CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

A44Overzicht voortgang beheersing kosten jeugdhulp

Commissie Samenleving 3 november 2021, gemeente HulstBij agendapunt: Bespreking ingekomen stuk A44 Voortgang Actieplan kosten beheersing Jeugdwet3.488 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht voortgang beheersing kosten jeugdhulp Inleiding De verantwoordelijkheid voor de Jeugdzorg is sinds 2015 gedecentraliseerd naar gemeenten. De gemeenten zijn daarmee verantwoordelijk geworden voor Jeugdhulp, Jeugdbescherming en Jeugdreclassering. Een van de gedachten achter deze decentralisatie was dat gemeenten de Jeugdzorg beter en efficiënter zouden kunnen organiseren. Gemeenten zouden dichter bij de jongeren en de gezinnen staan en beter inzicht hebben in de (lokale) problematiek waardoor maatwerk eerder in het voorveld te geven was. De vaak duurdere en specialistische zorg zou daarmee in vele gevallen kunnen worden voorkomen. In de afgelopen jaren is gebleken dat de kosten ten aanzien van de Jeugdhulp alleen maar toenemen. Hierdoor is er bij gemeenten behoefte ontstaan aan meerjarige financiële zekerheid. Er was tot op heden geen (landelijke) duidelijkheid over het gebruik van de Jeugdzorg en hoe de kosten zich zouden ontwikkelen. Tevens was er geen (landelijke) duidelijkheid of de Jeugdwet door gemeenten doelmatig en doeltreffend werd uitgevoerd. In opdracht van het Rijk en VNG is vervolgens een onderzoeksopdracht uitgezet bij het bureau AEF. Deze opdracht heeft geleid tot het rapport Stelsel in Groei. Dit rapport heeft aangetoond dat gemeenten 1,7 miljard euro structureel tekort komen in de uitvoering van taken op basis van de Jeugdwet.

Uit het onderzoek zijn een aantal voor de gemeenten interessante conclusies getrokken. Zo blijkt onder meer dat het aantal cliënten in de Jeugdhulp is gestegen. De instroom over de onderzoek jaren bleek echter nagenoeg constant te zijn. Dit rechtvaardigt de conclusie dat de uitstroom achter blijft bij het aantal cliënten dat instroomt. Daarnaast bleek dat de algemene aanname dat een brede inzet op preventie en vroeg signalering kostenbesparing op zou kunnen leveren niet juist. Geconcludeerd is dat de kosten binnen het Jeugddomein – op een enkele uitzondering na- bij steviger inzetten op preventie en vroeg signalering eerder hoger dan lager kunnen worden. Het risico is aanwezig dat – zeker in tijden van financiële schaarste- er een risicoregel-reflex optreedt. Dit kan tot gevolg hebben dat er te weinig flexibiliteit bestaat in noodzakelijke behandeling en begeleiding. Het rapport ‘Stelsel in Groei geeft ook een aantal mogelijkheden voor gemeenten aan om doelmatigheidswinst te behalen. Gesteld wordt dat er landelijk 190-240 miljoen euro van het genoemde tekort van 1.7 miljard bespaard kan worden met de volgende maatregelen. Dit betreft dus een besparing van ten hoogste 14 % van het totale tekort. De grootste bezuinigingen moeten komen uit een stelselherziening en het mogelijk invoeren van een inkomensafhankelijke bijdrage.

Gebleken is tijdens het onderzoek dat relatief meer gezinnen met hogere inkomens gebruik maken van de Jeugdhulp en dan met name de ambulante Jeugdhulp. Voor gemeenten doet AEF het voorstel om de volgende vijf maatregelen te treffen: 1. 2. 3. 4. 5.

Het invoeren van een Praktijkondersteuner Huisarts Jeugd bij Huisartsen Het tijdig laten doorstromen naar de WLZ indien mogelijk Het verplaatsen van Jeugdhulp in groepsverband naar KO en BSO Het organiseren van hulpverlening in lokale teams. Het duidelijker afbakenen van Jeugdhulp en Onderwijs.

De aanbevelingen zullen worden betrokken bij de verdere uitwerking van het gemeentelijk Jeugdbeleid. De gemeente Hulst Ook in onze gemeente is sprake van een omvangrijke kostenstijging van de Jeugdhulp. Al enig tijd informeren wij u over deze kostenontwikkeling in het Sociaal Domein en met name in de Commissie Samenleving van 21 mei 2019 bent u hierover nader geïnformeerd. Er zijn een aantal mogelijkheden

1

gepresenteerd waarmee wij een beïnvloeding van de kostenontwikkeling mogelijk achten. Wij hebben de volgende vijftien actiepunten voorgesteld: 1. Het streven naar een optimale combinatie bij het inzetten van vrij toegankelijke voorzieningen en geïndiceerde hulp; 2. Het kritisch bepalen van de best passende en goedkoopst adequate jeugdhulp; 3. Het kritisch bepalen van de indicatieduur (zowel duur als volume); 4. Het zoveel mogelijk voorkomen van stapeling van zorg; 5. Het voeren van een duidelijk casemanagement; 6. Het optimaliseren van tussentijdse evaluaties 7. Het op casusniveau onderzoeken van mogelijke andere voorliggende wetgeving als bijv. Wlz 8. Het intensiveren van de inzet van het netwerk, de methodiek en familienetwerkberaden; 9. Het intensiveren van de algemeen toegankelijke voorzieningen; 10. Het intensiveren van preventie (normalisatie van opvoed- en opgroeivragen); 11. Het vroeg signaleren en snel oppakken van vragen/problemen; 12. Het verlagen van de administratieve druk; 13. Creëren van een heldere afbakening en intensieve samenwerking tussen jeugdhulp en passend onderwijs; 14. Aansluiten bij de Transformatieagenda Jeugd Zeeland 2018-2032 15. Verbeteren van de Inkoopstrategie Jeugdhulp 2020.

Ons college verwacht dat met de bovenstaande actiepunten -meer dan voorheen – deels voorkomen kan worden dat kinderen/jeugdigen/gezinnen gebruik moeten maken van – met name specialistische-voorzieningen in het kader van de Jeugdwet. Daarnaast wordt gestreefd om het gebruik van een voorziening korter van duur te laten zijn. Gestreefd wordt om door samenwerking met zowel het bredere sociale domein en de specialistische jeugdhulp op basis van een netwerkmodel te gaan werken om zo de kosten inzichtelijk en beheersbaar te maken. Daarbij wordt onder meer aangesloten op het eindrapport ‘Eigenwijs transformeren’ van het Verwey Jonker Instituut. Voortgang Onderstaand volgt een overzicht van projecten/werkgroepen die ervoor moeten zorgen dat bovengenoemde vijftien actiepunten kunnen worden ingevuld. Met betrekking tot de voortgang moet voor ogen gehouden worden dat in vele gevallen de actiepunten maar ook de projecten meerdere raakvlakken laten zien. Per punt kan derhalve niet exact worden aangegeven welke activiteiten hebben plaatsgevonden en welke voortgang tot op heden gemaakt is. De samenhang in aanpak en uitwerking zal uiteindelijk moeten leiden tot een beter inzichtelijk kosten en activiteitenoverzicht in de jeugdhulp, waardoor de –binnen het huidige stelsel- geringe gemeentelijke sturingsmogelijkheden optimaal kunnen worden ingezet. 1.

Dienstverleningsmodel Sociaal Domein Om nader inhoud te geven aan de eerstelijns hulp die lokaal kan plaatsvinden en te investeren in preventie en vroeg signalering is het van belang om nogmaals te kijken naar de inrichting van ons dienstverleningsmodel sociaal domein. Met name de rol van de actoren en de samenwerking met de uitvoeringsorganisatie Hulst voor Elkaar is van belang om inhoud te kunnen geven aan de diverse actiepunten die genoemd worden. ( o.a. 1,2,4,5,6,7,8,9,10 en 11) Het Dienstverleningsmodel Sociaal Domein is in 2015 vastgesteld. Hierin is op hoofdlijnen aangegeven hoe alle actoren en diensten in het sociaal domein met elkaar samenhangen en wat van eenieder verwacht wordt. Om het geheugen nog even op te frissen is onderstaand een grafische weergave van het dienstverleningsmodel opgenomen.

2

Het dienstverleningsmodel heeft als uitgangspunt dat de problematiek in het sociaal domein zoveel mogelijk in de eigen omgeving kan worden opgelost. Indien mogelijk wordt gebruik gemaakt van laagdrempelige, algemene en vrij toegankelijke voorzieningen in het voorveld (linkerkant van de balans). Als het noodzakelijk is, wordt door middel van een indicatie (toegangsfunctie) een maatwerkarrangement ingezet (rechterkant van de balans). Is sprake van zware meervoudige problematiek, dan wordt (op de achtergrond) casusregie georganiseerd. De rol van onze uitvoeringsorganisatie Hulst voor Elkaar (HvE) is cruciaal. Zij worden geacht vanuit hun opdracht midden in de maatschappij te staan en kunnen ook met behulp van netwerken de burgerkracht stimuleren. HvE heeft een groot aandeel in de realisatie van vrij toegankelijke algemene voorzieningen, zoals maatschappelijk voorzieningen en netwerken, opbouwwerkers, inzet van vrijwilligers en specifiek jongerenwerk. Dit voorveld vormt een eerste schil om te voorkomen dat er direct specialistische hulp moet worden ingezet. Tegelijkertijd voert HvE ook de toegangsfunctie uit en de gemeente dient te bewaken dat alleen strikt noodzakelijke hulp wordt toegekend. Tijdens de evaluatie van de werkwijze tot nu toe is gebleken dat beide organisatie nog teveel solitair acteren. Afgesproken is dat beide organisaties meer met elkaar gaan overleggen.

Bij inzet van hulp die voorbij het voorveld moet plaatsvinden vindt nader overleg plaats middels periodieke voortgangsgesprekken. In de opdrachtformulering bij de jaarlijkse subsidiëring aan HvE wordt nu meer nadruk gelegd op tussentijds evalueren en afstemmen. Ook wordt tijdens deze periodieke overleggen besproken welke afwegingen gemaakt zijn bij het inzetten van de hulp en op welke wijze deze hulp afgebouwd zou kunnen worden met behulp van netwerk voorzieningen. De Sociale Kaart ( www.zoishulst.nl) kan daarbij als leidraad dienen.

2. Verbetering bedrijfsvoering Jeugdwet Om samenwerking tussen organisaties te bewerkstelligen en aansturing en verantwoording afleggen te garanderen is een samenspel van management tools noodzakelijk. Met name de juiste aansturing van de processen en de AO/IC zijn van belang om beleid en strategie aan te laten sluiten op de uitvoering. Dit vraagt onder meer om een eenduidige visie, een gemeenschappelijke wens om kosten beheersbaar te houden en duidelijke aansturing en verantwoordingslijn en gekwalificeerd personeel. Met behulp van een extern bureau is een analyse gemaakt. Met deze analyse zijn de verschillen in kaart gebracht tussen de huidige werkwijze en de gewenste werkwijze . Gebleken is dat op een aantal gebieden verbeteringen moeten worden doorgevoerd. 3

Ten aanzien van de ondersteuning door ICT middelen blijkt dat de gebruikte softwarepakketten bij HvE en de gemeente onvoldoende op elkaar aansluiten en datacommunicatie/-overdracht maar zeer beperkt mogelijk is. Hierop is actie ondernomen richting de softwareleverancier om de aansluiting te realiseren. Ook is besloten om HvE in dezelfde Cloud omgeving als de gemeente te laten werken zodat straks locatiegericht gewerkt kan worden. Verwacht wordt dat deze verbetering van de bedrijfsvoering kan leiden tot een verlaging van de administratieve druk en een beter op elkaar afgestemde werkwijze kan leiden. Daarnaast zal ook de momenteel door de gemeente ontwikkelde (management) sturingsinformatie ontsloten kunnen worden zodat door gemeente en uitvoeringsorganisatie HvE een betere (aan)sturing kan worden bewerkstelligd. Ten aanzien van het onderdeel personeelsmanagement is gebleken dat het steeds moeilijker wordt om voldoende gekwalificeerd personeel aan te trekken. De schaalgrootte van zowel de gemeente als die van HvE zijn hier mede debet aan. Dat betekent dat er nog meer geïnvesteerd moet worden in onze eigen mensen teneinde de kennis, kunde een vaardigheden te behouden in een snel veranderde wereld. Onderzocht wordt of E-learning hierbij behulpzaam kan zijn.

Afgesproken is ook dat de social workers bij HvE in samenwerking met de Inkooporganisatie Jeugdhulp een verdiepingstraining – gepland in het najaar - zullen volgen op de inkooppercelen en de beschikbare/gecontracteerde jeugdhulp. Ten aanzien van het gebied Governance geldt dat de gemeente -als individuele verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet- een verplichte samenwerking heeft met de andere Zeeuwse gemeenten over de wijze waarop we het zorglandschap inrichten en laten functioneren. Dit vraagt in sommige gevallen om concessies ten aanzien van de eigen inzichten. Daarnaast is de gemeente ook afhankelijk van afspraken cq. contracten die vastgelegd op het niveau van de samenwerkende jeugdzorgregio’s of het landelijk niveau. Het is derhalve vrijwel onmogelijk om de governance in eigen hand te hebben. De invloed hierop is beperkt. Wel zullen wij onze eigen ideeën om mogelijke kostenbesparingen te bereiken blijven bespreken in de respectievelijke gremia. Met de verbetering van de bedrijfsvoering wordt vooral inhoud gegeven aan de actiepunten 2,3,12 en 15. 3. Ontwikkeling reken- en prognosetool Jeugdwet Zoals ook al in het bovenstaande is gememoreerd behoeft de ondersteuning van ICT hulpmiddelen verbetering. Hiertoe zijn concrete afspraken gemaakt.

Een probleem bij de aansturing en de inzichtelijkheid van de kosten is dat de gemeente niet over de data beschikt die nodig is om betrouwbaar inzicht te krijgen in de inzet van mens een middelen. Een groot deel van de data is afkomstig van derden zoals het Inkoopbureau jeugd. Zij verzorgen Zeeuws breed de afhandeling van de facturatie en die van zorgleveranciers voor de zorginzet. Als er meer gewerkt moet worden op het gebied van data gestuurd werken is het onvoorwaardelijk dat de data compleet en valide moeten zijn. Uit een eerste validatieslag blijkt dat én niet alle benodigde data van derden beschikbaar is én dat de wel beschikbare data op onderdelen onvoldoende betrouwbaar is. Dat betekent dat het betrouwbaar voorspellen van de kosten en de inzet van mens en middelen vrijwel niet mogelijk is. Momenteel worden met behulp van een extern bureau de eigen data opnieuw in kaart gebracht zodat deze kan worden geïmporteerd in onze rekentool. De rekentool wordt tevens geschikt gemaakt om informatie van derden – zoals de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland- onder te brengen. Met de Inkooporganisatie worden momenteel gesprekken gevoerd om de data voor de gemeente Hulst beschikbaar te krijgen. Naast de wil om hieraan mee te werken moeten ook eventuele obstakels zoals technische onvolkomenheden en AVG worden meegenomen.

Verwacht mag worden dat met de rekentool op basis van historische data een meer solide prognose kan worden gemaakt over het verloop van de kosten. Met de aldus verkregen inzichten is onder meer inhoud gegeven aan de actiepunten 2,3,4,12 en 15

4

4. Zeeuws-Vlaams afstemmingsoverleg huisartsenkoepels – gemeenten/lokale toegangen Sinds 2018 wordt door de gemeenten Sluis, Terneuzen en Hulst overleg gevoerd met de huisartsenkoepels uit Zeeuws-Vlaanderen en de GGD-Zeeland team jeugdgezondheidszorg. Het doel van dit overleg is om gezamenlijk meer duidelijkheid en sturing te krijgen op de verwijzingen via de medische route c.q. huis-/jeugdartsen naar adequate en passende jeugdhulp. Aanvankelijk is er veel aandacht uitgegaan naar de kennismaking tussen de verschillende huisartsen(praktijken) en de lokale toegangen. Daarnaast was het ook nodig om huisartsen de mogelijkheden, maar ook de beperkingen van de Jeugdwet duidelijk te maken. Er is intensief overleg gevoerd om te komen tot een verwijsroutering op jeugdhulp met enerzijds een duidelijke ‘medische’ invalshoek en anderzijds een invalshoek meer gericht op de inzet van ‘opvoed- en opgroeiondersteuning’. De huisartsenkoepel Nucleus Zorg, GGD-Zeeland team jeugdgezondheidszorg en de Zeeuws-Vlaamse colleges hebben ingestemd met het instellen van een pilot Praktijkondersteuners Huisartsen jeugdggz (POH Jeugd). De POH Jeugd vormt in de huisartsenpraktijk een schakel tussen de huisarts, de verwijzing naar een jeugdhulpaanbieder en de lokale toegangen. Daarbij wordt ook nauw samengewerkt met het Onderwijs.

In het rapport ‘ Stelsel in Groei’ is er op gewezen dat POH Jeugd effectief kan zijn bij het afvangen van directe verwijzingen naar geïndiceerde (specialistische) jeugdhulp. Dit zal zeker op termijn tot een zekere kostenbesparing moeten leiden . Daarnaast kan de POH Jeugd een passende schakel vormen naar de lokale toegang. In april is een beperkte pilot gestart in de 3 Zeeuws Vlaamse gemeenten. In onze gemeente is bij één huisartsenpraktijk een POH Jeugd geplaatst voor twee uur in de week. Tot op heden zijn er negentien kinderen/jeugdigen door de huisarts verwezen naar de POH-jeugd in plaats van direct een verwijzing te doen naar de jeugdzorgaanbieders. De ontwikkelingen zijn hoopvol en mogelijk gaat er een olievlekwerking van uit. Eind van dit jaar wordt een evaluatie voorzien. Met de inzet van een POH Jeugd wordt o.a. invulling gegeven aan de aanbevelingen in het rapport ‘Stelsel in Groei’ en de actiepunten 1, 2, 3, 4, 8,10, 11 en 13. 5. Onze gemeente neemt deel aan het Landelijk Actieprogramma Kansrijke Start

Ieder kind verdient de best mogelijke start van zijn of haar leven en een optimale kans op een goede toekomst. Het actieprogramma ‘Kansrijke Start’ richt zich hierbij met name op de eerste 1000 dagen van een kind, omdat deze cruciaal zijn voor een goede start. De gezondheid van een kind voor, tijdens en na de geboorte blijkt een belangrijke voorspeller te zijn van problemen – zowel fysiek als mentaal – op latere leeftijd. Aan de hand van de drie actielijnen ‘voor de zwangerschap, tijdens de zwangerschap en na de geboorte’ zetten wij samen met Zeeuws-Vlaamse ketenpartners -De Provinciale Kraamzorg, Jeugdgezondheidszorg GGD-Zeeland, ZorgSaam, lokale toegangen en gemeenten- in op een samenwerking die een goede, gezonde, sociale verbondenheid kent; met gebundelde inzet in een hecht netwerk dat werkt volgens het principe één gezin, één plan, één hulpverlener. Mensen die het nodig hebben, worden door de samenwerkende partijen ondersteund op een wijze die bij hen past. Tussen de ketenpartners vindt periodiek overleg plaats over de inzet van de meest effectieve maatregelen. Hierbij wordt in eerste instantie gekeken naar het voorveld. Met deelname aan het actieprogramma wordt nader inhoud gegeven aan o.a. de actiepunten 1, 2, 3, 4, 5, 8, 9, 10, 11 en 12.

5

6. Met de regionale ketenpartners vormen wij het programma Toekomstbestendige Kindvoorzieningen – “Zeeuws-Vlaanderen de beste plek om op te groeien”

De Zeeuws-Vlaamse ketenpartners jeugdgezondheidszorg GGD-Zeeland, kinderopvanginstellingen, onderwijs en gemeenten werken op lokaal en regionaal niveau samen om te komen tot een toekomstbestendig aanbod van voorzieningen voor opvang en onderwijs binnen de Zeeuws-Vlaamse gemeenten. Dit aan de hand van vijf speerpunten: 1. 2. 3. 4. 5.

Voor 0-18 jaar doorlopende en verbonden leer- en ontwikkellijn. Thuisnabije kwalitatief sterk onderwijs en ondersteuning. Samenwerking tussen onderwijs en jeugd: in wijk en dorp. Educatief partnerschap met ouders, bedrijven en instellingen. Startgroepen als kraamkamer: innovatie en kwaliteit.

In een samenwerking tussen de onderwijsorganisaties, het Regionaal Bureau Leerlingzaken en gemeenten/lokale toegangen zijn ‘Onderwijs-zorg-arrangementen’ ingevoerd. Hierbij wordt in verschillende arrangementen enerzijds een maatwerk voor het kind gerealiseerd en anderzijds wordt een collectieve ondersteuning geboden binnen specifieke onderwijslocaties door jeugdhulpaanbieders. Getracht wordt onder meer om langdurig schoolverzuim van individuele kinderen te voorkomen én tegelijkertijd niet voor ieder individueel kind jeugdhulp binnen de scholen te brengen. Ook kinderopvangorganisaties krijgen, omwille van hun verschuivende positie in de doorgaande leerlijn van kinderen, in toenemende mate te maken met opvoed- en opgroeiproblematiek bij kinderen en gezinnen. Met een Zeeuws-Vlaamse afstemming worden door ons gesprekken gevoerd met de kinderopvangorganisaties op welke wijze de interne zorgstructuur binnen de kinderopvang verder kan worden vorm gegeven. Zo wordt er onder andere ingezet op een geïntegreerde en doorgaande ontwikkellijn tussen (jeugd)zorg, opvang en onderwijs (PO en VO) en, waar mogelijk, zo inclusief mogelijke voorzieningen voor opvang en onderwijs. In het rapport ‘Stelsel in Groei’ wordt hier ook op gewezen Met het intensiveren van het programma wordt onder andere inhoud gegeven aan de actiepunten 1, 4, 5, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14. 7.

Checkexercitie ‘top 20 duurste casussen’ Bij het in kaart brengen van onze eigen data is gebleken dat een aantal casussen erg veel kosten met zich meebrengen. Dit heeft geleid tot een interne analyse en een verdiepingsslag Op de peildatum 01 juli 2021 zijn er voor 605 kinderen/jongeren uit 499 verschillende gezinnen 1027 indicaties afgegeven. Van het totaal aantal indicaties is 37 % ( 380 casussen) via een medische verwijzing -huis/jeugd/kinderarts- tot stand gekomen. Van het totaal aantal aan indicaties zijn er 187 casussen (18,2%) naar een kinderrechter/GI’s te herleiden. Via lokale toegang -Hulst voor Elkaar/gemeente- zijn 460 indicaties (44,8%) afgegeven. Op het eerste gezicht lijkt het of het aantal door specialisten geïndiceerde casussen en het aantal casussen via de lokale toegang nagenoeg in evenwicht zijn. Waanneer echter de kosten in ogenschouw worden genomen blijkt de door specialisten ( Huisarts, GI, Rechter) geïndiceerde zorg vele malen duurder is. Op de 55,2 % van de uitstaande indicaties en bijbehorende zorgkosten kan de gemeente niet of nauwelijks invloed uitoefenen . Laat staan dat hier op gestuurd kan worden. Huisarts, Kinderarts en Jeugdarts van de GGD, als ook de GI’s hebben op grond van de Jeugdwet een eigen bevoegdheid om een directe verwijzing te doen naar zorgaanbieders. 6

Wanneer dieper wordt ingezoomd in de ‘top 20 duurste casussen’ tot en met eind mei 2021, ontstaat een zorgwekkend beeld. Wanneer de voor de gemeente opgelegde maatregelen worden geëxtrapoleerd naar het te verwachten eindtotaal, behelzen deze casussen een bedrag van ruim vier miljoen euro. In de Jeugdwet is opgenomen dat wanneer door de rechter/GI een Jeugdbepaling heeft afgegeven, de gemeente verplicht is deze Jeugdbepaling uit te voeren en dus de gewenste Jeugdhulp moet inzetten. Geconstateerd kan worden dat voor ongeveer 20 kinderen bijna 24% van de totale zorgkosten Jeugd worden ingezet en dat daar door de gemeente feitelijk niet op te sturen is. In het rapport ‘Stelsel in Groei’ is deze onvolkomenheid onderkend. Aan het Rijk is gevraagd de beleidstheorie – dat wil zeggen de uitgangspunten van de Jeugdwet- opnieuw te bezien en een maatschappelijk debat te voeren over het gewenste voorzieningenniveau incluis het ter beschikking stellen van voldoende benodigde middelen. Ook in het rapport van de stuurgroep Sint zijn voorstellen gedaan over afbakening van de reikwijdte van de Jeugdhulp, tariefdifferentiatie, regionale samenwerking en bredere invoering POH Jeugd GGZ. Tenslotte Goede zorg staat nog steeds op de eerste plaats voor ons college. De uitvoering van de Jeugdwet heeft echter vele gemeentebesturen, het Rijk en de VNG hoofdbrekens gekost.

Met de komst van een hervormingsagenda Jeugd – ook wel ontwikkelagenda genoemd- wordt een voorzet gegeven omtrent nieuwe afspraken over de uitvoering van de jeugdwet. Tevens zullen er afspraken worden gemaakt over een aanpassing van wet- en regelgeving. Ons college volgt deze ontwikkelingen op de voet, maar blijft inzetten op een verbetering van de netwerk samenwerking, het terugbrengen van administratieve lasten , het bevorderen van de uitstroom, het ontwikkelen van verbeterde management en sturingsinformatie en het optimaal gebruiken van het voorveld. Bij de uitvoering van de Jeugdwet is sprake van veelkoppige monsters, zoals open eind regelingen en te weinig sturingsmogelijkheden. Het college sluit aan bij de conclusie van het Nederlands Jeugdinstituut in het rapport ‘Vasthoudend transformeren’ ; Transformeren is net opgroeien. De eerste stappen zijn gezet in verdere optimalisering van het beheer. Jeugdhulp is in beweging en dat zal nog wel even zo blijven. Samen met de Raad zullen de nadere stappen verkend moeten worden.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10681588/1