230082N07, ambitie en speerpunten verbreed GRP Hulst
Tekst van het document
NOTITIE Aan Van Datum Kenmerk
: : : :
Hans Raanhuis – gemeente Hulst Ruben Houmes – NU-adviesbureau 23 april 2021 R031.P204/N07/RHOU
Betreft
:
Ambitie en speerpunten verbreed GRP Hulst 2022-2026
De gemeente Hulst is gestart met het actualiseren van het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) voor de nieuwe planperiode van 2022-2026. In deze notitie wordt op hoofdlijnen een toelichting gegeven op de visie en ambitie van het verbreed GRP Hulst en op speerpunten uit de strategie van de komende jaren. Algemeen Het verbreed GRP is een wettelijk verplichte planfiguur (wet Milieubeheer) waarover iedere gemeente in Nederland dient te beschikken. De planperiode van huidige verbreed GRP loopt af (2016-2021) en daarnaast zijn er in de afgelopen jaren diverse ontwikkelingen geweest die het noodzakelijk maken het verbreed GRP te actualiseren. In de komende jaren wordt de nieuwe Omgevingswet van kracht. Daarmee vervalt de verplichting uit de Wet milieubeheer om een verbreed GRP op te stellen. Er blijft echter wel behoefte om beleid, strategie en kosten en kostendekking vast te leggen. In de periode tot aan het van kracht worden van de Omgevingswet wordt daarom wel een geactualiseerd verbreed GRP Hulst opgesteld voor de planperiode 2022-2026. Tegelijkertijd wordt er stapsgewijs overgeschakeld naar de scheiding tussen beleid in de omgevingsvisie en strategie en kosten in een omgevingsprogramma (rioleringsplan).
In het verbreed GRP geeft de gemeente Hulst aan vanuit welke strategie zij de komende planperiode invulling geeft aan haar wettelijke zorgplichten voor de inzameling van afvalwater, het omgaan met hemelwater en het omgaan met grondwater. Het gemeentelijk beleid op dit gebied staat onder invloed van diverse (externe) factoren. De belangrijkste daarvan zijn de klimaatontwikkelingen die een grote invloed hebben op de omvang en de wijze van afvoeren van overtollig hemelwater. Daarnaast dient er rekening te worden gehouden met de aanwezige personele middelen en de beschikbare financiën en hoe zich dit verhoudt tot de totale lastendruk voor de inwoners van de gemeente Hulst. Tot slot neemt de gemeente Hulst deel aan de Samenwerking Afvalwaterketen Zeeland (SAZ+) waarin door samenwerking en onderlinge uitwisseling van kennis gestreefd wordt naar reductie van kosten, een toename van kwaliteit en vermindering van de kwetsbaarheid binnen de rioleringszorg. In de voorliggende notitie worden de onderstaande speerpunten uit het verbreed GRP Hulst nader toegelicht. • Klimaatontwikkelingen • Vervangingsopgave • Omgevingswet • Gegevensbeheer • Samenwerking • Personele middelen • Rioolheffing
23 april 2021
kenmerk R031.P204/N07/RHOU 1/15
Visie en ambitie De visie van het verbreed GRP Hulst verwoordt de stip op de horizon. De manier waarop deze stip wordt bereikt, wordt in het verbreed GRP aangeduid met de term ‘ambitieniveau’. In deze notitie wordt een toelichting gegeven op de visie en op het ambitieniveau dat in het verbreed GRP gekozen kan worden. De visie voor het verbreed GRP Hulst luidt als volgt. Het hebben en houden van een duurzaam, veilig, gezond, robuust en toekomstbestendig (grond)water- en rioleringssysteem in het bebouwde gebied en het buitengebied van de gemeente Hulst.
Vanuit deze visie kunnen de wettelijke zorgplichten van de gemeente op verschillende ambitieniveaus worden uitgevoerd. In het verbreed GRP wordt onderscheid gemaakt in drie niveaus: • ‘reactief’ (ingrijpen indien nodig); • ‘anticiperend’ (planmatig te werk gaan); • ‘toekomstgericht’ (duurzaam inspelen op nieuwe ontwikkelingen). Het ambitieniveau bepaalt het tempo en de middelen waarmee de lange termijn visie wordt vormgegeven en beïnvloedt hiermee voor een deel het kostenniveau en daarmee bijvoorbeeld ook indirect de hoogte van de rioolheffing. Voor alle drie de ambitieniveaus geldt dat deze zo doelmatig mogelijk worden ingevuld. Het gaat erom niet alleen de dingen goed te doen, maar ook de goede dingen te doen. Dit alles binnen een realistische (uitvoerings)planning
r
a
t
Reactief Het ambitieniveau ‘reactief’ kenmerkt zich door een afwachtende, behoudende houding. Er wordt niet of nauwelijks planmatig te werk gegaan en pas ingegrepen bij regelmatig terugkerende calamiteiten. Overlast vindt af en toe plaats, maar wordt geaccepteerd. De wettelijke en bestuurlijke verplichtingen worden minimaal ingevuld. Anticiperend In het ambitieniveau ‘anticiperend’ wordt meer planmatig te werk gegaan, waarbij de strategie is gericht op een goede uitvoering van de wettelijke taken en het beperken van risico’s. Overlast wordt zoveel mogelijk voorkomen en de veiligheid wordt gewaarborgd. Daarbij worden de beschikbare middelen en de bestaande ervaring zo efficiënt mogelijk ingezet. De blik is hierbij gericht op de middellange termijn (periode van 5 à 10 jaar), rekening houdend met ontwikkelingen die binnen die termijn op de gemeente afkomen. Toekomstgericht In het ambitieniveau ‘toekomstgericht’ wordt meer vooruitstrevend te werk gegaan. De strategie is gericht op een lange termijn visie waarin de zorgplichten op een meer duurzame wijze kunnen worden ingevuld. Innovatie en investeringen gaan hand in hand, waarbij via pilots (bijvoorbeeld in SAZ+ verband) ervaring wordt opgedaan, voordat wordt overgegaan tot een eventuele algemene toepassing daarvan. Overlast wordt zoveel mogelijk voorkomen en de veiligheid wordt gewaarborgd.
Monitoring van het functioneren van de systemen is een belangrijke informatiebron om hier invulling aan te geven.
23 april 2021
kenmerk R031.P204/N07/RHOU 2/15
Keuze ambitie In de bijgevoegde tabel (figuur 1) zijn de gemeentelijke zorgplichten en de bedrijfsvoering ingevuld voor de drie beschreven ambitieniveaus. De tabel vormt een ambitiematrix op basis waarvan een keuze kan worden gemaakt voor een na te streven ambitieniveau om invulling te geven aan de visie. Dit wordt vervolgens nader uitgewerkt in de strategie van het verbreed GRP Hulst. Het uit te werken ambitieniveau kan desgewenst gedifferentieerd worden over de verschillende zorgplichten om zo te komen tot een optimale mix van activiteiten. Belangrijk om op te merken hierbij is dat het gaat om een ambitiematrix. Dat wil zeggen, een ambitie die de gemeente heeft voor het realiseren van haar visie en waar zij, in een realistisch tempo met zorgvuldig gebruik van de haar ter beschikking staande middelen, naar toe werkt. Dat betekent ook dat deze visie voor diverse onderdelen niet per direct vigerend beleid is. De visie en bijbehorende ambitie geven uitdrukking aan het voornemen van de gemeente om specifiek ergens naar toe te groeien, het beleid beschrijft de vigerende uitgangspunten die de gemeente thans hanteert in haar planvorming, beheer en onderhoud en andere activiteiten. Het beleid is vastgelegd in de strategie van het verbreed GRP Hulst. De speerpunten daarvan worden verder in deze notitie toegelicht.
In de tabel (figuur 1) is een voorstel gedaan voor het invullen van de ambitiematrix. In de bijlage van deze notitie is de ambitie vervolgens geconcretiseerd in doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden. Met dit toetsingskader worden zo concreet mogelijk de kaders van de gemeentelijke zorgplichten vastgelegd.
23 april 2021
kenmerk R031.P204/N07/RHOU 3/15
Figuur 1: ambitiematrix ingevuld (voorstel voorkeursscenario)
23 april 2021
kenmerk R031.P204/N07/RHOU 4/15
Speerpunten Aan het begin van deze notitie is een overzicht gegeven van de speerpunten voor de komende planperiode. Deze speerpunten zijn de belangrijkste aspecten uit de strategie waarmee invulling wordt gegeven aan de visie en ambitie die hiervoor is beschreven. Klimaatontwikkelingen Een belangrijk aandachtspunt en daarmee ook speerpunt voor de komende planperiode is het omgaan met en het inspelen op de verandering van het klimaat. In het algemeen wordt klimaatverandering gekarakteriseerd door een verhoging van de temperatuur en een toename van de hoeveelheid neerslag en de intensiteit van de neerslag. Er moet rekening worden gehouden met hevigere regenbuien, periodes van langdurige droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Klimaatadaptatie is het inspelen op de gevolgen van de verwachte klimaatontwikkelingen. Klimaatadaptief handelen overstijgt maatregelen aan alleen het rioleringssysteem, maar vereist dat er ook gekeken wordt naar het niveau van de inrichting van de openbare ruimte (zogenaamde bovengrondse maatregelen). De afwegingen rondom het treffen van dergelijke maatregelen worden in samenspraak met andere disciplines gemaakt (bijvoorbeeld ruimtelijke ordening, wegen en groen) en externe organisaties zoals het waterschap. Regionaal is de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland opgesteld.
Onder deze strategische paraplu wordt samen met de gemeente Terneuzen en Sluis een lokale strategie opgesteld. Daarnaast wordt ook de burger (particulier) gemotiveerd om bij te dragen. De gemeente Hulst maakt klimaatadaptatie praktisch door voor al haar kernen een onderzoek naar de Stedelijk Wateropgave uit te voeren (SWO-onderzoek). Hiervoor maakt zij gebruik van de zogenaamde redeneertrant, een manier van werken waarbij gezocht wordt naar integrale oplossingen voor watervraagstukken in bebouwd gebied. Ontwikkelingen en keuzes bij het verder vormgeven aan zowel de lokale als de regionale klimaatadaptatiestrategie kunnen leiden tot aanpassingen aan deze werkwijze. De komende planperiode zal voor de overige kernen van de gemeente een SWO-onderzoek worden uitgevoerd, waarbij direct ook het rioleringssysteem wordt doorgerekend. De SWO-onderzoeken resulteren in een concreet maatregelenpakket dat successievelijk wordt opgenomen in de jaarlijkse operationele plannen. De komende periode zal in de onderzoeken ook specifiek aandacht worden gegeven aan de effecten van langdurige droogte. Omgevingswet De nieuwe Omgevingswet bundelt en vereenvoudigt de regels voor ruimtelijke projecten. Naar verwachting treedt de Omgevingswet per 1 januari 2022 in werking. Ook de gemeentelijke zorgplichten met betrekking tot afvalwater, hemelwater en grondwater worden daardoor beïnvloedt.
Het is de bedoeling dat het omgevingsrecht inzichtelijker, voorspelbaarder en gemakkelijker in gebruik wordt. Daarbij staat de leefomgeving centraal. Het geheel wordt ondersteund door een actieve en flexibele overheid en een snellere en betere besluitvorming. De Omgevingswet bestaat uit 6 instrumenten. Een van de instrumenten is het (omgevings)Programma. Het Programma maakt de doelen van de omgevingsvisie concreet. Hier sluit het huidige
23 april 2021
kenmerk R031.P204/N07/RHOU 5/15
verbreed GRP bij aan. In de loop van de planperiode moet inzichtelijk worden welke aspecten vanuit het verbreed GRP Hulst een plek krijgen in de omgevingsvisie en welke aspecten in een omgevingsprogramma. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het belangrijk om de rolverdeling tussen de gemeente en de inwoners rondom de zorgplichten te borgen. Waar nodig kan dit gebeuren middels het opstellen van een rioolaansluitverordening of een omgevingsplan. De bestaande wet- en regelgeving wordt vooralsnog voorlopig geborgd in de zogenaamde ‘bruidsschat’. Het borgen van de rolverdeling geldt ook voor de onderlinge afspraken tussen gemeente en waterschap, onder andere op het gebied van overstorten en lozingen in het buitengebied. Ook is het van belang de bekostiging van de rioleringszorg (rioolheffing) transparant te houden. Samenwerking De gemeente Hulst maakt actief deel uit de Samenwerking Afvalwaterketen Zeeland (SAZ+). Het doel van de SAZ+ is kwaliteitsverbetering , het beperken van de kwetsbaarheid van de betrokken organisaties en kostenbesparing. Naast haar betrokkenheid bij de SAZ+ is de gemeente Hulst ook betrokken in regionale samenwerking met de andere Zeeuws-Vlaamse gemeenten en provinciaal bij bijvoorbeeld het opstellen van de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland, de Zuidwestelijke Delta (klimaatadaptatie) en afstemming met de nutsbedrijven (AZON).
Ook de lokale samenwerking met het waterschap en de andere Zeeuws-Vlaamse gemeenten is goed. De gemeente Hulst heeft zich bewust gecommitteerd aan de verschillende samenwerkingsverbanden. De riolering en het watersysteem zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In verband met de afstemming tussen beide systemen wordt intensief samengewerkt met waterschap Scheldestromen. In het kader van Beheer en Onderhoud Bebouwd gebied (BOB) wordt samengewerkt aan het wegwerken van het achterstallig baggeronderhoud en worden afspraken gemaakt over de verdeling van de onderhoudswerkzaamheden. Samenwerking heeft meerwaarde, doordat er gezamenlijk naar actuele situaties wordt gekeken, beleid wordt opgesteld en antwoorden voor concrete problemen van alle betrokkenen worden geformuleerd. Samenwerking kost echter ook tijd. Deze tijd moet gevonden worden binnen de bestaande personele bezetting en binnen de bestaande planning en werkzaamheden. Dat leidt in sommige gevallen tot extra druk op de gemeentelijke organisatie. In het kader daarvan wordt binnen dit verbreed GRP samenwerking nadrukkelijk als apart onderdeel meegenomen bij het inzichtelijk maken van de personele middelen voor de gemeentelijke watertaken. Rioolheffing Voor het uitvoeren van de gemeentelijke watertaken worden kosten gemaakt. Tegenover deze kosten staan ook baten.
De baten worden primair gevonden in de rioolheffing die door inwoners en bedrijven wordt betaald voor het gebruik van de gemeentelijke voorzieningen. In de huidige situatie is de heffingsgrondslag voor de rioolheffing het drinkwaterverbruik. De rioolheffing kent verschillende klassen die gekoppeld zijn aan dit drinkwaterverbruik. Afhankelijk van het verbruik wordt een aansluiting vervolgens aangeslagen.
23 april 2021
kenmerk R031.P204/N07/RHOU 6/15
De bestaande keuze voor drinkwaterverbruik als grondslag voor de rioolheffing staat echter ter discussie. Het aandeel drinkwater is slechts beperkt van invloed op de afvoercapaciteit van de riolering. Dit wordt veel meer bepaald door de afvoer van neerslag. Met de klimaatveranderingen en de daarmee gepaard veranderingen, ook in de aard van de rioleringsmaatregelen (bijvoorbeeld bovengrondse afvoer), is het wenselijk te bezien of een andere grondslag toepasselijker is voor de rioolheffing. Het uitgangspunt blijft dat de gebruiker en/of de eigenaar wordt aangeslagen voor rioolheffing. De grondslag daarvoor wordt in het kader van het actualiseren van dit verbreed GRP nader onderzocht. Vervangingsopgave In het vigerende verbreed GRP is geconstateerd dat de gemeente Hulst kampt met een aanzienlijke vervangingsachterstand. In de afgelopen planperiode is hard gewerkt aan het terugbrengen van deze achterstand. De geplande projecten zijn grotendeels uitgevoerd. Hier en daar zijn projecten door omstandigheden wel wat verschoven in de tijd, bijvoorbeeld door prioritering in samenloop met bovengrondse infrastructuur. Door de band genomen echter hebben zich nauwelijks calamiteiten voorgedaan en is er een goede stap voorwaarts gemaakt. In de komende planperiode zal op deze voet verder moeten worden gegaan om de achterstand verder terug te dringen.
De grootste pieken zijn in de afgelopen planperiode afgevlakt en de opgave is evenwichtiger geworden, maar er ligt nog steeds een aanzienlijk opgave. Dit heeft impact op zowel het functioneren van het rioleringssysteem, maar legt ook druk op de financiële en personele middelen van de gemeentelijke organisatie. De concrete vervangingsplanning voor de komende planperiode haakt zoveel mogelijk aan bij het wegwerken van achterstallige vervangingen, het combineren van werkzaamheden met andere disciplines (wegen en groen) en invulling geven aan de resultaten van de eerder genoemde SWOonderzoeken. Gegevensbeheer Inzicht in het te beheren areaal is een belangrijke voorwaarde voor het planmatig beheer van een rioolstelsel. Hiervoor heeft de gemeente de beschikking over een rioolbeheersysteem (vrij verval riolering) en een gemalenbeheer- en onderhoudssysteem. Daarnaast worden praktijkgegevens van het functioneren van de riolering verzameld (monitoring). Met behulp van de beheergegevens en de monitoringsgegevens is te bepalen wanneer maatregelen uitgevoerd dienen te worden of worden analyses gemaakt om knelpunten of storingen te voorkomen. Aan de hand van de mogelijke rioleringsmaatregelen vindt afstemming plaats met andere werkzaamheden binnen de openbare ruimte, zowel intern als extern, om te komen tot een integraal maatregelenplan voor de openbare ruimte.
Het beheerpakket wordt doorlopend actueel gehouden door revisiegegevens van uitgevoerde rioleringswerken tijdig in het beheerpakket te verwerken, maar ook de inspectiegegevens van de riolering worden in het beheerpakket verwerkt. Een groot deel van deze werkzaamheden wordt uitbesteed. Het beheerpakket neemt een belangrijke en centrale plaats in binnen alle beheeractiviteiten. Voor de komende planperiode vraagt het gegevensbeheer meer aandacht. In de huidige situatie is het
23 april 2021
kenmerk R031.P204/N07/RHOU 7/15
beheerpakket niet compleet gevuld. Door de landelijke wijziging in de opzet van de data van inspectiebestanden in de afgelopen planperiode zijn verschillende bestanden niet meer in te lezen. In de komende planperiode is extra aandacht nodig voor het completer maken van de data en voor het verwerken van de aangepaste data en gegevens vanuit de riolerings-modellen. Personele middelen Voor de uitvoering van de gemeentelijke watertaken zijn personele middelen nodig. De omvang van de personele middelen is afhankelijk van verschillende factoren, zoals het inwoneraantal, het aantal aanwezige rioolobjecten en het ambitieniveau van de gemeente. Daarnaast is de verhouding tussen het uitbesteden van werkzaamheden en het zelf uitvoeren daarvan relevant. De gemeente Hulst kiest ervoor om een aantal werkzaamheden op het gebied van onderzoek en planvorming uit te besteden. Onderhoudswerkzaamheden worden voor een groot deel in eigen beheer uitgevoerd. De omvang van de noodzakelijke personele middelen voor het uitvoeren van de gemeenten watertaken kan worden gebaseerd op handreikingen uit de Kennisbank Riolering. Deze handreiking is opgesteld door de landelijke koepelorganisatie stichting Rioned. In de Kennisbank Riolering zijn kentallen beschikbaar voor de verschillende noodzakelijke werkzaamheden.
De uitwerking van de noodzakelijke formatie geeft als resultaat dat er voor de komende planperiode circa 7 fte noodzakelijk is voor alle gemeentelijke watertaken, inclusief het onderdeel samenwerking en klimaatadaptatie. De totaal benodigde personele inzet blijkt hoger te zijn dan de huidige beschikbare personele middelen van circa 5,5 fte. Met name op het gebied van planvorming en onderzoek is er te weinig menskracht beschikbaar, maar vanuit het oogpunt van het invullen van de vervangingsopgave dient er ook aandacht te zijn voor voldoende capaciteit van projectleiders (voorbereiding en toezicht projecten). In de afgelopen planperiode is door inhuur van personeel extra menskracht beschikbaar geweest voor de uitvoering van de gemeentelijke watertaken (bijvoorbeeld databeheer). Er dient echter bewust aandacht te zijn voor voldoende capaciteit en kennis binnen de eigen gemeentelijke organisatie, ook met het oog op ontwikkelingen in het personeelsbestand. Naast de lokale ontwikkelingen is het van belang om in dit oogpunt ook een landelijk zichtbare trend te signaleren die laat zien dat personele kwetsbaarheid een steeds belangrijker aandachtspunt wordt binnen de gemeentelijke watertaken.
Door klimatologische en maatschappelijke ontwikkelingen, technische innovaties en benodigde kostenbesparingen neemt de complexiteit van het werk toe, evenals de druk op de personele middelen van de gemeentelijke organisaties. Binnen de SAZ+ wordt hier aandacht aan besteed.
23 april 2021
kenmerk R031.P204/N07/RHOU 8/15
BIJLAGE: TOETSINGSKADER In de Kennisbank Riolering is een aparte module opgenomen met daarin een toetsingskader voor de inhoud van een verbreed GRP. Dit sluit als een nadere uitwerking aan op de eerder geformuleerde visie en ambitie van de gemeente. Het toetsingskader is opgebouwd uit vier componenten: doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden. De doelen zijn een algemene vertaling van wat de gemeente Hulst wil bereiken, aansluitend op de visie. Vanuit deze doelen zijn eisen afgeleid die aan het functioneren van de riolering als systeem of aan de toestand van de objecten (riolen, putten, randvoorzieningen) worden gesteld, de zogenaamde functionele eisen. Om te kunnen bepalen in hoeverre aan de functionele eisen wordt voldaan, zijn vervolgens maatstaven en meetmethoden geformuleerd. In het algemeen zijn er drie hoofddoelen die ten grondslag liggen aan de gemeentelijke zorg voor de inzameling en het transport van afvalwater. Dit betreft: • duurzame bescherming van de volksgezondheid; • handhaving van een goede leefomgeving; • duurzame bescherming van natuur en milieu. Deze algemene beweegredenen voor de rioleringszorg worden in het kader van het verbreed GRP Hulst als uitwerking van de eerder beschreven visie en ambitie vertaald naar de onderstaande doelen.
Deze doelen maken deel uit van het toetsingskader en zijn sinds het voorgaande verbreed GRP Hulst nagenoeg ongewijzigd gebleven. Doel 1:
Doelmatige inzameling van het binnen het gemeentelijk gebied geproduceerde stedelijk afvalwater.
Doel 2:
Doelmatige inzameling van het hemelwater en overtollige grondwater dat niet mag of kan worden gebruikt voor de lokale waterhuishouding.
Doel 3:
Transport van het ingezamelde afvalwater, hemelwater en grondwater naar een geschikt lozingspunt.
Doel 4:
Voorkomen van ongewenste emissies naar oppervlaktewater, bodem en grondwater.
Doel 5:
Zo min mogelijk overlast voor de omgeving veroorzaken.
Doel 6:
Doelmatig beheer en een goed gebruik van de gemeentelijke voorzieningen tegen de laagst maatschappelijke kosten en het beheersen van deze kosten.
De gedetailleerde uitwerking van de doelen en het toetsingskader is hierna opgenomen.
23 april 2021
kenmerk R031.P204/N07/RHOU 9/15
Tabel b1: doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden Doelen Functionele eisen Maatstaven 1 Doelmatige inzameling van het binnen het gemeentelijk gebied geproduceerde stedelijk afvalwater.
2 Doelmatige inzameling van het hemelwater en overtollige grondwater dat niet mag of kan worden gebruikt voor de lokale waterhuishouding.
23 april 2021
Meetmethoden
1a
Alle percelen binnen de bebouwde kom waar stedelijk afvalwater vrijkomt, moeten van een rioolaansluiting zijn voorzien. Voor percelen buiten de bebouwde kom wordt maatwerk toegepast.
Alle percelen zijn voorzien van een rioolaansluiting, tenzij een septic tank (6m3), IBA of een directe lozing is geoorloofd met het oog op kosten en milieu. Per 1 januari 2027 zijn alle percelen voorzien van een voorziening conform de eisen van de Regeling lozing afvalwater huishoudens
Registratie van percelen die nog niet zijn aangesloten op de riolering en geen eigen zuivering hebben en de registratie van uitzonderingen. Regelmatige controle van de geregistreerde percelen op wijzigingen in de situatie.
1b
De objecten moeten in goede staat zijn.
Ingrijpmaatstaven voor waterdichtheid en stabiliteit mogen niet voorkomen.
Inspectie en beoordeling volgens NEN-EN 13508-2. Classificatie voor scheur, breuk of oppervlakteschade moet kleiner dan 4 zijn in combinatie met infiltratie klasse 3 of hoger.
De huisaansluitleidingen moeten bij eerste aanleg in goede staat verkeren.
Registratie klachten over het functioneren van de huisaansluitleidingen.
1c
Er dienen geen ongewenste lozingen (onder andere vet en chemische stoffen) op de riolering plaats te vinden
Overtredingen van de lozingsvoorwaarden conform de Wet milieubeheer moeten worden voorkomen.
Controle, handhaving en registratie door de RUD Zeeland afhankelijk van de milieucategorie.
2a
Alle percelen op het gemeentelijk grondgebied waar hemelwater en/of overtollig grondwater vrijkomt waarvan men zich wenst te ontdoen, moeten de mogelijkheid hebben om aan te sluiten op een (gemeentelijke) inzamelvoorziening voor zover de gemeente dit doelmatig acht.
Alle percelen zijn voorzien van de mogelijkheid om aan te sluiten op een (gemeentelijke) inzamelvoorziening, tenzij men zich niet van hemelwater en/of grondwater wil ontdoen en het voor de lokale waterhuishouding of andere doeleinden wil gebruiken of wanneer directe lozing geoorloofd is.
Registratie van de nog niet aangesloten percelen waar men zich van het hemelwater en/of grondwater wil ontdoen en niet direct mag lozen. Regelmatige controle van de geregistreerde percelen op wijzigingen in de situatie.
Indien er sprake is van een zandige of anderszins goed doorlatende ondergrond is overname door de gemeente niet doelmatig en dient op eigen terrein een infiltratievoorziening te worden gerealiseerd ter grootte van minimaal 30 mm ten opzichte van de aanwezige verharding.
Infiltratieonderzoek van de betreffende locatie. Registratie van de niet aangesloten percelen waar hemelwater en/of grondwater wordt geïnfiltreerd..
2b
De objecten moeten in goede staat zijn.
Ingrijpmaatstaven voor stabiliteit mogen niet voorkomen.
Inspectie en beoordeling volgens NEN-EN 13508-2. Classificatie voor scheur of breuk moet kleiner dan 4 zijn.
2c
De instroming van riolen via kolken dient ongehinderd plaats te vinden.
Plasvorming bij kolken dient beperkt te zijn.
Waarneming (weginspecties) en klachten.
kenmerk R031.P204/N07/RHOU 10/15
2 Doelmatige inzameling van het hemelwater en overtollige grondwater dat niet mag of kan worden gebruikt voor de lokale waterhuishouding.
2d
Er dient zo min mogelijk hemelwater en grondwater via de afvalwaterriolering te worden getransporteerd.
Het hemelwater van relatief schone verharde oppervlakken dient zoveel mogelijk rechtstreeks op het oppervlaktewater of in de bodem te worden geloosd.
Nota Riolering (waterschap Scheldestromen): voorkeur voor afvoer van hemelwater (waterbeheerder).
3 Transport van het ingezamelde water naar een geschikt lozingspunt.
3a
De afvoercapaciteit moet voldoende zijn om bij droog weer het aanbod van afvalwater te kunnen verwerken.
Uitgaande van 12 lit/inw /uur Hydraulische en alle afvalwater van groot(ontwerp)berekeningen. verbruikers (>5 m3 per dag) mag de maximale vullingsgraad van het stelsel niet meer dan 15% bedragen.
3b
De afvoercapaciteit moet voldoende zijn om gedurende neerslag wateroverlast te voorkomen, uitgezonderd bepaalde buitengewone omstandigheden.
Bij gemengde riolering geen Hydraulische berekening. water op straat bij bui 08 uit de module C2100 van de Leidraad Riolering, behalve in verzakte gebieden.
Drainage dient te worden Waarneming en controle van aangesloten op de regenwater- de ontwerptekeningen. riolering van een gescheiden stelsel of rechtstreeks op open water.
Voor nieuwe regenwaterstelsels wordt een toetsing met bui 09 aangehouden. Water op straat mag niet leiden tot wateroverlast: het onderlopen van woningen en gebouwen. Water op straat mag geen blokkade zijn voor doorgaande verkeersroutes.
Waarneming (ook via bijvoorbeeld sociale media) en meldingenregistratie.
Water op straat is acceptabel bij neerslagsituaties met een hogere intensiteit dan de maatgevende neerslagsituatie.
23 april 2021
In geval van water op straat bij hevige neerslag dient overtollig water oppervlakkig te worden verwerkt en afgevoerd zonder dat dit leidt tot wateroverlast.
Controle afvoermogelijkheden openbare ruimte (SWOonderzoeken). Waarneming en meldingenregistratie.
3c
De afvoercapaciteit van het openbaar ontwateringstelsel moet voldoende zijn om structureel nadelige gevolgen voor de bestemming van de percelen als gevolg van de grondwaterstand te voorkomen of beperken.
Geen structureel nadelige gevolgen voor de bestemming van percelen, behalve in gebieden waar geen doelmatige maatregelen ter voorkoming van grondwateroverlast mogelijk zijn.
Waarneming en meldingenregistratie.
3d
Het afvalwater moet zonder overmatige aanrotting de zuiveringsinrichting te bereiken.
De ledigingstijd van het stelsel bedraagt maximaal 10 tot 15 uur. Indien het stelsel een randvoorziening heeft, is dit maximaal 20 uur.
Hydraulische ontwerpberekening.
kenmerk R031.P204/N07/RHOU 11/15
3 Transport van het ingezamelde water naar een geschikt lozingspunt.
4 Voorkomen van ongewenste emissies naar oppervlaktewater, bodem en grondwater
3e
De afstroming van het ingezamelde water moet gewaarborgd te zijn
Ingrijpmaatstaven voor afstroming mogen niet voorkomen.
Inspectie en beoordeling volgens NEN-EN 13508-2. Classificatie voor wortels, afzetting, obstakels en het binnendringen van grond moet kleiner dan 4 zijn. Bij instekende inlaten geen klasse 5.
Alle inslagpeilen van de gemalen moeten waar mogelijk onder de bok van het laagst inkomend riool liggen.
Waarneming en controle van de ontwerptekeningen.
Persleidingen moeten in of zo dicht mogelijk bij de ontvangende gemalen uitkomen om onnodige stank- en H2S vorming te voorkomen.
Waarneming en controle van de ontwerptekeningen.
Alle nieuwe putten zijn voorzien van een stroomprofiel.
Waarneming.
Maximaal 5% verloren berging in het stelsel. In geval van verloren berging niet renoveren maar vervangen.
Bergingsberekening.
3f
De particuliere aansluitingen in De afstroming van de particu- Waarneming en openbaar gebied moeten goed liere (riool)-aansluitingen moet meldingenregistratie. functioneren. gewaarborgd zijn.
4a
De vuiluitworp uit rioolstelsels moet niet te groot zijn.
4b
De vuiluitworp door regenen/of grondwaterlozingen op oppervlaktewater dient beperkt te zijn.
De vuiluitworp uit gemengde rioolstelsels moet voldoen aan de eisen volgens de eenduidige basisinspanning van de CIW.
Tienjarige reeksberekeningen volgens de Kennisbank riolering. Vermenigvuldigen van de overstortvolumes met de vuilconcentratie.
De vuiluitworp mag de doelstelling voor oppervlaktewaterkwaliteit niet in gevaar brengen.
Meting en visuele beoordeling van oppervlaktewaterkwaliteit (ad hoc) en waterkwaliteitsspoorberekening.
De vuiluitworp mag de doelstelling voor oppervlaktewaterkwaliteit niet in gevaar brengen.
Meting en visuele beoordeling van oppervlaktewaterkwaliteit (ad hoc) en waterkwaliteitsspoorberekening.
Geen foutieve aansluitingen Controle van de aansluitingen van afvalwater op regen- en/of en de lozingspunten (ad hoc en grondwatervoorzieningen. in geval van meldingen).
4c
23 april 2021
De vervuilingstoestand van de riolering dient acceptabel te zijn.
Geen aansluitingen van regenen/of grondwater op de drukriolering.
Controle van de aansluitingen op de drukriolering (ad hoc).
Ingrijpmaatstaven voor afstroming mogen niet voorkomen.
Inspectie en beoordeling volgens NEN-EN 13508-2 Classificatie voor wortels, afzetting, obsta-kels en het binnendringen van grond moet kleiner dan 4 zijn.
kenmerk R031.P204/N07/RHOU 12/15
4 Voorkomen van ongewenste emissies naar oppervlaktewater, bodem en grondwater
4c
De reinigingsfrequentie van de vrijvervalriolering bedraagt eenmaal per 8 jaar. De reinigingsfrequentie van de persleidingen en drukriolering bedraagt eenmaal per 20 jaar.
4d
Riolen en andere objecten Ingrijpmaatstaven voor dienen in hoge mate waterwaterdichtheid mogen niet dicht te zijn, zodanig dat de voorkomen. hoeveelheid intredend grondwater (lekwater) en uittredend rioolwater beperkt blijft.
Het lekverlies bij het afpersen van nieuwe drukriolen mag niet te groot zijn.
4e
23 april 2021
De riolering moet in hoge mate Een verhoogde oppervlaktebestand zijn tegen intredend waterstand conform buioppervlaktewater. normering T=100 van de waterbeheerder mag geen overlast in het stedelijk gebied teweegbrengen.
Inspectie en beoordeling volgens NEN-EN 13508. Classificatie voor scheur, verplaatsingen, wortels en inhangen van rubberringen moet kleiner dan 4 zijn in combinatie met infiltratie klasse 3 of hoger. Waterdichtheidsbeproeving voor nieuwe riolen volgens de standaard RAW-bepalingen (drukriolering). Waarneming en controle draaitijden gemalen.
kenmerk R031.P204/N07/RHOU 13/15
5 Zo min mogelijk overlast voor de omgeving veroorzaken
5a
De bedrijfszekerheid van de gemalen en andere objecten dient in voldoende mate gewaarborgd te zijn.
Storingen dienen binnen Registratie van optreden van maximaal 12 uur na signalering storingen. te worden verholpen, afhankelijk van de prioriteit van het gemaal. Het gemiddeld aantal storingen bedraagt maximaal 3 per jaar. Hoofdgemalen, tunnels en randvoorzieningen dienen te zijn voorzien van een continu besturings- en alarmeringssysteem.
Waarneming.
Nieuwe hoofdgemalen dienen te worden uitgevoerd met twee pompen die elkaars reserve zijn.
Waarneming.
Inspectie en beoordeling volgens NEN-EN 13508-2. Classificatie voor scheur, breuk of oppervlakteschade moet kleiner dan 4 zijn.
5b
De stabiliteit van riolen dient gewaarborgd te zijn.
Ingrijpmaatstaven voor stabiliteit mogen niet voorkomen.
5c
De riolering dient zodanig te worden ont- en belucht dat overlast door stank wordt voorkomen.
Geen constatering van overlast Registratie van klachten met door stank. betrekking tot stank.
5d
Overlast tijdens werkzaamheden aan de voorzieningen dient beperkt te zijn.
Het beheer van de voorzieningen moet zo goed mogelijk onderling en met andere gemeentelijke taken worden afgestemd, alsmede met betrokken derden.
Procedures voor afstemming en overleg. Gebruik maken van AZON. Jaarlijks overleg tussen de verschillende taakvelden.
Planningen moeten zoveel als mogelijk onderling worden afgestemd. Geen onnodige verkeersomleidingen door woongebieden.
Waarneming en klachten.
Bereikbaarheid zoveel mogelijk Waarneming en klachten. handhaven.
23 april 2021
kenmerk R031.P204/N07/RHOU 14/15
6 Doelmatig beheer en een goed gebruik van de gemeentelijke voorzieningen tegen de laagst maatschappelijke kosten en het beheersen van deze kosten.
6a
6b
De gebruikers van de riolering moeten bekend zijn en ongewenste lozingen moeten worden voorkomen.
Er moet inzicht zijn in de toestand van het functioneren van de voorzieningen.
Vergunningen moeten, afhankelijk van de aard van de bedrijven, gemiddeld eenmaal per planperiode worden gecontroleerd.
Steekproefsgewijs controleren van de bedrijven door de RUD.
Geen illegale en/of foutieve aansluitingen.
Gebruik van kleuren voorschrijven. Inspectie en controle bij nieuwbouw en verbouwing.
Directe beschikbaarheid en toegankelijkheid van alle (actuele) rioleringsgegevens (inclusief inspectiegegevens).
Waarneming.
Het verwerken van alle revisie- Waarneming en regelmatige gegevens gebeurt zo spoedig controle van de beheermogelijk. gegevens op actualiteit. De achterstand in het verwerken van de gegevens mag maximaal 3 maanden bedragen. Jaarlijkse inspectie van circa 7 tot 10% van het rioolstelsel.
Rapportages conform onderzoeksprogramma
Automatische signalering op alle hoofdgemalen.
Waarneming.
6c
Er moet zo veel mogelijk gebruik worden gemaakt van duurzame en milieuvriendelijke materialen en werkmethoden.
Het maken van een Waarneming. duurzaamheidsafweging bij het toepassen van materialen en werkmethoden.
6d
Er dient een klantvriendelijke benadering te worden nagestreefd.
Afhankelijk van de aard van de klacht moet deze zo snel mogelijk worden opgelost. De afhandeling daarvan dient geen klachten op te leveren.
6e
Er dienen doelmatige oplossingen te worden nagestreefd.
Optimaal gebruik van middelen Bijhouden van nieuwe en toepassing van meest technieken. geschikte technologie.
6f
Uitvoeren van maatregelen tegen de laagst maatschappelijke kosten.
Maken van een kostenafweging ten opzichte van het effect van een maatregel.
Waarneming.
Alle kosten die binnen de levenscyclus van de riolering en ontwateringsvoorzieningen te verwachten zijn, moeten in beeld gebracht zijn, evenals de relatie met overige gemeentelijke taken
Toetsing van het verbreed GRP en de Operationele Programma’s op de genoemde maatstaf.
Meldingenregistratie.
Zoeken van samenwerking met Regelmatig overleg en andere waterpartners. evaluatie, onder andere in SAZ+ verband en via AZON.
23 april 2021
kenmerk R031.P204/N07/RHOU 15/15