Begroting 2023-2027 Elevantio
Tekst van het document
BEGROTING 2023 MEERJARENPERSPECTIEF 2024 – 2027
Vastgesteld S. Sanderse Voorzitter College van Bestuur Positief advies GMR A. Stallaart Voorzitter GMR Goedgekeurd
Datum: 19 januari 2023 Handtekening:
Datum: 24 januari 2023 Handtekening:
Datum: 6 februari 2023 Handtekening:
V. van Esbroeck Voorzitter Raad van Toezicht
1
Inhoud 1
VOORWOORD ................................................................................................................................. 4
2
Begroting 2023 Elevantio................................................................................................................ 5 2.1
Algemeen en uitgangpunten ................................................................................................... 5
2.2
Terug in Balans ........................................................................................................................ 5
3
ONTWIKKELING LEERLINGAANTALLEN .......................................................................................... 6
4
PERSONEEL ...................................................................................................................................... 7
5
6
4.1
CAO Primair Onderwijs ............................................................................................................ 7
4.2
Eigen risico drager voor ziektevervangingen .......................................................................... 7
4.3
Ontwikkeling formatie ............................................................................................................. 7
DE UITGANGSPUNTEN EN FINANCIERINGSSTROMEN ................................................................... 8 5.1
Algemeen................................................................................................................................. 8
5.2
Beleidskeuzes .......................................................................................................................... 8
5.3
Staat van baten en lasten ........................................................................................................ 9
5.2.1
Rijksbijdragen .................................................................................................................. 9
5.3.2
Onderwijsachterstandenbestrijding ................................................................................ 9
5.3.3
Bijzondere bekostiging NPO ............................................................................................ 9
5.3.4
Bijdrage samenwerkingsverband .................................................................................... 9
5.3.5
Fusiefaciliteiten ............................................................................................................. 10
5.3.6
Gemeentelijke subsidies................................................................................................ 10
5.3.7
Verhuuropbrengsten ..................................................................................................... 10
5.3.8
Loonkosten .................................................................................................................... 11
5.3.9
Professionalisering, scholing en interventie.................................................................. 11
5.3.10
Overige personele lasten ............................................................................................... 11
5.3.11
Afschrijvingen ................................................................................................................ 12
5.3.12
Huisvestingslasten ......................................................................................................... 12
5.3.13
Overige instellingslasten................................................................................................ 13
5.3.14
Financiële baten en lasten............................................................................................. 13
DE CIJFERS ..................................................................................................................................... 14 6.1
Begroting 2023 en meerjarenperspectief 2023 – 2027 ....................................................... 14
6.2
Meerjarenbalans 2023 – 2027 .............................................................................................. 15
6.3
Kengetallen 2023 – 2027 ....................................................................................................... 15
6.4
Liquiditeitsprognose 2023-2027............................................................................................ 18
6.5
Investeringen en voorzieningen ............................................................................................ 18 2
7
8
Terug in Balans .............................................................................................................................. 19 7.1
Bestuurlijk actieplan “ Terug in balans” ................................................................................ 19
7.2
Voortgang “terug in balans” in 2023-2027............................................................................ 20
ONTWIKKELINGEN ........................................................................................................................ 21 8.1
Vereenvoudiging bekostiging ................................................................................................ 21
8.2
Voorziening onderhoud......................................................................................................... 21
Bijlage 1
Leerlingenprognose per 1 februari ................................................................................... 23
3
1
VOORWOORD
Voor u ligt de begroting van Elevantio voor het kalenderjaar 2023 met het meerjarenperspectief tot en met 2027. In 2022, het eerste volledige kalenderjaar voor Elevantio, zijn veel primaire harmonisatieprocessen met inzet van velen op tempo voltooid. Daarnaast zijn de uitgangspunten van het bestuurlijk actieplan “terug in balans” uitgevoerd. Dit alles heeft geleid tot een financieel gezonde organisatie die is voorbereid op de toekomst. Bij de totstandkoming van de begroting is de geplande personele inzet voor het schooljaar 2023-2024 doorberekend en verantwoord. Dit zorgt voor gezonde bedrijfsvoering en een transparante verdeling van de middelen. Op moment van vaststellen van deze begroting legt Elevantio de laatste hand aan het opstellen van de strategische koers voor de komende jaren, dat scholen richting geeft bij het opstellen van hun schoolplannen. Elevantio richt zich op KansRijk onderwijs in de hele regio, op goed werkgeverschap waar medewerkers zich kunnen ontwikkelen in een gezonde omgeving, op versteviging van de samenwerking met partners en op het verder ontwikkelen naar een krachtige organisatie, waarbij solidariteit en verbinding kernwoorden zijn. Het nieuwe ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband POZV en VOZV zet in op meer inclusief onderwijs. We streven naar zo thuisnabij (passend) onderwijs voor de kinderen in ZeeuwsVlaanderen.
Hiervoor is voorwaardelijk dat de basisondersteuning op de scholen versterkt wordt en er intensieve kennisuitwisseling is. Deze doelstelling zal ook in het koersplan van Elevantio een nadrukkelijke rol spelen en heeft invloed op deze begroting. Onze dank gaat uit naar de medewerkers die hebben bijgedragen aan de totstandkoming van deze begroting. Het College van Bestuur van Elevantio, S. Sanderse E. de Neef
4
2
Begroting 2023 Elevantio
2.1 Algemeen en uitgangpunten In september 2022 is gestart met het opstellen van de meerjarenbegroting 2023-2027. Voor Elevantio voor het eerst vanuit een gezamenlijke financiële en personele administratie waarin ook de bevindingen vanuit de rapportages van de voormalig besturen over de periode januari t/m juli 2021 zijn verwerkt. De belangrijkste vertrekpunten bij de start van het begrotingsproces zijn: - Financiële en personele administratie ; - Allocatie Elevantio conform uitgangspunten begroting 2023-2027; - Personele Allocatie Elevantio conform uitgangspunten BFP 2023-2027; - Leerlingenprognose Elevantio op peildatum 1 oktober 2022; - Uitgangspunten begroting en exploitatie 2023. Op basis van de hiervoor genoemde punten zijn, rekening houdend met de nieuwe financiële bekostiging in het kader van de vereenvoudiging van de bekostiging, de eerste berekeningen gemaakt voor de meerjarenbegroting en het bestuursformatieplan. Daarna is het begrotingsproces verder doorlopen. Daarbij zijn onder andere de volgende stappen doorlopen: - Begrotingsgesprekken met alle directeuren en bovenschoolse budgethouders; - Verwerking van alle wensen en meerjaren (vervangings) investeringen ; - Opstellen van loonkostenbegroting met alle verplichtingen en natuurlijk verloop; - Opstellen van de berekeningen BFP 2023-2027.
Bovenstaande heeft uiteindelijk geresulteerd in deze meerjarenbegroting 2023-2027. 2.2 Terug in Balans Bij het opstellen van de eerste Elevantio begroting in september 2021 werd al duidelijk dat het meerjarenperspectief op financieel gebied uitdagend is als gevolg van oplopende tekorten. Bij de goedkeuring van de meerjarenbegroting 2021-2025 is destijds geconstateerd én de opdracht meegegeven dat: ➢ Het van belang is dat Elevantio zo spoedig mogelijk tot een sluitende en evenwichtige meerjarenbegroting gaat komen; ➢ Van een verondersteld bovenmatig eigen vermogen, gebaseerd op de realistische sector specifieke berekening, geen sprake is; ➢ Het CvB van Elevantio in overleg met directeuren, GMR en RvT (financieel) beleid opstelt gericht op de realisatie van een gezonde en toekomstbestendige exploitatie op zowel materieel als personeel gebied. Tijdens het opstellen van de begroting 2022-2026 bleek dat aan die opdracht zonder stevige bijsturing niet kon worden voldaan. Deels doordat het eerste sturingsmoment op formatief gebied pas 1 augustus 2022 is omdat gedurende schooljaar 2021/2022 de formatieve uitgangspunten en formatieve bezetting van de 4 voormalige besturen nog van toepassing zijn. Verder was inmiddels duidelijk geworden dat ook de materiële uitgaven niet in balans zijn.
Door het CvB is naar aanleiding van die bevindingen het bestuurlijk actieplan “terug in balans” opgesteld dat in hoofdstuk 7 uitgebreid wordt toegelicht en geëvalueerd.
5
3
ONTWIKKELING LEERLINGAANTALLEN
In onderstaande tabel is de verwachte ontwikkeling van het leerlingenaantal op Elevantio niveau opgenomen. In de bijlage is een gespecifieerd overzicht per school toegevoegd. Teldatum 1-2 Leerlingen
2022 5754
2023 5841
2024 5884
2025 5773
2026 5691
2027 5663
Uitgangspunt voor de begroting 2023 is het werkelijk aantal leerlingen op teldatum 1 februari 2022. Op basis van deze data wordt respectievelijk de bekostiging voor kalenderjaar 2023. In bovenstaande prognose is in tegenstelling tot afgelopen jaar geen verlaging met 1% toegepast. Op peildatum 1 oktober heeft een laatste actualisatie plaatsgevonden van de leerlingenprognose. Op teldatum 1 februari vindt een volgende check plaats. Eventuele afwijkingen kunnen dan bij de definitieve formatie uitwerking voor schooljaar 2023/2024 nog worden verwerkt. Vanaf begrotingsjaar 2023 is de bekostigingssystematiek aangepast en is de teldatum verschoven van 1 oktober naar 1 februari (t-1. In hoofdstuk 8 wordt dit nader toegelicht onder “ vereenvoudiging bekostiging” .
6
4
PERSONEEL
4.1 CAO Primair Onderwijs In juni 2022 is de laatste CAO Primair onderwijs 2022-2023 getekend. Die CAO heeft een looptijd tot 1 mei 2023. Met het cao-akkoord 2022-2023 is het loon voor alle medewerkers in het primair onderwijs vanaf januari 2021 (met terugwerkende kracht) met 4,75%. In het voorjaar van 2022 was eerder al een loonakkoord afgesloten waarmee de loonkloof PO-VO is gedicht. 4.2 Eigen risico drager voor ziektevervangingen Elevantio is eigen risicodrager voor ziektevervangingen (ERD), ziektevervangingen worden daardoor niet door het Vervangingsfonds bekostigd. Daar tegen over staat dat er niet langer premie (4,05% peildatum 1-1-2023) wordt afgedragen, uitgezonderd de verplichte BGZ premie van 0,05%. Door het ERD schap is er meer vrijheid om met meer flexibiliteit en minder administratieve last de noodzakelijke ziektevervangingen te regelen. 4.3 Ontwikkeling formatie In onderstaande tabel is de geprognosticeerde ontwikkeling van de formatie weergegeven gebaseerd op de lopende verplichtingen aan vast aangesteld personeel. De uitstroom van personeel is gebaseerd op natuurlijk verloop, ofwel het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd op basis van de geldende wet- en regelgeving. Er is hier geen rekening gehouden met extra tussentijdse uitstroom van het personeel. Historisch gezien is die extra uitstroom jaarlijks ca. 3-4%.
In het werkgelegenheidsperspectief hoofdstuk 4 van het meerjaren bestuursformatieplan wordt de extra uitstroom berekend en nader toegelicht. Lopende vaste personele verplichtingen :
CvB Directie OP OOP Totaal
2023/2024 2024/2025 2025/2026 2026/2027 2027/2028 2 2 2 2 2 34 34 34 34 34 349 343 339 332 328 47 46 45 45 44 432 425 420 413 408
Zij-instroom trajecten Naast het aantrekken van gediplomeerde leerkrachten uit Nederland en Vlaanderen is er sinds 2019 ook geïnvesteerd in zij-instroom trajecten. Dit betreft mensen met een aan onderwijs gerelateerde opleiding, die met een verkorte opleiding van 2 jaar tot bevoegd leraar worden opgeleid. Gedurende het opleidingstraject zijn de zij-instromers slechts beperkt formatief inzetbaar en komen de loonkosten volledig voor rekening van het schoolbestuur. Gelet op het 10 punten plan als beschreven in hoofdstuk 7 wordt er zeer terughoudend omgegaan met de benoeming van nieuwe zij instroomtrajecten. De aanstelling van een nieuwe zij instromer gebeurd slecht na een afzonderlijk bestuursbesluit. De lopende trajecten worden gerespecteerd en binnen de afgesproken kaders afgerond.
7
5
DE UITGANGSPUNTEN EN FINANCIERINGSSTROMEN
5.1 Algemeen De Elevantio begroting 2023 sluit met een positief saldo. Volgens het meerjarenperspectief wordt er ook voor 2024 en 2025 een positief resultaat begroot. Vanaf 2026 is er sprake van een geraamd (beheersbaar) tekort. De begroting en het meerjarenperspectief zijn opgesteld op basis van de huidige beleidsuitgangspunten en ligt daarmee in lijn van de begroting 2022. In het vervolg van dit hoofdstuk wordt een uitgebreide toelichting gegeven op de belangrijkste uitgangspunten en ontwikkelingen waarmee rekening is gehouden. 5.2 Beleidskeuzes In de voorliggende begroting zijn beleidskeuzes verwerkt waarvan de financiële uitwerking bijdraagt aan met name de personele kosten. In onderstaand overzicht zijn de begrote meerjarige exploitatiesaldi afgezet tegen de belangrijkste en beïnvloedbare beleidskeuzes.
Exploitatie resultaat Beleidskeuzes 1. Formatieve faciliteringen BFP 2. Leonardo Onderwijs 3. Kwaliteit - Inhuur externe zorg 4. Stagevergoedingen 5. TEC - onderwijs Totaal beleidskeuzes
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
148.592
416.491
360.042
-327.185
-631.491
680.000 190.000 100.000 50.000 550.000 1.570.000
680.000 190.000 100.000 50.000 550.000 1.570.000
680.000 190.000 100.000 50.000 550.000 1.570.000
680.000 190.000 100.000 50.000 550.000 1.570.000
680.000 190.000 100.000 50.000 550.000 1.570.000
Ad 1. Formatieve faciliteringen BFP Betreft de verruiming in facilitering voor directie en IB die in het bestuursformatieplan is opgenomen. Ad 2. Leonardo onderwijs Betreft de extra personele en materiële facilitering van het Leonardo onderwijs. Ad 3. Kwaliteit – inhuur externe zorg Betreft het budget dat in het kader van de harmonisatie opgenomen is in de begroting om aanvullend op onze interne zorg ook specialistische externe zorg in te kopen. Ad 4. Stagevergoedingen Een stelpost opgenomen in de begroting. Een bestuursbesluit over de stagevergoedingen volgt in 2023. 5. TEC-onderwijs Betreft de personele en materiële faciliteringen voor de TEC locaties. Het TEC onderwijs is budgettair neutraal opgenomen. De leerlingenstroom en de aanvullende inkomsten voor asielzoekers worden periodiek gemonitord zodat tijdig bijgestuurd kan worden.
8
5.3
Staat van baten en lasten
5.2.1 Rijksbijdragen De rijksbijdragen in de begroting worden bepaald op basis van de meest recente bekostigingsbedragen Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 30 september 2022 voor bekostiging primair onderwijs voor het kalenderjaar 2023. Er is in de begroting rekening gehouden met een indexering van de bekostiging van 1,43%. In de CAO primair onderwijs 2022-2023 is namelijk al geanticipeerd op de minimaal verwachte arbeidsvoorwaardenruimte per 1 januari 2023. In de loonkostenbegroting is daar derhalve rekening mee gehouden en door de indexatie op te nemen ook aan de bekostigingskant. De daadwerkelijke indexatie wordt pas medio zomer 2023 verwacht waardoor er feitelijk sprake is van voorfinanciering. Per 1 augustus 2023 is de Regeling professionalisering en begeleiding van startende leraren en schoolleiders afgelopen en moeten nieuwe afspraken gemaakt worden over de inzet van deze middelen. Omdat de middelen structureel beschikbaar blijven voor de sector is hier in de meerjarenbegroting wel rekening mee gehouden en zijn deze middelen gecontinueerd opgenomen. 5.3.2 Onderwijsachterstandenbestrijding In de begroting is de bekostiging voor onderwijsachterstandenbestrijding (OAB) conform de meest recente bekostigingsregeling verwerkt.
Tot en met schooljaar 2018/2019 heeft bekostiging hiervan plaatsgevonden via de personele lumpsum, de materiële instandhouding en de regeling impulsgelden o.b.v. leerling gewichten en postcode gebieden. Het totale budget voor OAB wordt vanaf schooljaar 2019/2020 verdeeld via een aparte lumpsumbekostiging op basis van vastgestelde CBS indicatoren. Sinds schooljaar 2019/2020 wordt de verhoging gefaseerd ingevoerd (25%-50%75%-100%). Vanaf schooljaar 2022/2023 wordt de volledige bekostiging conform de nieuwe regeling ontvangen. 5.3.3 Bijzondere bekostiging NPO Het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) heeft als doel eventuele leervertragingen ontstaan als gevolg van de corona lockdowns in te halen en het onderwijs te verbeteren. Daarom heeft de overheid in totaal € 8,5 miljard extra uit om het NPO mogelijk te maken. Schoolbesturen ontvangen deze middelen in de schooljaren 2021/2022 en 2022/2023 en kunnen deze middelen uitgeven t/m schooljaar 2024/2025. Ze kiezen hiervoor uit een (verplichte) menukaart van kansrijke interventies. In 2023 wordt nog 7/12 ontvangen van de bekostiging voor schooljaar 2022/2023. Conform de afspraken die in het kader van het 10 punten plan in de begroting 2022 zijn gemaakt is 80% van de reguliere NPO bekostiging meegenomen in de formatieve berekeningen voor schooljaar 2022/2023.
De resterende 20% blijft, evenals de volledige NPO voor risicoscholen op schoolniveau beschikbaar. In begroting 2023 zijn de middelen op schoolniveau budgettair neutraal opgenomen (baten = lasten). 5.3.4 Bijdrage samenwerkingsverband Met ingang van 1 augustus 2014 is de Wet Passend Onderwijs van kracht. Het Samenwerkingsverband PPOZ (Passend Primair Onderwijs Zeeuws-Vlaanderen) bekostigt Elevantio middels overdracht van middelen waaruit de lichte- en zware ondersteuning voor de scholen worden uitgevoerd. Deze inkomsten worden bij Elevantio ingezet als dekkingsbijdrage voor de bovenschoolse ondersteuning, intern begeleiders en de ondersteuning van formatie op de scholen. Op basis van de concept meerjarenbegrotingbegroting 2023-2027 van het Samenwerkingsverband zijn de te ontvangen bedragen opgenomen.
9
De baten van Visio, inzake leerlingen met visuele problemen zijn op basis van vergelijkende cijfers over voorgaande jaren geraamd. De baten van Auris, inzake leerlingen met gehoor-, spraak- en taalproblemen, worden wegens aangepaste beleidskeuzes niet langer ontvangen. 5.3.5 Fusiefaciliteiten De regeling fusiefaciliteiten waarbij voor de eerder gefuseerde Elevantio scholen voor 6 jaar 100% fusiefaciliteiten wordt ontvangen. In de meerjarenraming is rekening gehouden met de toegekende fusiefaciliteiten en de afbouw daarvan. Voor fusies na 2023 geldt een nieuwe en minder gunstige regeling. Deze regeling is verwerkt in de meerjarenbegroting. Gedurende de looptijd van de meerjaren begroting loopt het aantal scholen waar fusiefaciliteiten wordt ontvangen terug. In onderstaand schema is dit weergegeven. Peildatum per 1-8 Aantal scholen met fusiefaciliteiten Fusie faciliteiten in euro’s
2022 3 512.000
2023 3 515.000
2024 2 451.000
2025 210.000
2026 -
2027 -
De middelen worden met name ingezet voor de fusiescholen, extra formatieve faciliteringen en extra kwaliteit op scholen. Overige overheidsbijdragen 5.3.6 Gemeentelijke subsidies In de meerjaren begroting is rekening gehouden met structurele middelen vanuit de gemeente Terneuzen voor onderwijsachterstandsbeleid. Tot en met schooljaar 2022/2023 zijn deze middelen hoger doordat middelen uit eerder opgebouwde reserves uitgekeerd worden. Daarna is er een afbouw voorzien tot ca. € 200.000 die grotendeels formatief worden ingezet. Verder wordt voor een tweetal scholen een vergoeding voor de exploitatie van een gymzaal ontvangen. Overige baten 5.3.7 Verhuuropbrengsten De verhuuropbrengsten van gebouwen en lokalen komen voort uit verhuur – en medegebruik op scholen. Er wordt met name verhuurd aan kinderopvangorganisaties. De laatste jaren zien we ook andere zorgpartners de school inkomen, bijvoorbeeld logopedie en kinderfysiotherapie. Met de gemeente Hulst en Terneuzen zijn de afspraken en tarieven al enige jaren vastgelegd in een gezamenlijke beleidsnotitie “verhuur en medegebruik schoolgebouwen”. Met de gemeente Sluis dient dit nog nader afgesproken te worden. Het overleg hierover is gaande.
10
Personele lasten 5.3.8 Loonkosten De loonkosten in de begroting zijn opgenomen op basis van de lopende verplichtingen zoals opgenomen in paragraaf 4.3 “ontwikkeling formatie”. Op basis het formatieplan waarin de streefformatie is berekend rekening is gehouden met de vastgestelde beleidsafspraken “ personele allocatie” is een meerjarige loonkostenbegroting opgesteld. In de loonkostenbegroting is rekening gehouden met de volgende zaken: 1. De lopende verplichtingen schooljaar 2022/2023 en de huidige vaste verplichtingen voor schooljaar 2023/2024 t/m schooljaar 2027/2028; 2. De loonkosten schooljaren 2022/2023 t/m 2027/2028 conform de vigerende CAO Primair Onderwijs 2022-2023 en geldende belastingen en premies; 3. Verwachte uitstroom o.b.v. natuurlijk verloop t/m 2027; 4. In de streefformatie is ca. 20 FTE voor vervangingen opgenomen; 5. In de streefformatie is rekening gehouden met de bestaande afspraken voor facilitering conform het bestuursformatieplan (inclusief Leonardo onderwijs en Sbao). In onderstaande tabel zijn de loonkosten voor de meerjaren begrotingsperiode gespecificeerd per categorie weergegeven.
2023 2024 2025 2026 2027 CvB 325.773 335.706 342.413 342.413 342.413 Directie 3.973.129 3.947.380 3.958.635 3.965.827 3.977.390 OP 30.115.142 29.433.034 29.480.088 29.349.448 29.187.857 OOP 3.479.730 3.049.473 2.997.335 2.978.294 3.001.084 RVT 47.062 47.062 47.062 47.062 47.062 Totaal 37.940.836 36.812.656 36.825.534 36.683.044 36.555.807
5.3.9 Professionalisering, scholing en interventie De uitgaven voor professionalisering, scholing en interventie zijn gebaseerd op de verplichtingen conform de vigerende CAO Primair Onderwijs en de allocatie conform de “ uitgangspunten begroting en exploitatie 2023”. De inzet en verdeling van de middelen, die worden ontvangen via de verschillende bekostigingsregelingen zijn daarbij uitgesplitst in verschillende onderdelen en gealloceerd op bovenschools en schoolniveau. Het professionaliseringsbeleid van Elevantio dient nog te worden geharmoniseerd. 5.3.10 Overige personele lasten In de overige personele lasten zijn naast de onder 5.2.11 genoemde uitgaven voor professionalisering andere personeel gerelateerde kosten opgenomen zoals inhuur externen, arbodienst, personele verzekeringskosten en juridische ondersteuning. Alle posten zijn met de budgethouders doorgenomen en waar nodig herrekend en aangepast.
11
Materiële lasten 5.3.11 Afschrijvingen De afschrijvingen zijn gebaseerd op de actuele activaregistratie per 1-12-2022 en afschrijvingslasten voor de periode 2023-2027. De activa wordt conform onderstaand schema afgeschreven.
Activagroep Gebouwen Renovatie Onderwijskundige Vernieuwingen schoolgebouwen Duurzame apparatuur Meubilair Leermiddelen ICT digiborden ICT hardware
Afschrijvingstermijn in jaren 40 25 25 10 20 8 7 5
In de meerjarenbegroting zijn de meerjaren investeringen opgenomen conform opgave van de budgethouders. Dit betreft zowel vervangingsinvesteringen als nieuwe investeringen. Alle investeringen zijn doorgerekend in de afschrijvingslasten. Een overzicht van de meerjaren investeringen is opgenomen in paragraaf 6.5. 5.3.12 Huisvestingslasten Een belangrijk onderdeel van de huisvestingslasten betreft de dotatie voor groot onderhoud die gebaseerd is op het meerjarenonderhoudsplan (MJOP). De MJOP is in het najaar 2022 voor alle scholen geactualiseerd. Op basis van de te verwachten onderhoudsuitgaven in de MJOP en de stand van de voorziening per 1-1-2022 is de dotatie herrekend en verwerkt in de meerjarenbegroting. De ramingen voor het installatie- en groenonderhoud zijn geactualiseerd en voor het grootste gedeelte geharmoniseerd. De lasten voor het schoonmaakonderhoud zijn aangepast conform de vigerende afspraken en het per september 2022 gestarte contract. Dit nieuwe contract is tot stand gekomen na een Europees aanbestedingstraject. De aanbesteding heeft conform verwachting op stichtingsniveau niet tot besparing geleid, wel hebben er verschuivingen op schoolniveau plaatsgevonden. Bij brede scholen vindt in enkele gevallen doorbelasting van kosten plaats naar derden. Deze doorbelastingen zijn opgenomen onder de overige baten.
In de gemeente Terneuzen en Sluis zijn de brede scholen eigendom van de gemeente en vindt er een overdracht van (onderhouds-)middelen naar de betreffende gemeente plaats. De afspraken en overdracht is echter verschillend. Dit is onderdeel van de harmonisatiekalender. De doorbelastingen zijn in het meerjarenperspectief opgenomen op basis van de huidige afspraken. Energie is opgenomen op basis van de lopende overeenkomsten en facturatie. Contracten zijn geharmoniseerd en ondergebracht onder de mantelovereenkomst van Energie voor Scholen (EVS). Energiekosten waren al een grote zorg met een overschrijding van ca. 80% t.o.v. de ontvangen genormeerde vergoeding voor energie. Door de huidige energiecrisis is dit verder versterkt. De kostenstijging voor Elevantio valt door de wijze van inkoop nog wel enigszins mee. De in de begroting verwerkte stijging is conform informatie van EVS op ca. 30% gesteld. Deze meerkosten zijn in de meerjaren begroting bovenschools opgenomen. 12
Door het Rijk wordt nog gewerkt aan een compensatieregeling voor onderwijs. Omdat op dit moment niet duidelijk of en hoe er voor Elevantio extra middelen beschikbaar komen is hier nog niets extra voor opgenomen. Indien de energiekosten in 2024 niet normaliseren en onverminderd hoog blijven zal bij de begroting 2024 de allocatie worden herberekend. 5.3.13 Overige instellingslasten Administratie en beheer Bij de geraamde kosten voor deskundigenadvies is onder andere rekening gehouden met de kosten voor de kwaliteitsmetingen schoonmaak. De reprokosten zijn opgenomen op basis van de lopende overeenkomsten en conform het werkelijk gebruik. Contracten kunnen helaas pas omstreeks 2025-2026 geharmoniseerd worden door lopende contractuele verplichtingen. Hierdoor zijn er grote verschillen tussen scholen onderling. Inventaris, apparatuur en leermiddelen De uitgaven voor software- en licentiekosten leermiddelen en aanschaf onderwijsleerpakket blijven stijgen terwijl de afschrijvingslasten van aanschaf leermiddelen niet evenredig mee dalen. Methodes worden door uitgevers steeds meer in hybride vorm (verplicht) aangeboden. Dat betekent zowel licentiekosten als de aanschaf van materialen. Een goede inhoudelijke én financiële afweging bij de keuze voor een methode is belangrijk om deze kosten betaalbaar te houden.
In de software en licentie kosten overig zijn onder andere de licentiekosten voor alle noodzakelijke medewerkers- en (bovenschoolse) leerlingensoftware opgenomen. In 2022 zijn zowel de medewerkersomgeving als de leerlingenomgeving geharmoniseerd door de migratie van alle scholen naar de Elevantio omgeving en de keuze voor een Elevantio brede digitale leerlingenomgeving. Overige instellingslasten De overige instellingslasten zijn mede bepaald op basis van de uitgaven in boekjaar 2021 en 2022, gecorrigeerd op incidentele lasten en rekening houdend met verwachtingen voor toekomstige uitgaven. Bij de overige lasten is voor 2023 nog een stelpost van € 50.000 opgenomen voor harmonisatiekosten. In de meerjarenbegroting zijn de kosten van de startgroepen niet begroot. De startgroepen kunnen de komende jaren gecontinueerd worden door de middelen uit de Regiodeal (t/m 2023) en de bij de jaarrekening 2021 door Elevantio gevormde bestemmingsreserve (t/m medio 2025). Vanuit het (regionaal) bestuurlijke overleg vinden er initiatieven plaats om hier voor de benodigde regelruimte te krijgen en om medefinanciers te vinden. 5.3.14 Financiële baten en lasten Elevantio maakt gebruik van schatkist bankieren via het Ministerie van Financiën
13
6
DE CIJFERS
6.1 Begroting 2023 en meerjarenperspectief 2023 – 2027 In onderstaand overzicht is de begroting 2023 en het meerjarenperspectief 2024-2027 opgenomen. In de vergelijkende cijfers is de realisatie 2021 en begroting 2022 opgenomen. In bijlage 1 is een onverdichte versie van de exploitatie 2023 opgenomen. Realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
3.1 Rijksbijdragen 3.2 Overige overheidsbijdragen 3.5 Overige baten 3 Baten
43.655.312 507.221 653.622 44.816.155
43.000.828 131.885 271.874 43.404.587
47.499.285 489.760 367.543 48.356.588
45.479.977 329.760 320.253 46.129.990
45.547.088 219.760 303.043 46.069.891
44.740.711 219.760 303.043 45.263.514
44.286.420 219.760 303.043 44.809.223
4.1 Personeelslasten 4.2 Afschrijvingen 4.3 Huisvestingslasten 4.4 Overige lasten 4 Lasten
36.473.616 1.115.800 2.937.247 4.439.186 44.965.849
34.789.359 981.088 2.837.575 4.913.275 43.521.297
39.985.009 1.106.836 3.110.918 4.005.234 48.207.996
38.468.044 1.138.876 3.137.169 2.969.411 45.713.499
38.477.130 1.146.728 3.156.169 2.929.821 45.709.849
38.330.076 1.130.020 3.200.169 2.930.433 45.590.698
38.199.335 1.107.697 3.204.169 2.929.513 45.440.714
-116.711
148.592
416.491
360.042
-327.185
-631.491
5.1 Rentebaten
-298
1 Resultaat
-149.991
In onderstaand overzicht zijn de bovenstaande cijfers uit de begroting procentueel afgezet tegen de benchmark. Als bron van de benchmark is het Gegevensboek Primair Onderwijs 2017-2021 gepubliceerd door het ministerie gebruikt. De benchmark betreft schoolbesturen met > 20 scholen. Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Benchmark 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 3.1 Rijksbijdragen 3.2 Overige overheidsbijdragen 3.5 Overige baten 3 Baten
97,4% 1,1% 1,5% 100%
99,1% 0,3% 0,6% 100%
98,2% 1,0% 0,8% 100%
98,6% 0,7% 0,7% 100%
98,9% 0,5% 0,7% 100%
98,8% 0,5% 0,7% 100%
98,8% 0,5% 0,7% 100%
94,0% 3,0% 3,0% 100%
4.1 Personeelslasten 4.2 Afschrijvingen 4.3 Huisvestingslasten 4.4 Overige lasten 4 Lasten
81,1% 2,5% 6,5% 9,9% 100,0%
79,9% 2,3% 6,5% 11,3% 100,0%
82,9% 2,3% 6,5% 8,3% 100,0%
84,2% 2,5% 6,9% 6,5% 100,0%
84,2% 2,5% 6,9% 6,4% 100,0%
84,1% 2,5% 7,0% 6,4% 100,0%
84,1% 2,4% 7,1% 6,4% 100,0%
82,1% 2,5% 7,3% 8,1% 100,0%
Opvallend is dat Elevantio voor een groter deel van de bekostiging afhankelijk is van Rijksbijdragen dan andere schoolbesturen. Verhoudingsgewijs ontvangt Elevantio minder subsidie van gemeenten en zijn er minder overige baten. De personeelslasten zijn in 2023 wat hoger dan de benchmark, in het meerjaren perspectief loopt dit nog op. De afschrijvingslasten liggen op benchmarkniveau. De huisvestingslasten zijn gemiddeld lager dan de benchmark. In 2021 t/m 2023 zijn in de overige lasten bij Elevantio hoger dan in 2024 t/m 2027 als gevolg NPO uitgaven.
14
6.2 Meerjarenbalans 2023 – 2027 In onderstaand overzicht is de balans 2023 en het meerjarenperspectief 2024-2027 opgenomen. In de vergelijkende cijfers zijn de vastgestelde jaarrekeningen 2020 en 2021 alsmede de prognose voor 2022 opgenomen. Balans Elevantio Werkelijk 2020 Vaste activa Ma teri el e va s te a ctiva Fi na nci el e va s te a ctiva Vlottende activa Vorderi ngen Li qui de mi ddel en
Werkelijk 2021
Prognose 2022
Begroting 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
5.333.384 59.439
5.622.126 3.150
6.402.806 -
6.481.179 -
6.638.428 -
6.182.849 -
5.562.230 -
5.351.733 -
2.290.671 16.013.154
2.376.266 14.319.777
2.376.266 13.617.900
2.376.266 12.922.614
2.376.266 13.133.691
2.376.266 13.837.583
2.376.266 13.846.095
2.376.266 13.415.258
Totaal Activa
23.696.648
22.321.319
22.396.972
21.780.059
22.148.385
22.396.698
21.784.591
21.143.257
Eigen vermogen Voorzieningen Kortlopende schulden
15.485.885 2.609.488 5.601.275
15.335.894 2.678.332 4.307.093
16.177.995 1.911.884 4.307.093
16.326.587 1.146.379 4.307.093
16.743.078 1.098.214 4.307.093
17.103.120 986.485 4.307.093
16.775.937 701.562 4.307.093
16.144.445 691.719 4.307.093
Totaal Passiva
23.696.648
22.321.319
22.396.972
21.780.059
22.148.385
22.396.698
21.784.591
21.143.257
6.3
Kengetallen 2023 – 2027
Vanuit bovenstaande staat van baten en lasten (6.1) en balans (6.2) kunnen een aantal kengetallen worden berekend. De onderstaande kengetallen zijn conform het toezicht op de financiële continuïteit van onderwijsinstellingen zoals gehanteerd door de Inspectie van Onderwijs. De signaleringswaarden die de Inspectie van Onderwijs gebruikt als onderdeel van haar analyse om te bepalen of de financiële positie van een bestuur nader moet worden onderzocht zijn opgenomen ter vergelijking . Tevens zijn de kengetallen over de kalenderjaar 2021 en 2022 (prognose) opgenomen als vergelijkende cijfers. De kengetallen worden onder de tabel nader toegelicht. Signaleringswaarden Liquiditeit Solvabiliteit 2 Weerstandsvermogen Rentabiliteit
< 0,75 < 30% < 5%
Kengetallen 2022 2023
2021 3,9 81% 34% -0,2%
3,7 81% 33% 1,7%
2024 3,6 80% 34% 0,3%
2025 3,6 81% 36% 0,9%
2026 3,8 81% 37% 0,8%
2027 3,8 80% 37% -0,7%
3,7 80% 36% -1,4%
Liquiditeit (vlottende activa / kort vreemd vermogen) De liquiditeit drukt de verhouding uit tussen de vlottende activa en de kortlopende schulden. Het geeft aan in hoeverre de organisatie aan zijn betalingsverplichtingen op korte termijn kan voldoen. De liquiditeitspositie geeft de toestand per 31 december weer. Er is sprake van een momentopname. De liquiditeit van Elevantio ligt meerjarig ruim boven de signaleringswaarde van de Inspectie van Onderwijs. Elevantio hanteert zelf, mede op advies van de PO Raad een signaleringswaarde van 1,0. Ook op grond van die waarde is er sprake van meer dan voldoende liquiditeit. Solvabiliteit 2 ((eigen vermogen incl. voorzieningen) / totale passiva) De solvabiliteit geeft de mate aan waarin het bestuur in staat is op langere termijn aan haar verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitspositie geeft de toestand op 31 december weer. Er is sprake van een momentopname. De solvabiliteit 2 is in meerjarig perspectief stabiel. De signaleringswaarde van de Inspectie van Onderwijs voor solvabiliteit 2 is 30%. De solvabiliteit 2 van Elevantio ligt derhalve nog ruim boven de signaleringswaarde.
15
Weerstandvermogen (eigen vermogen / totale baten) Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate een organisatie in staat is toekomstige negatieve of nadelige ontwikkelingen (risico’s) op te vangen. Te hoge reserves kunnen duiden op spaargedrag terwijl te lage reserves kunnen duiden op zorgeloos financieel management. De Inspectie van Onderwijs hanteert een signaleringswaarde van 5%. Het weerstandsvermogen van Elevantio ligt daar ruim boven. Daaruit valt te concluderen dat Elevantio over voldoende vermogen bezit om risico’s op te vangen. In roerige tijden een geruststelling voor de continuïteit van de organisatie. Rentabiliteit De rentabiliteit drukt de verhouding uit tussen het resultaat en de baten. Er wordt hierbij gekeken hoe efficiënt er met de opbrengsten wordt omgegaan. De rentabiliteit geeft binnen de onderwijssector het resultaat weer van het budgetbeheer van een instelling: de mate waarin de baten en lasten met elkaar in evenwicht zijn. Uitgaande van de veronderstelling dat middelen daadwerkelijk aan onderwijs moeten worden besteed zou de rentabiliteit structureel dichtbij nul moeten uitkomen. De signaleringswaarden van de Inspectie van Onderwijs voor rentabiliteit is dat die 1-jarig niet kleiner mag zijn dan -10% en 3-jarig niet kleiner mag zijn dan 0%. De rentabiliteit van Elevantio voldoet hier aan.
Uit bovenstaande kengetallen blijkt dat Elevantio financieel een gezonde organisatie is en dit in meerjarenperspectief ook blijft. Er is daarbij nog steeds sprake van relatief hoge kengetallen t.o.v. de signaleringswaarden bij het financieel toezicht van de Inspectie van Onderwijs. Reservepositie (mogelijk bovenmatig publiek eigen vermogen) Dit betreft een signaleringswaarde die in het jaarverslag 2020 voor het eerst is opgenomen. Het geeft de verhouding aan tussen (het feitelijk publiek eigen vermogen -/- signaleringswaarde publiek eigen vermogen) / totale baten. De signaleringswaarde dient per bestuur de maximale bovengrens van de totale publieke reserves aan te geven. Als het eigen vermogen groter is dan het normatieve eigen vermogen, kan er sprake zijn van een mogelijk bovenmatige reserve. De inspectie benoemt dat de signaleringswaarde voor het eigen vermogen geen harde norm is, maar een startpunt voor een eventueel gesprek. Een bestuur kan immers goede redenen hebben om tijdelijk meer eigen vermogen aan te houden dan de signaleringswaarde. De inspectie gebruikt deze signaleringswaarde in het toezicht op de doelmatigheid vanaf verslagjaar 2020.
Hoewel de Inspectie van Onderwijs aangeeft dat de signaleringswaarde geen harde norm betreft is wel eerder aangegeven dat er vanaf 2024 handhaving kan plaatsvinden indien een bestuur over verslagjaar 2023 een bovenmatige reserve niet goed kan verantwoorden. Onderstaand is de reservepositie “mogelijk bovenmatig publiek eigen vermogen” op basis van de meerjaren balans in beeld gebracht. A. Feitelijk publiek eigen vermogen Ei gen vermogen mi nus : Pri va a t ei gen vermogen Totaal B. Signaleringswaarde publiek eigen vermogen 1.a Boekwa a rde ma teri ël e va s te a cti va (excl . gebouwen) 1.b (Aa ns cha fwa a rde gebouwen * 50%) * 1,27 2. Li qui di tei ts buffer Totaal Mogelijk bovenmatig publiek eigen vermogen in € Signaleringswaarde mogelijk bovenmatig publiek eigen vermogen
2022
2023
2024
2025
2026
2027
16.178 460 15.718
16.327 460 15.867
16.743 460 16.284
17.103 460 16.644
16.776 460 16.316
16.144 460 15.685
4.923 1.254 2.415 8.593 7.125 1,83
5.055 1.254 2.418 8.727 7.140 1,82
5.264 1.254 2.306 8.825 7.459 1,85
4.863 1.254 2.303 8.421 8.223 1,98
4.297 1.254 2.263 7.814 8.502 2,09
4.141 1.254 2.240 7.636 8.049 2,05
16
De signaleringswaarde ligt meerjarig boven de grenswaarde van 1. In deze berekening is geen rekening gehouden met de beleidskeuzes waarvoor bestemmingsreserves zijn gevormd. Rekening houdend daarmee heeft de PO Raad een alternatieve sector specifieke berekening opgesteld. Onderstaand is die berekening opgenomen. 2022 2023 A. Feitelijk publiek eigen vermogen (funderend onderwijs) Ei gen vermogen 16.178 16.327 mi nus : Pri va a t ei gen vermogen 460 460 mi nus : Bes temmi ngs res erves 5.379 5.379 Totaal 10.339 10.488 B. Sectorspecifieke signaleringswaarde publiek eigen vermogen 1.a Aa ns cha fwa a rde ma teri ël e va s te a cti va (excl . gebouwen) * fi na nci 7.186 eri ngs behoefte 7.186 1.b (Aa ns cha fwa a rde gebouwen * 50%) * 1,27 1.254 1.254 2. Li qui di tei ts buffer 2.415 2.418 Totaal 10.855 10.858 Mogelijk bovenmatig publiek eigen vermogen in € n.v.t n.v.t Signaleringswaarde mogelijk bovenmatig publiek eigen vermogen
0,95
0,97
2024
2025
2026
2027
16.743 460 5.379 10.905
17.103 460 5.379 11.265
16.776 460 5.379 10.937
16.144 460 5.379 10.306
7.186 1.254 2.306 10.746 158
7.186 1.254 2.303 10.743 521
7.186 1.254 2.263 10.703 2.197
7.186 1.254 2.240 10.680 n.v.t
1,01
1,05
1,02
0,96
In de sectorspecifieke berekening is er uitgezonderd in 2025 en 2026 geen sprake van een “mogelijk bovenmatig publiek eigen vermogen” voor Elevantio. Het verschil tussen beide berekeningen wordt grotendeels veroorzaakt doordat in de berekening van het feitelijk publiek eigen vermogen in de PO Raad berekening de gevormde bestemmingsreserves (beleidskeuzes) in mindering worden gebracht op dat vermogen. Een ander belangrijk verschil zit in de berekening van de financieringsfunctie van het vermogen. Waar OCW uitgaat van de resterende boekwaarde van de MVA gaat de PO Raad uit van de aanschafwaarde (exclusief gebouwen) * 55% voor grote besturen. Ons inziens geeft de sector specifieke berekening een beter en realistischer beeld omdat er rekening wordt gehouden met toekomstige ontwikkelingen (het verdwijnen van de vordering) en beleidskeuzes die vertaald zijn in bestemmingsreserves. De mogelijke gevolgen van de wijziging opbouw voorziening groot onderhoud (zie paragraaf 8.2) is nog niet verwerkt in bovenstaande berekeningen.
17
6.4
Liquiditeitsprognose 2023-2027 Kasstroomoverzicht Elevantio Werkelijk 2021
Kasstroom uit operationele activiteiten Sa l do ba ten en l a s ten Aa npa s s i ngen voor: - Afschrijvingen - Mutaties voorzieningen Vera nderi ngen i n vl ottende mi ddel en - Vorderingen - Schulden Ka s s troom ui t bedri jfs opera ties : - ontvangen interest - betaalde interest
Prognose 2022
Begroting 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
149.693-
842.101
148.592
416.491
360.042
327.185-
631.491-
878.774 68.844
1.040.212 766.448-
1.106.836 765.505-
1.138.876 48.165-
1.146.728 111.729-
1.130.020 284.923-
1.107.697 9.843-
85.5951.294.180-
-
-
-
-
-
-
298582.147-
1.115.865
489.923
1.507.201
1.395.042
517.912
466.364
1.824.700 657.18756.2891.693.371-
1.820.892 3.150701.876-
1.185.210 695.287-
1.296.124 211.077
691.150 703.892
509.400 8.512
897.200 430.836-
1.693.372-
701.876-
695.287-
211.077
703.892
8.512
430.836-
Begi ns tand l i qui de mi ddel en Mutatie l i qui de mi ddel en
16.013.149 1.693.372-
14.319.777 701.876-
13.617.901 695.287-
12.922.614 211.077
13.133.691 703.892
13.837.583 8.512
13.846.095 430.836-
Eindstand liquide middelen
14.319.777
13.617.901
12.922.614
13.133.691
13.837.583
13.846.095
13.415.258
Kasstroom uit investeringsactiviteiten Inves teri ngen i n ma teri ël e va s te a ctiva (-/-) Des i nves teri ngen i n ma teri ël e va s te a ctiva Overi ge i nves teri ngen i n fi na nci el e va s te a ctiva
Mutatie liquide middelen
6.5
Investeringen en voorzieningen investeringen en voorzieningen Elevantio Begroot 2022
Begroting 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Gebouwen en Terrei nen Duurza me a ppa ra tuur Meubi l a i r ICT Leermi ddel en Overi ge Ma teri el e Va s te Activa
396.398 59.907 366.339 819.384 164.619 1.126
5.000 1.500 390.746 425.100 272.514 51.250
7.500 1.500 324.994 866.580 86.050 500
5.000 1.500 156.500 467.850 51.000 800
5.000 1.500 11.500 430.900 51.000 1.000
5.000 6.500 859.200 16.500 -
Totaal Investeringen
1.807.773
1.146.110
1.287.124
682.650
500.900
887.200
973.475 478.850 459.559
667.529 478.850 -
619.364 478.850 -
507.635 478.850 -
222.712 478.850 -
212.869 478.850 -
1.911.884
1.146.379
1.098.214
986.485
701.562
691.719
Voorzi eni ng onderhoud Voorzi eni ng jubi l ea Overi ge pers onel e voorzi eni ngen
Totaal voorzieningen
18
7
Terug in Balans
7.1 Bestuurlijk actieplan “ Terug in balans” In paragraaf 2.2 is de aanleiding en de noodzaak voor Elevantio van het bestuurlijk actieplan “terug in balans” benoemd. Dit actieplan bestaat uit een tiental punten welke in de meerjarenbegroting 20222026 zijn verwerkt en waarmee ook in deze meerjarenbegroting rekening is gehouden. Voor een uitgebreide beschrijving en toelichting wordt verwezen naar onze begroting 2022-2026. In onderstaand overzicht wordt de status in 2022 van de 10 punten kort toegelicht en is opgenomen hoe de punten vertaald zijn naar de begroting 2023-2027. Omschrijving NPO 2022/2023 ( 80%) bekostiging reguliere formatie
Status 2022 Verwerkt in allocatie schoolformatieplan 2022/2023
2.
Werkdrukmiddelen 20% bovenschools alloceren
3.
Harmonisatie contracten/centrale inkoop Herbeoordeling alle investeringen in 2022
Verwerkt in allocatie schoolformatieplan 20222026 Veel contracten zijn geharmoniseerd Uitgevoerd
1.
4.
5.
Scherpere leerlingenprognose
Verschillen zijn geanalyseerd en besproken op extra peildatum 1-10-2022
6.
Exploitatie groepen conform bekostiging
7.
ERD oplossen met vast personeel
Besproken tijdens formatie- en begrotingsgesprekken Korttijdelijken: enkele weken met uitzicht op terugkeer medewerker – anders afstemming met HRM en FORM
8.
Opbouwen schoolreserves bij school exploitatie overschot
In proces
9.
Een tijdelijke stop op nieuwe zijinstromers
Uitgevoerd
10. Onderzoek naar detachering en vrijwillige verlaging arbeidsomvang
Maatregelen zijn bij het formatieplan 2022/2023 niet nodig gebleken
MJB 2023-2027 Een eventuele bestemmingsreserve wordt in overleg met de directeur formatief ingezet. Verwerkt in allocatie schoolformatieplan 20232027 Proces wordt gecontinueerd Alle investeringen zijn verwerkt in de mjb 20232027. Geen noodzaak tot actie op dit moment Volgende peilmoment is teldatum 1-2-2023. Dit biedt nog mogelijkheid tot bijsturing in de formatieve inzet voor 2023/2024. Is continu proces van aandacht en is verwerkt in allocatie en P&C cyclus Idem. In het formatieplan 2023/2024 is voor ca. 20 fte vervanging opgenomen Wordt opgenomen in het beleidsplan financieel management dat in ontwikkeling is. Start van nieuw traject slechts mogelijk bij afzonderlijk bestuursbesluit Ook voor het formatieplan 2023/3024 wordt voorzien dat dit niet nodig zal zijn 19
7.2 Voortgang “terug in balans” in 2023-2027 De Elevantio begroting 2023-2027 biedt mede dankzij het plan “terug in balans” een beter financieel meerjarenperspectief dan de begroting 2022-2026. Het continueren en onder de aandacht houden van deze actiepunten alsmede een evaluatie van (beleids)keuzes zijn noodzakelijk om de laatste stap te maken om ook op middellange termijn in balans te komen en te blijven.
20
8
ONTWIKKELINGEN
8.1 Vereenvoudiging bekostiging Vele jaren is er door het ministerie van OC&W en de PO Raad gesproken om te komen tot een vereenvoudiging van de bekostiging. De systematiek die tot en met 2022 van toepassing was werd als complex, sturend en lastig voorspelbaar ervaren. Hierdoor sloot deze bekostigingssystematiek onvoldoende aan bij de sturingsfilosofie van de lumpsum. Het uitgangspunt van de lumpsum is immers dat schoolbesturen vrij zijn om binnen de wettelijke kaders de beschikbare middelen naar eigen inzicht te besteden voor de realisatie van hun onderwijskundige doelen. In 2021 is overeenstemming bereikt over de vereenvoudiging van de bekostiging. De uiteindelijke invoeringsdatum is daarbij bepaald op 1 januari 2023. Dat maakt deze begroting de eerste begroting waarin de vereenvoudigde bekostiging is verwerkt. De belangrijkste punten van de vereenvoudiging zijn: • • • •
De afschaffing van de correctie Gemiddelde Gewogen Leeftijd (GGL); Geen verschil in bekostiging onder- bovenbouw; De personele en materiële bekostiging wordt samengevoegd; Kalenderjaarbekostiging op basis van teldatum 1 februari (t-1);
Al deze wijzigingen zijn doorgevoerd voor de basisbekostiging, de extra bekostiging (voorheen aanvullende bekostiging) en de aanvullende bekostiging (voorheen bijzondere bekostiging). De maatregelen zijn vooral technisch van aard, er zijn geen bekostigingsonderdelen geschrapt en de maatregelen is budgetneutraal uitgevoerd. De nieuwe systematiek wordt nu met een overgangsregeling van 3 jaar geïmplementeerd zodat besturen kunnen anticiperen op mogelijke herverdeel effecten. Het ministerie heeft de afgelopen jaren een tool beschikbaar gesteld waarmee de herverdeel effecten berekend kunnen worden. Voor Elevantio was, op bestuursniveau, telkens sprake van een positief effect. Het positieve verschil wordt met name veroorzaakt door een lagere GGL dan het landelijk gemiddelde en een in verhouding grote boven- dan onderbouw. Het Ministerie voorziet in een overgangsregeling waarin besturen in 3 jaar (2023,2024 en 2025) naar de nieuwe systematiek kunnen toe werken. Het positieve of negatieve herverdeeleffect wordt daarbij in stappen van 75%/50%/25% gedempt. 8.2 Voorziening onderhoud Al in 2018 gaven diverse accountants aan dat zij de wijze waarop veel schoolbesturen hun voorziening groot onderhoud opbouwen, per verslagjaar 2018 niet meer zouden goedkeuren.
De door accountants voorgestelde wijze (de componentenmethode) zou echter leiden tot een fors grotere voorziening groot onderhoud, die zou moeten worden aangevuld vanuit het eigen vermogen. Een “ ijzeren” voorziening omdat de aanpassing naar verwachting niet tot daadwerkelijk extra uitgaven zal leiden. Ministerie, accountants en belangenorganisaties zijn sinds 2018 al in overleg om tot een oplossing te komen. Dit heeft begin 2021 uiteindelijk geleid tot een beleidsreactie van de minister op het rapport “verslaggeving groot onderhoud”. De minister neemt daarbij alle adviezen vanuit de werkgroep over.
21
Kort samengevat betekent dit: • Het moet heel helder zijn wat de verdeling is tussen uitgaven door de gemeente en door het schoolbestuur, ook en misschien juist voor uitgaven in het kader van duurzaamheid en uitvoering van het klimaatakkoord. Op dit punt wordt nagedacht over nieuwe regelgeving. • Meerjaren onderhoudsplannen moeten beleidsrijker worden. Dat betekent dat ze realistischer, praktischer en vaak dunner worden is de ervaring. Hier is wel specifieke kennis voor nodig bij de schoolbesturen. • De omvang van de voorziening wordt bepaald op basis van de methode met waardering per onderhoudscomponent per gebouw, gekoppeld aan de onderhoudscyclus van elk afzonderlijk onderhoudscomponent en dus niet meer op basis van een benadering waarbij verschillende panden en alle onderhoudscomponenten bij elkaar genomen worden en er gemiddeld genomen voldoende middelen in de voorziening zijn opgenomen. • Schoolbesturen krijgen 2 jaar extra de tijd om over te stappen op de gewenste verslaggevingsperiodiek. De voor de jaarrekeningen 2020 geldende overgangsregeling voor instellingen die al gebruik maken van een voorziening groot onderhoud wordt dus verlengd tot en met 2022. Op dit moment is duidelijk dat de invoering per 2023 niet gehaald wordt en er minimaal een jaar uitstel zal plaatsvinden.
Volgens planning zou er in het najaar van 2022 een zogenaamde RJ uiting over het groot onderhoud worden gepubliceerd. Dat heeft medio december 2022 nog niet plaatsgevonden. Gelet op de benodigde voorbereidingstijd voor de schoolbesturen en de vertaling naar wet- en regelgeving zal de nieuwe systematiek op zijn vroegst in verslagjaar 2024 kunnen worden ingevoerd.
22
Bijlage 1
Leerlingenprognose per 1 februari
23