bij tekorten wanneer de reserve niet toereikend is. Reserve is minimaal 10% en maximaal 15% van het regiobudget.
Deze 15% is een voorlopige inschatting. Op basis van de uitkomsten van de risico-inventarisatie bij centrumgemeente Vlissingen kan dit maximumbedrag opgehoogd worden. Voor de te hanteren verdeelsleutel (voor toegang, preventie en eventueel tekort op de reserve) bestaan verschillende opties. Het voorstel is om de verdeelsleutel vanuit het objectieve verdeelmodel te hante-
ren. Dit verdeelmodel is afgestemd op de verwachte toekomstige opgave van gemeenten op basis van de nieuwe beleidsmatige uitgangspunten voor beschermd wonen. Het model is gebaseerd op 6 maatstaven: hoge zorgkosten, aantal patiënten met een ernstig psychiatrische aandoening, oppervlakte land, regionale centrumfunctie en een vast bedrag.
•
Een andere optie is de verdeelsleutel op basis van inwoneraantal. Zie bijlage 2. De verschillende voor- en nadelen rondom deze afweging zijn verder uitgewerkt in paragraaf 4.3.3. • 4.3.1 Het gebruik van een regiobudget en de brede definitie van beschermd wonen. In de huidige situatie ontvangen alleen de centrumgemeenten een (historisch verdeeld) rijksbijdrage voor beschermd wonen. Als de volledige doordecentralisatie afgerond is, zullen alle gemeenten een rijksbijdrage voor beschermd wonen ontvangen op basis van een objectief verdeelmodel. Om deze overgang te faciliteren wordt het historische budget de komende jaren afgebouwd aan de hand van een ingroeipad. Het tempo van dit ingroeipad is gebaseerd op de geprognosticeerde uitstroom van bestaande cliënten. Na een aantal jaar zouden alle cliënten uitgestroomd moeten zijn2, waarna het budget op basis van deze prognose volledig objectief verdeeld wordt. Mogelijke gevolgen van de nieuwe verdeling en het ingroeipad Deze nieuwe verdeling en het bijbehorende ingroeipad kunnen een aantal gevolgen hebben: • Voor centrumgemeenten: Indien de uitstroom van bestaande cliënten langzamer gaat dan voorspeld, en dus langzamer dan het ingroeipad, dan zullen er meer cliënten beschermd wonen dan waarvoor fi-
nanciële middelen worden ontvangen. Omgekeerd ontstaat er bij een snellere uitstroom ook een overschot. Voor regiogemeenten: Het objectieve budget neemt jaarlijks toe aan de hand van hetzelfde ingroeipad. Effectief betekent dit dus dat het objectieve budget in gelijke tred zou moeten groeien met de instroom in beschermd wonen. Als de instroom van nieuwe cliënten in een gemeente sneller gaat dan verwacht, dan zal deze gemeente hiervoor te weinig financiële middelen ontvangen. Omgekeerd ontstaat er bij een lagere instroom ook een overschot. Voor alle gemeenten: Naast deze mogelijkheden waardoor een tekort of overschot kan ontstaan, kan het ook zo zijn dat het budget dat het objectieve verdeelmodel voorspelt voor een gemeente groter / kleiner is dan de kosten die deze gemeente maakt. Landelijk is de verklaringsgraad van het verdeelmodel vrij laag (minder dan 50%), wat betekent dat het objectieve budget dat een gemeente ontvangt vanuit het Rijk niet altijd goed aan zal sluiten bij de werkelijke kosten. Dit kan zowel hoger als lager liggen. Wat dit betekent op het niveau van iedere individuele gemeente is niet bekend.
Voordelen van het hanteren van een regiobudget De verwachting is dat er zowel gemeenten zullen zijn met een tekort, als gemeenten met een overschot. Een manier waarop het risico op een tekort kan worden verkleind, is door regionale samenwerking. Als de budget1 De tekorten op maatschappelijke opvang/vrouwen opvang worden al jaren
gedekt uit de reserve die ontstaat uit BW. Het is een landelijke tendens dat de middelen voor maatschappelijke opvang/vrouwen opvang voor de regio niet toereikend zijn en de middelen voor BW net ruim zijn bedeeld. 2 Cliënten die levenslang in beschermd wonen zouden verblijven, zijn als het
goed is de Wlz ingestroomd.
42
ten van alle gemeenten in een regio worden gebundeld voor de inkoop van beschermd wonen, heffen de tekorten en overschotten elkaar naar verwachting voor een groot deel op. Zelfs als dit niet volledig het geval is, zorgt het in ieder geval voor kleinere jaarlijkse schommelingen in de eventuele tekorten of overschotten. Tot slot sluit het hanteren van een regiobudget nauw aan bij het huidige systeem. De relatie tussen financiële middelen en een brede definitie voor BW-cliënten In de afgelopen jaren zijn er steeds meer zogenaamde tussenvormen van beschermd wonen ontwikkeld. Centrumgemeenten ontvangen momenteel financiële middelen vanuit het Rijk via een historische verdeling die is gebaseerd op de periode voordat deze tussenvormen werden ontwikkeld. Omdat ook het macrobudget in de tussentijd niet is veranderd (buiten indexatie), bevat dit historisch budget ook de financiële middelen voor BW-cliënten met tussenvormen. Met de overgang naar de objectieve verdeling verandert het macrobudget wederom niet. Dit betekent dat bekostiging voor de tussenvormen in ook in de toekomstige situatie in de financiële middelen vanuit het Rijk is inbegrepen.
Onderbouwingen voor het hanteren van een brede definitie voor BW-cliënten Voor het hanteren van de brede definitie voor beschermd wonen in het kader van de regionale samenwerking zijn een aantal onderbouwingen: • Aansluiting bij financiële middelen: De financiële middelen dekken in principe alle vormen (in de brede definitie) van beschermd wonen. Als er gekozen wordt om te werken met een regiobudget, dan is het logisch om hierbij aan te sluiten met de brede definitie van BW-cliënten.
•
•
Aansluiting bij huidige afspraken: Hoewel regiogemeenten in de huidige situatie op papier verantwoordelijk zijn voor tussenvormen, zijn er in Zeeland momenteel al afspraken om de centrumgemeente hiervoor te mandateren. Belang van opnieuw instromende cliënten: Het overgangsrecht gaat alleen gelden voor klassiek/ wettelijk beschermd wonen. Voor alle tussenvormen vallen cliënten die binnen een jaar opnieuw instromen onder de verantwoordelijkheid van de herkomstgemeente. Dat zou kunnen betekenen dat ze ergens anders naar toe moeten voor ondersteuning. Met de brede definitie van beschermd wonen, in combinatie met een regiobudget, wordt deze situatie voor cliënten voorkomen.
Een mogelijk nadeel van het hanteren van een brede definitie beschermd wonen inclusief IBT is dat het hierdoor lastiger is om het ondersteuningsaanbod lokale Wmo op het regionale beschermd wonen aanbod aan te laten sluiten. Dit kan het op- en afschalen van ondersteuning tussen lokaal en regionaal aanbod ingewikkelder maken. Het lijkt dus een verstandige keus om de brede definitie van beschermd wonen te (blijven) hanteren, zeker in combinatie met de keuze voor een regiobudget. Hierbij is het wel van belang dat er duidelijke afspraken worden gemaakt over welke vormen van ondersteuning er onder de tussenvormen van beschermd wonen vallen, en welke niet. Ook moet in de praktijk gemonitord worden hoe het op- en afschalen tussen lokale Wmo en regionale beschermd wonen ondersteuning verloopt.
4.3.2 Het structurele tekort maatschappelijke opvang/ VO in relatie tot de begroting beschermd wonen. In Zeeland is de rijksbijdrage beschermd wonen ruim bemeten en de rijksbijdragen maatschappelijke opvang en VO pakken minder gunstig uit. Dit heeft wellicht te maken met de verdeelmaatstaven die gehanteerd worden voor deze rijksbijdragen én het feit dat de rijksbijdragen maatschappelijke opvang en VO niet geïndexeerd worden. Zeeland is in dit opzicht niet uniek. Bovendien is de rijksbijdrage maatschappelijke opvang en VO nooit als kostendekkend uitgekeerd. Gemeenten worden geacht hun eigen aandeel te leveren m.b.t. het opvangen en ondersteunen van mensen die door wat voor reden dan ook dakloos (dreigen te) worden of slachtoffer zijn van huiselijk geweld. Gemeenten worden daarvoor gefaciliteerd via het Gemeentefonds.
Inhoudelijke en financiële verwevenheid maatschappelijke opvang en vrouwen opvang In Zeeland is er sprake van een inhoudelijke en financiële verwevenheid tussen maatschappelijke opvang en VO. Deze verwevenheid is gebaseerd op bewuste keuzes die de cliënt ten goede komen. Deze inhoudelijke verwevenheid brengt ook financiële verwevenheid met zich mee. Structureel tekort maatschappelijke opvang/vrouwen opvang Een deel van de structurele uitgaven maatschappelijke opvang/VO structureel wordt jaarlijks ten laste gebracht van de rijksbijdrage beschermd wonen. Het om een bedrag van ca. € 1 mln.
43
Het structurele tekort maatschappelijke opvang/vrouwen opvang en de doordecentralisatie beschermd wonen met ingang van 2023 Bij de doordecentralisatie beschermd wonen in 2023 en de overgang naar het objectief verdeelmodel zou het feit dat jaarlijks een bedrag van ca. € 1 mln ten laste gebracht wordt van de rijksbijdrage beschermd wonen tot problemen kunnen leiden. Dit is naar alle waarschijnlijkheid niet het geval omdat – voor zover nu bekend – het nieuwe verdeelmodel voor Zeeland in totaliteit weinig financiële gevolgen zal hebben: het totale budget voor beschermd wonen (bestaande uit de rijksbijdrage beschermd wonen die nog binnenkomt bij de centrumgemeente Vlissingen) blijft vanaf de start van de financiële doordecentralisatie in 2023 nagenoeg gelijk. Mogelijk neemt het gezamenlijke budget toe in de loop van het 10-jarig ingroeipad. Ook in de toekomst zal het dus naar alle waarschijnlijkheid mogelijk zijn om het tekort op maatschappelijke opvang/VO structureel aan te vullen vanuit het jaarlijks overschot op het regionale beschermd wonen budget. De afspraak dat het tekort maatschappelijke opvang/VO in 2023-2025 ten laste gebracht wordt van het regio budget beschermd wonen moet uiteraard wel expliciet vastgelegd worden in de NvO/Partnerschapsafspraken.
Ook moet op voorhand geregeld worden hoe hier vanaf 2026 mee omgegaan wordt in het geval dat de samenwerkingsafspraken na 2025 niet gecontinueerd of ingrijpend gewijzigd worden. Voorkomen moet immers worden dat de centrumgemeente Vlissingen geen financiële mogelijkheden heeft om dit tekort maatschappelijke opvang/ VO aan te vullen terwijl zij als centrumgemeente wel verantwoordelijk blijft voor de financiële gang van zaken rond maatschappelijke opvang en VO. Immers, pas in 2026 wordt bekend of maatschappelijke opvang al dan niet door gedecentraliseerd wordt en VO wordt in ieder geval niet door gedecentraliseerd.
Ambitie: één gezamenlijk budget bestaande uit de rijksbijdragen beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwen opvang Ook gezien de inhoudelijke overlap tussen beschermd wonen en maatschappelijke opvang/VO ,en de wens om daar waar mogelijk vraagstukken integraal op te pakken aangezien dit veelal tot beter passende oplossingen voor onze inwoners leidt én kosteneffectief is, is in de Regiovisie de ambitie neergelegd om te komen tot een samengevoegd budget bestaande uit de rijksbijdragen beschermd wonen (één rijksbijdrage via de centrumgemeenten en 13 rijksbijdragen via de regiomeenten) + de rijksbijdrage maatschappelijke opvang en de rijksbijdrage VO. Een dergelijke samenvoeging dient uiteraard gekoppeld te worden aan een gezamenlijke financiële verantwoordelijkheid voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en VO. Aangezien Vlissingen de art. 12 status heeft, zal dit onderwerp ook besproken worden met de art. 12 inspecteur. Kan de transformatie maatschappelijke opvang leiden tot een structureel lager kostenniveau? Gemeenten hebben niet alleen voor beschermd wonen maar ook voor maatschappelijke opvang een transformatieopdracht. De centrumgemeente Vlissingen heeft in december 2020 via de decembercirculaire een eenmalige decentralisatie-uitkering maatschappelijke opvang ontvangen van bijna € 2,7 mln.
Dit bedrag is gekoppeld aan het plan voor het terugdringen en voorkomen van dak- en thuisloosheid dat de gemeenten in september 2020 ingediend hebben. Dit plan is opgebouwd langs 3 lijnen: 1. Voorkomen van dak- en thuisloosheid (inclusief terugval), 2. Transformatie van de opvang door verbouw van de klassieke slaapzalen in zelfstandige woonplekken zodat er meer aandacht kan komen voor begeleiding vanuit een eigen woonplek, dit betekent ook dat er
meer woonplekken gecreëerd moeten worden, 3. Meer aandacht voor passende begeleiding. De 13 gemeenten zijn nu bezig met het verder uitwerken van dit plan en hebben 21 concept-maatregelen opgesteld. Naar verwachting zullen bepaalde maatregelen structurele kosten met zich mee brengen. Op dit moment is nog niet bekend of en wanneer dit geheel van maatregelen leidt tot een dusdanige transformatie die leidt tot meer effectieve preventie en meer kansen op snel herstel maar er tevens voor zorgt dat we op een structureel lager kostenniveau terecht komen. Herijking maatschappelijke opvang en veilige opvang Tegelijkertijd zijn we in de werkgroep maatschappelijke opvang bezig met een herijking van maatschappelijke opvang en VO. Dit zou tot gevolg kunnen hebben dat het tekort minder wordt. 4.3.3 Afwegingen rondom de te hanteren verdeelsleutel. Naar aanleiding van het overgenomen advies van de commissie Toekomst beschermd wonen door ministerie van VWS en BZK, is landelijk een bredere transformatie ingezet, die wordt gekenmerkt door de volgende drie verschuivingen: 1. Van regionale gecentraliseerde voorzieningen naar lokale ondersteuning; 2. Van verblijf naar ambulante voorzieningen (ambulantisering); 3. Van bestaand aanbod naar vraaggericht.
De opgave is een goede aansluiting tot stand brengen op de lokale infrastructuur in wijken en buurten met het oog op preventie van instroom en het bevorderen en bestendigen van uitstroom uit verblijfsvoorzieningen. Waarbij een groter deel van de huidige (en nieuwe) cliën-
44
ten beschermd wonen in de toekomst naar verwachting worden ondersteund met –intensievere vormen van – ambulante begeleiding in plaats van ondersteuning met verblijf in een intramurale voorziening. Het aanbod transformeert dan ook mee van aanbod (bestaande voorzieningen) naar vraaggerichte ondersteuning: levensbrede en domeinoverstijgende ondersteuning gericht op inclusie, herstel en participatie. Huidige situatie: historisch financieel verdeelmodel op basis van bestaand aanbod Met de decentralisaties van het sociaal domein in 2015 zijn ook de financiële middelen voor deze taken overgegaan naar de gemeenten. Hiervoor heeft het Rijk in 2015 een ‘foto’ gemaakt van de situatie van beschermd wonen – voorzieningen en cliënten – op dat moment. Op basis van die foto is het budget vastgesteld. Ditzelfde budget is vervolgens jaarlijks via de centrumgemeenten uitgekeerd aan de gemeenten. Dit model kennen we als het historische financieel verdeelmodel. Openstelling Wlz Voor mensen die als gevolg van een psychische kwetsbaarheid blijvend behoefte hebben aan permanent toezicht of 24-uurs zorg in nabijheid, is op 1 januari 2021 de Wet langdurige zorg (Wlz) opengesteld. Ongeveer 53 procent van de huidige cliënten in beschermd wonen zijn hiervoor in aanmerking gekomen in Zeeland. Met de overgang van cliënten van de Wmo naar de Wlz wordt ook het zorgbudget van deze cliënten overgeheveld.
Toekomstige situatie: objectief verdeelmodel op basis van de vraag De doordecentralisatie, die op 1 januari 2023 in werking zal treden, moet de verhoudingen weer in balans brengen. Vanaf 1 januari 2023 wordt het rijksbudget – met
een ingroeipad van tien jaar – verdeeld door middel van een nieuw objectief financieel verdeelmodel. De kern van dit verdeelmodel is dat het budget niet langer op basis van historische gegevens wordt verdeeld, maar op basis van objectieve verdeelmaatstaven. Hierbij wordt gekeken naar de demografische samenstelling van de gemeente, aangevuld met de aanwezigheid van zogenaamde risicofactoren. Deze gegevens bepalen samen hoeveel budget er naar elke afzonderlijke gemeente gaat. De definitieve uitname Wlz is gepubliceerd in de septembercirculaire 2021. De rijksbijdrage beschermd wonen 2021 en 2022 voor de resterende beschermd wonen cliënten, is nu dus bekend. De uitname Wlz is in Zeeland hoog gezien het feit dat zo’n 53 % van de cliënten overgaan naar de Wlz. Door deze hoge uitname is er in Zeeland de facto sprake van een zesjarig ingroeipad: vanaf 2029 jaar ontvangen de 13 gemeenten alle beschermd wonen middelen op grond van het objectief verdeelmodel. De rijksbijdrage beschermd wonen (op grond van het historisch verdeelmodel) die de centrumgemeente Vlissingen ontvangt, staat in 2029 op nul, zie de tabel in bijlage 1. De verdeling voor toegang en preventie vanuit het regiobudget Zoals opgenomen onder de afspraken wordt er vanuit het regiobudget een bedrag overgeheveld naar de dertien gemeenten om de toegang in te kunnen richten, en preventie-werkzaamheden op te zetten.
Voor de toegang gaat het om € 200.000 per jaar, die verdeeld worden over de 13 gemeenten. Voor preventie is er nog geen concreet voorstel. Voor de wijze waarop deze bedragen worden verdeeld onder de gemeente zijn twee opties: 1. Via dezelfde objectieve verdeelsleutel als waarmee het rijksbudget wordt verdeeld. 2. Via een verdeelsleutel op basis van het aantal inwoners.
Gemeente
Landelijk verdeelmodel Borsele 1,7% Goes 1,5% Hulst -0,1% Kapelle 5,0% Middelburg -0,6% Reimerswaal 0,6% Terneuzen -3,2% Tholen 1,7% Veere 2,4% Vlissingen 0,8% Schouwen-Duiveland 0,4% Noord-Beveland -0,7% Sluis -2,6%
Inwoners -0,3% 1,7% 0,1% 0,1% 1,2% 1,2% -0,8% 0,4% -0,6% -0,6% -0,3% -0,4% -2,4%
Het objectieve verdeelmodel is geijkt op het aantal instromende cliënten. De financiële middelen die nodig zijn voor het inrichten van de toegang en preventie schalen naar alle waarschijnlijkheid met het aantal instromende cliënten. Op basis daarvan kunnen we stellen dat de objectieve verdeelsleutel waarmee het rijksbudget wordt verdeeld inhoudelijk waarschijnlijk beter past bij het doel van het budget dat verdeeld wordt over de dertien gemeenten. Dit verdeelmodel kent echter ook een nadeel. De maatstaven waarop het model is gebaseerd (voornamelijk de maatstaf “hoge zorgkosten”) fluctueren op jaarbasis doorgaans meer dan het aantal inwoners van een gemeente. Dit betekent dat de verdeling volgens dit verdeelmodel ook minder stabiel is, en dat het budget dat een gemeente van jaar op jaar ontvangt meer kan schommelen dan het geval zou zijn bij de verdeelsleutel op basis van het aantal inwoners.
45
De fluctuaties voor beide verdeelsleutels zijn in de tabel rechts in beeld gebracht. Hiervoor is een vast regionaal budget gehanteerd, en zijn de beschikbare gegevens uit 2017 en 2020 gebruikt, om de verdeling over de Zeeuwse gemeenten te maken aan de hand van beide verdeelsleutels. In de tweede kolom zijn de procentuele fluctuaties van de gemeentelijke budgetten weergegeven indien de objectieve verdeelsleutel van het rijksbudget wordt gebruikt, en in de derde kolom de fluctuaties bij het gebruik van een verdeelsleutel op basis van het aantal inwoners. Te zien is dat de schommelingen op basis van het landelijke verdeelmodel doorgaans groter zijn dan de schommelingen op basis van het aantal inwoners. De gemiddelde fluctuatie bij gebruik van het landelijke verdeelmodel (in absolute waarde) bedraagt 1,6%, maar voor een individuele gemeente zijn er fluctuaties tot 5% te zien. Bij gebruik van het verdeelmodel o.b.v. het aantal inwoners is de gemiddelde fluctuatie (in absolute zin) 0,8%, en ook de grootste individuele fluctuatie is kleiner (2,4%).
4.4 De volledige decentralisatieopgave wordt gemonitord om te zien welke effecten dit heeft op korte en middellange termijn. Hierbij willen we niet alleen monitoren wat we binnen de gezamenlijke inkoop doen, maar ook welke effecten in de afzonderlijke gemeenten optreden. Daarnaast is monitoring belangrijk om te volgen of de partnerschapsafspraken en de gekozen verdeelsleutels daadwerkelijk effectief zijn en geen onbedoelde neveneffecten veroorzaken. • Er is een centrale backoffice nodig voor de administratie. • Het systeem moet tussentijds geëvalueerd worden en zo nodig bijgesteld kunnen worden.
Bijlage 1: Overzicht objectief verdeelmodel per totaalbudget komende 10 jaar (op basis van septembercirculaire 2021, het definitieve model volgt in mei 2022)
4.5 De governancestructuur die de Zeeuwse gemeenten hiervoor met elkaar afspreken moet ondersteunend zijn aan de transformatieopgave en deze partnerschapsafspraken.
Kort samengevat is de objectieve verdeelsleutel waarmee ook het rijksbudget wordt verdeeld het voordeel dat het beter aansluit bij het doel van de te verdelen middelen, maar het nadeel dat de verdeling meer fluctueert op jaarbasis. De verdeling op basis van het aantal inwoners sluit inhoudelijk minder goed aan bij het doel van de te verdelen middelen, maar is stabieler van jaar tot jaar. De daadwerkelijke uitkomsten voor beide verdeelsleutels zijn opgenomen in bijlage 2. De keuze voor een van beide verdeelmodellen moet uiteindelijk een bestuurlijke keuze zijn.
46
Onderstaand zijn de geraamde budgetten voor de Zeeuwse gemeenten weergegeven op basis van het objectieve verdeelmodel. Voor deze verdeling zijn de maatstaven gebruikt uit 2020. Ieder jaar worden deze maatstaven geactualiseerd naar de huidige stand, waarmee
JAAR
TOTAAL REGIO
BORSELE
GOES
HULST
ook de objectieve verdeling verandert. Onderstaande tabel betreft dus alleen een inschatting van de budgetten voor de komende 10 jaar op basis van de gegevens van 2020.
KAPELLE
MIDDELBURG NOORD-B
REIMERSWAAL
SCHOUWEN-D SLUIS
Bijlage 2: optie A en B verdeelsleutel
TERNEUZEN THOLEN
VEERE
VLISSINGEN
CG VLISSINGEN
HISTORISCH
2021
€ 34.370.168
€ -00
€ -00
€ -00
€ -00
€ -00
€ -00
€ -00
€ -00
€ -00
€ -00
€ -00
€ -00
€ -00
€ 34.370.168
2022
€ 33.090.006
€ -00
€ -00
€ -00
€ -00
€ -00
€ -00
€ -00
€ -00
€ -00
€ -00
€ -00
€ -00
€ -00
€ 33.090.006
2023
€ 33.424.216
€ 183.560
€ 463.646
€ 277.990
€ 123.045
€ 440.955
€ 89.116
€ 178.441
€ 273.671
€ 260.724
€ 536.290
€ 203.100
€ 159.138
€ 412.633
€ 29.821.908
2024
€ 33.755.492
€ 585.080
€ 1.477.832
€ 886.069
€ 392.197
€ 1.405.505
€ 284.050
€ 568.764
€ 872.303
€ 831.034
€ 1.709.378
€ 647.363
€ 507.240
€ 1.315.231
€ 22.273.446
2025
€ 34.089.310
€ 921.802
€ 2.328.345
€ 1.396.014
€ 617.911
€ 2.214.393
€ 447.524
€ 896.096
€ 1.374.326
€ 1.309.306
€ 2.693.149
€ 1.019.930
€ 799.164
€ 2.072.165
€ 15.999.185
2026
€ 34.424.045
€ 1.204.659
€ 3.042.803
€ 1.824.384
€ 807.519
€ 2.893.885
€ 584.848
€ 1.171.065
€ 1.796.041
€ 1.711.069
€ 3.519.548
€ 1.332.897
€ 1.044.389
€ 2.708.014
€ 10.782.923
2027
€ 34.743.879
€ 1.442.282
€ 3.643.004
€ 2.184.249
€ 966.804
€ 3.464.712
€ 700.211
€ 1.402.061
€ 2.150.316
€ 2.048.583
€ 4.213.788
€ 1.595.815
€ 1.250.397
€ 3.242.177
€ 6.439.479
2028
€ 35.063.712
€ 1.642.542
€ 4.148.834
€ 2.487.531
€ 1.101.044
€ 3.945.785
€ 797.435
€ 1.596.737
€ 2.448.886
€ 2.333.027
€ 4.798.871
€ 1.817.393
€ 1.424.015
€ 3.692.352
€ 2.829.260
2029
€ 35.383.546
€ 1.803.007
€ 4.554.147
€ 2.730.547
€ 1.208.609
€ 4.331.262
€ 875.339
€ 1.752.728
€ 2.688.126
€ 2.560.949
€ 5.267.689
€ 1.994.941
€ 1.563.131
€ 4.053.070
€0
2030
€ 35.703.380
€ 1.819.305
€ 4.595.312
€ 2.755.228
€ 1.219.534
€ 4.370.413
€ 883.251
€ 1.768.571
€ 2.712.424
€ 2.584.097
€ 5.315.304
€ 2.012.973
€ 1.577.261
€ 4.089.706
€0
2031
€ 36.023.214
€ 1.835.602
€ 4.636.478
€ 2.779.910
€ 1.230.458
€ 4.409.564
€ 891.163
€ 1.784.414
€ 2.736.722
€ 2.607.246
€ 5.362.919
€ 2.031.005
€ 1.591.390
€ 4.126.342
€0
2032
€ 36.343.048
€ 1.851.900
€ 4.677.643
€ 2.804.592
€ 1.241.383
€ 4.448.714
€ 899.076
€ 1.800.257
€ 2.761.020
€ 2.630.394
€ 5.410.534
€ 2.049.038
€ 1.605.519
€ 4.162.978
€0
47
Inwoneraantal
Verdeelsleutel optie A o.b.v. objectief verdeelmodel in %
Verdeelsleutel optie Bo.b.v. inwoneraantal in %
Verschil
Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen
22.739 38.082 27.556 12.695 48.822 7.392 22.730 33.839 23.210 54.426 25.757 21.880 44.360
5,10 12,87 7,72 3,42 12,24 2,47 4,95 7,60 7,24 14,89 5,64 4,42 11,45
5,93 0,83 9,93 -2,94 7,19 -0,53 3,31 -0,11 12,73 0,49 1,93 -0,55 5,93 0,97 8,82 1,23 6,05 -1,19 14,19 -0,70 6,72 1,08 5,71 1,29 11,57 0,11
Totaal
383.488
100%
100% 0,00
48
Dankwoord Dit Regiovisie BW/MO document kwam tot stand met de medewerking van: Dank aan Stichting Ypsilon, Stichting Hersteltalent en Zorgbelang Zeeland West-Brabant. We bedanken zorgaanbieders, corporaties, adviesraden en cliëntvertegenwoordigers voor hun deelname aan de sessies die plaatsgevonden hebben bij de totstandkoming van deze regiovisie.
Stichting HerstelTalent en alle fotomodellen/ervaringsdeskundigen die hun eigen schroom opzij hebben gezet om beschermd wonen in Zeeland een gezicht te geven. Hartelijk dank voor jullie moed.
Ook willen we de vertegenwoordigers van Juvent, Emergis, Leger des Heils, CKZ en Novafarm Grip bedanken voor de inzichten die wij in dit document mogen delen. De vertegenwoordigers van deze zorgaanbieders gaven antwoord op twee vragen: • •
De tendens is: ‘van intramuraal naar beschermd thuis’. Wat is uw visie op deze ontwikkeling? Wat is uw toekomstdroom voor beschermd wonen in Zeeland?
Vormgeving de Wilde Zeeuw Ontwerpers | dwzo.nl Fotografie en illustratie: Ronès Wielinga Concept en vorm: Sophie Noens
49