CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

226338Ontwerpbestemmingsplan Herinrichten Kruispolder

Gemeenteraad 15 april 2021, gemeente HulstBij agendapunt: Voorstel tot het gewijzigd vaststellen van het ontwerpbestemmingsplan ‘Herinrichting Kruispolder’21.266 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Herinrichting Kruispolder

34

Figuur 17. Cultuurhistorische waarden (Bron: Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Zeeland). Kreken vormen restanten van vroegere waterlopen tussen polders of van dijkdoorbraken (door stormvloeden of militaire inundaties). Ze zijn typerend voor het ontstaan en de vorming van Zeeuws-Vlaanderen. De kreken zijn restanten van de geulen die door de Schorre van Hontenesse liepen, nadat de oude Polder van Hontenesse in 1508/1511 was overstroomd. Bij de bedijking van de Kruispolder in 1612 werd een groot aantal van deze geulen bedijkt; in 1644, bij de bedijking van de Wilhelmuspolder volgde er nog een aantal. In het bestemmingsplan worden deze waarden niet beschermd. Dijkbeplanting bevindt zich alleen op de binnendijken, de buitendijken werden nooit beplant. De bomen worden doorgaans gekapt met een cyclus van circa 20/30 jaar; na de kap vindt nieuwe aanplant plaats. De dijkbeplanting is van oudsher bedoeld als houtproductie; tegenwoordig spelen ook landschappelijke aspecten een rol. Typisch Zeeuwse soorten zijn iepen, essen, meidoorns en populieren. Ook de dijken zijn belangrijk en typerend voor het landschap. Onderhavig plan betreft onder andere de demping van enkele kreekrestanten in de Kruispolder. De oorspronkelijke kreken zijn begin 20e eeuw reeds versmald, waardoor het momenteel nog slechts smalle sloten (met begroeiing) betreft.

Desondanks heeft de demping van deze kreekrestanten een negatief effect op de aspecten cultuurhistorie en landschap. Ter hoogte van de Kruispolderhaven (tussen de Kruispolder en de Kleine Molenpolder) bevinden zich nog de restanten van een coupure. Alleen de zuidelijke pilaster bestaat nog, waarin zich dubbele sponningen bevinden. De coupure werd afgesloten met een stalen deur, die nog aanwezig is. Ten slotte is het schor van Baalhoek landschappelijk waardevol. Schorren representeren een van de fasen in de vorming van grote delen van het Zeeuwse landschap (water - slik - schor - polder) en geven daarmee inzicht in de landschapsgeschiedenis. Afweging en conclusie De aspecten cultuurhistorie en landschap vormen een mogelijke belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan, daar het de demping van cultuurhistorische kreekrestanten betreft. Daarom is een belangenafweging noodzakelijk om te bepalen of de (noodzakelijke) verbetering van de waterhuishouding en de landbouwkundige structuur hiertegen opweegt. De kreekrestanten verkeren al ruim 100 jaar niet meer in oorspronkelijke staat en zijn niet in het huidige bestemmingsplan beschermd. Derhalve wordt de (gedeeltelijke) demping van enkele kreekrestanten ter verbetering van de waterhuishouding en landbouwkundige structuur acceptabel geacht.

Herinrichting Kruispolder

35

Het aspect cultuurhistorie en landschap vormt geen onaanvaardbare belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

4.9

Bedrijven en milieuzonering

Beleidsmatig kader Bedrijfsactiviteiten kunnen hinder voor de (woon-)omgeving veroorzaken door lawaai, onaangename geuren, stof, trillingen, verkeers- en parkeeroverlast. Daarom is het nodig om bedrijfsactiviteiten (of andere functies die het leefmilieu belasten) op een aanvaardbare afstand van woningen of andere hindergevoelige functies te situeren, al dan niet gecombineerd met het treffen van speciale maatregelen. Onderzoek In het kader van het bestemmingsplan moet worden nagegaan of de in het plangebied te realiseren functies een belemmering betekenen of van invloed zijn op het wonen binnen (of in de directe omgeving van) het plangebied, of dat er functies in de omgeving van invloed zijn op realisering van nieuwe ontwikkelingen in het plangebied. Het bestemmingsplan betreft een herverkaveling van agrarische percelen en gaat derhalve niet uit van de realisatie van nieuwe woningen, dan wel voor wonen belemmerende activiteiten. Hierdoor is (nader onderzoek naar) een specifieke milieuzoneringsregeling niet noodzakelijk. Conclusie Het bestemmingsplan gaat niet uit van de realisatie van nieuwe woningen, dan wel voor wonen belemmerende activiteiten. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt dan ook geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

4.10

Externe veiligheid

Wettelijk kader Met de publicatie van de besluiten externe veiligheid inrichtingen (Bevi), externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en externe veiligheid transportroutes en de algemene regels op grond van de Wet milieubeheer (Activiteitenbesluit, Vuurwerkbesluit) heeft het Rijk belangrijke kaders voor het beleid over externe veiligheid vastgesteld. De komende jaren zal de reikwijdte van deze besluiten worden uitgebreid. Het betreft de volgende besluiten: Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi): Veiligheidsnormen voor bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi): Regels over de veiligheidsafstanden en berekening van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb): Veiligheidsnormen voor buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt): Normen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen worden vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Voor nieuwe ontwikkelingen dient het aspect externe veiligheid onderzocht te worden. Hiermee wordt getoetst of bestaande risicovolle activiteiten mogelijk een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling, met name ten aanzien van (beperkt) kwetsbare objecten, zoals woningen.

Onderzoek Dit plan voorziet in de herverkaveling van agrarische percelen en het verbeteren van de afwatering in de Kruispolder. Nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten worden niet mogelijk gemaakt binnen het plangebied. Het aspect externe veiligheid levert daarom geen problemen op voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan. Het nemen van maatregelen of het stellen van (bouw- of gebruiks-)beperkingen is niet aan de orde.

Herinrichting Kruispolder

36

4.11

Verkeer

Inleiding In het belang van een goede ruimtelijke ordening moet sprake zijn van een aanvaardbare afwikkeling van alle soorten verkeer. Bij ruimtelijke planning dienen verkeerskundige aspecten afgewogen te worden, omdat deze van grote invloed zijn op de het doelmatig functioneren van verschillende functies. Wanneer nieuwe ontwikkelingen worden gepland, is het van belang te onderzoeken welke effecten dit heeft op de verkeerskundige situatie om zo nodig passende maatregelen te kunnen nemen. Onderzoek Verkeer De desbetreffende percelen in de Kruispolder zijn niet (openbaar) toegankelijk voor gemotoriseerd verkeer. De herverkaveling van deze percelen leidt derhalve niet tot een wijziging van de verkeerssituatie. Parkeren Onderhavig plan leidt niet tot wijzigingen in de verkeerssituatie. Dit houdt in dat de parkeersituatie geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid dit plan. Conclusie Het plan leidt niet tot wijzigingen in de verkeers- en/of parkeersituatie. Het aspect verkeer vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

Herinrichting Kruispolder

37

Herinrichting Kruispolder

38

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische planopzet

Standaard en plansystematiek

Om de vergelijkbaarheid te bevorderen bestaat er een landelijke standaard voor de verbeelding van bestemmingsplannen (SVBP2012). De toepassing van de SVBP2012 is verplicht. Hiermee wordt geborgd dat alle bestemmingsplannen overeenkomen voor wat betreft kleurgebruik, naamgeving, gebruik van arceringen en dergelijke. Dit plan maakt onderdeel uit van een Projectplan Waterwet. Op de vaststelling van een Projectplan is afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dit betekent dat de belanghebbenden in het beroepschrift moeten aangeven welke beroepsgronden zij aanvoeren tegen het besluit. Na afloop van de termijn van zes weken kunnen geen nieuwe beroepsgronden meer worden aangevoerd. Belanghebbenden wordt verzocht in het beroepschrift te vermelden dat de Crisis- en herstelwet van toepassing is.

5.2

Toelichting op de regels

Hoofdstuk1: Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel is een aantal begrippen verklaard die genoemd worden in de planregels. Dit artikel voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Artikel 2: Wijze van meten De wijze van meten uit bestemmingsplan Buitengebied Hulst zijn van toepassing. De verwijzing naar het betreffende artikel is in de regels opgenomen. Hoofdstuk2: Bestemmingsregels Artikel 3 tot en met 8 In dit hoofdstuk zijn de bestemmingsregels opgenomen. De bestemmingsregels zijn, daar waar relevant, gelijk aan de regels in bestemmingsplan Buitengebied Hulst en het Bestemmingsplan Archeologische en Aardkundige waarden. Hoofdstuk3 Algemene regels Artikel 9 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 10 Van toepassingsverklaring De algemene regels uit bestemmingsplan Buitengebied Hulst en het bestemmingsplan Archeologische en Aardkundige Waarden zijn van toepassing.

De verwijzing naar het betreffende artikel is in de regels opgenomen. Artikel 11 Algemene aanduidingsregels In dit bestemmingsplan is één aanduiding opgenomen, zijnde Vrijwaringszone - radar. Hoofdstuk4 Overgangs- en slotregels Artikel 12 Overgangsrecht Het overgangsrecht is vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven.

Herinrichting Kruispolder

39

Artikel 13 Slotregel Deze regel bevat de aanhalingstitel van de regels van het plan.

Herinrichting Kruispolder

40

Hoofdstuk 6

6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Om dit plan te verwezenlijken vindt een kavelruil plaats tussen diverse grondeigenaren, enkele agrariërs en het Waterschap Scheldestromen. Te dempen waterlopen (kreekrestanten) worden verworven door de agrariërs en zullen worden gebruikt voor agrarische doeleinden. De nieuw te realiseren watergangen worden aangekocht door het Waterschap Scheldestromen, evenals de gronden ten behoeve van het Ommetje Paal. Indien geen overeenstemming wordt bereikt over de door het Waterschap Scheldestromen aan te kopen gronden dan wordt uitgegaan van de gedoogplicht voor het uitvoeren van werkzaamheden door het waterschap. Voor eventuele schade wordt een schaderegeling opgesteld. Een planschadeovereenkomst is opgesteld tussen de gemeente Hulst en Waterschap Scheldestromen. Kosten die verband houden met de planologische procedure en de uitvoering van de werkzaamheden worden verhaald op de initiatiefnemer(s) van het plan.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Een project als de herinrichting van een polder of de uitbreiding van een gemaakt raakt belangen van bewoners en andere partijen. Daarom is de omgeving actief betrokken bij de planvorming. Er is overleg gevoerd met overheden (Rijkswaterstaat, Provincie Zeeland, Waterschap Scheldestromen, Gemeente Hulst), bedrijven en inwoners en hun gebiedskennis is gebruikt bij het opstellen van de plannen.

Herinrichting Kruispolder

41

Herinrichting Kruispolder

42

Bestemmingsplan Herinrichting Kruispolder Bijlagen

Documenttitel: Bestemmingsplan Herinrichting Kruispolder Bijlagen Status: Ontwerp Datum: 12-01-2021 Projectnaam: Herinrichting Kruispolder Projectnummer: BG8621 Opdrachtgever: Waterschap Scheldestromen Referentie: BG8621 Auteur(s): Devlin Oosterwijk, Anja Boekenoogen Collegiale toets: Jan Willem Geuke Datum/paraaf toets: Vrijgegeven door: Verónique Maronier Datum/paraaf vrijgave:

Herinrichting Kruispolder

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Ontwerptekening herinrichting Kruispolder

Bijlage 2

Aanmeldnotitie / m.e.r.-beoordeling Kruispolder

Bijlage 3

Natuurtoets Kruispolder - Natura2000

Bijlage 4

Natuurtoets Kruispolder - Boswet en soorten

Bijlagen bij de regels Bijlage 1

Nieuwe Economische Dragers

Bijlage 2

Vrijstellingenkaart

Bijlage 3

Staat van bedrijfsactiviteiten

Herinrichting Kruispolder

1

LOCATIE

Waterschap Scheldestromen Kanaalweg 1, 4337 PA Middelburg, Postbus 1000 4330 ZW Middelburg. Tel: (088) 2461000 Mail: info@scheldestromen.nl

onderwerp:

Herinrichting Kruispolder omschrijving:

Overzichtstekening Maatregelenkaart

behoort bij:

getekend

corsanummer: paraaf

afd.

WJ

IB

gezien gecontroleerd

JKL

datum

aantal bladen: 1

12-11-2020

blad:

IB

12-11-2020

tek.nr.

IB

12-11-2020

1

KL-PRJ1168C-02

projectfase:

3. Ontwerpfase

formaat:

1260x594

besteknr.

schaal:

1:5.000

status:

CONCEPT

RAPPORT Aanmeldingsnotitie M.e.r.-beoordeling voor de uitbereiding van gemaal Paal en de herinrichting van de Kruispolder Klant:

Waterschap Scheldestromen

Referentie: BF7036TPRP2003181049 Status:

03/S0

Datum:

29-Sep-20

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Laan 1914 no.35 3818 EX AMERSFOORT Transport & Planning Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Aanmeldingsnotitie Ondertitel: M.e.r.-beoordeling Referentie: BF7036TPRP2003181049 Status: 03/S0 Datum: 29-Sep-20 Projectnaam: Project Kruispolder Projectnummer: BF7036 Auteur(s): Marloes van Ginkel

Gecontroleerd door: Véronique Maronier Datum: 24 september 2020 Goedgekeurd door: Véronique Maronier Datum: 29 september 2020

Classificatie Projectgerelateerd

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. en dient voor publicatie of anderszins openbaar maken te worden geanonimiseerd.

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

i

Projectgerelateerd

Inhoud 1

Inleiding

2

1.1

Aanleiding

2

1.2

Voorgenomen activiteit

3

1.3

Wettelijk kader

4

1.4

Leeswijzer

5

2

Plaats van de activiteit

6

2.1

Projectlocatie en omgeving

6

2.2

Gevoelige gebieden en waarden

7

2.3

Autonome ontwikkelingen

7

3

Kenmerken van de activiteit

8

3.1

De voorgenomen activiteit

8

3.2

Meekoppelkansen

11

3.3

Planning en wijze van uitvoering

13

4

Potentiële milieueffecten & beoordeling

15

4.1

Natuur

15

4.2

Archeologie en aardkunde

19

4.3

Landschap en cultuurhistorie

25

4.4

Bodemkwaliteit

30

4.5

Oppervlakte- en grondwater

30

4.6

Wonen, werken en recreëren

32

5

Samenvatting en conclusie

34

Geraadpleegde bronnen

36

Bijlage 1 Ontwerp uitbereiding gemaal Paal

37

Bijlage 2 Herinrichting Kruispolder

38

Bijlage 3 Ontwerptekening kokerduiker Duivenhoek

39

Bijlage 4 Natuurtoets Kruispolder deel 1 en 2

40

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

1

Projectgerelateerd

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Waterschap Scheldestromen wil in 2027 alle watersystemen in het beheergebied op orde hebben voor wat betreft wateroverlast (Waterbeheer 21e eeuw), het peilbeheer onder normale omstandigheden (GGOR) en de waterkwaliteit (KRW). Met het proces Planvorming Wateropgave (PWO) neemt het waterschap alle watersystemen onder de loep. Uit het hydrologisch onderzoek voor de PWO van deelgebied Campen blijkt dat de waterhuishouding in Campen niet optimaal is; er treedt wateroverlast op [Hydrologisch Onderzoeksrapport Campen, 2016]. In Campen voldoen 11 van de 26 peilgebieden niet aan de NBW-norm voor wateroverlast, het falend oppervlak bedraagt circa 250 ha. Rekening houdend met klimaatverandering voldoen 3 extra peilgebieden niet meer aan de norm en neemt het falend oppervlak toe. In Figuur 1-1 staan de gebieden die vaker inunderen dan de norm in het meest extreme klimaatscenario (310 ha, zie gekleurde vlakken). Waterschap Scheldestromen heeft een set aan maatregelen bepaald om het waterbeheer in Campen te verbeteren [Hydrologisch Onderzoeksrapport Campen, 2016].

Figuur 1-1. Normoverschrijding naar functie voor situatie inclusief klimaatverandering. Gekleurde vakken geven gebieden aan waar normoverschrijding plaatsvindt [Hydrologisch Onderzoeksrapport Campen, 2016]

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

2

Projectgerelateerd

1.2

Voorgenomen activiteit

Uitbreiding gemaal Paal Eén van de maatregelen om het waterbeheer in Campen te verbeteren, is het creëren van een nieuwe uitwatering richting de Westerschelde met een capaciteit van 170 m3/min waarmee bij extreme weersomstandigheden water kan worden afgevoerd. De nieuwe uitwatering levert een aanzienlijke afname op van het inundatie-oppervlakte in het peilgebied van Campen, omdat er minder water over stuw Dreefken richting De Vogel en gemaal Campen stroomt. In de Variantenstudie [2018] zijn mogelijke locaties voor de nieuwe uitwatering richting de Westerschelde onderzocht. Op basis van dit onderzoek is het waterschap voornemens om het bestaande gemaal Paal uit te breiden met 170 m3/min. Herinrichting Kruispolder Parallel is door middel van co-creatie met bewoners en agrariërs een herverkavelingsplan opgesteld voor de achter het gemaal Paal gelegen Kruispolder. Met een combinatie van diverse maatregelen in de polder wil men het waterbeheer optimaliseren. Een deel van de Kruispolder is namelijk te nat (GGOR-knelpunt) en om de drooglegging in de polder te verbeteren wil het waterschap waterlopen verdiepen en verbreden en duikers verlagen. De waterbeheermaatregelen worden aangegrepen om de Kruispolder te herverkavelen. De Provincie Zeeland heeft een opgave om de agrariërs in Oost Zeeuws-Vlaanderen te compenseren voor het negatieve effect van de ontpoldering van de Hedwigepolder.

Er zijn individuele verzoeken van agrariërs uit de Kruispolder om sloten te mogen verleggen, zodat er een betere verkavelingsstructuur ontstaat. Meekoppelkansen Met de uitbreiding van gemaal Paal en de herinrichting Kruispolder worden ook een dijkovergang voor fietsers bij Baalhoek en een wandelpad over de dijk voor het Ommetje Paal gerealiseerd.

Figuur 1-2. Projectgebied herinrichting Kruispolder en uitbreiding gemaal Paal met in rood het projectgebied voor de herinrichting Kruispolder en de locatie van het gemaal Paal en in blauw de meekoppelkansen

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

3

Projectgerelateerd

1.3

Wettelijk kader

Voor de uitbreiding van gemaal Paal en voor het aanpassen van het watersysteem in de Kruispolder is een Projectplan Waterwet nodig. Ter onderbouwing hiervan is deze m.e.r.-beoordeling opgesteld. Toetsing aan de drempelwaarden van het Besluit m.e.r. Uit Hoofdstuk 7 van de Wet Milieubeheer (Wm) en het Besluit m.e.r. volgt dat voor activiteiten die belangrijke nadelige effecten kunnen hebben voor het milieu een procedure in het kader van de milieueffectrapportage (m.e.r.) moet worden doorlopen. Zo kan het milieubelang volwaardig worden meegenomen in de besluitvorming. In de bijlagen bij het Besluit m.e.r. zijn de activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r. verplicht is (C-lijst) dan wel waarvoor moet worden beoordeeld of een m.e.r. nodig is (D-lijst). De activiteiten moeten daarvoor in omvang de in de C- en D-lijst genoemde drempelwaarden overschrijden en mogelijk worden gemaakt middels het in het Besluit m.e.r. genoemde besluiten. De voorgenomen activiteit en het besluit zijn opgenomen in de D-lijst van het Besluit m.e.r. onder categorie C3.2 (zie Tabel 1.1). De aanleg is niet opgenomen in onderdeel C van de bijlage, daardoor geldt er geen directe m.e.r.-plicht. Tabel 1.1

Overzicht activiteit uit Besluit milieueffectrapportage

Cat.

Activiteit

D 3.2

De aanleg, wijziging of uitbreiding van werken inzake kanalisering of ter beperking van overstromingen, met inbegrip van primaire waterkeringen en rivierdijken.

Gevallen

Plannen

Besluiten

De structuurvisie, bedoeld in de De goedkeuring van Gedeputeerde Staten artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de van het projectplan, bedoeld in artikel 5.7, Wet ruimtelijke ordening, en de eerste lid, van de Waterwet of, bij het plannen, bedoeld in de artikelen ontbreken daarvan, het projectplan, bedoeld 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, in artikel 5.4, eerste lid, van die wet, of, onderdelen a en b, van die wet indien artikel 5.4, zesde lid, van die wet van en het plan, bedoeld in de toepassing is, de vaststelling van het tracé artikelen 4.1 en 4,4 van de op grond van de Tracéwet of de Spoedwet Waterwet. wegverbreding door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat of het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

M.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten zijn activiteiten waarvoor de beslissing of wel of niet de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen, niet bij wet vastligt, maar door het bevoegd gezag moet worden genomen. Het bevoegd gezag moet bepalen of er sprake is van ‘belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu’, die het doorlopen van de m.e.r.-procedure wenselijk of noodzakelijk maken. Het uitgangspunt is hierbij dat er in beginsel geen me.r.-procedure doorlopen hoeft te worden, tenzij sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Hierbij moet getoetst worden aan de richtlijnen in bijlage III van de Europese Richtlijn milieueffectrapportage met de volgende drie criteria: 1. Kenmerken van de activiteit 2. Plaats van de activiteit 3. Kenmerken van het potentiele effect

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

4

Projectgerelateerd

1.4

Leeswijzer

In voorliggende notitie wordt nagegaan in hoeverre er sprake is van "belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu". Hierbij wordt rekening gehouden met de criteria in bijlage III van de EEG‐richtlijn. Deze zijn: • Plaats waar de activiteit wordt verricht: de kenmerken van het plangebied in relatie met kwetsbaarheid omgeving. Dit is uitgewerkt in Hoofdstuk 2; • Kenmerken van de activiteit: onder andere omvang, materiaal en materieel in de uitvoering, cumulatie. Dit is uitgewerkt in Hoofdstuk 3; • Kenmerken van de gevolgen van de activiteit: mogelijke effecten van de activiteit. Deze zijn uitgewerkt in Hoofdstuk 4; • Hoofdstuk 5 geeft de samenvatting en conclusies.

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

5

Projectgerelateerd

2

Plaats van de activiteit

2.1

Projectlocatie en omgeving

De projectlocatie is weergegeven in Figuur 1-2. De Kruispolder en gemaal Paal liggen in de provincie Zeeland, op het grondgebied van de gemeente Hulst aan de Westerschelde. Gemaal Paal In Figuur 2-1 en Figuur 2-2 is het huidige gemaal Paal weergegeven. Het gemaal Paal zorgt voor de afvoer van polderwater uit de Melopolder richting de Westerschelde. Het water stroomt via de Graauwse Kreek naar het gemaal. Het gemaal staat onder aan de dijk en pompt het water door een persleiding die door de dijk heen ligt in de Westerschelde.

Figuur 2-1. Gemaal De Paal [Googlemaps]

Aan de binnenzijde bestaat de maalkom uit damwanden tegen het gemaal. De bodem van de waterloop is beschermd met verharding. Rondom het gebouw staan bomen en bossage en is veelal ingezaaid met gras, er zijn looppaden aangebracht van verharding. De buitenzijde bestaat uit een betonnen uitstroombak. De stroomgeul bestaat uit damwanden met daartussen koperslakblokken (ca. 35m) en losse breuksteen (ca. 10m). Daarna is het een stroomgeul die door het voorland heen meandert. Aan weerszijde van de damwanden ligt een oeverbescherming van betonblokken (tot 11,30m vanaf de damwand). Achter deze oeverbescherming bestaat het voorland uit slikken en schorren wat bij normaal hoog water droog blijft staan.

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

6

Projectgerelateerd

Figuur 2-2. Bovenaanzicht gemaal Paal [Googlemaps]

Kruispolder De Kruispolder wordt begrensd door de Zeedijk in het noorden, de Paalseweg in het oosten, de Boudeloodijk/Kruispoldersedijk in het zuiden en de Kruisstraat in het westen. De Kruispolder heeft een oppervlakte van circa 740 ha. Het landgebruik bestaat hoofdzakelijk uit landbouwgebied (akkers, weiland, laagstamboomgaarden) doorsneden met waterlopen (deels oude kreekrestanten). Verspreid over het gebied liggen erven, beplant met bomen en struiken. Aan de noordzijde van het gebied liggen enkele bosjes. Aan de noordzijde grenst het gebied aan de Westerschelde.

2.2

Gevoelige gebieden en waarden

Als (mogelijk) relevante gevoelige gebieden en waarden voor effecten van de herinrichting van de Kruispolder en uitbreiding van gemaal Paal worden vooral gezien: • • • • • • •

Natuurgebieden en beschermde soorten Archeologie en aardkundige waarden Landschap, cultuurhistorie en waardevol groen Bodem Oppervlakte-en grondwater Waterveiligheid Wonen, werken (waaronder landbouw) en recreëren.

In het kader van de voorgenomen activiteit is zijn diverse (milieu)onderzoeken uitgevoerd. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de beschreven waarden hieruit. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar deze onderzoeken (zie bijlagen en lijst met Geraadpleegde Bronnen).

2.3

Autonome ontwikkelingen

Er zijn geen autonome ontwikkelingen bekend die van invloed kunnen zijn op de herinrichting van de Kruispolder en de aanleg van het gemaal.

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

7

Projectgerelateerd

3

Kenmerken van de activiteit

3.1

De voorgenomen activiteit

Uitbreiding gemaal Paal In figuur 3.2 (huidige situatie) en 3.3 (toekomstige situatie) op de volgende pagina is het ontwerp van gemaal Paal weergegeven. De cijfers uit figuur 3.3 komen daarbij terug in de onderstaande toelichting op het ontwerp. De gemaalcapaciteit van het bestaande uitwateringsgemaal ‘Paal’ wordt uitgebreid met een extra capaciteit van ca. 170 m3/min bij ca. 3 m opvoerhoogte. Uit onderzoek van Waterschap Scheldestromen is gebleken dat de huidige pompen bij gemaal Paal geen restcapaciteit beschikbaar hebben. Derhalve dient een extra pomp gerealiseerd te worden met bijbehorend leidingwerk. Naast het bestaande pompgebouw komt een nieuw pompgebouw waarin de uitbreiding van de pompcapaciteit gerealiseerd wordt [1]. Middels een instroomconstructie van damwandschermen kan het water worden opgezogen [2]. De maalkom voor het gemaal zal worden vergroot [3]. Vanaf het pompgebouw lopen 2 leidingen die middels een kattenrug (volgt het talud) door de dijk lopen. In de waterkering komen voorzieningen om de veiligheid van de waterkering te waarborgen [4]. De 2 leidingen worden aangesloten op een uitstroomconstructie [5]. Hiervoor zal aan de bestaande constructie een (extra) betonnen bak gemaakt moeten worden om het water in uit te laten stromen.

Deze bak moet dan weer aangesloten worden op het geheel van de bestaande uitstroomconstructie (damwanden, bodem- en taludbescherming) [6] die zorgt voor de afwatering richting de Westerschelde. Voor de realisatie van de maatregelen worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • Bomen/bossage rooien op terrein ten westen van het bestaande gemaal; • Grond ontgraven uit maalkom [3] en gemaalgebouw [1]; • Aanbrengen van damwanden (in den droge) [2]; • Aanbrengen van gemaal gebouw [1] (aanbrengen fundering, plaatsen put, aanbrengen pompen); • Graven sleuf (open ontgraving) over de waterkering t.b.v. aanleg persleidingen [4]; • Opbreken verharding waterkering en graven werkput t.b.v. uitstroomconstructie [5]; • Aanbrengen uitstroomconstructie [5] (aanbrengen fundering, plaatsen put); • Plaatsen damwand en oeverbescherming t.b.v. aansluiting op bestaand uitstroomconstructie [6]; • Werkzaamheden op het voorland t.b.v. realiseren uitstroomconstructie [5/6]; • Transportbewegingen over het onderhoudspad buitendijks. Het werkterrein en een deel van de nieuwe uitstroombak overlappen met de aanwezige schorren (figuur 3.1). Na de bouwwerkzaamheden worden de schorren weer in oorspronkelijke staat hersteld.

Figuur 3.1: Foto uitstroombak met schorren.

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

8

Projectgerelateerd

Figuur 3.2: Schetsmatige weergave van gemaal Paal, huidige situatie

1

3

4

2

5

6

Figuur 3.3: Schetsmatige weergave van gemaal Paal, toekomstige situatie

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

9

Projectgerelateerd

Herinrichting Kruispolder Met behulp van een hydrologisch model is onderzocht welke aanpassingen aan watergangen en kunstwerken nodig zijn, om het water ook richting het nieuwe gemaal af te kunnen voeren [RHDHV 2018]. Hierin zijn meerdere varianten doorgerekend met aanpassingen aan watergangen en kunstwerken in de Kruispolder. Deze bleken allen technisch haalbaar. Als laatste is het tracé buiten de Kruispolder (in de Melopolder) richting gemaal Paal nagelopen. Hierbij zijn risico’s geïnventariseerd, waarbij vooral gelet is op ruimtebeslag, aangrenzende woningen en te kruisen objecten (duikers, dijklichamen etc.). Uit de veldinventarisatie zijn geen noemenswaardige risico’s naar voren gekomen. Bij een bezoek aan gemaal Paal is wel geconstateerd (na overleg met de beheerder) dat de aanstroom van gemaal Paal niet optimaal is. Bij het realiseren van een nieuw gemaal zou dit gelijk meegenomen kunnen worden. Het herverkavelingsplan voor Kruispolder is weergegeven in figuur 3-4, en in meer detail in Bijlage 2. Voor de herinrichting dienen verschillende nieuwe watergangen gegraven of verruimd te worden en enkele bestaande watergangen (deels oude kreekrestanten) te worden gedempt. De herinrichting draagt zorg voor een goede afvoer richting het gemaal bij maatgevende omstandigheden.

Het gekozen tracé heeft als voordeel dat relatief weinig perceeltoegangen wijzigen en er een beperkt aantal duikers gerealiseerd moet worden. Verbreding van watergangen worden ingestoken als een natuurvriendelijke oever om een positieve bijdrage te leveren voor bepaalde flora en fauna en de uitkomende grond wordt hergebruikt in de laag liggende percelen.

Duiven hoek

Figuur 3-1. Overzichtstekening herinrichting Kruispolder (Bron: Scheldestromen).

Het tracé (oranje lijnen in Figuur 3-4) loop parallel aan de Zeedijk totdat het tracé ten westen van adres Zeedijk 3 afbuigt naar het zuiden. Ten noorden van de Lange Nieuwstraat gaat het traject naar het oosten. Ten oosten van de boomgaard buigt het traject naar het zuiden via een nieuw te graven waterloop (gele lijn). Bij Duivenhoek kruist de watergang een oude dijk (overgang tussen Kruispolder aan de westzijde en

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

10

Projectgerelateerd

Melopolder aan de oostzijde). Hier komt een duiker van 110 meter onder het weiland, rijbaan en dijk (zie bijlage 3 voor een ontwerptekening). Dit zal hoogstwaarschijnlijk in open ontgraving plaatsvinden. Na de werkzaamheden wordt alles in oorspronkelijke staat teruggebracht. Vervolgens zijn twee stuwen nodig (1 net voor het gemaal en 1 langs de Lange Nieuwstraat) tussen de Kruispolder en Melopolder om het debiet vanuit de Kruispolder te kunnen reguleren. Vervolgens sluit de duiker aan op een nieuwe watergang (gele lijn) richting het gemaal Paal.

3.2

Meekoppelkansen

Dijkovergang voor fietsers bij Baalhoek In de streek is behoefte om zonder hindernissen overal langs de Westerscheldekust te fietsen. Dat gebeurt zo veel mogelijk buitendijks. Op plaatsen waar dat niet kan, bijvoorbeeld omdat er een natuurgebied is, gaan de fietsers binnendijks fietsen totdat buitendijks fietsen weer mogelijk is. Komend vanuit Perkpolder is het bij Baalhoek niet toegestaan om buitendijks te blijven fietsen vanwege de buitendijkse natuurwaarden (Natura 2000). Bij Baalhoek moeten fietsers nu via een trap met een fietsgoot binnendijks verder fietsen. Dit voldoet niet voor de gebruikers en past niet bij het fietspad met deze regionale functie. Om de fietsroute compleet te maken wordt een dijkovergang gerealiseerd bij Baalhoek (zie Figuur 3-5). Bij Kruispolderhaven kan via de bestaande dijkovergang weer buitendijks gefietst worden.

Figuur 3-2. Buitendijk (blauw) en binnendijks (geel) fietspad met nieuwe dijkovergang (oranje)

De principeschets en de foto in Figuur 3-6 en Figuur 3-7 zijn van een dijkovergang die het waterschap bij Biezelingse Ham in ’s Gravenpolder heeft gerealiseerd. Er vindt nog nadere uitwerking plaats van het ontwerp voor de locatie bij Baalhoek in overleg met direct betrokkenen zoals bewoners van de kern Baalhoek.

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

11

Projectgerelateerd

Figuur 3-3. Principeschets dijkovergang (gebaseerd op locatie Biezelingse Ham in ’s Gravenpolder)

Figuur 3-4. Foto dijkovergang Biezelingse Ham in ’s Gravenpolder

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

12

Projectgerelateerd

Ommetje Paal Paal is een belangrijk punt in de plannen van Versterk de Scheldekust en Grenspark Groot Saeftinghe o.a. door de jachthaven en de aanwezige voorzieningen (zoals Paviljoen ’t Schor). De behoefte is een wandelroute te creëren zowel voor bezoekers als bewoners die deels buitendijks en deels binnendijks loopt. Tussen Paal en het gemaal Paal kan er in de huidige situatie al buitendijks gewandeld worden. Om er een ‘ommetje’ van te maken, wordt langs de Graauwse kreek een laarzenpad aangelegd (Figuur 3-8).

Figuur 3-8. Ommetje Paal (oranje = nieuw te realiseren laarzenpad; blauw = reeds bestaand wandelpad)

De oever met het laarzenpad komt aan de oostkant van de watergang (de Graauwse kreek). Het laarzenpad komt uit in de kern Paal. In Paal zelf wordt er mogelijk een extra trap aangelegd. Er vindt nog nadere uitwerking plaats van het ontwerp in overleg met direct betrokkenen.

3.3

Planning en wijze van uitvoering

3.3.1

Planning

De uitvoering van de werkzaamheden is voorzien in 2022-2024. Het is aan de aannemer, die het werk gaat realiseren, om de planning nader uit te werken. Zodra deze gereed is, zal de planning worden gecommuniceerd aan omwonenden en andere belanghebbenden.

3.3.2

Wijze van uitvoering

Uitbreiden gemaal Paal Voor het realiseren van deze werkzaamheden, moeten de volgende werkzaamheden worden uitgevoerd: • Bomen/bosschage rooien op terrein ten westen van het bestaande gemaal [1] • Grond ontgraven uit maalkom [3] en gemaalgebouw [1]

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

13

Projectgerelateerd

• • • • • • • • •

Aanbrengen van damwanden (in den droge) [2] Aanbrengen van gemaal gebouw [1] (aanbrengen fundering, plaatsen put, aanbrengen pompen, etc) Graven sleuf (open ontgraving) over de waterkering t.b.v. aanleg persleidingen [4] Opbreken verharding waterkering en graven werkput t.b.v. uitstroomconstructie [5] Aanbrengen uitstroomconstructie [5] (aanbrengen fundering, plaatsen put, etc) Plaatsen damwand en oeverbescherming t.b.v. aansluiting op bestaand uitstroomconstructie [6] Werkzaamheden op het voorland t.b.v. realiseren uitstroomconstructie [5/6] Transportbewegingen over het onderhoudspad buitendijks Bijkomende werkzaamheden.

Herinrichting Kruispolder Voor de herinrichting van Kruispolder worden de volgende werkzaamheden voorzien: • Het realiseren van een waterloop t.b.v. extreme omstandigheden (oranje tracé in Figuur 3-4) met afmetingen 7m bodembreedte, taluds 1:2, circa 20m boven breedte • Het graven van nieuwe en aanpassen van bestaande waterlopen ten behoeve van normale omstandigheden (paarse en groene tracé in Figuur 3-4) met bodembreedte 0,5m, taluds 1:2, boven breedte variabel) • Het dempen van bestaande waterlopen (grijze tracés in Figuur 3-4) • Het aanbrengen van oeverbescherming (matten of beschoeiing) • Het ontgraven, vervoeren en verwerken van grond over percelen in de polder (of afvoeren uit het projectgebied) • Het gedeeltelijk rooien van bomen/bosschage langs de zeedijk • Het verwijderen van oevervegetatie (riet etc.) bij dempen en verruimen van waterlopen • Het verwijderen en aanbrengen van dammen • Het aanbrengen van kunstwerken, zoals kokerduikers en stuwen.

Dijkovergang voor fietsers bij Baalhoek Voor het realiseren van de dijkovergang voor fietsers bij Baalhoek worden de volgende werkzaamheden voorzien: • Aanleggen van een fietspad • Aanbrengen kleidek langs de buitenzijde van het talud en grond uitvullen met zand • Aanbrengen van asfaltdek • Aanbrengen van afrasteringen Ommetje Paal Voor het realiseren van het ommetje Paal wordt de aanleg van een laarzenpad voorzien in de oever van de Graauwse kreek. Werkzaamheden worden uitgevoerd bij daglicht. Het in te zetten materieel is van een bouwjaar 2014 of nieuwer (Stage IV) is. Omdat dit schoner is dan het gemiddelde huidige mobiele werktuigenpark, zal hiervoor een uitvoeringseis in de uitvraag moeten worden opgenomen. Het nieuwe gemaal zal, evenals het bestaande gemaal elektrisch worden aangedreven.

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

14

Projectgerelateerd

4

Potentiële milieueffecten & beoordeling

Op basis van de activiteiten die als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling worden uitgevoerd en de kenmerken van het plangebied zijn de volgende milieuaspecten in het kader van de m.e.r.-beoordeling van belang: • Natuur • Archeologie en aardkundige waarden • Landschap en cultuurhistorie • Bodemkwaliteit • Oppervlaktewater- en grondwater • Wonen, werken en recreëren. Onderstaand wordt voor betreffende milieuaspecten de bestaande situatie alsmede de potentiele milieueffecten toegelicht.

4.1

Natuur

4.1.1

Beschermde gebieden

Ter hoogte van het plangebied bevindt zich zowel beschermd Natura 2000-gebieden als gebied vallend onder het Natuurnetwerk Nederland (NNZ). In het kader van de herinrichting van de polder en de uitbereiding van gemaal Paal zijn effecten hierop in beeld gebracht middels een Natuurtoets (zie bijlage 4 en 5). Natura 2000 gebieden In figuur 4-1 is de ligging van gemaal Paal en de Kruispolder ten opzichte van Natura 2000-gebieden weergegeven. Het plangebied ligt voor een klein deel in het Natura 2000-gebied Westerschelde & Saeftinghe, de Kruispolder grenst aan het Natura 2000 gebied. Op grotere afstand liggen de Natura 2000gebieden Vogelkreek en Oosterschelde. NNZ De binnendijken in de Kruispolder vallen onder het NNZ. Ze hebben het beheertype N12.02 Kruiden- en faunrijk grasland. Daarnaast liggen er enkele graslanden met beheertype A02.01 Botanisch waardevol grasland. De gehele Westerschelde is ook een NNZ-gebied. Nabij gemaal Paal betreft het beheertypen N09.01 Schor of kwelder. In figuur 4-2 zijn de NNZ-gebieden weergegeven.

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

15

Projectgerelateerd

Figuur 4-1. Plangebied Kruispolder en Gemaal Paal (in rood)

Figuur 4-2. NNZ-gebieden (groen) in Kruispolder en bij gemaal Paal. Oranje tracés betreft nieuwe watergangen voor extreme omstandigheden, paarse en groene tracés zijn nieuwe/aan te passen watergangen voor normale omstandigheden, grijze tracés worden gedempt.

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

16

Projectgerelateerd

4.1.2

Effecten op beschermde gebieden

Natura 2000-gebieden De voorgenomen herinrichting van de Kruispolder, de aanpassing van gemaal Paal en de meekoppelkansen (dijkovergang en Ommetje Paal) leiden tot (tijdelijk) effecten in het Natura 2000-gebied Westerschelde. Het habitattype H1330A Schorren en zilte graslanden ondervindt over een zeer beperkt areaal effecten van ruimtebeslag (tijdelijk en permanent). Daarnaast is het mogelijke verstorende effect van de werkzaamheden aan en rond de dijk voor zeehonden, broedvogels en niet broedvogels (foeragerend en rustend) beschouwd. Uit de effectbeoordeling volgt dat de effecten samenhangend met de herinrichting van de Kruispolder en aanpassing van gemaal Paal inclusief de meekoppelkansen niet leiden tot significant negatieve effecten, ook niet als de effecten in cumulatie worden beschouwd. Er zijn geen negatieve gevolgen voor de gunstige staat van instandhouding van de habitattypen, -soorten, broedvogels en niet-broedvogels van het gebied. Voor overige Natura 2000-gebieden zijn significant negatieve effecten met zekerheid uit te sluiten. NNZ De aanpassing bij gemaal Paal zal resulteren in een zeer beperkt ruimtebeslag (80 m2) op het schor, in NNZ-gebied. Dit ruimtebeslag zal in het definitief ontwerp voor de aanpassing van het gemaal waar mogelijk verder worden beperkt.

Gezien de zeer beperkte omvang en het feit dat binnen deze locaties geen belangrijke groeiplaatsen/habitats aanwezig zijn, is dit ruimtebeslag niet beoordeeld als significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden. Het Ommetje Paal kruist het NNZ, maar er vinden geen fysieke ingrepen plaats in het NNZ; er is alleen sprake van betreding door wandelaars. Daarnaast gaan de werkzaamheden gepaard met tijdelijke effecten in de Kruispolder en op het schor buitendijks. Na afloop van de werkzaamheden kan de vegetatie ter plaatse zich herstellen. Er is geen sprake van een bestemmingswijziging. Deze effecten betreffen dan ook geen aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden.

4.1.3

Aanwezige beschermde soorten

Door Adviesbureau Wieland is op het niveau van een verkennend onderzoek (Quickscan) onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van beschermde dier- en plantensoorten of leefgebieden van beschermde diersoorten in het plan- en studiegebied en naar de mogelijke effecten van de ingrepen op deze soorten. De uitkomsten zijn vastgelegd in een tweetal rapportages (Adviesbureau Wieland, 2020). De conclusies zijn onderstaand overgenomen. In het plan- en studiegebied kunnen diverse beschermde soorten voorkomen. Zoogdieren Algemene soorten (o.a. huisspitsmuis, bosmuis, vos, konijn, haas, bunzing, bosspitsmuis, veldmuis, rosse woelmuis en egel) komen sporadisch voor in het prpojectgebied bij gemaal Paal, in de Kruispolder (akkers, graslanden en boomgaarden), bij de dijkovergang en bij Ommetje Paal. Ze kunnen algemener voorkomen in specifieke biotopen (waaronder bos, oevers en ruigte). Voor deze soorten is de zorgplicht van toepassing. Zeehonden kunnen sporadisch foerageren in de geul bij hoogwater, er zijn geen ligplaatsen in het studiegebied. Steenmarter, hermelijn en wezel komen mogelijk voor in de omgeving van gemaal Paal; in de beplantingstrook, bij het opslagterrein binnendijks en op de vooroever buitendijks. De vooroever maakt mogelijk onderdeel uit van het leefgebied. Het betreft echter een zeer beperkt deel van het leefgebied.

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

17

Projectgerelateerd

Ook overhoeken, slootkanten en dijken in de Kruispolder en bij Ommetje Paal vormen mogelijk leefgebied. Mogelijk vindt hier ook de veldspitsmuis leefgebied. De volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, baardvleermuis, watervleermuis en laatvlieger. Vleermuizen hebben een vliegroute langs de Zeedijk en boven het water aan de binnenzijde van het gemaal. Ook de sloten vormen vliegroutes. De beplanting bij het gemaal maakt mogelijk onderdeel uit van het jachtgebied van vleermuizen, evenals het projectgebied Kruispolder en de watergangen langs Ommetje Paal. In de Kruispolder zijn bomen met holtes, spleten of loszittende stukken schors die kunnen fungeren als dagverblijf. De bomen bij gemaal Paal en het gemaal zelf zijn niet geschikt als dagverblijf voor vleermuizen. Er zijn geen winterverblijven te verwachten wegens het ontbreken van geschikte duikers/sluisjes. Broedvogels Broedvogels zijn te verwachten in en rondom het gemaal gebouw, in de beplantingsstrook bij het gemaal, bij het uitwateringskanaal (polderzijde), de vooroever en schor. De zeedijk is ongeschikt voor broedvogels omdat hier veel betreding door mensen plaatsvindt. In de te kappen beplanting bij het gemaal is een nest aangetroffen dat mogelijk van een roofvogels of ransuil is en daarmee jaarrond beschermd is.

Tegen het gemaal hangt een torenvalknestkast. De steenuil broedt mogelijk op het opslagterrein naast het gemaal. Ook in de Kruispolder en langs het Ommetje Paal zijn broedvogels te verwachten. Niet uitgesloten is dat er soorten met een jaarrond beschermd nest voorkomen (steenuil, sperwer, buizerd, torenvalk). Reptielen en amfibieën Algemene soorten (kleine watersalamander, groene kikker, gewone Pad, bruine kikker) kunnen voorkomen in het studiegebied. Voor deze soorten is de zorgplicht van toepassing. In de wijdere omgeving is ook de rugstreeppad bekend. Deze soort komt momenteel niet voor in het projectgebied, maar kan in korte tijd grote afstanden afleggen en nieuwe gebieden snel koloniseren. Bij de werkzaamheden moet rekening worden gehouden met deze soort. Beschermde reptielen worden gezien het beschikbare biotoop niet verwacht. Vissen In het studiegebied komen vissen voor, bij gemaal Paal kunnen de volgende soorten worden verwacht: aal, bot, schol, tong, brasem, baars, blankvoorn, brakwatergrondel, driedoornige stekelbaars, haring, sardien, dunlipharder, giebel, karper, kolblei, marmergrondel, roofblei, snoekbaars, tiendoornige stekelbaars, zeelt, zwartbekgrondel. In de Kruispolder betreft het aal, karper, tiendoornige stekelbaars, driedoornige stekelbaars, pos, brasem, baars. Deze soorten kunnen ook verwacht worden in de Grauwse Kreek langs Ommetje Paal.

Er komen geen beschermde vissen voor. Ongewervelden In het studiegebied komen geen beschermde ongewervelden voor, noch is dit voorkomen op grond van de aanwezige habitats te verwachten. Vaatplanten In het studiegebied komen geen beschermde vaatplanten voor, noch is dit voorkomen op grond van de aanwezige habitats te verwachten.

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

18

Projectgerelateerd

4.1.4

Effecten op beschermde soorten

Voor het uitvoeren van de gewenste activiteit dient rekening gehouden te worden met beschermde natuurwaarden. In veel gevallen kan dit door buiten gevoelige perioden te werken of door werkterrein voorafgaand aan de werkzaamheden ongeschikt te maken. Voor een aantal soorten is echter nog niet met zekerheid vastgesteld of ze daadwerkelijk in het gebied voorkomen en wat de functie van het projectgebied is. Er zijn wel geschikte biotopen in het projectgebied aanwezig. Voor deze soorten is nader onderzoek nodig om te bepalen of de beschermde soorten aanwezig zijn, of de voorgenomen werkzaamheden een negatief effect hebben en of er verbodsbepalingen overtreden worden in het kader van de Wet natuurbescherming. Het betreft de soort(groep)en: wezel, hermelijn, steenmarter, veldspitsmuis, vleermuizen, steenuil, ransuil, sperwer, torenvalk. Indien blijkt dat deze soorten voorkomen en sprake is van overtreding van verbodsbepalingen, dan dient een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Een ontheffing wordt alleen verleend indien de gunstige staat van instandhouding niet verslechtert, er geen andere bevredigende oplossingen zijn, er sprake is van een bij wet genoemd belang en effecten worden gecompenseerd.

Voor de genoemde soorten zijn afdoende compenserende maatregelen mogelijk (zoals het plaatsen van vleermuiskasten), die ook binnen dit project kunnen worden genomen. Negatieve effecten kunnen zeker worden gecompenseerd. Gezien de eerder uitgevoerde alternatievenafweging en onderbouwing voor het project is aannemelijk het ontbreken van alternatieven en de dwingende reden kunnen worden onderbouwd en dat ontheffing kan worden verleend.

4.2

Archeologie en aardkunde

4.2.1

Bestaande (verwachtings)waarden

Bekende archeologische waarden In 2018 heeft Edufact een archeologische quickscan uitgevoerd [Edufact 2018] en vervolgens heeft IDDS Archeologie een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd naar de gespecificeerde archeologische verwachting in de Kruispolder [IDDS 2018]. Uit deze studies blijkt dat het projectgebied geen deel uitmaakt van een terrein met een vastgestelde archeologische waarde op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) Zeeland. Er komen ook geen gemeentelijke archeologische vindplaatsen voor. In de nationale database voor vindplaatsen in Nederland (Archis 3), worden geen vindplaatsen vermeld. In het Zeeuws Archeologisch Archief zijn geen vindplaatsen bekend. Ook binnen de Archeologische Werkgemeenschap Nederland (AWN) zijn geen vondsten of waarnemingen gevonden met betrekking tot het projectgebied. Rondom het projectgebied zijn twee archeologische onderzoeken en drie vondstmeldingen bekend (zie Figuur 4-3): • In 2018 is voor een watergang ten zuiden van Paal een archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd (Archisnr. 4580123100). Er werd een hoge verwachting vastgesteld voor het relatief ondiepe dekzandlandschap in het zuiden van het onderzochte gebied. De noordgrens van het ondiepe dekzandlandschap ligt ongeveer 450 m ten zuiden van de huidige watergang.

Daarnaast werd vastgesteld dat de top van het Hollandveen tussen de 13e en 16e eeuw is ontgonnen en niet overal is geërodeerd. Voor de hele onderzochte watergang werd daarom een vervolgonderzoek voor de top van het veen voorgesteld in de vorm van een archeologische begeleiding. • Aan de Kruisstraat 1 is in 2015 een booronderzoek uitgevoerd, bestaande uit vijf boringen tot maximaal 4,0 m–mv (Archisnr. 2682383100). De bovenlaag bleek verstoord tot maximaal 0,8 m–mv (-0,2 m NAP). Daaronder bevond zich het Laagpakket van Walcheren, te onderscheiden in een pakket uit de Romeinse tijd / Vroege Middeleeuwen en een pakket uit de Nieuwe tijd. De top van het oudste 29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

19

Projectgerelateerd

•

•

kleipakket was door stromend water geërodeerd. Ook de top van het onderliggende veen was niet meer intact. Er werden geen archeologische vindplaatsen aangetroffen. In het zuiden van de Kruispolder, langs de Kruispoldersedijk ter hoogte van het gehucht Roversberg, is een melding geplaatst van de resten van de schans Roverberg (Archisnr. 3133796100). Deze schans is op basis van het historisch kaartmateriaal gesloopt in de tweede helft van de 17e of de eerste helft van de 18e eeuw. Direct ten noorden van de Zeedijk, bij het uiterste noordwesten van het projectgebied, is een melding gemaakt van een menselijke schedel (Archisnr. 3259857100). Waarschijnlijk is de schedel afkomstig van het in 1509 verdronken dorp Oud-Hontenisse. Ook een melding aan de zuidzijde van de dijk heeft betrekking op dit dorp (Archisnr. 3100511100). In 1976 werden hier meerdere aardewerkfragmenten uit de Late Middeleeuwen B en vroege Nieuwe tijd aangetroffen.

Figuur 4-3. Bekende archeologische waarden (Bron: IDDS 2018).

Archeologische verwachtingswaarde Op basis van de Archeologische Verwachtingenkaart van de gemeente Hulst heeft het projectgebied een gematigde archeologische verwachtingswaarde voor de Laagpakketten van Wormer, Hollandveen, Walcheren en het Pleistocene dekzand. Uit het bureauonderzoek van IDDS [2018] blijkt dat in het projectgebied een kans is op het aantreffen van archeologische resten in het Laagpakket van Walcheren en in de top van het Hollandveen, ofwel vanaf enkele decimeters onder het maaiveld tot een maximale diepte van -0,75 tot -2,75m NAP (ofwel circa 1,25 tot 3,25 m-mv). Als er vindplaatsen voorkomen in het Hollandveen dan bestaan deze waarschijnlijk uit de 29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

20

Projectgerelateerd

resten van bewoning en landbouw uit de IJzertijd en de Romeinse tijd en kunnen resten voorkomen van greppels en sloten, constructiehout, waterputten, aardewerk, metaal en dergelijke. In het Laagpakket van Walcheren gaat het vooral om de resten van landbouwontginningen uit de Middeleeuwen, maar ook resten van bewoning zijn mogelijk. Gezien de twee parallelle kreekruggen bestaat er mogelijk ook een verwachting op het Laagpakket van Wormer, dat plaatselijk hoger gelegen kan zijn (binnen -2,75 m NAP, ofwel circa 3,25 m-mv). Archeologisch vervolgonderzoek Naar aanleiding van het archeologisch bureauonderzoek van IDDS [2018] is op een aantal door bevoegd gezag aangewezen plekken in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd door Artefact! [2020]. Op basis van de resultaten van dit onderzoek geldt voor het hele plangebied een lage verwachting op het voorkomen van vindplaatsen uit het Neolithicum in, of op, het Laagpakket van Wormer. Op de hooggelegen en intacte goed ontwaterde delen van het veenlandschap geldt een middelhoge verwachting op het voorkomen van vindplaatsen uit de Late IJzertijd en/of de Romeinse tijd in, of op, de top van het Hollandveen Laagpakket. Op de twee grote kreekruggen die door het plangebied lopen, werd een vermoedelijke vindplaats aangetroffen die dateert uit de Late Middeleeuwen.

Daarnaast werden enkele locaties aangemerkt waar op basis van indicatoren en cartografische referenties vindplaatsen uit de 1e helft van de 17e eeuw zijn te verwachten. Er geldt een (middel)hoge verwachting op het voorkomen van vindplaatsen uit de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd in, of op, het Laagpakket van Walcheren. Aardkundige Waarden Op de Provinciale Signaleringskaart Aardkundige Waarden zijn de kreken aangewezen als Kreekrestant (zie Figuur 4-4). Deze waarden werden niet in het bestemmingsplan opgenomen onder Waarde-Aardkunde. Het doel van de Signaleringskaart aardkundig waardevolle gebiedenkaart is het geven van een overzicht van potentieel aardkundig waardevolle elementen (ze hebben geen beschermde status). De slikken en platen van de Westerschelde zijn volgens de Provinciale Signaleringskaart van aardkundige waarde. Ten oosten van de Kruispolder en buitendijks van de Zeedijk ligt het Aardkundig Monument het Verdronken Land van Saefthinge.

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

21

Projectgerelateerd

Figuur 4-4. Aardkundige waarden (Bron: Signaleringskaart Aardkundige Waarden en aardkundige waardevolle gebieden Provincie Zeeland).

4.2.2

Effecten op archeologische en aardkundige waarden

Archeologische waarden Het projectgebied valt voor archeologie binnen het facetbestemmingsplan Archeologie en Aardkunde (2017), en is grotendeels gelegen binnen een zone met een dubbelbestemming Waarde-Archeologie 3. Dit betekent dat vergunningplicht bestaat voor archeologie voor werkzaamheden die dieper reiken van 0,40m beneden maaiveld en een oppervlakte groter dan 1000 m2. Afwijken van vergunningplicht kan, indien de gemeente Hulst op basis van een advies van een archeologisch deskundige zou besluiten dat de uitvoering van een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. De totale oppervlakte van de ontgravingen is aan het maaiveld ongeveer 138.300 m2 en op de maximale ontgravingsdiepte ongeveer 45.560 m2. Artefact! adviseert om de werkzaamheden onder (deels intensieve en deels extensieve) Archeologische Begeleiding uit te voeren in die delen waarvoor een (middel)hoge archeologische verwachting geldt en die door de geplande aanleg van de watergangen zal worden verstoord. Alle zones waar enige vorm van vervolgonderzoek wordt geadviseerd zijn weergegeven in Figuur 4-5.

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

22

Projectgerelateerd

Figuur 4-5. Gecombineerde advieskaart archeologisch vervolgonderzoek onder Archeologische Begeleiding

Graafwerkzaamheden in gebieden met een middelhoge of hoge verwachting dienen intensief begeleid te worden en in de gebieden met een lage tot middelhoge verwachting extensief. Indien bij de archeologische begeleiding (behoudenswaardige) vindplaatsen worden aangetroffen dan kunnen deze binnen de contouren van de watergang worden opgegraven. Tussen de kernen Kruispolderhaven en Duivenhoek snijdt de nieuwe watergang een oude dijk (zie Figuur 4-6) met een hoge archeologische verwachtingswaarde. In deze dijk wordt een duiker aangelegd. De duiker wordt met een open ontgraving aangelegd onder Archeologische Begeleiding.

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

23

Projectgerelateerd

Figuur 4-6. Locatie aan te leggen duiker onder Archeologische begeleiding

Het is niet uit te sluiten dat voor die delen waar geen vervolgonderzoek is aanbevolen desondanks toch relevante archeologische vindplaatsen in de bodem verborgen zijn en dat deze in de uitvoeringsfase van de toekomstige graafwerkzaamheden aan het licht komen. Dergelijke vondsten dienen conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet zo spoedig mogelijk bij de minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gemeld te worden. In de gemeente Hulst worden vondsten gemeld bij de gemeente Hulst. De gemeente voorziet hierin door het Plan van Aanpak Realisatievondsten. Waterschap Scheldestromen heeft voor toevalsvondsten een regeling opgenomen die daarbij aansluit. Aardkundige waarden De uitlaatconstructie van gemaal Paal ligt in het aardkundig waardevol gebied slik/plaat schor en veen/kleibanken. In dit aardkundig waardevol gebied vindt in beperkte mate een permanente ingreep plaats. Het gaat om maximaal 80 m2 (0,00035% van het totale areaal). Na realisatie van het gemaal wordt de tijdelijke werkstrook weer in gebruik genomen als schor. Effecten zijn zeer beperkt van aard. Wel zijn ook de kreken aangewezen als aardkundig waardevol. Deze kreekrestanten worden als gevolg van de ingreep gedempt. Dit betreft een negatief effect op aardkundige waarden.

Effecten meekoppelkansen Voor de realisatie van de dijkovergang voor fietsers bij Baalhoek en de aanleg van rondje Paal vinden geen graafwerkzaamheden plaats, waardoor geen archeologische waarden worden verstoord.

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

24

Projectgerelateerd

4.3

Landschap en cultuurhistorie

4.3.1

Ontstaansgeschiedenis landschap

De globale ontwikkeling van het landschap ter hoogte van Kruispolder kan goed worden beschreven aan de hand van paleogeografische kaarten van de provincie Zeeland, de geologische informatie van DINOloket en het pleistocene hoogtemodel uit Archis (zie Figuur 4-6) [IDDS, 2018]. Hieruit blijkt dat de pleistocene ondergrond zich over het algemeen tussen -6 en -5m NAP bevindt. Er is sprake van diverse dalen waar het pleistoceen zand dieper ligt, tot een maximale diepte van -15m NAP. Het pleistocene landschap bestaat uit dekzand, afgezet door de wind aan het einde van de laatste ijstijd (ongeveer 12.000 tot 10.000 jaar geleden).

Figuur 4-7. De top van het pleistocene oppervlak (van tot) in meters ten opzichte van NAP. Het plangebied is rood omlijnd [IDDS Archeologie, 2018].

Uit de paleogeografische reconstructies blijkt dat het dekzandlandschap in het plangebied aan het maaiveld bleef tot ongeveer 5000 voor Chr. Sinds het einde van de ijstijd was de zeespiegel sterk gestegen en “verdronk” het dekzandlandschap ten noorden van het plangebied langzaam onder afzettingen van de Noordzee. Door de zeespiegelstijging steeg ook het grondwater, waardoor rond 5000 voor Chr. ten noorden van het plangebied een veenpakket ontstond op het zand (Basisveen, Formatie van Nieuwkoop). In het plangebied is het Basisveen waarschijnlijk niet gevormd of geërodeerd. Door de verdergaande zeespiegelstijging kwam het plangebied na ongeveer 4500 voor Chr. op de rand van een getijdengebied te liggen. De sedimenten die in dit milieu werden afgezet, worden gerekend tot het Laagpakket van Wormer (Formatie van Naaldwijk), en bestonden uit klei en zand. In het westen van het plangebied kan ook zand voorkomen, aangezien de geulen van het getijdengebied tot in dit deel van het plangebied reikten [IDDS, 2018]. Vanaf ongeveer 4000 voor Chr. nam de stijging van de zeespiegelstand sterk af. Vanuit de Noordzee en de grote rivieren werden grote hoeveelheden zand aangevoerd, waardoor de getijdengeulen geleidelijk verzandden en achter strandwallen grootschalige veenvorming plaats vond (Hollandveen Laagpakket, Formatie van Nieuwkoop).

In het plangebied trad de veenvorming volgens de paleo-geografische reconstructies op vanaf ongeveer 3100 voor Chr. Vanaf ongeveer 300 na Chr. nam de invloed van de zee weer sterk toe. Dit werd veroorzaakt door de nog steeds voortdurende zeespiegelstijging, maar vooral ook door de ontwatering (mede door de mens) en daardoor inklinking van het veen. Het plangebied kwam wederom in een kweldergebied te liggen, in een 29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

25

Projectgerelateerd

gebied met inbraken en erosie (zie Figuur 4-7). De afzettingen uit dit kweldergebied behoren tot het Laagpakket van Walcheren (Formatie van Naaldwijk). De meeste van de kreken verlandden deels al rond 750 na Chr. en rond 1250 na Chr. werd het land, waarbinnen ook het plangebied ligt, bedijkt om nieuwe overstromingen te voorkomen (zie Figuur 4-8). Deze bedijking was echter niet volledig en perfect, waardoor regelmatig nog grote delen van het ingepolderde landschap overstroomden. Tussen 1508 en 1511 overstroomde de huidige Kruispolder en deze werd pas in 1612 weer bedijkt. Ook bij de Watersnoodramp in 1953 stond de Kruispolder onder water.

Figuur 4-8 (boven) en Figuur 4-9 (onder). Ontwikkeling van het landschap 800 en 1500 na Chr. [IDDS, 2018]

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9894852/1