2023-11-28 - Bijlage 5a. 2023-07-04 IP1 - 2023-04-28 Opbrengst oriëntatie rekenkamer - definitieve memo - geanonimiseerd
Tekst van het document
Opbrengst oriëntatie toekomst rekenkamer Memo n.a.v. gezamenlijke oriëntatie d.d.19 april 2023.1. Doel van de memo: Informeren en adviseren van de Presidia/commissies/gemeenteraden van Hulst, Sluis, Terneuzen.
Aanleiding Op 1 januari 2023 trad de Wet versterking decentrale rekenkamers in werking. Deze wet kent een overgangstermijn van een jaar. Dit betekent dat alle gemeenten uiterlijk op 1 januari 2024 een onafhankelijke rekenkamer moeten hebben. Een rekenkamerfunctie of – commissie is niet meer mogelijk. De bevoegdheden van de rekenkamers zijn uitgebreid. Zo kunnen zij nu onderzoek instellen naar de contracten met privaatrechtelijke rechtspersonen waarmee bijvoorbeeld zorg of maatschappelijke ondersteuning in het sociale domein wordt ingekocht. Ook de mogelijkheden om onderzoek te doen naar subsidies, garanties en leningen is verruimd. Ten slotte hebben zij meer mogelijkheden om onderzoek te doen naar privaatrechtelijke rechtspersonen waarin verschillende overheidsorganen samenwerken. Advies o.b.v. oriëntatie toekomst rekenkamer (Een vertegenwoordiging van) de Zeeuws-Vlaamse rekenkamercommissies oriënteerde zich op de mogelijke meerwaarde van samenwerking. Wanneer twee of drie gemeenten kiezen voor samenwerking (voor de meerwaarde van regionale samenwerking, zie onderaan pagina 2) adviseren wij om dit als volgt te organiseren: 1. De rekenkamer bestaat uit externe leden Dit is met ingang van 1 januari 2024 verplicht. 2.
De rekenkamer onderzoekt de doelmatigheid, doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur.1 Deze opdracht ligt vast in de gemeentewet. 3. De samenwerking vindt plaats door middel van een Personele Unie Met een personele unie wordt bedoeld dat het weliswaar een zelfstandige rekenkamer per gemeente betreft, maar dat de samenstelling (en de gestelde voorwaarden) bij alle deelnemende gemeenten dezelfde is. Formeel zijn er verschillende rekenkamers, maar in de praktijk werken zij voor alle deelnemende gemeenten. Het alternatief is een gemeenschappelijke rekenkamer met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Dit kan niet bij verordening. Het instellen van een gemeenschappelijke regeling (GR) is een complexer proces. Bij een GR heeft een individuele gemeente minder zeggenschap. 4. In de afspraken tussen gemeenten wordt geborgd, dat zowel lokaal onderzoek (op gemeentelijk niveau) als gezamenlijk onderzoek mogelijk is. Wij vinden het van belang, dat gezamenlijk onderzoek mogelijk is (bijvoorbeeld naar gemeenschappelijke regelingen), maar dat het ook mogelijk is, dat de rekenkamer onderzoek uitvoert dat betrekking heeft op één specifieke gemeente. Niet alle onderwerpen lenen zich voor regionaal onderzoek. 5. Er worden heldere afspraken gemaakt over de bekostiging.
Deze levert elke gemeente een voordeel op ten opzichte van een eigen rekenkamer. Wij pleiten ervoor om een eensluidende afspraak te maken over de vergoeding voor regulier overleg van de rekenkamer (vacatiegelden, dan wel salariskosten voor het bijwonen van vergaderingen en vaste overheadkosten, zoals secretariaat) en deze kosten naar rato te verdelen over de drie gemeenten. Een voor de hand liggende verdeling is 50% Terneuzen – 25% Hulst – 25% Sluis, indien gekozen wordt voor regionale samenwerking.
1
Zie artikelen 81a tot en met 81o en de artikelen 182 tot en met 185 voor de bepalingen over de rekenkamer.
1
Onderzoekskosten worden betaald door de gemeente(n) waarvoor het onderzoek wordt uitgevoerd. Indien meerdere gemeenten participeren in het onderzoek worden de kosten naar rato verdeeld. 6. Iedere gemeente stelt het eigen onderzoeksbudget vast. Hierbij achten wij het van belang dat de onderzoeksbudgetten niet te ver uit balans raken ten opzichte van elkaar. Wij adviseren daarvoor een bandbreedte af te spreken. Uitgangspunten voor het bepalen van het budget zijn de doelen van de rekenkamer (en het gewenste aantal onderzoeken per jaar) en het inwoneraantal van een gemeente. Huidige budgetten rekenkamers (excl. secretariaat) in Zeeuws-Vlaanderen: Totaal budget (euro) Per inwoner (1/1/2023) Hulst 10.000 0,36 Sluis 25.000 1,07 Terneuzen 20.000 0,36 Gemeenten in Nederland besteedden in 2019 gemiddeld € 1,20 per inwoner aan hun rekenkamer. Minister Bruins Slot laat naar aanleiding van de motie van Strolenberg (VVD) onderzoek doen naar de budgetten voor gemeentelijke rekenkamers. Zij wil geen norm opleggen, maar gaat wel kijken welk bedrag per inwoner toereikend zou moeten zijn. Zij komt hierop in de eerste helft van 2023 terug. Wij adviseren om afspraken te maken over de minimale (totale) inzet per gemeente, bijvoorbeeld € 0,80 per inwoner.
Wanneer de budgetten van gemeenten te ver uiteen lopen wordt de meerwaarde van samenwerking minder (de ene gemeente kan dan immers minder vaak participeren in eventueel gezamenlijk onderzoek en de bijdrage in de formatie van de rekenkamer blijft beperkt). Bij een beperkt budget wordt het voor potentiële rekenkamerleden minder interessant om deel te nemen in een rekenkamer. 7. Benoem (afhankelijk van het totale budget) minimaal 3 tot maximaal 6 vaste rekenkamerleden. De rekenkamer moet voldoende leden hebben om continuïteit te kunnen bieden. Een hoger aantal leden kan kwaliteit verhogend werken: er kan worden geworven op verschillende expertises die elkaar versterken en bij een hoger aantal leden kan intervisie beter worden toegepast. Dit leidt tot kwalitatief betere onderzoeken. De mogelijkheid bestaat om een deel van het budget te reserveren voor onderzoeken waar externe expertise voor vereist is. Dit moet nader worden uitgewerkt. Het uiteindelijke aantal leden is mede afhankelijk van de verstrekte budgetten door gemeenten. 8. Zorg voor een goede verbinding met elke gemeenteraad Wij adviseren om uit te gaan van eenzelfde basisstructuur voor de drie gemeenten (al dan niet via een klankbordgroep/gesprekscommissie) voor communicatie en gespreksonderwerpen (zoals onderzoeksonderwerpen, tevredenheid, bruikbaarheid onderzoeken). Dit moet nog verder worden uitgewerkt. 9.
Zorg voor een gedegen voorbereiding en stel vast wie de verdere voorbereiding oppakt Indien wordt gekozen voor samenwerking, moeten de volgende zaken verder worden voorbereid: De gemeentelijke verordening Het voorbereiden van de formele samenwerkingsafspraken, met inachtneming van de eerder geadviseerde uitgangspunten voor samenwerking De werving- en selectieprocedure + de feitelijke werving en selectie In de gemeenten Hulst en Terneuzen bereidt de huidige begeleidingscommissie van de Rekenkamercommissie Hulst Terneuzen met ondersteuning van de griffiers de totstandkoming van de nieuwe rekenkamer verder voor. In de gemeente Sluis bereidt de huidige rekenkamercommissie van de gemeente Sluis met ondersteuning van de griffier de totstandkoming van de nieuwe rekenkamer verder voor. Meerwaarde regionale samenwerking Met inachtneming en onder voorwaarde van de bovenstaande adviezen stellen wij vast dat: regionale samenwerking financieel voordeel op kan leveren in de organisatiekosten. regionale samenwerking bijdraagt aan continuïteit en kwaliteit.
2
-
toetreding tot een gezamenlijke rekenkamer is voor potentiële rekenkamerleden interessanter (hoger onderzoeksbudget, grotere formatie, complementaire expertise) Door de voorgestelde samenwerkingsvariant (Personele Unie, mogelijkheid om ook lokaal onderzoek te doen, eigen onderzoeksbudget per gemeente) behoudt elke gemeente maximaal zeggenschap (binnen de kaders van de gemeentewet). Waarom samenwerking op regionaal niveau en niet op Zeeuws niveau? Gezien de ligging van het gebied is de organisatie eenvoudiger te regelen. De drie gemeenten werken al op meerdere terreinen samen, waaronder de Regiovisie, Regiodeals en binnen GR-en. Samenwerkingspartners van de gemeenten zijn veelal op regionaal niveau werkzaam (zorg, onderwijs, wonen e.d.). Met drie gemeenten is er sprake van efficiëncyvoordeel èn behoud van slagkracht voor elk van de gemeenten. Er ligt ook geen vraag van andere Zeeuwse gemeenten om de rekenkamer op Zeeuws niveau te organiseren. N.B. De mogelijkheid blijft aanwezig om te participeren in een onderzoek van een andere rekenkamer, wanneer er sprake is van een Zeeuwse aangelegenheid. Dit is bijvoorbeeld ook gebeurd bij het onderzoek over Intervence.
Relevante bijlagen: https://rekenkamerkompas.nvrr.nl/index.html https://vng.nl/brieven/model-verordening-gemeentelijke-rekenkamer https://www.raadsleden.nl/sites/www.raadsleden.nl/files/documenten/stappenplan_naar _de_nieuwe_lokale_rekenkamer.pdf
3