Zienswijze + kaderbrief herschreven
Tekst van het document
Onderwerp: Zienswijze op begrotingswijziging 2024 en kaderbrief 2025 Werk en Inkomen Lekstroom
Geacht bestuur, Bedankt voor de mogelijkheid om een zienswijze uit te brengen op de eerste begrotingswijziging 2024 en de kaderbrief 2025. We gaan in deze zienswijze vrij gedetailleerd in op de volgende punten: • Ontzorging en inburgering; • Timing van de begrotingswijziging; • Stappen op weg naar een aangepaste WIL-organisatie; • Input op het meerjaren-beleidskader op drie niveaus; • Conclusie over het gevraagde budget. Op hoofdlijnen vragen we u: •
Uw organisatie door te ontwikkelen met in het achterhoofd de uitgangspunten van de Participatiewet in balans: menselijke maat, vertrouwen en eenvoud;
•
2024 te benutten als transitiejaar naar een aangepaste WIL-organisatie;
•
In de begroting 2025 en kaderbrief 2026 rekening te houden met de verwachte financiële tekorten van de gemeenten in 2025 en 2026;
•
In de toekomst in de kaderbrief de inhoudelijke en financiële ontwikkelingen zo volledig mogelijk te duiden.
1. Ontzorging inburgering In uw begrotingswijziging 2024 hebt u de consequenties opgenomen van het voorstel ontzorging inburgering, dat er op hoofdlijnen als volgt uitziet: • Ontzorgen: Bij verstrekking van de uitkering krijgt de statushouder voor de periode van 3 maanden een budgetrekening. Hier wordt het bedrag inclusief toeslagen op gestort en wordt huur, gas, water, licht van betaald. Zo komt de statushouder niet tekort in de eerste periode: geen statushouder meer naar de voedselbank. In de 3 maanden erna wordt gekeken wat voor de statushouder het beste vervolg is: geen ondersteuning, budgetbeheer of bewindvoering. • Het overbruggingskrediet dat de statushouder bij honorering uitkering krijgt wordt opgehoogd met €100 euro (inflatiecorrectie) en de prijs van 1 maandabonnement (voor eerste maand vervoer naar school). In de verstrekking wordt aangegeven dat mensen dit gedeelte apart moeten houden voor reiskosten naar de inburgeringscursus. Vluchtelingenwerk stuurt hierop. Het overbruggingskrediet blijft een gift. • Na een paar weken/maanden begint de statushouder met inburgeringslessen. Hij kan voor de eerste reiskosten zijn overbruggingskrediet gebruiken. De doorlooptijd van de aanvraag reiskosten was nu 8 weken of meer, waardoor mensen in de problemen kwamen.
De WIL heeft maatregelen genomen en zet alles op alles om vanaf 1 januari een doorlooptijd van niet meer dan 4 weken te hebben. • De verantwoording van het inrichtingskrediet gaat van 100% van het bedrag naar 67% (2/3) van het bedrag. Wij willen de WIL complimenteren met het voorstel, waarbij invulling wordt gegeven aan adequate financiële ontzorging van statushouders. Deze wettelijke taak werd tot heden niet goed ingevuld,
waardoor onze statushouders in onzekerheid en onduidelijkheid terechtkwamen. Er wordt hiermee een oplossing geboden voor het tekort aan financiële middelen in de eerste periode, de ontstane reiskostenproblematiek naar (taal)onderwijs en de verantwoording van het inrichtingskrediet die een zware druk legde op de vrijwilligers van Vluchtelingenwerk. Er is op diverse manieren nadrukkelijk aandacht gevraagd voor statushouders die fors onder de armoedegrens terechtkomen. Het voorstel dat nu verwerkt is in deze begrotingswijziging, waarbij met een relatief kleine verhoging van het budget en beperkte extra inzet van medewerkers statushouders een goede start wordt geboden richting werk, onderwijs en inburgering, vinden wij een voorbeeld waarbij de WIL-medewerkers met hun kennis van de mensen, regelingen en wetten, samen met de gemeente en Vluchtelingenwerk, een systeemwereldoplossing maken, die echte problemen in de leefwereld oplossen. Een oplossing met een grote impact, beperkte financiële gevolgen en in de geest van verantwoordingsregels. Dit is de WIL die de gemeenteraad graag ziet. 2. Timing van de begrotingswijziging Uit de begrotingswijziging 2024 blijkt duidelijk dat u het water aan de lippen staat. Wij zien dit ook als een reëel probleem als gevolg van verschillende ontwikkelingen.
Wij herkennen de strekking van uw begrotingswijziging, maar zijn zeer ontstemd over de timing van deze forse begrotingswijziging. U vraagt voor ontwikkelingen die al langer spelen een groot aantal fte's voor 2024 op een moment dat de gemeentelijke begroting 2024 en WIL-begroting 2024 al zijn vastgesteld. De gemeentelijke begroting en WIL-begroting komen hiermee voordat het begrotingsjaar begonnen is al onder druk te staan. In onze zienswijzen hebben wij de WIL er verschillende keren op gewezen dat voorziene wijzigingen moeten worden meegenomen in de kaderbrief/primaire begroting. De Perspectiefnota is voor de raad het moment om alle voorstellen van verschillende organisaties (zoals gesubsidieerde instellingen en gemeenschappelijke regelingen) te wegen. Door alle voorstellen tegelijkertijd te behandelen ten opzichte van het (niet toereikende) budget kunnen politieke keuzes worden gemaakt. Geen enkele andere organisatie heeft de mogelijkheid om in november nog extra middelen te vragen voor het daaropvolgende jaar. Wij hebben ook eerder in onze zienswijzen aangegeven dat een raadsgesprek in oktober alleen kan gaan over financiële consequenties voor het jaar t+2 (dus in 2023 over 2025), zodat dit op een goede manier mee kan worden genomen in de gemeentelijke perspectiefnota en de daaropvolgende begroting.
Een goed doordachte voorbereiding van de kaderbrief over wat er op WIL afkomt de komende jaren is passend bij de gemeentelijke beleidscyclus. Omdat wij dit al vaker in zienswijzen hebben uitgesproken en omdat wij echt willen dat richting 2026 zeer kritisch wordt gekeken naar de nu voorgestelde extra uitgaven en de gehele WIL-organisatie, geven wij hieronder aan hoe wij dit voor ons zien in de komende periode. 3. Stappen op weg naar een aangepaste WIL-organisatie Stap 1: Wij geven u de opdracht om in 2024 op het gebied van inkomen, inkomensondersteuning, schulddienstverlening en werk met een open blik te kijken naar verbetering van uw processen. Daarbij verwachten wij van u een kritische reflectie, dat u geluiden van buiten (gemeenten, partnerorganisaties) betrekt en dit vormgeeft in een intensief proces met als uitkomst wat samen beter kan. Concrete suggesties voor verbeteringen die u kunt meenemen in dit proces zijn toegevoegd als bijlage. Stap 2: In april 2024 wordt de begroting WIL 2025 vastgesteld door het AB. Daarna wordt deze in de gemeenteraad behandeld. Deze begroting is, zoals eerder door u aangekondigd, anders vormgegeven. De in de bijlage van de begroting 2024 opgenomen KPI’s vormen de basis. De
begroting is het belangrijkste contactmoment met de raad. Wij verwachten dat u duidelijk aangeeft hoe u de doelstellingen wilt behalen, welke activiteiten u onderneemt, welke samenwerkingsverbanden u aangaat, welke knelpunten u ziet en welke verbeteringen u gaat doorvoeren. En dat de kosten duidelijk aan de doelstellingen worden verbonden. De gemeenteraad Houten heeft in haar zienswijze op de begroting 2024 al aangegeven dat wij in de begroting 2025 procesverbeteringen en versimpelingen wensen die zowel de inwoner als het personeelstekort ten goede komen en bijdragen aan een lager ziekteverzuim. Specifiek aandachtspunt voor de begroting 2025 is dat de ICT-kosten 2025 en verder hierin zijn verwerkt. Ook wordt in juni 2024 het jaarverslag 2023 aan de raad aangeboden. We verwachten daarin een verantwoording van de extra investeringen die in 2023 zijn gedaan, die eerder zijn gevraagd (buffer/calamiteitenbudget, HRM, ICT en businesscase bewindvoering). Stap 3: Terwijl de begroting 2025 voorligt bij de raad, organiseert u (zoals u zelf hebt aangegeven) per gemeente een informatieavond tussen april en mei 2024.
Wij zouden op die informatieavond graag worden bijgepraat door u en lokale partners en de gemeente aan de hand van concrete voorbeelden hoe u op korte en lange termijn de klantreis op het gebied van inkomen, schulddienstverlening en inkomensondersteuning inricht als input voor het meerjarenbeleidskader en de kaderbrief 2026. Dit in het licht van de veranderende doelgroep. Stap 4: Raadsgesprek 2026 van september/oktober 2024. Hierin horen wij graag vanuit de expertrol van WIL hoe de ondersteuning voor de veelal complexe doelgroep concreet wordt vormgegeven. En wat daarvan de concrete consequenties zijn op resultaten (KPI’s), medewerkers, financiën en rechtmatigheidsvereisten. We bespreken de contouren van de kaderbrief 2026 en het meerjarig beleidskader. 4. Input op het meerjarenbeleidskader op drie niveaus U vraagt in uw stukken gericht input voor het meerjarenbeleidskader. Deze hebben wij onderstaand opgenomen. A. Richten: suggesties voor Uitgangspunten zijn: mensgericht, samen en brede kosten/baten afweging. Met dit laatste bedoelen we dat bij afwegingen door professionals voor het inzetten van ondersteuning niet alleen naar de WIL-begroting wordt gekeken, maar naar het brede maatschappelijk perspectief.
Kan bijvoorbeeld met de inzet van extra, niet wettelijk noodzakelijke, ondersteuning een terugval van begeleid wonen naar beschermd wonen worden voorkomen, dan wordt dit ingezet. We zijn als raad altijd kritisch op de WIL-begroting, maar als u in de begroting 2026 een werkwijze met partners voorlegt die de kwaliteit van leven verhoogt en kosten op andere plekken bespaart, dan staan wij daar vanuit deze uitgangspunten zeer open voor. B. Inrichten: u geeft aan op welke wijze u vanuit uw expertrol uw organisatie inricht conform bovenstaande uitgangspunten en een efficiëntieslag maakt door zaken simpeler vorm te geven, waarbij rechtmatigheid een belangrijk aspect is, maar het 100% voldoen aan alle verplichtingen op dit onderdeel niet het belangrijkste is. Mensgerichter en simpeler is het devies. De werkwijzen meer in overeenstemming met de uitgangspunten voor de nieuw te ontwikkelen Participatiewet (Participatiewet in Balans): menselijke maat, vertrouwen en eenvoud. Ontzorging inburgering is voor dit onderdeel een inspirerend voorbeeld. C. Verrichten: op welke manier zorgt u ervoor dat de medewerkers ook daadwerkelijk conform de nieuwe uitgangspunten gaan werken, zodat het meerjarenbeleidsplan geen plan is dat in de la verdwijnt? Wat doet u om leren te bevorderen en belemmeringen weg te nemen?
5. Conclusie over het gevraagde budget: De timing van uw vraag voor extra budget is op zijn minst onhandig. Veruit het grootste gedeelte van de budgetwijzigingen had in de begroting 2024 moeten zijn voorzien. Anderzijds is door uw argumentatie wel duidelijk dat cruciale bedrijfsprocessen, zoals het verstrekken van uitkeringen, bijzondere bijstand, de ondersteuning bij schulden, het waardig begraven van mensen waarvoor de begrafenis niet betaald kan worden, nu niet met de huidige bezetting kunnen worden uitgevoerd. We kunnen instemmen met het verzoek tot extra fte voor 2024, omdat wij hiervoor ook extra middelen van Het Rijk hebben gehad. Deze instemming is onder een nadrukkelijke voorwaarde: 2024 wordt een jaar waarin WIL, samen met de gemeenten en partners, in een intensief proces, kritisch kijkt naar de eigen processen en verbeteringen daarin. We vinden dat de WIL hier in de afgelopen periode nalatig in is geweest, terwijl dit in onze afgelopen zienswijzen consequent is opgenomen. Daarom hebben wij in deze zienswijze zeer uitgebreid toegelicht wat wij bedoelen met een innovatief verbeterproces en concrete verbetersuggesties gegeven waarnaar gekeken kan worden. Uw voorstel over ontzorging statushouders biedt ons het vertrouwen dat dit mogelijk is.
Met de kaderbrief 2025 kunnen wij instemmen, omdat de bedragen die u in de risicoparagraaf noemt richtbedragen zijn die afhankelijk zijn van het proces dat wij samen gaan lopen in 2024. De bedragen in de risicoparagraaf nemen wij dan ook niet over in onze begroting. In de begroting 2025 en de kaderbrief 2026 verwachten wij een beeld voorgeschoteld te krijgen van een aangepaste WILorganisatie met een financieel plaatje. Op basis daarvan nemen wij een besluit over extra financiële middelen voor deze jaren. Wij kijken uit naar een intensief samenwerkingsproces richting begroting 2025 en kaderbrief 2026 / meerjarenbeleidskader, waarin we samen met kennis van alle betrokken partijen een WILorganisatie neerzetten die is opgewassen tegen de uitdagingen van deze tijd. Als u nog vragen heeft, kunt u contact opnemen met Koos van Dijk via telefoonnummer 0615826906. Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, A.J. Barink G.P. Isabella
Bijlage(n): Bijlage 1: Concrete suggesties voor meerjarenbeleidskader en een aangepaste WILorganisatie Bijlage 1: Concrete suggesties voor meerjarenbeleidskader en een aangepaste WIL-organisatie Als input in bovenstaand proces geven wij op basis van gesprekken met betrokkenen bij WIL de volgende suggesties vanuit de bovenstaande uitgangspunten: mensgerichter, samen, brede kostenbatenafweging en simpeler: 1. U vraagt een extra fte voor de Wet op de lijkbezorging, vanwege de complexiteit van de situaties en de snelheid waarmee moet worden gehandeld. Het vele uitzoekwerk is tijdrovend. Vaak zijn in deze situaties al andere hulpverleners betrokken. Wij vragen u om te kijken: kan niet beter gebruik worden gemaakt van kennis die daar al aanwezig is en moet alles tot op de bodem worden uitgezocht of kan dit niet een tandje minder? 2. Zijn alle bewijsstukken die nu opgevraagd worden bij aanvraag uitkering noodzakelijk? Kan dat niet minder (of helemaal niet) op basis van het goede gesprek aan de Poort en de check in Suwinet? Kan de Poortmedewerker een uitkering niet toekennen als er geen bijzonderheden worden geconstateerd? 3. U geeft aan dat bij inkomen veel tijd op gaat aan het verzamelen van bewijsstukken.
Is het mogelijk om deze taak niet bij de inkomensconsulent neer te leggen, maar bij een hiervoor opgeleide ervaringsdeskundige die mensen hiervoor benadert? Zo kan de inkomensconsulent op basis van een compleet aangeleverde set stukken zijn specialistische werk doen. Wordt de inwoner echt anders benaderd door een ervaringsdeskundige en zijn er meer mensen uit de doelgroep op de werkvloer? En vervult WIL als werkgever door jobcarving een voorbeeldfunctie. 4. Wij willen dat in deze jaren wordt gekeken naar een inkomensconsulent die werkt op postcode (regionaal georganiseerd, lokaal gericht), zoals ook is opgenomen in de uitvoeringsagenda innovatie-agenda. Wij denken dat het gezien de complexe doelgroep belangrijk is dat de inkomensconsulent kan schakelen met partners in de lokale infrastructuur en dat gaat nu eenmaal makkelijker als je alleen maar inwoners uit een gemeente hebt. 5. Wij willen dat processen binnen inkomen, zoals het beëindigen van de uitkering, goed worden geanalyseerd en verbeterd. Specifiek voor dit proces geven werkcoaches aan dat dit niet inwonergericht is vormgegeven (want soms een gedeelte van de maand zonder geld) en dat de communicatie tussen werkcoaches en inkomensconsulenten efficiënter kan. 6. Binnen inkomensondersteuning is men rond de jaarwisseling zeer druk met het controleren van de aanvragen collectieve zorgverzekering.
Doordat het hele team hiermee bezig is, wordt begonnen met een achterstand aan het nieuwe jaar met hoge wachttijden op de bijzondere bijstand tot gevolg. De controle door WIL lijkt echter van beperkte meerwaarde, omdat mensen vaak voldoen en de zorgverzekeraar nogmaals controleert. De gevolgen als iemand er tussendoor glipt zijn zeer beperkt. Het lijkt erop dat door hier anders naar te kijken, dit veel tijdswinst op kan leveren. 7. We zien dat bij sommige aanvragen bijzondere bijstand, zoals het schoonmaken van een vervuild huis, wel erg veel eisen worden gesteld (3 offertes van verschillende bedrijven). Soms kan de toetsing een tandje minder lijken. Graag horen we daar een reactie op.
8. Andere rol kwaliteitsmedewerker. We zien dat een medewerker die als rol heeft om te toetsen of aan de wet wordt voldaan soms een belemmerende rol speelt bij het inspelen op de leefwereld en dat de rechtvaardiging van sommige beslissingen administratief meer tijd kost dan strikt noodzakelijk. Het lijkt logisch dat in het licht van het nieuwe beleidsplan de kwaliteitsmedewerker een coachende rol krijgt (met als kader de beleidsuitgangspunten) of dat deze rol geïntegreerd wordt in het werk van uitvoeringsmedewerkers die zelf integrale afwegingen maken. 9. Tijdens de raadsinformatieavond in oktober is duidelijk naar voren gebracht dat het aantal aanmeldingen schulddienstverlening stijgt en het aantal complexe gevallen toeneemt. Wij denken dat door de aanmeldingsgesprekken in de meeste gevallen te laten plaatsvinden in de woongemeente, zoals in Houten bij het Sociaal Plein, sneller de verbinding gelegd kan worden met andere organisaties, zodat er minder op het bordje van de schuldhulpverlener ligt. Ook het verder inrichten van de samenwerking van Schuldhulpmaatje, onder andere in de nazorg, zien wij als een procesverbetering die winst op kan leveren. 10. Geen extra dienstverlening aan de poort. We stellen het zeer op prijs als iemand die kan werken direct naar werk wordt begeleid, voordat een uitkering wordt toegekend. Deze situatie komt echter nog maar weinig voor.
We zien geen toegevoegde waarde als WIL mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in de eerste maanden gaat begeleiden. Dat is een taak voor werkcoaches in de verdeling die we hebben afgesproken en in Houten ingeregeld met partners, zoals de Werkschuur Nieuw Wulven en Kringloopbedrijf Noppes. 11. Aanpassen KPI Schulddienstverlening: Gezien de turbulente ontwikkelingen bij schuldhulpverlening willen wij hier een KPI aan toevoegen. We willen dat u aangeeft hoeveel mensen zich aanmelden voor schulddienstverlening en welke opvolging hieraan wordt gegeven. En dat u aangeeft hoeveel succesvol afgeronde schuldhulptrajecten er zijn. Daarmee bedoelen wij het aantal mensen dat een traject schuldenvrij afrondt. 12. De bewijslast voor de reiskosten voor inburgeraars aanpassen. Inburgeraars zijn verplicht een van de taal- of onderwijsroutes te volgen. Zij moeten nu maandelijks bij de school een overzicht van hun presentie aanvragen en dit aanleveren bij de WIL. In principe is de frequentie en plaats van de lessen bekend voor een periode van anderhalf (onderwijsroute) tot drie jaar (B1). Daarom bevelen wij aan om in 2024 te kijken naar een mogelijk versimpelde regeling voor het uitkeren van reiskosten op basis van het lesrooster en vertrouwen. Wij hebben deze suggesties opgenomen omdat u hier nadrukkelijk om hebt gevraagd.
Ook geeft het aan wat voor soort procesverbetering we van u verwachten. Om misverstanden te voorkomen: Bovenstaande suggesties hoeven niet een-op-een te worden overgenomen, maar zijn input in het geschetste innovatieve proces wat we u vragen in 2024 te doorlopen op weg naar een aangepaste WIL-organisatie.