Bijlage 1. Concept Programmabegroting 2025
Tekst van het document
1
Programmabegroting 2025
11 maart 2024
Voorwoord Voor u ligt de programmabegroting 2025 van Veiligheidsregio Zeeland (VRZ). ‘Samen zorgen voor een veilig Zeeland’ is onze missie. Veiligheidsregio Zeeland maakt zich sterk voor de veiligheid van de Zeeuwse samenleving. Met onze samenwerkingspartners verkleinen we de risico’s in de regio en zijn we zeven dagen per week, dag en nacht, alert en operationeel om de effecten van een incident, ramp of crisis te beperken. Onze programmabegroting is gebaseerd op ons meerjarenbeleidsplan. We nemen u mee in een aantal actuele ontwikkelingen en de (financiële) doorvertaling hiervan naar de programmabegroting 2025. Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Daarmee is de focus verschoven van regelgericht adviseren naar risicogericht werken. We zijn in 2024 gestart met de transitie van advisering naar meer voorlichting, controle en toezicht. Naast de vele preventieve activiteiten blijft incidentbestrijding een belangrijke kerntaak. Dit doen we met onze vrijwilligers en beroepsbrandweer die dag en nacht klaarstaan. Vrijwilligheid vormt de basis van onze repressieve brandweerzorg, zowel voor de basisbrandweerzorg als bij opschaling bij grotere incidenten. Al langer is bekend dat de verbondenheid van onze brandweervrijwilligers daalt, net als in de rest van het land.
Eén van onze speerpunten is daarom het meer betrekken van de vrijwilligers die voor ons ontzettend belangrijk zijn. Om die reden hebben we in samenspraak met de vrijwilligers de Uitvoeringsagenda Vrijwilligheid opgesteld. Komende jaren krijgt het thema vrijwilligheid zowel landelijk als regionaal veel aandacht. Passend hierbij is het nieuwe dekkingsplan, deze signaleert kwetsbaarheden in onze brandweerzorg. Samen met de gemeenten beoordelen we voor welke kwetsbaarheden maatregelen nodig zijn. In 2023 is het realisatieplan ‘voorbereide crisisorganisatie' opgesteld om uitvoering te geven aan de doelstellingen uit ons meerjarenbeleidsplan. Sindsdien werken we in thema’s en ontwikkelsporen. Deze thema’s zijn de prioritaire risico’s die vastgesteld zijn door het bestuur. Het gaat om natuur, nucleair, transport, industrie en bedrijvigheid, gezondheid en ontwrichting. Zo zijn we ons bijvoorbeeld aan het voorbereiden op de bouw van eventuele kerncentrales en houden we ons bezig met de ontwikkelingen van de energietransitie. In 2025 werken we verder aan de uitvoering van het realisatieplan ‘voorbereide crisisorganisatie’. De geplande activiteiten en formatie-uitbreidingen worden gedekt uit de bestaande begroting en door de inzet van de extra BDUR-gelden.
Goed werkgeverschap betekent dat onze medewerkers en vrijwilligers in een veilige, duurzame en aantrekkelijke werkomgeving hun werk doen. Hiervoor moet de kwaliteit van huisvesting op orde zijn. De huisvesting voldoet in een aantal gevallen niet aan de gestelde eisen. Daarom investeren we de komende tijd op vier thema’s, namelijk: onderhoudsplanning, duurzaamheid, bouwkundige omgeving en de inrichting van werkplekken. In opdracht van ons dagelijks bestuur houden we hierbij ook rekening met de samenwerkingsplannen met de RUD en GGD. Daarnaast leven we in een wereld waarin technologische ontwikkelingen snel gaan. Effectieve informatievoorziening is essentieel. We moeten onze organisatie meenemen in tal van nieuwe processen en werkwijzen. Zo zijn we veerkrachtig en succesvol in de digitale toekomst. De doorontwikkeling van de digitale omgeving, ook vanuit het oogpunt van informatieveiligheid, wordt daarbij steeds belangrijker. In 2024 en 2025 ontwikkelen we ons informatielandschap verder door. De jaren 2026, 2027 en 2028 laten nog een tekort zien. De kapitaallasten kunnen in 2025 en 2026 onder het structurele begrotingsniveau blijven. Daarmee hoeven de gemeentelijke bijdragen in deze jaren, zoals eerder aangekondigd, niet verhoogd te worden. Vanaf 2027 wordt de gemeentelijke bijdrage stapsgewijs verhoogd.
De komende jaren komt er een piek in te vervangen (brandweer)materieel en -materiaal. Als we deze niet vervangen leidt dit tot vermindering van de operationaliteit en de slagkracht van Brandweer Zeeland. Tot slot, we zijn trots dat we een sluitende begroting aanbieden waarin we onze ambities uit het meerjarenbeleidsplan verder uitwerken. Daarbij is de verbinding met de dertien Zeeuwse gemeenten ook ontzettend belangrijk. In die verbinding blijven we investeren. Laten we samen streven naar een veiliger Zeeland, voor nu en in de toekomst. Joke Gaemers, waarnemend directeur VRZ
2
Inhoud Voorwoord .............................................................................................................................................................. 2 Inhoud ..................................................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 1: Beleidsbegroting ................................................................................................................................ 4 Deel 1.1: Het programmaplan ................................................................................................................................. 5 1.1.1 Programma ‘Toekomstbestendige brandweerzorg’ .............................................................................. 5 1.1.2 Programma ‘Voorbereide crisisorganisatie’ ......................................................................................... 13 1.1.3 Overhead / bedrijfsvoering .................................................................................................................. 18 1.1.4 Algemene dekkingsmiddelen ...............................................................................................................
19 1.1.5 Onvoorzien ........................................................................................................................................... 21 Deel 1.2: De paragrafen ........................................................................................................................................ 22 1.2.1 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen .............................................................................................. 22 1.2.2 Paragraaf Bedrijfsvoering ..................................................................................................................... 25 1.2.3 Paragraaf Financiering.......................................................................................................................... 27 1.2.4 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing ......................................................................... 30 1.2.5 Paragraaf Verbonden partijen .............................................................................................................. 34 Hoofdstuk 2: Financiële begroting en meerjarenraming ...................................................................................... 35 Deel 2.1: Uitgangspunten voor de begroting ........................................................................................................
36 Deel 2.2: Overzicht van baten en lasten en de toelichting ................................................................................... 39 2.2.1 Totaaloverzicht op economische categorie, inclusief meerjarenraming ............................................. 39 2.2.2 Totaaloverzicht per programma, inclusief meerjarenraming .............................................................. 39 2.2.3 Specificatie per programma naar economische categorie, inclusief meerjarenraming ...................... 40 2.2.4 Overzicht met vergelijkende cijfers uit de concept-jaarrekening 2023 en de begroting 2024 ............ 41 2.2.5 Incidentele lasten en baten per programma ....................................................................................... 43 Deel 2.3: Uiteenzetting financiële positie ............................................................................................................. 46 2.3.1 Prognose begin- en eindbalans 2024 t/m 2028 ................................................................................... 46 2.3.2 Geprognosticeerde EMU-saldo ............................................................................................................ 47 2.3.3 Verwachte stand en verloop van de reserves 2024 t/m 2028 .............................................................
48 2.3.4 Investeringsplan 2024 t/m 2028 .......................................................................................................... 50 2.3.5 Verdeling gemeentelijke bijdrage 2025 ............................................................................................... 55 Deel 2.4: Overzicht van baten en lasten per taakveld .......................................................................................... 62
3
Hoofdstuk 1: Beleidsbegroting
4
Deel 1.1: Het programmaplan 1.1.1 Programma ‘Toekomstbestendige brandweerzorg’ Wat willen we bereiken? Brandweer Zeeland levert adequate risicogerichte paraatheid. Dat wil zeggen: We zorgen ervoor dat we op het juiste moment, met de juiste mensen en het juiste materieel op de juiste plaats zijn. Hierbij hanteren we de landelijke systematiek van gebiedsgerichte opkomsttijden, die ook de basis vormt voor ons dekkingsplan. Het uitgangspunt is en blijft dat wij dit in de eerste plaats doen op basis van vrijwilligheid en een uitgebreid netwerk van kazernes in de gehele provincie. Onze vrijwilligers zijn goed opgeleide professionals die waar nodig samenwerken met beroepsdiensten. De komende jaren willen we blijven investeren in de veerkracht van onze brandweerorganisatie en kiezen voor een goede balans tussen zorg voor de mens en zorg voor de organisatie. Daarnaast streven we naar een goede balans tussen preventie en repressie. Deze balans is nodig om het huidige niveau van dienstverlening te kunnen blijven garanderen. We investeren langs vier lijnen in de paraatheid: risicobeheersing, incidentbestrijding, leren en ontwikkelen en informatiemanagement en bedrijfsvoering.
Thema 1: Risicobeheersing Voorkomen en beheersen van risico’s Zeeland kent een zeer hoog risicoprofiel. Ons Regionaal risicoprofiel 2023-2026 beschrijft deze risico’s en dient als basis voor ons beleid. Het doel van onze activiteiten is gezamenlijk maatregelen te nemen om deze risico’s te verkleinen en de brand- en crisisbestrijding zo goed mogelijk uit te voeren als het toch mis gaat. We bereiden de samenleving voor op hoe negatieve gevolgen van een brand, incident, ramp of crisis kunnen worden beperkt, en hoe de situatie zo snel mogelijk normaliseert. Zo vergroten we de zelf- en samenredzaamheid en zorgen we met elkaar voor meer veiligheid. Maatschappelijke ontwikkelingen De woningnood en het feit dan mensen steeds langer in hun woning blijven wonen vraagt om meer aandacht voor de categorie woonfunctie (inclusief woonfunctie voor zorg). Dit is terug te zien in onze nieuwe systematiek voor de meerjarencontroleplanning en de keuze voor aanvullende controles in projectmatige vorm. De maatschappelijke ontwikkelingen vragen ook om een verbreding van de werkwijzen binnen risicobeheersing, zoals werken met een brandweerman in de wijk. Een andere trend is dat er steeds meer adviesverzoeken binnenkomen met betrekking tot de energietransitie.
Voorbeelden hiervan zijn plannen met betrekking tot waterstofproductie en transport, elektrische opslagsystemen, windturbineparken, hoogspanningsstations en -leidingen. De formatie hiervoor is vooralsnog voldoende, maar vraagt binnen risicobeheersing om een heroriëntatie van taken. Ook klimaatverandering vraagt meer aandacht. Het veranderende klimaat zorgt tot een toenemend risico op overstromingen, extreme neerslag en langere periodes van droogte en hitte. De kans op schade, slachtoffers en maatschappelijk ontwrichting (bijvoorbeeld door uitval van vitale
5
infrastructuur) wordt steeds groter. We adviseren de gemeenten en provincie daarom hoe de leefomgeving klimaatadaptief kan worden ingericht. Wetgeving De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden, en daarmee is de focus van regelgericht adviseren verschoven naar meer risicogericht werken. Dit volgt de landelijke verschuiving van repressie naar pro-actie en preventie. We zijn in 2024 gestart met de transitie van advisering naar meer voorlichting, controle en toezicht. We verwachten minder adviesaanvragen op brandveilig bouwen en brandveilig wonen. De gevolgen van de invoering van de Wkb lijken voor 2025 nog beperkt, omdat het vooralsnog enkel gaat over meer toezicht op eenvoudige bouwwerken.
Thema 2: Incidentbestrijding We houden de repressieve brandweerorganisatie in stand en actueel met behoud van de huidige kwaliteit, dekking en slagkracht. We baseren ons zo veel mogelijk op vrijwilligheid en zijn geworteld in de samenleving. Het beter betrekken van onze vrijwilligers is één van onze speerpunten. Door diverse ontwikkelingen staat de paraatheid onder druk. Het nieuwe dekkingsplan signaleert kwetsbaarheden in de brandweerzorg. We beoordelen samen met gemeenten welke risico beheersende of operationele maatregelen nodig zijn.
Thema 3: Leren en ontwikkelen We kijken hoe we de risico’s uit het Regionaal Risicoprofiel kunnen vertalen naar ons beleid. We voeren incident-evaluaties en brandonderzoek uit. Deze analyses gebruiken we om het kwaliteitsniveau te bewaken, passende inzet te bepalen op het terrein van voorbereiding, repressie, vakbekwaamheid en veiligheid en bij te stellen waar nodig.
Thema 4: Informatiemanagement en bedrijfsvoering Digitale innovaties bieden verschillende nieuwe kansen. We streven naar verbetering van onze operationele informatiepositie zodat we sneller en effectiever kunnen reageren op situaties die zich voordoen. Daarnaast zetten we in op de verdere ontwikkeling van een digitale leeromgeving, optimaliseren we onze bedrijfsvoering door het gebruik van telemetriedata en verbeteren we onze stuur- en verantwoordingsinformatie door de ontwikkeling van onze Business Intelligence voorziening.
Wat gaan we hiervoor doen? Thema 1: Risicobeheersing Sinds 2024 hanteren we een nieuwe indeling in de clusters ‘brandveiligheid, omgevingsveiligheid en industriële veiligheid’, wat intern en extern voor meer duidelijkheid en herkenbaarheid zorgt. Brandveiligheid We motiveren de samenleving en proberen risicovol gedrag te beïnvloeden met voorlichting, adviezen en aanwijzingen vanuit Brandveilig Leven en via het platform Zeeland Veilig. Hierbij werken we nauw samen met onze veiligheidspartners. We breiden onze voorlichting uit naar brancheorganisaties zoals architecten, projectontwikkelaars en verzekeraars. Binnen de pilot
6
‘Brandweer in de wijk’ Vlissingen is een ‘wijkbrandweerman/-vrouw’ actief in delen van de binnenstad. Deze anticipeert op en geeft voorlichting over (brand)risico’s en zelfredzaamheid. In 2025 evalueren we deze pilot. We houden toezicht op het brandveilig gebruik van gebouwen en terreinen waaronder evenementenlocaties middels een meerjarenplanning. We werken conform de werkwijze van risico- en informatiegericht controleren. Dit betekent dat we tijdens controles de punten controleren die essentieel zijn voor de brandveiligheid en waarvoor specifieke expertise vanuit de brandweer noodzakelijk is. Met deze werkwijze richten we ons bij controles enerzijds op die zaken met reële risico’s, anderzijds vergroten we het brandveiligheidsbewustzijn bij de gebruikers. De resultaten uit de controles worden overgedragen aan de gemeenten voor juridische opvolging in geval van blijvende overtredingen. In 2023 is deze nieuwe systematiek voor meerjarencontroleplanning (RAT) vastgesteld, vanaf 2024 wordt gewerkt volgens deze nieuwe systematiek. In 2025 wordt het werken met dit risicogerichte model geëvalueerd. We geven veiligheidsadviezen aan de gemeenten als bevoegd gezag. In de jaarlijkse planning maken we een raming van het aantal adviezen op basis van resultaten van voorgaande jaren.
In 2024 en 2025 wordt zichtbaar wat het effect van de risicogerichte werkwijze is op het aantal controles/adviezen en worden nieuwe toekomstige streefwaarden geformuleerd.
Aantal controles brandveiligheid *)
Realisatie 2023 1020
Streefwaarde 2025 750
Streefwaarde 2026 750
Streefwaarde 2027 750
Streefwaarde 2028 750
*) Totaal aantal controles n.a.v. 1) meerjarenplanning, 2) verzoeken gemeenten, 3) evenementen, 4) vuurwerkopslag
Aantal adviezen brandveiligheid en brandveilig gebruik Aantal adviezen Programma’s van Eisen (PvE’s), Uitgangspuntendocumenten (UPD) en overig Aantal adviezen evenementen Aantal adviezen vuurwerk*
Realisatie 2023
Streefwaarde 2025
Streefwaarde 2026
Streefwaarde 2027
Streefwaarde 2028
1012 158
900 195
900 195
900 195
900 195
326 7
123 18
123 18
123 18
123 18
* Streefwaarde voor adviezen voor vuurwerk (opslag, transport en ontbranding evenementenvuurwerk) is t.o.v. voorgaande jaren naar beneden bijgesteld i.v.m. de afname van verkooppunten voor vuurwerk In Zeeland.
Omgevingsveiligheid We zorgen voor een veilige leefomgeving voor de inwoners en bezoekers van onze regio. Gemeenten hebben in hun omgevingsvisie en omgevingsplannen nadrukkelijk aandacht voor veiligheid. Wij helpen de gemeenten bij de invulling daarvan, waarbij we adviseren aan de hand van de opgestelde ‘kernwaarden veiligheidsregio’s’. We geven integrale veiligheidsadviezen op inpassingsplannen, bestemmingsplannen, omgevingsvisies en -plannen, omgevingsvergunningen en structuurvisies, waarbij het aspect omgevingsveiligheid wordt beoordeeld. Ook de advisering over bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswaterwinning is hier onderdeel van. Hierbij werken we samen met de GGD en RUD om de adviezen afgestemd te geven aan de verantwoordelijke overheden. De adviezen worden in een vroeg stadium ingebracht in vooroverleggen en omgevingstafels door onze specialisten omgevingsveiligheid. We hanteren daarbij de kernwaarden voor een veilige leefomgeving. De mogelijke realisatie van nieuwe kerncentrales en het daarmee gepaard gaande bouwtraject vragen extra inzet van expertise en capaciteit vanuit risicobeheersing. Dit is mogelijk van invloed op
7
de (reguliere) advisering van andere gemeenten. Derhalve wordt reeds ingezet op benodigde financiële compensatie voor de veiligheidsregio in het bouwtraject. Industriële veiligheid Samen met DCMR, Nederlandse Arbeidsinspectie, RUD-Zeeland, Seveso-inrichtingen en risicorelevante bedrijven zorgen we voor de veilige verwerking en opslag van gevaarlijke stoffen. Onze werkzaamheden op het gebied van industriële veiligheid worden in 2025 vervolgd en wijzigen niet ten opzichte van voorgaande jaren: • Actualiseren en controleren van bedrijfsbrandweeraanwijzingen op basis van artikel 31 Wet veiligheidsregio’s; • Beoordelen van de wettelijk verplichte veiligheidsrapporten van Seveso-inrichtingen; • Toezicht houden op Seveso-inrichtingen. Dit zijn inrichtingen waar grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig zijn boven een bepaalde drempelwaarde. Voor de inwerking treding van de Omgevingswet vielen deze inrichtingen onder de werking van het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo, 2015). Het toezicht houden doen we in samenwerking met de provincie als bevoegd gezag, Omgevingsdienst DCMR en de Nederlandse Arbeidsinspectie.
Er is sprake van routinematig (aangekondigd) en niet-routinematig (onaangekondigd) toezicht; • Uitvoeren van incidentenonderzoek bij Seveso-inrichtingen; • Adviseren van het bevoegd gezag inzake de omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten met gevaarlijke stoffen. Voorbeelden hiervan zijn activiteiten voor de opslag van ammoniak, de productie en het transport van waterstof, de installatie van elektrische opslagsystemen en de veilige omgang met nieuwe energiedragers; • Uitvoeren van inspecties bij risicorelevante bedrijven waar hoeveelheden gevaarlijke stoffen staan opgeslagen, onder de drempelwaarden van Seveso-inrichtingen; • Intern koppelen van beelden en informatie uit de toezichthoudende trajecten. Denk hierbij aan contacten met de meldkamer, multidisciplinaire planvorming, Operationele Voorbereiding en Vakbekwaamheid.
Grondslag Wet veiligheidsregio’s Aantal aanwijzingen bedrijfsbrandweer Aantal inspecties bedrijfsbrandweer Grondslag overige wetgeving Aantal beoordelingen veiligheidsrapport Aantal inspecties Seveso, routinematig Aantal inspecties Seveso, niet routinematige Aantal onderzoeken Seveso- incident Aantal adviezen Seveso-inrichtingen Aantal adviezen niet-Sevesoinrichtingen (waaronder Bevi-inrichtingen)
Realisatie 2023
Streefwaarde 2025
Streefwaarde 2026
Streefwaarde 2027
Streefwaarde 2028
3
4
4
4
4
8
5
5
5
5
3
-
-
-
-
23
25
25
25
25
23
22
22
22
22
8 130 32
6 125 75
6 125 75
6 125 75
6 125 75
Risicocommunicatie en voorlichting brandveiligheid We zetten in op het verhogen van de zelfredzaamheid van de inwoners en bedrijven in Zeeland met betrekking tot brandweerzorg in Zeeland, onder meer door voorlichting op het gebied van
8
brandveiligheid. Door preventieve activiteiten en maatregelen vergroten we de kennis en eigen preventieve mogelijk- en verantwoordelijkheden van inwoners en bedrijven.
Thema 2: Incidentbestrijding Beschikbaarheid van (brandweer)middelen volgens dekkingsplan We spelen op relevante ontwikkelingen in door meer aandacht te geven aan het binden en boeien van vrijwilligers. Hiertoe is een uitgebreide en meerjarige uitvoeringsagenda opgesteld. Daarnaast zetten we in op het versterken van de organisatie via het programma Brandweer 2030, waarin aandacht is voor het verder uitrollen van werken met gebiedsgerichte opkomsttijden, dynamisch alarmeren, modulair opleiden en nieuwe zoals brandweerassistent. Het ontwikkelen van nieuwe brandveiligheidsconcepten leidt tot andere vormen van incidentbestrijding. We streven vanuit het oogpunt van beheersbaarheid naar zoveel mogelijk uniformiteit waar het gaat om materieel en opleiden. Waar nodig landelijke ontwikkelingen om aanpassing vragen sluiten we daarop aan. Hierbij kunt u denken aan ontwikkelingen op het gebied van natuurbrandbestrijding, de energie transitie en de landelijke werkwijze Grootschalig Specialistisch Brandweeroptreden en Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen. Vakbekwaam worden en blijven Werven en opleiden van vrijwilligers zijn cruciaal bij het in stand houden van vrijwilligheid. Landelijke ontwikkelingen van Brandweer Nederland en het NIPV leiden tot aanpassing van het onderwijsstelsel.
We richten ons daarom op het versterken van de afdeling vakbekwaamheid, het stevig verankeren van de Jeugdbrandweer in onze organisatie en het ontwikkelen van een visie op ons Regionaal Opleidingsinstituut. De begroting 2024 voorziet in extra geld voor opleidingen. Dat geeft de ruimte om te kunnen blijven opleiden in samenwerking met externe partijen. Niettemin blijven de prijzen van opleiders stijgen, zijn aanvullende nieuwe opleidingsmaterialen nodig en blijven in- en uitstroom van vrijwilligers onzekere factoren. Het is niet uit te sluiten dat de begroting hiertoe in 2024 opnieuw overschreden wordt. Dit kan een bijstelling in 2025 vragen. Nadat brandweermedewerkers vakbekwaam zijn, moeten ze ook vakbekwaam blijven. Dit doen we door oefeningen aan te bieden in een reguliere oefencyclus en met een aantal verplichte oefenitems. We hebben extra aandacht voor blijvende vakbekwaamheid van chauffeurs. Voorzien in operationele leiding We moeten voorzien in operationele leiding en expertise, zowel voor de brandweer als voor crisisbeheersing. Bij deze piketfunctionarissen is dezelfde problematiek zichtbaar als bij de vrijwilligers. Door de huidige leeftijdsopbouw verwachten we een grotere uitstroom in de komende jaren. Deze functies zijn niet eenvoudig in te vullen; het behalen van de benodigde opleiding vergt tijd.
Een kandidaat met de geschikte vooropleiding (bevelvoerder) vraagt minimaal twee tot drie jaar tijd om door te groeien naar de rol van Officier van Dienst. Voor Hoofd Officier van Dienst volgt na enkele jaren werkervaring nog een opleiding. In onderstaande tabel is het huidig operationeel personeel inclusief het aantal in opleiding opgenomen (2024). Wanneer een officier de leeftijd bereikt van 60 jaar stellen we een vacature open. We zien dat het aantal vacatures stijgt en vergrijzing verder toeneemt.
9
Piketfunctionarissen
2024
2029
Operationeel personeel + opleiding
48
33
Vacatures Percentage ≥50 jaar
6* 50%
12* 61%
*) Bestaat uit openstaande vacatures en vacatures op basis van start werving bij de leeftijd van 60 jaar
Een meer strategische aanpak van het invullen van komende vacatures is noodzakelijk om de sleutelfuncties op Hbo-niveau in te blijven vullen. Daarom leiden we versneld officieren op door deelname aan de landelijke voltijdsofficiersopleiding bij het NIPV. Paraatheid, uitrukken brandweer binnen de vastgestelde opkomsttijden In juli 2023 is, als onderdeel van het programma Brandweerzorg 2030 het nieuwe dekkingsplan vastgesteld, op basis van de nieuwe landelijke systematiek van gebiedsgerichte opkomsttijden. Het plan kijkt niet alleen naar opkomsttijden, maar ook naar factoren als slagkracht bij opschaling, werkdruk (alarmeringsfrequentie) en paraatheid. Het biedt een nulmeting van waar we staan met de basisbrandweerzorg in Zeeland en gebruiken we als instrument om bestuur en management beter in staat te stellen beleid te maken en besluiten te nemen over de inrichting van de brandweerzorg. Daarbij zien wij voor 2025 de volgende ontwikkelingen: Risicogerichte paraatheid Om beter inzicht te geven in de werkelijk prestaties van de brandweer is het nodig de paraatheid verder door te vertalen. Paraatheid is het gereed zijn om te kunnen handelen wanneer dat nodig is. Voor de brandweer betekent dit het beschikbaar hebben van mensen en middelen op de juiste plek en op het juiste moment. We noemen dit risicogerichte paraatheid.
Dit vraagt sturing op beschikbaarheid van gekwalificeerde mensen (vrijwilligers, dagdienst-medewerkers, preparatie- en beheermedewerkers), betrouwbaar materieel, betrouwbare data, en dienstenniveau overeenkomst. Robuustheid brede brandweerorganisatie Het is nodig om de robuustheid van onze brandweerorganisatie te verbeteren, om het huidige niveau van paraatheid te blijven garanderen en op termijn te verbeteren. Dit komt enerzijds omdat de vrijwilligheid onder druk staat. Anderzijds speelt ook de balans tussen de koude (beheersmatige) organisatie en de warme (operationele organisatie) een rol. Een nadere analyse is nodig om tot een steviger model te komen. Deze (vervolg)opdracht pakken we op binnen het programma Brandweerzorg 2030. Specialistische teams We zijn voorbereid op specifieke risico's als tunnelbrand, natuurbrand, incidenten met gevaarlijke stoffen, chemische industrie, industriële brand, scheepsbrand, waterongevallen en hoogte- en diepteongevallen. Hiervoor hebben we specialistische teams en functionarissen opgeleid. Operationeel houden en verbeteren van de Meldkamer De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de meldkamerfunctie voor de brandweertaak, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening ligt bij het bestuur van veiligheidsregio’s.
De Veiligheidsregio’s Zeeland en Midden-West-Brabant maken hiervoor gezamenlijk gebruik van één bovenregionale meldkamer te Bergen op Zoom. Het einddoel is nog niet bereikt. Processen moeten verder worden geoptimaliseerd en in gezamenlijkheid worden ingeregeld.
10
Thema 3: Leren en ontwikkelen Brandonderzoek Brandonderzoek vergroot het inzicht in het ontstaan en de ontwikkeling van brand en levert daarmee een bijdrage aan de veiligheid van de samenleving. Niet alle branden zijn relevant om te onderzoeken. Sommige branden hebben een duidelijke oorzaak en geen bijzonder brandverloop. En soms is de brand zo heftig geweest dat er letterlijk niets meer over is om te onderzoeken. We doen brandonderzoek bij: • branden waar slachtoffers zijn gevallen • branden waar door de collega’s van de brandweer bewoners zijn gered • brand met een afwijkend of onverwacht brandverloop • goed of juist falende preventieve voorzieningen bij een brand • branden in veestallen • natuurbranden • branden in elektrische voertuigen • branden met veel rookverspreiding in woongebouwen • branden in zonnepanelen en accu’s (relatie met de energietransitie) Incident-evaluaties Na verschillende grote incidenten die hebben plaatsgevonden in Zeeland is gebleken dat goed evalueren en hieruit opgedane kennis breed te verspreiden en toe te passen, van groot belang is. Dit blijven we ook in 2025 doen. Afhankelijk van de omvang en maatschappelijke impact wordt het bestuur betrokken bij de evaluatie en gekend in de resultaten.
Thema 4: Informatiemanagement en bedrijfsvoering De informatievraag bij de uitoefening van de werkzaamheden binnen de Brandweer neemt toe. De noodzakelijke beschikbaarheid en uitwisselbaarheid van de informatie stelt hoge eisen. Daarnaast is de wijze waarop deze informatie nodig is steeds meer divers en zijn werkzaamheden niet langer plaats, tijd of device gebonden. Voortschrijdende technologische mogelijkheden ondersteunen deze ontwikkeling. De komende jaren leggen we daarom de focus op de ontwikkeling van een meer informatiegestuurde organisatie. We verzamelen, registreren en analyseren data en kunnen zo vroegtijdig op situaties anticiperen. Tevens helpt het ons prestaties inzichtelijker te maken en er beter op te sturen. We maken dus niet alleen reactief gebruik van informatie, maar juist ook proactief. Dit vraagt extra aandacht voor datakwaliteit maar zeker ook in het goed meenemen van medewerkers in het veranderende werkveld. Informatiedashboards VRZ streeft naar data-gedreven besluitvorming. Business intelligence richt zich met name op de bedrijfsprestaties en levert bruikbare inzichten die leiden tot betere en snellere beslissingen. We ontwikkelen daarom de komende jaren steeds meer stuur- en verantwoordingsinformatie binnen onze business intelligence omgeving.
Door slim data te combineren van onder andere operationele prestaties, personeelsinformatie, -ontwikkeling en financiën maken we effectieve dashboards. Hiermee kunnen we adequaat beleid voor de toekomst ontwikkelen en kunnen de juiste besluiten worden genomen voor een toekomstbestendige brandweer. Operationele Informatievoorziening We versterken onze operationele informatiepositie door het verzamelen, verrijken en analyseren van informatie zodat een adequaat risico- en dreigingsbeeld kan worden gepresenteerd tijdens de
11
operatie. Dit vraagt de komende jaren de verdere ontwikkeling van een goed datafundament en het inpassen van nieuwe technologieën binnen de operationele processen. Dynamisch alarmeren Door de introductie van Dynamisch Alarmeren kunnen we flexibel anticiperen op actuele ontwikkelingen en daarbij altijd de snelste brandweerzorg bieden bij een incident. Op basis van de real-time locaties van voertuigen, de status van deze eenheden en uitruktijden kunnen in relatie tot de locatie van het incident de snelste eenheden ingezet worden. Met deze implementatie kan in eigen beheer, zonder tussenkomst van de meldkamer, het alarmeringsproces maximaal worden afgestemd op de behoefte in Zeeland. Dit biedt veel extra mogelijkheden bijvoorbeeld tijdens het zomerseizoen of grote evenementen.
Wat gaat het kosten: programmabudget? Toekomstbestendige brandweerzorg
Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2025 2026 2027 2028 Totaal Lasten 29.048.254 29.001.534 30.081.050 30.564.822 Totaal Baten -384.200 -384.200 -384.200 -384.200 Saldo van baten en lasten 28.664.054 28.617.334 29.696.850 30.180.622 Mutaties reserves -224.800 -95.938 -11.300 -9.200 Eindtotaal 28.439.254 28.521.396 29.685.550 30.171.422 In hoofdstuk 2 ‘Financiële begroting en meerjarenraming’ zijn specificaties opgenomen.
12
1.1.2 Programma ‘Voorbereide crisisorganisatie’ Ontwikkelingen Extra gelden voor versterking crisisbeheersing en informatievoorziening In de ontwikkeling van crises waarmee we de afgelopen jaren zijn geconfronteerd zien we een bepaalde verandering in het type, aard, omvang en duur van de crisis. In dat licht heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V) extra gelden ter beschikking gesteld aan veiligheidsregio’s om zich op die veranderde wereld aan te passen en voor te breiden. In 2022 is besloten tot het ophogen van de brede doeluitkering rampenbestrijding (BDUR) ten behoeve van de versterking van crisisbeheersing en informatievoorziening, zowel landelijk als regionaal. Deze landelijke doelstellingen en ontwikkelingen sluiten naadloos aan op onze eigen beleidsdoelen. We participeren in bovenregionale en landelijke ontwikkelingen. In 2023 hebben we een realisatieplan opgesteld om uitvoering te geven aan de doelstellingen uit ons meerjarenbeleidsplan. We werken sindsdien in thema’s en ontwikkelsporen. De thema’s zijn afgeleid van de door het bestuur vastgestelde prioritaire risico’s en richten zich op het beperken van de impact op de Zeeuwse samenleving. In de ontwikkelsporen verbeteren we onze werkwijzen, sturingsprincipes en organisatiestructuren voor de crisisorganisatie, afgestemd op veranderende wetgeving en (toekomstige) behoeftes.
In de ontwikkeling van crisisbeheersing worden de thema’s en ontwikkelsporen in samenhang gebracht. Op deze wijze draagt de versterking van crisisbeheersing rechtstreeks bij een de veiligheid in Zeeland. In 2025 werken we verder aan de uitvoering van ons realisatieplan ‘voorbereide crisisorganisatie’. Voorlopig is het beeld dat alle geplande activiteiten en formatie-uitbreiding gedekt worden uit de bestaande begroting en door de inzet van de extra BDUR-gelden. De bedragen zijn tot eind 2024 vastgesteld en structureel van aard. Voor de jaren 2025 en 2026 moeten de bijdrage nog worden bevestigd op basis landelijke of bovenregionale afspraken in lijn met voorgaande jaren. Formatie-uitbreiding In de periode 2023-2026 breiden we de formatie uit met 15 fte om invulling te geven aan de activiteiten binnen het realisatieplan. Voor de realisatie van het plan is daarnaast een inspanning noodzakelijk op het gebied van HRM (onder meer arbeidsmarktcommunicatie, werving), facilitair (huisvesting), communicatie en ICT. De uitvoering van de activiteiten op het gebied van informatiegestuurde veiligheid worden, waar nodig, gekoppeld aan de projecten opgenomen in het programma informatievoorziening. Innovatie en ontwikkeling Om aansluiting te houden met de samenleving zal er ruimte moeten zijn voor innovatie en ontwikkeling.
Zowel zelfstandig als samen met partijen binnen de eigen regio, bovenregionaal en (inter)nationaal. Waar mogelijk wordt hierbij ingezet op Europese projecten en wordt meegelift met ontwikkelingen bij anderen.
13
Wat willen we bereiken? We zorgen ervoor dat onze crisisorganisatie is voorbereid om, samen met onze crisispartners, zowel uitvoering te geven aan de bestrijding van de ‘klassieke’ rampen en crises, als de toekomstige (langdurige en/of dreigende) ‘ongekende’ crises. In 2025 werken we daarom verder aan het realiseren van de volgende doelen: • Aan de hand van een met onze partners opgesteld actueel risicobeeld hebben we 24/7 inzicht in de ontwikkeling van risico’s en zijn we in staat hierop te acteren. • Onafhankelijk van het type, omvang en aard van een crisis zijn we in staat als crisisorganisatie adequaat te handelen. • De samenwerkende crisispartners zijn voorbereid en geoefend in geval van optredende crises. • De kwaliteit van ons optreden verbeteren we continu door stelselmatige evaluatie en bijstelling.
Wat gaan we hiervoor doen? Voor het programma ‘voorbereide crisisorganisatie’ is de begroting 2025, anders dan voorgaande jaren, opgebouwd op basis van onze nieuwe werkwijze met thema’s en ontwikkelsporen. Dit doen we primair voor het monitoren van de ontwikkeling in de komende jaren, en om voortgang te rapporteren over de besteding van de versterkingsgelden en onze bijdrage in het behalen van de landelijke doestellingen.
Nucleair
Natuur
Activiteiten gericht op het realiseren van de doelstellingen per thema Thema Dossier Activiteiten 2025 Natuurbrandbeheersing We leggen het natuurbrandbeheersingsprogramma Zeeland in Q1 ter vaststelling voor aan de betrokken partijen. In dit programma komen de activiteiten die, vanuit de diverse partijen, nodig zijn om de impact van een natuurbrand zo klein mogelijk te doen zijn. Klimaatveiligheid We leveren een bijdrage aan de actualisatie van klimaatadaptatiestrategie Zeeland en het ontwikkelen van veiligheidsbeleid hierin. Waterveiligheid Het internationale (InterReg) project (Flooding, Infrastructure, Evacuation & Resilience (FIER) zetten we voort. Emergency Op basis van de nieuwe landelijke Preparedness & beschermingsstrategie (2024) passen we de Respons preparatie op nucleaire gebeurtenissen aan. Landelijke coördinatie De landelijke coördinatie tussen de veiligheidsregio’s wordt gecontinueerd. Voorbereiding bouw Uitgaande dat eind 2024 een definitief besluit is kerncentrales genomen over de bouw van kerncentrale in Borssele, participeren we vanaf dit jaar in werkgroepen ter voorbereiding van de mogelijke bouw. De vorm waarin en omvang van werkzaamheden kan nog niet worden ingeschat.
14
Maritieme veiligheid
Spoorvervoer
Transport
Wegtunnels
Mobiliteit
Ontwrichting
Gezondh Industrie en bedrijvigheid eid
Industrie
Recreatie Energietransitie
Zorgcontinuïteit
Uitval vitale infrastructuur
Uitgangspunt is dat de activiteiten / capaciteit van de Veiligheidsregio bij de realisatie financieel gecompenseerd worden in de bouwkosten. Op basis van de nieuwe risico- en impactanalyse voor de Westerschelde (2024) inventariseren we met alle betrokken partijen welke maatregelen mogelijk of noodzakelijk zijn om de gevolgen van een incident op de Westerschelde te beperken. We bieden de resultaten aan het bestuur aan. Heroriëntatie op de incidentbestrijding in de Deltawateren in samenwerking met Vlaamse buurregio’s en overige waterpartners. Vanwege ontwikkelingen rond energietransitie in Vlissingen-Oost verwachten we een toename van transport van gevaarlijke stoffen over het spoor. Daarom intensiveren we onze preparatie hierop. We starten met een impactanalyse over de directe en indirecte gevolgen van uitval van wegtunnels in Zeeland. Hierin nemen we ook een eventuele verkeerstoename vanwege tolvrij maken van de Westerscheldetunnel mee. Monitoren van de impact op de mobiliteit als gevolg van onderhoud van kunstwerken (bruggen/sluizen etc.) in en buiten de regio. Het aantal Seveso-inrichtingen neemt mogelijk toe in relatie tot de energietransitie (o.a. opslag ammoniak en waterstof). De preparatie passen we daarop aan. De ontwikkelingen worden gemonitord.
De operationele voorbereiding voor incidenten bij nieuwe of uitbreiding van activiteiten met betrekking tot energietransitie worden naar verwachting vanaf dit jaar intensiever. De omvang van de werkzaamheden is bij het opstellen van deze begroting nog niet te kwantificeren vanwege de vele externe factoren die de realisatie beïnvloeden (vergunningsverleningstrajecten, bouwtijd, omvang en aantal). We richten onze activiteiten op het in stand houden en waar nodig uitbreiding van het netwerk met alle Zeeuwse zorgverlenende partijen, gericht op continuïteit van de zorg bij crises. Door allerlei factoren is uitval van vitale infrastructuur reëel. De afhankelijkheid van vitale infrastructuur van de samenleving neemt toe. Daarmee is de impact bij uitval (ongeacht de oorzaak) groot. Denk hierbij aan elektriciteitsuitval/tekort (netcongestie), cyber, betalingsverkeer, drinkwater. Hierop passen we
15
Maatschappelijke onrust
Evenementenadvisering
onze preparatie aan, waarbij we aansluiten op de landelijke ontwikkelingen en planvorming. De ontwikkelingen in de wereld kunnen ook in 2025 onverwachte en ongewenste effecten hebben op de Zeeuwse samenleving. Klimaatverandering, oorlogen en ziekten kunnen leiden tot crises. We preparen de crisisorganisatie daarom op het nemen van maatregelen op gevolgen van nog ongekende gebeurtenissen. We adviseren de gemeenten op het gebied van evenementenveiligheid, ter voorkoming van incidenten en/of het beperken van de gevolgen daarvan. We implementeren de resultaten uit de in 2024 uitgevoerde evaluatie van de evenementenadvisering.
Activiteiten gericht op de doorontwikkeling van crisisbeheersing, per ontwikkelspoor Sporen
Dossier
Activiteiten 2025
Risico-monitoring
We vergroten onze capaciteit op het gebied van risico-monitoring. Door samen met veiligheidspartners de beschikbare data te delen en duiden, zijn we beter, eerder en sneller in staat in te schatten of ongewenste gebeurtenissen kunnen optreden. De werkingsduur van ons regionaal risicoprofiel is eind 2023 door het Algemeen Bestuur verlengd. We verwachten dat in 2025 een nieuwe landelijke systematiek beschikbaar komt. Deze gaan we in 2025 implementeren. In 2025 realiseren we een werkwijze waarmee we zorgen dat onze plannen en procedures altijd upto-date zijn en de voor het uitvoeren van een functie in de crisisorganisatie noodzakelijke informatie direct (digitaal) beschikbaar. We zorgen ervoor dat de informatie specifiek is afgestemd op de plaats, het moment, de rol en taak van de gebruiker We realiseren een nieuw regionaal crisisplan in lijn met de landelijke ontwikkeling crisisbeheersing, waaronder de toekomstige wetgeving. Implementeren van een nieuw opleidings-, trainings- en oefenproces, in samenhang met een nieuwe evaluatiemethodiek. In 2025 is ons veiligheids-informatieknoopunt (VIK) operationeel. Hierdoor beschikken we 24/7, over valide, bruikbare en geduide informatie. We zijn aangesloten bij het Knooppunt Coördinatie Rijk-Regio (KCR2).
Dynamische risicoprofiel
Informatie- Risicoanalyse en preparatie gestuurde veiligheid
Planvorming
Regionaal Crisisplan
OTOTEL
Veiligheidsinformatie knooppunt KCR2
16
Crisisintelligence Publieksinformatie
Flexibele crisisorganisatie
Structuur crisisorganisatie
Organisatiestructuur herstel en nafase is uitgewerkt
Benodigde middelen en faciliteiten functioneren
Kwaliteit
Kwaliteitstoets
Operationele informatievoorziening blijven we ontwikkelen. We stimuleren de veerkracht en zelfredzaamheid in de maatschappij. Op basis van de risicomonitoring en operationele voorbereiding communiceren en adviseren wij 24/7 de samenleving over de mogelijk impact en handelingsperspectieven. Ons platform, met app, website Zeelandveilig.nl en verbonden sociale media blijft centraal. Publieksinformatie (zowel risico- als crisiscommunicatie) wordt integraal in de thematische aanpak van crisisbeheersing vormgegeven. We organiseren de crisisorganisatie als een netwerk van partners (overheden, bedrijven, instellingen, etc.) waarin wordt samengewerkt om de impact van dreigingen en crises te beperken. We richten ons daarbij op het faciliteren van netwerken en het bieden van een structuur die bij dreigingen en crises 24/7 beschikbaar is. Dit jaar werken we de voor herstel en nafase benodigde structuur projectmatig verder uit. Hierbij sluiten we aan op de landelijke ontwikkelingen met betrekking tot resilience/veerkracht in de samenleving. Het crisiscentrum is ingericht voor gebruik door de nieuw in te richten crisisorganisatie. Bij herhuisvesting van de organisatie zal dit eisen stellen, ook in het kader van de landelijke ontwikkeling dat wij als organisatie tot een vitale sector gaan behoren.
We investeren structureel op het monitoren en verbeteren van de gehele crisisorganisatie, zowel kwalitatief als kwantitatief (PDCA) in de gehele veiligheidsketen. De resultaten van de crisisorganisatie worden ten minste getoetst op basis van de criteria die de inspectie J&V hiervoor stelt. De nieuwe methodiek voor de kwaliteitstoets zal dit jaar in de praktijk worden getest.
GHOR In het team crisisbeheersing worden de adviserende, coördinerende en ondersteunende taken van de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) uitgevoerd. De GHOR vormt de verbinding tussen de multidisciplinaire crisisorganisatie en de (opgeschaalde) zorg; de publieke gezondheid, de acute zorg en de niet-acute zorg. De uitvoering van de taken valt binnen de thema's en ontwikkelsporen.
17
Bevolkingszorg In het team crisisbeheersing wordt de taak van de gemeentelijke overheid, schade en leed voor de burgers bij crises en rampen zoveel mogelijk te beperken, uitgevoerd. Bevolkingszorg geeft invulling aan voorlichting, opvang en verzorging van de bevolking, verzorgen van opvang en het registreren van eventuele slachtoffers en schadegevallen. De uitvoering van de taken valt binnen de thema's en ontwikkelsporen.
Wat gaat het kosten: programmabudget? Voorbereide crisisorganisatie
Begroting: Begroting: 2024 2025 Totaal Lasten 6.359.158 6.717.998 Totaal Baten -220.600 -220.600 Totaal Saldo van baten en lasten 6.138.558 6.497.398 Mutaties reserves 0 0 Eindtotaal 6.138.558 6.497.398 In hoofdstuk 2 ‘Financiële begroting en meerjarenraming’ zijn specificaties opgenomen.
Begroting: 2026 6.755.958 -220.600 6.535.358 0 6.535.358
Begroting: 2027 6.772.158 -220.600 6.551.558 0 6.551.558
1.1.3 Overhead / bedrijfsvoering Volgens BBV, art. 8.1c wordt in het programmaplan een apart overzicht opgenomen van de kosten van de overhead. De (BBV-)definitie van overhead luidt: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Juli 2016 heeft de Commissie BBV de ‘Notitie Overhead’ gepresenteerd. Deze notitie geeft een overzicht van de regelgeving inzake de overhead en geeft op een aantal punten een nadere toelichting, omdat de toepassing van de definitie in de praktijk tot vragen leidde. Overhead bestaat in elk geval uit: 1. Hiërarchisch leidinggevenden primair proces 2. Financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie 3. P&O / HRM 4. Inkoop (incl. aanbesteding en contractmanagement) 5. Interne en externe communicatie 6. Juridische zaken 7. Bestuurszaken en Bestuursondersteuning 8. Informatievoorziening en automatisering (ICT) 9. Facilitaire zaken en Huisvesting 10.Documentaire Informatie Voorziening (DIV) 11.Managementondersteuning primair proces
Wat gaat het kosten: (programma)budget? Overhead / bedrijfsvoering
Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2025 2026 2027 2028 Totaal Lasten 10.580.309 10.515.813 10.576.136 10.679.151 Saldo van baten en lasten 10.580.309 10.515.813 10.576.136 10.679.151 Mutaties reserves 0 0 0 0 Eindtotaal 10.580.309 10.515.813 10.576.136 10.679.151 In hoofdstuk 2 ‘Financiële begroting en meerjarenraming’ zijn specificaties opgenomen.
18
1.1.4 Algemene dekkingsmiddelen Wat gaat het kosten: (programma)budget? Begroting: 2025
Begroting: 2026
Begroting: 2027
Begroting: 2028
STR Totaal Lasten -140.000 -187.127 -218.166 -327.126 Totaal Baten -45.068.121 -45.397.480 -46.628.878 -47.125.005 Totaal Saldo van baten en lasten -45.208.121 -45.584.607 -46.847.044 -47.452.131 Totaal Mutaties reserves 0 0 0 0 Eindtotaal -45.208.121 -45.584.607 -46.847.044 -47.452.131 In hoofdstuk 2 ‘Financiële begroting en meerjarenraming’ zijn specificaties opgenomen.
Toelichting Lasten Vacatures gedurende het jaar Er zijn voordelen opgenomen op de lasten voor een bedrag van € 100.000 in verband met de verwachte vacatureruimte gedurende het jaar (natuurlijk verloop). Aan- en verkoop verlofuren (IKB) Er zijn voordelen opgenomen op de lasten voor een bedrag van € 40.000 in verband met een verwacht positief saldo op de aan- en verkoop van verlofuren. Begrotingstekort vanaf 2026 De begroting 2025 is sluitend. De jaren 2026, 2027 en 2028 laten een tekort zien van respectievelijk € 47.127, € 78.166 en € 187.126. Bij de behandeling van de begroting 2025 wordt een besluit gevraagd over de begroting 2025. De meerjarenraming 2026 t/m 2028, behorende bij de begroting 2025, is ter informatie. Het tekort wordt veroorzaakt door enkele, onverwachte structurele tegenvallers in combinatie met de personeelslasten die oplopen in de meerjarenraming. Gezien het feit dat de VRZ dun is georganiseerd en voor een grote opgave staat, wordt primair niet de keuze gemaakt voor een taakstelling. In de loop van 2024 of 2025 of bij het opstellen van de begroting 2026 zal, zo mogelijk, een voorstel worden gedaan voor een oplossing voor het tekort.
Baten Brede doeluitkering rampenbestrijding (BDUR) Het in de begroting 2025 opgenomen bedrag voor de BDUR is gebaseerd op de decembercirculaire 2023 van het ministerie van J&V. Het (basis)bedrag voor 2025 bedraagt € 7.412.795. Door het Rijk is een taakstelling opgenomen in de BDUR vanaf 2025, waardoor de BDUR daalt naar € 7.115.155. In de decembercirculaire 2022 heeft de toekenning plaatsgevonden van extra middelen voor een bedrag van € 1.744.060 in 2024, oplopend naar € 2.232.699 in 2025 en € 2.538.548 in 2026 voor de verdere doorontwikkeling van crisisbeheersing en de daarmee gepaard gaande opgave op het gebied van informatie-gestuurd werken. De besteding van deze middelen is aan deze voorwaarden gebonden, waarbij dit niet mag leiden tot een verlaging van de gemeentelijk bijdragen voor dit doel. De totale BDUR 2025 bedraagt daarmee in 2025 € 9.347.854.
19
De BDUR-circulaires van het Rijk zijn opgesteld in ‘constante prijzen’. In de begroting is rekening gehouden met de toekenning van loon-en prijscompensatie via de BDUR, die naar verwachting in 2024 en 2025 wordt uitgekeerd. Deze zijn op het moment van schrijven nog niet bekend. In 2024 is een bedrag geraamd van € 100.000 (ca. 1%). In 2025 is een bedrag geraamd van € 200.000 (ca. 2%), samen € 300.000. In totaal bedraagt de raming voor de BDUR vanaf 2025 daarmee € 9.647.854. Ontwikkeling Brede Doeluitkering Rampenbestrijding
Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 na wijziging
Decembercirulaire BDUR 2023 Taakstelling BDUR
7.403.500
7.412.795
7.412.795 -297.640
7.412.795 -274.130
7.412.795 -276.380
7.412.795 -276.380
Totaal BDUR in basis
7.403.500
7.412.795
7.115.155
7.138.665
7.136.415
7.136.415
Extra middelen crisisbeheersing en informatievoorziening
1.406.906
1.744.060
2.232.699
2.538.548
2.538.548
2.538.548
Totaal BDUR inclusief extra specifieke middelen
8.810.406
9.156.855
9.347.854
9.677.213
9.674.963
9.674.963
100.000
100.000 200.000
100.000 200.000
100.000 200.000
100.000 200.000
9.256.855
9.647.854
9.977.213
9.974.963
9.974.963
Indexatie 2024 (raming junicirculaire BDUR)) Indexatie 2025 (raming junicirculaire BDUR)) Totaal BDUR, in prijzen 2025
8.810.406
Gemeentelijke bijdrage (inclusief Bevolkingszorg) Uitgangspunt is de gemeentelijke bijdrage 2024, omdat bij de vaststelling van de begroting 2024 geen besluit is genomen over de oplopende gemeentelijke bijdrage in de meerjarenraming 2025 t/m 2027, behorende bij de begroting 2024. De gemeentelijke bijdrage in 2024 (exclusief maatwerk) bedroeg € 34.056.621. Voor de verdeling van de gemeentelijke bijdrage wordt verwezen naar paragraaf 2.3.5. Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage VRZ
Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028
Programmabegroting 2024 Structurele bijdrage VRZ op basis van begroting 2024 Structurele bijdrage Bevolkingszorg op basis van begroting 2024
33.817.671 238.950
33.817.671 238.950
33.817.671 238.950
33.817.671 238.950
33.817.671 238.950
Totaal gemeentelijke bijdrage incl. bevolkingszorg, basis 2024
34.056.621
34.056.621
34.056.621
34.056.621
34.056.621
VZG-richtlijn 2025 (+ 3,9% samengesteld, loon 4,9% en prijs 2,0% Structurele bijdrage VRZ Structurele bijdrage Bevolkingszorg
0 0
1.318.889 9.319
1.318.889 9.319
1.318.889 9.319
1.318.889 9.319
Totaal VZG-richtlijn 2025
0
1.328.208
1.328.208
1.328.208
1.328.208
Oplopende kapitaallasten t.o.v. begrotingsniveau van € 4,0 mln.
0
0
0
1.233.648
1.719.775
Totaal gemeentelijke bijdrage incl. bevolkingszorg
34.056.621
35.384.829
35.384.829
36.618.477
37.104.604
Maatwerk Correctie gemeente Schouwen-Duiveland, structureel Correctie gemeente Veere 1) periode 2025-2045 Correctie gemeente Sluis 1) periode 2025-2045
-11.000 0 0
-11.000 23.219 23.219
-11.000 23.219 23.219
-11.000 23.219 23.219
-11.000 23.219 23.219
Totaal gemeentelijke bijdrage (incl. bevolkingszorg)
34.045.621
35.420.268
35.420.268
36.653.916
37.140.043
1) Levering bluswater-tankwagens wordt voorzien in 2024, 1e afschrijving vindt dan plaats in 2025 (Annuïteit € 330.000, AT=20 jr. rente 3,5%)
Bijstelling VZG-richtlijn 2025 (+ 3,9%, structureel) € 1.328.208 Voor de compensatie van de loon- en prijsontwikkeling in 2025 via de gemeentelijke bijdrage is in de begroting 2025 de VZG-richtlijn van 3,9% gehanteerd, die is gebaseerd op een loonbijstelling van 4,9% (2/3) en prijsbijstelling van 2,0% (1/3).
20
Oplopende kapitaallasten vervangingsinvesteringen, vanaf 2027 In de begroting 2024 was nog een verhoging voorzien in 2025 voor oplopende kapitaallasten. Door aanpassingen in de investeringsplanning zijn de kapitaallasten in 2025 lager, waardoor er geen verhoging nodig is. Ook in 2026 wordt er geen verhoging meer voorzien. In de meerjarenraming 2027 t/m 2028 wordt de gemeentelijke bijdrage stapsgewijs verhoogd, gerelateerd aan de uitvoering van het meerjarig investeringsplan.
1.1.5 Onvoorzien Wat gaat het kosten: (programma)budget? Onvoorzien Totaal Lasten Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Eindtotaal
Begroting: 2025 50.000 50.000 0 50.000
Begroting: 2026 50.000 50.000 0 50.000
Begroting: 2027 50.000 50.000 0 50.000
Begroting: 2028 50.000 50.000 0 50.000
Toelichting Lasten 380 Overige goederen en diensten Onvoorzien De post onvoorzien bedraagt € 50.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven of voor het één jaar dekken van structurele uitgaven. Voor de risico’s die VRZ loopt wordt verwezen naar de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.
21
Deel 1.2: De paragrafen 1.2.1 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Onderhoud (brandweer)materieel en - materiaal VRZ werkt voor onderhoud met drie servicecentra, gepositioneerd in Terneuzen (kazerne Koegors), Middelburg (kazerne Stromenweg) en Borssele (kazerne Quistenburg). De servicecentra voeren beheertaken uit op het gebied van grote en kleine voertuigen, bepakkingen, ademlucht, bluskleding etc. Daarnaast wordt een aantal beheertaken centraal uitgevoerd, zoals niet-repressieve kleding, verbindingsmiddelen etc. Deze centrale taken zijn binnen één van de servicecentra gepositioneerd. Onderhoudskosten voertuigen en materiaal (exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel) Realisatie Begroting 2024 na 2023 1e wijziging
Programma begroting 2025
Exploitatie
1.743.951
1.481.121
1.383.953
Onderhoud materieel en -materiaal
1.443.564
1.061.121
1.093.453
Tijdelijke verhoging onderhoudsbudget
227.000
348.500
233.000
Onderhoud Maritieme Veiligheid
88.577
71.500
57.500
Investeringsplan
35.000
0
0
Werkplaatsinrichting servicecentra
35.000
0
0
Totaal
1.794.141
1.409.621
1.326.453
Het onderhoudsbudget staat onder druk; dit hangt samen met de ouderdom van de activa. Er is de afgelopen jaren (2018 t/m 2023) sprake geweest van hogere onderhoudskosten dan begroot. Het investeringsplan voorziet in de vervanging van veel activa, waardoor de onderhoudskosten mogelijk zouden kunnen dalen. Vervanging van een groot aantal tankautospuiten staat gepland vanaf 2026. De vraag is echter of een daling ook daadwerkelijk gaat plaatsvinden. Naast de ouderdom zijn de complexiteit van materieel (complexe voertuigelektronica) en de prijsontwikkeling van onderdelen/arbeid van invloed op de onderhoudskosten. In 2025 worden (net als in 2024) nog lagere afschrijvingslasten verwacht dan begroot. Het verschil wordt incidenteel ingezet om het onderhoudsbudget voor brandweermaterieel en -materiaal te verhogen. Vervanging van een groot aantal tankautospuiten staat gepland vanaf 2026. Meerjarig Onderhoudsplan (MJOP) Veiligheidsregio Zeeland heeft circa 65 panden in gebruik c.q. in eigendom die preventief onderhoud en onderhoud als gevolg van storingen/defecten vereisen. Gebleken is dat het beschikbare budget al jaren niet toereikend is en dat het ontbreekt aan een gedegen planning. Daar waar gedacht wordt waar het geld het hardst nodig is, gaat het heen. Dit geeft meer nadelen dan voordelen en is onvoldoende beheersbaar, niet even doelmatig en leidt tot ongewenste situaties.
Hierdoor is er structureel sprake van achterstallig onderhoud met als gevolg onveilige situaties zoals onlangs is geconstateerd in de uitgevoerde RI&E en legionella metingen die overschrijdingen laten zien. We voldoen niet aan alle wettelijke eisen én we overschrijden structureel de onderhoudsbudgetten.
22
In de visie op huisvesting wordt onder andere gesteld dat de huisvesting “doelmatig, uitnodigend en integraal duurzaam” moet zijn. Uitgangspunt voor al onze huisvesting is goede basisvoorzieningen, veiligheid en goed welbevinden. Om dit te borgen wordt er gekeken naar het opzetten van een Meerjarig Onderhoudsplan (MJOP) voor alle panden. Een MJOP beschrijft en calculeert de planmatige acties voor preventief onderhoud op een vastgestelde wijze (NEN2767). De effecten hiervan zijn nog onduidelijk en zijn nog niet verwerkt in de begroting 2025. Dit zal middels aparte besluitvorming in worden gebracht nadat het MJOP gereed is. Onderhoud kantoren VRZ (Middelburg, Goes, Borssele, Terneuzen) We zijn sinds januari 2017 eigenaar van het kantoorgebouw Segeerssingel 10 te Middelburg. Het gebouw plus de verbouwingskosten worden in 25 jaar afgeschreven zonder rekening te houden met een restwaarde. Uiteindelijk resteert de aanschafwaarde van de grond op de balans. De ontwikkelingen met betrekking tot het pand Segeerssingel vragen om heroverweging van in het verleden gemaakte keuzes. Op dit huidige moment vindt onderzoek plaats naar de mogelijke gezamenlijke huisvesting van de GGD, RUD en VRZ. Thans zijn de uitkomsten hiervan nog niet bekend waardoor vooralsnog de onderhoudsbegroting 2024 één op één (excl. indexering) zal worden overgenomen naar 2025.
Onderhoudskosten Segeerssingel 10 (exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel) Realisatie Begroting 2024 na 2023 1e wijziging Exploitatie 116.698 88.500 Gebruikers- en eigenaarsonderhoud Segeerssingel 10 Middelburg Kantoormeubilair
Programma begroting 2025 90.200
111.176
83.400
85.000
5.523
5.100
5.200
0
0
0
Investeringsplan
35.912
0
0
Aanpassing Segeerssingel 10
35.912
0
0
Totaal
152.611
88.500
90.200
Aanpassing Segeerssingel 10, vml. GMZ
Naast de Segeerssingel 10 te Middelburg bevinden zich o.a. op de kazernes Middelburg Stromenweg, Goes Oranjeweg, Borssele Quistenburg en Terneuzen Koegors kantoren van VRZ. Ook op een aantal kleinere posten zijn werkruimtes beschikbaar. Onderhoud en vervanging brandweerposten Het eigendom van de brandweerposten en het beheer daarvan is in 2013 niet aan VRZ overgedragen. Voor alle brandweerposten is een verdeling van de verantwoordelijkheid voor het onderhoud afgesproken. Het Algemeen Bestuur heeft hiervoor in 2013 een zogenaamde demarcatielijst vastgesteld. Hierbij geldt dat het (gebruikers)onderhoud van de in de demarcatielijst onder de kolom “VRZ” opgenomen zaken voor rekening komt van VRZ. Grosso modo kan gesteld worden dat de kosten voor onderdelen die wortel- en nagelvast zijn, zijn voor rekening van de gemeenten. De kosten voor de losse inventaris zijn voor rekening van VRZ. De bestaande inventaris is in 2013 ‘omniet’ overgedragen aan VRZ. Voor de vervanging is dus geen financiële ruimte overgedragen. Hiervoor is € 30.000 per jaar voorzien (op het investeringsplan). Afschrijving zal plaatsvinden in 10 jaar.
23
In de Notitie Huisvesting brandweerposten, die op 1 maart 2018 in het AB is vastgesteld, zijn de uitgangspunten voor oprichting en vervanging vastgesteld. Een nieuwe brandweerpost heeft minimaal twee uitrukdeuren of verlengde diepte. Indien (een) extra deur(en) of verlengde diepte noodzakelijk is/zijn voor regionaal materieel van de basis brandweerzorg, dan zijn de kosten voor: a) individuele gemeente, bij een gelijke situatie; b) alle gemeenten, indien meer uitrukdeur(en) gewenst zijn dan in de huidige situatie; c) als er sprake is van frictiekosten vindt hierover overleg plaats tussen partijen. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten hun maatschappelijk vastgoed voor 2050 verduurzamen. Uitgangspunt is een reductie van 95% van de CO₂-uitstoot en het aardgasvrij maken van gebouwen. De Sectorale Routekaart Gemeentelijk Maatschappelijk Vastgoed bevat de aanpak voor de 36.000 gebouwen die het betreft, een doorrekening van de benodigde middelen en een stappenplan als hulpmiddel om een eigen gemeentelijke portefeuilleroutekaart op te stellen. Onder andere de provincie Zeeland, alsmede de 13 Zeeuwse gemeenten hebben gezamenlijk in de Zeeuwse Regionale Energie Strategie (Zeeuwse RES) hun duurzaamheidsdoelstelling bepaald. In 2023 is met provinciaal subsidiegeld onderzoek gedaan naar de mogelijke duurzaamheidsmaatregelen per brandweerkazerne.