B03Financieel toezicht begroting 2021
Tekst van het document
JĮÖį# Provincie
Zeeland
Abdij 6 4331 BK Middelburg Postbus 6001 4330 LA Middelburg +31 118 631011 IBAN NL08 BNGH 0285010557
Gedeputeerde Staten
De raad van de gemeente Hulst Postbus 49 4560 AA HULST
20.04087
onderwerp
kenmerk
behandeld door
Financieel toezicht begroting
20039332
S. Douma +31 118 631448
2021
IIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIUIIIIIIIIUIIIUUI1IIIIII
verzonden
DEC. 2020
Middelburg, 15 december 2020
Geachte raad, Op grond van artikel 203 van de Gemeentewet besluiten wij voor de aanvang van het begrotingsjaar of voor uw gemeente repressief of preventief begrotingstoezicht geldt. Met deze brief informeren wij u over de financiële toezichtvorm voor 2021 en de overige toezichtbevindingen. Bij de bepaling van de vorm van toezicht is het van belang dat uw (meerjaren)begroting structureel en reëel in evenwicht is. Regulier houden we repressief toezicht. Repressief toezicht betekent dat u uw begroting direct kunt uitvoeren. Wanneer uw begroting niet aan de wettelijke criteria voldoet is er sprake van preventief toezicht. Preventief toezicht betekent dat wij de begroting en de daaropvolgende wijzigingen eerst moeten goedkeuren voordat u deze kunt uitvoeren. Deze vorm van toezicht is een uitzondering. Na onderzoek van de op 12 november 2020 vastgestelde begroting voor 2021 en de vastgestelde jaarrekening over 2019 zijn wij van oordeel dat de begroting 2021 structureel en reëel in evenwicht is. Ook zijn de jaarrekening en de begroting tijdig ingezonden. Wij zien daarom geen aanleiding toepassing te geven aan artikel 203 van de Gemeentewet. De begroting voor 2021 valt hierdoor onder repressief toezicht en behoeft niet onze goedkeuring. De wijzigingen van de begroting voor 2021 zien wij graag binnen twee weken na de vaststelling in enkelvoud ter kennisneming van u tegemoet.
We zien dat gemeenten bijzonder veel moeite hebben om hun begroting sluitend te krijgen. We constateren dat de meeste gemeenten een sluitende begroting presenteren, maar pas na inzet van reserves, bezuinigingen en dat dit ten koste gaat van diverse gemeentelijke voorzieningen. Tevens neemt de lokale belastingdruk vaak toe. Uit onderzoek blijkt dat de financiële positie van de gemeenten jaar op jaar achteruit holt, reserves afnemen en dat gemeenten gedwongen zijn om te bezuinigen op essentiële taken, zoals onderhoud, openingstijden van bibliotheken, dienstverlening, etc. Gemeenten zijn hierdoor steeds minder in staat om zich in te zetten voor grote maatschappelijke opgaven en urgente transities.
Er is vaak geen ruimte voor nieuwe initiatieven die zich aandienen. De provincies hebben het afgelopen jaar bij de minister van BZK en de Tweede Kamer aandacht gevraagd voor de financiële situatie bij de gemeenten. Het gaat ons om de cijfers, maar ook om het verhaal daarachter. In februari komend jaar zullen wij in interprovinciaal verband een nadere duiding geven over wat achter de besluiten schuilgaat, als inhoudelijke bijdrage aan het landelijke debat vanuit onze kwalitatieve toezichthoudende rol. Een afschrift van deze brief is aan het college van burgemeester en wethouders gezonden.
Met vriendelijke groet, gedeputeerde staten,
Drs. J.M.M. Polman, voorzitter
A.W. Smit, secretaris
Behoort bij brief d.d. 15 december 202Ũ met ons kenmerk: 20039332
2