CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Zienswijze Gemeenschappelijke Regeling BghU

Gemeenteraad 3 maart 2026, gemeente HoutenBij agendapunt: Zienswijze Gemeenschappelijke Regeling BghU1.659 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Voorstelnummer: 791128 Zaaknummer: 899309

Houten, 13 januari 2026

Onderwerp: Zienswijze Gemeenschappelijke Regeling BghU

Beslispunten: 1. Bijgaande zienswijze in te dienen op de wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht 2027.

Samenvatting De raad wordt voorgesteld een zienswijze in te dienen bij het college over de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU). De belangrijkste wijzigingen in de gemeenschappelijke regeling BghU zijn: • het omvormen van de Gemeenschappelijke Regeling BghU van een bedrijfsvoeringsorganisatie naar een openbaar lichaam; • het aanwijzen van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en de gemeente Utrecht als vaste leden van het Dagelijks Bestuur; en • het aanpassen van de stemverhoudingen in het Algemeen Bestuur als gevolg hiervan, waarbij de raad aandacht vraagt voor het behoud van bestuurlijke nabijheid, heldere rolverdeling en stemverhoudingen die in de praktijk recht blijven doen aan de financiële bijdrage en bestuurlijke verantwoordelijkheid van de gemeente Utrecht.

Aanleiding De Gemeenschappelijke Regeling BghU is momenteel ingericht als bedrijfsvoeringsorganisatie met één bestuurslaag. In de uitvoering is aanleiding ontstaan om de bestuurlijke structuur en governance van de regeling te herzien. Naar aanleiding hiervan heeft het bestuur van BghU een wijzigingsbesluit opgesteld dat voorziet in de omvorming van de gemeenschappelijke regeling naar een openbaar lichaam, met een inrichting bestaande uit twee bestuurslagen: een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur. Het wijzigingsbesluit is op 15 december 2025 aangeboden aan het college van burgemeester en wethouders. Op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt het voorstel ter zienswijze voorgelegd aan de gemeenteraad. De raad wordt verzocht uiterlijk 26 februari 2026 een zienswijze in te dienen, waarna het college met inachtneming daarvan een definitief standpunt zal innemen en dit uiterlijk op 4 maart 2026 kenbaar zal maken. Voor Houten betekent dit dat het college de conceptzienswijze van de raad aan de BghU stuurt. De BghU is ervan op de hoogte dat wij pas na het raadsbesluit op 3 maart de definitieve zienswijze van de raad sturen. De raad wordt conform artikel 1 Wet Gemeenschappelijke Regelingen in de gelegenheid gesteld een zienswijze te geven over een gewijzigde regeling.

Het college neemt vervolgens een definitief standpunt in dat kenbaar wordt gemaakt aan het Bestuur van de BghU. In de hierop volgende fase stelt de Gemeenschappelijke Regeling, op basis van de standpunten van de deelnemers, een definitieve tekst op voor het wijzigingsbesluit. Vervolgens zal het college van B&W gevraagd worden hiermee in te stemmen. De raad zal gevraagd worden daar toestemming voor te verlenen. De gemeenteraad heeft formeel 8 weken na het indienen van het voorstel door het college de mogelijkheid om een eventuele zienswijze kenbaar te maken. Verzoek is uiterlijk 26 februari 2026 een besluit te nemen, zodat voor 4 maart 2026 door het college een definitief standpunt kenbaar kan worden gemaakt over het wijzigen van de Gemeenschappelijke Regeling BghU. Omdat de huidige raden gedurende deze raadsperiode betrokken zijn geweest bij het verbetertraject en de ontwikkeling van de voorgestelde governancewijziging, worden zij het best in staat geacht de gewijzigde regeling te beoordelen. In de raadsinformatiebrief van 11 december 2025 is aangegeven dat de weging van de

*791128* 791128

2-5 zienswijzen in deze raadsperiode plaatsvindt. Iedere gemeenteraad dient hiervoor een zienswijze in.

Beoogd effect Met het omvormen van de BghU van een bedrijfsvoeringsorganisatie naar een openbaar lichaam wordt een grotere bestuurlijke nabijheid gerealiseerd. Hierdoor zijn tijdelijke bestuurlijke hulpstructuren, zoals die in de afgelopen jaren zijn ingezet, niet langer noodzakelijk. Dit draagt bij aan ‘good governance’ en sluit beter aan bij de bedoeling van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast wordt door de omvorming naar een openbaar lichaam een duidelijke rolscheiding tussen de bestuurlijke opdrachtgever en de eigenaarsrol beter geborgd.

Argumenten per beslispunt 1.1

De omzetting naar een openbaar lichaam is gewenst om structurele en effectieve bestuurlijke sturing mogelijk te maken. Binnen de BghU is meerdere jaren gewerkt met tijdelijke stuurgroepen, bestuurscommissies en andere hulpstructuren om effectieve bestuurlijke sturing te organiseren. Het formaliseren hiervan is wenselijk en kan op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) alleen via de bestuursvorm van een openbaar lichaam. Deze bestuursvorm zorgt daarnaast voor meer structurele bestuurlijke nabijheid met een Dagelijks Bestuur dat minimaal vier keer per jaar vergadert en een Algemeen Bestuur dat minimaal twee keer per jaar bijeenkomt. Dit voorkomt complexe besluitvorming bij bijsturing, houdt de bestuurlijke belasting beheersbaar en zorgt voor structurele versterking van de governance. Tevens wordt hiermee een duidelijke rolscheiding gerealiseerd tussen de bestuurlijke opdrachtgeversrol en de eigenaarsrol, die bij een bedrijfsvoeringsorganisatie in één bestuurder per deelnemer samenkomen. Tot slot zou een openbaar lichaam zwaardere bevoegdheden kunnen krijgen waarmee het openbaar lichaam ook kaders en beleid zou kunnen vaststellen. 1.2 Deze bestuurlijke inrichting heeft balans tussen gewicht en deelname.

Het wijzigingsbesluit van de Gemeenschappelijke Regeling BghU stelt voor om vaste leden van het Dagelijks Bestuur aan te wijzen namens de grootste deelnemers, passend bij hun financiële bijdrage en hun afhankelijkheid van de uitvoering van de belastingheffing. Deze keuze is vanuit dat perspectief begrijpelijk en draagt bij aan bestuurlijke continuïteit. Tegelijkertijd is het van belang dat ook andere deelnemende gemeenten, waaronder Houten, daadwerkelijk invloed kunnen uitoefenen op de bestuurlijke sturing. De voorgestelde stemverhoudingen maken het mogelijk dat, naast de vaste leden, telkens één andere deelnemer zitting neemt in het Dagelijks Bestuur. Daarmee wordt formeel ruimte geboden voor bredere deelname. 1.3

De aangepaste stemverhoudingen zijn noodzakelijk om een Dagelijks Bestuur conform de Wgr te kunnen vormen. De stemverhoudingen binnen de Gemeenschappelijke Regeling BghU worden aangepast om de vorming van een Dagelijks Bestuur mogelijk te maken dat voldoet aan de eisen van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Daarbij geldt onder meer dat het Dagelijks Bestuur geen meerderheid mag hebben binnen het Algemeen Bestuur en dat het Dagelijks Bestuur uit minimaal drie leden bestaat. De voorgestelde herverdeling van stemmen sluit aan bij de financiële bijdragen van de deelnemende partijen en beoogt een evenwichtige bestuurlijke vertegenwoordiging. Hiermee wordt het mogelijk dat de grootste deelnemers, samen met ten minste één andere deelnemer, het Dagelijks Bestuur vormen. Dit biedt ruimte voor betrokkenheid van meerdere deelnemers binnen het Dagelijks Bestuur. Voor gemeente Houten is daarbij van belang dat de aangepaste stemverhoudingen bijdragen aan een transparante en werkbare governance, waarbij zowel wordt voldaan aan de wettelijke vereisten als aan een zorgvuldige belangenafweging tussen grote en kleinere deelnemers.

Versie datum: 20-1-2026 9:10:29

3-5 De aangepaste stemverhoudingen leiden niet tot onevenwichtige invloed en versterken de positie van middelgrote deelnemers. Voor gemeente Houten betekent de voorgestelde herverdeling van stemmen een versterking van de formele positie. Het stemgewicht van Houten stijgt van 4% naar 7%, waarmee de bijdrage en betrokkenheid van Houten beter tot uitdrukking komen in de besluitvorming. Deze aanpassing draagt bij aan een evenwichtiger verdeling van invloed tussen grote, middelgrote en kleinere deelnemers en sluit beter aan bij de financiële bijdragen van de deelnemende gemeenten. Daarnaast vindt besluitvorming binnen de BghU in belangrijke mate plaats op basis van bestuurlijke afstemming en consensus, waardoor invloed niet uitsluitend wordt bepaald door formele stemverhoudingen. 1.4

De voorgestelde stemverhoudingen ondersteunen daarmee zowel een werkbare governance als een bredere en evenwichtige bestuurlijke vertegenwoordiging. Zie hieronder een overzicht van de (aangepaste) verhoudingen: Deelnemer

Huidige staffel

Voorstel

Bijdrage (x1.000)

Verschil

Utrecht

93

HDSR

34

10

> 5.000

47%

24%

6

2.000 tot 5.000

17%

Zeist

15%

16

4

1.000 tot 2.000

8%

10%

Stichtse Vecht

13

4

1.000 tot 2.000

7%

10%

Nieuwegein

12

4

1.000 tot 2.000

6%

10%

De Bilt

10

3

500 tot 1.000

5%

7%

Utrechtse Heuvelrug

9

3

500 tot 1.000

5%

7%

Houten

8

3

500 tot 1.000

4%

7%

Bunnik

3

2

200 tot 500

2%

5%

Lopik

2

2

200 tot 500

1%

5%

200

41

100%

100%

TOTAAL

1.5 De voorgestelde wijziging wordt ondersteund door de organisatie van de BghU. De organisatie van de BghU ondersteunt de ontwikkeling naar meer bestuurlijke nabijheid en een heldere verdeling van rollen, taken en verantwoordelijkheden. Dit draagt bij aan een goede en betrouwbare uitvoering van de belastingtaken.

Kanttekeningen N.v.t

Participatie N.v.t.

Financiën en formatie Dit voorstel heeft geen financiële consequenties voor de gemeente. De omzetting van een bedrijfsvoeringsorganisatie naar een openbaar lichaam leidt niet tot een stijging van de bijdragen van de deelnemers. De hiermee samenhangende kosten worden volledig opgevangen binnen de bestaande begroting van de BghU. Ook de ondersteuning van het Dagelijks Bestuur kan binnen de bestaande formatie en middelen worden georganiseerd. Het instellen van een Dagelijks Bestuur leidt daarmee niet tot structurele extra kosten voor de deelnemers.

Communicatie N.v.t.

Voortgang Het college neemt na het besluit van de raad over het indienen van zienswijzen een definitief standpunt in over het wijzigingsbesluit van de Gemeenschappelijke Regeling BghU. Op basis van de standpunten en zienswijzen van de deelnemende partijen wordt door het bestuur van de BghU een definitief wijzigingsbesluit opgesteld en voor besluitvorming voorgelegd aan de deelnemende partijen. Naar verwachting wordt de GR BghU per 1 januari 2027 gewijzigd. Versie datum: 20-1-2026 9:10:29

4-5

Evaluatie N.v.t. Houten, 13 januari 2026 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten, de secretaris, de burgemeester,

R. van Netten

H.C. Heerschop

Bijlagen 1. 2. 3. 4.

Aanbiedingsbrief zienswijze op ontwerp GR BghU Ontwerp GR BghU 2027 Ontwerp GR BghU 2027 wijzigingen zichtbaar Zienswijzebrief gemeente Houten

Verantwoordelijke portefeuillehouders college 1e PoHo: Daan Vermeulen

Versie datum: 20-1-2026 9:10:29

Raadsbesluit Voorstelnummer: 791128 Onderwerp Zienswijze Gemeenschappelijke Regeling BghU De raad van de gemeente Houten heeft het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 13 januari 2026 gelezen en besluit: 1. Bijgaande zienswijze in te dienen op de wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht 2027. Dit is besloten in de openbare vergadering van de raad op 3 maart 2026. De raad van de gemeente Houten, De griffier a.i., {{?esl:Signer2:Capture:size(200,100)}}

de voorzitter, {{?esl:Signer1:Capture:size(200,100)}}

M.A.J.R. Hermans

H.C. Heerschop

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=0bbc112c-ed4f-48d3-bd96-39dd26d3a70c