227037Plan van aanpak draagvlak opvang asielzoekers Zeeland
Tekst van het document
Plan van aanpak Draagvlak opvang asielzoekers Zeeland (Concept)
Versie 1.0 (20-11-2020)
1
Vraagstuk In juni 2020 schreef de minister van BZK alle cvdK’s en burgemeesters aan over de bestuurlijk overeengekomen Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielopvang (hierna uitvoeringsagenda). Daarmee hebben de samenwerkende overheden (Rijk, IPO en VNG) een belangrijke stap gezet in de toekomstige inrichting van het asielsysteem, dat voldoende robuust en flexibel is om in te spelen op fluctuaties in de in- en uitstroom van asielzoekers en statushouders. Daarnaast wordt beoogd de overgang van asielopvang naar huisvesting en integratie in de gemeente te verbeteren. Per 1 januari 2022 vervullen gemeenten een regierol in de nieuwe wet Inburgering. In de uitvoeringsagenda wordt nadrukkelijk ook de huisvestingscombinatie met andere doelgroepen zoals arbeidsmigranten, studenten en spoedzoekers genoemd. Daarnaast liggen er kansen voor Zeeland om actief te verbinding te leggen met andere aandachtsgebieden zoals arbeidsmarkt, (flexibel) wonen en integratie. De uitvoeringsagenda beschrijft handelingsperspectieven voor de middellange termijn (1 jan 2023) en laat per provincie de vastgestelde kwantitatieve uitwerking zien. Voor Zeeland betekent dit de realisatie van duurzame en flexibele opvang. In onderstaande paragrafen zal hier nader op worden ingegaan.
Duurzame opvang In Zeeland is een duurzame opvanglocatie nodig voor de langere termijn (na 2024) als opvolging van de huidige locatie in Middelburg (330 plaatsen). In totaal is de benodigde flexibele opvangcapaciteit voor de lange termijn in Zeeland 430-470 personen. Het COA streeft hierbij naar een Satelliet locatie van 250280 plaatsen en of in combinatie met een Regionale opvanglocatie (ROL) van 180-190 plaatsen. In de Zeeuwse situatie kent het begrip nabijheid, mede door de eilandenstructuur en de beperkte mobiliteit (openbaar vervoer) tussen de gemeenten en afzonderlijke kernen, een duidelijk andere invulling dan in de rest van het Nederland. In dat perspectief ligt het in de rede om in Zeeland uit te gaan van meerdere kleinschalige opvanglocaties, waarbij de huidige landelijke norm (van minimaal 300 opvangplekken) wordt losgelaten om aldus te komen tot een zo gelijkmatige spreiding in de regio en zoveel mogelijk gekoppeld aan de grotere kernen van de te onderscheiden sub regio’s. Het streven van het COA blijft hierbij wel het uitgangspunt, maar mogelijk dat meerdere kleinere locaties (de 10 Pilot locaties van het COA van 150 plaatsen) in Zeeland een goede oplossing zouden kunnen zijn. Tijdelijke opvang De tijdelijke opvang is een onderwerp dat prioriteit heeft in Zeeland. Eigenlijk had deze opvang al gerealiseerd moeten zijn.
Op korte termijn heeft het COA een capaciteitsvraag van 417 personen. Het gaat hierbij om een vraag bovenop het reeds bestaande AZC in Middelburg. Insteek is dat deze opvang binnen een jaar gerealiseerd kan worden voor de termijn van 1 tot 2 jaar.
2
Zeeuwse Aanpak Nieuwe Zeeuwen Het dossier Asielopvang kent vele opgaven voor gemeenten, variërend van nieuwe locaties voor tijdelijke en permanente opvanglocaties en taakstellingen tot schoolvervoer. Maar bij een goede organisatie en begeleiding van statushouders naar hun nieuwe woonplaatsen biedt het dossier ook zeker kansen. Kansen voor de arbeidsmarkt, kansen voor nieuwe woonconcepten, kansen om op een goede wijze invulling te geven aan de maatschappelijke plichten die we hebben. Om in Zeeland de opgaven het hoofd te kunnen bieden en kansen optimaal te kunnen benutten, dienen de Zeeuwse gemeenten gezamenlijk op te trekken op dit dossier. Daarom staan we samen voor een Zeeuwsbrede aanpak voor de gesignaleerde opgaven en kansen. Vanuit het uitgangspunt dat elke gemeente bijdraagt aan dit dossier, passend bij haar mogelijkheden. Met als doel een voortvarende match van de kansrijke statushouder aan woning en werk in Zeeland, streven we naar regie op Zeeuwse schaal met flexibele concepten en maatwerk als middelen, ook vanuit het Rijk. Zo combineren we de opgaven en creëren we kansen voor de statushouder, de gemeenten en de samenleving.
Arbeidsmarkt In de Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen (hierna uitvoeringsagenda) wordt gesteld dat de regionale opvanglocaties vooral benut dienen te worden voor statushouders, die daadwerkelijk in de betreffende (sub)regio gehuisvest gaan worden. Dit uitgangspunt is niet alleen van belang voor de aansluiting op de Wet Inburgering, maar vormt ook een belangrijk aspect bij het genereren van draagvlak voor dergelijke voorzieningen alsmede de beheersbaarheid van de veiligheid rond de locaties. Matching van de potentiele statushouders en de vraag op de Zeeuwse arbeidsmarkt vinden wij een belangrijk uitgangspunt waar wij graag concrete afspraken over maken bij toekomstige huisvesting. Huisvestingscombinaties Daarnaast zien wij dat de Zeeuwse arbeidsmarkt een relatief groot aandeel kent van seizoensgebonden arbeid (o.a. recreatie en landbouw). Dit heeft tot gevolg dat een deel van deze arbeid op flexibele basis wordt uitgevoerd door arbeidsmigranten. Ook op dit vlak spelen ook voor deze doelgroep de nodige ontwikkelingen, die zich ook voor een belangrijk deel manifesteren op het vlak van tijdelijke en flexibele huisvesting. Zeker op het vlak van huisvesting zijn de behoeften van de arbeidsmigranten vergelijkbaar met die van een deel van de statushouders.
Hoewel wij hier koppelkansen zien, zouden wij gezien de vraag van het COA in eerste instantie willen inzetten op sec opvang van asielzoekers, waarbij de mogelijkheid om een combinatie te maken met arbeidsmigranten in een later stadium kan worden onderzocht. Ook de huisvestingscombinatie met andere doelgroepen zoals studenten en spoedzoekers bieden kansen voor Zeeland. Integratie In de Wet Inburgering wordt nadrukkelijk gekozen voor een duale aanpak, waarbij taalonderwijs, integratie en werk een onlosmakelijk en simultaan proces vormen. Met deze aanpak wordt zowel de taalontwikkeling gestimuleerd en wordt de aansluiting op de arbeidsmarkt versterkt. In de 3
Uitvoeringagenda wordt gesteld dat de realisatie van de regionale opvanglocaties een directe meerwaarde heeft voor de effectiviteit van de Wet Inburgering. Daarbij speelt de nabijheid van deze locaties tot de gemeenten, die de statushouders daadwerkelijk gaan huisvesten, een belangrijke rol. Het is voor gemeenten dan ook van groot belang dat er een ROL (eventueel gespreid over locaties op het niveau van de sub regio’s) aanwezig is in Zeeland zodat eenvoudiger aan de doelstellingen voldaan kan worden. Maatwerk opvang Voor de invulling van regionale opvanglocaties spelen de huidige krapte op de woningmarkt en de (grote) behoefte aan kleinschalige en flexibele woonvoorzieningen een belangrijke rol. In de huidige uitvoeringspraktijk zien we dat er vooral behoefte is aan woningen voor alleenstaanden. Juist voor deze doelgroep geldt in veel gevallen dat daarbij sprake is van een wens tot gezinshereniging, waardoor op termijn weer een grotere woning gezocht moet worden. Als tussenoplossing zijn voor deze doelgroep juist tijdelijke woonvoorzieningen (doorstroomwoningen) een adequate oplossing. Voorgesteld wordt om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om deze specifieke vorm van opvang in Zeeland te realiseren.
Concrete opties Zeeland Theoretische verdeling Het COA bepaald de noodzaak van opvang op basis van inwoneraantallen. Om inzichtelijk te maken wat in theorie de vraag van het COA per gemeente is is dit inzichtelijk gemaakt in onderstaande tabel. Wanneer gekeken wordt naar de vraag van het COA ten opzichte van het aantal inwoners in Zeeland wordt zichtbaar voor hoeveel opvangplaatsen elke gemeente in principe aan de lat staat. Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen
Inwoners 22762 38423 27631 12808 48766 7560 22843 34012 23173 54476 25894 21974 44132
Percentage 6 10 7 3 13 2 6 9 6 14 7 6 11
Opvangplaatsen LT 28 47 34 16 60 9 28 42 28 67 32 27 54
Opvangplaatsen KT 25 42 30 14 53 8 25 37 25 59 28 24 48
470
417
384454
4
Overzichtskaart duurzame opvang Voor een duurzame oplossing is clustering van aantallen echter noodzakelijk. In de Zeeuwse situatie kent het begrip nabijheid, mede door de eilandenstructuur en de beperkte mobiliteit (openbaar vervoer) tussen de gemeenten en een afzonderlijke kernen, een duidelijk andere invulling dan in de rest van het land. In die context ligt het in de rede om in Zeeland uit te gaan van meerdere kleinschalige opvanglocaties, waarbij de huidige landelijke norm (van minimaal 300 opvangplekken) wordt losgelaten om aldus te komen tot een zo gelijkmatige spreiding in de regio en zoveel mogelijk gekoppeld aan de grotere kernen van de te onderscheiden sub regio’s. Gezien de randvoorwaarden van het COA waar huisvesting van asielzoekers moet voldoen is ruimtelijk inzichtelijk te maken waar potentiele locaties voor opvang zich bevinden. Randvoorwaarden waar een AZC aan moeten voldoen zijn onder andere:
Door deze zaken inzichtelijk te maken op een kaart kan gerichter gezocht worden naar kansrijke locaties en kan onnodige (maatschappelijke) discussie over voorgedragen locaties worden voorkomen. Hiervoor is het van belang dat de randvoorwaarden in overleg met het COA (op Zeeuwse schaal) worden vastgesteld.
5
Tijdelijke opvang COA gaat flexibel met de invulling van tijdelijke opvang om. Het is maatwerk, gebaseerd op het PVE van reguliere opvang. Belangrijk uitgangspunten hierbij zijn de wooneenheden, dienstengebouw(en) voor voorzieningen en een buitenterrein voor speeltoestellen, parkeerplaatsen en overig verblijf. Hoe dit concreet ingevuld moet worden is bespreekbaar. Op korte termijn (1 jaar) heeft het COA een capaciteitsvraag van 417 personen. Om aan deze vraag te voldoen zullen gebouwen of locaties aangeboden moeten worden die over een planologische titel beschikken waarbinnen de huisvesting van asielzoekers is toegestaan. Bij tijdelijke (nood) opvang is veel meer mogelijk dan reguliere opvang. De locatie moet vooral veilig zijn en voldoen aan de normen benoemd in het bouwbesluit. Vandaar dat er voor dit aandachtspunt geen harde eisen worden gesteld. Het COA gaat graag het gesprek aan om potentiële locaties te toetsen op haalbaarheid. Voorgesteld wordt dat per gemeente een inventarisatie wordt gemaakt van locaties die tenminste 150 personen kunnen huisvesten. Dit op basis van een pilot, waarbij het COA in heel Nederland totaal 10 opvangplekken met minimaal 150 bewoners wil realiseren. Opvang extra statushouders Een andere mogelijkheid om aan de gevraagde aantallen te voldoen is om het aanbod voor de huisvesting van statushouders te vergroten.
Dit maakt het voor gemeenten mogelijk om maatwerk te leveren en tevens de druk op grotere opvanglocaties te verkleinen. Het gaat hierbij om een bijdrage bovenop de reeds verhoogde taakstelling voor Zeeland voor de eerste helft van 2021 zoals hieronder weergegeven. Voor de eerste helft van 2021 is de taakstelling door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld op 13.500 te huisvesten vergunninghouders en is daarmee met 7.000 plaatsen aanzienlijk hoger dan de afgelopen taakstelling (tweede helft 2020).
6
Regiodeal De gemeenten die geen mogelijkheden hebben om opvangplaatsen of extra huisvesting van statushouders te realiseren kunnen binnen de (eigen) regio een alternatieve bijdrage leveren om de opvanglocaties in Zeeland mogelijk te maken.
Draagvlak Noodzaak De hierboven beschreven noodzaak zal goed gecommuniceerd moeten worden aan alle betrokken stakeholders. Duidelijke en transparante communicatie is cruciaal om draagvlak te krijgen voor de gewenste ontwikkelingen.
Opties De verschillende opties zullen duidelijk en overzichtelijk in beeld moeten worden gebracht. Ook zal aan de verschillende gemeenten gecommuniceerd moeten worden hoe aan de vraag van het COA voldaan kan worden. Zij moeten duidelijk in beeld krijgen welke locaties geschikt zouden kunnen zijn voor de verschillende opties en aan welke randvoorwaarden voldaan zal moeten worden. Ook is het van belang dat dit daadwerkelijk de vraag van het COA is en blijft en inpasbaar is binnen de Zeeuwse (geografische) structuur. In het verleden heeft onduidelijkheid over deze punten gezorgd voor wederzijdse frustraties. Infographic Door de verschillende uitvragen van het COA en de mogelijke opties die voorgesteld worden voor de Zeeuwse aanpak bestaat het risico dat er een onoverzichtelijke situatie of misverstanden ontstaan. Een infographic kan helpen om snel overzichtelijk inzicht te geven in het vraagstuk. In overleg met het COA zal een infographic worden opgesteld die het vraagstuk en de mogelijke oplossingen in Zeeland in beeld zal brengen. Regiobijeenkomsten Uiteindelijk zullen de gemeenteraden een besluit moeten nemen om de bijdrage aan de Zeeuwse aanpak te formaliseren. Het is dan ook van belang de verschillende gemeenteraden goed te informeren. Het creëren van draagvlak onder bestuurders en raadseden is van belang om de besluitvorming te realiseren.
Elke gemeente separaat informeren vraagt een grote investering in tijd. Voorstel is dan ook om per regio (digitaal) bijeenkomsten te houden om de verschillende gemeenteraden en bestuurders te informeren. Voorgesteld wordt hier de huidige regioverdeling in aan te houden: Walcheren, ZeeuwsVlaanderen, De Bevelanden/Tholen/Schouwen-Duiveland. Gezien de omvang van de laatste regio kan nog overwogen worden deze in meerdere bijeenkomsten op te splitsen.
7
Informatie aan bevolking Het verleden heeft uitgewezen dat onvoldoende draagvlak onder de bevolking kan leiden tot het annuleren van plannen en het terugtrekken van gemeenten als potentiele vestigingsplaats. Het is dan ook van belang om de bevolking goed te informeren dit blijft een taak van de individuele gemeenten. Voorgesteld wordt wel dat vanaf het begin zal worden aangeboden dat het COA hierin zal faciliteren.
Intekenlijst Binnen de Zeeuwse aanpak neemt iedere gemeente haar verantwoordelijkheid op dit dossier. Gezamenlijk stellen we een intekenlijst op waarbij concreet wordt gemaakt hoe invulling wordt gegeven aan de opgaven en door wie. Vanuit het principe dat elke gemeente hieraan bijdraagt, zoeken we naar de beste match tussen de gesignaleerde opgave en uitvoerder. Het dossier is omvangrijk genoeg om elke gemeente een substantiële bijdrage te kunnen laten doen. Hierdoor is er ruimte om bijdragen aan het dossier op verschillende manieren vorm te geven. Te denken valt aan beschikbaar stellen van gebouwen of grond, een verhoogde taakstelling rond huisvesting statushouders t.b.v. extra uitstroom of buurgemeenten te ontlasten, inzet op inburgering of arbeidsmarkt. Met als doel om van elke toegewezen statushouder een trotse nieuwe Zeeuw te maken. De vraag is dan ook niet of de gemeente een bijdrage wil leveren, maar wat de gemeente concreet gaat bijdragen aan de Zeeuwse aanpak conform de afspraken op 6 oktober. Op deze intekenlijst zullen gemeenten de keuze moeten maken of zij een bijdrage willen leveren op het gebied van
Een duurzame opvanglocatie en het aantal plaatsen (vanaf 1 januari 2023) Een tijdelijke opvanglocatie en het aantal plaatsen. (voor de jaren 2021 en 2022) Het aantal statushouders dat extra opgevangen kan worden (vanaf 1 januari 2021 i.v.m. verhoogde taakstelling) Een bijdrage in een regiodeal om de (duurzame) opvang van het benodigde aantal asielzoekers mogelijk te maken.
Planning en besluitvorming 27 november 2020 - Informeren regietafel over Plan van Aanpak 1 december 2020 - Akkoord Plan van Aanpak Portefeuilleoverleg Wonen en voorzieningen December 2020 Opstellen Infographic December 2020 Opstellen overzichtskaart potentiele ligging Duurzame locaties December 2020 Opstellen Intekenlijst bijdrage Zeeuwse aanpak Januari 2021 Colleges besluiten over Plan van Aanpak Februari 2021 Regiobijeenkomsten Februari 2021 Overzicht tijdelijke opvang 8
Eerste kwartaal 2021 Besluitvorming Intekenlijst Eerste kwartaal 2021 Afronden Zeeuws aanbod richting het COA
9