CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Zienswijze Concept Integraal Ruimtelijk Perspectief U16 (Geamendeerd)

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente HoutenBij agendapunt: Zienswijze Concept Integraal Ruimtelijk Perspectief U165.052 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Voorstelnummer: 332968 Zaaknummer: 740920

Houten, 25 mei 2021

Onderwerp: Zienswijze Concept Integraal Ruimtelijk Perspectief U16

Beslispunten: 1. Bijgaande zienswijze te geven op het Concept Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) U16.

Samenvatting De zestien samenwerkende gemeenten in de regio Utrecht, waaronder Houten, hebben een ruimtelijke visie op de regio gemaakt tot 2040. Dit is het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) U16. Met het IRP gaat de regio voor een toekomstbestendige, gezonde en duurzame ontwikkeling. In het IRP zijn verschillende vraagstukken van de regio afgewogen (wonen, werkgelegenheid, natuur, duurzame energie, vervoer etc.). Het IRP maakt daardoor samenhangende keuzes en heeft voorwerk gedaan voor toekomstige keuzes. Het vormt hiermee de schakel naar de uitvoering. Samenvattend maken we als regio acht hoofdkeuzes: 1. Ontwikkeling van landschap, water en groen is voorwaardelijk voor de groei van de regio; 2. Principe van “nabijheid” en een goed netwerk van openbaar vervoer en fiets zorgen voor duurzaam mobiliteitsgedrag. 3. Kleine en middelgrote kernen groeien voor eigen behoefte en vullen elkaar en de regio aan; 4. De stad Utrecht maakt een schaalsprong binnen de stadsgrenzen (nieuwe grote woningbouwlocaties en verbeteringen openbaar vervoer); 5. Nieuwe stedelijke woon- en werkmilieus bij openbaar vervoer-hubs met stad, regio en landschap binnen handbereik; 6. Nieuwe uitleglocaties (beperkt) nodig: Uitleg (woningen bouwen in landschap) is alleen een optie als openbaar vervoer aanwezig is en het landschap wordt versterkt; 7. Verdichten en (niet) mengen werklocaties; 8.

Duurzame energie is een gezamenlijke opgave. Alle gemeenteraden in U16 kunnen een zienswijze geven op het concept-IRP. Met deze zienswijze wordt de raad in de gelegenheid gesteld aan de voorkant invloed uit te oefenen. Het definitieve IRP wordt ter besluitvorming aangeboden in de raadsvergadering van oktober 2021. Op 12 mei heeft het college een werksessie georganiseerd waarbij de raad haar inbreng heeft kunnen leveren. Gezamenlijk met de aandachtspunten van maatschappelijke partners in de gemeente Houten leidt dit tot de volgende zienswijze (samengevat):  Het IRP moet leesbaarder gemaakt worden;  We ondersteunen de grote lijnen van het IRP;  Expliciet maken Houtense situatie t.a.v. de ruimtelijke visie. Houten-Oost als mogelijke woningbouwlocatie opnemen in het IRP. Dit is conform motie 105 van de gemeenteraad waarin het college opdracht heeft gekregen onderzoek te doen naar een herijkt Houten-Noordwest en Houten-Oost;  Regionaal openbaar vervoer, fiets en auto-bereikbaarheid beter opnemen. Belang van dwarsverbindingen tussen steden en dorpen rondom Utrecht voor woonwerkverkeer;  De deelgebieden verder uitwerken. Onderbouwen van genoemde maatregelen.  Uitbreiding natuurgebied Nieuw Wulven toevoegen aan kaartmateriaal;  In volgende versie integrale afweging t.a.v. energie opnemen (zoeklocaties Regionale Energiestrategie);

*332968* 332968

2 - 11

 

Consequenties klimaatverandering voor de fruitteeltsector en belang van deze sector en agrarische sector in het algemeen voor het Kromme Rijn gebied beter duiden; Toevoegen fietsbrug en verbinding Houten-Culemborg aan IRP;

Aanleiding De regio Utrecht is vanwege de centrale ligging, de bloeiende economie en de mooie woonmilieus een populaire plek voor mensen om te gaan wonen. Deze populariteit vertaalt zich in een enorme vraag naar woningen én naar ruimte voor nieuwe bedrijvigheid en dat zal de komende jaren alleen maar toenemen. De toename van het aantal inwoners, demografische veranderingen (o.a. kleinere huishoudens) en bedrijven tot 2040 is aanzienlijk. Dit vraagt voor de hele regio een schaalsprong op zowel het terrein van groen, wonen, economie, energie en mobiliteit. De opgave:  Er is behoefte aan ruim 4.000 hectare natuur- en recreatiegebied inclusief het toevoegen van ruim 400 kilometer aan recreatieve en ecologische verbindingen.  De totale woningbehoefte tot 2040 is ca.104.000 tot 125.000, volgens de prognoses die samen met de provincie Utrecht zijn opgesteld.  De groei van de regio en met name stad Utrecht vertaalt zich naar een groei van ten minste 80.000 arbeidsplaatsen tot 2040 . 70.000 Zullen landen in de stad Utrecht.  Voor energie willen we in de U16 (in uitwerking van de landelijke doelstelling en in relatie tot onze eigen ambities) ten minste 1,8 TWh duurzame opwek realiseren in 2030 (landelijk is er 35TWh nodig).  Er is in de regio een schaalsprong nodig van met name het regionale openbaar vervoerssysteem als drager voor woningbouw.

Totstandkoming IRP verliep in een aantal fases In de regio werken we al een aantal jaren samen in verschillende stappen in het aanpakken van deze opgaven. Het startschot hiervoor was de Ruimtelijk-Economische Koers uit 2017. Daarna volgden de gezamenlijke uitgangspuntennotitie en het eerste Beoordelingskader in 2020. In het afgelopen jaar is in de zestien gemeenten de Contour Ruimtelijk Economisch Programma (REP) met het aangescherpt Beoordelingskader vastgesteld (in Houten op 16 juni 2020). We zijn nu bij de volgende stap: een Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) voor de regio. In vier fases wordt toegewerkt naar een Perspectief en Programma: - Fase 1: Stip op de horizon tot 2040 (2018 - 2019) - Fase 2: Contour, uitgangspuntennotitie en beoordelingskader (2019 - 2020) - Fase 3 (nu): Een verstedelijkingsstrategie en Integraal Ruimtelijk Perspectief (2020 - 2021) - Fase 4: Een integraal ruimtelijk programma en uitvoeringsstrategie (2021 - 2022) De afgelopen periode is de stap gemaakt van de Contour naar de Verstedelijkingsstrategie REP U16. Deze strategie is namens de regio de input geweest voor het ontwikkelperspectief Utrecht Nabij, waaraan rijk, provincie en regio zich hebben gecommitteerd als verstedelijkingsrichting voor de lange termijn (zie o.a. raadsinformatiebrieven van 25-11-2020 en 10-12-2020, kenmerken: 730024 en 731540).

Dat is ook de basis voor het Integraal Ruimtelijk Perspectief U16 tot 2040. De inhoud van ons regionaal perspectief wordt daarmee gezien en omarmd op alle schaalniveaus. Het is een belangrijke basis voor samenwerking en uitvoering met andere overheidslagen en stakeholders. Op een vorige versie van het IRP (het zogenaamde Ontwerp IRP) hebben de colleges een reactie kunnen geven in een consultatieronde. De reactie van het college van Houten is daarna besproken in een bijeenkomst met de gemeenteraad en toegelicht in een raadsinformatiebrief (18-03-2021, kenmerk: 736396). De reacties van de colleges in U16 zijn op regionaal niveau besproken en afgewogen. Dit heeft geleid tot de huidige versie: het Concept IRP.

Versie datum: 10-7-2021 15:17:48

3 - 11

U wordt gevraagd een zienswijze te geven op het Concept IRP. Met deze zienswijze wordt de raad in de gelegenheid gesteld aan de voorkant invloed uit te oefenen, alvorens het definitieve IRP ter besluitvorming wordt aangeboden (oktober 2021).

Beoogd effect De zienswijze geeft aan wat de raad en het college van Houten van het Concept IRP vinden. Met de zienswijze stuurt Houten het IRP bij met als doel een voor Houten gunstige ruimtelijke ontwikkeling van de regio.

Argumenten per beslispunt 1.1 Het IRP is een ruimtelijke en uitvoeringsgerichte vertaling van de ambities uit de Ruimtelijk-Economische Koers (2017) die door alle gemeenten is omarmd. Het IRP is het regionale toekomstperspectief. Het doel van het IRP is om nu en in de toekomst de groei van de regio op een gezonde en duurzame wijze op te vangen. Het IRP concretiseert de ambities van de Ruimtelijk Economische Koers uit 2017 in een integrale lange termijnvisie waarop de gemeenten elkaar kunnen vasthouden. Het IRP moet leiden tot uitvoerbare plannen en projecten die in totaal bijdragen aan de visie. Het perspectief kijkt naar hoe de regio er in 2040 uit kan zien en hoe dat voor iedereen een aantrekkelijk perspectief kan zijn. Het is opgebouwd vanuit het gemeentelijk beleid van de deelnemende gemeenten (ook de waterschappen en provincie nemen deel). Het integraal denken over de regio vereist keuzes. Niet alles kan zomaar, want de optelsom van de (lokale) wensen is op veel plekken groter dan de ruimte die we hebben. Dat betekent dat we slim moeten omgaan met die ruimte. Dat kan alleen samen. Het IRP geeft dan ook de ruimtelijke vertaling en verbeelding aan de ontwikkelrichting van de regio zoals opgesteld in de Ruimtelijk Economische Koers, inclusief bandbreedtes, randvoorwaarden en kansen voor realisatie. In onze regio zijn we nog niet eerder zo ver geweest.

Als enige regio in Nederland hebben we een brede integrale aanpak. Dit valt ook andere regio’s in het land op en zij zijn geïnteresseerd in hoe wij dit oppakken. Over veel onderwerpen is overeenstemming, andere onderwerpen vragen erom de dialoog voort te zetten. Daarom maken we met dit IRP keuzes, benoemen we een aantal gezamenlijke vraagstukken en geven we opdrachten aan onszelf voor de volgende fase. De ruimtelijke ontwikkelingen zijn in zekere zin aanpasbaar (adaptief) als gevolg van voortschrijdend inzicht. Het perspectief is daarmee niet uit steen gehouwen. Het wordt concreter ingevuld, aangescherpt en indien daar aanleiding toe is kan er afgeweken worden. Wat daarbij wel van belang is, is dat een andere invulling in een gemeente kan leiden tot effecten in andere gemeenten of op regionaal niveau. 1.2 In de regio hanteren we acht redeneerlijnen die leiden tot ruimtelijke keuzes. Zoals aangegeven is het IRP een verdere concretisering van de Ruimtelijk Economische Koers. De gemeenten in onze regio hebben destijds gekozen voor gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen. Het IRP schetst van daaruit een aantal perspectieven (hoofdstuk 1) op de toekomst die leiden tot ruimtelijke keuzes. Deze worden toegelicht aan de hand van acht redeneerlijnen (hoofdstuk 2): 1.

De Utrechtse trots als basis: Het landschap, de cultuurhistorie, de natuurgebieden, parken, plassen en rivieren vormen de grote trots van de regio. De ambitie tot het behoud en de versterking van deze landschappen en groenstructuren is de eerste stap in de visie op de ontwikkeling van de regio. Het leggen van deze groene basis is een voorwaarde om te komen tot de visie voor gezond leven in een stedelijke regio. Groen is voorwaarde voor groei. 2. Keuzes voor duurzame mobiliteit: Nabijheid en netwerk zorgen voor duurzaam mobiliteitsgedrag. We zorgen ervoor dat in 2040 het kiezen voor openbaar vervoer en de fiets voor de hand ligt. Een belangrijk begrip daarbij is “nabijheid”. Dat

Versie datum: 10-7-2021 15:17:48

4 - 11

3.

4.

5.

6.

7.

betekent dat functies als wonen, werken en voorzieningen steeds meer gemengd worden en ook toegang tot groen in de directe leefomgeving aanwezig is. Hierbij horen meer woningen (hogere dichtheden) naarmate de bereikbaarheid met openbaar vervoer beter is. Een gezonde regio begint met vitale (middelgrote)kernen: In het Utrechtse landschap ligt een rijk netwerk van vitale kernen. Deze kernen blijven zich ontwikkelen waar dat mogelijk is in samenhang met de doelstellingen voor groen, landschap en mobiliteit. De vitale kernen voegen ieder een eigen karakter toe aan de regio en zijn daarmee een complementair onderdeel van de stedelijke regio. Middelgrote kernen zijn bijvoorbeeld IJsselstein en Wijk bij Duurstede. Kleine kernen zijn bijvoorbeeld Lopik en Schalkwijk. Per kern moet gekeken worden naar het vitaliteitsvraagstuk. Nieuwe metropoolpoorten (centra) maken van Utrecht het polycentrische hart (een stad die is opgebouwd uit meerdere centra) van de regio: De stad Utrecht maakt een schaalsprong binnen de stadsgrenzen door de ontwikkeling van nieuwe centra. Deze hoogstedelijke centra hebben ook voor de regio betekenis. Het zijn plekken waar functies in hoge dichtheid en menging aanwezig zijn, waar veel mensen werken, wonen, naar school gaan en gebruik maken van stedelijke voorzieningen.

Op een aantal plekken zijn het ook locaties waar je kunt overstappen van het regionale OV netwerk naar het nationale treinennetwerk, zoals in Lunetten/ Koningsweg en Leidsche Rijn Centrum. Tussen de verstedelijkingslocaties door dringt het groen van de regio de stad in, en vanuit ieder nieuw centrum (metropoolpoort) wordt de relatie gelegd met een groene scheg (=landschapsparken rondom en tussen kernen) en daarmee het Utrechtse landschap. Intensiveren regiopoorten: Op korte afstand van de stad Utrecht liggen in alle windrichtingen steden en dorpen die uitstekend met de stad Utrecht verbonden zijn en die bij hun treinstations ruimte hebben voor woningbouw. Deze zogenaamde regiopoorten hebben een opgave in transformatie en menging met wonen en werken. Woningbouw kenmerkt zich in ieder geval door dichtheden die hoger zijn dan gebruikelijk in deze kernen. Dit sluit aan bij de behoefte die er leeft om met name te bouwen voor starters en doorstroming. Het sluit ook aan bij het eerder genoemde principe van nabijheid. De belangrijkste regiopoorten in het IRP zijn Woerden, Nieuwegein, Houten, Bunnik, Zeist-Noord en Breukelen. Nieuwe uitleglocaties (beperkt) nodig: Landschap en mobiliteit zijn voorwaardelijk voor de ontwikkeling van de regio.

In de prioritering van locaties voor wonen en werken staat het bouwen van woningen buiten stedelijk gebied/in het landschap (uitleglocaties) dan ook onderaan de lijst. De mate waarin uitleglocaties voor woningbouw nodig zijn hangt af van de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte die er overblijft onderaan de streep. De mate waarin potentiële uitleglocaties in beeld blijven hangt af in hoeverre ze bijdragen aan de doelstellingen voor landschap en mobiliteit. In het IRP staan Bunnik-Zuid (hoge dichtheid nabij station) en Rijnenburg (voorlopig een locatie voor energieopwekking) genoemd als mogelijke uitleglocaties. Verdichten en (niet) mengen werklocaties. Op verschillende locaties in de regio liggen bedrijventerreinen op plekken nabij OV-knooppunten waar plannen zijn voor verstedelijking. Deze plekken verkleuren in de toekomst van werklocaties naar gemengde woon-werklocaties. Deze regionale transformatiemilieus bieden enerzijds plek aan stedelijke woonmilieus met nieuwe woonvormen, maar ook aan een deel van de werkopgave. Het gaat om de opgave voor bedrijventerreinen en informele bedrijfsruimten die zich laat mengen met wonen. Dit zijn bedrijfsfuncties in lage milieucategorieën. Voor bedrijventerreinen met veel bedrijven in hoge milieucategorieën wordt gekozen niet te mengen met wonen. Hierdoor ontstaat ruimte voor dit type bedrijvigheid. Een voorbeeld is Lage Weide in Utrecht.

8. Duurzame energie is een gezamenlijke opgave. In uitwerking van de landelijke doelstelling en in relatie tot onze eigen regionale elektriciteitsbehoefte gaan we ten

Versie datum: 10-7-2021 15:17:48

5 - 11

minste 1,8 TWh duurzame opwek realiseren in 2030 met zon-op-dak, zonnevelden en windmolens. Daar maken we ruimte voor. Ook na 2030 is er een substantiële opgave. Energie gaat meer ruimte vragen en het wordt meer zichtbaar in de stad en in het landschap. Als U16 gemeenten werken we met de provincie Utrecht en de waterschappen in de Regionale Energiestrategie U16 (RES) samen aan de energietransitie. In het derde kwartaal van 2021 vindt besluitvorming plaats over de RES 1.0 in alle gemeenteraden. De ruimtelijke keuzes die we als regio in het IRP maken leiden tot onderstaande visiekaart:

1.3 De keuzes die we als regio maken in het IRP krijgen een plek in alle deelgebieden van de regio. Per deelgebied is in het IRP een perspectief geschetst waarin nader wordt ingegaan op hoe keuzes uitpakken voor ieder deelgebied (hoofdstuk 3). De stad Utrecht zit in ieder deelgebied. Houten zit in deelgebied Centrale As (5) en deelgebied Kromme Rijn (1). In de deelgebieden worden concrete maatregelen genoemd, zoals het ontwikkelen van de Houtense Rijn ten bate van nieuw water en landschapsontwikkeling of het verbinden en koppelen van de recreatieve landschappen Maarschalkerweerd – Amelisweerd – Galgenwaard – Nieuw Wulven – Laagraven. 1.4 Met de zienswijzeprocedure is de gemeenteraad in positie om richting te geven aan de inhoud van het IRP. Met de bijgevoegde zienswijze geven we als gemeente onze reactie op het IRP. Het behandelen van het IRP in de raad geeft de raad de mogelijkheid om aan de voorkant invloed uit te oefenen, alvorens het IRP ter besluitvorming aan de zestien raden wordt voorgelegd. De raad kan zelf opmerkingen meegeven over het IRP of de zienswijze amenderen. Hierdoor kunnen aanscherpingen worden aangedragen op het perspectief. Ook

Versie datum: 10-7-2021 15:17:48

6 - 11

ontstaat er een duidelijker beeld over het politiek draagvlak voorafgaande aan het vaststellen van een gezamenlijk toekomstperspectief voor de regio. De zienswijzen van de zestien raden worden benut voor het definitief vormgeven van het IRP. De nieuwe versie wordt medio september gepubliceerd. De gemeenteraden worden in het najaar van 2021 gevraagd met deze visie toe te stemmen (“consent-methode”, zie informatie hierover in de Governance van U10, raadsinformatiebrief 27-02-2020, kenmerk: 708467). 1.5 Het IRP kan op diverse punten nog verbeterd worden. In een zienswijze geeft de gemeente Houten aan waar het IRP verbeterd kan worden. Het college heeft op een vorige versie van het IRP een reactie gegeven (in een consultatieronde in februari/maart 2021, zie bijlage 6). Een deel van de punten is opgepakt. Een ander deel is volgens het college nog niet voldoende verwerkt. De concept-zienswijze is in een werksessie op 12 mei 2021 besproken met de gemeenteraad. De zienswijze is daarna aangevuld met aandachtspunten vanuit de raad. Het college heeft daarnaast een aantal maatschappelijke partners in de gemeente om een reactie gevraagd op het Concept IRP.

Van de volgende organisaties heeft het college een (soms ook informele) reactie gekregen: Viveste, Milieuwerkgroep Houten, Opgewekt Houten, een inwoner betrokken bij de Coöperatie Duurzaam Eiland, Nederlandse Fruittelersorganisatie, Veilig Verkeer Nederland, Fietsersbond Houten en Ondernemend Houten. De reacties zijn veelzijdig: er is herkenning voor de opgaven en keuzes, er zijn aanvullingen en kritische noten. Door een aantal partners wordt tegelijkertijd aangegeven het niet eenvoudig te vinden om te reageren op een dermate abstract onderwerp. Het college heeft de reacties afgewogen en een aantal opmerkingen opgenomen in de zienswijze. Deze reacties zijn te vinden in bijlage 8. Samengevat leidt dit tot de volgende zienswijze:  Het IRP moet leesbaarder gemaakt worden;  We ondersteunen de grote lijnen van het IRP;  Expliciet maken Houtens situatie t.a.v. de ruimtelijke visie. Houten-Oost als mogelijke woningbouwlocatie opnemen in het IRP. Dit is conform motie 105 van de gemeenteraad waarin het college opdracht heeft gekregen onderzoek te doen naar een herijkt Houten-Noordwest en Houten-Oost;  Regionaal openbaar vervoer, fiets en auto-bereikbaarheid beter opnemen. Belang van dwarsverbindingen tussen steden en dorpen rondom Utrecht voor woonwerkverkeer;  De deelgebieden verder uitwerken. Onderbouwen van genoemde maatregelen.

 Uitbreiding natuurgebied Nieuw Wulven toevoegen aan kaartmateriaal;  In volgende versie integrale afweging t.a.v. energie opnemen (zoeklocaties Regionale Energiestrategie);  Consequenties klimaatverandering voor de fruitteeltsector en belang van deze sector en agrarische sector in het algemeen voor het Kromme Rijn gebied beter duiden;  Toevoegen fietsbrug en verbinding Houten-Culemborg aan IRP; 1.6 De moties van de gemeenteraad van Houten op de Contour zijn grotendeels goed opgepakt. Tijdens de raadsbehandeling van de Contour op 16 juni 2020 heeft de raad een aantal moties ingediend en aangenomen. De moties zijn allen van een antwoord voorzien in bijlage 3.  Groene schaalsprong: raad heeft college opgeroepen om aan te dringen op een groene schaalsprong met concrete doelen; o Samenvatting reactie U10: De onderzoeken die hier naar zijn verricht hebben hieraan bijgedragen. Groen groeit mee is voor inwoners essentieel in een steeds meer verstedelijkte regio. Redeneerlijn 1 van het IRP stelt groen als randvoorwaarde voor ontwikkeling.

Versie datum: 10-7-2021 15:17:48

7 - 11

Behouden en versterken agrarische sector: raad heeft het college opgeroepen om zich in U16 verband sterk te maken om in de Contour en het IRP meer aandacht te besteden aan het behouden en versterken van de agrarische sector; o Samenvatting reactie U10: Belang van agrarische sector is een aandachtspunt en onderdeel landelijke discussie over transitie naar een circulaire en bio-diverse landbouw in evenwicht met landschap en eerlijk verdienmodel voor agrariërs. De agrarische sector komt aan bod in opgave 1: landschap, water en groen, in perspectief 1: in 2040 leven we in een groene en gezonde leefomgeving, in perspectief 7: in 2040 leven we in een klimaatadaptieve en waterrobuuste regio en in redeneerlijn 1: de Utrechtse basis als trots. Daarnaast is het onderdeel van thematische verdiepingen, specifiek onder gebiedsopgave 7: perspectief agrarische sector. Automobiliteit: raad heeft het college opgeroepen om zich hard te maken voor meer aandacht voor automobiliteit in de Contour (en dus het IRP). o Reactie U10: De genoemde infrastructurele mogelijkheden en opties in relatie tot verstedelijkingslocaties zijn weergegeven in de teksten voor mobiliteit in het ontwerp IRP. De opties voor de volledige aansluiting Limesbaan zijn daarin opgenomen.

De groene schaalsprong is op een goede manier opgepakt en concreet ingevuld in het IRP. Wat nog mist is Nieuw Wulven op kaartmateriaal. T.a.v. het behoud en versterking van de agrarische sector vraagt de fruitteeltsector nog specifieke aandacht. De oproep in de laatste motie vraagt blijvende aandacht en komt daarom terug in de zienswijze. Zie argument 1.5. 1.7 Met dit IRP zijn we een sterke en betrouwbare gesprekspartner voor de andere overheden en stakeholders; De U16-gemeenten versterken de samenwerking en positie richting andere partijen met dit IRP. Doordat we een stevig signaal afgeven dat de zestien gemeenten schouder aan schouder staan in de ambitie, de afwegingen en de aanpak om de regio (door) te ontwikkelen tot de ontmoetingsplek van gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen. Dit IRP helpt om vanuit eigen ambities mee te sturen op de ambities en keuzes die provincie en Rijk moeten maken op de vijf genoemde thema’s. We zoeken eensgezindheid en daarmee een grotere invloed daarop. Voor de uitvoering van het IRP is samenwerking met andere bestuurslagen en stakeholders nodig. Het IRP vormt de basis voor het gesprek met deze andere lagen en belangenhouders. Dit gaat bijvoorbeeld om investeringen voor landschap, water en mobiliteit vanuit Rijk of over het bereiken van overeenstemming over uitbreidingslocaties voor wonen en bedrijvigheid met de provincie.

Gemeenten houden elkaar vast, en treden met één gezicht op naar deze andere stakeholders. Omdat gemeenten voor elkaars opgaven staan, kunnen zij eenduidig en sterker optreden naar andere bestuurslagen, zoals het Rijk en de provincie. Daarbij is het belangrijk om consistent en eensgezind het IRP als basis te gebruiken voor het regionale verhaal. De U16 kan naar andere lagen (provincie, Rijk en Europa) scherp en breed optreden namens de zestien gemeenten, waarbij gemeenten optreden vanuit de geest van gezamenlijkheid en zelf sturen op de ontwikkelrichting van de regio en de wijze waarop aan de opgaven invulling wordt gegeven. 1.8 Met dit IRP spreken we als regio met elkaar af dat de gemeentelijke ruimtelijke (omgevings)visies passen binnen dit integrale perspectief voor de regio en andersom. De rol van de U16 is er een van het horizontaal organiseren (tussen gemeenten) en niet verticaal (het opleggen van zaken). Wanneer we het IRP vaststellen ontstaat er lokaal commitment op de integrale regionale opgave. We spreken met elkaar af dat de gemeentelijke omgevingsvisies en beleid en programma’s zullen passen binnen dit integrale perspectief voor de regio en andersom.

Versie datum: 10-7-2021 15:17:48

8 - 11

Het IRP heeft op zichzelf geen wettelijke juridische status (zoals een gemeentelijk of een provinciaal omgevingsplan). De uiteindelijke planologische verantwoordelijkheid ligt bij de gemeenten in de omgevingsvisies en omgevingsplannen. Het IRP vormt wel de gezamenlijke ontwikkelrichting van de zestien samenwerkende gemeenten. Deze is tot stand gekomen op basis van lokaal beleid en ambities en met regionale keuzes en integrale afwegingen. Het IRP is daarmee op haar beurt weer een belangrijke bouwsteen voor de gemeentelijke omgevingsvisies. Daarnaast is het een uitgangspunt voor onderhandelingen met de provincie Utrecht, Rijk en andere stakeholders.

Kanttekeningen 1.1 Op een aantal punten vraagt het IRP om concretisering. Zoals de uitwerking van de Regionale Energiestrategie (RES), de opwek van duurzame energie, de zoeklocaties naar regionale bedrijventerreinen, de omgang en investeringen in de mobiliteitsmaatregelen en de concrete programmering van vitaliteit waarbij ook integrale afwegingen een rol spelen. Het perspectief is adaptief, wat betekent dat het niet in beton is gegoten en nog concreter wordt ingevuld en aangescherpt. In de vervolgfase, het programmeren worden deze onderdelen geconcretiseerd, integraal afgewogen en vertaald in een adaptief ontwikkelpad. 1.2 Het IRP is nog niet op alle punten op een gelijkwaardige manier beoordeeld. De beoordeling van het concept IRP laat in zijn algemeenheid een positief beeld zien en vraagt op onderdelen om nadere uitwerking en concretisering. Het is echter niet haalbaar op alle onderdelen uit het kader positief te scoren. Dat komt doordat het om de totaalscore gaat, omdat bepaalde opgaven nog niet ingevuld zijn (bijvoorbeeld energie) en omdat bepaalde aspecten nader uitgewerkt moeten worden in de volgende fase, waarin concrete uitwerkingen op programma, gebieds- of projectniveau plaatsvinden. Daar komt nog beter in beeld waar opgaven mogelijk botsen en welke slimme oplossingen daarvoor in beeld zijn.

De onderdelen die op dit moment neutraal of negatief beoordeeld zijn vormen aandachtspunten, die worden opgepakt in fase 4. Daar vindt ook beoordeling plaats en worden nieuwe ontwikkelingen en afwegingen onderdeel van het perspectief middels een adaptief ontwikkelpad. 1.3 Het IRP bevat nog geen uitvoeringsstrategie. Het Concept IRP is een goede basis waarvoor we gezamenlijk aan de lat staan in de realisatiefase. Aan het IRP is nog geen realisatiestrategie gekoppeld. Op onderdelen, zoals de groen- en mobiliteitsopgave en de woningbouwopgave, is nog onvoldoende zicht op financiering. Terwijl de opgaven onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Regionaal en in deelgebieden wordt daaraan gewerkt in de vervolgfase. 1.4 Participatie heeft gedeeltelijk plaatsgevonden. En wordt grotendeels gekoppeld aan de fase van het programmeren. Dit aangezien in een bijeenkomst met regionale stakeholders is aangegeven dat men behoefte heeft mee te willen denken en werken aan de vervolgstap: de realisatiestrategie en de uitvoering. En ook omdat participatie met inwoners wordt gekoppeld aan de lokale omgevingsvisies, die grotendeels nog moet worden opgestart en waarbij de onderdelen uit het IRP gekoppeld worden aan in de concrete lokale vraagstukken.

De uitkomsten van participatiebijeenkomsten tot aan de zomer worden, voor zover relevant voor deze fase, verwerkt in het IRP dat de raden in het najaar 2021 ter besluitvorming ontvangen. In Houten zijn voor het Concept IRP, zoals beschreven, maatschappelijke partners geconsulteerd.

Participatie Wat in het IRP staat is de uitkomst van een gezamenlijk proces met de zestien gemeenten. Samen vinden we dit de beste manier om richting te geven aan de opgaven die voor ons liggen. We vinden dit niet alleen voor het eigen grondgebied van de gemeente, maar we vinden dit ook voor de regio als geheel. Alle gemeenten staan voor de opgaven van alle gemeenten. En maken zich daarvoor hard bij andere overheden.

Versie datum: 10-7-2021 15:17:48

9 - 11

Dit werd breed gedeeld in bijeenkomst met de bestuurlijk trekkers van alle zestien gemeenten die de afgelopen jaren meewerkten aan het IRP in een intensief en zorgvuldig proces. Het kan daarmee een gedragen basis zijn voor de U16. Ook zijn er nog bestuurlijke dilemma’s geduid, voor uitwerking in de volgende fase, zoals de uitwerking van energie, mobiliteit en regionale bedrijventerreinen. Participatie met (maatschappelijke) partners en inwoners Bij de verdere uitwerking en programmering van het IRP wordt de samenleving betrokken in de planvorming, zowel met regionale stakeholders als met inwoners. Het U10-team organiseert de participatie met relevante regionale actoren. De eerste sessie heeft reeds plaatsgevonden met regionale stakeholders (o.a. de Fietsersbond, Natuurmonumenten, Bouwend Nederland en LTO Noord) om het IRP te verrijken en te kijken naar draagvlak en mogelijkheden voor uitvoering in de toekomst. Voor de stand van zaken t.a.v. regionale participatie, zie bijlage 7. Voor participatie met inwoners zijn gemeenten primair aan zet. Voor diverse gemeenten geldt dat de keuzes in het IRP parallel lopen met lokale participatie. Voor andere gemeenten geldt dat participatie nog moet plaatsvinden.

Door de participatie met inwoners ook te verbinden aan de vervolgfase (fase van het programmeren) kunnen gemeenten hun eigen planning hiervoor bepalen en ook voldoende concreet worden in het gesprek met inwoners. In Houten verliep participatie vanuit het traject met de Ruimtelijke Koers. Participatie met inwoners over de toekomst van Houten kan plaatsvinden vanuit een mogelijke nieuwe ruimtelijke visie op Houten. Deze nieuwe visie is dan weer de inbreng van Houten in de regio. Het college heeft een aantal maatschappelijke partners gevraagd om te reageren op het Concept IRP. Hun reacties zijn door het college afgewogen, een aantal opmerkingen is meegenomen in de voorgestelde zienswijze. Het college heeft alle reacties beantwoord. In een werksessie op 12 mei hebben wij met de raad punten opgehaald voor in de zienswijze. Deze zijn ook verwerkt in de zienswijze.

Financiën en formatie Niet van toepassing bij dit voorstel.

Communicatie N.v.t.

Voortgang De zienswijzen van de zestien raden vormen de basis voor het definitief IRP dat medio september wordt aangeboden aan de colleges en door hen ter besluitvorming wordt voorgelegd aan uw raad. Hiermee zijn de komende maanden de raden nogmaals in de gelegenheid om vanuit hun rol en positie aanscherpingen te doen en bij te dragen aan een stevige basis voor besluitvorming in het najaar. Een belangrijk moment waarin de stappen worden gezet tot een gezamenlijk perspectief op de toekomst.

Evaluatie N.v.t. Houten, 25 mei 2021 het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten de secretaris, de burgemeester,

A.J. Barink

G.P. Isabella

Versie datum: 10-7-2021 15:17:48

10 - 11

Bijlagen 1. Zienswijze gemeente Houten op Concept-IRP U16 2. Concept-IRP U16 3. Verwerking moties en amendementen Contour 4. Verwerking moties en amendementen Beoordelingskader 5. Beoordeling concept IRP 6. Reactie college gemeente Houten Ontwerp IRP (consultatieronde februari/maart 2021) 7. Stand van zaken en vooruitblik – Participatie IRP 8. Reacties maatschappelijke partners in gemeente Houten op Concept IRP Verantwoordelijke portefeuillehouders college 1e PoHo: Sander Bos 2e PoHo: Hilde de Groot

Versie datum: 10-7-2021 15:17:48

Raadsbesluit (gewijzigd n.a.v. de raadsvergadering van 8 juli 2021) Voorstelnummer: 332968

Onderwerp Zienswijze Concept Integraal Ruimtelijk Perspectief U16

De raad van de gemeente Houten heeft het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 25 mei 2021 gelezen en besluit: 1. Bijgaande gewijzigde zienswijze te geven op het Concept Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) U16. De zienswijze te wijzigen onder het kopje Houtense situatie: geen ruimtelijke visie Na de derde alinea “Het is echter nog onduidelijk op welke wijze en op welke locaties deze ambitie gerealiseerd moet worden.” Toe te voegen: Daarbij is voor Houten van belang dat het IRP niet sturend is in de locaties en manier waarop we bouwen. Houten behoudt dus volledige ruimte om in samenspraak met inwoners geheel eigen keuzes te maken ten aanzien van stedelijke verdichting, woonmilieus en hoogbouw, en in de door haar gewenste Houtense deelgebieden, inclusief Houten-Oost. En Onder het kopje Houtense situatie: geen ruimtelijke visie, laatste alinea: De raad heeft het college opgedragen om voor Houten-Noordwest nader onderzoek te doen zodat tot een invulling kan worden gekomen die voldoet aan de aanvullende eisen/wensen zoals door de raad zijn geformuleerd (met als voorbeeld: meer afstand voor woningbouw vanaf de A27 n.a.v. de ingediende zienswijze van de GGDrU, Hof van Wulven een mogelijke invulling met sport/groen/bedrijven en eventueel woningbouw). Te schrappen: En eventueel woningbouw Dit is besloten in de openbare vergadering van de raad op 8 juli 2021.

De raad van de gemeente Houten, de griffier, de voorzitter, $ $handtekening2$ d$ C.M.S. Visser

G.P. Isabella

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=48f23059-1862-44a7-9bb6-298a37d47ddb