224585RaadsvoorstelDrankenhoreca
Tekst van het document
Raadsvoorstel Nummer: 224585 Aan:
Portefeuillehouder:
De raad van de gemeente Hulst
Burgemeester J.F. Mulder
Onderwerp: Voorstel tot intrekken Drank- en Horecaverordening 2004
Inleiding In november 2004 heeft uw raad besloten tot het vaststellen van de Drank- en Horecaverordening. De regeling was vooral bedoeld om eisen te stellen aan de zogenaamde 'droge horeca' , oftewel de alcoholvrije eet- en drinkgelegenheden. Daarnaast maakt de verordening het mogelijk om beperkingen te stellen aan de verkoop van alcohol in paracommerciële inrichtingen en wordt aan de burgemeester de bevoegdheid toegekend om de verkoop van alcohol in inrichtingen te verbieden in het belang van de openbare orde. Ruim 15 jaar later kan worden geconcludeerd dat vele bepalingen en eisen achterhaald zijn of dat daarin reeds wordt voorzien in andere, meer actuele regelgeving. De feitelijke betekenis van de Drank- en Horecaverordening is daarmee minimaal. Indien tot intrekking van de verordening wordt overgegaan betekent dit bovendien minder administratieve rompslomp, zowel voor de ondernemer als voor de gemeente.
1. Situering van het onderwerp, aanleiding en probleemstelling . 2. Oplossingen, eventuele alternatieven en beoogd resultaat De Drank- en Horecaverordening bevat twee inhoudelijk relevante hoofdstukken. Eén daarvan heeft betrekking op het verstrekken van alcoholhoudende drank in paracommerciële inrichtingen zoals sportkantines, onderwijsgebouwen en jeugdhonken. Dit onderwerp is echter sinds 2014 uitputtend geregeld in de 'Verordening paracommercie'. Verder regelt het hoofdstuk de bevoegdheid van de burgemeester om in geval van (dreigende) verstoring van de openbare orde, een tijdelijk verbod op alcoholverstrekking in te stellen. Een soortgelijke bepaling is evenwel ook opgenomen in de APV, op grond waarvan de burgemeester kan besluiten tot een zelfde maatregel. Het tweede hoofdstuk van de Drank- en Horecaverordening stelt eisen aan de inrichting van de 'droge horeca' en bepaalt voorts aan welke voorwaarden de exploitant/leidinggevenden moeten voldoen. De bouwkundige inrichtingseisen van een inrichting, inclusief de sanitaire ruimten, zijn inmiddels ook opgenomen in het Bouwbesluit. De bepalingen uit de verordening zijn hierdoor achterhaald. De gedrags- en zedelijkheidseisen die de verordening oplegt aan de exploitant en diens leidinggevenden, zijn vanzelfsprekend van belang. Hiermee wordt immers voorkomen dat personen met bedenkelijk gedrag een openbare inrichting draaien.
Echter, ook in dit onderwerp wordt door de APV reeds voldoende voorzien. Zowel voor de 'droge' als de natte' horeca is namelijk in vrijwel alle gevallen een exploitatievergunning vereist. Bij het toetsen van een aanvraag om deze vergunning vindt al een uitgebreid antecedenten-onderzoek plaats. De overige bepalingen van de Drank- en Horecaverordening zijn van ondergeschikt belang en hebben voornamelijk een administratief karakter. Samenvattend kan worden gesteld dat de Drank- en Horecaverordening geen bepalingen bevat die uit een oogpunt van openbare orde of uit sociaal-hygiënisch oogpunt nog iets toevoegen aan -1-
Raadsvoorstel Nummer: 224585 andere (en meer actuele ) verordeningen en regelingen. Met het intrekken van de verordening verdwijnt tevens de daarin opgenomen vergunningplicht voor ondernemers die een lunchroom, broodjeszaak e.d. willen starten. Deze deregulering betekent ook voor de gemeente minder administratieve belasting. 3. Relatie met de programmabegroting . 4. Planning (tijdspad) en uitvoering . 5. Financiële paragraaf . 6. Voorstel Gelet op het voorgaande stellen wij u voor om over te gaan tot intrekking van de Drank- en Horecaverordening 2004 overeenkomstig het bijgevoegde besluit.
Burgemeester en Wethouders van Hulst, De Secretaris, De Burgemeester, Bijlage(n): . Onderliggende stukken (map leeskamer): .
-2-