BeschermdWonenRaadsvoorstel Regiovisie BW en MO Zeeland 2022-2025
Tekst van het document
Raadsvoorstel Nummer: 254429 Aan:
Portefeuillehouder:
De raad van de gemeente Hulst
Wethouder R. Ruissen
Onderwerp: Regiovisie beschermd wonen en maatschappelijke opvang 2022-2025 Inleiding Gemeenten hebben medio 2020 ingestemd met de Norm voor opdrachtgeverschap beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Hierin zijn niet-vrijblijvende afspraken opgenomen tussen gemeenten binnen een regio en tussen regio's onderling, die moeten zorgen voor een zorgvuldige overgang en krachtige samenwerking binnen de transformatie van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Gemeenten nemen de verantwoordelijkheid om regionale samenwerking te verbeteren, het opdrachtgeverschap te versterken en de administratieve last te verminderen. Alle regio’s in Nederland leggen deze afspraken vast in een regiovisie. De regiovisie beschermd wonen en maatschappelijke opvang Zeeland 2022-2025 (hierna: regiovisie) wordt nu via de colleges ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraden in Zeeland. Hiermee geven ook de Zeeuwse gemeenten invulling aan de Norm voor Opdrachtgeverschap beschermd wonen en maatschappelijke opvang. In 2024 wordt geëvalueerd en besloten tot voortzetting of wijziging vanaf 2026. 1. Situering van het onderwerp, aanleiding en probleemstelling Vanaf 1 januari 2022 is de doordecentralisatie van beschermd wonen gestart.
Dit betekent voor de regio Zeeland dat niet alleen de centrumgemeente Vlissingen, maar alle dertien Zeeuwse gemeenten zich inzetten voor inwoners die in aanraking komen met beschermd wonen. Vanaf 1 januari 2023 start de financiële doordecentralisatie en verschuiven de financiële middelen en de bijbehorende verantwoordelijkheid via een ingroeipad (2023 tot en met 2032) van de centrumgemeente naar alle dertien gemeenten. De doordecentralisatie is ondersteunend aan de transformatie van beschermd wonen. Ook Maatschappelijke opvang wordt meegenomen in deze brede transformatie die gebaseerd is op de visie van de commissie Dannenberg. In deze visie staan sociale inclusie en het normaliseren van beschermd wonen en maatschappelijke opvang centraal. De focus ligt hierbij op herstel en participatie, zo veel mogelijk in de eigen omgeving. Het zwaartepunt verschuift van wonen in een intramurale setting naar wonen in de wijk of het dorp met ondersteuning in de vertrouwde omgeving, dicht bij huis. Hierdoor krijgen inwoners met een psychische kwetsbaarheid of inwoners die te maken hebben gehad met (dreigende) dak- en thuisloosheid meer mogelijkheden om te werken aan hun herstel en deelname aan de samenleving. De verschuiving van de financiële verantwoordelijkheid vereist het maken van bestuurlijke afspraken tussen de gemeenten in Zeeland.
Door de krachten te bundelen en in ieder geval voor de periode 2023 – 2025 financiële afspraken te maken zorgen we voor de continuïteit van zorg en is slagkracht georganiseerd om de transformatie voortvarend vorm te geven. 2. Oplossingen, eventuele alternatieven en beoogd resultaat Door het maken van regionale samenwerkingsafspraken blijft de continuïteit van zorg en ondersteuning voor onze inwoners gegarandeerd, kunnen we de beoogde transformatie goed vormgeven en verlagen we de administratieve last voor zorgaanbieders waardoor ze zich meer kunnen richten op de inhoud. Het zwaartepunt verschuift van wonen met ondersteuning in een intramurale setting naar wonen in de wijk met ondersteuning in de vertrouwde omgeving, dichtbij huis. Inwoners waarvoor de stap van intramuraal naar zelfstandig wonen te groot is, of waarvoor iets extra’s nodig is om te voorkomen -1-
Raadsvoorstel Nummer: 254429 dat ze intramuraal moeten gaan wonen, hebben behoefte aan tussenliggende woonvormen. Geclusterd zelfstandig wonen, intensieve begeleiding thuis met 24/7 bereikbaarheid, trainingshuizen en time-out voorzieningen zijn hier voorbeelden van. Binnen de regio zijn al dergelijke vormen aanwezig, maar onvoldoende om de transformatie goed vorm te kunnen geven. Door stevig in te zetten op een breed scala aan woonvarianten, krijgen inwoners met een psychische kwetsbaarheid of inwoners die te maken hebben gehad met (dreigende) dak- en thuisloosheid meer mogelijkheden om te werken aan hun herstel en deelname aan de samenleving. Inwoners kunnen langer zelfstandig wonen en hebben meer regie op hun leven. Argumenten 1.1 De gemeenten streven er naar dat inwoners met een psychische kwetsbaarheid zo zelfstandig mogelijk kunnen wonen en leven. Ondersteuning wordt zoveel mogelijk in de eigen omgeving geboden en sluit aan op de behoeften van de cliënt. De focus ligt op herstel en participatie. Daar waar er ambulante ondersteuning geboden kan worden heeft dit de voorkeur boven een verblijf in een accommodatie. Het zwaartepunt verschuift van wonen in een intramurale setting naar wonen in de wijk of het dorp.
De gemeenten willen hier zoveel mogelijk voor samenwerken met belangrijke partners, zoals zorgaanbieders, woningcorporaties, cliënt- en naastenvertegenwoordiging en zorgverzekeraars. De gemeenten bundelen hun krachten om voor alle Zeeuwse inwoners passende beschermende woonzorg te realiseren en continueren. De gemeenten maken financieel- en taakinhoudelijke afspraken om gezamenlijk zorg te dragen voor de (transformatie)opgaven binnen beschermd wonen. Het uitgangspunt is lokaal wat kan, regionaal wat moet. 1.2 Met ingang van 2023 worden alle gemeenten financieel verantwoordelijk voor de nieuwe cliënten uit hun gemeente, de centrumgemeente blijft verantwoordelijk voor de bestaande beschermd wonen cliënten. In de overgangsfase bestaat het risico dat de bijdrage beschermd wonen die de gemeenten vanaf 2023 ontvangen niet goed is afgestemd op hun financiële verantwoordelijkheid, waardoor de zorg en ondersteuning voor beschermd wonen cliënten in het gedrang kan komen. Daarom spreken de gemeenten af dat ze in de jaren 2023 – 2025 alle beschermd wonen cliënten (ongeacht de gemeente van herkomst in Zeeland) beschouwen als Zeeuwse cliënten en de kosten ten laste brengen van een gezamenlijk regiobudget beschermd wonen. 1.3 Bij de objectieve verdeling wordt geen rekening gehouden met waar de beschermd wonen voorzieningen zich vanuit de historische situatie bevinden.
In Zeeland zijn er op dit moment nog grote verschillen in het aantal plekken voor beschermd wonen per gemeente. De financiële middelen voor beschermd wonen worden vanaf 2023 gefaseerd doorgedecentraliseerd naar de dertien gemeenten via een ingroeipad (2023-2032). De rijksmiddelen voor alle gemeenten worden objectief verdeeld en nemen in de eerste jaren van de decentralisatie toe in gelijke tred met de verwachte instroom van nieuwe cliënten. Tegelijkertijd verandert het budget dat de regio in zijn geheel krijgt. Deze verandering komt door de overgang van een historisch verdeelmodel naar een objectief verdeelmodel. Het nieuwe verdeelmodel heeft voor Zeeland in totaliteit weinig financiële gevolgen: het totale budget voor beschermd wonen (bestaande uit de bijdrage beschermd wonen die nog binnenkomt bij de centrumgemeente Vlissingen en de bijdragen die de individuele gemeenten ontvangen) blijft vanaf de start van de financiële doordecentralisatie in 2023 nagenoeg gelijk. Het budget dat we als regio in totaliteit krijgen is hiermee naar verwachting ruim toereikend om beschermd wonen voor de regio Zeeland te kunnen bekostigen. In de gemeente Hulst zijn er vanuit de historische situatie relatief veel plekken voor beschermd wonen. In het objectieve verdeelmodel wordt hier geen rekening mee gehouden.
Dit model gaat uit van de situatie na de tranformatie van beschermd wonen, waarbij inwoners zo veel mogelijk thuis (in hun eigen gemeente) zorg en ondersteuning ontvangen. De komende jaren zal moeten blijken in hoeverre deze transformatie in Zeeland vormgegeven kan worden en wat dit betekent voor de bestaande beschermd wonen voorzieningen en de spreiding daarvan. In elk geval staat de bijdrage die we de eerste jaren ontvangen niet in verhouding tot het aantal plekken in onze gemeente. Om de zorg en ondersteuning voor de inwoners die in een beschermd wonen voorziening in Hulst -2-
Raadsvoorstel Nummer: 254429 verblijven de komende jaren te kunnen garanderen, is regionale financiële samenwerking noodzakelijk. De financiële verantwoordelijkheid voor maatschappelijke opvang en vrouwen-/veilige opvang blijft voorlopig bij de centrumgemeente Vlissingen. De middelen voor maatschappelijke opvang en vrouwen-/veilige opvang worden dan ook niet meegenomen in de doordecentralisatie. Een deel van de structurele uitgaven maatschappelijke opvang en vrouwen-/veilige opvang wordt structureel ten laste gebracht van de bijdrage beschermd wonen. Het gaat om een bedrag van ca. € 1 mln. Dit blijft ook zo vanaf 2023 en wordt vanaf dan ten laste gebracht van het regiobudget. De dertien gemeenten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de inhoudelijke transformatie van maatschappelijke opvang. Kanttekeningen 1.1 Namens de portefeuillehouders die deelnemen aan het Overleg Zeeuwse Overheden (OZO) Sociaal Domein is een brief verzonden aan de artikel 12 inspecteur van centrumgemeente Vlissingen over de zeggenschap over de reserves centrumtaken (dit is een reserve van ca. 7 mln.).
De gemeenten zijn van mening dat als er gezamenlijk verantwoordelijkheid wordt genomen voor alle Zeeuwse cliënten beschermd wonen (bestaande en nieuwe cliënten), de reserve die is opgebouwd bij de centrumgemeente om risico's in dat kader te dekken, ingebracht moet worden in het regiobudget dat vanaf 2023 wordt gevormd. De art. 12 inspecteur wordt gevraagd naar zijn standpunt en verzocht om deze in een brief nader toe te lichten aan de gemeenten. 1.2 De dertien gemeenten hebben nadrukkelijk uitgesproken dat zij gedurende de doordecentralisatie voor de taken van beschermd wonen regionaal willen samenwerken. De portefeuillehouders hebben ook aangegeven dat zij graag onderzocht willen hebben of een samenwerking kan plaatsvinden met het aanpalende beleidsterrein van jeugd. De afgelopen tijd hebben de gemeenten in het OZO thema-overleg sociaal domein afspraken gemaakt over hoe ze de nieuwe verantwoordelijkheden willen invullen en welke eerste stappen ze hierin kunnen maken in 2022. De regiovisie ligt nu ter besluitvorming voor, waarmee de inkoop van zorg en ondersteuning voor deze kwetsbare doelgroep op Zeeuwse schaal georganiseerd wordt. Ook de inkooporganisatie voor de jeugdhulp vormt een belangrijke poot in de Zeeuwse samenwerking.
De bestuurlijke wens is om te onderzoeken welke mogelijkheden er bestaan om de uitvoeringstaken voor beschermd wonen en jeugd gezamenlijk vorm te geven. Dat onderzoek zal door een onafhankelijk, extern bureau worden uitgevoerd. Uiteraard worden de gemeenteraden bij de besluitvorming over de governancevorm en uitvoering hiervan betrokken. Uw raad wordt nog geïnformeerd over het proces en de wijze waarop de gemeenteraden in Zeeland hierbij betrokken worden. 1.3 Er zijn nog geen afspraken gemaakt over de situatie na 2025, als gemeenten besluiten vanaf dan de (financiële) samenwerking niet meer voort te zetten. Met deze regiovisie worden samenwerkingsafspraken gemaakt voor de periode 2022-2025. In 2024 wordt geëvalueerd en besloten tot voortzetting of wijziging vanaf 2026. Voor aanvang van de financiële doordecentralisatie in 2023 moeten er inhoudelijke en financiële ontvlechtingsafspraken gemaakt worden, voor het geval er wordt besloten om na 2025 niet meer samen verder te gaan. Communicatie en participatie In het voorjaar van 2021 hebben digitale bijeenkomsten plaatsgevonden om betrokken partijen (zorgaanbieders, cliënt- en naastenvertegenwoordiging, woningscorporaties, etc.), gemeenteraden en adviesraden Wmo/sociaal domein te informeren over de op te stellen regiovisie en input hiervoor op te halen.
In het najaar zijn er opnieuw digitale bijeenkomsten georganiseerd om de gemeenteraden en adviesraden bij te praten. In juli een specifieke sessie georganiseerd over het thema wonen waar verschillende belanghebbenden voor zijn uitgenodigd. Dit was in samenwerking met Platfom31. In samenwerking met Stichting Hersteltalent hebben zogenoemde spiegelgesprekken plaatsgevonden met inwoners die vanwege een psychische kwetsbaarheid verblijven in een beschermde woonvorm of nu juist weer zelfstandig wonen. In deze gesprekken stond de volgende vraag centraal: ‘’Wat heb -3-
Raadsvoorstel Nummer: 254429 ik nodig wanneer ik vanuit een beschermde woonvorm weer op mijzelf ga wonen?’’. Cliënt- en naastenorganisaties (zoals Ypsilon en Stichting HerstelTalent) hebben ook gereageerd op de inhoud van de concept regiovisie. Tot slot zijn er interviews gehouden met zorgaanbieders. Alle reacties die naar voren zijn gekomen uit bovenstaande gesprekken zijn meegenomen in de regiovisie. De adviesraad sociaal domein is betrokken bij de totstandkoming van de regiovisie en gevraagd om een advies te geven over de regiovisie en aandachtspunten mee te geven voor de uitvoeringsagenda. Het uitgebrachte advies is bijgevoegd, net als de reactie van het college. Het advies wordt meegenomen bij de totstandkoming van de uitvoeringsagenda. Ook wordt de adviesraad sociaal domein betrokken bij de verdere uitvoering ervan. 3. Relatie met de programmabegroting Deze regiovisie sluit aan bij de doelstellingen uit programma 6. Sociaal Domein. Met de regiovisie wordt specifiek ingezet op het speerpunt “Van beschermd wonen naar beschermd thuis. Toename/verbetering van doorstroom vanuit beschermd wonen voorzieningen naar wonen in de wijk. Hulp/zorg vroegtijdig en flexibel inzetbaar en dichtbij beschikbaar”. 4. Planning (tijdspad) en uitvoering Er wordt een uitvoeringsagenda gemaakt voor de periode 2022 tot en met 2025.
De uitvoeringsagenda draagt bij aan het proces van een soepele start van de decentralisatie per 2023 en zorgt ervoor dat we de voortgang van de regiovisie kunnen monitoren. Het opleveren van de uitvoeringsagenda is voorzien voor einde Q1 2022. De toegang tot beschermd wonen is per 1 januari 2022 al bij de lokale gemeenten belegd. Het jaar 2022 is hierbij een overgangsjaar waarin ondersteuning vanuit een expertteam en een onafhankelijke deskundige beschikbaar is. Dit is eind 2021 door de dertien Zeeuwse colleges besloten. Voor meer informatie hierover zie de raadsinformatiebrief bij de ingekomen stukken. 5. Financiële paragraaf De Zeeuwse gemeenten spreken af om in de periode 2023 tot en met 2025 te werken met één regiobudget voor beschermd wonen. In dit regiobudget worden een aantal financiële middelen ingebracht: 1. De middelen voor de nieuwe cliënten beschermd wonen die de dertien gemeenten vanaf 2023 ontvangen in het gemeentefonds. De hoogte van het bedrag dat een gemeente ontvangt wordt bepaald op basis van het nieuwe objectieve verdeelmodel en is gekoppeld aan een ingroeipad (bedrag neemt toe). 2. De decentralisatie-uitkering die de centrumgemeente Vlissingen ontvangt voor de bestaande cliënten beschermd wonen. De hoogte van dit bedrag is gebaseerd op het historisch verdeelmodel en is ook gekoppeld aan het ingroeipad (bedrag neemt af). 3.
De eigen bijdragen die de dertien gemeenten (incl. centrumgemeente) ontvangen voor de cliënten die intramuraal beschermd wonen. Dit is een inkomensafhankelijke eigen bijdrage. 4. Naast deze structurele bijdragen wordt bij aanvang van de samenwerking de reserve centrumtaken (onder voorbehoud akkoord art. 12 inspecteur) per 31-12-2022 ingebracht. Het totaal budget dat de Zeeuwse gemeenten ontvangen via het gemeentefonds en de decentralisatie-uitkering bedraagt ca. € 33 mln. in 2023. Het regiobudget is daarmee ruim voldoende om de kosten voor beschermd wonen in de regio Zeeland te betalen. Hieronder volgt een overzicht van de middelen voor beschermd wonen die de gemeente Hulst vanaf 2023 ontvangt in het gemeentefonds. Hierbij wordt opgemerkt dat het nieuwe objectieve verdeelmodel nog niet definitief is, naar verwachting wordt dit in de meicirculaire gepubliceerd.
-4-
Raadsvoorstel Nummer: 254429 Te ontvangen middelen BW volgens ingroeipad Gemeente Hulst Jaar Bedrag 2023 € 277.990,2024 € 886.069,2025 € 1.396.014,2026 € 1.824.384,2027 € 2.184.249,2028 € 2.487.531,2029 € 2.730.547,2030 € 2.755.228,2031 € 2.779.910,2032 € 2.804.592,Regiobudget Vanuit het regiobudget worden de kosten voor ondersteuning (Intensieve Begeleiding Thuis, beschermd wonen geclusterd en intramuraal) en de kosten voor de uitvoeringsorganisatie betaald. Daarnaast ontvangen alle Zeeuwse gemeenten uit het regiobudget middelen voor versterking van de lokale infrastructuur, waaronder preventie en de lokale toegang. Deze middelen worden verdeeld aan de hand van een verdeelsleutel, gebaseerd op het objectieve verdeelmodel. In 2022 voeren de gemeenten al lokaal de toegang voor beschermd wonen uit. Vooruitlopende op de financiële afspraken vanaf 2023, worden de kosten voor de lokale toegang in 2022 gecompenseerd vanuit de decentralisatie-uitkering die de centrumgemeente Vlissingen ontvangt. Gemeente Hulst ontvangt hiervoor een bedrag van € 15.756,-. Risico Als er niet wordt gekozen voor een regionale samenwerking moet de gemeente Hulst zelf de kosten dragen voor de nieuwe cliënten beschermd wonen uit de eigen gemeente. De gemiddelde kosten per jaar voor de nieuwe instroom (ca. 20 cliënten per jaar in de gemeente Hulst) bedragen € 1.016.220,-.
Dit betekent dat de gemeente Hulst in elk geval in de jaren 2023 (€ 277.990,-) en 2024 (€ 886.069,-) onvoldoende middelen ontvangt om deze kosten te dekken. Daarnaast moet er rekening mee worden gehouden dat het aantal nieuwe cliënten (instroom na 1 januari 2023) bij de gemeente Hulst toeneemt en het aantal bestaande cliënten onder verantwoordelijkheid van de centrumgemeente Vlissingen afneemt. Hoe groot deze toename is, hangt af van de mate waarin de beoogde transformatie gerealiseerd wordt. De transformatie beoogt een verschuiving van ondersteuning in een beschermd wonen voorziening naar ondersteuning thuis. Deze ondersteuning thuis (Wmo-begeleiding) moet ook uit de extra middelen in het gemeentefonds betaald worden. We hebben nog geen zicht op hoe deze verschuiving eruit ziet. Het is zaak om dit de komende jaren goed te monitoren. Tenslotte zijn de kosten ook afhankelijk van het woonplaatsbeginsel waarvoor nu een wetsvoorstel voorligt. Wanneer deze wetswijziging wordt aangenomen is de gemeente van herkomst verantwoordelijk voor de financiering van de beschermd wonen voorziening. Dit geldt overigens alleen voor de intramurale voorzieningen aangezien alleen deze vorm volgens de letter van de wet beschermd wonen is.
-5-
Raadsvoorstel Nummer: 254429 6. Voorstel De raad besluit: 1. De Regiovisie beschermd wonen en maatschappelijke opvang Zeeland 2022 – 2025 vast te stellen. 2. De financiële afspraken zoals opgenomen in de regiovisie voor 2023 tot en met 2025 vast te stellen. 3. De middelen die de gemeente Hulst in het gemeentefonds ontvangt voor beschermd wonen in de periode 2023 tot en met 2025 op basis van het objectieve verdeelmodel in het regiobudget in te brengen. 4. De financiële gevolgen te verwerken in de begroting van 2023 tot en met 2025.
Burgemeester en Wethouders van Hulst, De Secretaris, De Burgemeester, Bijlage(n): Bijlage 1: Regiovisie beschermd wonen en maatschappelijke opvang 2022 – 2025 Bijlage 2: Advies van de adviesraad sociaal domein Bijlage 3: Reactie aan de adviesraad sociaal domein Bijlage 4: Brief aan de artikel 12 inspecteur Onderliggende stukken (map leeskamer):
-6-