Raadsvoorstel Verdeling aandeel rioolheffing tussen huishoudens en gebruikers van niet-woningen (26-08-2024)
Tekst van het document
Raadsvoorstel Voorstelnummer: 732682 Zaaknummer: 847880
Houten, 3 september 2024
Onderwerp: Verdeling aandeel rioolheffing tussen huishoudens en gebruikers van niet-woningen.
Beslispunten: 1. De rioolheffingssystematiek beperkt aan te passen met gebruikmaking van gegevens over de lengte van de vrijvervalriolering.
Samenvatting De waarde van woningen is de laatste jaren aanzienlijk harder gestegen dan de waarde niet-woningen zoals bedrijven en winkels. Door de gehanteerde systematiek van de rioolheffing betalen huishoudens daarom relatief steeds meer voor de water- en rioleringszorg. Dit is ongewenst. Voorgesteld wordt daarom de heffingssystematiek beperkt te wijzigen. Het door de huishoudens en de gebruikers van niet-woningen bij te dragen aandeel kan voortaan worden bepaald door de verhouding tussen de lengte van de vrijvervalriolering in de woongebieden en de lengte op de bedrijventerreinen + de (aan de winkelfuncties en horeca toe te rekenen riolering in de) centrumgebieden Castellum, Oude Dorp en het Rond.
Aanleiding In het RTG van 28-11-2023 is bij de behandeling van agendapunt 6. “Water en rioleringsplan (WRP) 2024-2027” door wethouder Van den Berg de volgende toezegging gedaan: “Voor de behandeling van de begroting van 2025 een notitie met de raad te delen inzake de voorziening riolering, om de kostenverdeling tussen huishoudens en bedrijven te heroverwegen en opnieuw vast te stellen.” De aanleiding voor deze toezegging waren vragen van fracties over de tariefstijging van 18% voor huishoudens (ten opzichte van het WRP van 4 jaar geleden uit 2020) die voor bijna de helft (8%) samenhing met de sterke waardestijging van de voorraad woningen in de afgelopen jaren en de aanzienlijk minder hoge waardestijging van de voorraad nietwoningen. Conform de toezegging is een notitie (zie bijlage 1) opgesteld waarin de huidige verdeling van de opbrengsten rioolheffing tussen huishoudens en gebruikers van niet-woningen kort wordt toegelicht en waarin enkele wijzigingsopties in de heffingssystematiek zijn uitgewerkt en beoordeeld en waarin een voorstel wordt gedaan voor de te hanteren gewijzigde verdeling. De wijzigingen beperken zich tot een oplossing voor het ongewenste effect van de verschillen in waardeontwikkeling van woningen en niet-woningen.
Beoogd effect Een eerlijke, transparante en praktisch goed uitvoerbare rioolheffingssystematiek.
Argumenten per beslispunt 1.1
De aanpassing voorkomt de ongewenste beïnvloeding van de rioolheffing door marktontwikkelingen. Als uitgangspunt voor de verdeling van de kosten van de water- en rioleringszorg over de groep huishoudens (woningen) en de groep gebruikers van niet-woningen (bedrijven, instellingen, winkels e.d.) wordt momenteel uitgegaan van de (verhouding tussen) de totale WOZ-waarde van de twee typen vastgoed. Doordat echter de waarde van woningen al langere tijd veel sterker stijgt dan die van nietwoningen, dragen huishoudens steeds meer bij aan de rioolheffing in vergelijking met gebruikers van niet-woningen. Dit is ongewenst omdat er geen sprake is van relatief meer kosten of profijt van de water- en rioleringszorg bij huishoudens. Een rioolheffing waarbij het aandeel van huishoudens en gebruikers van niet-woningen wordt bepaald op basis van de lengte van de vrijvervalriolering ten behoeve van woningen en van niet-woningen, biedt een goed alternatief voor de huidige heffingssystematiek omdat daarmee de ongewenste beïnvloeding door marktontwikkelingen wordt voorkomen. 1.2
De vrijvervalriolering is de grootste kostenpost in het water- en rioleringsbeheer.
*732682* 732682
2-4 De aanleg en het beheer van het stelsel van de vrijvervalriolering is de grootste kostenpost van het water- en rioleringsbeheer. De lengte van de vrijvervalriolering in de woongebieden en op de bedrijventerreinen aangevuld met de (aan de winkelfuncties en horeca toe te rekenen riolering in de) centrumgebieden Castellum, Oude Dorp en het Rond, is daarom een goede basis voor het bepalen van wat huishoudens en gebruikers van niet-woningen redelijkerwijs zouden moeten bijdragen aan de kosten van het water- en rioolbeheer. 1.3
De nieuwe systematiek is transparant, goed uitvoerbaar en zorgt voor stabiele inkomsten. Het werken met gegevens over de (lengte van de) vrijvervalriolering is transparant. Ook kost het de gemeente weinig inspanning (en dus kosten) om periodiek te bepalen welk deel van de vrijvervalriolering van nut is voor de huishoudens en voor de gebruikers van nietwoningen. Deze gegevens zijn beschikbaar in het beheersysteem. Deze methodiek brengt de stabiliteit en voorspelbaarheid van de inkomsten niet in gevaar. Een alternatieve methodiek op basis van de oppervlakte van panden en percelen (die ook een relatie heeft met de kosten van het water- en rioleringsbeheer ten behoeve van een pand/perceel) brengt erg veel inspanning (en daarmee kosten) met zich mee. Een verdeling op basis van oppervlakte is daarom niet geschikt. 1.4 Gemeenten hebben veel beleidsruimte bij het kiezen van een heffingsmaatstaf. Het staat de gemeente vrij de (lengte) van de vrijvervalriolering als grondslag te gebruiken voor een heffingsmaatstaf. De gemeente heeft wat dat betreft veel beleidsruimte. De rioolheffing dient vooral rechtvaardig te zijn met een eerlijke lastenverdeling.
Kanttekeningen 1.1 Aanpassing van de heffingssystematiek kan leiden tot bezwaarschriften. Door de beperkte aanpassing van de heffingssystematiek gaan gebruikers van nietwoningen wat meer bijdragen dan de huidig 9,2%, namelijk 14,1%. Hogere aanslagen zouden tot reacties en bezwaarschriften kunnen leiden van bijvoorbeeld ondernemers en winkeliers. De 14,1 % is overigens minder dan de 16,37% in de periode 2014-2023. 1.2 Alternatieve oplossing op basis van een gemiddelde waardestijging. Het ongewenste effect op de huidige rioolheffing van de verschillen in waardestijging van woningen en niet-woningen kan ook worden opgelost door middel van een correctie op basis van een gemiddeld percentage waardegroei. Dat percentage wordt dan berekend op basis van de gemiddelde prijzen van woningen en niet-woningen in 2020 en in 2024. Zie variant 2 in bijlage 1. Doordat de WOZ-waarde een wat minder directe samenhang heeft met de (kosten van de) water- en rioleringszorg dan de (lengte van de) vrijvervalriolering, scoort deze variant wat lager op de aspecten “veroorzaker betaalt” en “profijthebber betaalt” (zie tabel 2 in bijlage 1).
Participatie Er heeft overleg plaatsgevonden met de BghU over de aanpassing van de heffingssystematiek. Zie ook de bijgaande notitie.
Financiën en formatie De beperkt gewijzigde rioolheffingssystematiek leidt voor de gemeente niet tot andere kosten en inkomsten dan de huidige systematiek.
Communicatie De beperkte gewijzigde heffingssystematiek wordt na vaststelling kort toegelicht op de gemeentepagina in het Houtens Nieuws en op de gemeentelijke website.
Voortgang -
De Verordening rioolheffing gemeente Houten wordt aangepast aan de gewijzigde heffingssystematiek. Vaststelling van de nieuwe verordening gebeurt samen met de andere belasting- en legesverordeningen 2025 in de raad van 10 december 2024. Vanaf 2025 vindt de rioolheffing plaats op basis van de gewijzigde heffingssystematiek.
Evaluatie Er vindt geen evaluatie plaats. Versie datum: 18-9-2024 15:03:48
3-4
Houten, 3 september 2024 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten, secretaris, de burgemeester,
R. van Netten
G.P. Isabella
Bijlagen 1. Notitie Verdeling aandeel rioolheffing tussen huishoudens en gebruikers van nietwoningen. Verantwoordelijke portefeuillehouders college 1e PoHo: Wouter van den Berg 2e PoHo: Daan Vermeulen
Versie datum: 18-9-2024 15:03:48
Raadsbesluit Voorstelnummer: 732682 Onderwerp Verdeling rioolheffing over huishoudens en gebruikers van niet-woningen De raad van de gemeente Houten heeft het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 3 september 2024 gelezen en besluit:
1. De rioolheffingssystematiek beperkt aan te passen met gebruikmaking van gegevens over de lengte van de vrijvervalriolering. Dit is besloten in de openbare vergadering van de raad op 15 oktober 2024. De raad van de gemeente Houten, de griffier,
de voorzitter,
C.M.S. Visser
G.P. Isabella