CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-02-09 Werken aan een samenleving voor iedereen. Het VN-verdrag Handicap in Nederland

Commissie Samenleving 3 december 2025, gemeente HulstBij agendapunt: Ingekomen stukken5.484 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Werken aan een samenleving voor iedereen Het VN-verdrag Handicap in Nederland Mensen met een beperking hebben dezelfde rechten als ieder ander. Zij moeten mee kunnen doen aan de Nederlandse samenleving. Op een manier die bij hen past. En zoals zij dat willen en kunnen. Want Nederland is een samenleving voor iedereen.

Voorwoord Bijna 1 op de 8 mensen in Nederland heeft een beperking. Jijzelf of je familie, je buren, kennissen of vrienden. Soms is het makkelijk te zien, bijvoorbeeld als iemand in een rolstoel zit. Soms ook niet, als iemand psychische problemen heeft. Ik wil dat iedereen met een beperking mee kan doen in Nederland. Iedereen moet naar school kunnen, met de trein kunnen reizen en kunnen sporten. Daarom doen we mee met het VN-verdrag Handicap. Daarin staat wat de regering hiervoor moet doen.

We hebben bedacht hoe we dit willen bereiken. Dat noemen we onze Nationale Strategie. In de strategie staat wat we beter willen doen. We willen zorgen dat alles goed geregeld is. En dat mensen met een beperking niet met vooroordelen te maken krijgen. Mensen met een beperking weten zelf het beste welke problemen er zijn. Daarom hebben ze geholpen bij het maken van de strategie. De plannen uit de strategie gaan we in een werkagenda zetten. Zodat we ze ook echt gaan uitvoeren. Dat kunnen we niet alleen. We hebben bedrijven, organisaties en alle mensen in Nederland nodig. Alleen dan kunnen we een samenleving maken waarin iedereen mee kan doen. Een samenleving om trots op te zijn. Conny Helder Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Coördinerend bewindspersoon VN-verdrag Handicap

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Het VN-verdrag Handicap in Nederland

2

VN-verdrag Handicap

In 2016 heeft Nederland zich aangesloten bij het VN-verdrag Handicap. In het VN-verdrag staat wat de regering moet doen. Zodat mensen met een beperking kunnen leven zoals anderen. De regering maakt hier afspraken over. Bijvoorbeeld met gemeenten, bedrijven of organisaties. Nederland vindt het VN-verdrag Handicap belangrijk. Want de positie van mensen met een beperking moet worden verbeterd. Het begint met een andere manier van denken over de samenleving. Het VN-verdrag Handicap gaat uit van het ‘sociaal model’. Dat betekent dat alle obstakels in de samenleving worden weggenomen. Zodat niemand zich meer gehandicapt voelt. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) onderzoekt welke obstakels er zijn. En spreekt af wat er moet gebeuren in Nederland. Om een samenleving voor iedereen te maken.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Voortgangs­rapportage Onbeperkt meedoen! | 3

Wat doet Nederland Er wordt al veel gedaan om de positie van mensen met een beperking beter te maken. De regering, gemeenten, bedrijven en organisaties werken hard. Toch kan het veel beter. Mensen met een beperking kunnen nog niet overal op een gelijkwaardige manier meedoen met de samenleving. Daar wil de Nederlandse regering wat aan doen.

Nationale strategie Het ministerie van VWS heeft een plan gemaakt. Daarvoor heeft de regering met mensen met een beperking gepraat. En met organisaties die voor hen opkomen. In het plan staat wat de regering moet doen volgens het VN-verdrag. Zodat Nederland in 2040 een samenleving is voor iedereen. Het is belangrijk om met mensen met een beperking te praten. Zij weten het beste wat zij nodig hebben. Daarom blijven mensen met een beperking meepraten. Niet alleen bij het bedenken van dit plan. Maar ook bij het uitvoeren van het plan. Het plan wordt ‘Nationale strategie’ genoemd.

Het plan is er voor iedereen Er zijn meer dan twee miljoen mensen met een beperking. Zij zijn bijvoorbeeld slechtziend of doof. Of zij gaan anders om met prikkels. Misschien kunnen zij hun lichaam niet goed gebruiken. Een beperking is niet altijd te zien. Het is belangrijk dat de regering alle mensen helpt. Zodat iedereen mee kan doen in de samenleving.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Het VN-verdrag Handicap in Nederland

4

Het plan steunt alle mensen met een beperking. Maar ook de mensen om hen heen. Zoals partners, ouders, kinderen en vrienden. Zij hebben ook te maken met de beperkingen van de samenleving. Partners en ouders hebben vaak een lager inkomen. Omdat zij veel voor anderen moeten zorgen. Want als iemand zorgt voor een ander, is er minder tijd over om bijvoorbeeld te werken. Vrienden en kinderen gaan soms niet naar een restaurant of speeltuin. Als de persoon met de beperking daar niet kan komen.

Hoe gaat het in andere delen van het koninkrijk Nederland De Nederlandse eilanden Bonaire, Sint-Eustatius en Saba doen nog niet mee aan het VN-verdrag Handicap. In 2024 start een programma om de positie van mensen met een beperking daar te verbeteren. In dat programma werken mensen met een beperking samen met gemeenten, zorgorganisaties en andere bedrijven. Om de samenleving op de eilanden voor iedereen toegankelijk te maken.

Dit staat in de Nationale strategie Het VN-verdrag Handicap heeft belangrijke uitgangspunten. De uitgangspunten staan ook in de Nationale strategie. Er staat in wat er moet gebeuren om van Nederland een toegankelijke samenleving te maken. Het gaat over bijvoorbeeld werk, wonen, naar school gaan en sport.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Het VN-verdrag Handicap in Nederland

5

Belangrijke uitgangspunten

In het VN-verdrag Handicap staan belangrijke uitgangspunten. Die punten gaan over de rechten van mensen met een beperking. Het plan van VWS gebruikt dezelfde uitgangspunten. De uitgangspunten worden gebruikt om afspraken te maken. Alleen zo kan Nederland een samenleving worden voor iedereen.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Het VN-verdrag Handicap in Nederland

6

1. Dezelfde rechten Iedereen heeft dezelfde rechten. Toch kunnen mensen met een beperking vaak niet leven zoals zij zelf willen. Vrouwen en kinderen met een beperking kunnen dit vaak niet. Omdat zij minder mogelijkheden krijgen dan anderen. Of omdat andere mensen bepalen hoe zij leven. Zij komen allerlei obstakels tegen. Dit gaat in tegen hun mensenrechten. De overheid maakt afspraken om obstakels weg te halen. Afspraken van de overheid mogen mensen met een beperking niet uitsluiten. En mensen met een beperking mogen geen nadeel hebben van een afspraak. Daarom moeten mensen met een beperking altijd meedenken en meepraten over de afspraken. In 2040 moeten mensen met een beperking overal meepraten bij het maken van beleid. Bij alle organisaties van de overheid. Dezelfde rechten betekent niet dat iedereen hetzelfde wordt behandeld. Soms is het nodig om voor mensen iets extra’s te doen. Zodat zij evenveel kans maken op werk bijvoorbeeld. Of zodat zij naar school kunnen gaan zoals anderen. En dezelfde kans hebben om zichzelf te ontwikkelen als ieder ander.

In 2040: • denkt de overheid altijd aan mensen met een beperking bij het maken van beleid. De rechten van mensen met een beperking zijn overal bekend. Bij de overheid en bij organisaties van de overheid. Iedereen houdt zich aan de rechten. • worden afspraken zoveel mogelijk gemaakt volgens het VN-verdrag Handicap. • praten mensen met een beperking mee bij het maken, uitvoeren en beoordelen van beleid dat over hen gaat.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Het VN-verdrag Handicap in Nederland

7

2. Recht op eigen regie, informatie en onafhankelijke ondersteuning Eigen regie gaat over de vrijheid om zelf keuzes te maken. Om te leven zoals iemand zelf wil. Eigen regie is een recht van alle mensen. Van mensen met een beperking en dus ook van mensen met een ernstige verstandelijke beperking. Ook zij hebben het recht om zelf keuzes te maken. En op hulp bij het maken van hun eigen keuzes. Zoals duidelijke informatie over de keuzes. En over de gevolgen van de keuzes. Zonder mening, oordeel of voorwaarden. Dat noemen we onafhankelijke ondersteuning.

In 2040: • denkt de overheid altijd aan eigen regie bij het maken van beleid. • helpt de overheid mensen met een beperking om keuzes te maken als zij dat willen. • maakt de overheid duidelijke en eenvoudige informatie. De informatie is voor iedereen makkelijk te vinden. • maken mensen met een beperking zelf keuzes over hoe zij willen leven. Zij kunnen daar onafhankelijke ondersteuning bij krijgen. Die ondersteuning helpt bij het maken van keuzes.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Het VN-verdrag Handicap in Nederland

8

3. Toegankelijke samenleving In een toegankelijke samenleving kan iedereen meedoen. Mensen kunnen gebouwen in. Ze kunnen apparaten bedienen. Websites en apps gebruiken. Informatie lezen en begrijpen. Gebruik maken van openbaar vervoer. Mensen hebben genoeg geld om te kunnen rondkomen. Zij vinden toegang tot de rechter als dat nodig is.

In 2040: • denkt de overheid altijd aan toegankelijkheid bij het maken van beleid. • kunnen zoveel mogelijk mensen alles wat nieuw bedacht en gemaakt wordt gebruiken. • worden gebouwen en huizen gebouwd die zoveel mogelijk mensen kunnen gebruiken. • is informatie voor mensen te vinden en te begrijpen.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Het VN-verdrag Handicap in Nederland

9

4. Genoeg middelen om te leven Mensen hebben recht op genoeg middelen om te leven. Dit noemen we bestaanszekerheid. Iedereen heeft eten nodig, kleding en een huis. Mensen hebben het recht om te proberen een beter leven te krijgen. Zij hebben daarom het recht om naar school te gaan. En zij hebben het recht op het vinden van werk. Iedereen heeft recht op een inkomen. Om te zorgen voor een leven voor henzelf en bijvoorbeeld hun gezin. Mensen met een beperking zijn vaak geld kwijt aan zorg. Door hoge zorgkosten hebben zij minder geld over voor bijvoorbeeld kleding of sport. Hierdoor hebben zij ook minder kansen om hun leven te leiden zoals zij dat zelf willen.

In 2040: • denkt de overheid altijd aan de bestaanszekerheid van mensen met een beperking. En aan de mogelijkheid voor mensen om te proberen een beter leven te krijgen. • zijn de zorgkosten van mensen met een beperking niet te hoog. Er blijft voor hen genoeg geld over om van te leven. • is werken voor mensen met een beperking net zo gewoon als voor mensen zonder een beperking. Er zijn dan genoeg passende banen voor mensen met een beperking. En mensen met een beperking hebben evenveel kans op het vinden van werk als ieder ander. Zij hebben ook hetzelfde inkomen of uurloon. • is het makkelijker voor mensen met een beperking om de zorg die zij nodig hebben te regelen.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Het VN-verdrag Handicap in Nederland

10

5. Een samenleving waar iedereen zich welkom voelt De samenleving zijn we met alle mensen samen. Toch voelen mensen met een beperking dat niet zo. Zij worden buitengesloten en gediscrimineerd. Mensen met een beperking leven vaak gescheiden van mensen zonder beperking. Zij gaan naar andere scholen. Zij gebruiken speciaal vervoer om ergens te komen. Zij kunnen niet overal sporten, winkelen of uit eten. Het is ook moeilijk om mee te doen aan verkiezingen. Omdat niet alle stembureau’s toegankelijk zijn. Hierdoor kennen mensen elkaar niet. En is het moeilijk om elkaar begrijpen. En om elkaar gelijk te behandelen. Het is belangrijk dat iedereen mag zijn wie hij is. En dat we elkaar zien en respecteren om wie we zijn. Wat daarbij helpt is dat mensen met een beperking zichtbaar worden. Dat zij te zien zijn op straat, in de media en op het werk. En dat zij de mogelijkheid hebben om hun stem te laten horen. Door te kunnen stemmen op een politieke partij. Door mee te praten met gemeentes en de politiek. Of omdat het mogelijk is om zelf bij een politieke partij te werken.

In 2040: • groeien kinderen en jongeren met en zonder beperking samen op. Zij spelen en bewegen samen. • worden mensen met een beperking niet meer buitengesloten. • zijn mensen met een beperking zichtbaar op alle plekken in de samenleving. Op het werk, op de sportclub, in restaurants, op festivals, in de media en in de politiek.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Het VN-verdrag Handicap in Nederland

11

Meedoen met de samenleving op alle gebieden van het leven

De Nationale strategie wil alle drempels voor mensen met een beperking weghalen. Daarom richten we de samenleving anders in. Op alle gebieden van het leven. Voor alle leeftijden en in elke periode van het leven. Gebieden van het leven zijn met elkaar verbonden. En hebben invloed op elkaar. Om te werken, moet je bijvoorbeeld naar je werk kunnen reizen. En een opleiding volgen. Om naar een universiteit te gaan, moet je in de buurt op kamers kunnen. In het plan van de regering kijken we daarom naar alle gebieden van het leven. Zodat het plan rekening houdt met het dagelijks leven van mensen met een beperking.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Het VN-verdrag Handicap in Nederland

12

1. Werk en inkomen Zo moet het zijn Mensen krijgen geld voor het werk dat ze doen. Met dat geld kunnen zij hun leven inrichten zoals zij zelf willen. Mensen hebben genoeg geld om te kunnen leven Mensen met werk blijven nieuwe dingen leren. En hebben meer sociale contacten. Zo doen mensen met werk mee aan de samenleving. Mensen met een beperking kunnen het werk doen dat zij willen. Er er zijn geen drempels die dit in de weg staan. Overheden en werkgevers zorgen dat er werk is. Werk dat mensen met een beperking kunnen en willen doen. Werkgevers zorgen dat zij werk op verschillende manieren kunnen laten doen. En dat hun werkplekken toegankelijk zijn. Soms lukt het even niet om te werken. Mensen zonder werk krijgen genoeg geld van de regering. Ook als zij lange tijd niet kunnen werken. Voor mensen die niet kunnen werken, is er dagbesteding. Bij de dagbesteding doen mensen wat zij kunnen. Zij kunnen er nieuwe dingen leren. En misschien kunnen zij daarna toch betaald werk vinden dat bij hen past. Zo hoeft niemand bang te zijn om werk of inkomen te verliezen. Mensen met een beperking krijgen vaak hulp van de mensen om hen heen. Zoals partners, ouders, kinderen en vrienden. Zij kunnen hierdoor niet altijd werken. De overheid zorgt dat zij hulp krijgen.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Het VN-verdrag Handicap in Nederland

13

Zo is het nu Mensen met een beperking werken minder dan mensen zonder beperking. Dit komt omdat werkplekken ontoegankelijk zijn. Mensen kunnen niet op de werkplek komen. Of zij kunnen de computers op het werk niet bedienen. Er zijn al veel hulpmiddelen beschikbaar. En werkgevers kunnen geld krijgen als zij werkplekken maken voor mensen met een beperking. Toch vinden werkgevers het vaak lastig om een passende werkplek te maken. Mensen met een beperking hebben vaak een uitkering. Als zij werk vinden, kan die uitkering worden stopgezet. De regels over uitkeringen zijn te ingewikkeld. Mensen met een beperking ervaren hier angst en onzekerheid door. Het zorgt voor een extra drempel om naar passend werk te zoeken. Naasten en mantelzorgers die veel zorg geven aan iemand met een beperking, voelen veel druk. Zij kunnen hierdoor voor korte of lange tijd niet werken. Zij hebben daardoor soms weinig inkomen. Zij krijgen niet altijd genoeg hulp om goed te kunnen leven. Dit zorgt voor stress in het gezin. In 2013 is een afspraak gemaakt om extra werkplekken te maken voor mensen met een beperking. Er is een lijst gemaakt met mensen voor wie die extra werkplekken zijn. Dit noemen we het doelgroepenregister. Op dit moment zijn er niet genoeg werkplekken voor mensen in het doelgroepenregister. En sommige mensen met een beperking staan niet op de lijst.

Waardoor zij niet de hulp krijgen die zij nodig hebben.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Het VN-verdrag Handicap in Nederland

14

Zo is het in 2040 • Werkplekken zijn toegankelijk. Dat betekent dat iedereen er kan komen. En dat apps, computersystemen en websites voor iedereen te gebruiken zijn. Informatie over het werk is makkelijk te vinden en begrijpelijk. Er is passende ondersteuning om te kunnen werken. Het is voor werkgevers makkelijk om mensen met een beperking aan te nemen. • Als mensen door hun beperking meer of minder kunnen gaan werken komt hun bestaanszekerheid niet in gevaar. • Werken moet altijd zorgen voor meer inkomen. Dus ook als een uitkering daardoor omlaag gaat. • Mensen met een beperking krijgen hetzelfde loon als mensen zonder beperking die hetzelfde werk doen. • Naasten en mantelzorgers kunnen werk en zorg goed combineren. • Ouders van kinderen die heel veel zorg nodig hebben en die daardoor minder kunnen werken, hebben voldoende geld om van te leven.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Het VN-verdrag Handicap in Nederland

15

2. Thuis en wonen Zo moet het zijn Mensen met een beperking moeten kunnen wonen zoals zij zelf willen. In elke periode van hun leven. Zij hebben thuis zorg en ondersteuning die nodig is. Hun woning is toegankelijk of er worden aanpassingen gedaan om hun woning toegankelijk te maken. De omgeving van de woning is ook toegankelijk. Zoals de stoep en de straat. Maar ook het openbaar vervoer, winkels en bijvoorbeeld sportclubs. Mensen met een beperking maken net als alle andere mensen veranderingen door. Zij wonen bijvoorbeeld eerst thuis bij hun ouders. Daarna gaan zij op zichzelf wonen. Dat kan alleen zijn, of met een partner. Zij wonen met kinderen of met andere huisgenoten. En zij veranderen van relaties of van werk en verhuizen dan. Alle nieuwe huizen zijn toegankelijk gebouwd. En zij staan in heel Nederland. Bestaande huizen worden aangepast. Zo kunnen mensen met een beperking wonen waar zij willen. En zij kunnen makkelijker op bezoek bij buren, familie en vrienden. Mensen met een beperking leven thuis zo zelfstandig mogelijk. Zonder hulp van de mensen met wie zij samenleven. Daarvoor krijgen zij de zorg, ondersteuning en hulpmiddelen die zij nodig hebben. Zo hebben de andere mensen in de woning minder zorgtaken. En kunnen zij hun rol houden van familielid of geliefde.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Het VN-verdrag Handicap in Nederland

16

Zo is het nu Er zijn te weinig woningen voor de mensen in Nederland. Ook voor mensen met een beperking. Zij wonen vaak nog bij ouders of in een zorginstelling. Zij kunnen niet altijd op bezoek gaan bij familie of vrienden. Omdat de woning van familie of vrienden niet is aangepast. Soms wonen mensen met een beperking wel zelfstandig. Maar is hun huis niet aangepast aan hun beperking. Dit kost veel energie. Waardoor er geen energie overblijft om andere dingen te doen. Mensen met een beperking kunnen niet zomaar verhuizen. In veel gemeenten mag je aanpassingen in je huis niet meenemen. En in elke gemeente is de zorg anders geregeld. Het aanpassen van een woning gaat niet altijd goed. Er wordt niet gekeken naar wat iemand in de toekomst nodig heeft. Terwijl soms duidelijk is dat iemand niet meer beter wordt. Daarom zijn steeds weer opnieuw aanpassingen in huis nodig. Dat kost mensen met een beperking tijd, geld en energie. Het aanvragen van hulpmiddelen voor thuis is moeilijk. Het laten repareren van hulpmiddelen ook. Vaak is een hulpmiddel lange tijd weg voor een reparatie. Of wordt een ander hulpmiddel gegeven wat niet goed bij iemand past. Het regelen van hulp in huis is moelijk. De regels zijn ingewikkeld. En mensen zijn veel tijd aan de administratie kwijt.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Het VN-verdrag Handicap in Nederland

17

Zo is het in 2040 • Er zijn genoeg betaalbare toegankelijke woningen. • Nieuwe woningen worden toegankelijk gebouwd. Steeds meer bestaande woningen worden toegankelijk gemaakt. • Mensen met een beperking kunnen zich zelfstandig in en om hun huis verplaatsen. • Mensen met een beperking kunnen wisselen van woonplaats. Zonder dat zij zorg, ondersteuning en aanpassingen kwijtraken. • Tuinen, balkons of terrassen rond woningen zijn toegankelijk voor iedereen. • Mensen met een beperking krijgen zorg en ondersteuning als dat nodig is om zelfstandig te kunnen wonen. En om vanuit hun woning te reizen naar bijvoorbeeld werk, winkels, sport en school.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Het VN-verdrag Handicap in Nederland

18

3. Leren en naar school gaan Zo moet het zijn Ieder mens wil leren, ontwikkelen en nieuwe ervaringen opdoen. Mensen met een beperking hebben het recht om zich te blijven ontwikkelen. Hun hele leven lang. Daarom moeten alle vormen van onderwijs toegankelijk zijn. Dat zijn alle scholen zoals basisscholen en middelbare scholen. En scholen voor het leren van een beroep. Maar ook universiteiten, cursussen en trainingen. En taalscholen voor mensen die Nederlands willen leren. Mensen kunnen makkelijk bij hun school komen. En in de school vrij bewegen en gebruik maken van alle voorzieningen. Zoals computers en lesmateriaal. Informatie over de opleidingen is makkelijk te vinden en te begrijpen. Mensen kunnen de opleiding betalen. Opleidingen passen bij wat mensen willen leren. Mensen kunnen na hun opleiding een baan vinden en houden.

Zo is het nu In Nederland gaan veel kinderen en volwassenen naar school. Of volgen een cursus of een training. Maar nog te weinig scholen zijn toegankelijk voor mensen met een beperking. Ook het lesmateriaal en de examens zijn te weinig toegankelijk. Kinderen en jongeren met een beperking gaan vaak naar een speciale school. Zij gaan dus niet samen met kinderen zonder beperking naar school. Zij spelen, leren en werken niet samen. Toch zijn er scholen wel inclusief. Daar gaan leerlingen met en zonder beperking samen naar toe. Leerlingen krijgen steeds vaker ondersteuning als zij dat nodig hebben. Zo hoeven zij niet naar een speciale school.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Het VN-verdrag Handicap in Nederland

19

Beroepsopleidingen en universiteiten zijn nog niet altijd toegankelijk. Gebouwen zijn ontoegankelijk en lesmateriaal is niet altijd toegankelijk. Leerlingen met een beperking merken dat zij soms benadeeld worden. En dat andere mensen een mening over hen hebben die niet klopt. Er is niet altijd passende ondersteuning. Er is weinig mogelijk met het indelen van lessen. Ook het vinden van een stageplek is lastig. Zo kunnen leerlingen met een beperking de opleiding niet afmaken. En kunnen zij later niet het werk doen waarvoor zij de opleiding volgen.

Zo is het in 2040 • Mensen met een beperking kunnen een leven lang leren. Zij hebben toegang tot de verschillende vormen van onderwijs. Passende zorg en ondersteuning is beschikbaar. • Alle kinderen zijn welkom op de kinderopvang en op school. Alle kinderen en jongeren, met hun naasten, kunnen kiezen voor de school die het best past en dichtbij is. • Opleiding en werk voor jongeren met een beperking sluiten goed op elkaar aan. • Alle scholen sluiten op elkaar aan. • Opleidingen zijn toegankelijk en kunnen waar nodig passend worden gemaakt. Er is zorg en ondersteuning die leerlingen met een beperking nodig hebben om te kunnen leren.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Het VN-verdrag Handicap in Nederland

20

4. Gezondheid en ondersteuning Zo moet het zijn Zorg en ondersteuning moet passen bij wat iemand nodig heeft. En het moet makkelijk te regelen zijn. Zodat mensen met een beperking zo veel mogelijk zelfstandig kunnen leven. Zoals zij dat willen, samen met de mensen om hen heen. Mensen met een beperking bepalen zoveel mogelijk zelf welke zorg en ondersteuning zij nodig hebben. De zorg en ondersteuning moet daar steeds bij passen. Er moet genoeg geld zijn voor de zorg en ondersteuning. Zodat mensen met een beperking niet arm zijn omdat zij zorg nodig hebben. Zorg en ondersteuning is makkelijk te regelen. Voor mensen met een beperking zelf, maar ook voor de mensen om hen heen.

Zo is het nu De zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking is geregeld met verschillende wetten. Dit zijn zorgwetten zoals de Jeugdwet, Wet langdurige zorg, Wet maatschappelijke ondersteuning en de Zorgverzekeringswet. Maar ook andere wetten zoals de Participatiewet en de Wet passend onderwijs. Dit betekent dat er veel verschillende regels zijn. De regels zijn vaak onduidelijk en sluiten niet altijd goed op elkaar aan. Het regelen van zorg is daarom lastig. Het kost mensen met een beperking veel tijd, administratie, zorgen en geld. Mensen moeten bij alle verschillende regelingen steeds opnieuw aantonen dat zij zorg en ondersteuning nodig hebben.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Het VN-verdrag Handicap in Nederland

21

Zo is het in 2040 • Mensen met een beperking kunnen zelf bepalen welke zorg en ondersteuning zij krijgen. • Overal kunnen mensen zorg en ondersteuning krijgen die zij nodig hebben. • Mensen kunnen rondkomen, ook als zij meebetalen voor ondersteuning. • Informatie over zorg en ondersteuning is makkelijk te vinden en te begrijpen. • Mensen die helpen om de zorg te regelen, begrijpen mensen met een beperking en hun naasten. • Naasten en mantelzorgers zijn onderdeel van het zorgteam. Zij worden ondersteund bij hun taken. • Het regelen van hulpmiddelen is makkelijk.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Het VN-verdrag Handicap in Nederland

22

5. Vervoer en mobiliteit Zo moet het zijn Mensen met een beperking moeten zich zoveel mogelijk kunnen verplaatsen zonder hulp van anderen. Op een manier die zij zelf willen. Zij moeten zonder grote problemen naar school en werk kunnen gaan. Naar familie en sociale activiteiten, en op vakantie. Ouders met een beperking kunnen zelf hun kinderen naar bijvoorbeeld school of zwemles brengen. Alle vormen van openbaar vervoer (OV) moeten toegankelijk zijn. Er is informatie over de toegankelijkheid van de stations en vervoersmiddelen. De informatie is makkelijk te vinden en begrijpelijk voor iedereen. Mensen kunnen zelf kaartjes kopen voor trein of bus. Als iemand vanwege een beperking niet kan reizen met het openbaar vervoer, is er altijd een andere oplossing. Bijvoorbeeld doelgroepenvervoer of een aangepaste auto of fiets. Vervoer en vervoersmiddelen moeten betaalbaar zijn. Ook fietsers en wandelaars met een beperking kunnen zelfstandig reizen.

Zo is het nu Mensen met een beperking kunnen niet altijd zelfstandig reizen. Zij kunnen niet overal gemakkelijk met het OV reizen. Liften op stations zijn soms kapot. En er is niet altijd reisassistentie. Buurtbussen zijn niet altijd toegankelijk. Sommige mensen reizen met aanvullend vervoer zoals Valys-vervoer. Reizen met Valys kan maar een bepaald aantal kilometers per jaar. Voor sommige mensen met een beperking is dat te weinig. Het OV sluit niet goed aan op het aanvullend vervoer. Mensen zijn lang onderweg.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Het VN-verdrag Handicap in Nederland

23

Ook is het vaak moeilijk of onmogelijk om bij het vervoer te komen. Mensen hebben last van bijvoorbeeld hoge stoepen. Er zijn geen blindegeleidelijnen en geen bankjes om even uit te rusten. Soms is er geen goede verlichting.

Zo is het in 2040 • Mensen met een beperking kunnen zich vrij en zelfstandig verplaatsen. Ook als zij jonge kinderen hebben. Er is toegankelijke reisinformatie. Openbaar vervoer is toegankelijk of er zijn andere passende mogelijkheden. • Straten, pleinen, parken en winkelcentra zijn toegankelijk voor voetgangers, rolstoelgebruikers en fietsers met een beperking. • Mensen krijgen de hulpmiddelen die zij nodig hebben om te reizen.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Het VN-verdrag Handicap in Nederland

24

6. Cultuur, media, vrije tijd, sporten en bewegen Zo moet het zijn Mensen met een beperking moeten kunnen meedoen aan het culturele leven. Zij moeten kunnen uitgaan en sporten in hun vrije tijd. Sportparken, sportwedstrijden en trainingen moeten toegankelijk zijn. Maar ook musea, televisieprogramma’s, bioscopen en theaters. En vakantieparken, pretparken en cafés en restaurants. Mensen met een beperking moeten hier kunnen werken. En zij moeten zelf kunnen sporten, spelen en bewegen. Zij moeten naar een museum of theater kunnen gaan. Daar krijgen zij passende hulpmiddelen, uitleg en training voor. Zodat er geen drempels zijn om mee te doen als ieder ander.

Zo is het nu In cultuur, media, recreatie en sport zijn mensen met een beperking nog weinig zichtbaar. Ook is het nog vaak lastig om op vakantie te gaan of te kunnen sporten. Zij gaan niet vaak mee naar een museum of een pretpark. Dat komt omdat er vaak geen toegankelijke toiletten zijn. Of het is moeilijk om de juiste hulpmiddelen te krijgen om te sporten. Vaak is het onduidelijk welke ondersteuning er is. En informatie is moeilijk te vinden. Toch worden sommige musea, theaters, festivals, pretparken en dierentuinen toegankelijker.

Zo is het in 2040 • Cultuur, media, sport en bewegen en ontspanning zijn toegankelijk voor alle mensen. • Mensen met een beperking zijn te zien in cultuur, media en sport.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Het VN-verdrag Handicap in Nederland

25

7. Veiligheid en toegang tot de rechter Zo moet het zijn Mensen met een beperking moeten voor hun recht op kunnen komen. Bijvoorbeeld door een klacht in te dienen. Of door naar de rechter te gaan. En zij moeten daar hulp bij krijgen als ze dat nodig hebben. Veilig zijn is een mensenrecht. Mensen worden daarom beschermd tegen geweld, misbruik en uitbuiting. Overal en altijd. Mensen met een beperking hebben recht op hulp van de politie of andere hulpdiensten. En op ondersteuning waar zij dat nodig hebben. Ook als zij zelf dader zijn moet de toegang tot de rechter goed geregeld zijn. Bij noodsituaties is het belangrijk dat informatie bij alle mensen komt. En dat de informatie voor iedereen te lezen, beluisteren en begrijpen is. Bijvoorbeeld bij een grote ramp of crisis zoals bij de uitbraak van corona.

Zo is het nu Toegang tot het recht is voor mensen met een beperking ingewikkeld. Het is niet altijd duidelijk waar je geholpen kunt worden. Of dat bij een advocaat is, of bij een klachtencommissie bijvoorbeeld. Mensen met een beperking weten niet altijd hoe zij naar de rechter kunnen gaan. Er is niet altijd een gebarentolk aanwezig. Of iemand die de wetten en regels begrijpelijk maakt. Dat is zo voor mensen met een beperking die slachtoffer zijn. Maar ook voor mensen met een beperking die dader zijn. Mensen met een beperking weten niet altijd hoe zij naar de rechter kunnen gaan. Mensen met een beperking zijn vaker slachtoffer van geweld dan mensen zonder beperking.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Het VN-verdrag Handicap in Nederland

26

De overheid heeft in noodgevallen soms nog te weinig aandacht voor mensen met een beperking. Er moet aandacht zijn voor alle mensen. Voor mensen die in een zorginstelling wonen. En voor mensen met een beperking die zelfstandig wonen.

Zo is het in 2040 • De toegang tot de rechter is versterkt. De rechten van mensen met een beperking worden beter beschermd. Mensen met een beperking en hun naasten kunnen zelf naar de rechter. Zij kunnen hulp krijgen die zij nodig hebben. • Er zijn groepen die vaker te maken hebben met geweld of misbruik. Dit zijn vrouwen, kinderen en mensen met een beperking die bijvoorbeeld lesbisch zijn of homo. De overheid zorgt dat zij net zo goed worden beschermd als anderen. • In een crisis of bij een ramp zijn mensen met een beperking net zo veilig als ieder ander. De overheid heeft aandacht voor mensen met een beperking en hun naasten. De informatie en communicatie over de crisis of ramp is makkelijk te vinden en voor iedereen begrijpelijk.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Het VN-verdrag Handicap in Nederland

27

Bestuur, afspraken en verantwoordelijkheid

Om de nationale strategie uit te voeren is goed bestuur nodig. Het moet voor iedereen duidelijk zijn wie wat doet. Er moet regelmatig overleg zijn. Veel mensen moeten met elkaar samenwerken om de strategie te laten slagen. Belangrijke besluiten worden gemaakt door de regering. Er is steeds overleg met ambtenaren van verschillende ministeries. Er worden duidelijke plannen gemaakt. Hierin staat precies wat er wordt gedaan om de doelen in 2040 te halen. Elke vijf jaar worden de plannen opnieuw bijgewerkt. De overheid werkt samen met gemeentes en provincies. En met bedrijven en organisaties en mensen met een beperking zelf.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Het VN-verdrag Handicap in Nederland

28

Niets Over Ons, Zonder Ons Mensen met een beperking denken en praten mee over beleid dat over hen gaat. De strategie is daarom samen met mensen met een beperking en hun organisaties gemaakt. Ook bij het uitvoeren van de strategie blijven zij betrokken. Er komt een Raad van advies met daarin mensen met een beperking. Deze raad kijkt regelmatig of het goed gaat met de strategie. Alle ministeries werken samen met mensen met een beperking en hun organisaties.

Wie overlegt met wie en wanneer: • Twee keer per jaar praat de Raad van advies met de verschillende ministeries over het uitvoeren van de strategie. • Een keer per jaar is er overleg met de Vereniging Nederlandse Gemeenten, de Alliantie VN-verdrag handicap en VNO-NCW. Het overleg wordt geleid door iemand van VWS. • Het College voor de Rechten van de Mens maakt ieder jaar een rapport. Hierin staat hoe het met de uitvoering van het VN-verdrag Handicap gaat.

Zo worden gegevens bijgehouden Gegevens tot 2022 werden bijgehouden in het Cijferoverzicht Onbeperkt meedoen. De regering denkt na hoe de gegevens nu bij moeten worden gehouden. De nationale strategie bepaalt welke gegevens worden bijgehouden. We kunnen verbeteringen voor mensen met een beperking meten. En zo kunnen we zien of we de doelen in de strategie halen. Deze metingen worden elke twee jaar gedaan.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Het VN-verdrag Handicap in Nederland

29

Dit is een uitgave van Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Bezoekadres Parnassusplein 5 | 2511 vx Den Haag Postadres Postbus 20350 | 2500 ej Den Haag Telefoon 070 340 79 11 www.rijksoverheid.nl Tekst Easy read door Buro Opaal januari 2024 Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werken aan een samenleving voor iedereen – Het VN-verdrag Handicap in Nederland |

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16052068/1