CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

226135Toelichting bestemmingsplan inclusief bijlagen

Gemeenteraad 15 april 2021, gemeente HulstBij agendapunt: Voorstel tot het gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan ' Heuvelstraat 1 Heikant, Warandastraat 4 Sint Jansteen’.23.945 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

27

wanneer deze in 2019 in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumtenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. De gemeente Hulst heeft de archeologische verwachtingswaarde vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Archeologische en Aardkundige Waarden’. Toets Voor beide locaties geldt op basis van het bestemmingsplan ‘Archeologische en Aardkundige Waarden’ de bestemming ‘Waarde Archeologie-2’. Hiervoor geldt een vrijstellingsoppervlakte voor werkzaamheden onder de 500 m2 en een vrijstellingsdiepte voor bodemingrepen tot 40 cm. Voor de bouw van beide woning geldt binnen de planregels van onderhavig bestemmingsplan een maximum beperkt oppervlakte van 225 m2.

Overige werkzaamheden, zoals het aanleggen van bestrating blijft binnen de maximum vrijstellingsdiepte van 40 centimeter. Voor de duiventuin geldt een maximum bebouwd oppervlak van 250 m2. Gelet op het feit dat de duivenhokken niet op een fundering, maar op palen worden gebouwd, is het maximaal te verstoren oppervlakte voor de bouw van duivenhokken veel kleiner dan de oppervlakte zoals in het voorliggende bestemmingsplan is vastgelegd. Nader archeologisch onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. In de bestemmingsplanregels worden de voorschriften uit het bestemmingsplan ‘Archeologische en Aardkundige Waarden’ over genomen. Daarmee is geborgd dat archeologische waarden voor eventuele toekomstige werkzaamheden binnen het plangebied worden beschermd. Het aspect 'Archeologie' vormt geen belemmering voor onderhavig plan. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties.

Op basis van de provinciale inventarisatie cultuurhistorische elementen is het erf en zijn bebouwing als volgt beoordeeld: De boerderij is afzonderlijk gelegen midden in de polder tussen Heikant en Koewacht. De boerderij bestaat uit een woonhuis, twee schuren en een schuurtje. De toegang tot het erf wordt verschaft door een toegangshek met daarnaast een markante boom. Op het erf bevinden zich onder andere een eigentijdse tuin, een mestvaalt en een moestuin. De woning dateert uit de eerste helft van de 19e eeuw (bron: eigenaar). De voorgevel is geheel wit geschilderd en de kozijnen zijn vernieuwd. Onder de dakgoot loopt een geschilderde band en onder de ramen bevindt zich een gepleisterde plint. De woning is ondanks de wijzigingen in een redelijk authentieke staat. De oudste schuur dateert uit de eerste helft van de 19e eeuw. In de gevel bevindt zich een gevelsteen met het jaartal 28

1937. Dit duidt mogelijk op een verbouwing of verstening. De andere schuur is ongeveer vijftig jaar jonger (tweede helft 19de eeuw). De kopse kanten zijn van zwart geschilderde houten delen. De schuren hebben beide twee delen. In alle deeldeuren zit een klinket. Alleen de vensters zijn voorzien van een witte omlijning. De zadeldaken zijn voorzien van golfplaten. De schuren zijn niet geheel aangetast, maar zijn slechts gewijzigd. Beide schuren zijn redelijk authentiek. Toets Uit de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Zeeland kan worden afgeleid dat in de directe nabijheid van het plangebied geen cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig zijn. De te slopen schuren van het perceel Heuvelstraat 1 zijn als redelijk authentiek beoordeeld, maar niet authentiek genoeg om als cultuurhistorisch waardevol erf aan te merken. Derhalve word geconcludeerd dat voorliggend plan geen negatieve gevolgen heeft voor het aspect 'cultuurhistorie'.

4.10 Asbestinventarisatie De te slopen schuren aan de Heuvelstraat hebben zichtbaar een asbest dak. Vanwege de sloop is door Mitec Advies BV een asbestinventarisatieonderzoek uitgevoerd. Het opstellen van een asbestinventarisatie rapport is een verplichting op grond van het Asbestverwijderingsbesluit. Het aangetroffen asbest dient door een erkend bedrijf te worden verwijderd en afgevoerd. Het asbestinventarisatieonderzoek is onderdeel van de in te dienen sloopmelding op basis van artikel 1.26 van het bouwbesluit. Het volledige asbestinventarisatieonderzoek is als bijlage 4 bij deze toelichting gevoegd.

4.11 Kabels en leidingen Binnen het plangebied liggen geen planologisch relevante kabels en leidingen.

4.12 Overige belemmeringen Er zijn binnen het plangebied geen overige belemmeringen, zoals een molenbiotoop, of radargebied, bekend.

4.13 Waterhuishouding Water en ruimtelijke ordening hebben met elkaar te maken. Enerzijds is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Anderzijds kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, te voorkomen. Volgens het Besluit ruimtelijke ordening is een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze in het plangebied met water en water gerelateerde aspecten wordt om gegaan. De relevante aspecten met betrekking tot de waterhuishouding zijn opgenomen in de tabel uit bijlage 4. Deze is in het kader van het wettelijk vooroverleg voorgelegd aan het Waterschap Scheldestromen. Deze reactie is als bijlage 5 bijgevoegd.

4.14 Besluit M.E.R. Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in 29

aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Het plan betreft het saneren van een agrarisch bedrijf, de bouw van twee ruimte-voor-ruimte woningen en de realisatie van een duiventuin. De ontwikkeling is concreet beschreven in paragraaf 2.2. Het huidige gebruik van het plangebied is agrarische grond. Het houden van hobbydieren wordt niet genoemd in de C, of D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage. Woningbouw wordt in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage aangemerkt als de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject.

De m.e.r.- plicht geldt bij projceten van een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De genoemde maximum oppervlakken gelden als drempelwaarden. Het ruimtebeslag van het onderhavige project ligt ruimschoots beneden de drempelwaarde. Conclusie die op grond hiervan getrokken kan worden is dat het onderhavige project niet m.e.r.-beoordelingsplichtig is. In de nota van toelichting op het Besluit mer wordt het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' geduid. Hier wordt het volgende over gezegd: “Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Er kan overigens geen misverstand over bestaan dat ook ‘dorpen’ hieronder vallen. Wat ‘stedelijke ontwikkeling’ inhoudt kan van regio tot regio verschillen. Van belang hierbij is of er per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen zijn. Indien bijvoorbeeld een woonwijk wordt afgebroken en er komt een nieuwe voor in de plaats, zal dit in de regel per saldo geen of weinig milieugevolgen hebben.

Bij een uitbreiding zal er eerder sprake kunnen zijn van aanzienlijke gevolgen.” Uit voorgaande volgt dat het bouwen van twee ruimte-voor-ruimte woningen in algemene zin niet te kwalificeren is als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. Het houden van hobbydieren is geen activiteit die m.e.r.-plichtig is. In die gevallen is het Besluit m.e.r. niet van toepassing en hoeft geen aanmeldnotitie te worden opgesteld. Geconcludeerd kan worden dat in dit geval er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als in de zin van het Besluit m.e.r.

30

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Planopzet en systematiek De in hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.

5.1.1 Regels De regels sluiten aan bij het bestemmingsplan ‘Buitengebied Hulst’ ‘Kernen’ en ‘Parapluherziening Archeologie en Aardkundige Waarden’ en de ‘Parapluherziening Huisvesting Arbeidsmigranten’ en bij de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012. Artikel 3 Agrarisch In dit artikel is een specifieke vorm van een grondgebonden agrarisch bedrijf zonder veeteelt opgenomen. Artikel 4 Sport In dit artikel is opgenomen dat de gronden uitsluitend mogen worden gebruikt ten behoeve van de duivensport. Tevens is opgenomen dat er ter plaatse niet meer dan 250 m2 bebouwing aanwezig mag zijn. Artikel 5 Wonen In dit artikel is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten aanzien van de waterberging. Artikel 6 Wonen - Vrijstaand Dit artikel sluit aan bij het artikel uit het bestemmingsplan ‘Kernen’. Wel is een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat de woning aan de Warandastraat 4 te Sint-Jansteen pas mag worden gebouwd nadat er tenminste 500 m2 bedrijfsbebouwing aan de Heuvelstraat 1 te Absdale is gesloopt. Artikel 7 ‘Waarde Archeologie-2’ In dit artikel is de archeologische regeling overgenomen uit het bestemmingsplan archeologische en aardkundige waarden (vastgesteld d.d. 8-6-2017)

5.1.2 Verbeelding Heuvelsstraat 1: Het perceel krijgt de bestemming ‘wonen’, met de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie-2’. Beide woningen krijgen een apart bouwblok. Tevens wordt een deel van het perceel bestemd als ‘sport’ met de aanduiding ‘duivensport’. Warandastraat 4: Het perceel krijgt de bestemming ‘wonen-vrijstaand’ met een bouwblok. Tevens wordt de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie-2’ opgenomen.

31

6 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening 2008 (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Dit is vastgelegd in een anterieure overeenkomst tussen de gemeente Hulst en de initiatiefnemer. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.

32

7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Provincie Zeeland Het voorontwerp bestemmingsplan is voorgelegd aan de provincie Zeeland. De provincie Zeeland heeft om aanvulling op de flora en faunatoets gevraagd. Deze aanvullingen zijn aangeleverd. Ook heeft de provincie aangegeven dat er ontheffing moet worden aangevraagd op basis van de Wet natuurbescherming voor het slopen van de schuren en het vernielen van de zomerverblijfplaatsen van de Gewone dwergvleermuis. Deze ontheffing is in december 2020 inmiddels verleend door de provincie Zeeland. Waterschap Scheldestromen Het plan werd via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het Waterschap Scheldestromen. Het waterschap heeft opmerkingen gemaakt over de voorwaardelijke verplichting ten aanzien van waterberging in de planregels. Hierop zijn de planregels aangepast. Tevens heeft het waterschap opmerkingen gemaakt over de ontsluiting van het perceel en de locatie van de woning op het perceel.

De vooroverlegreactie is als bijlage 6 bij deze onderbouwing toegevoegd.

7.2 Burgerparticipatie Initiatiefnemers hebben inmiddels met de omwonenden aan zowel de Warandastraat, als de Heuvelstraat gesproken over de nieuwe ontwikkelingen. Voor de nieuw te bouwen ruimte voor ruimte woningen is de locatie van het bouwvlak in overleg met de omwonenden tot stand gekomen. Tevens is het gebied aan de Warandastraat waar bijgebouwen mogen worden gebouwd naar aanleiding van dit overleg verkleind.

7.3 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van DD. tot en met DD. voor een ieder ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Er zijn in totaal PM zienswijzen ingediend.

33

34

Bijlage 1: Bodemonderzoek

35

36

Bijlage 2: Stikstofberekening

37

38

Bijlage 3: Quickscan flora en fauna

39

40

Bijlage 4: Vleermuisonderzoek

41

42

Bijlage 5: Asbestinventarisatieonderzoek

43

44

45

Bijlage 6: Watertoetstabel

46

47

Bijlage 7: Vooroverlegreacties

48

Verkennend bodem- en indicatief asbestonderzoek Heuvelstraat 1 Heikant (kadastraal bekend Hulst N 203 (ged.))

Onderzoekslocatie Projectnummer Datum Status

Heuvelstraat 1 4566 RJ Heikant 001747 10 april 2020 Definitief Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v.      H.R. B.T.W.

Kreekzoom 3, 4561 GX Hulst (NL) +31 (0)114 – 31 15 48 +31 (0)114 – 31 60 11 info@colsen.nl www.colsen.nl Terneuzen 22.05.06.88 NL 810.973.406.B01

Projectnummer: 001747 Verkennend bodemonderzoek Heuvelstraat 1 Heikant

Uitgevoerd door Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. Kreekzoom 3 4561 GX Hulst (Zld) Tel: +31 (0) 114 – 31 15 48 Email: info@colsen.nl Opdrachtgever De heer E. van Acker Wilhelminastraat 123 4564 AA Sint Jansteen Datum(s) veldwerk 25 en 26 februari en 3 april 2020 (uitvoeren boringen en plaatsen peilbuizen) 4 maart 2020 (nemen grondwatermonsters) Veldmedewerkers De heer L. Gelderland (gecertificeerd veldmedewerker protocollen 1001, 2001, 2002, 2003 en 2018) Projectleider Mevrouw L. Strobbe paraaf:

Auteur rapportage De heer J. Schelkens paraaf:

Controle rapportage De heer N. Gelderland paraaf:

Colsen b.v. is, naast de certificeringen in het kader van de BRL1000 en BRL2000 gecertificeerd conform de NENEN-ISO 9001:2015 (certificaat nr. EC-KWA-01187), hetgeen een waarborg is voor een constante kwaliteit en reproduceerbaarheid van onderzoeksgegevens. Om de onafhankelijkheid van het onderzoek te waarborgen, verklaart Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v., op geen enkele wijze gelieerd te zijn aan de te onderzoeken projectlocatie, zowel in juridische, financiële of personele sfeer. Niets uit dit drukwerk mag verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt op welke wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v., noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. – Water, Energie en Milieu

Projectnummer: 001747 Verkennend bodemonderzoek Heuvelstraat 1 Heikant

Inhoudsopgave 1.

INLEIDING ..................................................................................................................... 1

2.

VOORONDERZOEK ...................................................................................................... 2 2.1 LOCATIE BESCHRIJVING ............................................................................................. 2 2.2 VOORONDERZOEK .................................................................................................... 3 2.2.1 Historisch kaartmateriaal en luchtfoto’s ............................................................ 3 2.2.2 Eerder bodemonderzoek .................................................................................. 3 2.2.3 Informatie van de gemeente Hulst .................................................................... 4 2.2.4 Digitale bronnen ............................................................................................... 4 2.2.5 Informatie opdrachtgever ................................................................................. 5 2.2.6 Informatie locatie inspectie ............................................................................... 5 2.3 REGIONALE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ....................................................... 5 2.4 PFAS ...................................................................................................................... 6 2.5 HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE ................................................................... 7

3.

VELD- EN LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN ....................................................... 9 3.1 UITVOERING VELDWERKZAAMHEDEN .......................................................................... 9 3.2 RESULTATEN VELDONDERZOEK.................................................................................10 3.2.1 Bodemopbouw ................................................................................................10 3.2.2 Grondwatermeting...........................................................................................11 3.2.3 Verdachtheid asbest in bodem ........................................................................11 3.3 MONSTERSELECTIE EN ANALYSES .............................................................................12

4.

ANALYSERESULTATEN .............................................................................................14 4.1 4.2 4.3

5.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .........................................................................19 5.1 5.2

6.

ALGEMENE BEGRIPPEN EN TOETSINGSKADER ............................................................14 GROND ...................................................................................................................15 GRONDWATER .........................................................................................................18 CONCLUSIES ...........................................................................................................19 AANBEVELINGEN ......................................................................................................20

AANSPRAKELIJKHEID ...............................................................................................21

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Situering onderzoekslocatie Plattegrond met situering boringen en peilfilter(s) Foto’s onderzoekslocatie Boorstaten met legenda Analyseresultaten Toetsingsresultaten Toelichting asbest in de bodem Gegevens vooronderzoek

Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. – Water, Energie en Milieu

Projectnummer: 001747 Verkennend bodemonderzoek Heuvelstraat 1 Heikant

1.

Inleiding

In opdracht van de heer E. van Acker heeft Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v., op de locatie Heuvelstraat 1 te Heikant (kadastraal bekend Hulst N 203 (ged.)) een verkennend bodem- en indicatief asbestonderzoek uitgevoerd. Aanleiding Aanleiding tot het onderzoek vormt de voorgenomen eigendomsoverdracht van de bovengenoemde locatie. Doel Het doel van het verkennend bodem- en indicatief asbestonderzoek is inzicht verkrijgen in de huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Kwaliteit Het verkennend bodemonderzoek is gebaseerd op de richtlijnen uit de NEN 5740+A1 (Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek). Het asbestonderzoek heeft een indicatief karakter en is afgeleid van de NEN 5707+C2 (Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond). De veldwerkzaamheden zijn conform de BRL SIKB 2000 (onderliggende protocollen 2001 en 2002) uitgevoerd door de heer L. Gelderland, gecertificeerd en erkend veldmedewerker in dienst bij Colsen B.V. Het procescertificaat van Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. en het bijbehorende beeldmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundige veldwerk, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. De onderzoekslocatie is niet in eigendom van Colsen b.v.

of in eigendom van een dochter- of zusterbedrijf van Colsen b.v. De onafhankelijkheid van het uitgevoerde bodemonderzoek is hiermee gewaarborgd. Onderhavig rapport beschrijft de verrichte werkzaamheden en de daaruit volgende conclusies en aanbevelingen van het verkennend bodemonderzoek. Het rapport is als volgt opgedeeld. In de navolgende hoofdstukken komen achtereenvolgens het vooronderzoek (hoofdstuk 2), het veldwerk (hoofdstuk. 3) en de chemische analyses met de bespreking van de resultaten (hoofdstuk 4) aan de orde. Het daaropvolgende hoofdstuk (hoofdstuk 5) bevat de conclusie en aanbevelingen van het onderzoek. Het laatste hoofdstuk (hoofdstuk 6) omvat informatie omtrent de aansprakelijkheid.

Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. – Water, Energie en Milieu

1/21

Projectnummer: 001747 Verkennend bodemonderzoek Heuvelstraat 1 Heikant

2.

Vooronderzoek

In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde vooronderzoek besproken. Op basis van deze informatie is een onderzoekshypothese en een onderzoeksstrategie voor het bodemonderzoek opgesteld. 2.1 Locatie beschrijving Adres : Heuvelstraat 1 te Heikant Kadastrale gegevens : Hulst N 203 (gedeeltelijk) Gemeente : Hulst Gebruik : (Voormalige) boerderij Oppervlakte : Ca. 15.000 m2 RD-coördinaten : X = 58.191; Y = 364.019 De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied tussen het dorp Heikant en het buurtschap Absdale. Het te onderzoeken terrein betreft een (voormalige) boerderij bestaande uit een woonhuis, enkele schuren en een omliggend erf en weiland. De onderzoekslocatie is deels bebouwd met het woonhuis en de schuren en is deels verhard met kinderkoppen, klinkers en beton. Aan de noordzijde grenst de onderzoekslocatie aan de openbare weg Heuvelstraat met daarachter een woning met tuin. Ten zuiden is een agrarisch perceel met daarachter de openbare weg Heidestraat gesitueerd. Enkele agrarische percelen begrenzen de onderzoekslocatie aan de oostzijde. Aan de westzijde is de openbare weg Heuvelstraat met daarachter meerdere agrarische percelen gelegen. De situering van de onderzoekslocatie is weergegeven op de regionale situatieschets in bijlage 1 van onderhavige rapportage en op onderstaande afbeelding. Figuur 1: Situering onderzoekslocatie (bron: www.intgwbp.zeeland.nl/geoloket)

Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. – Water, Energie en Milieu

2/21

Projectnummer: 001747 Verkennend bodemonderzoek Heuvelstraat 1 Heikant

2.2 Vooronderzoek Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de meest recente versie van de Nederlandse Norm voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek naar de kwaliteit van de bodem, de NEN 5725. Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: ▪ Kadastrale informatie via www.kadaster.nl; ▪ Historisch kaartmateriaal van de onderzoekslocatie via www.topotijdreis.nl; ▪ De boomgaardenkaart en bodemkwaliteitskaarten via de website www.zeeuwsbodemvenster.nl; ▪ Divers kaartmateriaal en historische luchtfoto’s via het geografisch loket van de provincie Zeeland via: www.zeeland.nl; ▪ Het Bodemloket via www.bodemloket.nl; ▪ De Nazca Rapportagemodule van verschillende Zeeuwse gemeentes: ▪ Archief van de gemeente Hulst; ▪ De opdrachtgever van het uit te voeren bodemonderzoek; ▪ Geohydrologische en bodemkundige gegevens; ▪ Locatie inspectie. In onderhavige paragraaf is een samenvatting opgenomen van de beschikbare bodeminformatie die gebruikt is voor het opstellen van de onderzoekshypothese en onderzoeksstrategie. Eventueel aanvullende informatie van het vooronderzoek is opgenomen in bijlage 8 van deze rapportage. 2.2.1 Historisch kaartmateriaal en luchtfoto’s Volgens het via de website www.topotijdreis.nl geraadpleegde historische kaartmateriaal (periode 1850-1913) is beoordeeld dat de locatie in 1850 reeds bebouwd is.

Volgens historisch kaartmateriaal van de periode 1913 – 1970 is de onderzoekslocatie vermoedelijk in gebruik als agrarisch bedrijf. Op de locatie zijn zeven gebouwen aanwezig. Ten zuiden van de onderzoekslocatie zijn boomgaarden gesitueerd. Omstreeks 1952 is te zien dat op de onderzoekslocatie twee grote schuren en drie kleinere gebouwen aanwezig zijn. Volgens het kaartmateriaal dat verkend is van de periode 1970 – 1999 is te zien dat omstreeks 1986 de boomgaard ten zuiden van de locatie niet meer aanwezig is. In de periode 2000 – 2018 is er geen verandering te zien ter plaatse van de onderzoekslocatie. Een overzicht van het geraadpleegde historische kaartmateriaal is opgenomen in bijlage 8. Volgens de (historische) luchtfoto’s die geraadpleegd zijn via de website van de provincie Zeeland is beoordeeld dat omstreeks 1959 de onderzoekslocatie reeds bebouwd is. De bebouwing bestaat uit twee grote schuren, twee kleine schuren en een woonhuis. Op de historische luchtfoto van 1970 is deze bebouwing nog aanwezig. Het maaiveld rond de twee grote schuren is verhard en het maaiveld tussen de schuren lijkt ook verhard. Op de historische luchtfoto’s van de periode 2003 – 2019 zijn veranderingen zichtbaar. Het kleine schuurtje op het zuidelijke deel van het terrein is niet meer zichtbaar op de luchtfoto van 2003.

Omstreeks maart 2018 is te zien dat de dakbedekking van de westelijke schuur niet meer in goede staat is. Er zijn namelijk gaten te zien in de dakbedekking. 2.2.2 Eerder bodemonderzoek Ter plaatse van de onderzoekslocatie en in de directe omgeving daarvan is voor zover bekend niet eerder een bodemonderzoek uitgevoerd.

Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. – Water, Energie en Milieu

3/21

Projectnummer: 001747 Verkennend bodemonderzoek Heuvelstraat 1 Heikant

2.2.3 Informatie van de gemeente Hulst Er zijn door de gemeente Hulst diverse gegevens met betrekking tot vergunningen ter plaatse van de onderzoekslocatie verleend. Deze gegevens zijn op 10 februari 2020 door de heer J. Schelkens ingezien. De meest relevante gegevens zijn onderstaand toegelicht. Dossiermap Heuvelstraat 1 Heikant In 2004 is een controle uitgevoerd van de vergunningen binnen de locatie Heuvelstraat 1 Heikant. In het controledocument staat aangegeven dat in juli 1991 een ondergrondse brandstoftank verwijderd dient te worden en dat een bovengrondse dieseltank in een vloeistofdichte bak geplaatst dient te worden. Verder staat in het document vermeld dat in februari 1998 de ondergrondse brandstoftank is verwijderd en dat er sinds 1995 een bovengrondse dieseltank met een inhoud van 2.200 liter op de locatie aanwezig is. Verder is een berging gesloopt en is aangegeven dat de schuren op de locatie als stalling van landbouwmachines dienen. Uit het archiefbezoek zijn de volgende verdachte deellocaties af te leiden: ▪ Bovengrondse dieseltank met een inhoud van 2.200 liter; ▪ Ondergrondse brandstoftank (verwijderd in 1998, voormalige locatie en inhoud onbekend). Beide tanks zijn op dezelfde locatie aanwezig (geweest) en worden derhalve als één deellocatie beschouwd. 2.2.4

Digitale bronnen

Bodemloket Volgens de website Bodemloket zijn op de locatie Heuvelstraat 1 te Heikant de hierna genoemde activiteit(en) bekend: ▪ Dieseltank (bovengronds, start onbekend en einde 2015). Voor de rapportage(s) van het Bodemloket wordt verwezen naar bijlage 8 van onderhavige rapportage. Zeeuws Bodemvenster Bodemkwaliteitskaart Volgens de Bodemkwaliteitskaart van de gemeente Hulst is de onderzoekslocatie gelegen in de zone A ‘Buitengebied en woonwijken na 1960’ met de bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde voor zowel de boven- als de ondergrond. De bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie heeft volgens de bodemfunctieklassekaart de functie ‘Overig’. Boomgaardenkaart Volgens de boomgaardenkaart is direct ten zuiden van onderhavige locatie in het verleden een boomgaard aanwezig geweest. De boomgaard is tevens te zien op historisch kaartmateriaal. De voormalige boomgaard is een boomgaard van boomklasse 2 of 3, dit betreft een boomgaard vanaf 1936. De boomgaard is aanwezig geweest tot circa jaren ’80. Van boomgaarden binnen de periode jaren ’50 – jaren ’70 is bekend dat veelvuldig gebruik gemaakt is van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB’s), waardoor de voormalige boomgaard als verdacht beschouwd dient te worden op de aanwezigheid van verhoogde gehaltes OCB’s. Volgens aanvullende informatie van de opdrachtgever (e-mail van de heer E.

van Acker op 27 januari 2020) is bovengenoemde voormalige boomgaard een hoogstamboomgaard. Deze was enkel voor eigen gebruik bestemd en er werden geen OCB’s toegepast. Op verzoek van de opdrachtgever wordt de bodem derhalve niet aanvullend op OCB’s onderzocht.

Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. – Water, Energie en Milieu

4/21

Projectnummer: 001747 Verkennend bodemonderzoek Heuvelstraat 1 Heikant

Geografisch loket provincie Zeeland Volgens het geografisch loket van de provincie Zeeland zijn ter plaatse, en in de directe omgeving van de onderzoekslocatie geen ernstige gevallen van bodemverontreiniging bekend. Tevens zijn, op basis van de informatie van het geografisch loket geen saneringen uitgevoerd ter plaatse of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. Volgens de informatie die geraadpleegd is via het geografisch loket zijn geen (voormalige) stortplaatsen bekend ter plaatse of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. Rapportagemodule Nazca Volgens de Rapportage van Nazca is op de onderzoekslocatie een bovengrondse dieseltank met een inhoud van 2.200 liter aanwezig geweest. Deze bovengrondse dieseltank is op 1111-2015 gereinigd en verwijderd door Wubben Noord B.V. (registratienummer 151002692.01). De bodem rondom de tank is tijdens de sanering niet onderzocht. Verder is er geen informatie bekend van de onderzoekslocatie. Voor de rapportage van de Nazca Rapportagemodule wordt verwezen naar bijlage 8 van onderhavige rapportage. 2.2.5 Informatie opdrachtgever De opdrachtgever is voornemens de onderzoekslocatie aan te kopen en wil voorafgaand inzicht in de huidige milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie.

Vanwege het (voormalige) gebruik als boerderij wordt op verzoek van de opdrachtgever een indicatief onderzoek naar asbest verricht. Ter plaatse van de locatie wordt in overleg met de opdrachtgever één mengmonster samengesteld van de meest verdachte laag voor analyse op asbest. 2.2.6 Informatie locatie inspectie Tijdens de locatie inspectie is de locatie van de voormalige ondergrondse tank en de in 2015 verwijderde bovengrondse dieseltank aangewezen door de eigenaar. De tanks waren gelegen tussen de achterste schuur en de woning naast de bestrating. Tijdens de locatie inspectie is tevens een ‘nieuwe’ bovengrondse dieseltank (inhoud: 2.000 liter) aangetroffen. Inpandig is een bestrijdingsmiddelenopslag waargenomen. Deze diende echter op verzoek van de opdrachtgever niet te worden onderzocht. Tevens zijn er schuren aanwezig met asbestdaken, deels niet voorzien van een dakgoot. Tijdens de uitvoering van de locatie inspectie zijn foto’s van de onderzoekslocatie gemaakt. Deze zijn opgenomen in bijlage 3 van onderhavige rapportage. 2.3 Regionale bodemopbouw en geohydrologie De globale bodemopbouw is weergegeven in onderstaand overzicht. Er is een inschatting gemaakt van de bodemopbouw aan de hand van de dichtstbijzijnde boringen (bron: dinoloket.nl). Tabel 1: Regionale bodemopbouw Geohydrologische eenheid Formatie van Boxtel

Globale diepte (m-mv) 0,00 – 4,00

Samenstelling bodem Zand, zeer fijn tot zeer grof, lokaal kleiig, grindig of humeus

Rupel Formatie

4,00 – 27,00

Klei, lokaal siltig tot zandig

Formatie van Tongeren

27,00 – 51,50

Zand, zeer fijn tot matig grof, glauconiethoudend

Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. – Water, Energie en Milieu

5/21

Projectnummer: 001747 Verkennend bodemonderzoek Heuvelstraat 1 Heikant

De locatie is gelegen binnen de Formatie van Twente (bron: Geologische kaart van Nederland, Zeeuwsch-vlaanderen Geologische Dienst). De bodemtextuur is ontwikkeld als dekzand dikker dan 2 meter. In onderstaand overzicht staan de belangrijkste geohydrologische kenmerken van de geohydrologische situatie schematisch weergegeven. ▪ Maaiveldniveau: o Circa 1,25 m +NAP. ▪ Grondwaterstromingsrichting in het eerste watervoerend pakket: o Noordelijke richting. ▪ Stijghoogte van het grondwater binnen het eerste watervoerend pakket: o Circa 0,15 m -NAP. ▪ Dikte van de deklaag: o Circa 0,00 m. ▪ Dikte van het eerste watervoerend pakket: o Circa 4,00 m. ▪ Top van de slecht doorlatende basis: o Circa 6,00 m –NAP. ▪ Transmissiviteit (kD-waarde) van het eerste watervoerend pakket: o 10 - 50 m2/dag. ▪ Chloridegehalte van het grondwater in het eerste watervoerend pakket: o 27 mg/l (traject 4,00–5,00 m-mv). De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied (bron: waterschap Scheldestromen). 2.4 PFAS PFAS is een stofgroep van gefluoreerde koolwaterstoffen, die van nature niet afbreken en in hogere gehalten/concentraties schadelijke gevolgen kunnen hebben voor mens, dier en milieu. Tot deze stofgroep worden onder andere PFOS, PFOA en GenX gerekend.

In juli 2019 is door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een tijdelijk handelingskader gepubliceerd met betrekking tot de hergebruiksmogelijkheden van PFAS-houdende grond en baggerspecie. In dit document zijn voorschriften omschreven voor het onderzoek en de mogelijkheden voor hergebruik van grond die (mogelijk) PFAS (poly- en perfluor alkyl stoffen) houdend is. Als gevolg van dit tijdelijk handelingskader dient grond die in aanmerking komt voor hergebruik onderzocht te zijn op PFAS. Op 29 november 2019 is een geactualiseerde versie van dit tijdelijk handelingskader gepubliceerd. In de nabije omgeving van de onderzoekslocatie (< 25 m) zijn geen gegevens aangetroffen over de aanwezigheid van een puntbronlocatie van poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS). Voor de definiëring van PFAS puntbronlocaties is tabel 1 en bijgaande tekst in het Handelingskader voor PFAS van Expertisecentrum PFAS (Expertisecentrum PFAS (2018, 25 juni) “Een handelingskader voor PFAS”, beschikbaar via https://www.expertisecentrumpfas.nl/documenten.html) gehanteerd. Hierdoor wordt aangenomen dat atmosferische depositie de enige bron van PFASverontreiniging op deze locatie kan zijn. Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehaltes in bodem en water kan leiden.

Derhalve wordt aangenomen dat er op deze locatie geen sprake kan zijn van een noemenswaardige PFASconcentratie en zijn aanvullende maatregelen voor onderhavig bodemonderzoek niet noodzakelijk.

Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. – Water, Energie en Milieu

6/21

Projectnummer: 001747 Verkennend bodemonderzoek Heuvelstraat 1 Heikant

2.5 Hypothese en onderzoeksstrategie Ten behoeve van het uit te voeren verkennend bodem- en indicatief asbestonderzoek is de onderzoekslocatie op basis van de uit het vooronderzoek verkregen informatie verdeeld in de volgende deellocaties, te weten: ▪ Deellocatie A: Algemeen terrein, erf, met een totale oppervlakte van circa 6.000 m2; ▪ Deellocatie B: Bovengrondse dieseltank met een inhoud van 2.000 liter; ▪ Deellocatie C: Locatie voormalige bovengrondse dieseltank met een inhoud van 2.200 liter en ondergrondse brandstoftank met onbekende inhoud; ▪ Deellocatie D: Omliggend weiland met een totale oppervlakte van circa 12.585 m2. Onderstaand is per deellocatie de voorgestelde onderzoeksstrategie omschreven. Deellocatie A: Algemeen terrein, erf, met een totale oppervlakte van circa 6.000 m2 Op basis van het vooronderzoek wordt de bovengrond ter plaatse als een verdachte locatie beschouwd. Aanleiding voor de verdachte strategie zijn de voormalige (agrarische) bedrijfsactiviteiten die op de locatie hebben plaatsgevonden. De ondergrond wordt als onverdacht beschouwd. Het onderzoek ter plaatse van deellocatie A wordt opgezet op basis van de onderzoeksstrategie voor een niet-lijnvormige verdachte locatie, diffuse bodembelasting en heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HE-NL) zoals omschreven in de vigerende versie van de Nederlandse Norm NEN 5740.

Voor de ondergrond worden de analyses conform de strategie onverdacht niet-lijnvormig (ONV-NL) onderzocht Op verzoek van de opdrachtgever wordt binnen deze deellocatie een indicatief asbestonderzoek uitgevoerd. Er worden geen proefgaten gegraven volgens de NEN 5707, van de meest verdachte laag wordt één mengmonster samengesteld voor analyse op asbest. Deellocatie B: Locatie bovengrondse dieseltank met een inhoud van 2.000 liter Het onderzoek ter plaatse van deellocatie B wordt opgezet op basis van de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting en een duidelijke verontreinigsingskern (VEP) zoals omschreven in de vigerende versie van de NEN 5740. Deellocatie B wordt beschouwd als een puntbron met een oppervlakte van minder dan 10 m2. Vanwege het feit dat de tank relatief kort op de locatie aanwezig is, wordt in eerste instantie niet verwacht dat aanwezigheid van de tank van invloed is op de kwaliteit van het grondwater ter plaatse. Indien tijdens de veldwerkzaamheden zintuiglijk een brandstofgerelateerde verontreiniging wordt waargenomen, zal ter plaatse een peilbuis geplaatst worden. In onderhavige strategie is in eerste instantie uitgegaan van het verrichten van één boring tot een diepte van 1,0 m-mv.

Deellocatie C: Locatie voormalige bovengrondse dieseltank met een inhoud van 2.000 liter en ondergrondse brandstoftank met onbekende inhoud Het onderzoek ter plaatse van deellocatie C wordt gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks (VEP-OO) volgens de NEN 5740. Aangezien beide tanks niet meer aanwezig zijn wordt aangenomen dat zowel het vulals ontluchtingspunt binnen 2 meter afstand van de tank aanwezig waren. Aangezien de inhoud van de ondergrondse brandstoftank niet bekend is, is voor onderhavig onderzoek uitgegaan van een tank met een inhoud van minder dan 5 m3. Beide voormalige tanks worden als één deellocatie onderzocht, waarbij de kwaliteit van zowel de bovengrond als de meest verdachte ondergrond wordt vastgelegd. Deellocatie D: Omliggend weiland met een totale oppervlakte van circa 9.000 m2 Het onderzoek ter plaatse van deellocatie D wordt opgezet op basis van de onderzoeksstrategie voor een niet-lijnvormige onverdachte locatie (ONV-NL) zoals omschreven in de NEN 5740. In de tabel op de volgende pagina is de te hanteren onderzoeksstrategie schematisch weergegeven.

Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. – Water, Energie en Milieu

7/21

Projectnummer: 001747 Verkennend bodemonderzoek Heuvelstraat 1 Heikant Tabel 2: Overzicht onderzoeksstrategie Onderzoekslocatie Deellocatie(s) Oppervlakte (m2) / inhoud (m3) Toe te passen strategie uit de NEN5740+A1 2016

Boringen Tot 0,50 m-mv Tot 2,00 m-mv Tot 0,50 m-verdachte laag Tot onderzijde verdachte laag, max. 2,0 m-mv Tot 0,5 m -onderzijde tank

A. Algemeen terrein, erf 6.000 m2 Bg: VED-HENL Og: ONV-NL

Heuvelstraat 1 te Heikant B. (voormalige) C. Vml. bg. bovengrondse dieseltank en og. dieseltank brandstoftank < 10 m2 < 5 m3 VEP VEP-OO

9.000 m2 ONV-NL

15 3 -

1 -

1

1*

-

1**

2***

3 1 **** -

1 -

1 1

3 2 -

Analyses grondwater Pakket 4 Pakket 5

1 -

-

1

2 -

Asbest (indicatief) Pakket 6

1

-

-

-

En boring met peilbuis Peilbuis met bovenzijde filter 0.5 mgrondwaterstand Analyses grond Meest verdachte laag: Pakket 1 Bovengrond: Pakket 2 Bovengrond: Pakket 1 Ondergrond: Pakket 1 Meest verdachte laag: Pakket 3

Pakket 1: Pakket 2: Pakket 3: Pakket 4:

Pakket 5: Pakket 6:

-

D. Omliggend weiland

14 4 -

NEN5740 standaardpakket grond (bestaande uit: droge stof, organische stof, lutum, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood, zink, PCB (7) minerale olie (C10-C40) en PAK (10 VROM)) conform AS3000 Droge stof, organische stof en minerale olie conform AS3000 Droge stof, organische stof, minerale olie en vluchtige aromaten (BTENX) conform AS3000 NEN5740 standaardpakket grondwater (bestaande uit: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood, zink, vluchtige aromaten (BTEXN), VOCL (11), 1,1-dichlooretheen, 1,1-dichloorpropaan, 1,2dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, tribroommethaan, vinylchloride, styreen, minerale olie (C10-C40)) conform AS3000 Minerale olie (C10-C40) en vluchtige aromaten (BTEXN) conform AS3000 Asbest in grond conform NEN5896

* Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 5 meter beneden het maaiveld bevindt, kan plaatsing van peilbuizen achterwege blijven. De peilbuizen worden in dat geval vervangen door boringen tot ten minste 5 meter beneden het maaiveld. ** De plaatsing van een peilbuis kan achterwege blijven indien wordt voldaan aan alle volgende voorwaarden: i) Het grondwater staat dieper dan 5,0 meter beneden het maaiveld; ii) Op basis van het vooronderzoek kan worden verwacht dat de potentiële bodembelasting niet heeft geleid tot een verontreiniging van het grondwater; iii) Tijdens de uitvoering van het veldwerk worden zintuiglijk geen potentieel mobiele verontreinigingen aan de opgeboorde grond waargenomen (zoals olie-waterreacties of verhoogde PID-metingen). Indien de peilbuis achterwege kan blijven, wordt deze vervangen door een boring tot 5 meter beneden het maaiveld. *** Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 5,0 meter beneden het maaiveld bevindt, kan het plaatsen van peilbuizen achterwege blijven. Er wordt wel geboord tot een diepte van 2 meter. Indien de diepte van de grondwaterspiegel niet bekend is, geldt een boordiepte van 5 meter. **** Aanvullend op de voorgeschreven onderzoeksstrategie is één extra analyse van de ondergrond van deellocatie A voorzien.

Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. – Water, Energie en Milieu

8/21

Projectnummer: 001747 Verkennend bodemonderzoek Heuvelstraat 1 Heikant

3.

Veld- en laboratoriumwerkzaamheden

In dit hoofdstuk worden de uitvoering en de resultaten van de veldwerkzaamheden besproken. Er zijn handboringen verricht en peilbuizen geplaatst ten behoeve van het bepalen van de bodemstructuur conform de NEN5104 en er zijn grond- en grondwatermonsters genomen. Op de onderzoekslocatie(s) zijn met behulp van toegestane boorsystemen, conform de NPR 5741, boringen geplaatst. Het opgeboorde materiaal is zowel lithologisch als zintuiglijk beoordeeld. Bij lithologisch onderzoek worden de aangetroffen grondsoorten gedetermineerd naar kleur, structuur en samenstelling. Bij zintuiglijke waarnemingen wordt er onderzoek gedaan naar waarneembare antropogene bestandsdelen, zoals puin en overige vaste stoffen conform de NEN 5706. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op basis van de actuele BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002. Colsen b.v. is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Normec Certification BV (certificaat nr. EC-SIK20252) en erkend door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Op verzoek van de opdrachtgever worden de betreffende protocollen en het procescertificaat toegezonden. De medewerker die de veldwerkzaamheden heeft uitgevoerd is geregistreerd als erkend veldmedewerker voor de protocollen 2001, 2002 en 2018 van de BRL SIKB 2000.

3.1 Uitvoering veldwerkzaamheden Op 25, 26 februari en 3 april 2020 zijn de boringen voor het bepalen van de bodemstructuur, het nemen van de grondmonsters en het plaatsen van de peilbuizen uitgevoerd door de heer L. Gelderland. De heer Gelderland heeft verklaard dat de veldwerkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd. De uitgevoerde veldwerkzaamheden zijn weergegeven in de volgende tabel Tabel 3: Overzicht uitgevoerde veldwerkzaamheden Deellocatie

Boring tot ca. 0,5 m-mv (nrs.) 1x (113)

A: Algemeen terrein, erf

B. Bovengrondse dieseltank

-

C. Voormalige bovengrondse . dieseltank en ondergrondse brandstoftank D. Omliggend weiland

-

Boring tot 1,0 m –mv (nrs.) 14x (101, 103, 104, 106 t/m 108, 110 t/m 113, 115 t/m 118) 1x (111.1) -

14x (302, 303, 305 t/m 308, 310 t/m 315, 317 en 319)

Boring tot 2,0 m –mv (nrs.) 3x (102,105 en 114)

Boring tot 3,5 m –mv (nrs.) -

Peilbuis (nrs.; Incl. filterstelling in m –mv) 1x (109; 2,50-3,50)

-

-

-

-

1x (201.1)

1x (201; 2,80-3,80)

4x (301, 304, 316 en 320)

-

2x (309; 1,50-2,50) (318; 2,40-3,40)

Boring 302 (deellocatie D) is op een diepte van 0,40 m-mv gestaakt in verband met het aantreffen van een ondoordringbare laag (volledige baksteen). Boring 111.1 en 201.1 zijn aanvullend op 3 april 2020 verricht. Boring 111.1 bevindt zich nabij boring 111 (deellocatie A), ter hoogte van de bovengrondse dieseltank en boring 201.1 bevindt zich nabij peilbuis 201 (deellocatie C). Een plattegrond met de situering van de boringen en de peilbuizen is bijgevoegd als bijlage 2.

Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. – Water, Energie en Milieu

9/21

Projectnummer: 001747 Verkennend bodemonderzoek Heuvelstraat 1 Heikant

3.2

Resultaten veldonderzoek

3.2.1 Bodemopbouw De boorstaten met de veldwaarnemingen zijn als bijlage 4 bijgevoegd. Uit de veldwaarnemingen blijkt dat de bodem hoofdzakelijk bestaat uit matig fijn zand met een zwak tot sterk siltige toevoeging. Op het maaiveld van de onderzoekslocatie zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Het opgeboorde materiaal is zintuiglijk beoordeeld. In zowel de boven- als ondergrond zijn bijmengingen met bodemvreemd materiaal (baksteen en kolengruis) aangetroffen. De grondwaterstand is tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden bepaald op een diepte variërend van 1,60 tot 2,30 m-mv. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn foto’s van de onderzoekslocatie gemaakt. Deze zijn opgenomen in bijlage 3 van onderhavige rapportage. De zintuiglijke waarnemingen zijn weergegeven in de volgende tabel.

Tabel 4: Zintuiglijke waarnemingen Boring Diepte boring Traject Grondsoort Zintuigelijke waarnemingen (m -mv) (m -mv) Deellocatie A: Algemeen terrein, erf 101 1,00 0,00 - 0,20 Zand matig baksteenhoudend 0,20 - 0,25 volledig baksteen 0,25 - 0,50 Zand zwak baksteenhoudend 0,50 - 0,80 Zand matig baksteenhoudend 102 2,00 0,00 - 0,25 Zand matig baksteenhoudend 103 1,00 0,00 - 0,10 Zand matig baksteenhoudend 0,10 - 0,20 volledig baksteen 0,20 - 0,50 Zand zwak baksteenhoudend 105 2,00 0,25 - 0,50 Zand matig baksteenhoudend 106 1,00 0,16 - 0,25 Zand matig baksteenhoudend 0,25 - 0,50 Zand sporen baksteen 108 1,00 0,00 - 0,20 Zand sporen baksteen 0,50 - 0,70 Zand matig baksteenhoudend 109 3,50 0,00 - 0,25 Zand sterk baksteenhoudend 0,25 - 0,50 Zand zwak baksteenhoudend 110 1,00 0,13 - 0,25 Zand matig baksteenhoudend 0,25 - 0,50 volledig baksteen 111 1,00 0,08 - 0,30 Zand zwak baksteenhoudend 0,30 - 0,50 Zand matig baksteenhoudend 112 1,00 0,00 - 0,25 Zand sporen baksteen 114 2,00 0,00 - 0,25 Zand sporen koolas ,zwak baksteenhoudend 115 1,00 0,00 - 0,30 Zand matig baksteenhoudend 0,30 - 0,50 Zand zwak baksteenhoudend 116 1,00 0,00 - 0,30 Zand matig baksteenhoudend 0,30 - 0,50 Zand sporen baksteen 0,50 - 1,00 Zand sporen baksteen 117 1,00 0,00 - 0,20 Zand sporen baksteen Deellocatie B: Bovengrondse dieseltank 111.1 1,00 0,00 - 0,08 Volledig baksteen 0,08 - 0,30 Zand Zwak baksteenhoudend

0,30 - 0,50 Zand Zwak baksteenhoudend Deellocatie C: Voormalige bovengrondse dieseltank en voormalige ondergrondse brandstoftank 201 3,80 0,00 - 0,50 Zand sporen baksteen 201.1 3,50 0,00 - 0,50 Zand sporen baksteen Deellocatie D: Omliggend weiland 302 0,50 0,40 - 0,50 volledig baksteen 308 0,50 0,00 - 0,30 Zand brokken klei 320 2,00 0,00 - 0,50 Zand sporen baksteen 0,50 - 0,80 Zand zwak roesthoudend

Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. – Water, Energie en Milieu

10/21

Projectnummer: 001747 Verkennend bodemonderzoek Heuvelstraat 1 Heikant

3.2.2 Grondwatermeting Het grondwater uit peilbuizen P109 (boring 109), P201 (boring 201), P309 (boring 309) en P318 (boring 318) is op 4 maart 2020 bemonsterd door de heer L. Gelderland. In het veld zijn de grondwaterstand (m-mv), de zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid (NTU) bepaald. De heer Gelderland heeft verklaard dat de werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd. In onderstaande tabel worden de uitgevoerde veldmetingen en veldwaarnemingen van de bemonsterde peilbuizen schematisch weergegeven. Tabel 5: Overzicht veldmetingen en veldwaarnemingen grondwaterbemonstering Peilbuis Filterdiepte Grondwaterstand Zuurgraad EC-waarde Troebelheid (m-mv) (m-mv) (pH) 1 (µS/cm) 2 (NTU) 3

Deellocatie A: Algemeen terrein, erf P109 2,50 - 3,50 1,97

6,1

410

1,61

Deellocatie C: Voormalige bg. Dieseltank en og. brandstoftank P201 2,80 - 3,80 2,19 5,3

355

2,17

Deellocatie D: Omliggend weiland P309 1,50 - 2,50 1,07 P318 2,40 - 3,40 1,78

301 440

3,57 3,85

5,9 6,4

De in het veld gemeten zuurgraad (pH-waarde) en geleidbaarheid (EC-waarde) zijn normaal voor deze regio. De troebelheid van de grondwatermonsters is vergelijkbaar met de troebelheid van grondwater onder natuurlijke omstandigheden. 3.2.3 Verdachtheid asbest in bodem In het kader van dit onderzoek is géén specifiek onderzoek (conform NEN 5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond. Als tijdens het veldwerk in de bodem asbestverdachte materialen zijn opgemerkt, dan komt dit in de profielbeschrijvingen en de conclusies naar voren. In de regel is een locatie verdacht op asbest wanneer er asbest(verdachte)resten in of op de bodem zijn aangetroffen, of wanneer er puinhoudende materialen in of op de bodem voorkomen. In bijlage 7 is een nadere toelichting opgenomen op het bepalen van de verdachtheid van een locatie op de aanwezigheid van asbest in de bodem. Onderhavige onderzoekslocatie is op basis van de huidige informatie en de tijdens de veldwerkzaamheden gedane zintuiglijke waarnemingen verdacht op het voorkomen van asbesthoudende materialen in de bodem. Aanleiding hiervoor is het feit dat de schuren een asbestdak hebben en grotendeels niet voorzien zijn van een dakgoot. Door bijvoorbeeld regenval is het mogelijk dat asbestvezels (door verweer) vanaf het dak op het maaiveld langs de schuur terecht zijn gekomen. Daarnaast 1

De pH is een maat voor de zuurgraad (ook wel zuurtegraad) van een waterige oplossing. De pH van een neutrale waterige oplossing ligt bij kamertemperatuur rond de 7. Zure oplossingen hebben een pH lager dan 7 en dus een hoge zuurgraad. Basische oplossingen hebben een pH hoger dan 7 en dus een lage zuurgraad. 2 De EC geeft de electro-conductiviteit van het (grond)water weer. In de conductometrie of geleidbaarheidsmeting, wordt gekeken naar het gemak waarmee elektrische stroom door een oplossing geleid wordt. Hoe zouter een oplossing hoe meer elektrische stroom deze geleid. 3 De NTU (Nephelometric Turbidity Unit) geeft de troebelheid van het (grond)water weer. Door de kracht waarmee water naar het filter toe beweegt te beperken wordt de mobilisatie van gronddeeltjes uit de bodem onmiddellijk rond het peilbuisfilter voorkomen (of ten minste sterk verminderd). Daardoor neemt de troebelheid van het opgepompte water flink af. In de NEN5744 wordt omschreven dat een watermonster een maximale troebelheid van 10 NTU mag hebben. Dit is slechts indicatief (zie ook bijlage C van de normering). Onder invloed van natuurlijke stromingsomstandigheden zal de troebelheid liggen tussen 0 NTU en 10 NTU.

Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. – Water, Energie en Milieu

11/21

Projectnummer: 001747 Verkennend bodemonderzoek Heuvelstraat 1 Heikant

is de bodem ter plaatse van het erf eveneens verdacht op het voorkomen van asbest, vanwege het feit dat de locatie lange tijd in gebruik is geweest als boerderij. Op verzoek van de opdrachtgever is ter plaatse van het erf (deellocatie A) op indicatieve wijze een grondmengmonster samengesteld van de meest verdachte laag en ter analyse op asbest aangeboden aan het laboratorium. Het doel van dit indicatieve onderzoek is een indicatie te krijgen van de mogelijke aanwezigheid van asbest in de bodem. 3.3 Monsterselectie en analyses In deze paragraaf wordt ingegaan op de keuze van de geanalyseerde monsters en de parameters waarop deze zijn geanalyseerd. Vervolgens worden de analyse- en toetsingsresultaten besproken. Grond In de volgende tabel is weergegeven welke grond(meng)monsters ter analyse zijn ingezet en op welke parameters deze geanalyseerd zijn. Tabel 6: Overzicht monstercodes en monstersamenstelling Analysemonster

Traject (m -mv)

Deelmonsters

Deellocatie A: Algemeen terrein, erf MM01 0,00 - 0,25 101 (0,00 - 0,20) 102 (0,00 - 0,25) 108 (0,00 - 0,20) 109 (0,00 - 0,25) MM02 0,00 - 0,50 103 (0,00 - 0,10) 105 (0,25 - 0,50) 106 (0,16 - 0,25) 110 (0,13 - 0,25)

MM03

0,00 - 0,30

M04

0,00 - 0,25

MM05

0,50 - 1,00

111 (0,08 - 0,30) 115 (0,00 - 0,30) 116 (0,00 - 0,30) 114 (0,00 - 0,25)

101 (0,80 - 1,00) 103 (0,50 - 1,00) 105 (0,50 - 1,00) 106 (0,50 - 0,70) 108 (0,70 - 1,00) 109 (0,50 - 1,00) 111 (0,50 - 0,70) 112 (0,65 - 1,00) 115 (0,50 - 1,00) 119 (0,50 - 1,00) MM.Asb.1 0,00 - 0,30 101 (0,00 - 0,20) 102 (0,00 - 0,25) 103 (0,00 - 0,10) 106 (0,16 - 0,25) 108 (0,00 - 0,20) 109 (0,00 - 0,25) 111 (0,08 - 0,30) 112 (0,00 - 0,25) 114 (0,00 - 0,25) 115 (0,00 - 0,30) 116 (0,00 - 0,23) 117 (0,00 - 0,20) 201 (0,00 - 0,50) Deellocatie B: Bovengrondse dieseltank M12 0,08 - 0,30 111.1 (0,08 - 0,30)

Analysepakket (conform AS Motivatie 3000)

Standaardpakket grond (incl. lutum en organische stof)

Sterk tot matig baksteenhoudende bovengrond, locatie voorste schuur op terrein, zand

Standaardpakket grond (incl. lutum en organische stof)

Matig baksteenhoudende bovengrond, locatie achterste schuur op terrein, zand

Standaardpakket grond (incl. lutum en organische stof)

Matig baksteenhoudende bovengrond, zand

Standaardpakket grond (incl. lutum en organische stof) Standaardpakket grond (incl. lutum en organische stof)

Zwak baksteenhoudende en kolengruishoudende bovengrond, zand Zintuiglijk schone ondergrond, grond onder verdachte lagen, zand

Asbest in grond (NEN5898)

Zintuiglijk meest verdachte baksteenhoudende bovengrond

laag,

Minerale olie (incl. organische Meest verdachte laag, bovengrondse stof) dieseltank Deellocatie C: Voormalige bovengrondse Dieseltank en voormalige ondergrondse brandstoftank M06 0,00 - 0,50 201 (0,00 - 0,50) Minerale olie (incl. lutum en Meest verdachte laag, voormalige organische stof) bovengrondse dieseltank en vul/ontluchtingspunt voormalige ondegrondse brandstoftank

Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. – Water, Energie en Milieu

12/21

Projectnummer: 001747 Verkennend bodemonderzoek Heuvelstraat 1 Heikant Analysemonster

Traject (m -mv)

Deelmonsters

Analysepakket (conform AS Motivatie 3000)

M13

2,30 - 2,50

201.1 (2,30 - 2,50)

Minerale olie en vluchtige aromaten (BTEXN) (incl. organische stof)

Meest verdachte laag, voormalige ondergrondse brandstoftank

Standaardpakket grond (incl. lutum en organische stof)

Zintuiglijk schone bovengrond, zand

Standaardpakket grond (incl. lutum en organische stof)

Zintuiglijk schone bovengrond, zand

Standaardpakket grond (incl. lutum en organische stof) Standaardpakket grond (incl. lutum en organische stof)

Sporen baksteenhoudende bovengrond, zand Zintuiglijk schone ondergrond, zand

Standaardpakket grond (incl. lutum en organische stof)

Zintuiglijk schone ondergrond, zand

Deellocatie D: Omliggend weiland MM07 0,00 - 0,50 301 (0,00 - 0,50) 302 (0,00 - 0,40) 303 (0,00 - 0,50) 304 (0,00 - 0,50) 305 (0,00 - 0,50) 306 (0,00 - 0,50) 307 (0,00 - 0,50) 308 (0,30 - 0,50) 309 (0,00 - 0,50) 310 (0,00 - 0,50) MM08 0,00 - 0,50 311 (0,00 - 0,50) 312 (0,00 - 0,50) 313 (0,00 - 0,50) 314 (0,00 - 0,50) 315 (0,00 - 0,50) 316 (0,00 - 0,50) 317 (0,00 - 0,50) 318 (0,20 - 0,50) 319 (0,00 - 0,50) M09 0,50 - 2,00 320 (0,00 - 0,50) MM10

0,50 - 2,00

MM11

0,00 - 0,50

301 (0,50 - 1,00) 301 (1,00 - 1,50) 301 (1,50 - 2,00) 304 (0,50 - 1,00) 304 (1,00 - 1,50) 304 (1,50 - 2,00) 309 (0,50 - 1,00) 309 (1,00 - 1,50) 309 (1,50 - 2,00) 3316 (0,50 - 1,00) 316 (1,00 - 1,50) 316 (1,50 - 2,00) 318 (0,50 - 1,00) 318 (1,00 - 1,50) 318 (1,50 - 2,00) 320 (0,50 - 0,80) 320 (0,80 - 1,00) 320 (1,00 - 1,50) 320 (1,50 - 2,00)

Grondwater De grondwatermonsters GW109, GW309 en GW318 zijn aangeboden aan het laboratorium voor analyse op een NEN5740 Standaard grondwaterpakket conform AS3000. Het grondwatermonster GW201 is aangeboden aan het laboratorium voor analyse op minerale olie en vluchtige aromaten (BTEXN) conform AS3000. De monsters zijn respectievelijk op 27 februari 2020 (grond), 4 maart 2020 (grondwater) en 3 april 2020 (aanvullende grondmonsters) door Colsen b.v. ter analyse aangeboden c.q. overgedragen aan Eurofins Analytico B.V., dit is een door de Raad van Accreditatie erkend laboratorium. De monsters zijn onder gekoelde omstandigheden (constante bewaartemperatuur tussen 1 en 5° Celsius) opgeslagen en vervoerd. De analyses zijn uitgevoerd conform de AS3000 ‘Accreditatieschema Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek’.

Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. – Water, Energie en Milieu

13/21

Projectnummer: 001747 Verkennend bodemonderzoek Heuvelstraat 1 Heikant

4.

Analyseresultaten

4.1 Algemene begrippen en toetsingskader Wet bodembescherming Om de mate van verontreiniging van de grond en het grondwater te beoordelen worden de analyseresultaten van de grond en het grondwater getoetst aan het toetsingskader uit de Wet bodembescherming. Toetsing vindt plaats met behulp van het computerprogramma Terra Index. Terra Index is een programma dat aansluit op de BoToVa-toetsing (Bodem Toets- en Validatieservice). Hierin is de regelgeving van de wet Bodembescherming verwerkt en vindt een toetsing plaats van de gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD) aan de achtergrond-/ streef- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden (AW) zijn vastgesteld op basis van gehalten aan stoffen, zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. Grond die voldoet aan de Achtergrondwaarde is duurzaam geschikt voor elk bodemgebruik en wordt aangeduid als ‘schone’ of ‘niet verontreinigde grond’. De streefwaarde (S) geeft het concentratieniveau in grondwater aan, waarboven wel en waaronder geen sprake is van een aantoonbare verontreiniging. De interventiewaarden (I) geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9895104/1