CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

A39Rapportage implementatie Wvggz en Apvg Zeeland 2020-1

Commissie Samenleving 22 september 2021, gemeente HulstBij agendapunt: Ingekomen stukken9.602 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Implementatie Wet verplichte ggz en Regionale aanpak Personen met verward gedrag Regio Zeeland Rapportage 2020

1

Inhoudsopgave Samenvatting 1.1 Kunnen we al conclusies trekken? 1.2 Wat gaan we doen?

3 3 5

2. Inleiding

6

3.Advies- en Meldpunt verward gedrag 3.1 Eén jaar onderweg 3.2 Meldingen verward gedrag en poging tot zelfdoding 3.2.1 Duiding van de meldingen 3.3 Vijf jaar Aanpak personen met verward gedrag 3.4 Conclusie meldingen 3.5 Advies 3.5.1 Algemeen 3.5.2 Inzicht 3.5.3 Samen doorpakken 3.6 Meldingen zorgwekkend gedrag 3.7 Organisatorische ontwikkelingen routekaart meldingen 3.7.1 Conclusies organisatorische ontwikkelingen 3.8 Vervoer personen met verward gedrag 3.9 Van SPOR naar toeleiding passende zorg 3.10 Skaeve Huse Zeeland

7 7 7 8 10 11 11 11 12 12 13 14 14 14 15 15

4. Wet verplichte GGZ 4.1 Van melding tot aanvraag voorbereiding zorgmachtiging 4.1.1 Meldingen en consulten 4.1.2 Verkennend onderzoek 4.1.3 Aanvraag voorbereiding zorgmachtiging 4.1.4 Zorgmachtigingen 4.1.5 Aandachtspunten 4.2 Crisismaatregelen, inbewaringstelling en hoorplicht 4.3 Uitvoering van de Wet verplichte GGZ 4.4 Regio-overleg Wvggz 4.5 Toegankelijkheid Wet Zorg en Dwang

16 16 16 17 17 17 18 18 19 19 19

Bijlagen Bijlage 1 Vijf jaar Aantal personen met verward gedrag Bijlage 2 Rapportage E33/E14 meldingen 2020

21 23

2

1. Samenvatting Tegelijk met de start van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) is op 1 januari 2020 het regionaal Advies- en Meldpunt verward gedrag Zeeland gestart. De dertien Zeeuwse colleges B&W hebben het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland de opdracht gegeven tot het inrichten van één regionaal meldpunt: het Advies- en meldpunt verward gedrag (Meldpunt). Hierin komen de wettelijke taken van de Colleges B&W in het kader van de Wvggz (Meldfunctie, triage, verkennend onderzoek, aanvraag voorbereiding zorgmachtiging) en de meldingen1 en triage in het kader van de Aanpak personen met verward gedrag (Aanpak) samen. De politie meldde reeds alle cliënten met (overlastgevend) verward gedrag bij het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland. Per oktober 2020 is aanvullend het Landelijk meldpunt zorgwekkend gedrag aangesloten op dit Meldpunt. Een belangrijk voordeel in deze aanpak betreft het feit dat bij het Zorg en Veiligheidshuis Zeeland de ketens van OM, politie en (zorg)organisaties elkaar kruisen en verbinden.

reve

e

r e

escherme d

e ressie

In deze rapportage wordt ingegaan op zowel de meldingen in het kader van de Aanpak personen met verward gedrag, het zorgmachtigingsproces en de crisismaatregelen binnen de Wvggz. Aanvullend geven we inzicht in de effecten van vijf jaar Aanpak personen met verward gedrag in Zeeland. Het betreft de effecten op het aantal meldingen en geregistreerde 2 incidenten bij de politie. In de bijlage is de cijfermatige versie van het aantal meldingen en incidenten opgenomen; op regionaal en lokaal niveau.

risis

ei e

De opstartfase was een landelijk herkenbare zoektocht voor de meeste regio’s. Eerst is de focus gelegd op de organisatorische inrichting en het vertalen van de wet naar de praktijk. Een wet met uitdagingen als het gaat om éénduidigheid, administratie en het laten samenwerken tussen partners in de keten zorg-veiligheidgemeenten met voor ieder nieuwe rollen en verantwoordelijkheden. Nog los van de formatieve impact en beperkingen op de uitvoering en kennisdeling van de Wet door de Covid-19 maatregelen. Op basis van landelijk advies is niet meteen gestart met media aandacht. Op deze manier werden alle kernpartners en de Meldpunten in de gelegenheid gesteld om de nieuwe wet te implementeren. Op Zeeuws niveau hebben we in 2020 de focus gelegd op de communicatie met de ketenpartners in de Wvggz. De landelijke campagne startte in oktober jl vanuit het Landelijk meldpunt zorgwekkend gedrag; een meldpunt voor niet acute zorgvragen.

1.1 Kunnen we al conclusies trekken? Het Meldpunt en de Wvggz zijn pas sinds 1 januari 2020 gestart. Op basis van de huidige gegevens kan nog geen uitspraak worden gedaan over de uitvoering of effecten van deze nieuwe wet.

1 Melding(en) gekoppeld aan het Regionaal Meldpunt Verward gedrag (Meldpunt), Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland 2 Incident(en) gekoppeld aan de registraties door de politie Zeeland, op basis van interventies naar aanleiding van niet-acute

meldingen (0900-8844). De incidenten worden gecomprimeerd tot melding bij het Meldpunt.

3

Meldingen Personen met verward gedrag In 2020 zijn er totaal bijna 13% meer E33 meldingen dan in 2019 (1479 meldingen) geregistreerd. Dat zijn in 2020 bijna 200 meer meldingen dan verwacht. Ook het aantal uniek gemelde cliënten is opgelopen van 635 in 2019 naar 785 in 2020. Op basis van een steekproefsgewijze duiding van de meldingen van 2020 bij het Meldpunt en de politie Zeeland-West-Brabant, zien we een grote diversiteit aan onderliggende problematiek van overlastgevend en/of onveilig verward gedrag (E33 melding) of bij pogingen tot zelfdoding (E14 melding). Ongeveer 40% van de E33 meldingen is gekoppeld aan onderliggende psychiatrische of psychische problemen, 35% aan (beginnende) dementie en 25% aan sociaal-maatschappelijke3 problemen. De psychiatrische, psychische of sociaal- maatschappelijke problemen kunnen op zichzelf staan of gecombineerd voorkomen, al dan niet met gebruik van verdovende middelen en/of alcohol. Veel cliënten met een ‘ ogi g tot ze dodi g’ melding zijn niet (meer) actief bekend bij professionals. De onderliggende problematiek bij poging tot zelfdoding is heel divers, met de nadruk op sociaalmaatschappelijke4 problemen en/of gebruik van verdovende middelen en alcohol en/of psychische ro em tiek e /o tr m ’s it het ver ede . Deze ro eme k e o zichze st of gecombineerd voorkomen.

Op basis van het aantal meldingen kunnen we er niet omheen dat versterking van samenhangende domeinoverstijgende netwerksamenwerking op korte termijn cruciaal is voor een vroegtijdige en preventieve aanpak van (overlastgevend en/of onveilig) verward gedrag en verplichte zorg. Randvoorwaarden voor de bedoelde netwerksamenwerking zijn een goede analyse van de onderliggende beïnvloedende factoren van het verward gedrag (al dan niet leidend tot een Wvggz melding) en een integrale risicotaxatie zorg en veiligheid. De duiding vond om privacy-technische redenen plaats op hoofdlijnen bij het Meldpunt en de politie. Uitvoering van de Wet verplichte ggz De BOPZ splitste per 2020 in de Wet verplichte GGZ voor cliënten met psychiatrische problemen en de Wet Zorg & Dwang voor cliënten met een verstandelijke beperking of dementie. In 2020 was er Zeeuws breed een stijging van het aantal zorgmachtigingen en crisismaatregelen ten opzichte van 2019. Toch is het niet mogelijk beide jaren één op één met elkaar te vergelijken. Binnen de BOPZ was er een minder strakke scheiding op onderliggende problematiek en werden ook voorlopige en voorwaardelijke machtigingen geregistreerd. In de eerste maanden van 2020 zijn er vaker meerdere crisismaatregelen uitgeschreven bij dezelfde persoon, als gevolg van onduidelijkheden in de uitvoering en interpretatie van de wet.

De uitvoerbaarheid van de wet kent nog uitdagingen. Er is een forse toename van de werkdruk door de administratieve inrichting en een forse toename van personele kosten. Voor de uitvoering van de wet zijn er extra GGZ-behandelaren en onafhankelijke psychiaters nodig. In de gemeenten zijn procesregisseurs benoemd om de aansluiting te maken tussen de verplichte zorg en maatwerkondersteuning binnen het sociaal domein, aanvullend op de taken van het centrale meldpunt bij het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland. Daarnaast is de wet zo ingewikkeld dat er nog veel onduidelijkheden zijn in het toepassen en uitvoeren van de wet. Landelijk worden ervaringen gedeeld en wordt de wet op onderdelen gefaseerd aangepast. Dit is een

3 Onzekere woonsituatie, problemen op het werk, relationele problemen, inkomens-/ schulden problemen, beperkte of ontbreken

van sociale relaties 4 Onzekere woonsituatie, problemen op het werk, relationele problemen, inkomens-/ schulden problemen, beperkte of ontbreken

van sociale relaties

4

meerjarig traject. Binnen het Zeeuwse werken we via het regio-overleg Wvggz samen met West-Brabant, Breda en Hart van Brabant. Het Meldpunt werkt samen met andere meldpunten in het land. De wet biedt ook kansen om uiteindelijk de verplichte zorg terug te dringen. Door intensievere samenwerking tussen Emergis, het Zorg- en Veiligheidshuis, het sociaal domein en de patiënt vertrouwenspersonen, krijgen we knelpunten beter in beeld en worden afspraken gemaakt over de praktische toepasbaarheid van de wet om cliënten passende zorg te geven.

1.2 Wat gaan we doen? Het doel van zowel de Aanpak personen met verward gedrag als de Wet Verplichte ggz is het zoveel mogelijk voorkomen van verplichte zorg en overlast gevend verward gedrag. Onder andere door met meer integrale samenwerking een sluitende zorg- en veiligheidsketen rondom de cliënt te realiseren. De steekproefsgewijze duiding van de (recidiverende) meldingen in het kader van de aanpak verward gedrag en Wet verplichte ggz, onderstreept het belang van meer focus op vroegsignalering. Oftewel, een vroegtijdige aanpak van maatschappelijke en functioneel beïnvloedende factoren. De gemeentelijke klantmanagers, huisartsen en ondersteunende professionals spelen hierin een belangrijke rol. Een vroegtijdige aanpak met meer balans in de herstelgerichte ondersteuning5 en een samenhangende domeinoverstijgende cliënt aanpak6, biedt een stevig fundament om de complexe zorg- en veiligheidsvragen te reduceren. Alle betrokken partijen hebben hierbij een individuele rol en een samenwerkingsbelang. De stijgi g v het t me di ge ‘ ogi g tot ze dodi g’ e de steek roefsgewijze duiding van de meldingen, onderstreept het belang van het programma ‘Zeeland zonder Zelfmoord’. I 2021 versterke we de samenwerking met deze programma aanpak.

Op regionaal niveau brengen we de onderliggende beïnvloedende factoren in 2021 verder in beeld, maken we meer gerichte afstemmingsafspraken met de zorgaanbieders die reeds betrokken zijn bij de verificatie van deze meldingen en stimuleren we kennisdeling over de beïnvloedende factoren en de samenhang tussen deze factoren. Deze cliëntgroep staat immers niet op zich, maar komen we eveneens tegen in bijvoorbeeld de veelplegersaanpak, woonoverlast, de levensloopfunctie, Veilig Thuis, Beschermd wonen, Maatschappelijke opvang en andere aanpakken of ondersteuningsaanbod. Tevens vragen we aandacht voor de implementatie van de reeds bestuurlijk vastgestelde Zeeuwse regiekaart en meer regie op tijdige opschaling van zorg (binnen en buiten het vrijwillig gemeentelijk kader) ter preventie van ernstig nadeel voor cliënt en omgeving. De triage van verward gedrag en de implementatie van de Wvggz zijn voortdurende leerprocessen, zowel regionaal als landelijk. Het leren is helaas door de Covid19 maatregelen vertraagd, terwijl kennisdeling nodig is om samen te kunnen werken. Waar dat enigszins kan, bereiken we zoveel mogelijk partners digitaal; zowel in overlegvorm als met webinars of oefensessies.

In 2021 wordt bovenregionale kennisdeling tussen de meldpunten Verward gedrag en Wvggz versterkt en zetten we in op een effectievere werking van het regiooverleg Wvggz7 in samenwerking met de politie, Emergis en het Openbaar Ministerie. Er wordt de komende periode sterker ingezet op communicatie met huisartsen en potentiële melders. Meer communicatie zal leiden tot een stijging van het aantal meldingen, maar is noodzakelijk om cliënten en hun omgeving tijdig en passend te ondersteunen. Op dit moment zien we dat door het ontbreken van ke is over de Wet Ver ichte ggz (e de Wet Zorg e Dw g) o door het ‘ze eoorde e v wege riv cy e c ië tre tie’, c ië te iet o te t worde o gesch d. We mo itore er org is tie de 5 Balans tussen persoonlijk- klinisch-functioneel-maatschappelijk herstel 6 Bijvoorbeeld: koppeling schulden/armoede aanpak- Wmo, koppeling participatie- Wmo, sociaal-maatschappelijke en/of financiële

problemen-ziekteverzuim werkgevers, de nieuwe samenwerking met huisartsen in Vlissingen e.a.. 7 Regio-overleg Wvggz is georganiseerd op arrondissementsniveau in samenwerking met West-Brabant en Hart van Brabant.

5

trends en zoeken actief de verbinding vanuit het belang van passende zorg enerzijds en continuïteit van zorg & straf anderzijds. De kerntaken van iedere organisatie en de gegevensdelingskaders worden gerespecteerd. Door kennisdeling en het maken van samenwerkingsafspraken met Bemoeizorg en Veilig Thuis, borgen we meer continuïteit in de ondersteuningslijn aan kwetsbare clienten. Hierbij houden we rekening met de landelijke uitvoeringskaders van de GGZ-triagewijzer, de Wvggz, de inrichting van de meldpunten niet acuut en de ontwikkelagenda zorg en veiligheid 2021-2025. De triage op de meldingen van personen met overlast gevend verward gedrag wordt in 2021 verder ontwikkeld via de implementatie van het integrale risicotaxatie instrument Zorg en Veiligheid. De uitrol van dit instrument bij de Zorg- en Veiligheidshuizen is één van vijf landelijke prioriteiten binnen de Aanpak personen met verward gedrag.

2. Inleiding Op 1 januari 2020 zijn de Wet Verplichte ggz (Wvggz) en Wet Zorg en Dwang (Wzd) in werking getreden. De dertien Zeeuwse colleges B&W hebben het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland de opdracht gegeven tot het inrichten van één regionaal meldpunt: het Advies- en meldpunt verward gedrag (Meldpunt). Hierin komen de wettelijke taken van de Colleges B&W in het kader van de Wvggz (Meldfunctie, triage, verkennend onderzoek, aanvraag voorbereiding zorgmachtiging) en de meldingen en triage in het kader van de Aanpak personen met verward gedrag (Aanpak) samen. De politie meldt sinds 2017 alle cliënten met (overlastgevend) verward gedrag (E33/E14 meldingen) bij het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland. Per oktober 2020 is aanvullend het Landelijk meldpunt zorgwekkend gedrag aangesloten op dit Meldpunt. Het Meldpunt wordt uitgevoerd door een apart team met eigen (werk-)processen, gegevensdelingskaders en registratiesystemen, welke aansluiten op de wettelijke inrichtingskaders. Tegelijk is er samenhang binnen de lijnen van zorgcontinuïteit voor (hoger) complexe cliënten met problemen op het snijvlak van zorg en veiligheid. Deze cliënten pendelen tussen een gemeentelijke maatwerk aanpak en forensische zorg in. Dit jaarverslag geeft de implementatiestatus weer van zowel het zorgmachtigingsproces in reve e r e escherme d e ressie risis de Wvggz als de regionale Aanpak.

Tevens brengen we e i e de effecten van vijf jaar Aanpak personen met verward gedrag in beeld. Door het ontbreken van gemeentelijke informatie, wordt beperkt inzicht gegeven in het aantal crisismaatregelen (CM) en inbewaringstellingen (IBS).

6

3. Advies- en Meldpunt verward gedrag 3.1 Eén jaar onderweg Bij het Meldpunt komen de meldingen vanuit het Landelijk meldpunt zorgwekkend gedrag, de meldingen verward gedrag (E33/E14 meldingen) en meldingen in het kader van de Wvggz samen voor de dertien Zeeuwse gemeenten. Iedereen kan melden: inwoners, de cliënt zelf, politie, gemeenten, zorgpartners, woningcorporaties, curatoren, vrijwilligers, werkgevers en overige ketenpartners. Voorafgaand aan een melding kan het Meldpunt telefonisch geconsulteerd worden over het proces van meldingen en inhoudelijke vragen. Consultatie vindt plaats door het netwerk van de cliënt, ketenpartners veiligheid en zorg en bovenregionale ketenpartners. In 2020 in het Meldpunt 83 keer geconsulteerd. Het Zeeuws Meldpunt is eveneens het centraal punt voor bovenregionale meldingen of afstemming bij verhuizing gedurende een lopende aanvraag voorbereiding zorgmachtiging in een andere regio. Aanpak personen met verward gedrag

• E33 meldingen: 1697 unieke cliënten:785

• meldingen zorgwekkend gedrag: 38 (okt t/m dec)

Organisatie

Wet verplichte ggz

• implementatie kerntaken Wvggz • inrichting regionaal Advies- en meldpunt • inrichting proces en monitoring • verbinding regionalebovenregionale aanpak

• meldingen: 58 • verkennende onderzoeken:49 • unieke cliënten:46 • preventie ZM: 24 • aanvraag voorbereiding zorgmachtiging bij OvJ: 17

Bron: registratiesystemen Zorg- en Veiligheidshuis en Khonraad 2020

3.2 Meldingen (overlastgevend) verward gedrag (E33) en poging tot zelfdoding (E14 meldingen) In 2020 zijn er totaal bijna 13% meer E33 meldingen dan in 2019 (1479 meldingen) geregistreerd. Dat zijn Januari 156

Februari

113 74

138

Maart 111

April Mei 142

161

Juni Juli

138

168

Augustus September Oktober

176

153

November

167

December

7

bijna 200 meer meldingen dan verwacht in 2020 en 2021. Ook het aantal uniek gemelde cliënten is opgelopen van 635 in 2019 naar 785 in 2020. Aantal meldingen 2020 per maand

De politie meldingen uit de gemeente Tholen komen sinds het tweede kwartaal 2020 terecht bij het Zeeuwse meldpunt. Om de cliëntondersteuning en de triage op de meldingen voor de gemeente Tholen goed vorm te geven en hiaten in vervolgacties te voorkomen, zijn er samenwerkingsafspraken gemaakt tussen beide Zorgen Veiligheidshuizen, de gemeente Tholen en de politie. 3.2.1

Duiding van de meldingen

Kwaliteit van de melding Veel mensen met verward gedrag komen niet in aanraking met de politie of worden onder andere politiecodes geregistreerd. Alleen de meldingen van personen met verward gedrag met een duidelijke relatie tot zorg en zonder strafbaar feit, worden bij het Regionaal Meldpunt Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland gemeld door de politie. De politie heeft hierbij aandacht voor de kwaliteit van de meldingen, welke voorafgaand melding bij het Meldpunt, centraal gescreend worden door een speciaal team op arrondissementsniveau. De politie maakt een selectie, onder andere op de inhoud van de melding en op dubbeltellingen per persoon. Onder één melding per dag kunnen meerdere incidenten zitten. In 2020 registreerde de politie 3092 incidenten, waarvan er in 2020 1697 gemeld zijn bij het Meldpunt. Unieke cliënten In 2020 zijn er totaal 1697 E33/E14 meldingen toe te schrijven aan 785 cliënten. Hiervan zijn 230 meldingen8 geko e d ‘ ogi g tot ze dodi g’(E14) en 1467 meldingen aan (overlastgevend /onveilig) verward gedrag.

400 300 200 100 0 <15

15-20

20-25

25-30

30-35

35-40

40-45

uniek gemelde personen

45-50

50-55

55-60

60-65

66+

aantal meldingen

Aantal uniek gemelde E33 en E14 cliënten Meldpunt - per leeftijdscategorie

Omdat de politie bij meldingen maar één code kan invoeren, kunnen cliënten die zorg nodig hebben ook gemeld worden onder veiligheid gerelateerde incidenten. Bijvoorbeeld verward gedrag in combinatie met een strafbaar feit, veelplegers, veilig thuis, woonoverlast of huisverboden. Het is aannemelijk dat het aantal cliënten met zorg gerelateerd verward gedrag groter is dan in deze rapportage opgenomen. Opvallend was de stijging van het aantal uniek gemelde cliënten in het derde kwartaal 2020. In dit kwartaal werden 214 unieke cliënten gemeld die niet eerder in 2020 gemeld werden. Op basis van de spreiding van het aantal meldingen over de maanden, is er op dit moment geen relatie met de (niet) lock-down periodes 8 Bron: geregistreerde meldingen politie Zeeland-West-Brabant

8

binnen de Covid-19 maatregelen. Omdat het huidige registratiesysteem en de bewaartermijnen van deze meldingen beperkt zijn, is er geen vergelijkbare analyse over 2019 of eerder. De splitsing tussen E33 en E14 meldingen 2020 is gemaakt op basis van nader onderzoek bij de politieregistraties. Deze worden niet als aparte code doorgezet naar het Meldpunt, maar in de tekst van de meldingen verwerkt. Kenmerken van gemelde personen met (overlastgevend) verward gedrag erso e met verw rd gedr g zij erso e die “de grip op hun leven (dreigen te) verliezen, waardoor het risico aanwezig is dat zij zichzelf of anderen schade berokkenen” (Sch ke te m erso e met verw rd gedrag, 2016). Geslacht Zeeuws breed is er een redelijk gelijke verdeling tussen mannen en vrouwen met verward gedrag. Landelijk is de verdeling ongeveer twee derde man, één derde vrouw. Leeftijd E33 en E14 meldingen 23 jongeren zijn gemeld bij het Meldpunt, waarvan er 2 onder de 15 jaar zijn (niet in beeld in de grafiek). Een goede aansluiting op de jeugdaanpak is hierbij belangrijk. Opvallend is het hoge aantal gemelde ouderen. Van de 785 unieke cliënten zijn er 244 ouder dan 60 jaar, met nadruk op de 66 tot 91 jarigen. Deels is dit te verklaren door een ouder wordende bevolking. In Zeeland is 17% tot 28% van de bevolking 65 jaar of ouder9.

Ongeveer 35% van de E33 meldingen is gekoppeld aan (beginnende) dementie, waarbij er veelal reeds (mantel-)zorg aanwezig is. Samen dienen we uit te zoeken wat de onderliggende oorzaken zijn van verward gedrag bij ouderen waar politie interventie voor nodig is. Binnen deze leeftijdscategorie zijn er meer meldingen over vrouwen (287) dan over mannen (179).

2

<15

21 182

15-20

58

20-25

60

25-30 30-35

53

35-40 40-45

62 68

45-50 50-55

61 66 74

55-60 60-65

78

66+

Aantal unieke E33 en E14 cliënten versus aantal meldingen per leeftijdscategorie

GGZ of andere oorzaken? Op basis van een steekproefsgewijze duiding van de meldingen 2020 bij het Meldpunt en de politie Zeeland9 https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/dashboard-bevolking/regionaal/jongeren-en-ouderen

9

West-Brabant, zien we een grote diversiteit aan onderliggende problematiek van overlastgevend en/of onveilig verward gedrag (E33 melding) of bij pogingen tot zelfdoding.(E14 melding). E33 meldingen Ongeveer 40% van de E33 meldingen is gekoppeld aan onderliggende psychiatrische of psychische problemen ( (bijlage 2.4) en 25% aan sociaal-maatschappelijke10 problemen en/of gebruik van verdovende middelen en alcohol. Soms op zichzelf staande onderliggende problematiek, soms in combinatie met elkaar. Ongeveer 35% van de E33 meldingen is gekoppeld aan (beginnende) dementie. Bijna alle clienten in de top 10 van recidiverende E33 meldingen bij de politie Zeeland, hebben psychiatrische problematiek in combinatie met sociaal-maatschappelijke problemen en/of een onderliggende (niet gediagnosticeerde) licht verstandelijke beperking en/of middelen gebruik. Deze clienten zijn actief bekend bij professionals in het vrijwillige of verzekerde zorgdomein en/of het sociaal of veiligheidsdomein. De politie geeft aan dat bij ca 30-40% van de recidiverende clienten met onveilig(er) verward gedrag (en in de veelplegersaanpak), een vermoeden is van een onderliggende licht verstandelijke beperking. Zij hebben de check hierop ingebouwd in de communicatie met deze cliënten.

Er zijn geen harde aanwijzingen waarom de ene persoon in meer of mindere mate overlastgevend en/of onveilig verward gedrag vertoont als gevolg van een ziekte of stoornis. Meerdere inwoners hebben deze problemen, zonder dat ze in aanraking komen met bijvoorbeeld de politie of de crisiszorg GGZ. Toch zijn er factoren die van invloed zijn op (recidiverend) onbegrepen gedrag van de (potentiële) doelgroep: • toename in het gebruik van genotsmiddelen; • lichamelijke aandoening zoals diabetes, dementie, acute psychose, het niet houden aan medicatie therapie of een onderliggende licht verstandelijke beperking; • sociale, economische, huisvestings- of relationele problemen (ernstige schulden, dakloosheid, eenzaamheid). Niet iedere persoon met verward gedrag vormt een gevaar voor zichzelf of voor anderen. Niet elke oudere buur of clubgenoot met een licht verstandelijke beperking (LVB) is gevaarlijk. Het is niet een of/ of oorzaak. Meerdere schakeringen zijn mogelijk. E14 meldingen De me ders met etrekki g tot ‘ ogi g tot ze dodi g’ zij divers: v ste tot ro essio s e ezorgde werkgevers of buurtgenoten. Niet alle clienten met een E14 melding zijn (actief) bekend bij professionals.

De onderliggende problematiek bij poging tot zelfdoding is heel divers, met de nadruk op sociaalmaatschappelijke11 problemen en/of het gebruik van verdovende middelen en alcohol en/of psychische ro em tiek e /o tr m ’s it het ver ede . Deze ro eme k e o zichze st e gecom i eerd voorkomen.

3.3 Vijf jaar Aanpak personen met verward gedrag Op basis van de door de politie geregistreerde incidenten, kunnen we een beeld geven van vijf jaar (2016 – 2020) inzet op overlast door personen met verward gedrag en overlast door zwervers. Zeeuws breed is het aantal incidenten met overlastgevend verward gedrag in de laatste vijf jaar 34% gestegen, waarvan ruim 17% in het laatste jaar. Een groot verschil met het landelijk beeld. Landelijk was er 10 Onzekere woonsituatie, problemen op het werk, relationele problemen, inkomens-/ schulden problemen, beperkte of ontbreken

van sociale relaties 11 Onzekere woonsituatie, problemen op het werk, relationele problemen, inkomens-/ schulden problemen, beperkte of ontbreken

van sociale relaties

10

afgelopen jaar 5% stijging van het aantal incidenten. Een afvlakking van de voorgaande jaren. Ook het t ‘ ogi ge tot ze dodi g’ is in het laatste jaar met 62% gestegen (van 142 naar 230), sinds 2016 ( 117) is het aantal pogingen bijna verdubbeld.

3500 3.098

3000

2500

2.143

2049

2.556

2.158

2000 1697

1500

1479 1314

1000 327

500 0

2016

117

1143

324

216

179 2017

2018

230

142

162 2019

incident E33

Incident overlast zwervers

incident poging suicide

melding E33 Meldpunt

225 230 2020

Daartegenover staat dat het aantal geregistreerde incidenten door overlast van zwervers in Zeeland, de afgelopen vijf jaar gereduceerd is met 52%. Ten opzichte van 2019 zijn er regionaal 4% minder incidenten. Op gemeenteniveau zijn de verschillen groot; van een halvering tot een drievoud aan incidenten (bijlage 1.1). Deels is dit toe te schrijven aan de aanwezigheid van zorg- en maatschappelijke voorzieningen in enkele gemeenten.

3.4 Conclusie meldingen De aanpak van deze cliëntgroep betreft een complex vraagstuk, waarbij het gaat over een brede doelgroep met zeer diverse problematiek, veel beïnvloedende kaders en partners binnen en buiten de gemeentelijke organisatie. Tegelijkertijd zijn er nog grote uitdagingen waarbij de echte oplossingen in de wijk, binnen gemeenten of op regionaal en landelijk niveau liggen. Het is duidelijk dat sommige veranderingen tijd nodig hebben, maar op enkele onderdelen is een extra impuls noodzakelijk om een stijging van de problematiek in intensiteit, aantal en financiële effecten op korte en middellange termijn beheersbaar te houden. Omdat de focus in 2020 lag op het inrichten van het Meldpunt, de vertaalslag van de wettelijke kaders naar een pragmatisch ingerichte samenwerking binnen de keten zorg-sociaal domein-veiligheid en het huidige registratiesysteem een goede analyse niet ondersteunt, is meer inzicht op dit moment niet mogelijk.

3.5 Advies 3.5.1

Algemeen

De stijging van het aantal E33 en E14 meldingen en recidivering van de meldingen, vragen om stevig en met elkaar door te pakken. Achter elk cijfer gaat veel menselijk leed schuil, aangevuld met maatschappelijke onrust en maatschappelijke vraagstukken. Zeker omdat we weten dat deze meldingen een fractie zijn van de feitelijke problemen bij inwoners die verward gedrag vertonen, maar niet in aanraking komen met de politie.

11

3.5.2

Inzicht

Samen met de politie, voorzitters van de OGGZ-netwerken, de procesregisseurs van gemeenten en de betrokken zorgaanbieders, proberen we in 2021 meer inzicht te krijgen in de kenmerken van deze cliënten en mogelijke oplossingen voor hun problemen. Door dit inzicht bepaalt de omgeving niet alleen de norm in hoe we kijken naar en omgaan met verward gedrag. De inzichten dragen ook bij aan een oplossing, aan deescalaties in de persoonlijke en sociale omgeving en aan prioritering van inzet op het voorkomen van verward gedrag. De implementatie van het integrale risicotaxatie instrument Zorg en Veiligheid in 2021 zal een waardevolle bijdrage leveren aan het verkrijgen van het e odigde i zicht. Los v het i str me t is ‘s kk ’ het motto voor elke ketenpartner in het belang van deze kwetsbare cliënten. 3.5.3

Samen doorpakken

3.5.3.1.Meer focus op vroegsignalering in combinatie met een vroegtijdige aanpak en kennisdeling over de onderliggende primair en secundair beïnvloedende factoren, omdat: I.

II.

III.

IV.

V.

VI.

de stijgende trend van het aantal meldingen en de recidivering van de meldingen (bijlage 2.5) het belang van meer focus op vroegsignalering en regie op tijdige opschaling van zorg en veiligheidsissues en domeinoverstijgende kennisdeling benadrukt. een inwoner niet in hokjes te delen is. Het is een totaalaanpak met een balans tussen klinisch herstel, functioneel herstel en maatschappelijk herstel in een veilige woonomgeving. Zonder die balans is herstel en stabilisatie niet mogelijk of tijdelijk; er wederzijdse beïnvloeding is tussen enerzijds de oorzaken van verwardheid en anderzijds verward ‘o egre e ’ gedr g s iti gsvorm. Ee i st ie e woo sit tie, rmoede, sch de ro em tiek, het niet hebben van werk cq. dagbesteding of het niet begrijpen wat men bedoelt of schrijft, kan een gevolg zijn van psychische of LVB-problemen. Echter, ze kunnen net zo goed de aanleiding zijn van psychische problemen of problemen in de zelfregie en bij escalaties. Dit vraagt om gezamenlijke inzichten, gezamenlijk eigenaarschap en kennisdeling op de meest cruciale vindplekken in de gemeenten (klantmanagers, wijkteams); wonen, inkomen, schuldhulpverlening en participatie randvoorwaardelijk zijn om het zorggebruik te reduceren. Zowel voor de GGZ als de LVB-cliënten.

Het versterken van een stevig sociaal fundament heeft een positief effect op de preventie van meerdere dossiers, waaronder ook Maatschappelijke opvang, Beschermd wonen, Veilig Thuis, woonoverlast en uithuiszettingen. het bieden van inloopvoorzieningen waar deze cliënten welkom zijn voor een kopje koffie of een praatje de- escalerend werkt. Hierin kan samenwerking gezocht worden met onder andere kringloopwinkels, de voedselbank, wijkcentra, geloofsgemeenschappen en sport- cq vrije tijdsclubs; versterking van bijvoorbeeld Skaeve Huse of andere woonconcepten en domein- en stelseloverstijgende aanpakken als bijvoorbeeld het Maatschappelijk Justitiële Dienstverlening, outreachende professionals binnen en buiten kantoortijden en andere integrale doorbraakmethodes ondersteunend zijn aan de (secundaire en tertiaire) preventie van complexe maatschappelijke vraagstukken en zorgvormen;

3.5.3.2. Meer regie op samenhangende domeinoverstijgende samenwerking en tijdige opschaling, vanuit een integrale persoonsgerichte aanpak binnen de leefcontext van de cliënt, omdat: I.

meer éénduidig opdrachtgeverschap met focus op de te bereiken doelen en organisatie overstijgende samenwerking cruciaal is: • geen enkele organisatie kan het alleen. Vele aanpakken beïnvloeden elkaar. Vaak onbewust omdat professionals het niet van elkaar weten of niet op de hoogte zijn van landelijk vastgestelde beleidskaders of nieuwe wetgeving. De oefensessies in het kader van de Wvggz 12

II.

III.

(jeugd) brachten dit goed in beeld. In 2020 werd dit beeld bevestigd door de politie; één casus wordt op diverse overlegtafels besproken zonder dat professionals het van elkaar weten of integraal samenwerken; • regie vanuit continuïteit van zorg, ondersteuning (en straf) vanuit de client voorop staat; los van de aandachtspunten voor gegevensdeling, er veel kansen liggen om deze afstemming personeel technisch efficiënter in te richten met meer effect voor de inwoner. Organiseer duidelijke (casus en proces) regie op multi-complexe casuïstiek conform de “Zeeuwse regiekaart (de-) escaleren Sociaal domein, zorg en veiligheid”; het niet meer een probleem is van een enkele gemeente of de politie of de GGZ. Dit vraagt om strategische keuzes en sturing die inkoop- en financiële stelsels overstijgend zijn. De cijfers tonen aan d t ‘ ger th is wo e ’, ‘ze redz mheid’, sturing op ambulantisering en de hiaten tussen gemeentelijke, verzekerde en forensische zorg bestuurlijke aandacht vragen. Aandacht in de samenwerking met de woningcorporaties, zorgverzekeraars, het zorgkantoor, CIZ en de Ministeries VWS en J&V. Alle partijen hebben samen de verantwoordelijkheid in het ontschoten van financieringsstromen en het borgen van het Zeeuws zorglandschap.

3.6 Meldingen zorgwekkend gedrag Het Landelijk meldpunt zorgwekkend gedrag is sinds 1 juli jl. aangesloten op de regionale meldpunten en is 24x7 telefonisch en digitaal bereikbaar. Dit meldpunt geeft de meldingen door aan de regionale meldpunten voor de Aanpak personen met verward gedrag, de Wet verplichte ggz of meldingen over personen waar iemand zich zorgen over maakt. Omdat het landelijk meldpunt breder is gemaakt dan oorspronkelijk bedoeld, is het ook toegankelijk voor zorgwekkend gedrag. Denk bijvoorbeeld aan: • •

• • •

iemand die bijvoorbeeld buiten veel in zichzelf praat. En het h is t ver oedere o ’s chts de televisie hard aan laat staan. Het kan zijn dat iemand psychotische kenmerken vertoont. iemand die vaak de buren om hulp vraagt omdat er geen geld meer is voor eten. Of bijvoorbeeld hulp nodig heeft bij het lezen van de post. Het kan gaan om iemand met een (licht) verstandelijke beperking. een ouder wordend iemand die steeds vaker met blote voeten op straat loopt. En ook al een paar keer de sleutels van de voordeur is vergeten. Er kan sprake zijn van beginnende dementie. iemand die overmatig drank of drugs gebruikt, wat leidt tot gevaarlijk gedrag en overlast. het (dreigende) verlies van grip op de fundamentele c.q. essentiële voorwaarden om te participeren in de maatschappij. Bijvoorbeeld door problemen als schulden, dakloosheid of verlies van dierbaren. Vaak is er sprake van een combinatie van levensproblemen en een aandoening of beperking.

Melders Iedereen kan melden. Uit landelijk onderzoek naar deze meldingen in de 20 pilotregio’s in 2020, blijkt dat 51% van de meldingen komen via de politie (0900-8844), 28% via professionals, 20% via inwoners (familie, naasten, buren) en ca 1% is een zelfmelding van de cliënt. Dit betekent dat de aard van de meldingen zeer divers is. De meeste sluiten aan op de meldingen in het kader van verward gedrag, maar toeleiding naar de huisarts, familie- of patiënt organisaties, de gemeente, de woningcorporatie of andere ketenpartners zorg en veiligheid kunnen aan de orde zijn. Meldingen In oktober startte de landelijke communicatiecampagne. In de periode oktober tot en met december zijn er landelijk 3018 meldingen ontvangen, waarvan 38 meldingen zijn doorgeschakeld naar het regionaal Adviesen meldpunt verward gedrag Zeeland. Gemiddeld waren er 1 tot 71 meldingen per meldpunt. Via het Landelijk meldpunt wordt 8% tot 10% rechtstreeks doorgeschakeld naar Mind. Bij Mind kunnen melders en cliënten terecht voor informatie en advies van hulpverleners en lotgenoten. 13

Het aantal meldingen via de politie zal in de loop van 2021 toenemen. De politie verwijst sinds kort de nietacute meldingen waarbij geen politie inzet nodig, actief door naar het Landelijk meldpunt.

3.7 Organisatorische ontwikkelingen routekaart meldingen De inrichting van het Meldpunt is gebaseerd op zowel besluitvorming, casuservaringen, een sterke stijging van het aantal meldingen, analyses van de meldingen, ervaringen van andere (reeds langer bestaande) meldpunten en de landelijke ontwikkelingen. Er wordt samengewerkt met onder andere de procesregisseurs van de gemeenten, voorzitters van OGGZ netwerken en met de diverse regionaal werkende partners die een rol hebben in de aanpak personen met verward gedrag en toeleiding naar passende zorg en straf. Aanbieders verpleging en verzorging, aanbieders verstandelijk gehandicaptenzorg, GGZ, het CIZ en de Raad voor Kinderbescherming. Bij een melding zet de procesondersteuner van het meldpunt een verificatie op DAT informatie uit bij de gemeenten en deze Zeeuwse organisaties: 3 reclasseringsorganisaties (Verslavings-reclassering, Leger des Heils, Reclassering Nederland), Veilig Thuis, Emergis, Buurtzorg, Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland, Zorg- en Veiligheidshuis Markiezaten (voor meldingen gemeente Tholen), Politie, Bemoeizorg, Maatschappelijke opvang Zeeland, Maatschappelijk Werk Walcheren, Zeeuwse Zorgschakels en Zeeuwse Gronden. De DAT informatie geeft inzicht of een cliënt bekend is bij een van deze organisaties, geeft inzicht in het Zeeuwse zorgveld en in hoe we de aanpak efficiënter kunnen vormgeven.

Met als doel het aantal personen met overlast gevend verward gedrag te reduceren. Alle organisaties werken volgens de eigen wettelijke gegevensdelingskaders en die van het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland.

3.7.1

Politie

Zorg & Veiligheidshuis

Gemeente, voorzitter OGGZ en Zorg- en Veiligheidshuis

Zorg- en Ketenpartners

Mutatie

Verificatie

Triage

Passende interventie

Conclusie organisatorische ontwikkelingen

De inrichting van de cliëntroute en triage blijft doorontwikkelen op kwaliteit, integraliteit en een efficiënte inrichting. Er wordt expliciet rekening gehouden met de wettelijke kaders voor gegevensdeling, waar in 2021 extra focus op komt. Gegevensdeling vanuit wat wel kan in het belang van de cliënt en in het belang van het reduceren van (recidiverende) meldingen. Het is een intensief maar waardevol proces waarbij de samenwerking tussen organisaties en stroomlijning van meldingen belangrijk blijft. En steeds meer beleidsen sturingsinformatie geeft op regionaal en lokaal niveau.

3.8 Vervoer personen met verward gedrag Landelijk was reeds vastgesteld dat het vervoer naar de Spoedeisende Psychiatrische Onderzoeksruimte (SPOR) wordt uitgevoerd door de ambulance. In 2020 is via een VNG-consultatie besloten dat de ambulance ook na de beoordeling zorgt voor het vervoer. Dit vervoer na beoordeling is gekoppeld aan een medische indicatie. De kwaliteits- en procesafspraken worden landelijk uitgewerkt. Afgelopen jaar hebben we ervaren dat landelijke afspraken in de praktijk niet altijd goed geborgd zijn op 14

uitvoeringsniveau. Soms kan dit een uitdaging op casusniveau zijn, waarbij de politie veelal toch bleef rijden. Begin 2021 worden de afspraken met de betrokken partners ( politie-Emergis-ambulance-gemeenten) uitgewerkt op inhoud, verantwoordelijkheden en financiering. Advies Het advies aan gemeenten is om ervoor te zorgen dat vervoersregelingen beschikbaar zijn voor de verwarde cliënten die geen netwerkvervoer hebben, en ook geen toegang hebben tot medisch geïndiceerd vervoer door de ambulance. Als de cliënt niet thuis of bij diens verblijfplaats kan komen, komt de cliënt vaak weer op straat terecht of start het hele E33 proces wederom op. Omdat de clienten in de SPOR uit diverse gemeenten komen, is het goed om op Zeeuws niveau bekostigingsafspraken te maken over Wmo vervoer na beoordeling, en deze af te stemmen met de SPOR van Emergis. 3.9 Van SPOR naar toeleiding passende zorg Naar aanleiding van de subsidie aanvraag SPOR 2020 en op basis van cliënt analyses, is de toeleiding naar sse de zorg eoorde i g i de S O itgewerkt i ee voorste ‘ i ot ‘time-o t edde ’. De subsidie aanvraag betrof de (gedeeltelijke) bekostiging van de cliëntgroep waarvan, na triage op de SPOR, blijkt dat er geen sprake is van psychiatrische problematiek.

Eerder was gesteld dat bekostiging van de triage en beoordeling bij de SPOR (ook voor de genoemde cliëntgroep) buiten de gemeentelijke verantwoordelijkheid valt. Deze taken zijn een verantwoordelijkheid onder de Zorgverzekeringswet. Er was bij de gemeenten derhalve geen bereidheid de gevraagde subsidie toe te kennen. Echter, er is een cliëntgroep die op de SPOR wordt beoordeeld, waarbij sprake is van psychosociale problematiek al dan niet in combinatie met genotmiddelengebruik. Een groep die veelvuldig behoorlijk drukt op het zorg- en veiligheidssysteem, met bijkomende kosten en personele inzet van diverse ketenpartners. Zo komt het voor dat een cliënt met deze problematiek zich meerdere malen per nacht meldt bij de SPOR. Een ‘ chtje i de ce ’ ost het ro eem voor de korte termij we icht o , m r iet voor de gere termij . Naar aanleiding hiervan is het voorstel ontstaan om een plek te creëren waar de betrokkene tot rust kan kome , eve t ee zij ‘roes’ k its e e i gezet k worde o het cce tere v o derste i g; ‘timeo t ekke S O ’. Het bieden van een dergelijk time-out plek aan een inwoner waarvoor niet vanzelfsprekend een hulpverlenings-traject kan worden gestart. Een time-out plek is bedoeld om ‘s echts’ e ke e d ge tot maximaal 1 week te verblijven na beoordeling op de SPOR.

En dient niet ter vervangen van de logeervoorzieningen die er in het kader van beschermd wonen zijn of ter vervanging van de noodopvang, noch als oplossing van wachtlijsten onder de Zorgverzekeringswet. Vanwege deze verbinding en de expertise op het gebied van psychosociale problematiek in combinatie met verslavings- (en andere) problemen, is het voorstel de time-out plekken SPOR te positioneren bij Emergis. Deze pilot draagt bij aan het hoofdlijnenakkoord GGZ Bedoelt om de GGZ beter bereikbaar, sneller inzetbaar en efficiënter te maken voor inwoners die zorg nodig hebben.

3.10 Skaeve Huse Zeeland Skaeve Huse is een woonconcept voor een groep inwoners waarvoor geen passend aanbod is. Inwoners met een onaangepaste leefwijze, die elders niet zijn te handhaven. Zij vallen buiten de boot voor diverse reguliere huisvestingsmogelijkheden vanwege de contra indicaties, inclusiecriteria en toelatingseisen. I wo ers die v wege er stige gedr gs ro em tiek iet sse i de co te t v ‘wo e i de wijk’, och 15

in groepsverband omdat dit teveel prikkels geeft met escalerend gedrag of ernstig nadeel of gevaar voor zichzelf of diens omgeving. Deze inwoners mijden vaak zorg en hebben weinig besef van de eigen ziekte of problemen. Dit alles uit zich in forse gedragsproblemen, justitiecontacten, verslavingsproblemen en/of persoonlijke verwaarlozing. Door andere personele prioriteringen als gevolg van Covid-19 maatregelen, is het plan vertraagd. Het regionaal projectplan biedt ruimte aan sub-regionale implementatie in combinatie met regionale werkafspraken. Dit plan wordt ter advisering aan de ambtelijke werkgroep en de Stuurgroep besproken in februari 2021.

4. Wet Verplichte GGZ Op 1 januari 2020 trad de Wet verplichte ggz (Wvggz) in werking. Een nieuwe wet die het mogelijk maakt om verplichte zorg ook poliklinisch of bij iemand thuis te verlenen. De rechtspositie van de cliënt en de familievertrouwenspersonen zijn versterkt. Zorgverleners hebben meer instrumenten gekregen voor zorg op maat, de cliënt en diens naasten hebben meer inspraak in de behandeling. De cliënt heeft meer mogelijkheden om verplichte zorg te voorkomen door gedurende het traject alsnog open te staan voor vrijwillige zorg.

Vrijwillig Zorgmachtiging

Crisismaatregel

Wettelijk is de benodigde ketensamenwerking vastgelegd. Ketensamenwerking binnen een nieuwe wet die niet altijd even duidelijk is, veel administratieve processen kent, nieuwe stelselhiaten ontstaan en waarin domeinen gekoppeld worden die voorheen beperkt met elkaar samenwerkten. Meer dan voorheen wordt samen met de gemeenten gekeken naar wat iemand nodig heeft om verplichte zorg op gro d v ‘er stig dee ’ te voorkome e is s me werki g o ee i tegr zorg wette ijk ver kerd.

4.1 Van melding tot aanvraag voorbereiding zorgmachtiging 4.1.1

Meldingen en consulten

Op 31 december 2019 kwam meteen de eerste melding in het kader van de Wvggz. Inmiddels zijn we een jaar en 58 meldingen verder en kijken we terug op een jaar waarin alle ketenpartners hard gewerkt hebben aan de rechtspositie van de cliënt, aan ketensamenwerking en aan het voorkomen van verplichte zorg. 14

12

11

12 10

9

8

8

6

5

6 3

4 2

1

2

1

0

Aantal meldingen per gemeente

16

Voorafgaand aan het plaatsen een melding kan het Meldpunt geconsulteerd worden of een melding Wvggz aan de orde is. In 2020 werden 93 consulten geregistreerd. Vijftien melders hadden doorzettingsmacht, maar hebben hier geen gebruik van gemaakt. Melders met doorzetti gsm cht zij ‘esse tië e ste ’; de echtgenoot, de geregistreerd partner of degene met wie een samenlevingscontract is gesloten, een ouder, een wettelijk vertegenwoordiger of een ander belangrijk familielid die betrokken is bij de zorg. Melders kunnen anoniem melden. Dit geldt voor 24 van de 58 meldingen en kent diverse redenen. Veelal zijn (inschattingen op) veiligheidsrisico’s aan de orde. Indien er sprake is van een anonieme melding, is de toeleiding naar een voorbereiding zorgmachtiging moeilijker. Nauwe samenwerking met de familievertrouwenspersonen draagt bij aan het beoordelingsproces bij het Openbaar Ministerie. 4.1.2

Verkennend onderzoek

In 2020 hebben de meldingen geleidt tot 49 Verkennende onderzoeken. Het verkennend onderzoek is gericht op de onderbouwing van drie kernvragen: • • •

(vermoeden van) ernstig nadeel, en het (vermoeden van) psychische stoornis; noodzaak van verplichte zorg, inclusief deelvragen over bereidheid van de cliënt om vrijwillige zorg te accepteren of te behouden.

De verkennende onderzoeken leidden 24 keer tot toeleiding naar de lokale procesregisseur of passende zorg buiten het sociaal domein en/of de bestaande hulpverlening. Hiermee sturen we actief op de preventie van verplichte zorg. Na een verkennend onderzoek zijn er 16 cliënten verwezen naar de procesregisseurs van de gemeenten, 9 naar vrijwillige hulp, 2 naar reeds aanwezige hulp en 2 naar IPC. Voor de overige cliënten was geen verplichte zorg nodig of werd de zorgmachtiging voorbereid door Emergis. 4.1.3

Aanvraag voorbereiding zorgmachtiging

Voor 17 cliënten is er een zorgmachtiging aangevraagd bij de Officier van Justitie. Voor vier is er na voorbereiding door de Officier geen aanvraag Zorgmachtiging ingediend bij de rechter. Bij drie aanvragen besluit de Officier tot geen voorbereiding zorgmachtiging. 17 aanvragen voorbereiding stonden kwartaal overstijge d ‘i de w cht’ ij de O icier. Voor 7 v de vr ge voor ereidi g zorgm chtigi g w s ei d december door de Officier van Justitie nog geen es it ge ome . Deze zij ‘o e st d’, soms m de . Het blijft onduidelijk waar het in het proces niet goed loopt. Het Meldpunt houdt actief contact met de Officieren. Om privacy redenen worden er geen mededelingen gedaan over lange looptijden. Dit leidt tot onduidelijkheden en ongenoegen bij melders en professionals in het veld. Omdat cliënten (te) vaak in een laat stadium gemeld worden, leiden lange procedures tot een toename van ernstig nadeel en veiligheidsescalaties voor de cliënt en diens omgeving. Van de overige aanvragen is de status niet bekend. De Officier koppelt niet terug of er een aanvraag zorgmachtiging wordt voorgelegd aan de rechter, noch wat het besluit van de rechter is. 4.1.4

Zorgmachtigingen

Op basis van de gegevens via Emergis, zijn er Zeeuws breed in 2020 209 zorgmachtigingen toegekend door de rechter. In 2019 zijn er door Emergis 101 rechterlijke machtigingen binnen de GGZ geregistreerd. Rechterlijke machtiging was onder de BOPZ de benaming van de zorgmachtiging. Een duidelijke stijging van het aantal machtigingen. De onderliggende aanleiding van deze stijging is nog niet éénduidig weer te geven. 17

Landelijk zijn de verschillen groot. Ongeveer 92% van de zorgmachtigingen worden aangevraagd door de GGZ of professionals als bijvoorbeeld de huisarts. Ongeveer 4,2% wordt aangevraagd via de regionale meldpunten; een mix van langer bestaande pilotmeldpunten en nieuwe meldpunten. 4.1.5

Aandachtspunten

4.1.5.1 Toeleiding naar verplichte zorg Het aantal meldingen in het kader van de Wet verplichte ggz kwam vanaf het tweede kw rt ‘ ter’ o gang. In tegenstelling tot de verwachte toestroom als gevolg van de beperktere ambulante zorg die geleverd werd door de Covid-19 maatregelen. Eenzelfde bee d w s zicht r i dere regio’s. 4.1.5.2 Samenhang Jeugdhulp De Wet verplichte ggz is ook voor jeugdigen van toepassing: van preventie tot zorg. In het najaar hebben we aan de hand van casuïstiek en samenwerkingsprocessen twee oefensessies Wvggz Jeugd gehouden. Waardevolle sessies met kennisdeling tussen de betrokken jeugdpartijen over elkaars taken, reële verwachtingen, openheid in domeinhiaten en pragmatische oplossingsvoorstellen. De opbrengsten van deze sessies zijn de behoefte aan regievoering bij complexe (gezins-)casuïstiek, wederzijdse communicatie over wie wat doet en de behoefte aan een vervolgsessie in 2021. Vanuit een integrale aanpak op gezins- en cliëntniveau en vanuit de doorontwikkelingen in het Jeugd veiligheidsveld, vraagt samenwerking met de gecertificeerde instellingen extra aandacht. Met Veilig Thuis is de samenwerking verstevigd en werken we samen, eveneens met de politie, op de overlappende ontwikkelingen en uitdagingen. 4.1.5.3 Communicatie Op basis van landelijk advies is niet meteen gestart met media aandacht voor de Wvggz.

Op deze manier werden alle kernpartners en de Meldpunten in de gelegenheid gesteld om de nieuwe wet te implementeren. Op Zeeuws niveau hebben we in 2020 gefocust op de communicatie met de ketenpartners in de Wvggz. De regionale communicatie met inwoners was afgelopen jaar nog beperkt tot de websites van de gemeenten. Door middel van presentaties op (sub-)regionaal (ambtelijk, bestuurlijk, raden), door aansluiting van onze ketenpartners zorg en veiligheid op het Advies- meldpunt verward gedrag en door middel van oefensessies Wvggz volwassenen en Wvggz Jeugd, vond de communicatie gefaseerd plaats. In 2021 geven we samen met de familie- en patiënt organisaties, familie- en patiëntvertrouwens personen en ervaringsdeskundigen vorm aan een uitgebreidere communicatie aan de Zeeuwse inwoners.

4.2 Crisismaatregelen, Inbewaringstelling en hoorplicht Emergis registreerde in 2020 Zeeuws breed 241 crisismaatregelen binnen de Wvggz. Aanvullend zijn er op basis van de informatie via de gemeenten, in 2020 ca 23 inbewaringstellingen toegekend onder de Wet zorg en dwang. Bij elkaar gaat het om ca 224 maatregelen die worden ingezet om acuut gevaar, voortvloeiend uit een psychiatrische of verstandelijke stoornis of dementie, terug te dringen. Een stijging ten opzichte van 2019, waarin Emergis 207 inbewaringstellingen BOPZ registreerde. Aangezien er in de BOPZ een minder strakke scheiding was op basis van de onderliggende problematiek en we alleen de cijfers van Emergis kennen, kan er geen éénduidige vergelijking worden gemaakt tussen beide jaren. Aanvullend is bekend dat er in de eerste maanden van 2020 meerdere crisismaatregelen zijn uitgeschreven bij dezelfde client omdat de benodigde procedures voor een doelmatige verplichte behandeling in beginsel 18

onduidelijk waren of meer tijd kosten waardoor het opnieuw moest. Dit was een leerproces voor zowel de onafhankelijk psychiater als de rechter.

4.3 Uitvoering van de Wet verplichte ggz De uitvoerbaarheid van de wet kent nog uitdagingen. Er is een forse toename van de werkdruk door de administratieve inrichting en een forse toename van personele kosten. Voor de uitvoering van de wet zijn er extra GGZ behandelaren en onafhankelijke psychiaters nodig. In de gemeenten zijn procesregisseurs benoemd om de aansluiting te maken ten behoeve van een integraal clientplan en de inrichting van het centrale meldpunt bij het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland. Daarnaast is de wet zo ingewikkeld dat er nog veel onduidelijkheden zijn in het toepassen en uitvoeren van de wet. Landelijk worden ervaringen gedeeld en wordt de wet op onderdelen gefaseerd aangepast. Dit is een meerjarig traject. Binnen het Zeeuwse werken we via het regio-overleg Wvggz samen met West-Brabant, Breda en Hart van Brabant. Het Meldpunt werkt samen met andere meldpunten in het land. Deze wet biedt aan de andere kant ook kansen om uiteindelijk de verplichte zorg terug te dringen. Door intensievere samenwerking tussen Emergis, het Zorg- en Veiligheidshuis, het sociaal domein en de patiënt vertrouwenspersonen, krijgen we knelpunten beter in beeld en worden afspraken gemaakt over de praktische toepasbaarheid van de wet ten behoeve van passende zorg voor cliënten.

4.4 Regio-overleg Wvggz Per regio is er een grote diversiteit in samenwerking tussen de ketenpartners in de wettelijke regiooverleggen Wvggz. We werken hierin samen op arrondissementsniveau met West-Brabant, Breda en Hart van Brabant, onder coördinatie van het Openbaar Ministerie. Het regio-overleg beoogt ketensamenwerking met korte lijnen en pragmatische afspraken in het werkbaar maken van de Wvggz ten behoeve passende, verplichte, zorg aan cliënten. ‘S me ’ is de ker oodsch voor de ontwikkelingen in de Wvggz. In 2021 werken we toe naar een regio- overleg op Zeeuws niveau, aanvullend op de bovenstaande inrichting. De kortere lijnen dienen bij te dragen aan een betere samenwerking en oplossingen op de hiaten in de wet, rekening houdend met het Zeeuwse zorglandschap.

4.5 Toegankelijkheid Wet Zorg en Dwang In de toegang tot de Wet Zorg en Dwang zijn er twee hiaten geconstateerd in de zorgcontinuïteit aan cliënten met een verstandelijke beperking: I.

Er zijn regionaal onvoldoende bedden beschikbaar om de crisiszorg voor zowel de volwassenen als jeugdigen met een verstandelijke beperking op Zeeuws niveau te borgen. Dit is een landelijk beeld, wat we regionaal dienen op te lossen. Vanuit zorgcontinuïteit voor de Zeeuwse inwoners, gaan we hierover in gesprek met zorgkantoor CZ en met de inkooporganisatie Jeugd. Dit hiaat is ambtelijk en bestuurlijk opgeschaald op arrondissementsniveau. Ambtelijk is opgeschaald op landelijk niveau via het Ketenbureau Wvggz van de Ministeries VWS en J&V.

II.

Naast het kennishiaat van de Wet Zorg en Dwang bij veel verwijzende professionals, constateren we landelijk en regionaal een aandachtspunt voor gemeenten en zorgaanbieders in de zorgcontinuïteit voor de overgang van 18-/18+. Geregeld komt het voor dat jeugdigen en volwassenen een niet gediagnostiseerde verstandelijke beperking hebben of na het 18de jaar gediagnostiseerd zijn. Deze cliënten zijn reeds bekend in het jeugdveld, binnen de gemeentelijke maatwerkvoorzieningen of in de veiligheidsketen. Bij een besluit tot Inbewaringstelling geeft het niet (voor 18 jaar) tijdig gediagnostiseerd zijn grote problemen in de toegang tot de Wet Zorg en Dwang. Het CIZ neemt deze 19

aanvragen pas in behandeling als er een diagnose is. Alleen door een vroegtijdige signalering, een tijdige diagnose en het maken van een goede verbinding tussen partners, dossiers en stelsels kunnen we de zorg continuïteit borgen en veiligheidsescalaties reduceren. De aanwezigheid van voldoende ingekochte bedden in de sector verstandelijk gehandicapten regio Zeeland is echter een randvoorwaarde en draagt bij aan het voorkomen van opschaling naar dure langdurige zorg en het voorkomen van veiligheidsescalaties voor de cliënt en diens omgeving. Binnen de Wet Zorg en Dwang verloopt de samenwerking met de sector Verpleging en verzorging bij de doorstroom van cliënten met dementie goed. Dat geldt ook voor de samenwerking bij meldingen in het kader Wvggz.

Hartelijk dank voor de samenwerking in 2020 ! ‘S

kk

’z

w

20

2021.

Bijlagen 1. 1.1

Vijf jaar Aanpak personen met verward gedrag (2016 tot en met 2020)

Aantal meldingen en incidenten per gemeente, 2016-2020 Meldsoort

Gemeente

E33 melding regionaal Advies & meldpunt

E33/verward gedrag incidentmelding politie

2017 2018 2019 2020 2016 2017 2018 2019

E14/ poging tot zelfdoding incidentmelding politie

E41/ overlast zwervers incidentmelding politie

2020 2016 2017 2018 2019 2020 2016 2017

Borsele

43

44

82

58

60

54

72

113

3

4

11

5

12

2

Goes

152

194

267

319

443

412

543

652

17

40

37

21

65

45

Hulst

100

147

87

110

125

144

191

171

6

11

13

3

16

3

Kapelle

15

10

21

19

23

45

27

42

1

3

5

3

8

Middelburg

160

180

166

459

364

275

316

395

18

15

17

20

26

Noord-Beveland

15

17

18

55

46

26

37

44

0

1

4

2

6

Reimerswaal

50

86

125

31

37

60

62

133

5

11

6

9

10

4

Schouwen-Duiveland

43

65

102

164

144

124

127

158

7

15

7

9

28

Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen Bovenregionaal

39 164

87 176

62 211 26 88 402 40

72 242 30 65 425

107 319 44 59 372

76 331 39 74 498

118 330 36 115 582

131 404 68 137 650

9 21 11 4 15

16 23 5 9 26

15 15 9 5 18

8 22 16 7 17

3.098

117

179

162

142

Eindtotaal

43 310 9

75 366 32 1314 1143 1479 1697 2049 2.143 2.158 2.556

2018 2019

2020

2

2

2

38

23

41

24

2

1

7

22

2

1

5

1

5

25

78

25

31

35

1

1

1

1

3

5

8

12

23

10

3

4

8

5 17 10 9 18

4 65 6 2 146

12 42 2 4 131

15 17

23 66

2 117

3 43

10 48 2 6 50

230

327

324

216

230

225

Toelichting: a/ Het aantal E33/E14 meldingen van de politie komen sinds 2017 samen in het Zorg- en Veiligheidshuis. Sinds 2020 is het regionaal Advies- en Meldpunt verward gedrag verantwoordelijk voor het aannemen van de meldingen, de triage en de toeleiding naar passende zorg en ondersteuning in samenwerking met de gemeenten, zorg- en veiligheidspartners. b/ Het aantal E33/E14 meldingen voor de gemeente Tholen zijn vanaf Q2 2020 gemeld bij het Advies en Meldpunt verward gedrag Zeeland. De meldingen van Q1 2020 zijn geregistreerd bij het Zorg- en Veiligheidshuis Markiezaten, Bergen op Zoom. 21

1.2 Aantal meldingen en incidenten per gemeente en per 1.000 inwoners, 2020

Meldsoort

Gemeente Borsele Goes Hulst Kapelle

Middelburg Noord-Beveland

Reimerswaal Schouwen-Duiveland

E33 melding regionaal Advies & meldpunt per 1.000 inwoners

E33/verward gedrag incidentmelding polite per 1.000 inwoners

3,60 7,09 3,16 1,64 3,42 2,46 5,51 3,02 2,65 3,87 1,01 4,03 9,06 3,60

4,96 17,32 6,21 3,29 8,14 6,02 5,86 4,68 5,60 7,40 2,64 6,27 14,65 4,96

E41/ overlast E14/ poging tot zwervers zelfdoding incidentmelding incidentmelding politie politie per 1.000 per 1.000 inwoners inwoners

0,53 1,73 0,58 0,63 0,54 0,82 0,44 0,83 0,21 0,31 0,39 0,41 0,41 0,53

0,09 0,64 0,80 0,39 0,72 0,14 0,53 0,24 0,43 0,88 0,08 0,27 1,13 0,09

Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen Regionaal gemiddelde Toelichting: Het landelijk gemiddelde aantal meldingen per 1.000 inwoners fluctueert en is ca 4,7. Het gemiddelde aantal per gemeente is niet gerelateerd aan het aantal unieke cliënten. Eén of enkele cliënten kunnen dit gemiddelde beïnvloeden.

22

2. Rapportage E33/E14 meldingen 2020 2.1

Aantal E33/E14 meldingen per maand, Advies- en meldpunt verward gedrag 2020

Maand van de melding Januari Februari Maart April Mei Juni Juli Augustus September Oktober November December Eindtotaal

Aantal 113 74 111 142 138 176 167 153 168 161 138 156 1697

100 80 60 40 20 0

23

2.2

Aantal E33/E14 meldingen en unieke personen per leeftijdscategorie, Advies- en meldpunt verward gedrag 2020

Leeftijdscategorie <15 15-20 20-25 25-30 30-35 35-40 40-45 45-50 50-55 55-60 60-65 66+ Eindtotaal

Aantal unieke personen 2 21 58 60 53 68 66 78 74 61 62 182 785

24

2.3

Aantal E33/E14 meldingen per leeftijdscategorie op gemeentelijk niveau, Advies- en meldpunt verward gedrag 2020

Leeftijdscategorie

<15

15-20

21-25

26-30

31-35

36-40

41-45

46-50

51-55

56-60

61-65

66+

2

5

20

5

10

2

8

5

6

15

11

9

20

21

48

18

3

4

7

4

9

15

5

9

7

1

1

13

9

19

17

3

2

7

Totaal per gemeente

6

2

17

82

13

19

86

267

12

19

87

7

21

12

52

166

2

2

18

Gemeente Borsele Goes

1

Hulst Kapelle Middelburg

2 1

2 7

1 10

Noord-Beveland

9

17

2

Reimerswaal

2

8

54

10

5

1

2

2

12

7

22

125

SchouwenDuiveland Sluis

8

6

1

6

2

6

22

13

19

9

10

102

8

1

9

8

2

1

2

4

7

20

62

Terneuzen

2

16

41

9

6

20

20

23

29

7

38

211

Tholen

2

2

2

6

1

2

2

7

26

Veere

1

3

2

1

3

6

18

5

24

5

20

88

Vlissingen

3

3

18

35

16

87

35

72

53

20

60

402

4

6

5

2

Niet bekend Bovenregionaal Totaal per leeftijdscategorie

2

28

2

1

1

11

2

2

2

2

83

181

110

99

176

189

174

1 189

105

19 1

21

361

1697

Toelichting Niet bekend: dit kan bijvoorbeeld voorkomen als de aangemelde persoon al vertrokken is bij aankomst van de politie of wanneer de aangemelde persoon geen Burger Service Nummer heeft.

25

2.4 Aantal geregistreerde incidenten ‘Hul

h

v

c

E33

/ f GGZ/OGGZ’ – Politie eenheid Zeeland West-Brabant 2020

Gemeente

aantal geregistreerde incidenten E33 en/of GGZ/OGGZ

aantal unieke cliënten

Borsele

85

15

Goes

141

11

Hulst

75

21

Kapelle Middelburg

68

57

89

14

Noord-Beveland Reimerswaal

69

45

120

11

Schouwen-Duiveland Sluis

64

11

43

10

Terneuzen

135

20

Tholen

57

11

Veere

70

11

Vlissingen

230

10

Totaal Totaal incidentmelding E33

1246

247

3.098

26

2.5 Aantal s c Zeeland West-Brabant 2020

‘‘Hul

h

v

aantal geregistreerde incidenten E33 en/of GGZ/OGGZ per persoon

c

E33

/ f GGZ/OGGZ’

u

aantal unieke cliënten

1 2tot 3 4 tot 9 10 tot 15 16 tot 20 21 tot 25 26 tot 30 31 en hoger Totaal aantal unieke cliënten

92 41 81 21 4 2 2 4 247

27

k

s

– Politie eenheid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10518130/1