20210414 Reactie businesscase JB West (003)
Tekst van het document
Jeugdautoriteit Rijnstraat 50 2551 XP Den Haag
Brief Brief
Aan: Minister voor Rechtsbescherming , t.a.v. dhr. E. Bezem Staatsecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, t.a.v. mw. M. Kleiboer Bestuurscommissie Jeugd van de 13 Zeeuwse gemeenten, t.a.v. dhr. J. Werkman CC: Jeugdbescherming west, t.a.v. mw. A. Rotering en dhr. J. v.d. Hulst
Postbus 16375 2500 BJ Den Haag 070 - 340 68 88 Jeugdautoriteit.nl Inlichtingen bij E.A. Cobussen MT-lid casuïstiek +31 (0)6 - 15038184 ea.cobussen@jeugdautoriteit.nl
Datum Onderwerp
14 april 2021 Reactie op concept plan van aanpak Jeugdbescherming West Zeeland
Geachte heer Dekker, heer Blokhuis en heer Werkman, De Jeugdautoriteit heeft als taak om bij te dragen aan de continuïteit van jeugdzorg. De Jeugdautoriteit is door middel van een bekrachtiging in een brief aan de Tweede Kamer van 3 december 2020 gevraagd te adviseren op het plan van aanpak voor de toekomstige invulling van de jeugdbescherming en jeugdreclassering in Zeeland. Op 9 april 2021 heeft de Jeugdautoriteit de concept-businesscase Jeugdbescherming West Zeeland ontvangen, waarin fase 1 van de overname van de activiteiten van Intervence is beschreven. Deze brief bevat het van de Jeugdautoriteit gevraagde advies. Toetsingskader Met de brieven van 4 december 2020 en 2 februari 2021 heeft de Jeugdautoriteit aangegeven welke basiselementen in een plan van aanpak naar haar oordeel noodzakelijk zijn om te kunnen beoordelen of een plan op een solide wijze is opgesteld. Deze basiselementen zijn: -
Wijze van overdracht van cliënten en dossiers (juridisch en feitelijk); Overname van (zorg)personeel Intervence (met als motto: medewerker volgt cliënt); Archivering van afgesloten dossiers; Organisatorische herinrichting/aanpassing Intervence door de overnemende aanbieder; Bepalen van de benodigde transitiekosten voor de overnemende partij; Beheerste afbouw met als doel de frictiekosten zoveel mogelijk te beperken; Timing en realistische planning 2021 (met als motto: zorgvuldigheid gaat boven snelheid); Maatregelen ter waarborging van kwaliteit van zorg gedurende het overnameproces, zowel aan de kant van Intervence als van de overnemende partij; Het plan richt zich idealiter niet alleen op de korte termijn (2021) maar heeft ook oog voor de toekomstbestendigheid van de gekozen uitwerking voor de langere termijn.
Bovengenoemde elementen vormen voor de Jeugdautoriteit het toetsingskader waarlangs de businesscase van Jeugdbescherming west is beoordeeld.
Pagina 1 van 4
Reactie op de concept businesscase De afgelopen weken heeft Jeugdbescherming West zich ingezet om tot een gedegen businesscase te komen. De Jeugdautoriteit is van mening dat het concept-plan dat nu voorligt met een hoge mate van diepgang en concreetheid is uitgewerkt en dat het in belangrijke mate voldoet aan de door haar gestelde voorwaarden. De essentiële bouwstenen van een dergelijk plan, zoals hierboven reeds geduid, zijn onderzocht en in het plan verwerkt. Ten aanzien van de inhoud van het plan wil de Jeugdautoriteit desalniettemin een aantal belangrijke aandachtspunten en mogelijke aanvullingen en suggesties benoemen die bijdragen aan een verdere verbetering van het plan en die naar mijn mening essentiële randvoorwaarden zijn voor het succesvol implementeren ervan. Hieronder beschrijft de Jeugdautoriteit haar reactie op hoofdpunten. -
Langere termijn financiële effecten Voor de beoordeling van de businesscase kijkt de Jeugdautoriteit ook naar de langere termijn. Zeeland is immers gebaat bij een oplossing die duurzaam is en zicht biedt op continuïteit van zorg voor cliënten op de langere termijn en daarmee voldoende zekerheid en stabiliteit geeft. Het is daarom van belang dat uit de businesscase blijkt dat deze in financiële zin voor de langere termijn houdbaar is. Dit kan blijken uit een meerjarenbegroting op de middellange termijn (3-5 jaar) alsmede een daaraan verbonden liquiditeitsbegroting waaruit blijkt dat op beide aspecten onder de huidige gekozen aannames een duurzame exploitatie mogelijk is. De Jeugdautoriteit adviseert deze beide overzichten aan de huidige businesscase toe te voegen. Voor een gedegen raming van de toekomstig te verwachten zorgvraag is inzicht in de cliëntenstromen belangrijk. Jeugdbescherming west heeft een aanname gedaan op basis van de cliëntaantallen van Intervence uit het verleden. Wanneer dit aantal wijzigt heeft dit effecten op de businesscase. Geadviseerd wordt om daarmee rekening te houden bij het in beeld brengen van de financiële effecten voor de langere termijn.
-
Gevraagde financiële garanties De Jeugdautoriteit begrijpt dat vanuit de optiek van risicomanagement Jeugdbescherming west een aantal financiële zekerheden heeft opgenomen in de businesscase. Deze hebben tot doel de continuïteit van zorg ook in financiële zin te borgen. o Deze zekerheden betreffen een eenmalige financiële injectie van 1 miljoen (‘risicobuffer’) om schokken op te vangen en een financieel degelijke vertrekpositie op korte termijn te creëren. Het huidige Intervence heeft immers geen eigen vermogen of liquiditeit meer ter beschikking. o Daarnaast vraagt Jeugdbescherming west een risico/winst opslag van 2% op de huidige tarieven om aan vermogensversterking te kunnen werken o Ten slotte gaat de businesscase uit van een minimum omzetgarantie voor de komende jaren om de noodzakelijke indirecte kosten te kunnen dekken. Vanuit de gewenste financiële stabiliteit (en toereikende liquiditeit) begrijpt de Jeugdautoriteit deze vraag. Er dient een goede financiële startpositie te worden gecreëerd en (beperkte) vermogensopbouw is gezien de lopende bedrijfsrisico’s logisch. Deze hoofddoelstelling kan ons inziens echter op meerdere manieren bereikt worden.
Bijvoorbeeld door een tijdelijke financiering in de vorm van een achtergestelde en tevens geconditioneerde lening waarmee de korte termijn behoefte aan liquiditeit en garantievermogen kan worden opgelost en waarvan de aflossing mede afhankelijk is van het bereiken van de gevraagde 15% budgetratio met behulp van de 2% winst- en risico-opslag. Een andere suggestie is de verwachte overwaarde op het onroerend goed te realiseren door middel van verkoop en op deze wijze een deel vermogensversterking te realiseren of bij verkoop op een later moment om de lening af te lossen. De businesscase gaat nu uit van een situatie van behoud van het vastgoed en onderverhuur. De verkoop van vastgoed zou een alternatief scenario kunnen zijn al dan niet in combinatie met de andere genoemde maatregelen. Het garanderen van een omzetvolume voor een bepaalde periode is een vraag die vanuit het juridisch inkoopperspectief vanuit Zeeland moet worden beantwoord mede in het licht van de zorginkoop en te sluiten zorgovereenkomsten vanaf 2022. Pagina 2 van 4
-
Bestuurlijke integrale planning noodzakelijk Het vervolgproces kent diverse elementen die gelijktijdig dienen te lopen om vast te stellen of de door Jeugdbescherming west gevraagde datum van bestuurlijke fusie per 1 juli haalbaar kan zijn. Deze datum is ambitieus, maar om inzichtelijk te krijgen wat wanneer in de tijd haalbaar is en daarover ook afspraken te maken, is één overzichtelijke integrale planning van alle samenhangende acties nodig. Deze dient in ieder geval de volgende elementen te bevatten: de inkoop/aanbestedingsprocedure 2022, het al dan niet accepteren van de businesscase door de wethouders, de benodigde bestuurlijke besluitvorming op zowel overkoepelend niveau als in de raden van de dertien gemeenten hierover, alsmede de stappen die Jeugdbescherming west de komende weken moet zetten ter verdere concretisering van de businesscase. Deze integrale planning dient voor alle betrokken partijen de basis te zijn voor het handelen in de komende periode. Hierbij is transparantie ten aanzien van te behalen mijlpalen essentieel, alsmede wat er dient te gebeuren wanneer deze mijlpalen niet worden behaald. Het naar achteren schuiven van de overnamedatum van 1 juli is waarschijnlijk met als risico dat de kosten van een overname zullen toenemen.
Tenslotte wil ik erop wijzen dat de tijdelijke overeenkomst met Intervence loopt tot en met 30 juni aanstaande en deze is ingericht conform de eisen van een liquidatiescenario in plaats van op continuïteit van dienstverlening. De jeugdautoriteit benadrukt dat deze tijdelijke overeenkomst op korte termijn (voor het tweede halfjaar 2021) moet worden herzien en gecontinueerd.
-
Terugvalscenario De Jeugdautoriteit realiseert zich dat er op dit moment geen terugvalscenario beschikbaar is en ziet ook geen mogelijkheid om op korte termijn tot een dergelijk scenario te komen, anders dan de continuering van Intervence. De Jeugdautoriteit ziet de factor tijd als een groot zorgpunt. Met het uitblijven van duidelijkheid voor cliënten en medewerkers zal de huidige onzekerheid blijven voortbestaan. Daar komt bij dat Jeugdbescherming west spoedige besluitvorming van de gemeenten vraagt op de businesscase (medio mei). Snelheid in de besluitvorming is daarmee gewenst en noodzakelijk. In de tussenliggende periode is het nodig dat Intervence over alle middelen beschikt om de continuïteit van zorg zolang als dit nodig is te kunnen blijven borgen. Een eventuele afwijzing van deze businesscase zal leiden tot een nog langere periode waarbinnen Intervence de zorg zal moeten continueren en de onzekerheid voor ouders, kinderen en personeel zal voorbestaan. De Jeugdautoriteit dringt daarom aan op snelle besluitvorming door de gemeenten. Ook adviseert de Jeugdautoriteit de minister voor Rechtsbescherming om scherp toe te blijven zien op het vervolgproces. De ervaring heeft geleerd dat het maken en opvolgen van bestuurlijke afspraken tussen rijksoverheid en gemeenten het vervolgproces kan ondersteunen.
Zoals eerder aangegeven, is de Jeugdautoriteit van harte bereid de uitvoering van dergelijke afspraken verder te monitoren en erop te adviseren.
De Jeugdautoriteit is van mening dat de voorgelegde concept-businesscase een basis biedt voor de continuïteit van zorg door middel van de in het plan voorstelde overname van Intervence. Het plan voorziet in een uitwerking op de hierboven aangegeven elementen van het gehanteerde toetsingskader. De Jeugdautoriteit adviseert dan ook positief op fase 1 van het plan, onder voorbehoud dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan. Voor een succesvolle uitvoering is het van belang dat de verantwoordelijke gemeenten op korte termijn tot besluitvorming komen en vervolgens de implementatie van de businesscase in relatie tot de aanbesteding van de GI-functie voor 2022 en verder uitvoeren.
Pagina 3 van 4
Nadat besluitvorming op fase 1 heeft plaatsgevonden, zal Jeugdbescherming west de uitwerking van fase 2 ter hand nemen. Graag ziet de Jeugdautoriteit ook deze uitwerking tegemoet, zodat zij ook daarop kan adviseren. Met vriendelijke groet,
Mr. drs. K.C. Schuurman Directeur Jeugdautoriteit a.i.
Pagina 4 van 4