A07 toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking, definitief
Tekst van het document
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
gemeente Hulst 13 november 2020 definitief rapport
Groenewoud 52 4381 HG Vlissingen (06) 17 399 572 r.houmes@nu-adviesbureau.nl www.nu-adviesbureau.nl Kvk 22063981
Titel
:
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
Status
:
definitief rapport
Datum
:
13 november 2020
Opdrachtgever
:
gemeente Hulst
Referentie
:
R031.P161/R003/RHOU
Auteur
:
ir. R.P.J. Houmes
Vrijgave
:
Inhoudsopgave 1
INLEIDING ..................................................................................................................... 1 1.1 1.2 1.3
2
Aanleiding............................................................................................................. 1 Stedelijke Wateropgave (SWO) en redeneertrant ............................................... 1 Werkwijze............................................................................................................. 2 GEBIEDSBESCHRIJVING ................................................................................................ 3
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 3
Algemeen ............................................................................................................. 3 Bodem .................................................................................................................. 5 Maaiveld ............................................................................................................... 6 Oppervlaktewater ................................................................................................ 8 Riolering en verharding ...................................................................................... 10 Groen.................................................................................................................. 12 KANSEN EN KNELPUNTEN .......................................................................................... 13
3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5 3.1.6 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3 3.3.1 3.3.2 4
Maaiveld: analyse ‘kort, hevig nat’ .................................................................... 13 Dullaert ............................................................................................................ 13 Moerschans ..................................................................................................... 15 Binnenstad ...................................................................................................... 17 Grote Kreek ..................................................................................................... 17 Componistenbuurt .......................................................................................... 18 Absdaalseweg, industriegebied en supermarktterrein ................................... 18 Oppervlaktewater: analyse waterschap ............................................................ 19 Kenmerken ...................................................................................................... 19 Knelpunten en aandachtspunten .................................................................... 21 Kansen en aanbevelingen ............................................................................... 21 Riolering .............................................................................................................
22 Rioleringsberekeningen................................................................................... 22 Vervangingsplanning riolering......................................................................... 25
MAATREGELEN ........................................................................................................... 26 4.1 4.2
Opbouw maatregelenoverzicht ......................................................................... 26 Weergave maatregelen ...................................................................................... 27
BIJLAGEN Maatregelenoverzicht, planning en tekeningen
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
-i-
R031.P161/R003/RHOU 13 november 2020
1
Inleiding Het klimaat verandert. En hoewel dat soms ‘ver weg’ of ‘voor later’ lijkt, zijn de gevolgen nu al merkbaar. Steeds vaker zijn buien zo intensief dat het rioolstelsel de hoeveelheid regen niet aan kan, dat er water op straat blijft staan of soms zelf bij gebouwen binnen loopt. De warme zomerdagen houden langer aan of leveren nieuwe recordtemperaturen op. Allemaal uitingen van een veranderend klimaat. Om de risico’s van de klimaatontwikkelingen beheersbaar te houden, heeft de gemeente Hulst onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor een toekomstbestendige waterhuishouding in het bebouwde gebied. Deze rapportage gaat specifiek in op de resultaten van dit onderzoek voor de kern Hulst en de bijbehorende wijken. Het rapport biedt concrete handvatten en maatregelen om de openbare ruimte van de kern Hulst meer klimaatbestendig in te richten.
1.1
Aanleiding Omgaan met de verwachtte klimaatontwikkelingen vergt van gemeenten, en dus ook van de gemeente Hulst, een pro-actieve houding ten aanzien van de ruimtelijke inrichting van haar bebouwde gebied. Het klimaat verandert en het is van belang om daar tijdig op in te spelen. Het Rijk heeft hiervoor het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie opgesteld. In het algemeen wordt klimaatverandering vaak gekarakteriseerd door een verhoging van de temperatuur en een toename van de hoeveelheid neerslag en de intensiteit van de neerslag. Er moet rekening worden gehouden met hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een stijgende zeewaterspiegel. De effecten van deze veranderingen beïnvloeden het wonen, werken en verblijven in Nederland en in de landen om ons heen, in grote steden en in kleine dorpen. Kortom: de effecten beïnvloeden ieders directe leefomgeving, ook de gemeente Hulst.
1.2
Stedelijke Wateropgave (SWO) en redeneertrant Inspelen op klimaatverandering raakt verschillende gemeentelijke disciplines, maar ook aan de verantwoordelijkheden van andere betrokken partners en collega-overheden. Om daar op een goede en uniforme manier invulling aan te geven, is er binnen de SAZ+ een werkwijze ontwikkeld die stapsgewijs aangeeft hoe ‘klimaatadaptatie’ concreet handen en voeten gegeven kan worden. De gemeente Hulst is betrokken geweest bij de ontwikkeling van deze werkwijze (‘toekomstbestendige waterhuishouding in bebouwd gebied’, SAZ+, 2015).
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
-1-
R031.P161/R003/RHOU 13 november 2020
Deze werkwijze, ook wel ‘redeneertrant’ genoemd, is ontwikkeld voor het zoeken naar integrale oplossingen voor watervraagstukken in bebouwd gebied onder gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente en waterschap. De integrale benadering verbindt de aanwezige kennis van rioleringszorg, stedelijk oppervlakte- en grondwaterbeheer en ruimtelijke inrichting en benut ze in samenhang De opgave die voortkomt uit de klimaatontwikkelingen wordt binnen Zeeland de ‘Stedelijke Wateropgave’ genoemd (SWO). Hiermee wordt invulling gegeven aan de verantwoordelijkheid die de gemeente samen met het waterschap heeft om de effecten van klimaatverandering in bebouwd gebied het hoofd te bieden. Uiteindelijk moet het onderzoek SWO resulteren in: • een gewenste ontwikkelingsrichting (per woonkern of wijk) voor het klimaatbestendig inrichten van de waterhuishouding; • een programma van maatregelen dat tussen de gemeente en het waterschap is afgestemd.
1.3
Werkwijze Om invulling te geven aan de Stedelijke Wateropgave voor de kern Hulst met bijbehorende wijken is de redeneertrant gebruikt. Daarnaast zijn er rioleringsberekeningen uitgevoerd en is er een pilot gedraaid waarbij gekeken is naar kwetsbare locaties voor wateroverlast bij oppervlakkige afstroming (Tygron). De belangrijkste kenmerken van de redeneertrant zijn: • Integrale samenwerking (via multidisciplinaire aanpak): denken vanuit de totale waterhuishouding in samenhang met de bovengrondse ruimte en mogelijkheden van de ondergrond. • Beredeneren naast berekenen, waarbij de kennis en ervaring van de betrokken vakmensen centraal staat. • Data opwaarderen tot inzicht in het functioneren van de systemen. Dit vraagt om een inspanning ten aanzien van het analyseren en interpreteren van beschikbare gegevens. • Feitelijke waarnemingen als basis voor inzicht in het functioneren van de watervoerende systemen en de onderlinge samenhang daarvan. • Adaptatie, ofwel optimaal gebruik maken van de kansen die de ruimte en de lokale situatie biedt. • Dienstverleningsniveau in plaats van norm: lokaal maatwerk dat niet persé in generieke maatstaven is te beschrijven. Uitgaan van de mogelijkheden van een gebied.
Om werkelijk tot een multidisciplinaire aanpak te komen, zijn niet alleen riolerings- en oppervlaktewaterdeskundigen betrokken, maar ook de beheerders van wegen, groen en stedenbouwkundigen. Daarnaast is ingezet op kennis en ervaring binnen het gebied door ook externen te betrekken zoals burgers en wijkraden. De potentiële maatregelen en kansen zijn gericht op zowel de ondergrondse- als de bovengrondse openbare ruimte. Bij het formuleren van maatregelen wordt zoveel mogelijk meegelift met andere reeds geplande werkzaamheden in de openbare ruimte.
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
-2-
R031.P161/R003/RHOU 13 november 2020
2
Gebiedsbeschrijving In dit hoofdstuk wordt het plangebied dat onderdeel is van deze studie nader beschreven: de kern Hulst. Hierbij wordt ingegaan op de algemene kenmerken van Hulst vanuit verschillende perspectieven.
2.1
Algemeen De kern Hulst bestaat uit een oude binnenstad, omgeven door vestingwerken met bijbehorende vestinggrachten. Naast de in het oog springende historische binnenstad kent Hulst verschillende wijken daaromheen. De historische ontwikkeling van Hulst hangt nauw samen met de vesting van Hulst. Hulst verkreeg in 1180 stadsrechten en ontwikkelde zich in korte tijd uit tot een belangrijke vesting- en havenstad. Na de verwoesting in 1453 door de Gentenaren worden de vestingwerken opgebouwd. Door de ligging van de stad als een frontierstad is de stad regelmatig belegerd. In 1975 wordt de haven van Hulst opgegeven, het Hellegat, waarmee Hulst een verbinding met de Westerschelde had, was verzand en werd verder ingepolderd. Vanwege de aanwezigheid van de vestingwerken waren uitbreidingen buiten de vesting lange tijd niet aan de orde. Pas vanaf de 20e eeuw ontstonden grootschalige uitbreidingen buiten de vestingwerken. Daarbij werd eerst langs de aanvoerwegen van buiten de stad gebouwd en later ook planmatige uitbreidingswijken, zoals Hulst Noord en later Hulst Zuid.
Vandaag de dag heeft de binnenstad van Hulst een belangrijke centrumfunctie, waar de commerciële dienstverlening (detailhandel en horeca), woonfunctie, bestuursfunctie, maatschappelijke functies, verkeersfunctie (wegen en parkeren) en een aantal cultuurhistorische elementen, geconcentreerd liggen binnen de oude vestingwerken. De wijken rondom de binnenstad, Hulst Noord en Hulst Zuid, kenmerken zich voornamelijk als planmatige uitbreidingswijken. Ze hebben over het algemeen een ruimte opzet en een duidelijk onderscheid in de wegenstructuur. Binnen de verschillende wijken zijn ook diverse maatschappelijke en commerciële functies aanwezig. Tussen de verschillende uitbreidingswijken is duidelijk het tijdsbeeld waarin de wijk is gerealiseerd te herkennen. In het noorden (Dullaert, Moerschans) voornamelijk de naoorlogse strokenverkaveling uit de jaren '50 en de tuindorp-structuur met veel groen tussen de woningen uit de jaren '70. De uitbreidingen ten zuiden van Hulst (Componistenbuurt, Groote Kreek) komen uit een latere periode, met name in de jaren '90 en sinds 2000.
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
-3-
R031.P161/R003/RHOU 13 november 2020
De zuidkant van Hulst is ook de locatie van de bedrijvigheid rondom de Absdaalseweg en het bedrijventerrein Hogeweg dat zich in de loop der jaren steeds verder in zuidelijke richting heeft uitgebreid.
Figuur 2.1a: Hulst Noord (bron: Google Maps)
Figuur 2.1b: Hulst Zuid (bron: Google Maps)
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
-4-
R031.P161/R003/RHOU 13 november 2020
2.2
Bodem Het gebied rondom de kern Hulst is divers qua bodemsamenstelling. Op verschillende locaties is er zand in de ondergrond aanwezig, met name aan de zuidzijde. De loop van de Oude Vaart aan de noordwestzijde van de kern is nog zichtbaar in de kaart met bodemtypes. Figuur 2.2: bodemtypes (bron: geoportaal provincie Zeeland)
De grondwaterstroming in het freatisch pakket is afhankelijk van de gehanteerde polderpeilen en lokale afwateringsmiddelen. De grondwatertrappen variëren relatief weinig en zijn ook afhankelijk van de bodemopbouw. Een grondwatertrap geeft de fluctuatie van de grondwaterstand aan. Grondwatertrappen worden bepaald aan de hand van de gemiddeld hoogste grondwaterstand in de winter en de gemiddeld laagste grondwaterstand in de zomer. Over het gehele gebied wordt overwegend grondwatertrap VI aangetroffen (gemiddeld hoogste grondwaterstanden tussen 0,40 en 0,80 meter beneden maaiveld en gemiddeld laagste grondwaterstanden lager dan 1,20 meter beneden maaiveld) (bron: BIS Nederland). Er zijn binnen Hulst enkele locaties waar grondwater soms tot problemen leidt, onder meer door de aanwezigheid van hangwater. De eventuele meldingen die zich daarbij voordoen, zijn echter vaak lokaal van aard en soms ook gekoppeld aan slecht afstromende neerslag. Een voorbeeld hiervan is de wijk Dullaert. Per locatie moet worden bezien of, en zo ja, welke maatregelen mogelijk zijn.
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
-5-
R031.P161/R003/RHOU 13 november 2020
2.3
Maaiveld Naast gegevens van de ondergrond zijn ook de bovengrondse gegevens van belang. Dit geldt met name voor de maaiveldhoogtes. Vanuit het perspectief van de waterhuishouding en mogelijkheden voor (oppervlakkige) afstroming is het relevant om lokale verschillen in hoogte en/of ingesloten laagtes te signaleren. Dit zijn potentiële plaatsen waar wateroverlast zou kunnen optreden bij hevige neerslag. De maaiveldgegevens zijn inzichtelijk via de Algemene Hoogtekaart Nederland (AHN). De onderlinge verschillen voor Hulst zijn beperkt op kleine schaal. Wel ligt de binnenstad beduidend hoger dan de omliggende wijken. Figuur 2.3: maaiveldhoogte (bron: AHN-viewer)
Waar de binnenstad maaiveldhoogtes kent vanaf NAP+1,50 meter tot ruim boven de NAP+3,00 meter, liggen de wijken lager. De wijk Moerschans kent een gemiddelde maaiveldhoogte tussen de NAP+1,00 en NAP+2,00 meter. De wijk Dullaert kent lagere maaiveldhoogten die aflopen in noordelijke richting tot circa NAP+0,00 meter.
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
-6-
R031.P161/R003/RHOU 13 november 2020
De zuidelijke wijken van Hulst liggen over het algemeen ook wat lager. De oude invalsweg Absdaalseweg ligt nog wel hoger (circa NAP+2,00 meter), maar het achterliggende terrein ligt beduidend lager, onder de NAP+1,00 meter. Bedrijventerrein Hogeweg varieert tussen de NAP+1,20 meter en NAP+2,00 meter. De wijken Componistenbuurt en Grote Kreek kennen met een gemiddeld maaiveldpeil tussen de NAP+0,50 meter en NAP+1,00 meter een lager maaiveld. Door waterschap Scheldestromen is een depressiekaart opgesteld met ingesloten laagtes. Dit zijn (kwetsbare) gebieden waar water oppervlakkig niet weg kan stromen, doordat de aangegeven gebiedjes omringd zijn door hoger maaiveld. Dit zijn aandachtsgebieden in het kader van wateroverlast door hevige neerslag. Figuur 2.4: depressiekaart kern Hulst (bron: waterschap Scheldestromen)
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
-7-
R031.P161/R003/RHOU 13 november 2020
2.4
Oppervlaktewater Het oppervlaktewatersysteem binnen en rondom de kern Hulst is in beheer en onderhoud bij waterschap Scheldestromen. De kern Hulst valt grotendeels binnen één groot peilgebied (zie onderstaande figuur). Dit peilgebied verzamelt het water via tertiaire en secundaire waterlopen en brengt dit vervolgens naar primaire waterlopen. De primaire waterlopen (waaronder de Vestinggrachten) voeren het water in noordoostelijke richting af buiten de kern Hulst. Uiteindelijk wordt het water afgevoerd richting de noordelijk gelegen Westerschelde. Figuur 2.5: peilgebieden oppervlaktewater rondom de kern Hulst (bron: Geoportaal waterschap Scheldestromen)
Het zuidwestelijk deel van Hulst (bedrijventerrein Hogeweg) voert af in zuidwestelijke richting. De wijk Dullaert (noordkant van Hulst) kent een eigen peilgebied met lagere streefpeilen. Dit gebied voert haar water af in noordelijke richting naar het naastgelegen peilgebied buiten de grenzen van de kern Hulst. In de navolgende figuren zijn meer gedetailleerde kaarten opgenomen van het oppervlaktewatersysteem.
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
-8-
R031.P161/R003/RHOU 13 november 2020
Figuur 2.6a: oppervlaktewatersysteem kern Hulst noordzijde (bron: Geoportaal waterschap Scheldestromen)
Figuur 2.6b: oppervlaktewatersysteem kern Hulst zuidzijde (bron: Geoportaal waterschap Scheldestromen)
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
-9-
R031.P161/R003/RHOU 13 november 2020
2.5
Riolering en verharding Een groot deel van de kern Hulst is gemengd gerioleerd. Daarbij zijn door de jaren heen oppervlakken afgekoppeld en is regenwaterriolering aangelegd, bijvoorbeeld in de binnenstad. Nieuwere wijken en deelgebieden zijn direct gescheiden (Componistenbuurt) of verbeterd gescheiden (Groote Kreek) gerioleerd. Figuur 2.7: overzicht riolering
Op basis van een veldverkenning en de beschikbare openbare data is de verhardingstekening van Hulst geactualiseerd. Daarbij is de focus gelegd op de openbare verhardingen en daken, de particuliere verharding (tuinen) is gebaseerd op de gegevens uit de voorgaande inventarisatie. Met behulp van de geactualiseerde verhardingstekening en de beheergegevens uit het rioolbeheerbestand is een rekenmodel gebouwd. Daarmee zijn hydraulische berekeningen van de riolering uitgevoerd om inzicht te verkrijgen in het functioneren van de riolering bij diverse neerslagsituaties. Hieruit kunnen (capaciteits)knelpunten worden afgeleid.
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
-10-
R031.P161/R003/RHOU 13 november 2020
Figuur 2.8: rioleringsberekeningen gemengde riolering (Bui 08 en Bui 09 Kennisbank Riolering)
Naast de rioleringsberekeningen zijn er ook simulaties uitgevoerd waarbij neerslag oppervlakkig afgevoerd wordt (met het programma Tygron). Hiervoor zijn extreme neerslagsituaties gekozen (bijvoorbeeld 40 mm neerslag in één uur). Een voorbeeld van de resultaten is in de onderstaande figuur weergegeven. Naarmate er meer rode vlekken op de kaart zichtbaar zijn, blijft er meer water op straat staan. Dit wordt gerelateerd aan de maaiveldhoogte ter plaatse (AHN) en is ook te koppelen met de eerder genoemde depressiekaart. Figuur 2.9: voorbeeld resultaat Tygron bij 40 mm in één uur (wijk Moerschans)
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
-11-
R031.P161/R003/RHOU 13 november 2020
2.6
Groen Naast alle ‘natte structuren’ is ook de groenstructuur van groot belang. Groen draagt niet alleen bij aan de kwaliteit van de leefomgeving, maar biedt ook kansen in het kader van tegengaan van hittestress en geeft mogelijkheden voor het opvangen van oppervlakkig afstromende neerslag. In de onderstaande figuur zijn de groenstructuren binnen de kern Hulst in beeld gebracht. Figuur 2.8: groenstructuren kern Hulst
Binnen de wijken en de binnenstad zijn er diverse groenstructuren. Deze zijn soms met elkaar verbonden, maar soms ook solitair aanwezig (grasveld, plantsoen). Onderlinge verbindingen maakt de groenstructuur sterker.
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
-12-
R031.P161/R003/RHOU 13 november 2020
3
Kansen en knelpunten In dit hoofdstuk worden de resultaten van de analyse van alle inventarisatiegegevens weergegeven. Deze analyse leidt tot inzicht in knelpunten en kansen. Op basis hiervan kunnen maatregelen worden geformuleerd. De knelpunten en kansen vloeien voort uit verschillende werksessies en zijn geproduceerd met behulp van verschillende instrumenten. Bij de werksessies zijn waar mogelijk verschillende (gemeentelijke) disciplines betrokken om te komen tot een integraal beeld van de mogelijkheden.
3.1
Maaiveld: analyse ‘kort, hevig nat’ Met behulp van het programma ‘Tygron’ is een analyse gemaakt van de situatie ‘kort, hevig nat’. Dit is een scenario waarbij sprake is van extreme neerslag, zodanig dat het rioolstelsel volledig gevuld is en de overige neerslag oppervlakkig moet worden afgevoerd. Daarmee is het indirect een analyse van het maaiveld binnen het plangebied: waar zijn lokale laagtes die kwetsbaar zijn voor wateroverlast en in welke richting kan overtollige neerslag oppervlakkig worden afgevoerd. Bij deze analyse is een neerslagsituatie van 40 mm in één uur gemodelleerd op de bestaande gegevens uit de Algemene Hoogtekaart Nederland. Vervolgens is inzichtelijk gemaakt hoe de neerslag oppervlakkig afstroomt en/of waar het zich verzameld. In de onderstaande paragrafen worden per deelgebied de resultaten daarvan weergegeven.
3.1.1
Dullaert Noordzijde:
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
-13-
R031.P161/R003/RHOU 13 november 2020
• • • •
De Leeghwaterstraat is een bekend en duidelijk zichtbaar knelpunt (verkeersdrempel). Hier bestaat de mogelijkheid om neerslag oppervlakkig af te voeren richting het oppervlaktewater. De Seerattstraat en Van Ossstraat zijn eveneens knelpunten. Kans: verlagen van tussenpad vanaf de Seerattstraat naar het oppervlaktewater voor oppervlakkig afvoeren van overtollige neerslag. De waterloop achter de Janseniusstraat staat op de nominatie om te worden opgewaardeerd (2020). Mogelijk dat hier ook een locatie voor oppervlakkige afvoer vanaf de Leeghwaterstraat gevonden kan worden. Kans: het verlengde van de Vinkstraat (oppervlakkige afvoer) en de speelvoorziening daarachter (berging) zijn nog locaties voor potentiële maatregelen.
Zuidzijde:
• • • • • •
Glacisweg is een goed voorbeeld: water stroomt oppervlakkig af naar de lager gelegen berm/groenzone. Er blijft geen/nauwelijks water op straat staan. Knelpunt rondom Willem-Alexanderstraat, Zandstraat en de Casembroodweg kan opgelost worden door trottoir bij busstation te verlagen met afvoermogelijkheid richting groenzone. Knelpunt: watersysteem rondom de sportvelden is geïsoleerd, zoeken naar mogelijkheid voor aansluiting met ander watersysteem (eventueel ondergronds). Pastoor Koopmansstraat ligt laag (potentieel knelpunt). Niet herkenbaar in praktijk, maar wel risicovol. Zoutestraat en wijkje erachter liggen laag. Niet herkenbaar in praktijk (geen klachten), parkeerterrein Reynaertcollege ingesloten laagte. Plein Ernest Claesstraat ligt laag (potentieel knelpunt). Niet herkenbaar in praktijk, maar wel risicovol.
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
-14-
R031.P161/R003/RHOU 13 november 2020
Westzijde:
• •
3.1.2
Wel water op straat, maar verklaarbaar en niet problematisch (geen water in de woningen). Wadi functioneert goed.
Moerschans
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
-15-
R031.P161/R003/RHOU 13 november 2020
•
• •
Poorterslaan is een knelpunt, met name de meest zuidelijke zijstraat. Potentiële oplossingsrichting is het verlagen van de verkeersdrempel met de Liniestraat en het realiseren van een oppervlakkige afvoermogelijkheid naar het zuidelijk gelegen oppervlaktewater. Kans: Moerschansstraat groenstroken binnengebied verlagen achter parkeervakken (bijvoorbeeld achterzijde woningrij huisnummers 184-192). Knelpunt: rotonde bij Koolstraat en IJzerenhandstraat lokale probleemlocatie: oppervlakkige afstroming richting tuinen (Koolstraat) via nieuwe parkeergelegenheid.
De Linie:
• • •
Veel water op straat situaties, maar huizen staan hoog ten opzichte van de straat. Onderzoek naar obstakels voor oppervlakkige afstroming (verkeersdrempels, bijvoorbeeld Klaproos/Hoefblad). Ombouw van verbeterd gescheiden rioolstelsel naar gescheiden rioolstelsel. Door het creëren van een tweede lozingspunt wordt het gebied verder ontlast. Het afgevoerde regenwater kan (aan de randen van de wijk) in de bodem infiltreren Koekoeksbloem / Dovenetelpad: mogelijkheid om de rabatstrook te verlagen voor oppervlakkige afstroming naar oppervlaktewater, misschien kan drempel bij koekoeksbloem en Klaproos/hoefblad dan verlaagd worden, zodat ook dat water weg kan stromen.
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
-16-
R031.P161/R003/RHOU 13 november 2020
3.1.3
Binnenstad
• • • • •
3.1.4
Herkenbaar knelpunt bij Nieuweweg: lokaal hoogteverschil. Potentiële oplossing: middengedeelte verlagen om oppervlakkige afstroming richting Graauwse poort mogelijk te maken (knelpunt daarbij is bestaande bebouwing). Mogelijkheid voor ondergrondse afvoer richting de Bierkaai (regenwaterriolering). Knelpunt Kloostergang/Minnebroederstraat. Potentiële oplossing: een doorsteek naar de Veste via de bestaande (buiten werking gestelde) overstortleiding. Knelpunt Gentsepoort. Knelpunt Steenpit en omgeving (veel verharding). Potentiële oplossing: parkeervakken verlagen voor afvoer water naar groenstrook en waar mogelijk minder verharding.
Grote Kreek
•
Kleine lokale obstakels (verkeersdrempels en banden) die afvoer bemoeilijken. Veel mogelijkheden doordat er voldoende oppervlaktewater aanwezig is.
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
-17-
R031.P161/R003/RHOU 13 november 2020
3.1.5
Componistenbuurt
• • •
3.1.6
Knelpunt bij Handelsstraat/Leharstraat. Potentiële oplossing: verkeersdrempel verlagen. Knelpunt op de hoek Rossinnistraat/Handelstraat. Potentiële oplossing: eveneens verkeersdrempel verlagen in de Rossinnistraat. De muren rond de parking bij de Lidl (schubertpad, achterzijde Bachlaan) houden het water goed tegen (stroomt niet de wijk in), bestaande laagtes bij Lidl opvullen wanneer de Lidl verdwijnt.
Absdaalseweg, industriegebied en supermarktterrein
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
-18-
R031.P161/R003/RHOU 13 november 2020
•
• • •
• • • • •
3.2
Aandachtspunt: duidelijkheid verkrijgen over de toekomstige inrichting van het voormalige Karweiterrein aan de Absdaalseweg. Achter dit pand mogelijk een doorsteek maken naar de bestaande vijver voor de afvoer van overtollig water. Deze vijver is essentieel om de ontwatering van de omgeving te waarborgen en voor waterberging. Optie: verlagen van de Absdaalseweg in relatie tot de mogelijkheid voor oppervlakkige afstroming van water vanaf particuliere percelen (deze liggen nu op sommige plaatsen lager). Een andere optie voor dezelfde locatie is de aanleg van gescheiden riolering. Optie: combinatie zoeken met het bestaande lozingspunt van de regenwaterriolering bij het Havenfort. Aandachtspunt: lage ligging bebouwing en maaiveld in hoek Hogeweg / Aziëweg. In huidige situatie al voorzieningen getroffen tegen binnenstromen water. Eveneens punt van aandacht voor vervolg Aziëweg. Verder op de Aziëweg is er een optie om een regenwaterriool aan te leggen richting de zuidelijk gelegen waterloop om het systeem verder te ontlasten. Kans: aan het einde van de Australiëweg mogelijkheden voor oppervlakkige afstroming van overtollige neerslag naar oppervlaktewater. Potentiële mogelijkheden zijn het verlagen van het maaiveld en het wegnemen van obstakels. Kans: doorsteek / oppervlakkige afvoer vanaf de Afrikaweg (parkeerterrein) naar waterloop langs Oceanië.
Kans: verlagen aansluiting Afrikaweg op Australiëweg en vanaf Australiëweg afvoer richting oppervlaktewater. Kans: einde van Evenaar (zuidwestzijde) oppervlakkig afstromen richting boomgaard. Kans: Meridiaan, afstroming verharding bedrijf Jan Snel naar driehoekige vijvers langs de Tolweg (voor zover dit al niet zo is ingericht).
Oppervlaktewater: analyse waterschap Vanuit haar hoedanigheid als waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder heeft waterschap Scheldestromen een analyse gemaakt van het oppervlaktewatersysteem. Daarin zijn kansen, knelpunten en aandachtspunten benoemd die kunnen worden meegenomen in het formuleren van potentiële maatregelen. De analyse is gebaseerd op verschillende onderzoeken, zoals het Stedelijk Waterplan Zeeuws-Vlaanderen (2005) en de PWO-onderzoeken Paal en Campen. Daarnaast is lokale kennis van de waterbeheerder gebruikt. De resultaten van de analyse zijn weergegeven op de navolgende kaart (zie volgende pagina). Daarbij is onderscheid gemaakt in relevante gebiedskenmerken (groen), potentiële knelpunten en/of aandachtspunten (rood) en in kansen (blauw).
3.2.1
Kenmerken Kenmerken van het hoofdwatersysteem: 1. het primaire systeem is op orde en gebaggerd afgelopen 5 jaar; 2. de hoofdwatergang west-oost is een waterlichaam;
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
-19-
R031.P161/R003/RHOU 13 november 2020
3. 4.
in het kader van de PWO Campen wordt de capaciteit van de hoofdafwatering vergroot; in het kader van de PWO Paal zijn geen grote maatregelen nodig.
Kenmerken van het lokale watersysteem (secundair, tertiair en overig): 5. er is weinig oppervlaktewater in stedelijk gebied, maar er zijn geen grote knelpunten vanwege de zandige bodem; 6. de duiker onder de Van der Maelstedeweg is in 2019 verruimd, deze vormt de hoofdafvoer voor Hulst-zuid; 7. de lage gedeelten hebben als zodanig die functie (opvang water op lagere delen); als zodanig ook bestemmen; 8. het peil van de hoofdafwatering richting noordoost stijgt relatief snel; invloed van de stuw De Knol; Figuur 3.1: analyse oppervlaktewater (bron: waterschap Scheldestromen, 2019)
Kenmerk Knelpunt Kans
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
-20-
R031.P161/R003/RHOU 13 november 2020
3.2.2
Knelpunten en aandachtspunten De onderstaande knelpunten en aandachtspunten zijn onderscheiden: 1. droogte: de vestingwateren kennen potentieel een waterkwaliteitsknelpunt en kans op blauwalg; verder zijn er geen bekende knelpunten bij droogte; 2. de westkant van de vestinggracht kent in de zomerperiode een risico op blauwalg, er is een extra risico als het water wordt doorgespoeld naar de Bierkaai; 3. de krappe duikers onder de Parallelweg/Rondweg West zijn een punt van aandacht; 4. het afvoertraject vanuit Sint Jansteen in noordwaartse richting is wat ‘kruip-door-sluipdoor’; de afvoer is nu nog op capaciteit, maar kan in de toekomst (als gevolg van klimaatontwikkelingen en afkoppelen) mogelijk te krap blijken; 5. de afvoer vanuit het gebied Janseniuslaan is (na afkoppelen) te krap (afvoercapaciteit) en moet verruimd en/of verbeterd worden;
3.2.3
Kansen en aanbevelingen Vanuit de analyse zijn de onderstaande kansen en aanbevelingen naar voren gekomen: 1. het zoete water in de vestinggrachten is zoet en overwegend schoon, deze kwaliteit behouden; 2. het water aan de westrand van de Hogeweg (rondom bedrijf Jan Snel) moet een omweg maken naar het primaire watersysteem; dit water op capaciteit houden of de regenwaterafvoer rechtstreeks naar het primaire watersysteem afvoeren; 3. kans: drijvende helofytenfilters in de Bierkaai; 4. afvoer vanuit het Morres-gebied (noordelijk en/of westelijk) waarborgen en verbeteren bij afkoppelen; 5. Grote Kreek II: een goed peilbeheer regelen en de aanvoer van schoon water naar het zuiden (waterwingebied) behouden; 6. het peilbeheer Grote Kreek I goed afspreken; 7. het afkoppelen van het oostelijk deel van de wijk Moerschans naar het zuidoosten doen; 8. de afvoer van het oppervlaktewatersysteem naar het noorden toe is nu van voldoende capaciteit, maar kan in de toekomst (als gevolg van klimaatontwikkelingen en afkoppelen) mogelijk te krap blijken.
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
-21-
R031.P161/R003/RHOU 13 november 2020
3.3
Riolering
3.3.1
Rioleringsberekeningen Voor de riolering zijn aparte rioleringsberekeningen gemaakt. Hiervoor is het aanwezig verhard oppervlak actueel in kaart gebracht en vervolgens is een rioleringsmodel gebouwd aan de hand van de gegevens uit het rioolbeheerbestand. De riolering is met maatgevende neerslagsituaties doorgerekend om inzicht te verkrijgen in de afvoercapaciteit van het stelsel en eventuele knelpunten. Als maatgevende neerslagsituaties zijn voor de rioleringsberekeningen de zogenaamde bui 08 en bui 09 gehanteerd. Dit zijn standaard neerslagsituaties conform de Kennisbank Riolering met respectievelijk een omvang van circa 20 mm en 30 mm neerslag in één uur. Er zijn aparte berekeningen gemaakt van zowel de gemengde riolering als de regenwaterriolering. De minimale eis voor het gemengde rioolstelsel in bestaande situaties is dat het voldoet aan bui 08. De neerslagsituatie bui 09 is voor het bepalen van eventuele knelpunten en voor de robuustheid van het rioolstelsel. In de onderstaande figuren zijn de rekenresultaten weergegeven. Figuur 3.2a: resultaten gemengde riolering bij bui 08
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
-22-
R031.P161/R003/RHOU 13 november 2020
Ook voor de neerslagsituatie bui 09 is een berekening gemaakt. Hierbij is zichtbaar dat op meerdere plaatsten theoretisch water op straat optreedt en dat dit op bekende locaties (bui 08) versterkt optreedt. Figuur 3.2b: resultaten gemengde riolering bij bui 09
Een zelfde soort berekening is ook uitgevoerd voor de regenwaterstelsels. Hierbij is eveneens een berekening met bui 08 en bui 09 uitgevoerd. De resultaten daarvan zijn in de navolgende figuren opgenomen.
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
-23-
R031.P161/R003/RHOU 13 november 2020
Figuur 3.3a: resultaten regenwaterriolering bij bui 08
Figuur 3.3b: resultaten regenwaterriolering bij bui 09
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
-24-
R031.P161/R003/RHOU 13 november 2020
3.3.2
Vervangingsplanning riolering Naast de rioleringsberekeningen worden er ook inspecties uitgevoerd van de kwaliteit van de riolering. De resultaten van deze inspecties, gecombineerd met de uitkomsten van de rioleringsberekeningen zijn input geweest voor het opstellen van een vervangingsplanning. In de onderstaande figuur is deze vervangingsplanning op hoofdlijnen weergegeven. Als er werkzaamheden in de ondergrond worden uitgevoerd (riolering), is dat een goede aanleiding zijn om ook voor de bovengrond verbetermaatregelen uit te voeren. Figuur 3.4: vervangingsplanning riolering
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
-25-
R031.P161/R003/RHOU 13 november 2020
4
Maatregelen Vanuit de inventarisatiegegevens en de analyse van mogelijke kansen en knelpunten is een overzicht gemaakt van mogelijke maatregelen.
4.1
Opbouw maatregelenoverzicht Alle maatregelen zijn uiteindelijk in een totaaloverzicht samengevat. Hierbij is onderscheid gemaakt naar de geografische gebieden, zoals Dullaert, Moerschans, Binnenstad, etc. Van de maatregelen zijn de onderstaande gegevens vastgelegd. • • • •
Nummering: gebaseerd op gebied en opvolgend nummer (bijvoorbeeld DU1) Relatie met scenario: per maatregel is aangegeven aan welk scenario dit is gekoppeld vanuit klimaatontwikkelingen: kort, hevig nat; langdurig nat of langdurig droog. Aanleiding / bron: de maatregelen zijn gebaseerd op bronnen vanuit de inventarisatie en analyse (bijvoorbeeld het programma Tygron). Kosten: van iedere maatregel is een kostenindicatie opgenomen. Hierbij is gebruik gemaakt van categorieën, te weten: o € 0,- tot € 10.000,o € 10.000,- tot € 50.000,-
•
• • •
o € 50.000,- tot € 100.000,o > € 100.000,-
Het doel hiervan is om een indicatie te geven of de betreffende maatregel relatief goedkoop is (en daarmee makkelijker in te plannen of mee te nemen met andere werkzaamheden) of juist duur. Vervangingsplanning: van diverse maatregelen zijn al gedetailleerde kosten bekend, omdat zij onderdeel zijn van de 10-jarige (vastgestelde) vervangingsplanning. Deze kosten zijn dan opgenomen, waarbij onderscheid is gemaakt in kosten voor riolering en kosten voor verharding. Planning: vanuit de vervangingsplanning zijn voor diverse maatregelen al geplande jaren van uitvoering bekend. Deze zijn opgenomen in een totaalplanning. Van andere maatregelen is nog geen jaartal bekend (nader te bepalen). Relatie: diverse maatregelen zijn onderling aan elkaar gerelateerd of kunnen als cluster worden uitgevoerd. Waar dit het geval is, is de relatie aangegeven door de andere betreffende maatregelen te benoemen. Beschrijving: per maatregel is een korte beschrijving van de inhoud en het doel van de maatregel opgenomen.
Tot slot zijn alle maatregelen van een kleur voorzien. Deze kleur zegt iets over de uitvoering van de maatregel en de planning. De onderstaande kleuren worden onderscheiden. Problemen nu en gemaakte afspraken Goedkope maatregel gekoppeld aan groot onderhoud Koppelen aan civiele projecten (rioolvervangingen) In de tijd noodzakelijk worden maatregelen
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
-26-
Meeliften met ontwikkeling Nader onderzoek Niet uitvoeren
R031.P161/R003/RHOU 13 november 2020
4.2
Weergave maatregelen Alle maatregelen zijn weergegeven in een totaaltabel. Daarin zijn de gegevens opgenomen, zoals die zijn beschreven in de voorgaande paragraaf, inclusief kleurcodering. Daarnaast zijn alle maatregelen op kaart weergegeven. Ook hierbij is wederom van de kleurcodering en de nummering gebruik gemaakt. Er zijn overzichtskaarten per geografisch gebied. Dit betreft de gebieden: • Dullaert • Hulst Centrum • Moerschans • Hulst-Zuid Naast de overzichtskaarten per gebied zijn er van diverse maatregelen of maatregelclusters detailkaarten gemaakt. Hierin is gedetailleerdere informatie van de betreffende maatregel opgenomen. Tot slot is van alle maatregelen een planning opgesteld. De planning is weergegeven op volgorde van de maatregelen (nummering leidend) en op volgorde van jaar van uitvoering (uitvoeringsjaar leidend). Deze planningen zijn op groot formaat bij de rapportage gevoegd. Op de navolgende pagina is een voorbeeld gegeven van de planning op volgorde van jaar van uitvoering.
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
-27-
R031.P161/R003/RHOU 13 november 2020
Figuur 4.1: voorbeeld planning
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
-28-
R031.P161/R003/RHOU 13 november 2020
BIJLAGEN
MAATREGELENOVERZICHT, PLANNING, TEKENINGEN
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
-29-
R031.P161/R003/RHOU 13 november 2020
toekomstbestendige waterhuishouding Hulst uitwerking
-30-
R031.P161/R003/RHOU 13 november 2020