Aangepast Bijlage 1 - Verordening Participatiewet en Minimabeleid gemeente Hulst 2024
Tekst van het document
Recidive Verdubbeling hoogte verlaging (lid 1) Als binnen 12 maanden na een eerste verwijtbare gedraging wederom sprake is van een verwijtbare gedraging waarmee dezelfde verplichting wordt geschonden, wordt de grotere mate van verwijtbaarheid tot uitdrukking gebracht in een verdubbeling van de hoogte of duur van de verlaging. Voor lichte verlagingen is gekozen voor een verdubbeling van de hoogte van de verlaging. Verdubbeling duur verlaging (lid 2) Als binnen 12 maanden na een eerste verwijtbare gedraging wederom sprake is van een verwijtbare gedraging waarmee dezelfde verplichting wordt geschonden, wordt de grotere mate van verwijtbaarheid tot uitdrukking gebracht in een verdubbeling van de hoogte of duur van de verlaging. Een verlaging kan nooit hoger zijn dan 100% procent. Daarom is bij gedragingen waar relatief zware verlagingen voor gelden, gekozen voor een verdubbeling van de duur van de maatregel in plaats van de hoogte. Met de eerste verwijtbare gedraging wordt de eerste gedraging bedoeld die aanleiding is geweest tot een verlaging, ook als wegens dringende redenen – op grond van artikel 6.2. van deze verordening en eventueel 18 lid 10 Pw – is afgezien van het opleggen van een verlaging. Dit geldt ook als van afstemming op grond van artikel 18 lid 1 Pw is afgezien van het opleggen van een verlaging.
Is vanwege de afwezigheid van elke vorm van verwijtbaarheid afgezien van een verlaging, dan is het niet mogelijk om bij toepassing van recidive deze gedraging mee te tellen. Voor het bepalen van de aanvang van de termijn van twaalf maanden, geldt het tijdstip waarop het besluit waarmee de verlaging is opgelegd, is verzonden Eenzelfde gedraging vereist voor recidive Voor recidive als bedoeld in het lid 2 is vereist dat sprake moet zijn van "eenzelfde verwijtbare gedraging" als de gedraging waarvoor de eerste verlaging is opgelegd. Voorwaarde is dus dat dezelfde verplichting wordt geschonden. Is dit niet het geval, dan moet de verwijtbare gedraging worden aangemerkt als een eerste schending van een verplichting. Heeft een persoon zich zeer ernstig misdragen (artikel 6.9.) binnen 12 maanden nadat een verlaging is opgelegd wegens het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (artikel 7, onderdeel a), dan is geen sprake van recidive aangezien het niet "eenzelfde gedraging" betreft. Evenmin is sprake van recidive als een belanghebbende niet meewerkt aan het opstellen van een plan van aanpak (artikel 7, onderdeel b, onder 1°) en vervolgens een opgedragen
44
tegenprestatie niet verricht (artikel 7, onderdeel b, onder 4°). Ook dan is geen sprake van eenzelfde gedraging aangezien 2 verschillende verplichtingen zijn geschonden. Recidive schending geüniformeerde arbeidsverplichting (lid 3) Is sprake van het niet of onvoldoende nakomen van een geüniformeerde arbeidsverplichting binnen twaalf maanden nadat aan een belanghebbende een eerste maatregel is opgelegd wegens schending van een geüniformeerde arbeidsverplichting, dan bedraagt de verlaging 100% gedurende 2 maanden. Dit valt binnen de in artikel 18 lid 6 Pw gegeven marges. Recidive op recidive (lid 4) Bij een 3e, 4e en volgende schending van een geüniformeerde arbeidsverplichting, telkens binnen 12 maanden na oplegging van de vorige maatregel, bedraagt de verlaging 100% gedurende 2 maanden (artikel 18 lid 7 en 8 Pw). Ook in het geval dat een belanghebbende voor een derde of volgende keer een niet geüniformeerde arbeidsverplichting schendt, is de recidivebepaling van artikel 6.13. lid 4 van deze verordening van toepassing.
45
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen Artikel 7.1. Hardheidsclausule In dit artikel staat een hardheidsclausule, zodat het college in een bijzonder geval kan afwijken van de bepalingen in deze verordening voor zover toepassing ervan leidt tot een onbillijkheid van zwaarwegende aard. Artikel 7.2. Intrekken oude verordening en overgangsrecht In artikel 7.2. is het overgangsrecht neergelegd. Het kan voorkomen dat personen een voorziening toegekend hebben gekregen op grond van de oude verordening, die niet meer voldoet aan de voorwaarden uit deze verordening. Hierbij kan worden gedacht aan de situatie waarin de oude verordening voorzieningen bevat die na inwerkingtreding van deze verordening niet meer worden verstrekt. Ook is het denkbaar dat een persoon op grond van de oude verordening wel in aanmerking zou komen voor een voorziening, maar door inwerkingtreding van deze verordening niet meer. De toegekende voorziening zou dan op grond van artikel 2.6. moeten worden beëindigd. Om dit te voorkomen is in artikel 7.2. lid 2 geregeld dat dergelijke voorzieningen worden behouden voor ten hoogste de duur van 12 maanden of - als dit eerder is - voor de duur dat deze is verstrekt. Dit uiteraard voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Verordening Participatie, Inkomen en Inburgering Hulst 2022.
Wordt niet meer aan die voorwaarden voldaan, dan moet de voorziening worden beëindigd, bijvoorbeeld als een belanghebbende geen aanspraak meer heeft op ondersteuning bij de arbeidsinschakeling. De periode van 12 maanden begint te lopen vanaf het moment van publicatie van deze verordening in het Gemeenteblad. Voortzetten toegekende voorzieningen Toegekende voorzieningen op grond van de Verordening Participatie, Inkomen en Inburgering Hulst 2022 worden dus in beginsel behouden tot 12 maanden na inwerkingtreding van deze verordening. Na afloop van die periode kan het college besluiten of een voorziening wordt voortgezet. Hierbij kan het college rekening houden met al gesloten overeenkomsten. Voortzetting van een voorziening ligt bijvoorbeeld voor de hand als het college is gehouden de kosten van een dergelijke voorziening te voldoen, ongeacht of een persoon nog gebruik maakt van de voorziening. Lopende reintegratievoorzieningen kunnen in beginsel ná inwerkingtreding van deze verordening worden afgerond volgens de overeenkomst.
Voortzetting is niet mogelijk Voortzetting van een toegekende voorziening na 12 maanden is niet mogelijk als de voorziening binnen die periode is beëindigd wegens het niet meer voldoen aan de voorwaarden voor die voorziening op grond van de Verordening Participatie, Inkomen en Inburgering Hulst 2022 of als de voorziening is toegekend voor een kortere duur dan 12 maanden na publicatie van de verordening in het Gemeenteblad. Een voorziening dient immers niet langer te worden voortgezet dan de duur van de oorspronkelijke toekenning. Ten aanzien van die voorziening blijft de Verordening Participatie, Inkomen en Inburgering Hulst 2022 van toepassing.
46
Bijlage 1: de Zeeuws-Vlaamse re-integratieladder Voor welke voorzieningen belanghebbende in aanmerking komt, is afhankelijk van de afstand die belanghebbende heeft tot de arbeidsmarkt. In Zeeuws-Vlaanderen is afgesproken om iedereen die een uitkering heeft of een inburgeringstraject volgt in te delen op de Zeeuws-Vlaamse re-integratieladder. Het verschil in treden is niet zwart-wit. Het college kijkt samen met belanghebbende en de werkgever naar het te behalen doel. Hieronder is de ladder weergegeven. Trede
Naam trede
(indicatieve) loonwaarde doelgroep 80 – 100%
1
Regulier werk
2
Werken met (tijdelijke) ondersteuning of garantiebaan
50 – 80%
3
Beschut werk of groepsaanpak
30 – 50%
4
Maatschappelijke participatie
<30%
Voorzieningen Proefplaatsing, bemiddeling, subsidie, job-coaching, scholing, kinderopvang en nazorg. Proefplaatsing, job-coaching, scholing, subsidie, bemiddeling, basisbaan, detachering, werkervaringsplaats, kinderopvang en nazorg. Beschut werk, job-coaching, bemiddeling, scholing, detachering, subsidie, basisbaan, kinderopvang en nazorg. Participatieplaats, sociale, activering, vrijwilligerswerk, tegenprestatie, dagbesteding, kinderopvang en scholing.
47