CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel wijziging APV toevoegen artikel 2:74a (Verbod openlijk drugsgebruik) en schrappen artikel 2:48b (Lachgasverbod)

Gemeenteraad 14 februari 2023, gemeente HoutenBij agendapunt: Wijziging APV toevoegen artikel 2:74a (Verbod openlijk drugsgebruik) en schrappen artikel 2:48b (Lachgasverbod)2.065 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Voorstelnummer: 604795 Zaaknummer: 785179

Houten, 20 december 2022

Onderwerp: Raadsvoorstel wijziging APV toevoegen artikel 2:74a (Verbod openlijk drugsgebruik) en schrappen artikel 2:48b (Lachgasverbod)

Beslispunten: 1. In te stemmen met het opnemen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van artikel 2:74a (Verbod openlijk drugsgebruik): “Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.” 2. In te stemmen met het schrappen uit de APV van het huidige artikel 2:48b (Lachgasverbod).

Samenvatting Een meerderheid van de raad wil een extra artikel over een verbod op openlijk drugsgebruik toegevoegd zien aan de huidige Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Hiertoe nam de raad op 10 november 2022 een daartoe strekkend amendement (070-2022) aan. Hiermee wil de raad normstellend zijn: het veroorzaken van overlast wordt beboet en bestraft. Met het voorgestelde nieuwe artikel biedt de APV de mogelijkheid om overlast door drugsgebruik in de openbare ruimte aan te pakken, indien sprake is van schending van de openbare orde en veiligheid. Daar wil het college normstellend in zijn: veroorzaken van overlast wordt beboet en bestraft. Daarvoor zijn dan wel afspraken in de driehoek noodzakelijk in verband met de beschikbaarheid en capaciteit van toezicht en handhaving (politie, Openbaar Ministerie gemeente). Per 1 januari 2023 staat lachgas op lijst II van de Opiumwet. Hiermee valt lachgas onder het nieuwe artikel en kan artikel 2:48b APV worden geschrapt.

Aanleiding Op 10 november 2022 nam de raad amendement 070-2022 aan. Ook het college hecht belang aan het tegengaan van overlast, gelet op zijn collegeprogramma. Het programma vermeldt hierover dat de huidige aanpak vooral gericht is op ingrijpen na meldingen van overlast. Meer aandacht is nodig voor preventie. Het college ontmoedigt drugsgebruik door voorlichting op alle scholen voor kinderen en ouders in samenwerking met onder meer HALT, Jongerenwerk en de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD). Ook blijft het college in gesprek met horecaondernemers en vertegenwoordigers van sportkantines door middel van gastheergesprekken. Met de resultaten van het project “Straatwaarden” (najaar 2022), heeft het college meer zicht gekregen op de zogenaamde jonge aanwas in de drugscriminaliteit. Partners (scholen, conciërges, Boa’s, jongerenwerkers, toezichthoudende medewerkers) leren signalen te herkennen van jongeren die dreigen af te glijden in de criminaliteit. Hierbij wordt ook nauw samengewerkt met de scholen, leerplicht, politie en HALT. Op basis van het rapport scherpt het college zijn aanpak aan in 2023. De aanpak van openbaar drugsgebruik en van drugsoverlast wordt ook regionaal afgestemd gezien de leerlingenstromen over en weer binnen de verschillende gemeenten.

Beoogd effect Het tegengaan van openlijk drugsgebruik en het voorkomen van overlast die hiermee gepaard gaat op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke gebouwen.

*604795* 604795

2-6

Argumenten per beslispunt 1.1

Openlijk drugsgebruik op straat kan als hinderlijk of overlastgevend worden ervaren en gevoelens van onveiligheid oproepen. Op grond van artikel 149 van de Gemeentewet is de raad bevoegd om verordeningen te maken die hij in het belang van de gemeente nodig oordeelt. De Opiumwet heeft niet als doel het voorkomen van drugsoverlast op straat, maar ziet op de bescherming van de volksgezondheid. Openlijk drugsgebruik kan echter ervaren worden als hinderlijk en overlastgevend. Ook kan het gevoelens van onveiligheid oproepen bij de inwoners van de gemeente Houten. Om hiertegen te kunnen optreden is het noodzakelijk dat in de APV een artikel wordt opgenomen, dat voorkomt dat door openlijk drugsgebruik de openbare orde wordt aangetast en overlast wordt beteugeld. Met het voorgestelde artikel 2:74a APV wordt in deze doelstelling voorzien. Het betreft hier openbare orde en veiligheidsproblematiek zoals overlast van verslaafden in portieken of overlast van drugs gebruikende personen in uitgaansgebieden of bij recreatieplassen. 1.2 Het voorgestelde APV artikel draagt bij aan de aanpak van ondermijning. Opneming van het voorgestelde artikel 2:74a in de APV levert een goed middel op om bestuurlijke barrières op te werpen tegen ongewenste (ondermijnende) praktijken.

Met het opleggen van bijvoorbeeld een last onder dwangsom of het bekeuren kunnen illegale praktijken worden voorkomen of bestreden, omdat hiermee een drempel wordt opgeworpen voor eventuele toekomstige overtredingen. 1.3

Met de tekst van het voorgestelde artikel 2:74a APV is aansluiting gezocht bij de model-APV van de VNG. In het door de raad aangenomen amendement wijkt de tekst van artikel 2:74a APV af van die in de model-APV van de VNG. In de model-APV van de VNG is ervoor gekozen om, naast de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet, ook “daarop gelijkende waar” op te nemen. Bij “daarop gelijkende waar” kan gedacht worden aan nieuwe middelen die al wel worden gebruikt (bijvoorbeeld designer drugs), maar nog niet op de bij de Opiumwet behorende lijsten I of II voorkomen en waartegen wel moet worden opgetreden. Het voorgestelde artikel 2:74a APV is de tekst van de model-APV. Deze tekst is meer toekomstbestendig. De toevoeging van tekst maakt het artikel breder inzetbaar en hanteerbaar. 1.4 Het voorgestelde artikel 2:74a APV is een aanvulling op reeds bestaande wetgeving. Op grond van artikel 121 van de Gemeentewet blijft de bevoegdheid van de raad tot het maken van gemeentelijke verordeningen ten aanzien van het onderwerp waarin door wetten, algemene maatregelen van bestuur of provinciale verordeningen is voorzien, gehandhaafd, voor zover de verordeningen met die wetten, algemene maatregelen van bestuur en provinciale verordeningen niet in strijd zijn.

De rechtspraak is een aantal jaren niet eenduidig geweest, waarbij in een aantal gevallen een bepaling als het voorgestelde artikel 2:74a APV onverbindend werd geacht omdat de rechter van oordeel was dat door de overlap met de Opiumwet (men kan immers verboden substanties niet gebruiken zonder deze – in strijd met de Opiumwet – voorhanden te hebben) de bovengrens van de gemeentelijke regelgevende bevoegdheid werd geschonden. Inmiddels is echter rechterlijke consensus ontstaan waarbij de voorgestelde bepaling omwille van de openbare orde, dus met een ander motief dan de Opiumwet, toelaatbaar wordt geacht indien de lokale situatie hier om vraagt. Het voorgestelde artikel 2:74a APV is dus niet in strijd met bestaande wetgeving, maar juist een aanvulling op de Opiumwet. 2.1. Het lachgasartikel 2:48b APV is overbodig geworden. Vanaf 1 januari 2023 staat lachgas op lijst II van de Opiumwet. Dit betekent dat lachgas met ingang van 1 januari 2023 onder het toe te voegen artikel 2:74a APV valt. Hiermee is artikel 2:48b APV overbodig geworden en kan worden geschrapt.

Kanttekeningen 1.1 De Opiumwet verbiedt het gebruiken van drugs niet. De bescherming van de volksgezondheid tegen drugs is uitputtend geregeld in de Opiumwet. Het gebruiken van drugs is in de Opiumwet specifiek niet verboden, omdat een drugsverslaafde altijd hulp moet kunnen zoeken, zonder bang te hoeven zijn gestraft te worden voor zijn middelengebruik. Omdat de Opiumwet een uitputtende regeling is, mag de raad geen bepalingen over drugs in de APV opnemen die het beschermen van de volksgezondheid als doel hebben. De raad mag drugsgebruik op zich dus niet verbieden, Versie datum: 7-2-2023 16:37:02

3-6 omdat de hogere wetgever in de Opiumwet dat ook niet doet. De raad mag wel “overlast” en “leefbaarheid” gebruiken als argument om drugsproblematiek aan te pakken. Het artikel verbiedt in dat geval het drugsgebruik op zichzelf dus niet, maar is alleen toepasbaar als sprake is van overlast die als gevolg daarvan ontstaat. Rechters accepteren het gebruik van het artikel alleen wanneer er duidelijk sprake is van drugsoverlast in de openbare ruimte. 1.2

Er is geen noodzaak voor het opnemen van artikel 2:74a APV in de gemeente Houten. In de gemeente Houten is tot op heden niet gebleken van een objectieve noodzaak om artikel 2:74a APV op te nemen. De politie en gemeente ontvangen weinig tot geen meldingen over (overlastgevend) drugsgebruik in de openbare ruimte. De meeste meldingen die de politie en gemeente krijgen over drugsoverlast, gaan over (potentieel) dealen, hennepkwekerijen, drugslabs en afval door lachgasgebruik. Overige drugsproblematiek kan aangepakt worden met toepassing van bijvoorbeeld artikel 2:74 APV (dealen) of artikel 13b Opiumwet (drugs in woning of lokaal). 1.3

Er is al een mogelijkheid binnen de huidige APV om op te treden tegen overlastgevend drugsgebruik. In de huidige APV is al een instrument voorhanden om de overlast als gevolg van het gebruik van drugs aan te pakken. Bijvoorbeeld artikel 2:47, lid 1, onder b, APV (Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen), dat een verbod oplegt om zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of bewoners van nabij die openbare plaats gelegen woningen onnodig overlast of hinder berokkent. 1.4 Drugsgebruik en overlast moeten aangetoond worden. Het is de vraag of op basis van het voorgestelde artikel 2:74a APV daadwerkelijk boetes uitgeschreven kunnen worden. De boa’s en de politie moeten kunnen aantonen dat er daadwerkelijk sprake is van overlast en drugsgebruik. Hiervoor zullen zij in voorkomende gevallen de aangetroffen stimulerende middelen moeten laten onderzoeken. 1.5 Er is een beschikbaarheids- en capaciteitsprobleem van politie en boa’s. Door het college is gevraagd om de handhaving vanaf het begin serieus ter hand te nemen en actief op meldingen te reageren. Dit zal worden meegenomen in de prioritering in het jaarplan van de boa’s. In het geval van handhaving is het noodzakelijk dat er daadwerkelijk aantoonbare overlast in de openbare ruimte is geconstateerd en aangetoond.

Daarnaast dienen er hoe dan ook afspraken gemaakt te worden in de driehoek (politie, OM, burgemeester) in verband met de beschikbaarheid en capaciteit van toezicht en handhaving en inherent hieraan de prioritering. Het risico bestaat namelijk dat met opneming van dit artikel bij bewoners de verwachting wordt gewekt dat met een enkele melding van drugsgebruik in de openbare ruimte, direct wordt gehandhaafd, terwijl de beschikbare capaciteit van politie en boa’s beperkt is. Zoals bekend wordt op meldingen sowieso waar mogelijk direct geacteerd.

Participatie Het vaststellen, wijzigen en aanvullen van de APV is een bevoegdheid van de raad. Door de burgemeester is advies ingewonnen bij de Vereniging Nederlandse Gemeenten, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijsrelaties (BZK) en de politie.

Financiën en formatie Aan dit voorstel zitten geen financiële consequenties. Wel zal het artikel kunnen leiden tot meer inzet van politie, boa’s en andere medewerkers van team Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH). Inzet zal dan plaatsvinden op basis van prioritering.

Communicatie Na besluitvorming door de raad wordt de wijziging van de APV officieel gepubliceerd. Ook zal het via de gebruikelijke kanalen kenbaar worden gemaakt, zowel in het Houtens Nieuws, via onze eigen website en op sociale media. Extra aandacht wordt gegeven aan de communicatie richting scholen en jongeren.

Voortgang Na het raadsbesluit wordt de gewijzigde APV conform de gebruikelijke wijze gepubliceerd. Het besluit treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking. Versie datum: 7-2-2023 16:37:02

4-6 Houten, 14 februari 2023 het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten de secretaris, de burgemeester,

A.J. Barink

G.P. Isabella

Versie datum: 7-2-2023 16:37:02

5-6

Bijlagen Bijlage 1 - Wijzigingsverordening toevoegen artikel 2:74a APV (Verbod openlijk drugsgebruik) en schrappen artikel 2:48b APV (Lachgasverbod) Verantwoordelijke portefeuillehouders college 1e PoHo: Gilbert Isabella 2e PoHo: n.v.t.

Versie datum: 7-2-2023 16:37:02

Raadsbesluit Voorstelnummer: 604795 Onderwerp Raadsvoorstel wijziging APV toevoegen artikel 2:74a (Verbod openlijk drugsgebruik) en schrappen artikel 2:48b (Lachgasverbod)

De raad van de gemeente Houten heeft het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 20 december 2022 gelezen en besluit: 1. In te stemmen met het opnemen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van artikel 2:74a (Verbod openlijk drugsgebruik): “Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.” 2. In te stemmen met het schrappen uit de APV van het huidige artikel 2:48b (Lachgasverbod). Dit is besloten in de openbare vergadering van de raad op 14 februari 2023. De raad van de gemeente Houten, de griffier,

de voorzitter,

C.M.S. Visser

G.P. Isabella

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=fb84e8aa-44d5-40ab-92ca-93bd6ef35b35