Bijlage 1 - Regiovisie BW-MO Zeeland 2022-2025
Tekst van het document
Regiovisie
Beschermd Wonen
Maatschappelijke opvang Zeeland 2022-2025
1
Inhoud
1. Versnellingsagenda als uitgangspunt 2. Om wie gaat het? 3. Preventie en vroegsignalering 4. Toegang 5. Wonen 6. Voorzieningen en ondersteuningsbehoefte 7. Inkoop, contractbeheer, toezicht en kwaliteit 8. Bekostiging en partnerschap 9. Governance 10. Monitoring en evaluatie
Inleiding Voor u ligt de aangescherpte Regiovisie die de gemeenten hebben opgesteld in het kader van de landelijke Norm voor Opdrachtgeverschap Beschermd Wonen-Maatschappelijke Opvang (NvO). Iedere regio wordt geacht de NvO eind december 2021 of uiterlijk begin 2022 te hebben geïmplementeerd. De niet vrijblijvende samenwerkingsafspraken die gemeenten gezamenlijk vastleggen in deze Regiovisie, zijn een randvoorwaarde voor een verantwoorde start van de financiële doordecentralisatie van Beschermd Wonen per 1-1-2023. Bij de transformatie van ‘beschermd wonen naar beschermd thuis’ verschuift het zwaartepunt van wonen met ondersteuning in een intramurale setting naar wonen in de wijk met ondersteuning in de vertrouwde omgeving, dichtbij huis. Op die manier krijgen ook inwoners met een psychische kwetsbaarheid of inwoners die te maken gehad hebben met (dreigende) dak- en thuisloosheid, meer mogelijkheden om te werken aan hun herstel en deel te nemen aan de samenleving. Tegelijkertijd verschuiven via een ingroeipad van 2023-2032
de financiële middelen voor beschermd bonen én de financiële verantwoordelijkheid van de centrumgemeente naar de 13 Zeeuwse gemeenten. De gemeenten moeten immers meer financiële armslag krijgen om hun lokale infrastructuur te versterken en beter toe te rusten op de zorgvraag van inwoners met een psychische kwetsbaarheid. De centrumgemeente-constructie is een aflopende zaak en de 13 gemeenten gaan met elkaar een nieuwe governance voor beschermd Wonen inrichten.
Om in deze overgangsfase, die gepaard gaat met ingrijpende veranderingen én grote financiële onzekerheden, continuïteit van zorg te kunnen garanderen en tegelijkertijd de transformatie van het zorglandschap op voortvarende wijze vorm te geven, zijn solide samenwerkingsafspraken noodzakelijk. We gaan de winkel gedurende meerdere jaren verbouwen terwijl de verkoop gewoon doorgaat. Hier mag niemand nadeel van ondervinden, zeker niet de kwetsbare inwoners die van onze ondersteuning afhankelijk zijn.
2
Ook na de start van de financiële doordecentralisatie van beschermd wonen in 2023, blijven we (in ieder geval in de periode 2023-2025) Beschermd Wonen gezamenlijk inkopen. De afspraken over de gezamenlijke bekostiging komen in hoofdstuk 8 aan de orde. In dit hoofdstuk worden ook de verdere financiële afspraken, de Partnerschapsafspraken, behandeld. Deze afspraken moeten ervoor zorgen dat de continuïteit van zorg goed geregeld is en iedere inwoner van Zeeland, die afhankelijk is van Beschermd Wonen, op dezelfde manier een beroep kan doen op deze zorg. De komende jaren blijven we denken en handelen vanuit een gezamenlijk regiobudget zodat er geen sprake is van voordeel- of nadeelgemeenten.
Leeswijzer Deze aangescherpte Regiovisie bevat een inhoudelijk gedeelte waarbij de onderwerpen preventie, toegang, wonen en voorzieningen centraal staan. Samen vormen zij de kapstok voor het inrichten van het nieuwe zorglandschap. De huidige stand van zaken wordt beschreven en vervolgens de gewenste situatie vanaf 2022. Vervolgens komen de onderwerpen aan de orde die de voorwaarden moeten creëren om de gewenste situatie te realiseren, zoals inkoop en contractbeheer, kwaliteit en toezicht. De verdere uitwerking en implementatie krijgen een vervolg in de uitvoeringsagenda.
De contouren voor de nieuwe governance komen in hoofdstuk 9 aan de orde en de monitoring en evaluatie van de afspraken in 2024, in hoofdstuk 10. Waarom deze aangescherpte Regiovisie? De Zeeuwse gemeenten hebben in 2017 de Regiovisie Bescherming en Opvang in Zeeland opgesteld, in overeenstemming met visie van de commissie Dannenberg (van beschermd wonen naar beschermd thuis). Dit was een eerste stap in de transformatie van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Een belangrijk onderdeel in de transformatie is de doordecentralisatie van beschermd wonen. Hierbij worden - in plaats van alleen de huidige centrumgemeenten - álle gemeenten verantwoordelijk voor de zorg en ondersteuning aan inwoners met een psychische kwetsbaarheid. Ter voorbereiding op de doordecentralisatie is in 2019 de Regiovisie uitgewerkt in de Versnellingsagenda Bescherming en Opvang in Zeeland.
De transformatie is alleen verantwoord als sprake is van een zorgvuldige overgang en een krachtige regionale samenwerking. Gemeenten hebben daarom medio 2020 ingestemd met een Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang, waarin niet-vrijblijvende afspraken zijn opgenomen tussen gemeenten binnen een regio en tussen regio’s onderling. Hiermee nemen gemeenten de verantwoordelijkheid om regionale samenwerking te verbeteren, het opdrachtgeverschap te versterken en de administratieve last te verminderen.
3
Versnellingsagenda als uitgangspunt
NAAR
VAN
MESSIE
MEDICIJN
INTRA MURAAL
IN DE WIJK
1
Versnellingsagenda als uitgangspunt Deze Regiovisie is een aanscherping en een verdere uitwerking van de thema’s die zijn benoemd en vastgesteld in de Versnellingsagenda. In deze agenda hebben de Zeeuwse gemeenten op zes thema’s een visie geformuleerd en per thema afspraken vastgelegd over het samenwerkingsniveau (Zeeuws, lokaal of sub-regionaal). Deze thema’s zijn onder te verdelen in thema’s op inhoud (preventie, toegang, wonen en voorzieningen) en thema’s die voorwaardelijk zijn voor de inhoud (inkoop & contractbeheer, toezicht & kwaliteit, bekostiging & partnerschap). In deze Regiovisie zijn de thema’s aangescherpt en verder uitgewerkt. Vanuit de voorwaarden van de NvO is het zevende thema ‘governance’ toegevoegd. Per thema is de huidige stand van zaken beschreven, de afspraken vanaf 2022 en wat nog moet gebeuren.
“Alle toeters en bellen zijn niet altijd nodig. Kort, snel en simpel is vaak voldoende.” Mariska Ringelberg | Juvent
De afspraken in deze Regiovisie beperken zich tot de taken op het gebied van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Daar waar raakvlakken zijn met het beleidsveld vrouwenopvang/veilige opvang wordt hier melding van gemaakt. Visie en uitgangspunten In de Versnellingsagenda is een duidelijke visie beschreven gericht op ondersteuning met als doel het vergroten van zelfredzaamheid, het versterken van de participatie en op de kwaliteit van leven. Deze visie onderschrijven de gemeenten nog steeds en wordt in deze Regiovisie doorgetrokken. De visie is opgebouwd aan de hand van drie bewegingen die we hierna compact zullen beschrijven.
Herstelgedachte in de GGZ De herstelgedachte vindt haar inspiratie in het rapport ‘Over de brug’. In dit rapport wordt gepleit voor ambulantisering van de GGZ, een doel dat door VWS, zorgverzekeraars, gemeenten en zorgaanbieders is overgenomen. Hoop hervinden en moed verzamelen, een positief zelfgevoel ontwikkelen, een betekenisvol bestaan opbouwen en controle over het eigen leven hernemen, onder andere met behulp van begeleiding en financiële ondersteuning. Om de doelstellingen van ‘Over de Brug’ en de herstelgedachte te halen, heeft Zeeland het uitgangspunt om aan de dimensies van maatschappelijk herstel, medisch herstel en persoonlijk herstel evenwichtig aandacht te besteden.
5
“Cliënten in hun kracht zetten? Dit kan door te kijken wat de cliënt zelf kan en wat door het informele netwerk kan worden opgepakt.” Mariska Ringelberg | Juvent
Beschermd Thuis in het Sociaal Domein In de visie van Commissie Dannenberg staan sociale inclusie en het ‘normaliseren’ van het beschermd wonen centraal. Er wordt uitgegaan van 8 randvoorwaarden om tot sociale inclusie te komen. De Zeeuwse gemeenten omarmen de visie van commissie Dannenberg op hoofdlijnen met de volgende uitgangspunten: • • • •
Focus op herstel en participatie; Zo goed mogelijk zelfstandig wonen in de wijk; Zo veel mogelijk samenwerken met belangrijke partners zoals zorgverzekeraars, aanbieders en woningcorporaties; Lokaal wat kan, regionaal wat moet.
Juiste zorg op de juiste plek De essentie van de juiste zorg op de juiste plek is: de zorg zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij de mogelijkheden van de cliënt, waarbij de cliënt zoveel als mogelijk regie houdt. verplaatsen van zorg (dichterbij mensen thuis) en het vervangen van zorg (door andere zorg). Uitgangspunt voor de Zeeuwse gemeenten hierbij is: zorg zo licht mogelijk en zo zwaar als nodig. Daar waar er ambulante hulp geboden kan worden heeft dit de voorkeur boven een verblijf in een accommodatie.
Herstel in de eigen omgeving We kiezen ervoor om cliënten te laten herstellen in hun eigen omgeving. De focus wordt gelegd op herstel en participatie. Cruciaal is dat blokkades die de zelfredzaamheid belemmeren worden weggenomen. Dat betekent dat aan integraal herstel voor mensen moet worden gewerkt: wonen, werk/inkomen en zelfvertrouwen/ zelfredzaamheid. Ontbreekt een facet dan gaat het op de andere terreinen ook niet goed. De gemeenten willen zo in een effectief samenspel van lokale en regionale inzet aan integraal herstel werken.
6
Om wie gaat het?
C liëntperspectief Praktijk ervaringen Ervaringen uit netwerk en de buurt
e d n i n e B o rl egi d s c y c l u s be
Ja , d a t herken ik w e l Tip: blijf r ernaa n vrage
A h, da ’s ee n le er m om en t
2
Om wie gaat het?
“Ik ben op zoek naar de juiste verhouding tussen zelfstandigheid en hulp.”
Ook inwoners die te kampen hebben met een psychische kwetsbaarheid of door meerdere problemen de grip op hun leven (dreigen te) verliezen, willen een zo normaal mogelijk leven leiden en deelnemen aan de samenleving. In een inclusieve samenleving wordt hier zoveel mogelijk rekening mee gehouden en is er meer aandacht voor inwoners die een duwtje in de nodig hebben. In feite zijn dus alle inwoners van Zeeland aan zet. En wie hebben tijdelijk of langdurig extra ondersteuning nodig? Bij beschermd wonen gaat het om inwoners die als gevolg van psychische en psychosociale problemen niet meer zelfstandig kunnen wonen. Het aantal Zeeuwse inwoners in beschermd wonen op peildatum 1-7-2021 is 338. Deze inwoners ontvangen beschermd wonen: intramuraal (206 inwoners), geclusterd wonen (59 inwoners) en Intensieve Begeleiding thuis (73 inwoners). Bij maatschappelijke opvang gaat het om inwoners die vaak kampen met meerdere, elkaar beïnvloedende problemen. Zo is er vaak sprake van een combinatie van
dak- en thuisloosheid, geweldsproblematiek, schulden, psychiatrische en/of verslavingsproblemen en/of werkloosheid. Op dit moment maken circa 562 inwoners gebruik van de opvang inclusief de tussenvoorzieningen. Van deze groep maken 330 inwoners gebruik van de intramurale opvang.
Cliënt- en naastenperspectief De transformatie van beschermd wonen en maatschappelijke opvang vraagt om het centraal stellen van het perspectief en de behoeften van de mensen waar het om gaat. Mensen moeten maximaal ondersteund en gefaciliteerd worden om de eigen regie over hun leven te houden. Welke uitdagingen hebben ze in het leven, wat kunnen ze daarbij zelf oppakken en waarbij hebben ze ondersteuning nodig? Het actief werken aan eigen herstel gaat niet bij iedereen vanzelf. Het is belangrijk dat cliënten en hun naasten hier ondersteuning bij kunnen
8
krijgen. Ervaringsdeskundigen hebben een cruciale rol bij de ondersteuning aan herstel, omdat zij in staat zijn vanuit cliëntperspectief mee te denken. Cliënt- en naastenperspectief is ook bij beleidsontwikkeling belangrijk. De kwaliteit van beleid en uitvoering verbetert wanneer directbetrokkenen meedenken en inbreng leveren. Mensen die afhankelijk zijn van het beleid kunnen vertellen hoe dit in de dagelijkse praktijk uitwerkt, waar ze tegenaan lopen en waar de zorg en ondersteuning volgens hen aan moet voldoen. Dit geldt niet alleen voor het perspectief van de cliënt zelf, maar ook voor naasten die vaak een belangrijke rol vervullen bij de signalering van een psychische aandoening, (het volhouden van) de behandeling en het leven met de aandoening. Ook voor naasten heeft de betrokkenheid bij degene met psychische problematiek een grote impact op het eigen leven. De Zeeuwse gemeenten onderschrijven het belang van het centraal stellen van cliënt- en naastenperspectief en het gebruik maken van collectieve ervaringskennis. Het cliënt- en naastenperspectief loopt als een rode draad door deze Regiovisie. Voor het beleidsveld vrouwen opvang is dit uitgewerkt in de Regiovisie aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling Zeeland 2019-2023 ‘Voor een toekomst zonder geweld’.
voor gemeenten om collectieve ervaringskennis te ontsluiten. Dit project is nu in de afrondende fase, waarbij
“We moeten ook realistisch zijn. Er zijn mensen die niet zonder 24-uur begeleiding kunnen.” Vivian Scharmin | Emergis
deze methode is toegepast voor het ophalen van ervaringskennis ten behoeve van deze Regiovisie en voor het ‘Actieprogramma Weer Thuis’ in Walcheren. De Oosterschelderegio, Zeeuws-Vlaanderen en de gemeenten Veere en Middelburg doen mee met het koploperschap Onafhankelijke cliëntondersteuning (OCO). Uit het koploperschap OCO in de Oosterschelderegio blijkt dat OCO gericht op specifieke doelgroepen – voornamelijk jongeren en volwassenen met een geestelijke kwetsbaarheid – onvoldoende is geborgd. Momenteel loopt er een pilot in de Oosterschelderegio waarbij ervaringsdeskundigen (op het gebied van psychische kwetsbaarheid) voor OCO wordt ingezet als onderdeel van Team Thuis1 . In 2019 is de Sleutelnotitie beschermd wonen opgeleverd, waarin ervaringsverhalen van inwoners zijn beschreven en de klankbordgroep beschermd wonen advies heeft gegeven voor de doorontwikkeling van beschermd wonen in Zeeland. De opbrengsten van deze verschillende trajecten en notities worden gebruikt bij de (door)ontwikkeling van het cliënt- en naastenperspectief binnen Zeeland.
Huidige stand van zaken De collectieve ervaringskennis van mensen met een psychische kwetsbaarheid wordt in Zeeland op dit moment nog onvoldoende benut. Het CZW-Bureau heeft daarom aan Stichting Hersteltalent gevraagd om te onderzoeken hoe gemeenten ondersteund kunnen worden bij inzetten van collectieve ervaringskennis. Met subsidie van ZonMW ontwikkelt Stichting Hersteltalent een methode
9
“Ik kom hier niet vandaan maar wordt in Goes in de BW gedropt”
“We willen cliënten op alle vlakken zo zelfstandig mogelijk laten functioneren. ” Iwan van Esch | Novafarm Grip
Voorstellen 2022 en verder 1. We borgen cliënt- en naastenperspectief door de inzet van collectieve ervaringskennis, in elk geval bij beleidsontwikkeling en bij de inkoop van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. 2. We verankeren ervaringsdeskundigheid en onafhankelijke cliëntondersteuning bij het verlenen van zorg en ondersteuning vanuit het brede sociaal domein en zorgen ervoor dat dit toegankelijk is voor al onze inwoners. Hiervoor onderzoeken we hoe we nog beter invulling kunnen geven aan de rol van de ervarings-
deskundige en de rol van de onafhankelijke cliëntondersteuner. Wat moet er nog gebeuren? 1. We moeten afspreken op welke manier we cliënt- en naastenperspectief en de inzet van collectieve ervaringskennis bij beleidsontwikkeling en de inkoop van beschermd wonen en maatschappelijke opvang borgen. We moeten onderzoeken waar we collectieve ervaringskennis nog meer kunnen inzetten. 2. We gaan verder met het onderzoek naar de rol van de
ervaringsdeskundige en de rol van de onafhankelijke cliëntondersteuner bij beschermd wonen en maatschappelijke opvang.
1
Team Thuis is een oproepbaar multidisciplinair team die mensen op tijd begeleidt van wonen in een instelling naar weer zelfstandig wonen in de wijk. Team Thuis bestaat ten minste uit een gemeenteconsulent, de cliënt zelf, woningcorporatie, begeleider/zorgaanbieder en (onafhankelijke) cliëntondersteuner
10
Preventie en vroegsignalering
VOORKOMEN GROTERE PROBLEMATIEK
PEcRLIENT SPE CTIE
F
RK NETWE
STI E V S I U H
NG
IN K O M E N
THEMA’S D WEARGBEST K ED
ING
3
Preventie en vroegsignalering
“Er is bereidheid en dat levert mooie maatwerkoplossingen.” Mariska Ringelberg | Juvent
Door preventie en vroegsignalering willen we het verergeren van (psychische) problematiek of terugval na het afsluiten van behandeling of (intramuraal) verblijf zo veel mogelijk voorkomen. Een belangrijke voorwaarde is bestaanszekerheid. Dit is niet alleen de zekerheid van voldoende en een voorspelbaar inkomen, maar ook de zekerheid van een dak boven je hoofd in een geschikte en betaalbare woning, het hebben van werk en het mee kunnen doen in de samenleving. Ook het hebben van een thuis, met een netwerk waar iemand op kan terugvallen is van groot belang. Problemen op het ene leefgebied hebben vaak een effect op andere leefgebieden. Een integrale preventieve aanpak in de gemeenten is daarom nodig om duurzame verbeteringen te realiseren.
werk om de persoon heen en het bieden van integrale ondersteuning en concrete hulp op alle leefgebieden en in samenhang met elkaar. We leggen hierbij het accent op de mogelijkheden van personen in plaats van op de beperkingen. We vergroten de veerkracht en eigen regie. Ook stimuleren we sociale cohesie in wijken en dorpen.
Daarom zetten we in op het tijdig signaleren van problemen, het zien en horen van de persoon waar het over gaat en diens omgeving. Het mobiliseren van een net-
Huidige stand van zaken De focus en verantwoordelijkheid voor preventiebeleid beschermd wonen en maatschappelijke opvang ligt
12
primair op lokaal niveau. De Zeeuwse gemeenten hebben bestuurlijk commitment uitgesproken voor een basispakket aan preventiemaatregelen die gemeenten op een aantal thema’s houvast en richting geven voor (door) te ontwikkelen beleid. Dit zijn de thema’s: maatwerk, vroegsignalering, netwerk, betrekken en ondersteunen cliënt, expertise, dagbesteding/werk, huisvesting en monitoring. Gemeenten bepalen zelf hoe ze hier inhoudelijk vorm aan geven en zorgen voor aansluiting bij de lokale behoefte en bestaande maatregelen. De lokale toegangen spelen hierbij een belangrijke en sturende rol. De uitgangspunten voor de preventiemaatregelen zijn vastgelegd in de notitie Preventie beschermd wonen en maatschappelijke opvang van mei 2020. Wel willen we de lokale ontwikkelingen als regio monitoren. Op regionaal niveau zorgt de werkgroep Preventie voor kennisdeling tussen gemeenten en andere organisaties in Zeeland. Zij organiseert inspiratiesessies, waarin gemeenten en organisaties elkaar laten kennismaken met goede lokale voorbeelden, maar ook aangeven waar ze tegenaan lopen bij de ontwikkeling ervan. De eerste inspiratiesessie is gepland voor het najaar van 2021. Landelijk worden ook nieuwe preventieactiviteiten in de vorm van pilots aangeboden.
Om meer inzicht te krijgen in de effectiviteit van de verschillende preventiemaatregelen, wordt gebruik gemaakt van maatschappelijke kosten-batenanalyses (MKBA). Zeeland doet mee aan de pilot MKBA over inzet van ervaringsdeskundigheid bij het voorkomen van dak- en thuisloosheid. De pilot is gericht op het uitwisselen van informatie, vragen en ervaringen tussen gemeenten die de MKBA al geïmplementeerd hebben en gemeenten die hiermee willen gaan werken. Door deelname aan de pilot krijgen we inzicht in de effectiviteit, wordt zichtbaar welke partijen de inspanning moet leveren (en de kosten dragen) en welke partijen
“Toen ik mijn hulphond kreeg werd mijn begeleiding afgebouwd. Dat is pittig. Het heeft een tijd geduurd voordat ik om extra hulp durfde te vragen.”
baat hebben bij de maatregel. Ook is een landelijke preventiescanner ontwikkeld die op lokaal niveau aangeeft welke verbetermogelijkheden er zijn om de preventie van dak – en thuisloosheid nog succesvoller te maken. Voorstellen voor 2022 en verder 1. We ontvangen vanuit het regionale budget in de periode 2023-2025 middelen voor preventie en vroegsignalering op lokaal niveau. De verdeelsleutel staat beschreven in de bijlage ‘voorstel partnerschapsafspraken’. 2. Iedere gemeente legt (mocht deze er nog onvoldoende zijn) een duidelijke link tussen het basispakket preventiemaatregelen en de lokale toegang. 3. We spreken af hoe en tot op welk niveau we verantwoording afleggen over de inzet op lokaal preventiebeleid en met welk doel. 4. We richten een kennisdelingsstructuur in voor af-
stemming met elkaar en het delen van goede ideeën, nieuwe methodieken, vragen en adviezen op het vlak van preventie en vroegsignalering. Wat moet er nog gebeuren? 1. We moeten afspraken maken over de mate waarin we de inzet op lokaal preventie- en vroegsignaleringsbeleid willen monitoren en met welk doel (zie hoofdstuk Monitoring).
13
Toegang
Gemeente B past het beleid goed toe
Gemeente A kan nog een training gebruiken
VAN
H E k e e sh,e t ? hoe gaat A A NRG R O Z BIEDE
NT C L INëD E R -I N G O N STEU
ing fA waedger k
NAAR
DAGBESTEDING/WERK
BEGELEIDING
BESCHERMD WONEN
JOUW GEMEENTE
s TOEGANG
Centrale toegang beschermd wonen
Lokale toegang beschermd wonen
14
4
“Ik moet mezelf aan de gang houden, anders raak ik in een isolement. Gelukkig woon ik dicht bij een BW waar ik binnen kan lopen.”
Toegang We vinden het belangrijk om alle inwoners passende ondersteuning te bieden. Ondersteuning die aansluit op andere leefgebieden en (zo dicht mogelijk) georganiseerd is in de eigen leefomgeving en lokale zorginfrastructuur. Ook de toegang tot deze ondersteuning willen we zo dicht mogelijk bij onze inwoners organiseren. Om op- en afschaling van ondersteuning makkelijker te maken, wordt de toegang tot beschermd wonen integraal opgepakt met de toegang tot het sociaal domein. De toegang tot beschermd wonen wordt daarom lokaal uitgevoerd door de gemeenten. Ondanks dat iedere gemeente de lokale toegang vorm geeft op de voor die gemeente best passende wijze, blijft uniformiteit op dit punt belangrijk. We werken met een Zeeuws afwegingskader, zodat alle inwoners op gelijke wijze een beroep kunnen doen op beschermd wonen. Om de samenwerking tussen gemeenten te bevorderen en de lokale expertise te verbeteren ondersteunt een expertteam de lokale toegang. Het expertteam bestaat uit
medewerkers van de lokale toegang, zorgaanbieders, ervaringsdeskundigen en de onafhankelijk deskundige, die ook voorzitter is van het expertteam. Zo is - ook in het overgangsjaar - voldoende kennis, expertise en capaciteit beschikbaar. Een centrale registratie en het op orde krijgen en houden van het berichtenverkeer zijn belangrijk voor gemeenten om de lokale toegang goed vorm te geven. Deze regi stratie is een voorwaarde om goed te kunnen monitoren en waar nodig te sturen op de contractafspraken, beleid en bekostiging.
Huidige stand van zaken De toegang tot beschermd wonen wordt voor de regio Zeeland centraal uitgevoerd door het CZW-Bureau. Hierbij gelden de regels van landelijke toegankelijkheid. Deze gelden dus ook voor inwoners die buiten de regio beschermd gaan wonen of van buiten de regio naar Zeeland komen. De onafhankelijke deskundige heeft hierin een adviserende rol. Wanneer iemand beschermd wonen in de vorm van een pgb aanvraagt, wordt op dit moment de toegang tot beschermd wonen door de lokale toegang van de desbetreffende gemeente uitgevoerd.
15
Voor maatschappelijke opvang zijn de aanbieders gemandateerd om de toegang te regelen. Ook hier geldt de landelijke toegankelijkheid, wat betekent dat mensen van buiten de regio ook een beroep kunnen doen op de maatschappelijke opvang in Zeeland en andersom. De gemeenten in Zeeland hebben voor de uitvoering hiervan het door de VNG opgestelde convenant ondertekend. De beleidsregels uit dit convenant zijn opgenomen in het beleid van de gemeenten. De gemeente waar de cliënt zich meldt, is verantwoordelijk voor de eerste opvang. De aanbieders zijn via de centrumgemeente gemandateerd om dit te regelen. Na de eerste opvang onderzoekt de aanbieder in de welke gemeente of regio een traject in de maatschappelijke opvang de grootste kans van slagen heeft.
Het berichtenverkeer voor beschermd wonen werkt in de regio nog niet naar behoren. Dit vraagt van gemeenten en zorgaanbieders nog extra inspanningen.
Voorstellen voor 2022 en verder 1. De toegang tot beschermd wonen (intramuraal, geclusterd en intensieve begeleiding thuis) wordt per 1 januari 2022 voor nieuwe én bestaande cliënten uitgevoerd door de lokale toegang van de dertien Zeeuwse gemeenten. 2. 2022 zien we als overgangsjaar van de huidige situatie naar de nieuwe situatie. Per 2023 is iedere lokale toegang in staat de toegang tot beschermd wonen zelf vorm te geven. 3. De lokale toegang wordt in elk geval in 2022 ondersteund door een expertteam beschermd wonen. Dit team draagt bij aan een zorgvuldige overgang door de expertise en uniformiteit bij de lokale toegang te vergroten. De onafhankelijke deskundige speelt hierin ook een belangrijke rol en is voorzitter van het expertteam. 4. De bovenregionale plaatsing voor beschermd wonen loopt via de onafhankelijke deskundige. 5. We evalueren de nieuwe werkwijze inclusief het expertteam in september 2022. 6. Financiering van de kosten die gepaard gaan met het uitvoeren van de toegang voor beschermd wonen vindt voor 2022 plaats vanuit de rijksbijdrage beschermd wonen. 7. Vanaf 2023 worden deze kosten meegenomen in de partnerschapsafspraken en betaald vanuit het regiobudget beschermd wonen. 8. We maken in de tweede helft van 2023 afspraken over hoe in de toekomst de toegang tot maatschappelijke opvang georganiseerd wordt.
Wat moet er nog gebeuren? 1. De regionale werkgroep Toegang ondersteunt alle gemeenten bij de implementatie van de toegang beschermd wonen. De werkgroep levert een uniforme toegangsregeling, het afwegingskader en een handboek voor de toegangsmedewerkers met gezamenlijke uitvoeringsafspraken op. 2. De nieuwe toegangsregeling moet vóór 1 januari 2022 zijn vastgesteld door de colleges van B&W van alle dertien gemeenten. 3. Het huidige afwegingskader beschermd wonen wordt geëvalueerd en waar nodig bijgesteld en vastgesteld door de colleges van B&W vóór 1 januari 2022. 4. Er moeten afspraken worden gemaakt over de rol, taakomschrijving en positionering van de onafhankelijke deskundige vanaf 2023. 5. Er moeten afspraken worden gemaakt over samenwerking, informatie-uitwisseling en casusoverleg (warme overdracht) bij bovenregionale plaatsing. 6. We moeten het berichtenverkeer en de centrale registratiesysteem, nu gesitueerd bij het CZW-bureau, borgen. De Zeeuwse gemeenten en zorgaanbieders conformeren zich aan de verantwoordelijkheden en taken die zijn vastgelegd in de handleiding berichtenverkeer. Deze handleiding maakt onderdeel uit van het handboek toegang. 7. We moeten afspreken hoe de administraties van de lokale toegang voor beschermd wonen aansluiten op het centrale registratiesysteem c.q. het berichtenverkeer.
16
Wonen
B i n naennd e n 6 m aw o n i n g e e na a r v o o r kl stroom in
H e bo ei kn d e v o lidn g e n b e w ocnh i k b a a r ? s INTRAMUR AAL W O ORNA T I E CORPO
E Z EWE UOWO NS AGENDA
W EILNKDOEM WIJK en iD t ww oo rndi n g e n flex-
THUIS
17
5
Wonen
“Alles draait om indicaties. Als je daar niet aan voldoet val je buiten de boot.”
We streven voor al onze inwoners naar een stabiele woonplek in de samenleving. Het hebben van een eigen woonplek draagt bij aan de identiteit van mensen, geeft meer zelfvertrouwen en eigenwaarde. Het is één van de basisvoorwaarden voor het opbouwen van een zo zelfstandig mogelijk bestaan en om te werken aan stabilisatie, herstel en deelname aan de samenleving. We willen een inclusieve samenleving. Een samenleving waarin ook mensen die ondersteuning nodig hebben zich thuis voelen in de wijk of het dorp en hun leven vorm kunnen geven. Er is een gevarieerd arsenaal aan woonvarianten nodig om tegemoet te komen aan de woonbehoefte van inwoners, zoals zelfstandige woonruimte of geclusterde woonvormen. Daarnaast is het belangrijk dat er een sociaal vangnet aanwezig is in de wijken of dorpen waar deze inwoners op terug kunnen vallen.
Om dit te realiseren, organiseren we beschermd wonen, begeleiding en opvang zo dicht mogelijk bij onze inwoners, in hun eigen wijk en dorp. Dit betekent een verschuiving van wonen in een instelling naar zelfstandig (blijven) wonen in de eigen omgeving. Verblijf in de opvang zien we als laatste redmiddel (als er geen andere oplossingen voorhanden zijn). Belangrijke randvoorwaarden zijn de beschikbaarheid van voldoende woningen en een soepele overgang wanneer iemand vanuit een instelling uitstroomt naar zelfstandig wonen. Bij de
overgang naar wonen in de wijk of het dorp zorgen we voor een warme overdracht zodat mensen na uitstroom uit beschermd wonen, maatschappelijke opvang, veilige opvang, GGZ-kliniek of jeugdvoorziening op alle leefgebieden de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben om prettig te kunnen leven. Ook betekent dit dat we vroegtijdig contact hebben met woningcoörporaties.
18
Het woningtekort in Zeeland, net als in de rest van het land, bemoeilijkt de beschikbaarheid van (passende) woningen. Het gesprek met zorgaanbieders, woningcorporaties en de koppeling met de Zeeuwse woonagenda is daarom essentieel. De woonopgave is vooral een sub-regionaal vraagstuk vanwege de nauwe betrokkenheid van woningcorporaties en zorgaanbieders die in de verschillende gemeenten actief zijn. De corporaties zijn in de meeste gevallen sub-regionaal georiënteerd. Huidige stand van zaken Om uitvoering te geven aan de woonopgave werken gemeenten, zorgaanbieders en woningcorporaties samen binnen het actieprogramma Weer Thuis. Zowel in de Oosterschelderegio als in Zeeuws-Vlaanderen hebben deze partijen samenwerkingsafspraken gemaakt om de uitstroom vanuit een instelling naar zelfstandig wonen te ondersteunen, de overgang voor cliënten zo soepel mogelijk te laten verlopen en terugval te voorkomen. Deze afspraken zijn vastgelegd in een convenant. Voor de uitvoering werken beide sub-regio’s met een Team Thuis. Ook Walcheren is in het najaar 2021 gestart met het actieprogramma Weer Thuis en maakt gelijkluidende afspraken. Het landelijk programma ‘Een (t)huis, een toekomst’ benadrukt de inzet van tijdelijke woningen (flexwoningen) en alternatieven voor woningen zoals de transformatie van kantoorpanden.
In Zeeland worden deze mogelijkheden ook ingezet om (tijdelijke) woonruimte te creëren voor de inwoners die uitstromen uit beschermd wonen of maatschappelijke opvang. De bouwstenennotitie maatschappelijke opvang beschrijft hoe we dit vraagstuk in Zeeland gezamenlijk willen oplossen.
“Wij hebben cliënten die een periode heel beschermd wonen en dan opeens terug de maatschappij in moeten. Dan zien we vaak een terugval. Er zou een tussenvorm moeten zijn.” Sylvia van Waarde | Coöperatie Kleinschalige Zorg Zeeand
Voorstellen voor 2022 en verder 1. Alle gemeenten, aanbieders en woningcorporaties nemen de afspraken die voortvloeien uit het actieprogramma Weer Thuis op in de prestatieafspraken vanaf 2023. Tussen de Zeeuwse subregio’s worden afspraken gemaakt om de uitstroom met elkaar af te stemmen. 2. Om de uitstroom uit de voorzieningen te monitoren, houden we regionaal zicht op de wachtlijst voor woningen.
Wat moet er nog gebeuren? 1. De regionale effecten van ambulantisering moeten in kaart worden gebracht, waaronder het vastgoedvraagstuk over om- en afbouw van locaties. 2. We maken de verbinding tussen de Zeeuwse woonagenda en de uitvoeringsagenda bij deze Regiovisie.
19
Voorzieningen en ondersteuningsbehoeften 206 59 73 338
Intramurale voorzieningen Geclusterde voorzieningen Ondersteuning thuis Totaal aantal cliënten
We willen een verschuiving naar meer ondersteuning thuis
= Aantal cliënten beschermd wonen = Beschermd wonen = Maatschappelijke opvang
Schouwen-Duiveland
1
8
Veere
13
NoordBeveland
13
53
35
Tholen
76
19
Middelburg
562 330
Maatschappelijke opvang cliënten Gebruiken intramurale opvang
Vlissingen
18
Kapelle
4
Reimerswaal
Goes Borsele 40 51
7
Sluis
Terneuzen
Hulst
20
6
Voorzieningen en ondersteuningsbehoeften De Zeeuwse gemeenten nemen de verantwoordelijkheid voor een passend ondersteuningsaanbod voor alle inwoners die zijn aangewezen op beschermd wonen. Ze zorgen hierbij voor aansluiting op begeleiding vanuit het lokale Wmo aanbod. Het ontbreekt momenteel vaak aan (flexibel inzetbare) intensieve begeleiding voor een aanzienlijk aantal uren per week. Deze inzet garandeert dat mensen die zelfstandig blijven of gaan wonen, voldoende continuïteit en nabijheid van hulpverleners ervaren. Dit gebrek vergroot het risico op terugval en onveiligheid. Het is daarom belangrijk dat elke gemeente een breed Wmo-palet heeft van producten en voorzieningen: van lichte vormen van begeleiding tot zware vormen van opvang. Ook de aansluiting op het terrein jeugd is van belang, vanwege de overgang van jeugd naar Wmo voorzieningen bij het bereiken van de leeftijd van 18 jaar.
Huidige stand van zaken De fysieke beschermd wonen voorzieningen in Zeeland zijn ruim verspreid. In veel gemeenten is een locatie voor beschermd wonen aanwezig, in sommige gemeenten zijn dit er meerdere. Voor veel inwoners is in beginsel een voorziening voor beschermd wonen op niet al te grote afstand. Dit komt doordat spreiding van voorzieningen al geruime tijd het beleidsuitgangspunt is bij de grotere aanbieders. Tegelijkertijd is de verdeling van de fysieke voorzieningen tussen gemeenten niet in evenwicht. Soms zijn er wel drie tot vijf verschillende voorzieningen binnen één gemeente.
Voor een goede verdeling van beschermd wonen voorzieningen zijn verschillende punten van belang om te onderzoeken. Ten eerste is momenteel – na de uitstroom van 53% van de cliënten naar de Wet langdurige zorg (Wlz) – onvoldoende duidelijk of het huidige aanbod nog past bij de behoefte in onze regio. Voor de resterende behoefte aan intramuraal beschermd wonen moeten we onderzoeken hoe zorgaanbieders meer dan nu complementair aan elkaar kunnen werken. Ten tweede speelt de vraag in hoeverre aanwezig aanbod nieuwe of extra vraag creëert. Ten derde is het de vraag welke mate van spreiding past bij toekomstbeeld en hoe het brede arsenaal aan woonvarianten eruit moet zien.
21
“We moeten aandacht hebben voor de mensen die zowel kampen met verslaving als psychische problematiek en soms LVB. De voorzieningen daarvoor in Zeeland zijn beperkt.”
“Met een behandelaar heb je een andere klik dan met een ervaringsdeskundige die kan meepraten op hetzelfde level.”
Roderik Bin | Leger des Heils
De locaties voor dag- en nachtopvang staan in Terneuzen en Vlissingen. In Goes is ook opvangcapaciteit. Deze is gestart als noodbeddenvoorziening en is nu in ontwikkeling. Schouwen-Duiveland heeft eveneens een kleine noodopvangvoorziening. De tussenvoorzieningen (waar ook dak- en thuislozen zitten die qua gezinssituatie of problematiek niet in de opvang passen) zijn verspreid over Hulst, Oostburg (gemeente Sluis), Middelburg en Goes. In sommige gemeenten zijn opstap- en doorstroomwoningen beschikbaar. Verdere spreiding van de opvangcapaciteit en de ondersteuning aan de doelgroep verdient aandacht.
Voorstellen voor 2022 en verder 1. We zorgen voor een passend ondersteuningsaanbod van voorzieningen voor inwoners die vanuit de aard van hun problematiek (nog) niet zelfstandig (meer) kunnen wonen. 2. Gemeenten en zorgaanbieders werken toe naar een evenwichtige spreiding van fysieke voorzieningen over de regio. 3. Gemeenten, zorgaanbieders en woningcorporaties werken aan meer variatie in woonvarianten tussen zelfstandig wonen en intramuraal beschermd wonen, waaronder tussenvoorzieningen zoals geclusterd wonen.
Wat moet er nog gebeuren? 1. We brengen de actuele behoefte van inwoners in beschermd wonen en maatschappelijke opvang binnen onze regio in kaart. 2. We brengen in kaart welk ondersteuningsaanbod past bij deze behoeften. Hierbij gaat het om intramurale en tussenvoorzieningen, als ook ambulante ondersteuning. We richten het aanbod in vanuit de behoefte van cliënten en in lijn met de Dannenberg visie. 3. Samen met zorgaanbieders stellen we een spreidingsplan op voor voorzieningen beschermd wonen en opvang op basis van de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte. Binnen het spreidingsplan wordt rekening gehouden met voorzieningen die een regionale functie vervullen.
22
Inkoop, contractbeheer, toezicht en kwaliteit
E n ewnea a n s l u idte l o k a l e op ersteuning ond
TOEKOMST
G ezamen l i jke inkoop Zeel an d
2023
Evalueren
2025
7
Inkoop, contractbeheer, toezicht en kwaliteit De Zeeuwse gemeenten nemen de verantwoordelijkheid voor een passend ondersteuningsaanbod voor Beschermd wonen. Met de gezamenlijke inkoop van beschermd wonen inclusief de tussenvarianten borgen we als gemeenten de beschikbaarheid en continuïteit van beschermd wonen in Zeeland. Ook na de doordecentralisatie. Daarnaast werken we samen met de zorgaanbieders in de regio aan de beoogde transformatie. We doen dit door in de contracten met aanbieders meer afspraken te maken over innovatie, samenwerking, kwaliteit en volume. We geven zorgaanbieders de ruimte om te werken aan deze transformatie door meerjarige contracten aan te gaan. We sturen meer op: • Preventie van (terugval in) zwaardere zorgvormen; • De effectiviteit en uitstroomfacilitering door een integrale herstelgerichte cliëntaanpak, zorgcontinuïteit en financiële prikkels; • Variatie in (beschermd wonen) zorgvormen die meer
• • • •
aansluiten op de feitelijke zorgbehoefte van cliënten; Het flexibeler kunnen op- en afschalen van zorgintensiteiten bij en tussen zorgaanbieders; Regionale spreiding van beschermd wonen voorzieningen; Uitstroom naar herkomstgemeente, tenzij; Doelgerichte en rechtmatige inzet van zorgbudget.
Huidige stand van zaken De centrumgemeente Vlissingen koopt beschermd wonen in namens de dertien Zeeuwse gemeenten. De inkoop, het contractbeheer, toezicht en kwaliteitsbewaking zijn gemandateerd aan het CZW-Bureau. Binnen het huidige contract worden ook geclusterd beschermd wo-
nen en Intensieve Begeleiding Thuis samen ingekocht. Dit zijn feitelijk vormen van lokale Wmo-begeleiding en worden gezien als tussenvarianten, waarvoor de centrum gemeente budget ontvangt. De inkoop van bovenregionale plaatsen gebeurt nu ad hoc. Er zijn geen structurele afspraken. Voor de toekomst willen we hier goede afspraken over maken, daarom nemen we de inkoop van bovenregionale plaatsen mee in de inkoopstrategie voor beschermd wonen vanaf 2023. De regionale werkgroep Inkoop beschermd wonen is in 2021 gestart met de voorbereidingen voor de regionale aanbesteding beschermd wonen 2023-2025.
24
“Ik heb hulp nodig om te functioneren. Iemand waar ik een beroep op zou kunnen doen zou mij enorm helpen.”
Toezicht en kwaliteit is minimaal ingericht, alleen reactief toezicht is op dit moment ingekocht bij de GGD. De opvangvoorzieningen worden ingekocht door centrumgemeente Vlissingen via subsidieverlening. Voorstellen voor 2022 en verder 1. Het huidige contract voor de inkoop van beschermd wonen wordt verlengd met een jaar tot en met december 2022. 2. De Zeeuwse gemeenten kopen tot en met 2025 beschermd wonen gezamenlijk in. Hierbij verstaan we onder beschermd wonen: • Beschermd wonen in een instelling of wooninitiatief met 24-uurs beschikbaarheid van toezicht en ondersteuning; • Geclusterd beschermd wonen met 24-uurs beschikbaarheid van toezicht en ondersteuning.
• Intensieve Begeleiding Thuis (IBT) ambulante begeleiding thuis met de zekerheid van 24x7 onplanbare ondersteuning. 3. Een gemeente kan ervoor kiezen om IBT niet Zeeuws, maar lokaal/regionaal in te kopen. Deze keuze wordt verwerkt in de inkoopstrategie. 4. Wij evalueren in 2024, zodat wij tijdig afspraken kunnen maken over de inkoop vanaf 2026. 5. Binnen de inkoopstrategie 2023-2025 maken wij afspraken over centraal contractbeheer, toezicht, en kwaliteit en de invulling ervan zodat we goed kunnen sturen op de uitvoering en kwaliteit bij zorgaanbieders. 6. Ook maken wij afspraken met de regio’s waarmee wij regelmatig samenwerken over bovenregionale plaatsingen. 7. Cliënt- en naastenperspectief worden betrokken bij de aanbesteding 2023 - 2025.
Wat moet er nog gebeuren? 1. We brengen samen in beeld hoe het complete zorglandschap eruit ziet, om hiaten en overlap in producten te signaleren. 2. De regionale werkgroep Inkoop bereidt momenteel de aanbesteding 2023-2025 voor. Parallel aan deze Regiovisie beschermd wonen en maatschappelijke opvang wordt de inkoopstrategie voor 2023 tot en met 2025 de komende tijd vormgegeven. 3. Vanuit de nieuwe samenwerkingsvorm moet per 2023 invulling gegeven worden aan de uitvoering van contractbeheer, toezicht en kwaliteit, met daarbij specifieke aandacht voor lokale aansluiting. 4. De verdere uitwerking van toezicht en kwaliteit invulling geven en zorgdragen voor borging, onder ander in het contractbeheer.
25
Bekostiging en partnerschap
HISTOR ISCH BUDGET
OBJECT IEVE BUDGET TEN
In 2024 gaan we evalueren
En indien nodig voeren we in 2026 wijzigingen door op grond van de evaluatie
REGIO BUDGET Gezam elijke inkoo p besche rmd wonen
Verst evigin g lokale infras truct uur 13 gemee nte 26
8
Bekostiging en partnerschap De middelen voor beschermd wonen worden naar verwachting per 2023 doorgedecentraliseerd. Alle gemeenten ontvangen vanaf 2023 middelen voor beschermd wonen. De rijksmiddelen voor alle gemeenten worden objectief verdeeld en nemen stapsgewijs toe in gelijke tred met de verwachte instroom van nieuwe cliënten in de gemeenten. De overgang heeft een tijdspad van 10 jaar. In deze periode worden nieuwe cliënten gefinancierd vanuit de middelen per gemeente, bestaande cliënten vanuit het historisch budget dat bij de centrumgemeente blijft. Dit historisch budget ‘loopt over’ in de objectieve budgetten per gemeente.
singen ontvangt is nagenoeg gelijk aan het bedrag dat de gemeenten vanaf 2023 samen ontvangen. Dit alles is gebaseerd op de meest actuele versie van het objectieve verdeelmodel gepubliceerd in september 2021. De definitieve versie wordt gepubliceerd in de Meicirculaire 2022.
Tegelijkertijd verandert het budget dat de regio in zijn geheel krijgt. Dit lijkt voor Zeeland niet zo’n hele grote afwijking te zijn. Deze verandering komt door de overgang van een historisch verdeelmodel naar een objectief verdeelmodel. Het totaalbedrag in 2021 en 2022 dat Vlis-
Op dit moment kan iemand zich voor beschermd wonen tot elke gemeente in Nederland wenden. Op basis van een wetsvoorstel geldt, zoals het er nu naar uitziet, vanaf 2023 het woonplaatsbeginsel voor nieuwe cliënten beschermd wonen.
•
•
Nieuwe cliënten vallen dan onder de verantwoordelijkheid van de gemeente waar zij ingezetene zijn voorafgaand aan het beschermd wonen-traject (= de herkomstgemeente). Het gaat hierbij om het laatste woonadres, niet de gemeente waar zij beschermd gaan wonen. Bestaande cliënten vallen onder het overgangsrecht: voor hen blijft de gemeente verantwoordelijk die de beschikking heeft afgegeven (centrumgemeente Vlissingen). Dit zijn cliënten die vóór 1 januari 2023 een beschikking hebben gekregen én cliënten die binnen 12 maanden na het aflopen van de beschikking (dus
27
“Ik ben voor het realiseren van aanbod binnen de eigen regio.” Sylvia van Waarde | Coöperatie Kleinschalige Zorg Zeeand
niet per se aansluitend) opnieuw beschermd wonen nodig hebben. Dit overgangsrecht geldt alleen voor bestaande cliënten die volgens de wettelijke definitie beschermd wonen-cliënten zijn (dus een indicatie intramuraal beschermd wonen en niet voor de cliënten die geclusterd of IBT zorg ontvangen). De verschuiving van financiële verantwoordelijkheid vereist het ontstaan van een partnerschap, het maken van bindende bestuurlijke afspraken tussen alle dertien gemeenten. De Zeeuwse gemeenten willen samen optrekken voor de komende jaren. Samen willen we de transformatie beschermd wonen vormgeven en tot een succes maken. Huidige stand van zaken De Rijksbijdrage beschermd wonen wordt op dit moment als integratie-uitkering verstrekt aan de centrumgemeente Vlissingen. Vanuit deze rijksbijdrage worden alle vormen van beschermd wonen betaald, zoals we die
onder de huidige aanbesteding in de regio kennen (intramuraal, geclusterd en Intensieve Begeleiding Thuis). De Rijksbijdrage maatschappelijke opvang wordt eveneens verstrekt aan centrumgemeente Vlissingen. In 2025 wordt de doordecentralisatie beschermd wonen geëvalueerd. Op basis daarvan wordt beslist of maatschappelijke opvang in de toekomst ook verder wordt gedecentraliseerd. Tot die tijd blijft Vlissingen als centrumgemeente de middelen voor de maatschappelijke opvang ontvangen. Voorstellen voor 2022 en verder (zie bijlage voor meer achtergrondinformatie en een uitgebreide onderbouwing van deze voorstellen).
ondersteuning in de nabijheid. • Geclusterd beschermd wonen met 24/7 toezicht en ondersteuning in de nabijheid (nadere uitwerking reikwijdte en criteria nodig). Ondersteuning voor cliënten die zelfstandig wonen met ambulante begeleiding, zoals verstrekt vanuit het product Intensieve Begeleiding Thuis (IBT), wordt ook op regionaal niveau ingekocht, maar individuele gemeenten kunnen ook besluiten om dit zelf in te kopen. 2. De Zeeuwse gemeenten bekostigen beschermd wonen voor alle Zeeuwse cliënten gezamenlijk in de periode 2023 t/m 2025. Dit geldt voor: • Intramuraal beschermd wonen met 24/7 toezicht en ondersteuning in de nabijheid. • Geclusterd beschermd wonen met 24/7 toezicht en ondersteuning in de nabijheid (nadere uitwerking reikwijdte en criteria nodig). • Cliënten die zelfstandig wonen met ambulante begeleiding zoals we die wordt verstrekt vanuit het product Intensieve Begeleiding Thuis (IBT). • Bestaande (indicaties afgegeven vóór 2023) en nieuwe cliënten (indicaties afgegeven vanaf 2023) met een indicatie voor beschermd wonen intramuraal, geclusterd beschermd wonen en IBT. • Er zijn hierbij geen voor- en nadeelgemeenten, omdat alle bovengenoemde beschikkingen gezamenlijk worden bekostigd. • In 2024 wordt geëvalueerd om tot een nieuwe (en voortgezette of gewijzigde) situatie te komen in 2026.
1. De Zeeuwse gemeenten kopen van 2023 tot en met 2025 beschermd wonen gezamenlijk in. Onder beschermd wonen verstaan we: • Intramuraal beschermd wonen met 24/7 toezicht en
28
3. Voor de bekostiging wordt in de periode 2023 tot en met 2025 gewerkt met één regiobudget. • Het regiobudget wordt gevuld met: o Het (historisch) centrumgemeentebudget beschermd wonen o De objectieve budgetten beschermd wonen van de dertien gemeenten o De eigen bijdragen die gemeenten ontvangen voor inwoners met een indicatie intramuraal beschermd wonen. • De reserve centrumtaken - inclusief de bijbehorende risico’s van de centrumgemeente op 31-12-2022 - wordt overgeheveld naar het regiobudget. Voor het overhevelen van (een deel) van de reserve centrumtaken is toestemming van de art. 12 inspecteur nodig. Naar verwachting zal de inspecteur adviseren de evaluatie in 2024 af te wachten. Nodig is de risico analyse van de huidige en de toekomstige risico’s bij de centrumgemeente Vlissingen na 31-12-2022. Het is nog niet aangetoond dat de 13 gemeenten in staat zijn om de risico’s over te nemen én er zijn nog geen afhechtingsafspraken gemaakt voor het geval bij de evaluatie in 2024 besloten wordt om de gezamenlijke financiële afspraken ingrijpend bij te stellen. Hier komt nog bij dat op dit moment nog weinig bekend is over de nieuwe governance. Dit alles heeft tot gevolg dat gedurende de ingroeiperiode de centrumgemeente Vlissingen nog steeds risico’s loopt terwijl ze vanaf 2023 weinig sturingsmogelijkheden heeft.
• De tekorten meerjarenbegroting maatschappelijke opvang/vrouwen opvang2 (maatschappelijke opvang/vrouwen opvang) op begrotingsbasis zijn onderdeel van de begroting beschermd wonen (vraagt verdere uitwerking afspraken rondom maatschap-
• Voor de te hanteren verdeelsleutel (voor toegang, preventie en eventueel tekort op de reserve) bestaan verschillende opties. Het voorstel is om de verdeelsleutel vanuit het objectieve verdeelmodel te hanteren.
ings fA waedger k
pelijke opvang/vrouwen opvang, en hoe gaan we ermee om als de middelen niet toereikend zijn). • Uit het regiobudget wordt een bedrag overgeheveld naar de dertien gemeenten voor toegang en preventie. We gebruiken hiervoor een verdeelsleutel. Zie de bijlage voor een verdere uitwerking en onderbouwing van de verdeelsleutels. • Overschotten op het regiobudget worden tot en met 2025 binnen het regiobudget gehouden en niet tussentijds uitgekeerd. Tekorten gaan in eerste instantie ten laste van de reserve. Aan de voorkant worden afspraken gemaakt over de verdeelsleutel bij tekorten wanneer de reserve niet toereikend is. • Reserve is minimaal 10% en maximaal 15% van het regiobudget. Deze 15% is een voorlopige inschatting. Op basis van de uitkomsten van de risico-inventarisatie bij centrumgemeente Vlissingen kan dit maximumbedrag opgehoogd worden.
4. De volledige decentralisatieopgave wordt gemonitord om te zien welke effecten dit heeft op korte en middellange termijn. Hierbij willen we niet alleen monitoren wat we binnen de gezamenlijke inkoop doen, maar ook welke effecten in de afzonderlijke gemeenten optreden. Daarnaast is monitoring belangrijk om te volgen of de partnerschapsafspraken en de gekozen verdeelsleutels daadwerkelijk effectief zijn en geen onbedoelde neveneffecten veroorzaken. • Er is een centrale backoffice nodig voor de administratie. • Het systeem moet tussentijds geëvalueerd worden en zo nodig bijgesteld kunnen worden.
29
“Onze mensen komen vaak in coöperatiewoningen terecht. Aandacht voor draagkracht in de wijken is belangrijk. Dat is wel een kanttekening bij deze ontwikkeling.”
“Je kan het steunpunt bellen tussen 9 en 5, maar een terugval gebeurt meestal niet tijdens kantooruren.”
Roderik Bin | Leger des Heils
5. De governancestructuur die de Zeeuwse gemeenten hiervoor met elkaar afspreken moet ondersteunend zijn aan de transformatieopgave en deze partnerschapsafspraken. Wat moet er nog gebeuren? 1. In de werkgroep maatschappelijke opvang en de kerngroep huiselijk geweld en kindermishandeling (HGKM) is een voorstel voor herijking van maatschappelijk opvang en vrouwen opvang voorgelegd. Voorgesteld is om dit in het kader van en ook in het verlengde van de NvO verder uit te werken in afspraken De keuzes die leiden tot verwevenheid tussen maatschappelijk opvang en vrouwen opvang worden nogmaals ter instemming aan de 13 colleges voor-
gelegd én voor maatschappelijk opvang en vrouwen opvang wordt opnieuw gezamenlijk de grens tussen de lokale en de regionale verantwoordelijkheid vastgesteld. Deze actie kan gevolgen hebben voor het structurele tekort maatschappelijk opvang en vrouwen opvang, we verwachten dit overigens niet. 2. We spreken af dat we in de toekomst toewerken naar een regiobudget voor beschermd wonen, maatschappelijk opvang en vrouwen opvang. Hierin worden de drie rijksbijdragen voor de Zeeuwse gemeenten gebundeld. Een dergelijke samenvoeging dient uiteraard gekoppeld te worden aan een gezamenlijke financiële verantwoordelijkheid voor beschermd wonen, maatschappelijk opvang en vrouwen opvang. Aangezien Vlissingen de art. 12 status heeft, zal dit
onderwerp ook besproken worden met de art .12 inspecteur. 3. We bereiden de evaluatie in 2024 van bovengenoemde afspraken voor.
30
Governance
BESLUIT WERKCONSTRUCTIE
Regeling zonder meer Artikel 1
Constructie van de centrumgemeente
Gemeenschappelijk orgaan DB
Bedrijfsvoeringsorganisatie ...en wat dachten julie van: - zo licht mogelijk - zo zwaar als nodig - aansluiting bij Zeeuwse Samenwerking Sociaal Domein
Openbaar lichaam AB DB
9
Governance
“Meer ruimte voor trajecten met een functionele dagbesteding in combinatie met een pragmatische aanpak” Iwan van Esch | Novafarm Grip
Om de samenwerking tussen de dertien Zeeuwse gemeenten vorm te geven, moet er een stevig fundament liggen. De governance omvat de afspraken die we als dertien gemeenten maken om de samenwerking vorm te geven. Deze afspraken vormen de (juridische) basis waar we vanuit samenwerken voor beschermd wonen. Huidige stand van zaken Op dit moment is de gemeente Vlissingen centrumgemeente voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. De twaalf Zeeuwse gemeenten hebben Vlissingen voor deze taken gemandateerd. Vervolgens heeft Vlissingen mandaat verleend aan het CZW-bureau (College voor Zorg en Welzijn) om uitvoering te geven aan het beleid en de uitvoering van alle taken voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Het CZW-bureau is ondergebracht bij het Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio (SWVO).
Van SWVO maken de vijf Bevelandse gemeenten, Schouwen-Duiveland en Tholen deel uit. Het CZW-bureau heeft een stuurgroep waarin wethouders van een aantal Zeeuwse gemeenten zitting hebben met de wethouder van de gemeente Vlissingen als voorzitter. De dertien Zeeuwse gemeenten hebben nadrukkelijk uitgesproken dat zij gedurende de doordecentralisatie voor de taken van beschermd wonen regionaal willen samenwerken. Hiermee hebben de gemeenten ook uitgesproken tot een passende governance voor deze taken te komen. De dertien gemeenten zijn van mening dat een centrumgemeenteconstructie niet de best passende governance lijkt voor de toekomst, omdat de gemeen-
ten samen aan het roer willen staan. De bestuurders hebben de wens uitgesproken om een samenwerkingsverband in te richten die zo licht mogelijk is en zwaar als nodig is. De bestuurders hebben ook aangegeven dat zij graag onderzocht willen hebben of er een samenwerking kan plaats vinden op het aanpalende beleidsterrein van jeugd.
32
Voorstellen voor 2022 en verder 1. In 2022 blijft centrumgemeente Vlissingen gemandateerd voor de uitvoering van beschermd wonen 2. Vanaf 2023 gaat de nieuwe governance in. 3. We onderzoeken hoe we in de nieuwe governance goed kunnen aansluiten op de ontwikkelingen die regionaal spelen op het jeugdbeleid en kiezen in beginsel niet opnieuw voor een ‘centrumgemeente-constructie’. 4. De Norm voor Opdrachtgeverschap en ook de inkoop vraagt om één bestuurlijk aanspreekpunt voor de regio. Zolang er nog geen nieuwe entiteit is, ligt het voor de hand dat de voorzitter van de stuurgroep CZW bestuurlijk aanspreekpunt is voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang in Zeeland. 5. Halverwege 2024 evalueren we de samenwerkingsstructuur en -afspraken. Op basis van de evaluatie besluiten we tot voortzetting of wijziging hiervan per 2026. 6. We maken ontvlechtingsafspraken voor het geval van beëindiging van de samenwerking. Wat moet er nog gebeuren? 1. We willen in eind 2021 starten met het onderzoeken welke samenwerkingsvorm kan worden opgericht (‘zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig’), om daarin de Zeeuwse samenwerking voor beschermd wonen onder te brengen. 2. We komen vervolgens met een voorstel dat ter goedkeuring aan de raden van de Zeeuwse gemeenten zal worden voorgelegd, zodat oprichting in de loop van 2022 kan plaatsvinden.
“Ik wil een opleiding volgen, maar je wordt geremd door de regels van de gemeente.”
2
De tekorten op maatschappelijke opvang/vrouwen opvang worden al jaren gedekt uit de reserve die ontstaat uit BW. Het is een landelijke tendens dat de middelen voor MO/VO voor de regio niet toereikend zijn en de middelen voor BW net ruim zijn bedeeld.
33
Monitoring en evaluatie
Hoe gaat het?
Mijn ervarin g is...
UITVOE RINGSAGENDA AHHA V I SIE
DOCUMENT
Hoe staat onze kwaliteit ervoor?
Grondig en helder beeld We hebben ruimte ingebou wd om aanpass ingen uit te voeren
Gedegen funderi ng
Verder bouwen aan systeem
Planning periodiek kijken
Gemeente A uitgave
Gemeente B uitgave
Gemeente C uitgave
TOEKOMST
10
Monitoring en evaluatie De Zeeuwse gemeenten zien de samenwerking op het gebied van beschermd wonen en maatschappelijke opvang als een lerende omgeving, een proces in doorontwikkeling. Er is altijd ruimte voor ontwikkeling naar beter, naar nieuwe inzichten, mogelijkheden en kansen. We willen dan ook een omgeving creëren die zich steeds en op alle niveaus aanpast aan veranderingen en vraagt om regelmatig onderhoud. Tussen gemeenten, maar ook in de samenwerking met cliënten (en naasten) en partners, liggen altijd weer nieuwe mogelijkheden om de kwaliteit te verbeteren. Hierbij is het de dagelijkse praktijk die vaak aanknopingspunten levert voor verdere ontwikkeling. Het planmatig organiseren van periodiek overleg om stil te staan bij waar we in de praktijk tegenaan lopen, biedt kansen en houvast om met onze partners in de regio in gesprek te blijven. Goede kwalitatieve en kwantitatieve monitoring vormt de basis van dit proces. Huidige stand van zaken Monitoring van beschermd wonen maakt onderdeel uit van het contractbeheer en is gemandateerd aan het CZW-Bureau. Afspraken met zorgaanbieders over monitoring zijn vastgelegd in de huidige inkoopcontracten. Deze monitoring is zowel kwalitatief, op basis van de geldende kwaliteitseisen, als kwantitatief. Kwantitatieve
informatie wordt nog uitgevraagd omdat het berichtenverkeer (de iWmo) voor beschermd wonen in de regio nog niet naar behoren werkt. Er wordt momenteel aan gewerkt om het berichtenverkeer bij gemeenten en zorgaanbieders op orde te krijgen, zodat er geen kwantitatieve gegevens meer handmatig aangeleverd hoeven te worden.
Er is een start gemaakt met monitoring maatschappelijke opvang bij het CZW-Bureau. Jaarlijks vindt er een uitvraag van gegevens plaats ten behoeve van de subsidieverantwoording, op basis van verantwoordingseisen en prestatie-indicatoren. Daarnaast bestaat de landelijke monitor dak- en thuisloosheid. Het aantal dak- en thuislozen is de afgelopen tien jaar verdrievoudigd. Landelijk
35
“Er zou meer diversiteit in beschermde woonvormen moeten komen, zodat we mensen, die nu tussen wal en schip vallen, kunnen ondersteunen bij hun herstelproces” Vivian Scharmin | Emergis
wordt dan ook veel aandacht besteed aan het monitoren van de mensen die aangewezen zijn op de opvang. Elk half jaar leveren aanbieders gegevens aan ten behoeve van deze centrale registratie. Voorstellen voor 2022 en verder 1. De volledige transformatie en decentralisatieopgave wordt gemonitord en geëvalueerd om te zien welke effecten dit heeft op korte en middellange termijn. Hierbij monitoren en evalueren we op inhoud (cliënten naastenervaring, preventie, toegang, wonen en voorzieningen) en op de voorwaarden (de gezamenlijke inkoop en bekostiging, de partnerschapsafspraken, de governance structuur en de samenwerking onderling en met de partners).
2. In 2022 hebben alle gemeenten het berichtenverkeer op orde. 3. We monitoren de voortgang van de implementatie van deze Regiovisie. Dit doen we door een uitvoeringsagenda op te stellen waarvan we periodiek de stand van zaken bespreken.
Wat moet er nog gebeuren? 1. Systeem inrichten voor monitoring en evaluatie van beschermd wonen. 2. Uitvoeringsagenda maken voortkomend uit de afspraken in deze Regiovisie voor de periode tot en met 2025.
36
Bijlagen
37
Bijlage bij Regiovisie beschermd wonen/maatschappelijke opvang Zeeland - Voorstel partnerschapsafspraken beschermd wonen in Zeeland 2023 tot en met 2025
1. Inleiding De dertien Zeeuwse gemeenten staan samen voor de opgave de transformatie van beschermd wonen conform de visie van de commissie Dannenberg ‘Van beschermd wonen naar beschermd thuis’ vorm te geven. De gemeenten volgen hierin landelijke beleidsuitgangspunten, neergelegd in de Meerjarenagenda Opvang en Bescherming (VWS, VNG en partners). Vanuit een historisch gegroeide situatie van hoofdzakelijk intramurale zorg willen de gemeenten toegroeien naar een landschap van zoveel mogelijk extramurale ondersteuning: daar waar de cliënt woont, of heeft gewoond. Dit vergroot de kans op herstel en participatie. Om dit transformatiedoel te kunnen realiseren zal tussen 2023 en 2032 de financiële verantwoordelijkheid verschuiven van de centrumgemeente naar de dertien (woon)gemeenten. Dat vereist het ontstaan van een partnerschap, het maken van bindende bestuurlijke afspraken daarover tussen alle dertien gemeenten. Het perspectief is: passende ondersteuning, zoveel mogelijk thuis. De gemeenten willen elkaar vasthouden voor de komende jaren waarbij er nog veel onzekere factoren op ons pad zijn, maar waarbij de gemeenten samen wel voor de opgave staan om continuïteit van zorg te bieden, de transformatie beschermd wonen vorm te geven en tot een succes te maken. In december 2020 zijn de uitgangspunten voor dit partnerschap onderschreven door de dertien portefeuillehouders in het CZW.