Raadsvoorstel zienswijze Centrumregeling Sociaal Domein Regio Lekstroom
Tekst van het document
Raadsvoorstel Voorstelnummer: 787212 Zaaknummer: 890576
Houten, 28 oktober 2025
Onderwerp: Zienswijze Centrumregeling Sociaal Domein Regio Lekstroom
Beslispunten: 1. Geen zienswijze in te dienen aan het college van B&W van gemeente Houten over de ontwerp Centrumregeling Sociaal Domein Lekstroom.
Samenvatting De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg is op 7 oktober jl aangenomen door de Eerste Kamer. Deze komt voort uit de Hervormingsagenda Jeugd. Gemeenten worden daarin verplicht om op Jeugdregioniveau (de jeugdzorgregio’s, waaronder Lekstroom), onderling samen te werken bij de inkoop van specialistische jeugdzorg. De wet verplicht ons om vanaf 1 januari 2027 een publiekrechtelijk samenwerkingsverband te hebben voor de specialistische jeugdzorg. Alle gemeenten zien de urgentie om sterk in te zetten op de inhoudelijke transformatie. De juridische constructie waarin we samenwerken moet dit mogelijk maken. Daarom willen we met maximaal behoud van lokale democratische regie en verantwoordelijkheid, op een zo efficiënt mogelijke wijze voldoen aan de nieuwe wet. Een Centrumregeling, waarbij de gemeente Houten zal optreden als centrumgemeente, sluit hierop aan. Een Centrumregeling is dan ook de meest logische keus voor de vormgeving van de samenwerkingsrelatie rondom inkoop- en ondersteuningstaken in het sociaal domein in onze regio, zodat we de energie kunnen richten op de inhoudelijke beweging.
Aanleiding De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg is op 7 oktober jl aangenomen door de Eerste Kamer. Deze komt voort uit de Hervormingsagenda Jeugd. Gemeenten worden daarin verplicht om op Jeugd regioniveau (de jeugdzorgregio’s, waaronder Lekstroom), onderling samen te werken bij de inkoop van specialistische jeugdzorg. De wet verplicht ons om vanaf 1 januari 2027 een publiekrechtelijk samenwerkingsverband te hebben voor de specialistische jeugdzorg. De gemeenten in Lekstroom (Lopik, IJsselstein, Nieuwegein, Houten en Vijfheerenlanden) hebben allemaal grote opgaven op het gebied van jeugd en Wmo, zowel inhoudelijk als financieel. We zien grote opgaven voor ons in het beheersen van de uitgaven vanuit jeugdhulp en Wmo en daarbij ook het zorgdragen voor een betere zelfredzaamheid of samenredzaamheid voor onze inwoners. Daar willen we onze aandacht op richten. De Regionale Backoffice Lekstroom (RBL) is een instrument in de uitvoering dat daarbij helpt en volgend is in de transformatie die we inhoudelijk vormgeven, met elkaar en lokaal. Daarbij hechten we veel belang aan effectiviteit, efficiëntie en innovatie bij inkoop. En we hechten aan besluitvorming van kaders door de lokale raden en colleges voor de vertaling van deze kaders naar besluiten over de uitvoering.
Het is immers een beleidsterrein dat in elke gemeente raakt aan een belangrijk inhoudelijk thema, waar veel geld mee gemoeid is. De raad wordt in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen voor het treffen van een Centrumregeling. Op basis van de zienswijzen van de vijf Lekstroomgemeenten ontvangt u vervolgens een raadsvoorstel om toestemming te verlenen aan het college. Hierna wordt door elk college afzonderlijk de Centrumregeling definitief vastgesteld.
Beoogd effect -
Voldoen aan de wettelijke eisen en voorwaarden vanuit de aankomende Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg, met maximaal behoud van lokale democratische regie en verantwoordelijkheid. Een gemeenschappelijke regeling passend in de huidige samenwerkingsrelatie rondom inkoop- en ondersteuningstaken in het sociaal domein in de regio Lekstroom; Teneinde de samenwerking op de uitvoering van Jeugd- en Wmo-taken op een zo efficiënt en effectief mogelijke wijze te organiseren, zodat we maximaal onze energie kunnen richten op de inhoudelijke beweging die we willen en moeten maken.
Argumenten per beslispunt 1.1 Alle gemeenten zien urgentie om sterk in te zetten op de inhoudelijke transformatie. Het juridisch construct moet dit ondersteunen. Daarom willen we op een zo efficiënt mogelijke wijze voldoen aan de voorwaarden van de Hervormingsagenda, met maximaal behoud van lokale democratische regie en verantwoordelijkheid. Als jeugdregio zijn wij landelijk benoemd als robuust; daar borduren we op voort. Het BPSDL (Bestuurlijk Platform Sociaal Domein Lekstroom) heeft vorig jaar een toekomstnotitie over de regionale samenwerking vastgesteld die aangeeft dat we op de ingeslagen weg verder willen gaan. We zien de volgende argumenten die hier vanaf de start een belangrijke rol in spelen: • Inwoners houden zich niet aan gemeentegrenzen • Sommige opgaven hebben een regionaal karakter • Samen zijn we slimmer en beter toegerust om complexe opgaven aan te pakken • Samen hebben we meer beleids- en uitvoeringskracht • We voorkomen versnippering van het zorglandschap • We verminderen administratieve lasten voor zorgaanbieders en gemeentes • We verminderen onze (financiële) risico’s • Gezamenlijke lobby heeft meer effect. We ervaren een gezamenlijk commitment om de kosten te beheersen, op zoek te gaan naar meer effectieve vormen van jeugdhulp, de samenwerking met het voorliggend veld te versterken en in brede zin op zoek te gaan naar doorbraken en innovaties.
Door de uitvoering te behouden bij de Regionale Backoffice Lekstroom (RBL), die op dit moment de bedrijfsvoeringstaken uitvoert, blijven we inzetten op efficiency en effectiviteit. Proof Adviseurs, die ons helpt bij de juridische omzetting, geeft aan dat de huidige samenwerking het meest aansluit om een Centrumregeling. De huidige ‘knip’ tussen beleid & uitvoering in de huidige netwerksamenwerking met RBL als regionaal ondersteunend uitvoeringsorgaan, kan in deze vorm standhouden (zie bijlage 2). 1.2 Door onze krachten te blijven bundelen komen we tot meer kwaliteit en efficiency. De hogere kwaliteit en efficiency ligt zowel in de opgaves en de totstandkoming van oplossingen daarvan, als in de uitvoering zelf. De vijf Lekstroomgemeenten ervaren een gezamenlijk commitment om de kosten te beheersen, op zoek te gaan naar meer effectieve vormen van jeugdhulp, de samenwerking in de sociale basis en met het voorliggend veld te versterken en in brede zin op zoek te gaan naar doorbraken en innovaties. Dit heeft het BPSDL met de toekomstnotitie Regio Lekstroom: sterk met elkaar uitgeschreven (bijlage 4). De beleidstaken worden onderling verdeeld. In de netwerkconstructie blijft de onderlinge betrokkenheid beleidsmatig behouden, zowel in opdrachtformulering, doorontwikkeling als evaluatie.
Bij de keuze of we iets wel of niet doen in de samenwerking onderzoeken we met een afwegingskader de toegevoegde waarde: inhoudelijk, financieel, efficiency, kwaliteit, wettelijke noodzaak, etc. Dit afwegingskader is ook toegepast om tot de Centrumregeling te komen. We zien dat de regionale backoffice in Houten door schaalgrootte een grotere, robuuste organisatie vormt voor inkoop en leveranciersmanagement met onder andere:
-
-
-
Het bundelen van capaciteit voor inkoop, facturering en contractmanagement bij de regionale backoffice biedt efficiency, meer expertise/ervaring en meer mogelijkheden in een onderhandelingspositie. Onze gezamenlijkheid biedt meer volume en maakt ons een relevante inkooppartij. De bundeling van krachten brengt ook efficiency bij andere diensten, zoals data, hetgeen tevens de mogelijkheid biedt om (financiële) effecten tussen de Lekstroomgemeenten te vergelijken waarvan we leren en door ontwikkelen. Meer toezicht op rechtmatigheid, een betere (financiële) risicospreiding en een dekkend zorglandschap door het grotere volume. Efficiency voor onze aanbieders. Als zij voor meerdere gemeenten werken, worden zij geconfronteerd met verschillende inkoopprocedures en contractvoorwaarden. Met de RBL hebben zij te maken met één contractpartij dat voor hun voordelig en administratief ontlastend is. Voor onze inwoners zijn we beter in staat te zorgen voor stevige contracten en tijdige updates van contracten, wat bijdraagt aan de kwaliteit en betrouwbaarheid van de dienstverlening.
1.3 Met een Centrumregeling behoudt elke gemeente de lokale autonomie. De uitvoering door alle gemeenten blijft gecentraliseerd bij de Regionale Backoffice Lekstroom. De uitvoering vindt in mandaat plaats, dus namens, de andere samenwerkende gemeenten (de partnergemeenten), in de organisatie van de centrumgemeente (Houten). Deze organisatie staat onder verantwoordelijkheid van het college van de centrumgemeente. De gemeenteraden van de Lekstroomgemeenten behouden hun ruimte om lokale beleidsafwegingen te maken en maximaal in positie te zijn: • Het college van B&W is volledig verantwoording schuldig aan de eigen raad. Daartoe is de centrumgemeente verplicht alle informatie aan het college te verschaffen om die rol goed te kunnen uitoefenen. • Beleidstaken vallen niet onder de Centrumregeling. Gemeentelijk vastgesteld beleid door de gemeenteraad is leidend bij regionale beleidsvorming namens de colleges en vormt de kaders voor de bedrijfsvoering van de RBL. • De colleges van B&W van de gemeenten fungeren als opdrachtgevers en het college van de centrumgemeente is intern de opdrachtgever voor de Regionale Backoffice Lekstroom. • Het opdragen van taken in mandaat betekent dat elke gemeente de bevoegdheid houdt en verantwoordelijk blijft voor de besluiten die worden genomen. • Het college van B&W bepaalt hoe het mandaat wordt uitgeoefend en geeft instructies aan de centrumgemeente.
Het college staat aan de lat voor goede opdrachten en voor beoordeling van de uitvoering van opdrachten. De democratische legitimatie blijft daarmee behouden. 1.4
Met de ontwerp Centrumregeling blijft de taakuitvoering voor jeugdhulp en Wmo bij de RBL. Het verdient de voorkeur om naast jeugd ook de Wmo- en toezichttaken die de Regionale Backoffice Lekstroom (RBL) uitvoert, in de nieuwe juridische vorm onder te brengen. Daarmee borgen we een effectieve, efficiënte en integrale uitvoering. Voor onder andere onze aanbieders en samenwerkingspartners levert dit duidelijkheid en eensluidendheid op. Om de integraliteit in de taakuitvoering voor jeugdhulp en Wmo in stand te houden, is niet alleen de regionale samenwerking rondom jeugdhulp in een Wgr-vorm ondergebracht (eis van de wetgever), maar ook de regionale samenwerking rondom inkoop, contractmanagement, administratie, monitoring en toezicht van Wmo. Binnen deze taakuitvoering is flexibiliteit nodig voor ontwikkeling op taken die regionaal en lokaal om ontwikkel- en experimenteerruimte vragen. In de dienstverleningsovereenkomst (DVO) zal dit geëxpliciteerd worden in de taak vermeerdering en -vermindering voor gemeenten. 1.5
Taken van het Bestuurlijk Platform Sociaal Domein Lekstroom (BPSDL) en ambtelijke overleggen zijn helder door deze in de Centrumregeling en de DVO uit te werken. In de huidige samenwerkingsovereenkomsten wordt gewerkt met een bestuurlijk platform, het Bestuurlijk Platform Sociaal Domein Lekstroom (BPSDL), wethoudersoverleg Jeugd, een
ambtelijk platform, het Programmaleiders overleg (PLO) en het Gemeentesecretarissenoverleg (GSO) die eindverantwoordelijk is voor de organisatie van het regionale programma/de regionale organisatie en fungeert als de opdrachtgever voor de Regionale Backoffice Lekstroom (RBL). In de bijlage staat toegelicht welke taken binnen de Centrumregeling staan en welke in de DVO opgenomen worden. 1.6
Met de zienswijzeprocedure heeft u de gelegenheid om een zienswijze te geven op het ontwerp Centrumregeling. De ontvangen zienswijzen van de vijf Lekstroomgemeenten worden gebundeld, voorzien van een reactie en kunnen, indien nodig, leiden tot aanpassing van de ontwerpregeling. De definitieve regeling wordt opnieuw aangeboden aan de gemeenteraden. Bij geen zienswijzen, ontvangt u een raadsvoorstel om toestemming te verlenen aan het college. Hierop volgend wordt door elk college afzonderlijk de centrumregeling definitief vastgesteld.
Kanttekeningen 1.1
Mogelijkheden tot uittreding Centrumregeling zijn door de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg beperkt Met de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg, worden gemeenten verplicht om op Jeugdregioniveau onderling samen te werken bij de inkoop van specialistische jeugdzorg. De Lekstroomgemeenten zijn vastgelegd als Jeugdregio Lekstroom, waarmee gemeenten op dit onderdeel niet uit de regeling kunnen stappen. Formeel is dit wel mogelijk op de andere onderdelen (Wmo). 1.2
Het formaliseren van de samenwerking in een Centrumregeling heeft als risico dat de huidige netwerksamenwerking van karakter verandert De formalisering van de gemeente Houten als centrumgemeente vraagt helderheid over de invloed die dit hun vraagt en biedt. Het uitgangspunt dat de huidige bevoegdheden en wijze van samenwerken gecontinueerd worden, wordt geformaliseerd in de DVO en de mandaatregeling. 1.3
IJsselstein spreekt de voorkeur uit om met de wettelijke taken Jeugd, evenals de nietwettelijke taken Jeugd (inclusief toezicht) deel te nemen aan de Gemeenschappelijke regeling. Op Wmo ziet IJsselstein daarentegen meer voordelen voor het lokaal organiseren van de inkoop, het contractmanagement en toezicht. De volledige omzetting van Jeugd, Wmo en toezicht is volgens de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg niet noodzakelijk. IJsselstein heeft daarom voor zichzelf onderzocht welke onderdelen ingebracht kunnen worden in een Gemeenschappelijke regeling (voor zover deze niet verplicht zijn) en wat daar de belangrijkste voordelen/kansen en nadelen/risico’s van zijn. IJsselstein geeft aan dat het zelfstandig uitvoeren van de Wmo-taken hen meer beleidsvrijheid geeft op het gebied van inkoop, minder financieel risico geeft en de mogelijkheid biedt om lokaal zaken aan te besteden rondom Wmo. Voor Houten zijn de voordelen van efficiency en kwaliteit van groter belang dat de beleidsvrijheid. Daarnaast blijft IJsselstein bij jeugdhulp inzetten op de kracht van de regio. Hierdoor hoeft er geen splitsing gemaakt te worden tussen wettelijk en niet-wettelijke taken jeugdhulp en is IJsselstein verzekerd van een dekkend zorglandschap op het gebied van jeugdhulp. 1.4
De voorkeur van IJsselstein voor het lokaal organiseren van de inkoop, het contractmanagement en toezicht op Wmo kent consequenties voor de andere Lekstroomgemeenten. Momenteel zijn er regionaal zeven contracten voor Wmo waarvan een groot deel een looptijd heeft tot ten minste 31 december 2027. IJsselstein kan derhalve met ingang van 1 januari 2028 (een groot deel) van de taken voortvloeiende uit de Wmo zelf uitvoeren. De voorliggende regeling maakt dit mogelijk. Voor de gemeenten Houten, Lopik, Nieuwegein en Vijfheerenlanden betekent de keuze van IJsselstein in ieder geval dat zij de dienstverlening op de Wmo door vier in plaats van vijf gemeenten gaan dragen, wat hogere kosten met zich mee zal brengen.
1.5
Mogelijk stemmen niet alle gemeenteraden in met het ontwerp Centrumregeling die nu voorligt. De ontvangen zienswijzen van de vijf Lekstroomgemeenten worden regionaal gebundeld, voorzien van een reactie en kunnen, indien nodig, leiden tot aanpassing van het voorstel. Afhankelijk van de zienswijze kan uitstel van besluitvorming noodzakelijk worden geacht. Gezien de wettelijke verplichting de samenwerking rondom jeugdhulp in een van de vormen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen te gieten, is het niet mogelijk de huidige juridische samenwerking in stand te houden. 1.6
De Centrumregeling die voorligt doet een beroep op de uitzondering van de horizontale samenwerking en voldoet daarmee aanbestedingstechnisch. Voor alle opdrachten tot dienstverlening van decentrale overheden boven de drempelwaarde, geldt dat deze moeten worden aanbesteed. Van deze plicht kan alleen worden afgezien als een beroep gedaan kan worden op één van de uitzonderingen die de Aanbestedingswet 2012 kent. De Centrumregeling die voorligt doet een beroep op de uitzondering van de horizontale samenwerking en voldoet daarmee aanbestedingstechnisch voor de uitvoering van de RBL-taken.
Participatie Er is geen sprake van inwonersparticipatie; het betreft hier een hoofzakelijk technische aanpassing naar een gemeenschappelijke regeling om daarmee te voldoen aan de nieuwe wet. De gemeentelijke adviesraden worden geïnformeerd over het aangaan van de regeling.
Financiën en formatie Het veranderen van de juridische vorm van de samenwerking in het sociaal domein als zodanig heeft geen financiële consequenties. Financieel effect voorkeur IJsselstein op Wmo De voorkeur van IJsselstein om op Wmo de inkoop het contractmanagement en toezicht niet meer regionaal maar lokaal te organiseren, brengt kosten met zich mee. De huidige bijdrage van de vijf gemeenten dekt verschillende aspecten van de uitvoering van de Wmo, zoals administratie, inkoop, contractmanagement & -beheer, bedrijfsvoering en dataverwerking, en management. De frictie- en desintegratiekosten worden ter besluitvorming aan de vijf colleges van B&W voorgelegd.
Communicatie Gecontracteerde aanbieders worden geïnformeerd nadat de gemeenteraden hun zienswijze hebben aangeboden.
Voortgang Na behandeling van dit voorstel in de Raden van de regiogemeenten worden de volgende stappen gezet: 1. De colleges van B&W van de Lekstroomgemeenten beoordelen en overleggen in het BPSDL over de zienswijzen van de raden en hoe zij daarmee om zullen gaan in de definitieve versie van de Centrumregeling. 2. De colleges stellen vervolgens het raadsvoorstel op waarin zij toestemming vragen aan hun Raden om samen met de andere regiogemeenten de Centrumregeling Sociaal Domein Lekstroom te mogen treffen. 3. De raden behandelen het toestemmingsverzoek. Deze stap heeft een formeel karakter; ruimte voor het doen van wijzigingsvorstellen op de inhoud van de centrumregeling is er dan niet meer; de raad verleent toestemming of ziet daarvan af. 4. Na verkregen toestemming van hun raad, stellen de colleges de tekst van de Centrumregeling definitief vast. Om de regeling in werking te kunnen laten treden is een eenduidig besluit van alle colleges nodig. Met het vaststellen van de Centrumregeling wordt geregeld dat er een dienstverleningsovereenkomst (DVO) wordt aangegaan, dat er een model wordt vastgesteld
door de centrumgemeente en welke onderwerpen er minimaal in de dienstverleningsovereenkomst geregeld dienen te worden. De vijf colleges van B&W dragen gezamenlijk zorg voor deze DVO en mandaatregeling en reglement van orde. De voorbereidingen hierop worden getroffen zodat het besluitvormingsproces gelijktijdig met de definitieve versie van de centrumregeling kan plaatsvinden.
Evaluatie N.v.t. Houten, 28 oktober 2025 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten, de loco-secretaris, de burgemeester, R.W. Vrieling
H.C. Heerschop
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
Ontwerp Centrumregeling Sociaal Domein Lekstroom Onderlegger: keuze en beslisdocument Zienswijze Centrumregeling Sociaal Domein Lekstroom Toekomstnotitie Regio Lekstroom: sterk met elkaar
Verantwoordelijke portefeuillehouders college 1e PoHo: Wil Kosterman 2e PoHo: nvt
Raadsbesluit Voorstelnummer: 787212 Onderwerp Zienswijze Centrumregeling Sociaal Domein Regio Lekstroom De raad van de gemeente Houten heeft het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 28 oktober 2025 gelezen en besluit: 1. Geen zienswijze in te dienen aan het college van B&W van gemeente Houten over de ontwerp Centrumregeling Sociaal Domein Lekstroom.
Dit is besloten in de openbare vergadering van de raad op 9 december 2025. De raad van de gemeente Houten, De griffier a.i., {{?esl:Signer2:Capture:size(200,100)}}
de voorzitter, {{?esl:Signer1:Capture:size(200,100)}}
M.A.J.R. Hermans
H.C. Heerschop