CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

Ambitie op educatie, ontwikkeling en opvang Gemeente Hulst Nieuw 2.2

Gemeenteraad 18 september 2025, gemeente HulstBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling ambitiedocument Educatie Ontwikkeling en Opvang Gemeente Hulst12.676 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1

Afdeling Samenleving Gemeente Hulst juni 2025 www.gemeentehulst.nl

2

VOORWOORD Beste lezer, Het doet mij groot genoegen u de ambitie van de gemeente Hulst op het gebied van educatie, ontwikkeling en opvang te presenteren. In deze uitdagende en snel veranderende tijden is het essentieel dat we onze focus richten op het creëren van een omgeving waarin iedereen, ongeacht achtergrond of leeftijd, de kans krijgt om zijn of haar talenten optimaal te ontwikkelen. Deze ambitie is ontstaan vanuit een intensieve samenwerking en dialoog met diverse partners, waaronder onderwijs en kinderopvang. Samen streven we naar een inclusieve samenleving waarin gelijke kansen en toegankelijkheid voorop staan. Onze ambitie is groot: we willen niet alleen de huidige kwaliteit van ons onderwijs en onze kinderopvang behouden, maar deze ook verder versterken en innoveren. Dit document rust op vijf ambities: talentontwikkeling, samenwerking, participatie, gelijke kansen en positieve gezondheid. Deze pijlers vormen de kern van ons beleid en zijn leidend in al onze acties en plannen. We zijn ervan overtuigd dat deze focus bijdraagt aan een veerkrachtige en welvarende gemeenschap. Bijzondere aandacht gaat uit naar de vroege ontwikkeling van kinderen, het voorkomen van achterstanden, het bevorderen van een rijke inclusieve leer- en ontwikkelomgeving, het aanpakken van schoolverzuim en het ondersteunen van de overgang van onderwijs naar de arbeidsmarkt.

Daarnaast zetten we ons in voor volwasseneneducatie, waarmee we iedereen de kans bieden zich te blijven ontwikkelen, ongeacht leeftijd. Het is niet alleen een ambitieus plan, maar ook een oproep tot voortdurende samenwerking. Alleen door samen te werken kunnen we de uitdagingen van vandaag en morgen aan. Ik wil dan ook alle betrokken partners bedanken voor hun inzet en toewijding. Samen kunnen we ervoor zorgen dat onze gemeente een plek blijft waar iedereen zich thuis voelt en de kans krijgt om te groeien en te bloeien. Denis Steijaert Wethouder Onderwijs

3

INOUDSOPGAVE

05 Leeswijzer

23 Situatieschets van de gemeente

06 Inleiding

29 Beleidsopgaven in de gemeente Hulst

17 Richtinggevende pijlers en ambities

4

LEESWIJZER Welkom bij onze ambitie op educatie, ontwikkeling en opvang in de gemeente Hulst. Dit document biedt een uitgebreid overzicht van onze ambities en beleidsopgaven voor de komende jaren. Hieronder vindt u een overzicht van de structuur van dit document. Hoofdstuk 1: Inleiding In dit hoofdstuk geven we een algemene introductie van onze ambitie en leggen we uit waarom deze belangrijk is voor de gemeente Hulst. We bespreken ook de context waarin deze ambitie is ontstaan en de uitdagingen die we willen aanpakken. Hoofdstuk 2: Richtinggevende pijlers en ambities Hier presenteren we onze ambitie en de vijf pijlers waarop beleidskeuzes wordt gebaseerd: talentontwikkeling, samenwerking, participatie, gelijke kansen en positieve gezondheid. We beschrijven hoe deze waarden de basis vormen voor onze acties. Hoofdstuk 3: Situatieschets van Hulst In dit hoofdstuk geven we een gedetailleerde beschrijving van de huidige situatie in de gemeente Hulst. We analyseren de demografische samenstelling, sociale ongelijkheden binnen het onderwijs en de specifieke uitdagingen die onze gemeenschap kent. Hoofdstuk 4: Beleidsopgaven in de gemeente Hulst Dit hoofdstuk is opgedeeld in verschillende secties die elk een specifieke opvang en onderwijsfase behandelen met bijbehorende beleidsopgaven. Veel van de beleidsopgaven zijn ook fase overschrijdend. Deze hebben we apart weergegeven. • • • •

Voorschoolse educatie, opvang en primair onderwijs in kindcentrum: Focus op kwalitatieve opvang- en educatiemogelijkheden voor jonge kinderen met initiatieven voor een rijke leeromgeving en versterking van de pedagogische basis. Voortgezet onderwijs (vo): Aanpakken van schoolverzuim en bevorderen van kwalitatief breed onderwijs. Middelbaar onderwijs: Ondersteunen van de overgang naar de arbeidsmarkt en doorlopende leerlijnen. Volwasseneneducatie: Kansen bieden voor levenslang leren en persoonlijke ontwikkeling.

Hoofdstuk 5: Financiën Hoewel er op dit moment geen structureel budget beschikbaar is, kunnen projecten of acties per geval aan de gemeenteraad worden voorgelegd ter besluitvorming. Voor structurele ondersteuning kunnen ook externe middelen (zoals rijksbijdragen of provinciale regelingen) worden verkend.

Wij hopen dat deze leeswijzer u helpt bij het vinden van de informatie die voor u het meest relevant is. Mocht u vragen of opmerkingen hebben, aarzel dan niet om contact met ons op te nemen. Samen werken we aan een betere toekomst voor alle inwoners van de gemeente Hulst.

5

INLEIDING

01

Educatie, ontwikkeling en opvang vormen de fundamenten van een sterke en veerkrachtige gemeenschap. In de gemeente Hulst zijn we ons bewust van de cruciale rol die opvang, educatie en de mogelijkheden tot ontplooiing spelen in het leven van onze inwoners, van jong tot oud. Met trots presenteren wij dan ook onze ambitie op educatie, ontwikkeling en opvang. Een document dat de koers uitzet voor de komende jaren en onze inzet voor kwalitatief hoogstaand en toegankelijke opvang en onderwijs onderstreept. De wereld om ons heen verandert in snel tempo. Globalisering, technologische innovaties en maatschappelijke ontwikkelingen stellen ons voor nieuwe uitdagingen, maar bieden tegelijkertijd ook mogelijkheden. In deze dynamische context willen wij als gemeente voorop lopen en ervoor zorgen dat al onze inwoners klaar zijn voor de toekomst. Dit vraagt om een ambitieuze, maar realistische aanpak waarin samenwerking en innovatie centraal staan.

6

SAMENVATTING De gemeente Hulst streeft naar een omgeving waarin iedereen, ongeacht achtergrond of leeftijd, de kans krijgt om zijn of haar talenten te ontwikkelen. Onderwijs, kinderopvang en algemene ontwikkeling worden gezien als fundamenten voor een veerkrachtige en welvarende gemeenschap. De gemeente zet zich in voor gelijke kansen en toegankelijkheid voor alle inwoners. Dit willen we bereiken aan de hand van vijf pijlers: 1. Talentontwikkeling: Het stimuleren van persoonlijke groei en talentontwikkeling vanaf jonge leeftijd. Het aanbieden van diverse educatieve programma's en activiteiten die aansluiten bij de interesses en behoeften van de inwoners. 2. Samenwerking: Het versterken van de samenwerking tussen onderwijsinstellingen, kinderopvang, jeugdzorg en andere relevante partners. Het bevorderen van een integrale aanpak waarbij educatie en welzijn hand in hand gaan. 3. Participatie: Het vergroten van de participatie in onderwijs en ontwikkelingsactiviteiten, met speciale aandacht voor kwetsbare groepen. Het creëren van een omgeving waar iedereen kan meedoen en zich gewaardeerd voelt. 4. Gelijke kansen: Het verminderen van sociale ongelijkheid binnen het onderwijs. Het bevorderen van gelijke toegang tot kwalitatief hoogstaand onderwijs en ontwikkelingskansen. 5. Positieve gezondheid: Het integreren van gezondheid bevorderende maatregelen in het onderwijsbeleid.

Het ondersteunen van een gezonde leefstijl onder kinderen en volwassenen.

Conclusie Met deze ambities streeft de gemeente naar een toekomst waarin talentontwikkeling centraal staat in de gemeenschap. Door gezamenlijke inspanningen en een focus op gelijke kansen en samenwerking, wil de gemeente bijdragen aan een positieve impact op de levens van alle inwoners.

Beleidsopgaven De gemeente Hulst richt zich op diverse fases van onderwijs en ontwikkeling, van voorschoolse opvang en educatie tot volwasseneneducatie. De belangrijkste speerpunten zijn: Voorschoolse opvang en educatie: Het uitbreiden en versterken van kwalitatieve opvangen educatiemogelijkheden voor jonge kinderen, inclusief het structureel implementeren van projecten zoals “voorschool Hulst”. Primair onderwijs: Het bieden en ondersteunen van een rijke leeromgeving, onder andere door het vergroenen van schoolpleinen en het versterken van de pedagogische basis en het kunnen bieden van kwalitatief breed onderwijs. Voortgezet onderwijs: Het aanpakken van schoolverzuim en het bevorderen van schoolaanwezigheid, evenals het realiseren van kwalitatief breed onderwijs. Middelbaar onderwijs en volwasseneneducatie: Het ondersteunen van een soepele overgang van onderwijs naar de arbeidsmarkt en het bieden van doorlopende leerlijnen.

7

GREEP UIT DE AFGELOPEN JAREN De afgelopen jaren is er al veel gebeurd om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen. Hiervoor zijn veel regionale samenwerkingen aangegaan. Hieronder is een opsomming gemaakt van enkele samenwerkingsovereenkomsten die al groot verschil hebben gemaakt.

Regio Deal Kraamkamer Zeeuws-Vlaanderen Met de Regio Deal worden creatieve, innovatieve en maatwerkoplossingen gezocht voor het leefbaar houden en de vitaliteit van de regio. Dat was ook het doel van het Regio Deal Project Kraamkamer ZeeuwsVlaanderen. Binnen de kraamkamer liepen er twee projecten. Gratis kinderopvang en startgroepen. De pilot gratis kinderopvang is inmiddels afgerond. Na evaluatie is gebleken dat deze gratis kinderopvang een positief effect heeft gehad op zowel de kinderen als de ouders. De startgroepen lopen nog door tot medio 2025. Parallel aan het ontwikkelen van deze ambitie loopt een traject om een gevolg te geven aan deze pilots in de vorm van “Voorschool Hulst”.

NPO gelden

Transitiearrangement VO Zeeuws-Vlaanderen

Centrum voor Toptechniek (CTT)

Afkomstig van het Nationaal Programma Onderwijs, bedoeld om onderwijsachterstanden als gevolg van de coronapandemie aan te pakken. Het geld is ingezet om verschillende educatieve initiatieven te ondersteunen.

Een plan dat werd opgesteld om de transitie van het vo in de regio Zeeuws-Vlaanderen te regelen. Deze regio heeft te maken met krimp en daardoor met veranderende leerlingenaantallen, wat invloed heeft op de beschikbaarheid van scholen en onderwijsaanbod.

Het CTT is opgezet om technisch onderwijs op een hoog niveau aan te bieden aan leerlingen in de regio Zeeuws-Vlaanderen. Specifiek gericht op het ontwikkelen van technische vaardigheden en kennis bij jongeren, om hen voor te bereiden op een technische carrière of vervolgstudie.

Voor het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs, het bieden van extra ondersteuning aan leerlingen die achterstanden hebben opgelopen en het versterken van het mentaal welzijn van zowel leerlingen als docenten. Investeringen in extra intern begeleiding in de kinderopvang, remedial teaching, en het organiseren van zomerscholen. Dit alles met als doel om de onderwijsachterstanden te verminderen/tegen te gaan.

Belangrijke elementen van het transitiearrangement zijn onder andere het herstructureren van scholen, het optimaliseren van onderwijsfaciliteiten en het bieden van passende ondersteuning aan leerlingen en docenten tijdens de transitieperiode. Dit betekent onder andere het samenvoegen van de twee locaties van het Reynaertcollege in Hulst.

Met state of the art faciliteiten, waar leerlingen praktische ervaring kunnen opdoen met moderne technologieën en machines. Begeleiding door ervaren docenten en professionals uit het bedrijfsleven, om zo een brug te slaan tussen onderwijs en de praktijk. Stimuleren van samenwerking met lokale bedrijven en industrieën. 8

DE GEMEENTE VS. EDUCATIE, ONTWIKKELING EN OPVANG De gemeente Hulst neemt een initiërende, verbindende en faciliterende rol in het realiseren van een toekomstbestendig en inclusief educatie- en opvangbeleid. We zijn verantwoordelijk voor wettelijke taken zoals onderwijshuisvesting, leerlingenvervoer, toezicht op kinderopvang en handhaving van de leerplicht. Daarbij ondersteunen we onderwijs- en opvangpartners via beleid, coördinatie en projectmatige inzet. Waar schoolbesturen en opvangorganisaties verantwoordelijk zijn voor de dagelijkse uitvoering, zorgen wij als gemeente voor de randvoorwaarden om dit mogelijk te maken. Hieronder wordt een opsomming van deze wetten gegeven:

Wet op het primair onderwijs (Wpo): Deze wet regelt de organisatie en financiering van het primair onderwijs. Gemeenten hebben hierbij de taak om te zorgen voor de huisvesting van basisscholen en voor het leerlingenvervoer. Wet op het voortgezet onderwijs (Wvo): Deze wet regelt het voortgezet onderwijs in Nederland. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de huisvesting van scholen voor voortgezet onderwijs en het leerlingenvervoer. Leerplichtwet 1969: Deze wet bepaalt de leerplicht voor kinderen van 5 tot 16 jaar en de kwalificatieplicht tot 18 jaar. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de handhaving van de leerplichtwet, zoals het controleren van schoolverzuim en het aanbieden van hulptrajecten bij schooluitval. Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB): Deze wet regelt het middelbaar beroepsonderwijs (MBO) en de volwasseneneducatie. Gemeenten kunnen hierbij betrokken zijn in de vorm van regionale afspraken en samenwerkingsverbanden met MBO-instellingen en andere partijen.

Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK) :De Wet IKK verbetert de kwaliteit en de toegankelijkheid van de kinderopvang. Over deze kwaliteitsverbeteringen zijn afspraken gemaakt in het Akkoord Innovatie en Kwaliteit kinderopvang met partijen uit de kinderopvangsector en de minister van SZW. Wet passend onderwijs: Deze wet regelt dat alle kinderen een plek krijgen in het onderwijs die past bij hun kwaliteiten en mogelijkheden, ook kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Gemeenten werken samen met scholen in regionale samenwerkingsverbanden om passend onderwijs te realiseren. Jeugdwet: Hoewel deze wet primair gericht is op jeugdzorg, heeft deze ook raakvlakken met onderwijs, vooral waar het gaat om de zorg voor leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de jeugdhulp en werken samen met scholen om integrale ondersteuning te bieden. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo): Deze wet richt zich op de maatschappelijke ondersteuning en participatie van alle inwoners, inclusief kinderen en jongeren. Gemeenten hebben een rol in het faciliteren van een ondersteunende omgeving voor kinderen, wat indirect ook invloed kan hebben op het onderwijs.

9

PARTNERSCHAPPEN Waar de gemeente de laatste jaren verantwoordelijkheden en bevoegdheden overdroeg aan de bevoegde gezagsorganen in het onderwijs, kreeg de gemeente er met de decentralisaties in het sociaal domein in 2015 andere taken bij (Wmo, Jeugdwet, Participatiewet). Het onderwijs valt formeel niet onder de gedecentraliseerde taken in het sociaal domein. Door de Wet Passend Onderwijs in 2014, worden scholen via Samenwerkingsverbanden verplicht hun ondersteuningsplan af te stemmen op het beleid over de jeugdhulp van de gemeente. Dit met het doel dat alle kinderen een plek krijgen op een school die past bij hun kwaliteiten en mogelijkheden. Daarbij is het soms ook nodig dat onderwijs, jeugdhulp en gemeente afstemmen rondom individuele ondersteuning.

We hebben elkaar als partners nodig om invulling te geven aan onze opgaven in het belang van het kind. De gemeente Hulst stelt zich hierin initiërend, stimulerend, verbindend en faciliterend op. De autonome positie van onderwijsbesturen, de opgaven in het gemeentelijke sociaal domein en de uitvoering van gemeentelijk beleid op voor het onderwijs aangrenzende beleidsterreinen vragen om dialoog, partnerschap en eigenaarschap van en tussen onderwijsbesturen, gemeente en andere kind partners. We spreken in dit document niet van een visie maar van ambities omdat we al werken vanuit een gezamenlijke regiovisie: “de beste plek”. Deze regiovisie wordt gevolgd voor de periode 20212024. Daartoe is de al sinds 2013 bestaande projectorganisatie van gemeenten, po-bestuur en kinderopvang-koepels verstevigd met de deelname van de besturen voor S(B)O/PO, V(S)O en MBO. Momenteel wordt gewerkt aan een herijking van de afspraken gemaakt in de regiovisie: “de beste plek”. Voor een nieuwe periode 2025-2028.

Afbeelding 1 Resultaten samenwerking binnen “de beste plek ’14 – ‘24”

10

IN DIALOOG MET PARTNERS De gezamenlijke basis De samenwerking tussen de gemeente en ketenpartners wordt via diverse lijnen vormgegeven. Met deze gemeentelijk ambitie op educatie, ontwikkeling en opvang zijn we niet gestart vanuit een spreekwoordelijke “schone lei”. Er liggen al diverse fundamenten die de basis vormen waar van uit we te werk gaan.

Ontwikkelagenda rondom het kind (2021) De ontwikkelagenda rondom het kind is een onderdeel van de eerdergenoemde regiovisie, “de beste plek”. Met de ontwikkelagenda wordt er gestreefd naar de versteviging van de pedagogische basis rondom kind en gezin en wordt er toegewerkt naar inclusief onderwijs in de regio. Er zijn verschillende actielijnen geformuleerd om tot de gestelde doelen te komen: Inclusiever aanbod Doel is de realisatie van meer inclusief onderwijs en kinderopvang in Zeeuws-Vlaanderen. Versterken van de pedagogische basis Het doel is om naast een didactische kijk, ook een pedagogische kijk te realiseren. Een juiste mix leidt tot een stevige pedagogische basis. Door middel van korte lijntjes en het gebruik van elkaars expertise wordt de ketendynamiek verbroken en komt de focus te liggen op de groep, de school en de pedagogische basis. Toeleiding naar onderwijs/schoolaanwezigheid Een voorsortering op de nieuwe wetgeving vanaf 2025 van schoolafwezigheid naar schoolaanwezigheid. Waarbij naast het ongeoorloofd verzuim (spijbelen) ook het geoorloofd verzuim (ziek zijn) gemeld gaat worden bij de Leerplichtambtenaar. Om de processen en problematiek hiervoor goed in beeld te krijgen, is alvast gestart met verschillende onderzoeken. Kind Centrum (KC) doorontwikkeling Doorontwikkeling concretiseren op basis van het doel om van iedere school een kindcentrum te maken.

De rijke schooldag Door middel van een rijk naschools aanbod te organiseren wordt kansengelijkheid bevorderd. Dit kan zijn sport/spel, cultuur/muziek, taal/huiswerkbegeleiding, activiteiten op het gebied van bevorderen sociale vaardigheden etc.

11

Ondersteuningsplan passend onderwijs 2022-2026 De samenwerkingsverbanden Passend Primair Onderwijs ZeeuwsVlaanderen (PPOZV) en Voortgezet Onderwijs Zeeuws-Vlaanderen (VOZV) hebben ervoor gekozen om gezamenlijk één ondersteuningsplan op te stellen voor de periode 2022–2026. Beide samenwerkingsverbanden voelen zich meer dan ooit gezamenlijk verantwoordelijk voor de leerlingen van Zeeuws-Vlaanderen. De nieuwe koers is gericht op het realiseren van meer inclusief onderwijs. Dat betekent dat in het po een verschuiving intreed voor de inzet van beleid en middelen. In het vo staat men voor de grote uitdaging om de ingeslagen weg met project KansRijk 1 voort te zetten en uit te breiden, binnen een context van flinke financiële tekorten in het samenwerkingsverband. In deze planperiode wordt geïnvesteerd in het verhogen van het niveau van de beschikbaarheid en toepassing van informatie over ondersteuningsbehoeften, inzet en resultaten: cyclisch werken voor een betere focus en sturing. De samenwerkingsverbanden PPOZV en VOZV hebben tezamen de volgende vijf actielijnen vastgesteld voor de uitwerking van onze ambities. Deze omvatten de belangrijkste vraagstukken die actueel zijn voor de regio: 1) 2) 3) 4) 5)

Meer inclusief onderwijs Dekkend onderwijs- en ondersteuningsaanbod Doorgaande ondersteuningslijn po-vo Samenwerking onderwijs en jeugdzorg Kwaliteitscultuur en gezonde bedrijfsvoering

Fundament en bouwstenen kindcentrum 2024-2028 Als gemeente onderschrijven we het fundament en de bouwstenen die door het primair onderwijs en kinderopvang zijn opgesteld met betrekking tot het (door)ontwikkelen van kindcentra in onze gemeente. Hieronder een overzicht van het fundament: Een plek voor ieder kind Bieden van een veilige en uitdagende omgeving waarin kinderen kansen krijgen om voluit te kunnen ontdekken en ontwikkelen. Een kindcentrum wil daarom elk kind een plek bieden, thuisnabij, in de eigen omgeving. Elk kind doet mee Alle kinderen kunnen in het kindcentrum hun talenten ontdekken en ontwikkelen. In eigen tempo en naar eigen vermogen ontwikkelen zij zich ten opzichte van zichzelf en binnen de context van de groep. Daarbij zijn welbevinden en betrokkenheid kenmerken die we hanteren om tot optimaal leren en ontwikkelen te kunnen komen. Van jongs af aan In de vroegste levensfase wordt de basis voor ontwikkelen gelegd. In het kindcentrum komen kinderen van 0-13 jaar (beredeneerde afwijking voor baby’s is mogelijk). Medewerkers kennen het kind en het gezin van jongs af aan. De omgeving is veilig, gezond, uitdagend en vertrouwd. Leef- en leergemeenschap Kinderen en professionals ontwikkelen zich in interactie met elkaar en vormen al met elkaar een gemeenschap, het kindcentrum zelf.

Zij kunnen in het kindcentrum oefenen in samenwerken, meedenken, meebeslissen en bijdragen aan die gemeenschap.

1 Kansrijk biedt jongeren meer kansen op een vervolgopleiding en daarmee een beter

perspectief op de arbeidsmarkt. De ambitie is om breed, thuisnabij en kwalitatief hoogwaardig onderwijs te waarborgen voor elke leerling in Zeeuws-Vlaanderen.

12

Regiovisie Jeugdhulp Zeeland 2023 – 2028 De Regiovisie Jeugdhulp Zeeland 2023-2028 heeft een belangrijke relatie met het onderwijs in de gemeente Hulst. De visie streeft naar een geïntegreerde aanpak waarbij onderwijs en jeugdhulp nauw samenwerken om de beste ondersteuning te bieden aan jongeren. Hier zijn de kernpunten van deze samenwerking:

De Werkplaats Inclusief in Zeeuws-Vlaanderen Werkplaats inclusief is een initiatief gericht op het bevorderen van inclusie en gelijke kansen voor alle inwoners in de regio. De Werkplaats Inclusief zet zich in voor diverse maatschappelijke thema's zoals:

Vroege signalering en preventie: Scholen spelen een cruciale rol in het vroegtijdig signaleren van problemen bij kinderen. Door een nauwe samenwerking tussen onderwijsinstellingen en jeugdhulp kunnen problemen sneller worden opgemerkt en aangepakt, wat de kans op succesvolle interventies vergroot.

Inclusief Onderwijs: Bevorderen van gelijke kansen in het onderwijs door het ondersteunen van scholen en onderwijsinstellingen in het implementeren van inclusieve praktijken. Dit kan variëren van aangepaste lesmethoden tot ondersteuning voor leerlingen met speciale behoeften.

Ondersteuning binnen de schoolomgeving: De visie benadrukt het belang van het bieden van ondersteuning aan leerlingen binnen hun eigen schoolomgeving. Dit varieert van lichte begeleiding tot intensieve jeugdhulp, afhankelijk van de specifieke behoeften van de leerling. Door deze hulp binnen de school aan te bieden, blijft de ondersteuning laagdrempelig en toegankelijk. Multidisciplinaire teams: In Hulst werken we met multidisciplinaire teams, bestaande uit onderwijs-/kinderopvangprofessionals en jeugdhulpverleners die samenwerken om gecoördineerde zorg te bieden. Deze teams zorgen ervoor dat jongeren de juiste hulp krijgen, zowel binnen als buiten de schoolomgeving. Weerbaarheid en veerkracht: Er wordt ingezet op het versterken van de weerbaarheid en veerkracht van jongeren. Dit sluit aan bij het onderwijs door programma's te integreren die sociale en emotionele vaardigheden ontwikkelen, waardoor leerlingen beter kunnen omgaan met uitdagingen en tegenslagen in hun leven. Beleidsintegratie: Er wordt gestreefd naar een integrale beleidsaanpak waarbij onderwijs- en jeugdzorgbeleid op elkaar worden afgestemd. Dit zorgt voor een coherente en samenhangende ondersteuning van jongeren in Hulst, waarbij beleidsmakers uit beide domeinen samenwerken aan oplossingen en interventies die elkaar versterken.

Arbeidsmarktinclusie: Creëren van werkgelegenheid en trainingsmogelijkheden voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dit kan betekenen dat er programma's worden opgezet om vaardigheden te ontwikkelen en werkgevers worden gestimuleerd om inclusieve werkplekken te creëren. Toegankelijkheid: Verbeteren van de fysieke en digitale toegankelijkheid van openbare ruimtes en diensten, zodat iedereen, ongeacht hun beperking, volwaardig kan deelnemen aan de samenleving. Bewustwording en Educatie: Organiseren van campagnes en workshops om bewustzijn te creëren over de voordelen van een inclusieve samenleving en het bestrijden van vooroordelen en discriminatie. Samenwerking: Samenwerken met lokale overheden, bedrijven, onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties om gezamenlijke doelen te bereiken en middelen te delen voor een groter effect.

13

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs

Zomerschool en zomer VVE

Parallel aan het ontwikkelen van ambities op het gebied van educatie en ontwikkeling, werkt de gemeente aan een Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP). Dit plan, dat in samenspraak met scholengemeenschappen in Zeeuws-Vlaanderen, Elevantio en een vertegenwoordiging van de kinderopvang wordt vormgegeven, zal in Q1 2025 ter vaststelling aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Het IHP vormt een strategisch beleidsinstrument waarin de visie op onderwijshuisvesting wordt geconcretiseerd aan de hand van vier thema’s: Beleid & Regie, Vraag & Aanbod, Kwaliteit & Duurzaamheid, en Samenwerking.

In de gemeente Hulst is het gelukt om, tijdens de zomervakantie van 2024, een zomerschool te organiseren. Een zomerschool is een onderwijsprogramma dat tijdens de zomervakantie wordt aangeboden aan leerlingen. Deze zomerschool is voornamelijk gericht op het bijspijkeren van kennis en vaardigheden. Het doel van een zomerschool is om leerlingen extra ondersteuning te bieden, met name op vakken waar ze moeite mee hebben of waarin ze achterlopen. Zomerscholen zijn bedoeld om leerlingen een boost te geven in hun leerproces, met name als ze tijdens het schooljaar achterstanden hebben opgelopen of deze achterstand dreigen op te lopen tijdens de vakantie. Ze zijn een aanvullende maatregel om onderwijsongelijkheid te verminderen en alle leerlingen gelijke kansen te bieden om hun potentieel te bereiken.

Wetgeving en maatschappelijke verplichting De gemeente heeft een wettelijke verplichting om de huisvesting van primair en voortgezet onderwijs (PO en VO) te bekostigen. Dit betekent dat het IHP niet alleen een kader biedt voor strategische keuzes, maar ook invulling geeft aan de wettelijke verantwoordelijkheid van de gemeente. Tegelijkertijd sluit het plan aan op de ambities en randvoorwaarden van schoolbesturen, zoals onderwijsinhoudelijke doelen en financiële haalbaarheid. Bouwstenen als richtinggevende basis De bouwstenen van het IHP vormen samen met de onderwijsvisie de fundamenten voor een toekomstbestendig onderwijslandschap. Deze bouwstenen zijn beleidsuitgangspunten die richting geven aan keuzes binnen het IHP en bieden daarmee de mogelijkheid om op een integrale manier te sturen. De focus ligt op het realiseren van een duurzaam en efficiënt onderwijsnetwerk dat past binnen de financiële, ruimtelijke en organisatorische randvoorwaarden van de gemeente en de onderwijsinstellingen.

Voor VVE-peuters wordt een zomer VVE aangeboden. Tijdens de zomervakantie krijgen deze peuters 3 weken VVE aangeboden voor 4 dagdelen per week zonder extra kosten.

Kindcentra als sleutel tot samenwerking Een belangrijk onderdeel van dit ambitiedocument is de ontwikkeling van kindcentra, waarin onderwijs en kinderopvang gelijkwaardig samenwerken. Het gebruik van maatschappelijke meters is hierin leidend: ruimtes worden gedeeld en afgestemd in goed overleg tussen partijen. Bij een toename van vraag binnen één van de functies (onderwijs of kinderopvang) wordt in gezamenlijkheid naar oplossingen gezocht die beide functies ondersteunen, binnen de wettelijke kaders en verplichtingen. Deze aanpak onderstreept de ambitie om duurzame, toekomstbestendige voorzieningen te creëren die bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen in hun brede context.

14

Bijna gratis kinderopvang vanaf 2029 Als in 2029 de bijna gratis kinderopvang werkelijkheid wordt, zijn er een aantal dingen waar rekening mee gehouden moet worden. Zo kan er een toename van het aantal kinderen dat gebruikmaakt van een opvangvoorziening verwacht worden. Het gevolg hiervan kan zijn dat er bij de kinderopvang behoefte ontstaat voor o.a. meer ruimte. Zoals in het IHP aangegeven, heeft de gemeente geen wettelijke taak in het voorzien van kinderopvanglocaties. Maar, onderschrijven het feit dat opvang een belangrijk onderdeel vormt van de doorgaande leerlijn in kindcentra waarbij de gemeente het belangrijk vindt in goede samenwerking te zoeken naar passende oplossingen. De wettelijke taak van gemeenten ligt vooral in het toezicht op kwaliteit, de organisatie van VVE, en het ondersteunen van kwetsbare gezinnen. Bij invoering van gratis kinderopvang zal de coördinerende rol van gemeenten naar verwachting groeien, met extra aandacht voor planning, inclusie en samenwerking in het sociaal domein. De exacte invulling hangt af van hoe het Rijk de verantwoordelijkheid tussen gemeenten, opvangorganisaties en zichzelf verdeelt Voorschool Hulst We willen dat alle peuters zich optimaal kunnen ontwikkelen. Dat we hen zo vroeg mogelijk in beeld hebben, zodat eventuele zorgen tijdig gesignaleerd en aangepakt kunnen worden.

Om dit te realiseren starten we met de ontwikkeling van een brede voorschool. In de gemeente Hulst kan het bereik van Vroeg- en Voorschoolse Educatie (VVE) hoger. Het niet deelnemen van doelgroepkinderen aan VVE heeft negatieve gevolgen van kinderen en vergroot de achterstanden. De voorschool is in lijn met de doelen vanuit het onderwijsachterstanden beleid. Maar het sluit ook aan bij de opdracht uit hervormingsagenda jeugd, waarin preventie centraal staat. De Regiodeal "Zeeuwen zelf aan zet: De Kraamkamer van Zeeuws-Vlaanderen" laat ons zien dat samenwerking en vernieuwing bijdraagt aan het aanpakken van uitdagingen zoals gelijke (onderwijs)kansen. Uit de evaluatie van de Regiodeal en andere onderzoeken blijkt dat vroeg investeren in kinderen loont.

15

Transitiearrangement VO Zeeuws-Vlaanderen 2.0 Al eerder in dit document werd gesproken over het transitiearrangement VO ZeeuwsVlaanderen. Het transitiearrangement voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen is een plan dat is ontwikkeld om de uitdagingen in het voortgezet onderwijs in deze regio aan te pakken. Zeeuws-Vlaanderen kampt met demografische krimp, waardoor het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs gestaag afneemt. Dit heeft gevolgen voor de toegankelijkheid, kwaliteit en diversiteit van het onderwijsaanbod. Belangrijke elementen van het transitiearrangement: • Concentratie van scholen en samenwerking • Focus op maatwerk en onderwijs op afstand • Regionale samenwerking en verbinding • Mobiliteit en toegankelijkheid: • Ondersteuning van docenten en kwaliteitsborging Het transitiearrangement dwingt tot een visie die verder kijkt dan alleen "lessen geven". Het legt de nadruk op samenwerking, innovatie, en het benutten van technologie om een toekomstbestendig en kwalitatief hoogstaand onderwijs te waarborgen in een regio die wordt geconfronteerd met structurele uitdagingen.

16

RICHTINGGEVENDE PIJLERS EN AMBITIES

02

Een omgeving waar kinderen zich vrij kunnen ontwikkelen en kunnen leren komt niet toevallig tot stand. Om deze omgeving werkelijkheid te laten worden of zijn, zijn er richtinggevende ambities nodig. Dit om ideeën concreet te krijgen en keuzes te maken. Ervaring leert dat duidelijkheid helpt om effectiever te werk te gaan. Door van elkaar te weten wie waar mee bezig is, ontwikkel je samen beter. In de gemeente Hulst streven we naar een divers aanbod. Een omgeving waar iedereen zich naar eigen kunnen kan ontwikkelen. Waar iedereen gelijke kansen heeft. Niet apart van elkaar maar met elkaar. Inclusiviteit speelt hier een belangrijke rol. We ontwikkelen toekomstbestendige voorzieningen die passen bij de behoeften van nu en in de toekomst. Een ruimte om te spelen, bewegen, ontwikkelen en ontdekken. We creëren een uitdagende omgeving die uitnodigt om in Zeeuws-Vlaanderen, in dit geval de gemeente Hulst, te blijven of naar terug te komen.

17

Pijler 1: Talentontwikkeling De gemeente streeft ernaar om talentontwikkeling te stimuleren voor alle kinderen, zodat zij hun vaardigheden en talenten maximaal kunnen benutten. Ieder kind beschikt over ontwikkelingsmogelijkheden die door middel van ervaring kunnen uitgroeien tot talenten. In dit kader wordt talent niet alleen gezien als een uitzonderlijke bekwaamheid, maar ook als een relatief sterke kant van een individu. De gemeente erkent dat vroegtijdige aandacht voor talentontwikkeling essentieel is om achterstanden te voorkomen en te zorgen voor een inclusieve samenleving waarin iedereen een gelijkwaardige plek kan innemen. Het vroegtijdig investeren in talentontwikkeling, bijvoorbeeld door voor- en vroegschoolse educatie (VVE), draagt bij aan het voorkomen van uitval en bevordert inclusie. De gemeente erkent dat ouders, leraren, zorgverleners en ondernemers allen een rol spelen in het leer- en ontwikkelproces van kinderen. Door een brede waardering van vaardigheden en competenties willen we de nadruk verschuiven van een eenzijdige focus op cijfers naar het erkennen van de waarde van alle beroepen, van de metselaar tot de chirurg.

Conclusie: De gemeente ziet talentontwikkeling als een motor voor een gelukkige en inclusieve samenleving. Door vroegtijdig in te zetten op de ontwikkeling van alle talenten, draagt de gemeente bij aan het versterken van de maatschappelijke cohesie en de economische ontwikkeling van haar inwoners.

Ambities: 1. Werk vanuit talenten en behoeften: De gemeente stimuleert onderwijs- en ontwikkeltrajecten die uitgaan van de talenten en behoeften van elk kind/scholier. Alle talenten worden erkend en gewaardeerd. 2. Optimale benutting van talenten: Het optimaal benutten van de talenten draagt bij aan de economische ontwikkeling van de gemeente en helpt bij het overwinnen van maatschappelijke achterstanden. 3. Vroegtijdige signalering van talent: De gemeente zet in op vroegtijdige herkenning van talenten, bijvoorbeeld door middel van gerichte programma’s in het onderwijs, cultuur en sport. 4. Investeren in kunst, cultuur en sport: De gemeente zal middelen blijven inzetten om deze sectoren te ondersteunen, aangezien zij essentieel zijn voor de brede ontwikkeling van jongeren. 5. Erkenning van talent bij ‘aandoeningen’: De gemeente erkent dat stoornissen zoals dyslexie, autisme en ADHD vaak gepaard gaan met verborgen talenten. Er wordt gestreefd naar het demedicaliseren van deze aandoeningen en het richten op talentontwikkeling. 6. Binding van talent aan de regio: De gemeente stimuleert ondernemerschap binnen het onderwijs en zet in op het behouden van talenten in de regio. 7.

Arbeidsparticipatie en loopbaanontwikkeling: De gemeente onderstreept het belang van arbeidsparticipatie voor het welzijn van haar burgers en zet in op loopbaanoriëntatie die aansluit op de vraag van de lokale arbeidsmarkt. 18

Ambities:

Pijler 2: Participatie De gemeente zet in op het bevorderen van brede speelmogelijkheden voor kinderen buitenom het speelplein , waarin iedereen ongeacht achtergrond, intelligentie, of sociaaleconomische situatie kan deelnemen. Samen spelen vormt de basis voor een gezonde pedagogische infrastructuur, en deze speelse interactie moet worden bevorderd om een creatieve en lerende samenleving te creëren. Het speelgedrag van kinderen weerspiegelt immers een essentieel aspect van mens-zijn en vormt de basis voor persoonlijke ontwikkeling. In een inclusieve gemeente is het meedoen aan spel en interactie een recht voor iedereen. De gemeente ziet spelen als een cruciale bouwsteen voor het ontwikkelen van een creatieve, kennisintensieve samenleving waarin leren, werken en leven vloeiend in elkaar overgaan. Spel is niet alleen een activiteit voor kinderen, maar vormt de basis voor innovatieve oplossingen voor toekomstige maatschappelijke uitdagingen. Daarom streeft de gemeente naar een inclusieve samenleving waarin speelse benaderingen centraal staan en een "doorlopende speellijn" van 0 tot 100 jaar wordt gestimuleerd.

Conclusie: De gemeente ziet spelen als een essentieel onderdeel van een gezonde en inclusieve samenleving. Door speelse, creatieve omgevingen te faciliteren, creëert de gemeente een leer- en werkklimaat dat mensen van alle leeftijden uitnodigt om mee te doen en hun talenten te ontwikkelen. Spel moet speels blijven en de gemeente en samenleving moeten als uitnodigende speelplekken worden ingericht. Dit alles draagt bij aan een toekomstgerichte, inclusieve samenleving.

1. Creativiteit en autonomie van medewerkers: Bestuurders moeten de creativiteit en autonomie van hun medewerkers bevorderen. Dit is essentieel om de transformatie richting een meer inclusieve en speelse samenleving te realiseren. 2. Behouden van speelsheid: De gemeente erkent dat alle ontwikkeling begint als spel. Het is van belang om spel speels te houden, zonder het te belasten met te veel regels, scores, competitie of overmatige digitalisering. 3. Speelruimte tussen leefwereld en systeemwereld: De gemeente zoekt actief naar ruimte waar het spelelement een brug kan slaan tussen de dagelijkse leefomgeving van burgers en de formele systemen. 4. De omgeving als apenkooi: De leefomgeving wordt ingericht als een plek met veel groen en micro-wildernis, waar kinderen én volwassenen spelenderwijs kunnen ontdekken en zich kunnen ontwikkelen. Natuur en buitenruimte worden daarbij integraal betrokken. 5. Duurzame ontwikkeling van de lokale economie: Het onderwijs speelt een centrale rol in de duurzame ontwikkeling van de lokale en regionale economie. De gemeente stimuleert leeromgevingen waarin duurzame en speelse initiatieven bijdragen aan economische groei. 6. Bijdrage aan maatschappelijke uitdagingen: Spel en creativiteit worden ingezet om oplossingen te vinden voor maatschappelijke vraagstukken zoals vergrijzing. 7.

Speelruimte en creativiteit in bouw en inrichting: De gemeente zet in op het bouwen van creatieve, open en uitnodigende ruimtes die de speelsheid en creativiteit van de samenleving weerspiegelen. Deze gebouwen zijn gericht op verbinding met de lokale gemeenschap. 8. Stimuleren van bijzondere verbindingen: De gemeente bevordert bijzondere samenwerkingen tussen verschillende maatschappelijke groepen en instellingen, waarbij creatieve en speelse benaderingen centraal staan. 9. Leren buiten het klaslokaal: De school wordt gezien als meer dan een gebouw. De gemeente stimuleert een visie waarin leren overal kan plaatsvinden, zowel binnen als buiten de traditionele 19 onderwijslocaties.

Pijler 3: Positieve gezondheid De gemeente streeft naar een aanpak van positieve gezondheid als middel om doorbraken te bereiken in cruciale dossiers zoals armoede, arbeidsparticipatie, zingeving, laaggeletterdheid en gezond ouder worden. Positieve gezondheid legt de nadruk op een holistische benadering, waarbij lichamelijke, mentale en sociale gezondheid centraal staan. Dit uitgangspunt is ook van toepassing binnen de opvang en het onderwijs. Een gezond educatieveld draagt bij aan de ontwikkeling van vitale onderwijsomgevingen, die op hun beurt een gezonde leefstijl, betere leerprestaties en minder schooluitval bevorderen. Onderwijs en gezondheid vormen samen de basis voor het doorbreken van vicieuze cirkels van armoede, laaggeletterdheid en ongezonde leefstijlen. Door al op jonge leeftijd te beginnen met onderwijs dat gericht is op positieve gezondheid, kunnen structurele veranderingen in de samenleving worden bereikt. Dit leidt niet alleen tot een gezondere bevolking, maar ook tot besparingen in de zorgkosten op de lange termijn. Dit verhoogt de participatie in zowel de samenleving als het arbeidsproces. Onderwijsinstellingen spelen een sleutelrol in het stimuleren van positieve gezondheid bij kinderen en jongeren. Ze vormen een belangrijke schakel in het doorbreken van maatschappelijke achterstanden.

Conclusie: De gemeente ziet positieve gezondheid als een cruciaal middel om maatschappelijke problemen aan te pakken en het welzijn van haar inwoners te bevorderen. Door vroeg te beginnen met het stimuleren van een gezonde leefstijl via de opvang en het onderwijs, kan een trendbreuk worden gerealiseerd die armoede, laaggeletterdheid en ongezonde leefpatronen doorbreekt. Positieve gezondheid draagt bij aan een inclusieve samenleving waarin iedereen de kans krijgt om gezond en vitaal deel te nemen aan het maatschappelijke leven.

Ambities: 1. Stimuleren van positieve gezondheid in onderwijsvoorzieningen: Scholen en de kinderopvang moeten actief bijdragen aan het bevorderen van positieve gezondheid bij kinderen en jongeren. Dit kan door aandacht te besteden aan gezonde voeding, voldoende beweging en mentale weerbaarheid. 2. Trendbreuk realiseren door samenwerking: De gemeente gaat verder om inspanningen binnen het onderwijsveld en de kinderopvang (gelijke kansen, passend onderwijs en inclusie) te verbinden met transformaties in de jeugdhulp en jeugdgezondheidszorg. Dit kan door het stapelen van middelen en het focussen op gezamenlijke doelstellingen. 3. Verspreiden van het ‘positieve virus’: Onderwijs en kinderopvang instellingen spelen een belangrijke rol in het verspreiden van een gezonde levensstijl en een positieve gezondheidsbenadering onder kinderen en jongeren. Deze instellingen kunnen fungeren als katalysator voor een gezonde leefomgeving. 4. Inzetten op gezonde leefpatronen: De gemeente moedigt gezonde leefpatronen aan, zoals gezonde voeding, voldoende beweging en een goede balans tussen werk en ontspanning. Overbelasting van zowel leerlingen als leraren/pedagogisch medewerkers moet actief worden voorkomen. 5.

Investeren in weerbaarheid, veiligheid en gezond burgerschap: De gemeente investeert in de mentale en fysieke weerbaarheid van haar inwoners, met speciale aandacht voor veiligheid, gezond burgerschap en preventie van gezondheidsproblemen.

20

Pijler 4: Gelijke kansen Een inclusieve samenleving kan niet bestaan zonder kwalitatief goed onderwijs, waarbij gelijkwaardigheid de basis vormt. De gemeente streeft naar een samenleving waarin iedereen telt en elk talent wordt ontdekt en benut. In een dergelijke samenleving leren mensen van en met elkaar. Kwalitatief breed onderwijs, als verantwoorde afspiegeling van de samenleving, vergroot de kans op toekomstig geluk, vermindert segregatie en bevordert integratie. Inclusie begint in de vroegste levensfase. In de kinderopvang ligt de nadruk op vroege signalering en integrale hulp, zodat kinderen op tijd de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. In het primair onderwijs wordt gewerkt met aanvullende expertise om zoveel mogelijk kinderen binnen het reguliere onderwijs te houden. Dit principe van een doorlopende lijn zet zich voort naar het vo, waarbij scholen en kindpartners gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het succes van deze overgang. Het Reynaertcollege die straks diverse onderwijsvormen (zoals praktijkscholen, vmbo, havo, vwo) onder één dak aanbied, speelt een cruciale rol in het bevorderen van kwalitatief breed onderwijs. Voor kwetsbare kinderen wordt dit gezien als een kans voor hun eigen ontwikkeling en voor de ontwikkeling van andere kinderen. Het is aan de leraren en professionals om dit proces in goede banen te leiden.

Conclusie: Samen streven we naar een doorlopende leerlijn die een leidraad vormt voor een inclusieve samenleving. Het bieden van gelijke kansen voor elk kind, het bevorderen van samenwerking tussen onderwijs en zorg en het ondersteunen van leraren/pedagogisch medewerkers zijn cruciale stappen naar een toekomst waarin segregatie wordt voorkomen en een brede sterke samenleving wordt bevorderd. Innovatie in onderwijs en zorg, gecombineerd met investeringen in huisvesting, dragen bij aan een sterker, kwalitatief, breed en toekomstgericht onderwijssysteem.

Ambities: 1. Inclusie als resultaat van gelijke kansen: Alle kinderen binnen de gemeente verdienen gelijke kansen om samen te leren en op te groeien. Kwalitatief breed onderwijs zorgt ervoor dat elk kind zich kan ontwikkelen, ongeacht achtergrond of capaciteiten. 2. Samenwerking tussen partners: Kinderopvang, scholen en zorg- en ondersteuningsinstellingen werken intensief samen om educatie, ontwikkeling en zorg op maat te bieden. Deze samenwerking helpt segregatie te voorkomen en bevordert inclusie. Hierdoor wordt thuiszitten, vroegtijdig schoolverlaten en zware jeugdzorg voorkomen. 3. Integraal Huisvestingsplan Hulst: Het Integraal Huisvestingsplan voor de gemeente Hulst wordt gezien als een mogelijkheid richting een brede onderwijssamenleving. Door te investeren in huisvesting kan kwalitatief breed onderwijs verder worden bevorderd. 4. Gelijkwaardige leerlijnen: Praktijkgerichte en theoretische leerlijnen dragen gelijkwaardig bij aan de economische ontwikkeling van de regio. Beide routes zijn belangrijk voor de toekomst van de kinderen én de regio.

21

Pijler 5: Samenwerking De overgang naar meer kwalitatief breed regulier onderwijs en opvang is niet mogelijk zonder sterke en vernieuwende vormen van interprofessionele samenwerking. Het toewerken naar kwalitatief breed onderwijs is een gezamenlijk proces dat vraagt om het weghalen van barrières, zowel in middelen als in bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Dit vereist dat verschillende professionals, zoals leraren, zorgverleners en ouders, intensief samenwerken om het beste onderwijs en de beste zorg voor elk kind te bieden. Samenwerking in het kader van kwalitatief breed onderwijs vraagt om integratie van kindcentra waar opvang, onderwijs en zorg hand in hand gaan. Door middel van interprofessionele samenwerking wordt het aantal doorverwijzingen naar specialistische hulp verminderd, wat resulteert in meer kinderen die binnen het reguliere onderwijs kunnen blijven. Een sterkere betrokkenheid van ouders en opvoeders is hierbij cruciaal, want zonder hen is inclusie niet haalbaar. De voordelen van interprofessionele samenwerking reiken verder dan alleen het voorkomen van schooluitval en het reduceren van specialistische kosten. Het draagt bij aan een inclusieve samenleving, gebaseerd op een leven lang leren, positieve gezondheid, wederzijds vertrouwen, en een stimulerende pedagogische infrastructuur. Deze werkomgeving biedt ruimte voor iedereen om zich optimaal te ontwikkelen.

Conclusie: Een effectieve samenwerking tussen kinderopvang, onderwijs, zorg en ouders is essentieel voor het verder ontwikkelen van een breed onderwijssysteem. Deze samenwerking zorgt niet alleen voor minder uitval en betere prestaties, maar ook voor meer tevredenheid en welzijn bij zowel leerlingen als docenten. Door de barrières tussen verschillende sectoren te doorbreken en nieuwe vormen van samenwerking te omarmen, kan de gemeente bijdragen aan een toekomst waarin inclusie, geluk en economische ontwikkeling hand in hand gaan.

Ambities: 1. Investeren in dialoog en gedeelde visie: Om een succesvolle samenwerking te realiseren, is het van groot belang te investeren in wederzijds begrip, dialoog en een gedeelde visie tussen professionals. Samen leren en samen werken vormen de basis voor het succes van inclusie. 2. Ouders als belangrijkste samenwerkingspartner: Ouders en opvoeders zijn de sleutel tot een succesvolle inclusie. De gemeente moedigt aan om te experimenteren met nieuwe rollen voor ouders, zodat zij actief kunnen deelnemen aan het onderwijsproces en de ontwikkeling van hun kinderen. 3. Verbeteren van veiligheidsbeleving: Samenwerking tussen kinderopvang, onderwijs, zorg en ouders kan leiden tot een betere veiligheidsbeleving voor kinderen, zowel op school als thuis. Dit draagt bij aan een gevoel van vertrouwen en welzijn binnen de leeromgeving. 4. Betrekken van het bedrijfsleven: Het bedrijfsleven kan een belangrijke rol spelen bij het vormgeven van onderwijs, met name binnen beroepscolleges. Door onderwijs aan te laten sluiten op de lokale arbeidsmarkt, worden jongeren beter voorbereid op een succesvolle loopbaan. 5. Investeren in Living Labs en broedplaatsen: De gemeente stimuleert innovatie door te investeren in Living Labs en broedplaatsen, waar nieuwe ideeën en samenwerkingen kunnen ontstaan. Dit biedt ruimte voor experimenten en vernieuwing binnen het onderwijs en de zorg. 6.

Ontdekken van geluk: Het uiteindelijke doel van samenwerking in het onderwijs is om meer geluk en tevredenheid te creëren bij zowel leerlingen als professionals. Door sterke samenwerking worden betere leerprestaties, meer zelfvertrouwen en inclusie gerealiseerd, wat leidt tot een gelukkigere en succesvollere gemeenschap.

22

SITUATIESCHETS

03

Om een goed beeld te krijgen van de doelgroep waar we in dit ambitiestuk over spreken, wordt in dit hoofdstuk een beeld gegeven van de huidige situatie in de gemeente Hulst. Over hoeveel leerlingen spreken we, wat is de situatie in de gemeente rondom kansenongelijkheid en hoe zien de aantallen met betrekking tot kansen op onderwijsachterstanden er uit?

23

INWONERS VAN DE GEMEENTE HULST Bevolkingsdynamiek In de afgelopen decennia is de wereldbevolking snel gegroeid. Tegelijkertijd vergrijst de wereldbevolking en woont zij meer en meer in grotere steden. De trek naar de stad heeft ertoe geleid dat inmiddels de helft van de wereldbevolking in een stedelijke omgeving woont. Deze trend die wereldwijd te zien is, zien we ook terug in Nederland en ook in onze gemeente. Waar de grote steden groeien in bevolking, krimpt deze juist in onze gemeente. Jongeren zijn genoodzaakt om voor een HBO of universitaire studie te vertrekken naar één van de omringende steden. Zij vinden daar makkelijker een baan met als gevolg dat zij niet meer terugkeren naar Zeeuws-Vlaanderen. Ook het gebrek aan betaalbare woningen voor starters maakt de gemeente minder aantrekkelijk voor jongeren die voor de keuze staan; blijven in de stad waar ze gestudeerd hebben of terugkeren naar de gemeente.

Bevolkingssamenstelling Het inwoneraantal in de gemeente Hulst daalt. Er waren in 2023 meer overlijdens dan geboorten. Ook vertrokken 1.015 inwoners tegenover 929 nieuwe mensen die in de gemeente kwamen wonen. Waar grote en middelgrote steden naar verwachting de komende jaren zullen groeien, zullen de kleinere gemeenten - aan de randen van het land – waaronder ook de gemeente Hulst de komende jaren te maken krijgen met krimp. Naar schatting is dit voor de gemeente Hulst zo’n 0,03% in de komende 20 jaar. Maar door de gunstige ligging, tegen Vlaanderen maar tegelijkertijd horende bij Zeeland, vestigen bedrijven zich graag in Hulst. Dat biedt ook voor de toekomst perspectief. De gemeente Hulst scoort net boven het gemiddelde op sociale economische status. Dit betekent dat onze inwoners iets welvarender en/of hoger opgeleid en/of langduriger aan het werk zijn dan het gemiddelde van Nederland. Echter geeft ook 15.7% (2022) van de inwoners van de gemeente Hulst aan moeite te hebben met rondkomen.

24

Leerlingen en leerling stromen Het aantal peuters in Hulst schommelt rond de 430 (aug. 2024). Daarvan gaat 63 procent naar een voorschoolse voorziening. In het primair onderwijs (inclusief speciaal basisonderwijs) zitten we momenteel op 1620 leerlingen, op het vo zitten op dit moment 1.089 leerlingen en in het voortgezet speciaal onderwijs staan 78 leerlingen ingeschreven. De gemeente Hulst beschikt verder niet over aanbod op middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs. Het po en het speciaal basisonderwijs (sbo) worden in onze gemeente aangeboden door de onderwijsorganisatie Elevantio. Het vo wordt aangeboden door de stichting vo Zeeuws-Vlaanderen. Er zijn 15 locaties voor po en sbo in onze gemeente. Het vo en het vso wordt aangeboden bij het Reynaertcollege en Praktijkschool Hulst. Verder kennen we in de gemeente Hulst een zestal van aanbieders voor kinderopvang en BSO. De gemeente Hulst is al vele jaren een krimpregio waar sprake is van dalende jongeren aantallen ten gevolge van ontgroening. Iedere twee jaar wordt er een leerlingenprognose gemaakt door Pronexus. Deze leerlingenprognose laat zien dat er eerst een lichte stijging is te zien in het po waarna deze weer licht afneemt. Voor het vo zien we een continue daling van het leerlingenaantal. Deze daling in het leerlingenaantal zien we ook terug in het speciaal basisonderwijs (sbo).

Voor het voortgezet speciaal onderwijs wordt een lichte stijging verwacht in 2028.

LEERLING PROGNOSE 2024 Po 1800 1600

1570

1571

1594

Vo

1583

Sbo

1552

Vso 1532

1544

1480

1415

1400 1200

1096

1090

1066

1053

1056

1054

1057

1000

1016

1011

800 600 400 200

4180

3079

2178

77 11

77 0

76 0

76 0

74 0

73 0

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2034

2039

2044

0

Figuur 1 leerlingenprognose Pronexus en Elevantio 2024

Over het algemeen is het de wens van ouders om hun kind in de buurt naar school te laten gaan. Zeker in het primair onderwijs. We zien in onze gemeente nog een goede spreiding van basisscholen verdeeld over de verschillende kernen. Wel zien we dat de bassischolen in de kleinere kernen en aan de grens met België meer moeite hebben om het leerlingenaantal boven de ondergrens te houden. Het voorgezet onderwijs is gevestigd in de stad Hulst. Van het aantal leer en kwalificatie plichtige (3271) gaat 5.1% naar niet regulier onderwijs en gaat 11.1% naar België naar school (2023). Vertaald in aantallen zien we dat er 52 leerlingen uit het po naar België gaan en 24 leerlingen uit het VO (2023/2024)

25

SOCIALE ONGELIJKHEID BINNEN HET ONDERWIJS Kansenongelijkheid Kansenongelijkheid De aandacht voor kansenongelijkheid in het onderwijs is de laatste jaren sterk toegenomen. Kansenongelijkheid ontstaat wanneer leerlingen met vergelijkbare talenten vanwege hun achtergrond niet dezelfde onderwijsresultaten behalen. Rapporten van de onderwijsinspectie (2019, 2020) en McKinsey (2020) tonen aan dat de ongelijkheid tussen scholen en leerlingen recentelijk is gegroeid. De coronapandemie heeft deze ongelijkheid verder blootgelegd doordat sommige leerlingen bijvoorbeeld geen toegang hadden tot laptops of computers thuis, of omdat ouders hen niet konden ondersteunen bij hun schoolwerk. Ook heeft afstandsonderwijs de kloof tussen leerlingen en leerprestaties vergroot. Naast de input van scholen wordt het schoolsucces van kinderen en jongeren beïnvloed door verschillende factoren. Denk aan de sociaaleconomische positie van ouders, de sociale steun die leerlingen ontvangen en de taalvaardigheid van ouders in zowel het Nederlands als andere talen. Vooroordelen en discriminatie spelen ook een rol in de onderwijskansen van kinderen.

Hoewel het onderwijs niet alleen verantwoordelijk is voor het compenseren van deze ongelijkheid, kan het wel een belangrijke rol spelen in het bevorderen van kansengelijkheid. Het onderwijs en kinderopvang kunnen bijdragen aan het verminderen van ongelijkheid tussen leerlingen. Zonder aandacht voor gelijke kansen kan het onderwijs echter ook bestaande ongelijkheden versterken. Kortom, het onderwijs heeft een cruciale taak en kan een belangrijke bijdrage leveren aan het bevorderen van kansengelijkheid.

Het rapport "Gelijke kansen in onderwijs en arbeid" (2020) van SCP benadrukt hoe opleidingsniveaus vaak samenhangen met de sociaaleconomische status van ouders. De verwachtingen van leraren en schooladviezen zijn vaak lager voor kinderen uit gezinnen met een lagere sociaaleconomische status, zelfs wanneer hun schoolprestaties vergelijkbaar zijn met die van kinderen uit hogere milieus. Sociaaleconomische verschillen per buurt spelen ook een rol in onderwijsprestaties, aangezien de buurt waarin kinderen opgroeien invloed heeft op hun leeromgeving. Kinderen in taalarme gebieden krijgen bijvoorbeeld minder stimulans, wat hun schoolprestaties kan beïnvloeden. Onderwijsongelijkheid blijkt een complex en hardnekkig probleem te zijn, dat niet slechts door één enkele factor veroorzaakt wordt. Het is diepgeworteld in maatschappelijke structuren en onderliggende mechanismen binnen de leefwerelden van kinderen en jongeren en manifesteert zich in 'het systeem', de buurt en de sociale omgeving van leerlingen. Ook in Nederland bestaat er aanzienlijke ongelijkheid. 26

Onderwijsachterstanden Het begrip 'onderwijsachterstanden' verwijst meestal naar het onderwijsachterstandenbeleid. Er is dan sprake van een achterstand in prestaties als er een verschil is met een vergelijkbare groep. De Rijksoverheid geeft besturen van basisscholen ieder jaar geld om achterstanden te voorkomen en tegen te gaan. Hiervoor gebruikt de Rijksoverheid de onderwijsachterstandenindicator van het CBS. Het nieuwe onderwijsachterstandenbeleid van het ministerie van OCW hanteert een doelgroep van 15 procent. Dit betekent dat bij de toekenning van middelen aan scholen en gemeenten gekeken wordt naar de locaties waar de kinderen woonachtig zijn die landelijk tot de 15 procent behoren met het grootste risico op een onderwijsachterstand. Van de 1970 kinderen uit de gemeente Hulst, valt 13 procent binnen deze landelijke doelgroep (zie grafiek blz. 13). Deze score kan worden opgedeeld in peuters en basisschoolleerlingen. Van de 305 peuters uit Hulst, valt 11 procent binnen deze landelijke doelgroep. Van de 1665 basisschoolleerlingen uit Hulst, valt 14 procent binnen deze landelijke doelgroep. Om te bepalen welke kinderen een verhoogd risico op een onderwijsachterstand hebben, wordt gebruik gemaakt van een model. Hierin worden omgevingskenmerken gebruikt die volgens het onderzoek van het CBS het risico van een kind op een onderwijsachterstand voorspellen.

De omgevingskenmerken die hierin meegenomen worden zijn: • • • • •

Opleidingsniveau van de ouders Herkomst Verblijfsduur van de moeder in Nederland Wel of niet in de schuldsanering Het gemiddelde opleidingsniveau van de moeders op school

Figuur 1 percentage verwacht onderwijsachterstand gemeente Hulst 2023 – peuters & basisschool leerlingen

27

Laaggeletterdheid (onderdeel van onderwijsachterstanden) In Nederland hebben ruim 3 miljoen ouders minderjarige kinderen. Zo'n 11 procent van die ouders (333.000 mensen) heeft moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Vaak kunnen zij ook slecht omgaan met een computer en smartphone. Dat is 1 op de 9 ouders. Dit blijkt uit een analyse van Stichting Lezen en Schrijven. Een volwassene is laaggeletterd als hij of zij moeite heeft met lezen, schrijven en/of rekenen. Vaak heeft die persoon dan ook beperkte digitale vaardigheden. Zo vindt hij of zij bijvoorbeeld het omgaan met een computer of smartphone lastig. Niet goed kunnen lezen, schrijven en/of rekenen heeft gevolgen. Zo vindt iemand bijvoorbeeld minder snel een baan of heeft minder grip op de eigen geldzaken. Een volwassene die laaggeletterd is, is geen analfabeet. Een laaggeletterde kan wel lezen en schrijven, alleen niet goed genoeg om volledig mee te doen in de samenleving.

Kinderen van laaggeletterde ouders beginnen vaker met een taalachterstand aan de basisschool. Deze achterstand is al op 2jarige leeftijd zichtbaar. Als er op school niet genoeg aandacht en tijd is voor taal en rekenen, wordt die achterstand niet meer ingehaald. Schoolverlaters met deze achterstand vormen de nieuwe generatie laaggeletterden. Wanneer beide ouders laagopgeleid zijn, hebben kinderen drie keer zoveel kans om later zelf ook laaggeletterd te worden. Het aantal laaggeletterde ouders is veel te hoog. De samenwerking tussen ouders en hun netwerk - zoals consultatiebureaus, kinderopvangcentra en scholen - is cruciaal om ervoor te zorgen dat laaggeletterdheid niet wordt doorgegeven. Ouders zijn zich niet altijd bewust van hun rol in de taalontwikkeling van hun kind. Het is belangrijk dat zij een taalrijke omgeving creëren. Zo kunnen ze veel praten met hun baby en deze voorlezen. Ze kunnen hun jonge kinderen stimuleren om meer te lezen en te schrijven en helpen met huiswerk. Het doorgeven van laaggeletterdheid van ouder op kind moet stoppen. Daarom is het belangrijk om laaggeletterde ouders te bereiken en hen te stimuleren om meer betrokken te zijn bij de ontwikkeling van hun kind. Als deze ouders zelf beter leren lezen, schrijven, rekenen en omgaan met de computer, kunnen ze een nog beter voorbeeld zijn voor hun eigen kinderen.

Zeeuws-Vlaanderen is in Zeeland uniek in de aanpak van laaggeletterdheid. Er wordt gewerkt met taalpunten, aangestuurd door het kernteam. Door gebruik te maken van het taalnetwerk kunnen ze op een efficiënte manier een brede doelgroep bereiken, zoals laaggeletterde NT1'ers, mensen die inburgeringsplichtig zijn en mensen die hun taalniveau willen verhogen. Ook mensen die willen participeren in de samenleving en degenen die meer willen weten over budgetteren, gezondheid en/of digitale vaardigheden, worden bereikt. Naast de Taalpunten worden er ook activiteiten en trainingen georganiseerd rondom laaggeletterdheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15870179/1