A42VVESamenwerkingsovereenkomst VVE Z.-Vlaanderen 2021
Tekst van het document
Samenwerkingsovereenkomst Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) Jeugdgezondheidszorg GGD-Zeeland, Voorschoolse voorzieningen, Vroegschoolse voorzieningen, Gemeenten regio Zeeuws-Vlaanderen
Versie 1.3.
Juni 2021
Inhoudsopgave 1.
Algemeen ......................................................................................................3 Inleiding ..............................................................................................................3 Doel....................................................................................................................3 Startdatum ...........................................................................................................3 Communicatie en afstemming ....................................................................................4 Privacy en gegevensdeling ........................................................................................4 Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling ...........................................................4
2.
Inhoudelijke uitvoeringsafspraken .........................................................................5 Uitvoeringsafspraken jeugdgezondheidszorg GGD-Zeeland (ZVL) ..........................................5 Uitvoeringsafspraken voorschoolse voorzieningen ............................................................5 Uitvoeringsafspraken vroegschoolse voorzieningen ...........................................................6
3.
Monitor en evaluatie .........................................................................................7
Bijlage 1:
Zeeuws-Vlaamse doelgroepdefinitie VVE ..........................................................8
Bijlage 2:
Werkinstructie VVE .....................................................................................9
Bijlage 3:
Verwijzingsformulier VVE Zeeuws-Vlaanderen .................................................. 10
2
1.
Algemeen
Inleiding In de wet is in artikel 167 WPO lid 1 vastgelegd dat burgemeester en wethouders met betrekking tot VVE ten minste jaarlijks overleg voeren en zorgdragen voor het maken van afspraken over: a. met het oog op een zo groot mogelijke deelname van het aantal kinderen aan voorschoolse educatie: 1°. het vaststellen welke kinderen met een risico op een achterstand in de Nederlandse taal in aanmerking komen voor voorschoolse educatie, 2°. de wijze waarop die kinderen worden toegeleid naar voorschoolse en vroegschoolse educatie, en 3°. de organisatie van een doorlopende leerlijn van voorschoolse naar vroegschoolse educatie, en b. resultaten van vroegschoolse educatie. Op grond van artikel 167 WPO lid 2 dienen burgemeester en wethouders overleg te voeren en afspraken te maken, voor onderdeel a, met de bevoegde gezagsorganen van scholen en de houders van kindercentra als bedoeld in de Wet Kinderopvang en voor onderdeel b met de bevoegde gezagsorganen van scholen. Alle partijen werken mee aan de totstandkoming van de afspraken. In 2003 sloten we, Zeeuws-Vlaamse schoolbesturen, kinderopvanginstellingen, GGD-JGZ en gemeenten, de Zeeuws-Vlaamse samenwerkingsovereenkomst VVE af. Hiermee geven we uitvoering aan het bepaalde in artikel 167 lid 1, onderdeel a, sub 1 en 2 en lid 2. Daarnaast leveren we een bijdrage aan artikel 167 lid 1, onderdeel a, sub 3.
Periodiek actualiseren we de samenwerkingsovereenkomst. Nu, in 2021 actualiseren we opnieuw de afspraken. Deze samenwerkingsovereenkomst vervangt de afspraken, zoals deze in 2019 zijn vastgesteld. Daar waar in dit document ‘ouders’ staat geschreven, bedoelen wij vanzelfsprekend ouder(s) en/of verzorger(s) en/of wettelijk vertegenwoordiger(s). Doel De Zeeuws-Vlaamse partners basisonderwijs, kinderopvang, GGD-JGZ en gemeenten werken samen om achterstanden bij kinderen te voorkomen en bestrijden. Door middel van deze bijgestelde samenwerkingsovereenkomst hernieuwen we de afspraken om de toeleiding van ‘doelgroeppeuters’ tot de voorschoolse voorzieningen (met een specifiek VVE-aanbod) te verbeteren en daarmee de doorgaande lijn tussen voorschoolse en vroegschoolse voorzieningen te bevorderen. Om onderwijsachterstanden te voorkomen is het van belang om kinderen die risico lopen op een achterstand bij aanvang van de basisschool te laten deelnemen aan voorschoolse educatie. Voorschoolse educatie is een onderdeel van voor- en vroegschoolse educatie. VVE zet in op het bevorderen van taal, rekenen, sociaal-emotionele en motorische ontwikkeling. Het aanbod aan voorschoolse educatie is er in Zeeuws-Vlaanderen voor alle peuters, waarbij doelgroepkinderen vanaf de leeftijd van 2,5 jaar een extra urenaanbod krijgen.
Startdatum Met ingang van 1 juli 2021 starten we met de uitvoering van de afspraken in deze overeenkomst.
3
Communicatie en afstemming De schoolbesturen en bestuurders kinderopvang zijn primair verantwoordelijk voor de communicatie van deze afspraken binnen hun organisaties. De jeugdverpleegkundigen in de werkgroep JGZ-KO-gemeente zijn verantwoordelijk voor de communicatie over de nieuwe werkwijze zoals geformuleerd in deze notitie naar de jeugdverpleegkundigen binnen de teams Terneuzen, Hulst en Sluis. De voor-, vroegscholen en GGD-JGZ hebben afspraken over de afstemming/communicatie over kinderen. Hieronder vallen ook doelgroepkinderen. Privacy en gegevensdeling In de provincie Zeeland wordt in heel het sociaal domein gewerkt met de ‘Handreiking gegevensdeling in de samenwerking van zorg, veiligheid en sociaal domein in Zeeland’. Bij de samenwerking en contacten tussen de verschillende organisaties worden de reguliere eisen op het gebied van privacy en de AVG in acht gehouden evenals de afspraken binnen de eigen organisaties. Informatie, zoals benoemd in deze notitie, wordt uitgewisseld met toepassing van deze handreiking. In artikel 167 van de WPO is het volgende vastgelegd over privacy en gegevensdeling: “Een houder van een kindercentrum verwerkt persoonsgegevens met als doel de bevordering van een goede doorstroom naar het basisonderwijs.
De gegevens die een houder van een kindercentrum verplicht overdraagt aan het bevoegd gezag van een basisschool over leerlingen die op de basisschool zijn ingeschreven, zijn het programma van voorschoolse educatie dat een leerling heeft gevolgd en de duur van het programma dat is gevolgd. Houders van kindercentra maken afspraken met de basisscholen binnen een gemeente over de wijze van gegevenslevering. De bewaartermijn voor de overgedragen gegevens is twee jaar nadat het kind het kindercentrum heeft verlaten.” In het kader van ouderbetrokkenheid gaan we er in beginsel van uit dat bij iedere bespreking rondom een kind dit wordt gedaan samen met de ouders. Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Om te zorgen voor veiligheid en de juiste hulp is het van belang dat signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling goed in beeld zijn bij mensen die hier in hun werk zicht op hebben. De ‘Wet Verplichte Meldcode Huiselijk Geweld en kindermishandeling’ verplicht een aantal beroepsgroepen, waaronder de partners van deze samenwerkingsovereenkomst, om te werken met een meldcode. De meldcode is een stappenplan voor professionals om bij signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling te bepalen of een melding bij Veilig Thuis nodig is én of er hulp verleend/georganiseerd kan of moet worden.
Per 01 januari 2019 is de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling aangescherpt. Melden bij Veilig Thuis wordt de norm bij vermoedens structurele onveiligheid. Ook als professionals zelf nog hulp kunnen verlenen in de lokale zorg. Veilig Thuis heeft een radarfunctie. Elke organisatie die met de meldcode werkt, heeft een beroepscode en een aandachtfunctionaris. Deze implementeert de meldcode in de organisatie, bewaakt de procedures, is aanspreekpunt voor de ketenpartners en adviseert en ondersteunt medewerkers die met deze signalen worden geconfronteerd of daarover twijfelen.
4
2.
Inhoudelijke uitvoeringsafspraken
De diverse partijen hebben met betrekking tot de toeleiding van de peuters de volgende afspraken gemaakt. Overleg 1. De coördinator van het kerngroepoverleg / clusteroverleg neemt het initiatief voor een overleg tussen de voor- en vroegschoolse voorziening, minimaal twee keer per jaar. JGZ schuift hierbij op uitnodiging aan. (indien van toepassing) Uitvoeringsafspraken jeugdgezondheidszorg GGD-Zeeland (ZVL) Zie bijlage 2: Werkinstructie VVE. Uitvoeringsafspraken voorschoolse voorzieningen 1. De voorschoolse voorzieningen moeten ingeschreven zijn in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) en zijn geregistreerd voor VVE. 2. De voorschoolse voorzieningen werken met een erkend VVE programma. 3. De voorschoolse voorzieningen die in het LRK geregistreerd zijn voor VVE bieden aan doelgroepkinderen een VVE-aanbod conform het wettelijk kader en de gemeentelijke subsidievoorwaarden. 4. Doelgroepkinderen krijgen voorrang op niet-doelgroepkinderen bij plaatsing. 5. Na definitieve vaststelling van de VVE-indicatie door JGZ stuurt JGZ het verwijzingsformulier digitaal door aan de voorschoolse voorziening. Indien de verwijzing nog niet is ontvangen door de voorschoolse voorziening vraagt zij die aan ouders bij het intakegesprek. 6. De voorschoolse voorziening signaleert op basis van KIJK! bij de jeugdverpleegkundige. 7.
Het is de verantwoording van de organisaties om de KIJK! op de juiste datum in te vullen en het ‘vinkje’ doelgroepkind VVE aan te zetten en te houden in KIJK!. 8. De doelgroepkinderen die een erkend VVE programma krijgen aangeboden, worden gevolgd in hun ontwikkeling aan de hand van de registratiemethode KIJK!-peuters. Deze registratie wordt tenminste drie maal tijdens de peuterperiode afgenomen (2 jaar 6 maanden, 3 jaar 2 maanden, 3 jaar 10 maanden). 9. Wanneer een kind een VVE-indicatie en verwijzing heeft gekregen, maar in de praktijk pas later start en er daardoor nog geen volledig beeld is, worden bij het volgende KIJK!-moment (dus bij 2 jaar en 6 maanden of 3 jaar en 2 maanden) enkel de basiskenmerken, betrokkenheid en de taal ingevuld. Indicatiestelling 10. Als in de voorschoolse voorziening de indruk bestaat dat een niet-doelgroepkind een ontwikkelingsachterstand heeft, wordt een registratie KIJK!-peuters gedaan. Als uit deze registratie blijkt dat het kind een taal/spraak ontwikkelingsscore in de Nederlandse taal heeft welke tenminste 4 maanden onder het niveau van leeftijdsgenootjes ligt èn er naar het professionele oordeel van de pedagogisch medewerker geen sprake is van ‘een sprongetje’ in de ontwikkeling van het kind signaleert de voorschoool dit bij de jeugdverpleegkundige. 11.
Wanneer een kind géén VVE-indicatie heeft op het moment dat de KIJK! wordt ingevuld, signaleren de voorscholen in elk geval bij de jeugdverpleegkundige wanneer het kind een taal/spraak ontwikkelingsscore in de Nederlandse taal heeft welke tenminste 4 maanden onder het niveau van leeftijdsgenootjes ligt èn er naar het professionele oordeel van de pedagogisch medewerker geen sprake is van ‘een sprongetje’ in de ontwikkeling van het kind. Overdracht 12. De voorschoolse voorzieningen verplichten zich tot een warme overdracht van het doelgroepkind aan het basisonderwijs. Houders van voorschoolse voorzieningen en basisonderwijs verplichten zich tot het maken van afspraken over de wijze van warme overdracht en de inhoud hiervan. Minimaal te verstrekken gegevens zijn: het programma dat is gevolgd, de duur van dit programma en de KIJK!-registratie. Aangevuld met de afspraken rondom de doorgaande lijn en de clusterplannen (indien van toepassing).
5
Uitvoeringsafspraken vroegschoolse voorzieningen 1. De vroegschoolse voorzieningen maken tijd vrij voor overdracht van doelgroepkinderen door de voorschoolse voorzieningen. Houders van voorschoolse voorzieningen en basisonderwijs verplichten zich tot het maken van afspraken over de wijze van warme overdracht en de inhoud hiervan. Minimaal te verstrekken gegevens zijn: het programma dat is gevolgd, de duur van dit programma en de KIJK!-registratie. 2. Over de monitoring van vroegschoolse educatie in het basisonderwijs kunnen nadere afspraken worden gemaakt met de gemeente. 3. Tijdens het intakegesprek op de vroegschool wordt de gezinssituatie nagevraagd en worden mogelijke jongere broertjes en zusjes toegeleid naar de voorschoolse voorziening. 4. De afspraken rondom de doorgaande lijn en de clusterplannen worden uitgevoerd
6
3.
Monitor en evaluatie
Per kwartaal wordt de volgende informatie gemonitord door JGZ: Informatie Peuters per gemeente per kwartaal per postcode – gemeente - regio. (1 januari – 1 april – (1 juli) – 1 oktober 2 – 2,5 jaar 2,5 – 3 jaar 3 – 4 jaar Doelgroeppeuters per gemeente per kwartaal per postcode – gemeente - regio. (1 januari – 1 april – (1 juli) – 1 oktober 2 – 2,5 jaar 2,5 – 3 jaar 3 – 4 jaar Non-bereik doelgroeppeuters + reden
Bron BRP (via GGD)
Wie levert aan GGD-Zeeland
Digitaal dossier
GGD-Zeeland
Digitaal dossier
GGD-Zeeland
In de subsidieverantwoording peuterwerk/VVE leveren de voorschoolse voorzieningen het volgende aan: Informatie Aantal peuters per peildatum 1 oktober + 1 april per groep/locatie Aantal doelgroeppeuters per peildatum 1 oktober + 1 april bij de voorschoolse voorziening (VVE verwijzingsformulier is bewijs) Aantal warme overdrachten doelgroeppeuters (Hulst)
Bron Registratie voorschools Registratie voorschools
Wie levert aan Voorschoolse voorziening Voorschoolse voorziening
Registratie voorschools
Voorschoolse voorziening
Met het basisonderwijs kunnen aparte afspraken worden gemaakt over het registreren en aanleveren van gegevens in het kader van de verplichte resultaatafspraken VVE. De samenwerkingsovereenkomst VVE Zeeuws-Vlaanderen wordt iedere twee jaar geëvalueerd. De evaluatie van de samenwerkingsafspraken op uitvoeringsniveau maakt onderdeel uit van het clusteroverleg / kerngroepoverleg.
7
Bijlage 1:
Zeeuws-Vlaamse doelgroepdefinitie VVE
Doelgroepdefinitie VVE (voorschoolse periode) Kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar die een feitelijke achterstand hebben óf die een hoog risico lopen op spraak/taalachterstand in de Nederlandse taal bij aanvang van de basisschool en waarbij ouder(s) onvoldoende in staat zijn om de ontwikkeling van het kind zodanig te stimuleren dat deze achterstand wordt ingelopen, en/of; waarvan het opleidingsniveau van (beide) ouder(s) ten hoogste mbo-1 niveau of lager is, en/of; waarbij de thuistaal niet Nederlands is èn het opleidingsniveau van (beide) ouder(s) ten hoogste mbo-2 niveau of lager is, en/of; waarbij uit de onderbouwde observatie gegevens van JGZ/GGD of de samenwerkingspartners (onderwijs, opvang, toegang) naar oordeel van JGZ/GGD blijkt dat het kind baat heeft bij VE vanwege een sociaal-emotionele ontwikkelingsachterstand en/of; waarvan de ouders in de schuldsanering of schuldhulpverlening via de gemeente zitten. Deze achterstand wordt vastgesteld met behulp van vooraf bepaalde signaleringssystemen. Te allen tijde geldt dat de professional een weloverwogen besluit neemt bij het afgeven van een VVE indicatie, waarbij in gesprek wordt gegaan met de ouders. Een afgegeven VVE-indicatie geldt tot het kind vier jaar wordt. Kinderen die niet in aanmerking komen voor een VVE-indicatie, worden bij ‘een verhoogd of hoog risico’ extra opgevolgd door JGZ.
Aandachtspunten bij de toepassing van de doelgroepdefinitie Uitgangspunt is dat er altijd advies wordt gevraagd aan de voorschoolse voorziening als het gaat om kinderen tussen 2 – 4 jaar, indien het kind hiervan al gebruik maakt. Wanneer een voorschoolse voorziening op basis van observatiegegevens constateert dat er zorgen zijn over de taalontwikkeling en/of sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind, dan kan de houder (met toestemming van de ouder(s) van het kind) in contact treden met JGZ/GGD. Wanneer ouders in staat worden geacht om de Nederlandse taal/spraak ontwikkeling van hun kind te stimuleren, dan krijgen zij hiervoor tips vanuit de JGZ. Wanneer sprake is van kindeigen factoren is mogelijk een andere interventie meer op zijn plaats dan VVE. Wanneer een kind wacht op plaatsing bij een gespecialiseerde instelling is een VVE-indicatie mogelijk gerechtvaardigd gedurende de wachttijd. De professional dient een weloverwogen besluit hierop te nemen. Wanneer een andere interventie plaats vindt, bestaat de mogelijkheid om daarnaast VVE in te zetten, bijv. omdat een TOS nog niet is vast te stellen op jonge leeftijd. De professional dient een weloverwogen besluit hierop te nemen.
Kinderen die niet vallen onder de doelgroepdefinitie VVE, maar bij wie wel een noodzaak bestaat tot een aanbod van extra dagdelen aanbod op de voorschoolse voorziening, komen mogelijk in aanmerking voor opvang op Sociaal Medische Indicatie (indien van toepassing). Dit werkproces valt buiten de afspraken in deze samenwerkingsovereenkomst. Vooraf bepaalde signaleringssystemen Doelgroepkinderen worden door de JGZ onder andere op basis van SPARK /Van Wiechenmethode geïndiceerd. Voor de omgevingsanalyse maakt JGZ gebruik van de hiertoe ontwikkelde geldende richtlijn. Doelgroepkinderen worden door de voorschoolse voorzieningen op basis van KIJK! gesignaleerd conform de afspraken in deze overeenkomst.
Bijlage 2:
Werkinstructie VVE JGZ/GGD
Wanneer 10-14 dagen
Wat Huisbezoek
Procesomschrijving Noteren in KD+ opleiding ouder
18 maanden
Contactmoment M.b.v. SPARK/van Wiechenschema bepalen of kind voldoet aan de doelgroepdefinitie.
Indicatie ja: Doelgroepkind ja aanvinken in KD+ JGZ informeert ouders over VVE. Indicatie nee: Doelgroepkind nee aanvinken in KD+ JGZ informeert ouder over belang voorschoolse voorzieningen. Ouder kan zelf kind inschrijven voor 2 dagdelen
Bij twijfel: doelgroepkind ja aanvinken. Bij zekerheid dat indicatie met 2 jaar nog geldt mag verwijzing aangemaakt worden zodat kind tijdig kan starten met VVE
2 jaar
2,5 jaar
2 jaar tot 4 jaar
4 jaar
Contact JGZ met ouder van doelgroepkind M.b.v. o.a. van Wiechenmethode bepalen of kind nog steeds voldoet aan de doelgroepdefinitie.
Terneuzen: Overweging inzet ITM Contact JGZ met ouder Nagaan of verwijzing is opgevolgd.
Samenwerking ketenpartners
Terneuzen: Overweging inzet ITM Warme overdracht naar primair onderwijs
Brochure kindvoorzieningen meegeven. Indien van toepassing brochure startgroepen meegeven. Indien ouders gebruik willen maken van VVE: Verwijsbrief aanmaken in KD+ Verwijsbrief mailen naar ouder en voorschoolse voorziening Instantie registreren onder (voor)schoolse voorziening Uitleg geven VVE. Indien ouders geen gebruik willen maken van VVE: Reden noteren in KD+ JGZ neemt vervolgstappen passend bij de situatie Geen indicatie meer: JGZ informeert ouder over belang voorschoolse voorzieningen. Ouder kan zelf kind inschrijven voor 2 dagdelen Nee: Opnieuw motiveren Indien ouders geen gebruik willen maken van VVE: Reden noteren in KD+ JGZ neemt vervolgstappen passend bij de situatie JGZ sluit 1x per jaar aan bij beleidsoverleg JGZ sluit minimaal 1x per jaar aan bij kerngroepoverleg / clusteroverleg JGZ heeft 3x per jaar overleg met voorschoolse voorziening. Tijdens dit overleg worden de VVE verwijzingen vergeleken met de geplaatste kinderen. JGZ wordt geïnformeerd door voorschoolse voorziening over kinderen zonder indicatie maar met volgens KIJK! 4 maanden achterstand conform de doelgroepdefinitie, zodat JGZ indicatie kan stellen. Overdracht bij complexe casussen door JGZ (i.o. JA of JVP) in samenwerking met voorschoolse voorziening.
9
Bijlage 3:
Verwijzingsformulier VVE Zeeuws-Vlaanderen
10