Rapport Audit- en Rekeningcommissie_ Jaarstukken 2021_DEFINITIEF.pdf
Tekst van het document
RAPPORT JAARSTUKKEN 2021
AUDIT- EN REKENINGCOMMISSIE GEMEENTE HOUTEN
Audit- en rekeningcommissie Postbus 30 3990 DA Houten
Mei 2022
1
Inhoudsopgave
1. Inleiding .………………………………………………………………………………………………….. 4 2. De Audit- en Rekeningcommissie ..…………………………………………………………………..... 4 3. Werkproces ……………………………………………………….……………………………..……….. 4 4. Follow-up aanbevelingen jaarstukken 2020 .…………………………………………………………. 5 5. Aanbevelingen n.a.v. jaarstukken 2021 .……..………………………………………….…….………10 6. Resumerend …………..………………………………….…………………………………………..…. 10
2
3
1.
Inleiding
Eén van de belangrijke taken van de Audit- en Rekeningcommissie (ARC) van de gemeenteraad betreft de beoordeling van het jaarverslag en de jaarrekening. Dit is vastgelegd in de Verordening Audit- en Rekeningcommissie van januari 2010. Dit rapport betreft de uitkomsten van deze beoordeling. In het jaarverslag wordt op programmaniveau verantwoording door het college afgelegd over hetgeen is bereikt. Daarnaast is aan het jaarverslag ook de financiële verantwoording gekoppeld. De jaarrekening wordt door de accountant gecontroleerd. Bij het onderzoek naar de jaarstukken staat de vraag centraal: “Is de gemeenteraad op basis van deze documenten in staat zijn controlerende rol op een adequate manier uit te oefenen?” Dat wil zeggen: kan de raad zich een goed oordeel vormen over het (door het college) gevoerde beleid en beheer? En misschien nog wel belangrijker: “Kan de raad zich een goed oordeel vormen over wat het maatschappelijke resultaat van dat beleid is geweest?” En in hoeverre komt dat resultaat overeen met het beoogde resultaat? Daarvoor moet goede en betrouwbare informatie in de jaarstukken beschikbaar zijn. Bovendien moet die informatie op een toegankelijke manier worden gepresenteerd.
2.
De Audit- en Rekeningcommissie
2022 betreft het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen. De verkiezingen vonden plaats op 16 maart. Met de installatie van de nieuwe raad zijn op 30 maart tevens vijf (voorlopige) leden van de ARC benoemd in afwachting van een nieuwe coalitie en college. Dit zijn Frank van der Meij (ITH), Marian Aanen (Natúúrlijk Houten), Marcel van Gooswilligen (D66), Jan Rinkel (VVD) en Axel Eerdman (HA). De voorzitter van de commissie is Frank van der Meij. De commissie wordt ondersteund door een ambtelijk secretaris (Frank-Jos Braspenning). Deze is tevens werkzaam bij het team Advies en Ondersteuning (A&O) van de gemeente Houten. Bij haar advies aan de raad richt de commissie zich zoveel mogelijk op patronen, structurele en/of advieswaardige zaken die haar opvallen. Zij geeft de raad in dit rapport haar aandachtspunten mee.
3.
Werkproces
Ambtelijke ondersteuning De commissie wil net als in voorgaande jaren haar dank uitspreken voor de ondersteuning die zij heeft ontvangen vanuit de ambtelijke organisatie. Op 31 maart 2022 is het resultaat van de jaarrekening nader toegelicht door strategisch adviseur Ronald van Engeland. Op 14 april is de zogenaamde ambtelijke voortgangsrapportage aanbevelingen procesverbetering bedrijfsvoering (februari 2022) besproken in aanwezigheid van de concerncontroller Antoinette Jacobs, de gemeentesecretaris Aletta Barink en adviseur AO/IC Marijo Kraaijenhagen. De aanbevelingen voor procesverbetering komen vanuit verschillende invalshoeken (accountant, ARC, concerncontroller en adviseur AO/IC) en komen samen in deze voortgangsrapportage. Een derde overleg met de concerncontroller Antoinette Jacobs en Ronald van Engeland vond plaats op 12 mei. Ten bate van dit laatste overleg zijn vooraf schriftelijk vragen ingediend omtrent de verslaggeving die vervolgens schriftelijk door de organisatie zijn beantwoord. Op de avond zelf werden deze antwoorden waar mogelijk mondeling toegelicht. Net als in voorgaande jaren zijn de door de ARC gestelde vragen (55 stuks) - voorzien van een schriftelijk uitgewerkt antwoord - met de raad gedeeld. Dit gebeurde gelijktijdig met het ter beschikking stellen van de jaarstukken.
Op deze wijze kon ieder raadslid hier kennis van nemen en scheelde dit wellicht vragen in de schriftelijke technische vragenronde van de raad. Op 24 mei heeft er een bijeenkomst plaatsgevonden met de accountant Baker Tilly. Ten tijde van deze bespreking was de accountantscontrole van de RBL nog onderhanden. Ook enkele andere werkzaamheden zoals de interne kwaliteitsreview bij de accountant zelf moesten nog worden uitgevoerd. Tijdens deze avond gaf de accountant een toelichting op zijn (voorlopige) bevindingen en heeft de commissie hierover vragen gesteld. Omdat het gesprek met de accountant op 24 mei zo dicht op de collegebehandeling van de bevindingen van de ARC lag op 31 mei 2022, is dit jaar gekozen voor separate bestuurlijke reactie op de bevindingen van de accountant. De ARC heeft zich daarom beperkt in haar rapportage tot bevindingen op basis van de jaarstukken alleen. Daarnaast zal
4
zij op de bestuurlijke reactie op de bevindingen van de accountant reflecteren in de vorm van een brief aan de raad. Na het opstellen van haar advies, heeft de commissie op 25 mei 2022 haar rapport besproken met de wethouder Financiën, de gemeentesecretaris en de concerncontroller. In dit gesprek is ook gesproken over de bevindingen van de accountant. De commissie wil de directie en het college op deze plek bedanken voor het feit dat zij al in een vroeg stadium de beschikking kreeg over het concept-jaarverslag. Alhoewel dit op punten niet altijd de definitieve tekst betrof, maakte dit desondanks een gedegen voorbereiding en behandeling door de commissie mogelijk van de stukken die 7 juni in de RTG worden behandeld. Het werken met een concept maakte het bovendien mogelijk om door de ARC geconstateerde onvolkomenheden, met name redactioneel, in samenspraak met het team Bedrijfsvoering alsnog te corrigeren. Wij zijn blij dat deze mogelijkheid werd geboden.
4.
Follow-up aanbevelingen jaarstukken 2020
Voor een weloverwogen oordeel over de jaarstukken 2021, is het ten eerste van belang vast te stellen in welke mate de aanbevelingen van de commissie over de jaarstukken van 2020 hun doorwerking hebben gekregen. In het onderstaande wordt uitgebreider stilgestaan bij de mate van opvolging van elke aanbeveling. Daarbij wordt dit jaar alleen gereflecteerd op de aanbevelingen volgend uit de jaarstukken. De follow-up van aanbevelingen van de accountant volgt uit het accountantsverslag en de bestuurlijke reactie daarop. In een aparte brief aan de raad zal de ARC hierop reageren. Sinds het najaar van 2021 wordt zowel over de voortgang van de opvolging van aanbevelingen van de accountant (zowel naar aanleiding van de interimcontrole als eindcontrole) als ook het opvolgen van de aanbevelingen van de ARC, twee keer per jaar gerapporteerd. Daarmee kan frequenter het gesprek met college en directie worden gevoerd over de voortgang van de door het college overgenomen aanbevelingen. Op 14 april vond - zoals hierboven onder het ‘kopje’ werkproces aangeven - een laatste gesprek hierover plaats. We zullen onze bevindingen hierover - voor zover van toepassing - in het navolgende onderdeel ‘follow-up van aanbevelingen’ betrekken.
Follow-up aanbevelingen n.a.v. jaarstukken 1.
Meer reflectie in bestuurlijke beschouwingen
De corona-pandemie die de wereld in 2020 trof en ook in 2021 huishield, heeft opnieuw veel van de gemeente gevraagd. Voorgenomen werkzaamheden konden niet altijd doorgang vinden of zijn uitgesteld. Welke gevolgen dit heeft voor de samenleving en organisatie wordt de lezer - net als in 2020 - echter niet altijd duidelijk. Hierover heeft de ARC dan ook enkele technische vragen gesteld. Desalniettemin kan de ARC vaststellen dat er in de bestuurlijke beschouwingen meer aandacht is voor reflectie dan in eerdere jaarstukken het geval was. Een voorbeeld hiervan is het thema ‘betrokken bij de samenleving’ waar ambities niet altijd behaald zijn. We stellen dan ook vast dat hier stappen zijn gezet. Door ook te reflecteren op wat minder goed gaat, kunnen we leren voor de toekomst. Er zijn echter ook onderwerpen waar deze reflectie nog onvoldoende plaatsvindt. Denk bijvoorbeeld aan het achterblijven van eerdere prognoses te aanzien van aantallen te bouwen woningen in de afgelopen jaren en de toenemende krapte op de woningmarkt.
2.
De bedoeling meer centraal in bestuurlijke beschouwingen
In het programma Samen leven staan de maatschappelijke effecten meer centraal dan voorheen. De impact van corona op inwoners en samenleving wordt - in tegenstelling tot in 2020 - nu wel benoemd evenals de inzet om die gevolgen te doen afnemen. Ook in de andere programma’s is er meer oog voor de eigenlijke bedoeling van beleid om bepaalde maatschappelijke effecten te bewerkstelligen en wordt dit gekoppeld aan activiteiten (prestaties) om verbeteringen te bewerkstelligen. Deze meer inhoudelijke benadering bevordert ook de samenhang en leesbaarheid. Maar ook hier valt nog veel te
5
verbeteren. Ook hier weer als voorbeeld de woningbouw. De tekst is erg gericht op wat er aan inspanningen is verricht, welke plannen er zijn. Maar in hoeverre dit alles de druk op de woningmarkt afgelopen periode heeft verlicht, komt niet aan bod.
3.
Betere data m.b.t. sturing en verantwoording
De ARC vindt nog steeds dat de cijfermatige onderbouwing voor ingezet beleid en in welke mate dit beleid al dan niet succesvol is dan wel bijsturing behoeft een professionaliseringsslag behoeft. Met name in het sociaal domein wordt deze behoefte gevoeld. Maar ook in het ruimtelijk domein zal sturing op basis van informatie steeds belangrijker worden. Dit gezien de grip en de sturing die gevraagd wordt rond bijvoorbeeld de stedelijke ontwikkeling, de nieuwe omgevingswet en de energietransitie. In onderstaande tekst gebruikt de ARC grotendeels dezelfde woorden als in eerdere verslagen. De commissie heeft behoefte aan een verdere professionalisering van het gebruik van informatie en data in het kader van sturing en verantwoording. Daarmee ontstaat er meer inzicht in de maatschappelijke opgaven en het al dan niet bereiken van de eigenlijke bedoeling van beleid en interventies. Dit betekent bijvoorbeeld dat bestaande registraties en databases waar nodig verder moeten worden geprofessionaliseerd en beter ontsloten moeten worden. Het laatste kan met behulp van data-analyses en toegankelijke rapportages. Vervolgens dient de onderbouwing van het beleid en de bijsturing daarvan met behulp van informatie en data beter zichtbaar voor de raad plaats te vinden.
Overigens is het sturen op basis van informatie ook een bijzonder aandachtspunt voor het ruimtelijk domein waar de komende jaren met onder meer een nieuwe woningbouwopgave, een nieuwe Omgevingswet en een laag consumentenvertrouwen op vele fronten een vinger aan de pols gehouden dient te worden. Ook vanuit de accountancy wordt aangestuurd op meer grip op informatiestromen als het gaat om het financiële beheer van de organisatie en een getrouwe een rechtmatige verantwoording. Dit op basis van (geautomatiseerde) vastomlijnde processen, met geborgde en gecontroleerde informatie en data waarbij fraude wordt uitgesloten. Is dit onvoldoende op orde dan leidt dit al gauw tot meerwerk tijdens de accountantscontrole, zoals ook dit jaar blijkt. Wetende dat met ingang van het verslagjaar 2022 van het college een rechtmatigheidsverantwoording wordt gevraagd, staat dit nog meer op de agenda dan voorheen. Het college heeft de ambitie uitgesproken om in 2026 ook een meer omvattende ‘In Control Statement’ (ICS) af te geven. Deze omvat ook de doelmatigheid en doeltreffendheid van het ingezette beleid. Met een ICS verklaren het bestuur en management dat de interne beheersings- en controlesystemen van een gemeente adequaat en effectief zijn. Dat de gehele bedrijfsvoering bijdraagt aan de realisatie van beleidsdoelstellingen.
Met andere woorden moet worden aangetoond: in hoeverre we als gemeente de goede dingen doen. En hoe goed we die dingen goed. Het gaat dan ook om borging van een diversiteit aan processen én om de competenties van medewerkers. Veel breder dus dan 'we hebben de financiën en de rechtmatigheid onder controle.’ Landelijk wordt deze stip momenteel op de horizon gezet als na te streven ontwikkeling. De VNG heeft gemeenten meegegeven te overwegen om ICS vaker toe te passen. Ook hieruit blijkt dat informatie gestuurd werken vanuit een samenleving die steeds meer digitaliseert, steeds meer verlangd en verondersteld gaat worden. De ARC vindt dat ook voor Houten een In Control Statement een logische en wenselijke ontwikkeling is. Zij is dan ook blij dat het college in deze een stip op de horizon heeft gezet. Uit de jaarstukken spreekt echter nog een beperkte data volwassenheid. Het model van Gartner maakt deze visueel:
6
In de eerder aangehaalde voortgangsrapportage ‘aanbevelingen procesverbetering bedrijfsvoering (februari 2022)’ wordt gesteld dat de aanbeveling met betrekking tot betere data m.b.t. sturing en verantwoording op groen staat. Dat wil zeggen dat de noodzakelijke verbetering tot uitvoer is gebracht. Daarbij wordt vooral aan het afdoende gebruik van geschikte en beschikbare indicatoren in de P&C producten gerefereerd. Dat er stappen zijn gezet met betrekking tot het gebruik van betere indicatoren, wil de ARC niet ontkennen. Vanuit haar optiek is er echter nog veel werk te verzetten. Ten eerste valt er aan de huidige indicatoren nog veel te verbeteren. Ten tweede om tot een overtuigende In Control Statement (ICS) te komen in 2026 is een betere informatiegerichte manier van werken een voorwaarde. Dit overstijgt het gebruik van individuele indicatoren. Het gaat hier om de overtuigende relatie die gelegd wordt tussen prestaties en maatschappelijke effecten. Zie ook het bovenstaande model van Gartner. Ook is het de verwachting dat het onderzoek van de Rekenkamer van 2022 over “Hoe het debat over (eerst) de begroting en (later) de jaarrekening kan worden gedynamiseerd gedurende het jaar, maar vooral meer en scherper over de inhoud kan gaan?” nog tot de nodige verbeterpunten met betrekking tot het gebruik van informatie en te gebruiken indicatoren zal leiden.
Een onderwerp dat de ARC nauw aan haar hart ligt. Hierover zijn in het verleden al verschillende gesprekken gevoerd met de concerncontroller. Wij wachten in dit kader dan ook graag de bevindingen van de Rekenkamer af.
4.
Betere relatie tussen prestaties en de te bereiken doelen
Dit punt hangt samen met de voorgaande aanbeveling. Ook hier grijpt de ARC graag terug op eerdere door haar gedane constateringen: “Bij een heldere probleemanalyse wordt duidelijk wat er nodig is en welk beleid en interventies moeten worden ingezet. Dit zou zich moeten vertalen in gewenste maatschappelijke effecten. Indien dit niet zo is, dan dient er te worden bijgestuurd in de aanpak. De verantwoording en analyse in de jaarstukken geeft niet altijd de gewenste handvatten om goed te kunnen oordelen of we de juiste dingen doen op de juiste wijze. In welke mate de inzet leidt tot gewenste uitkomsten. Met andere woorden, de raad kan zich niet altijd een goed oordeel vormen over wat het maatschappelijke resultaat van het beleid is geweest. Juist in tijden van complexe opgaven wordt het nog belangrijker grip te krijgen op wat er in de samenleving gebeurt en daar goed op in te spelen. De ARC realiseert zich dat dit een langer ontwikkeltraject betreft en tijd kost, maar zou graag zien dat er op dit punt meer stappen worden gezet dan in het afgelopen jaren.”
7
Een aantal voorbeelden van analyses uit de jaarstukken die te weinig diepgang, onderbouwing kennen: Betrokken, programma in vogelvlucht, blz. 108 “Als gemeente wilden we ons in 2021 steviger inzetten op het veel meer betrekken van inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers bij zowel het opstellen als het uitvoeren van gemeentelijk beleid. Eenduidige en transparante participatie en communicatie, bijvoorbeeld door middel van de leidraad hielpen om dit te realiseren. Gezien de grote betrokkenheid van inwoners en gezien de vele extra inspraakmomenten die noodzakelijk waren is dat gelukt. Echter, ook laten de cijfers zien dat het aantal inwoners dat vindt dat de gemeente hen voldoende betrok bij de plannen, activiteiten en voorzieningen is afgenomen. Hier is nog wel veel meer werk te verzetten.” Dit betreft wat de ARC aangaat een wat vage analyse die onvoldoende recht doet aan de moeizame verstandhouding met onze inwoners op een paar belangrijke onderwerpen (ruimtelijke koers, windmolens, woningbouwprojecten). Programma Duurzame leefomgeving, programma in vogelvlucht, blz. 51 Hier ontbreekt een (duidelijke) analyse tussen prestaties en het behalen van maatschappelijke effecten. Veilige leefomgeving, programma in vogelvlucht, blz. 95 Hier ontbreekt eveneens een (duidelijke) analyse tussen prestaties en het behalen van maatschappelijke effecten.
Kortom, we zien nog steeds dat het verband tussen doelstellingen en prestaties vaak hoog over is en weinig concrete duiding geeft. Wat hebben we goed gedaan en wat verdient extra aandacht om onze doelstellingen te behalen? De ARC signaleert dat er nog veel nodig is om tot een betere analyse en duiding te komen. Zeker gezien de ambitie van het college om in 2026 een in control statement te kunnen afgeven bij de jaarstukken. 5.
Toelichting ontbreekt soms bij groot verschil tussen ambitie en behaald resultaat
Dit is in de jaarstukken 2021 beter uitgewerkt dan voorheen. Ook vorig jaar waren hier reeds stappen gezet. In een aantal gevallen leidde dit echter alsnog tot een technische vraag van de ARC. Het betreft zowel prestaties als al dan niet behaalde maatschappelijke effecten. 6.
Ontbrekende cijfers zoveel mogelijk voorkomen
Ook dit jaar ontbraken veel cijfers. De ARC heeft de organisatie op basis van het concept-jaarverslag op de nodige omissies gewezen. We zijn blij te constateren dat in de definitieve jaarstukken alsnog veel ontbrekende data is opgenomen. In een enkel geval blijkt een (nieuwe) indicator opgenomen waar überhaupt geen cijfers van voorhanden zijn. In zo’n geval zijn alternatieve indicatoren en bronnen nodig. 7.
Geen financiële resultaten in het voorwoord
De ARC ziet dat het collega tegemoet is gekomen aan haar wens in het voorwoord geen aandacht te besteden aan het jaarrekeningresultaat en de kostenontwikkeling jeugdhulp en Wmo. Inderdaad gaat de aandacht in het voorwoord 2021 nu meer uit naar hoe het staat met de Houtense samenleving.
8
8.
Uitgebreider aandacht voor signaleringswaarden financiële positie
De ARC is blij dat vanaf de jaarstukken 2020 gevolg is gegeven aan het verzoek van de ARC om te komen tot de uitwerking van een helder dashboard van signaleringswaarden. Signaleringswaarden zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de rekening of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de (ontwikkeling van de) financiële positie. Het monitoren door middel van signaleringswaarden kan helpen tijdig afwijkingen in beeld te brengen. Met behulp van signaleringswaarden kan de politiek het debat voeren over wat wel of niet wenselijk is, welke risico’s zij aanvaardbaar vindt en welke niet. Het overzicht is terug te vinden op bladzijde 140 van de jaarstukken. Omdat dit ook voor de non-financials een mooi overzicht is, zou iets meer toelichting op de kengetallen voor een gemiddelde lezer echter wel welkom zijn, zo contesteerde de ARC vorig jaar al. Helaas is dit verzoek in de jaarstukken nog niet opgepakt door het college. In dit kader heeft de ARC hier dan ook een technische vraag over gesteld (no. 39). Wij verzoeken het college opnieuw een dergelijke duiding standaard op te nemen als toelichting bij de signaalwaarden. Het gaat daarbij om de betekenis/ definitie van de signaalwaarde en een nadere duiding van de score. 9.
Tijdiger beschikbaarheid accountantsverklaring RBL
Ook dit jaar blijkt dat de accountantscontrole van de RBL nog onderhanden is ten tijde van de bespreking van het accountantsverslag met de accountant. In relatie tot de RBL is bij wetgeving bepaald dat zorgaanbieders vóór 1 maart een financiële productieverantwoording en voor 1 april een controleverklaring van de accountant moeten aanleveren. Om die reden valt voor 1 april geen tijdswinst in het proces te verwachten. De ARC wil het college vragen met accountant en de RBL in gesprek te treden om samen te bepalen wat er nodig is om voortaan tijdiger te kunnen beschikken over de eindcontrole in Houten. Als het niet mogelijk is tijdiger over de noodzakelijke gegevens te beschikken vraagt zij de accountant na te denken over een andere methodiek waarbij op basis van schattingen (door middel van ervaringscijfers van voorgaande jaren), gewerkt wordt met bepaalde aannames en onzekerheden. Mogelijk kan daarbij - op zoek naar een ‘best practice’ - in de regio dan wel landelijk worden verkend hoe hier mee wordt omgegaan in andere gemeenten. 10. Betere (eind)redactie nodig De redactie van de jaarstukken is voelbaar verbeterd. We treffen echter nog steeds minder goed lopende zinnen aan.
Omdat de ARC tijdens het proces van beoordeling in eerste instantie heeft gewerkt met een conceptversie van de stukken, werd zij in de gelegenheid gesteld manco’s (als ontbrekende cijfers) en redactionele punten door te geven aan het team Bedrijfsvoering. Deze zijn zoveel mogelijk verwerkt. Daar zijn we blij mee. Al met al blijft echter aandacht voor (eind)redactie nodig. 11. Omvang jaarstukken terugbrengen In het verleden heeft de ARC regelmatig gewezen op de wens de omvang van de jaarstukken terug te brengen, zo ook vorig jaar. De afgelopen vijf jaren laten het volgende beeld zien: Jaar 2016 2017 2018 2019 2020 2021
Aantal bladzijden 216 222 257 273 280 244 (niet definitief)
De tabel laat zien dat de omvang van de jaarstukken de afgelopen jaren inderdaad is afgenomen. Een omvang van 244 pagina’s is echter nog steeds fors. Wij pleiten opnieuw voor een minder omvangrijk document, al kan dit op zichzelf geen doel zijn. Uiteindelijk draait het om een toegankelijk en informatief document. Indien er meer structuur in de opbouw van teksten wordt aangebracht met behulp van een goede analyse en beschouwing - waarbij de bedoeling centraal staat en oorzaak en gevolg goed uit elkaar worden gehouden - wordt het ook eenvoudiger hoofdzaken van bijzaken te onderscheiden. Dit resulteert dan mogelijk tevens in het terugbrengen van minder-relevante
9
informatie en minder indicatoren en het onnodig herhalen van informatie. Indicatoren die effecten in beeld brengen (de eigenlijke bedoeling van beleid) vindt de ARC daarbij belangrijker dan prestaties. Meer grip op het ‘totaalbeeld’ staat ons bij dit alles voor ogen. Op dit moment geldt dat bepaalde tekstfragmenten op verschillende plekken in de jaarstukken nog steeds letterlijk worden herhaald. Wat de ARC betreft ook een punt van aandacht bij de eindredactie. Al zien we ook op dit punt wel verbeteringen ten opzichte van eerdere jaren.
5.
Aanbevelingen n.a.v. jaarstukken 2021
De ARC constateert dat het zwaartepunt van haar aanbevelingen zich steeds meer richten op de beleidsmatige programma-verantwoording. Dit komt mede doordat de financiële verslaglegging met de jaren steeds beter wordt. Dit blijkt ook uit de hoeveelheid technische vragen die de ARC over deze verslaglegging stelt. Dit aantal neemt met de jaren af. In het bijzonder willen we dit jaar benoemen dat de bestuurlijke beschouwingen rond de financiële hoofdlijnen van het jaarverslag 2021 helder en toegankelijk zijn geschreven. Dit geldt ook voor paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ die een prettig leesbaar geheel vormt. Zij het dat de ARC bij beide onderdelen van de jaarstukken nog wel wat technische vragen had en in dit rapport van bevindingen een verbetervoorstel met betrekking tot de omgang met onzekerheden bij de RBL (Wmo en jeugd) (zie onderstaande aanbeveling 8) en de financiële kentallen (zie onderstaande aanbeveling 7). Aanbevelingen jaarstukken 2020 die nog steeds aandacht behoeven Het bovenstaande resulteert erin dat een groot deel van onze aanbevelingen van vorig jaar nog steeds van toepassing zijn. Zie voor een uitgebreide omschrijving daarvan de voorgaande paragraaf 4. In het kort vraagt de ARC aldus om het volgende: 1. Blijvende aandacht voor reflectie in bestuurlijke beschouwingen 2. Blijvende aandacht voor de bedoeling in bestuurlijke beschouwingen 3.
Betere data(analyse) m.b.t. sturing en verantwoording 4. Betere relatie tussen prestaties en de te bereiken doelen 5. Consequente toelichting bij groot verschil tussen ambitie en behaald resultaat 6. Ontbrekende cijfers zoveel mogelijk voorkomen 7. Nadere uitleg en duiding van signaleringswaarden financiële positie 8. Tijdiger verwerking jaarcijfers RBL 9. Blijvende aandacht voor(eind)redactie nodig 10. Omvang jaarstukken verder terugbrengen Let wel: de bovenstaande aanbevelingen zijn in formulering op punten aangescherpt ten opzichte van 2021. Nieuwe aanbevelingen 11. Aandachtspunten nieuwe uitwerking programma Samenleving: onderbouwing met data en samenhang jeugd De nieuwe uitwerking en indeling van het programma Samenleving heeft op zichzelf geresulteerd in een prettig leesbaar programma. Een aandachtspunt daarbij is wel dat er nu minder wordt onderbouwd met cijfers/ informatie. Ten tweede is het nu lastiger geworden om overzicht te krijgen wat betreft het beleid en de stand van zaken rond jeugd. De informatie rond het onderwerp jeugd is nu meer versnipperd door het programma opgenomen waardoor het overzicht minder is geworden rond dit thema.
6.
Resumerend
In de jaarstukken legt het college verantwoording af over hetgeen is bereikt in het afgelopen jaar. Uitgangspunt is dat de raad zich een goed oordeel kan vormen over het (door het college) gevoerde beheer en beleid en wat het maatschappelijke effect hiervan is geweest. De ARC constateert dat gewenste verbeteringen op dit vlak weliswaar worden opgepakt, maar dat er onvoldoende tempo wordt gemaakt. Vee aanbevelingen uit het verslag van de ARC van vorig jaar zijn nog steeds van
10
toepassing of vragen blijvend om aandacht. De meeste van deze aanbevelingen hebben betrekking op de beleidsmatige programma-verantwoording. Het college heeft vorig jaar aangegeven tevreden te zijn met de aanbevelingen van de ARC en alle aanbevelingen van de commissie over te nemen. Afgesproken is dat het college voortaan twee keer per jaar zowel de voortgang van de aanbevelingen van accountant als die van de ARC rapporteert. Dit gebeurt voor beide vanaf het najaar van 2021. Er vindt vooruitgang plaats, maar het kan nog beter en moet ook beter. De ARC is afgelopen jaar frequenter in gesprek geweest met college en directie over de voortgang van de opvolging van aanbevelingen en de visie op ontwikkelingen. Wij willen de directie en het college op deze plaats in het bijzonder bedanken voor de vertrouwelijke, open en constructieve wijze waarop deze gesprekken plaatsvinden. Wij hopen dan ook deze gesprekken ook de komende periode te kunnen voortzetten. Anders dan gebruikelijk zijn in dit rapport geen verbeterpunten opgenomen voortkomende uit het accountantsrapport en het gesprek dat de ARC daarover heeft gehad met de accountant. Dit heeft te maken met de te korte doorlooptijd dit jaar tussen het gesprek met de accountant en de behandeling van het rapport van de ARC in het college. Daarom is dit jaar gekozen voor een aparte bestuurlijke reactie op het accountantsrapport.
De ARC zal op deze bestuurlijke reactie apart reageren in een brief aan de raad. Wij vernemen graag van het college of zij onze aanbevelingen 1 t/m 11 overneemt dan wel verbeteringen voortzet en wanneer en hoe zij deze aanbevelingen gaat implementeren. Wij vragen dit wederom te monitoren, voorzien van een planning tot het moment van realisatie. Dit biedt een handvat om blijvend met elkaar het gesprek aan te gaan over de voortgang. Ten slotte kijkt de ARC belangstellend uit naar het onderzoek van de Rekenkamer dit jaar. Object van onderzoek is ‘Hoe het debat over (eerst) de begroting en (later) de jaarrekening kan worden gedynamiseerd gedurende het jaar, maar vooral meer en scherper over de inhoud kan gaan.’ Daarbij kijkt de Rekenkamer onder meer naar het gebruik van indicatoren, het gebruik en de betekenis van informatie bij onderbouwing en verantwoording van beleid en de wijze van verslaggeving/ behandeling in de raad. Vooruitlopend op de uitkomsten van dit onderzoek hoopt de ARC samen met raad, directie en college lering te kunnen trekken uit dit onderzoek en hier samen follow-up aan te kunnen geven.
11