Raadsvoorstel Regionale Energiestrategie (RES) 1.0
Tekst van het document
Raadsvoorstel Voorstelnummer: 335983 Zaaknummer: 744586
Houten, 5 oktober 2021
Onderwerp: Regionale Energiestrategie (RES) 1.0
Beslispunten: 1. De Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 vast te stellen, inclusief de bijlagen 1, 4, 5, 6, 7, 8 en 12 en het college op te dragen hier uitvoering aan te geven in regionaal verband; 2. Daarmee ook akkoord te gaan met de bijdrage van de gemeente Houten aan de RES 1.0: a. Totaal 100 hectare zonnevelden, waarvan 45 hectare al zijn vergund in het huidige beleid en 55 hectare nieuw te realiseren zonnevelden volgens het op 8 juli 2021 vastgestelde nieuwe beleid; b. Het al bestaande windpark Houten en het nog in procedure zijnde windpark Goyerbrug.
Samenvatting De gemeente Houten neemt deel aan de Regionale Energie Strategie (RES)-regio U16. Binnen deze regio werken 16 gemeenten, 4 waterschappen en de provincie samen aan een Regionale Energie Strategie (RES 1.0). De RES 1.0 is tot stand gekomen via twee tussenproducten: een startnotitie (vastgesteld door de gemeenteraad in juli 2019) en een ontwerp-RES met een conceptbod aan de Rijksoverheid (vastgesteld door de gemeenteraad in mei 2020). Het voorgestelde conceptbod is om als U16-regio 1,8 TWh 1 duurzame elektriciteit op te wekken in 2030. In de RES 1.0 is dit bod onderbouwd met onder andere zoekgebieden voor zonnevelden en windmolens en zonnepanelen op grote daken. De Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 bevat het bod voor de opwek van duurzame elektriciteit in 2030. Ook bevat de RES de Regionale Strategie Warmte, waarin de mogelijkheden voor de inzet van regionale, bovenlokale en lokale duurzame warmtebronnen in kaart is gebracht. De komende jaren zullen er nieuwe ontwikkelingen plaats vinden, daarom wordt de RES iedere 2 jaar bijgesteld. De regio neemt hiermee een belangrijke stap op weg naar de realisatie van duurzame energie. Bijdrage Houten De onderbouwing van het regionale bod van 1,8 TWh bevat onder andere de bijdrage die de deelnemende gemeenten inbrengen. In de RES 1.0 is voor Houten de volgende bijdrage opgenomen:
totaal 100 hectare aan zonnevelden, waarvan 45 hectare al is vergund/gerealiseerd, (vastgelegd in het huidige beleidskader zonnevelden) en 55 hectare nieuw te realiseren zonnevelden volgens het op 8 juli 2021 vastgestelde nieuwe beleid. twee windparken, Houten en Goyerbrug. Onze inzet (vastgelegd in het Energieplan 2020-2025) voor zonnepanelen op grote daken.
Deze bijdrage heeft het college aangeleverd voor de RES 1.0. De raad is daarover geïnformeerd met de raadsinformatiebrief van 25 mei jl. (740317).
Aanleiding In de Klimaatwet is vastgelegd dat Nederland de CO 2 -uitstoot met ten minste 49% in 2030 en in 2050 met ten minste 80-95% wil terugdringen. In het Nationaal Klimaatakkoord (2019) hebben het Rijk, decentrale overheden, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties allerlei afspraken en maatregelen vastgelegd om de doelstelling voor 2030 te halen. Eén van de afspraken in het Klimaatakkoord is dat in regionaal verband een Regionale Energie Strategie (RES) wordt opgesteld.
1 TWh=Terawattuur. Dit is een energie-eenheid. Ter illustratie: 1 TWh = 1.000.000.000 (1 miljard) kilowattuur
(kWh). Een gemiddeld huishouden in Nederland verbruikt 2.765 kWh per jaar (bron: Milieu Centraal).
*335983* 335983
2 - 14 Nederland kent 30 RES-regio’s. In de RES moet onder andere invulling worden gegeven aan een regionaal bod aan de landelijke doelstelling van 35 TWh duurzame elektriciteit in 2030, op te wekken door middel van grootschalige zonne-energie (op grote daken en in velden) en windenergie. Houten in RES U16 De gemeente Houten is onderdeel van de RES-regio U16. Voor de totstandkoming van deze RES heeft de raad in juli 2019 met de Startnotitie RES U16 de kaders meegegeven (nr. 2019-046). Op 19 mei 2020 heeft de raad (nr. 307856) de ontwerp-RES U16 vastgesteld 2 . Deze ontwerp-RES bevat een conceptbod van 1,8 TWh duurzame elektriciteit van de U16regio aan de landelijke doelstelling van 35 TWh op land. In de RES 1.0 is dit bod onderbouwd met onder andere zoekgebieden voor zonnevelden en windmolens en zonnepanelen op grote daken. In deze 1,8 TWh tellen de al gerealiseerde of vergunde projecten mee en tellen ook zonnepanelen op grote daken mee (>15 kWp 3 / 60 panelen). Proces In dit voorstel wordt de RES 1.0 met het definitieve regiobod voorgelegd voor besluitvorming. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de raad vóór 1 juli 2021 een besluit moet nemen over de RES 1.0. Vanuit RES U16 verband is richting het Nationaal Programma RES (NPRES) aangegeven dat het streven is vóór 1 oktober 2021 een besluit te nemen over de RES 1.0.
De RES 1.0 wordt onder voorbehoud van definitieve besluitvorming in de RES U16 parlementen op 1 juli aan het NPRES gestuurd. De RES wordt elke twee jaar geactualiseerd om voldoende flexibel te zijn en in te kunnen spelen op nieuwe technieken en andere ontwikkelingen. Dit zal in 2023 plaatsvinden. De RES 1.0 is de eerste uitgewerkte Regionale Energie Strategie van de regio U16. Over twee jaar (in 2023) wordt u de RES 2.0 ter besluitvorming voorgelegd. Regionale Energie Strategie 1.0: op weg naar nieuwe energie De regio neemt hiermee een belangrijke stap op weg naar de realisatie van duurzame energie. Dat wordt gezamenlijk gedaan, ondanks de verschillen. Waar sommige gemeenten, zoals Houten, al jarenlang aan de slag zijn met de energietransitie, is het afgelopen jaar voor andere gemeenten een startpunt geweest. Ook de landschappelijke context verschilt sterk. Van stedelijke omgeving tot landelijke kernen. Van bos en heide tot weide en cultuurhistorisch erfgoed. Belangrijkste onderdelen uit de RES 1.0 Elektriciteit Als regio wordt uiterlijk in 2030 in totaal 1,8 TWh duurzame elektriciteit opwekt. Deze ambitie is de opbrengst van een intensief en zorgvuldig proces van de afgelopen tweeënhalf jaar. Met behulp van vier bouwblokken wordt de ambitie in de RES 1.0 onderbouwt. De RES 1.0 is de stand van zaken opgenomen per 1 juni 2021.
Warmte Daarnaast is in de RES 1.0 met de Regionale Strategie Warmte (RSW) ook de opgave voor het overstappen naar duurzame warmte in kaart gebracht. De RSW gaat in op de regionale aspecten van de warmtetransitie en richt zich onder andere op warmtebronnen die de potentie hebben om in meerdere gemeenten warmte te leveren (bijvoorbeeld Geothermie/ aardwarmte). Bijdrage Houten aan RES U16 De basis voor onze inbreng zijn zoals gezegd de al gerealiseerde en vergunde zonnevelden en windparken en onze inzet (vastgelegd in het Energieplan 2020-2025) voor zonnepanelen op grote daken. Inzet zonnepanelen op grote daken in Houten
4 De ontwerp-RES inclusief alle bijlagen staat op
https://energieregioutrecht.nl/publicaties/HandlerDownloadFiles.ashx?idnv=1612365 3 kWp = kilowattpiek. Dit is een eenheid voor het (maximale) vermogen van een zonnepaneleninstallatie.
Versie datum: 23-9-2021 12:09:05
3 - 14 Het Houtense aandeel ‘zon op grote daken’ is onderdeel van de regionale inzet, die een belangrijke bouwsteen in het RES-bod zal zijn. Dat wil niet zeggen dat we hier niet op inzetten. Sterker nog: uit een regionale inventarisatie blijkt dat in Houten al 25% van de grote daken zonnepanelen heeft. En via het project “Zon op grote daken” uit het Energieplan zetten de coöperaties Opgewekt Houten en Duurzaam Eiland samen met !mpact Houten (en met subsidie van de gemeente) in op realisatie van nog eens 10-20 grote zonnedaken. Zonnevelden Totaal 100 hectare zonnevelden, waarvan 45 hectare al zijn vergund in het huidige beleid en 55 hectare zonnevelden volgens het reeds op 8 juli 2021 vastgestelde nieuwe beleid, brengen wij in voor de RES 1.0. Windenergie We realiseren ons dat onze gemeente, net als bijvoorbeeld Vijfherenlanden en Nieuwegein, reeds lopende windprojecten heeft. We plegen al veel inzet op de daarvoor benodigde (juridische) procedures. Bovendien wordt er in de gemeente Houten regionaal bezien al veel duurzame energie geproduceerd of gaat worden geproduceerd. Zoals eerder in de raadsinformatiebrief van 25 mei jl. aangegeven kiezen we er voor om geen extra zoekgebied voor windenergie aan te wijzen, maar te beperken tot het gerealiseerde windparken Houten en in procedure zijnde windpark Goyerbrug. De inbreng van Houten kijkt nog niet verder dan 2025/2030.
In het Energieplan is voor 2025 het doel geformuleerd om 20% van de energiebehoefte lokaal duurzaam op te wekken. Deze RES-inbreng past bij dat doel. Voor de ambitie om in 2040 energieneutraal te zijn, is meer nodig. Zowel qua opwek als qua besparing.
Beoogd effect 1. Met de RES 1.0 beogen we de CO 2 -uitstoot in de RES U16 te beperken door het verduurzamen van de gebouwde omgeving en het opwekken van duurzame elektriciteit. 2. Bijdragen aan het gezamenlijke regionale bod van 1,8 TWh aan de landelijke opgave van 35 TWh duurzame elektriciteit op land in 2030. 3. Daarmee ook de bij te dragen aan de eigen duurzaamheidsambitie om in 2040 klimaaten energieneutraal te zijn.
Argumenten per beslispunt 1.1 De RES 1.0 is volgens de eerder vastgestelde kaders van de Startnotitie U16 en de Ontwerp-RES uitgewerkt In juli 2019 is de ‘Startnotie RES U16’ door de gemeenteraad vastgesteld en daarmee is de gemeente Houten een deelnemer in de RES U16. In mei 2020 stelde de gemeenteraad de ‘Ontwerp RES inclusief concept bod’ vast. De RES 1.0 is de uitwerking van deze eerdere besluiten en is opgesteld binnen de daarin gegeven kaders. 1.2 De RES 1.0 is een tussenstap in een permanente opgave voor het klimaatbeleid tot 2050 De RES U16 maakt onderdeel uit van het Klimaatakkoord en het Nationaal Programma RES. Dit programma heeft tot doel bij te dragen aan de landelijke doelstellingen voor CO 2 reductie van 95% in 2050. De RES 1.0 is daarmee een tussenstap in een programma bedoeld om over een lange periode sturing te geven aan de (landelijke) energietransitie. 1.3 Samenwerking in de RES U16 biedt meerwaarde De energieopgave houdt zich niet aan gemeente- of waterschapsgrenzen en de oplossingen doen dat ook niet. Duurzame opwek van elektriciteit en warmte kunnen zichtbaar zijn vanuit omliggende gemeenten. We maken allemaal gebruik van dezelfde netinfrastructuur, die maar beperkt ruimte biedt. En om te voorzien in de warmtebehoefte helpt regionale samenwerking, zeker bij warmtebronnen met een regionaal potentieel.
We werken aan een gezamenlijk resultaat, met ruimte voor lokale verschillen. Tot de RES 1.0 is de RES vooral een beleidsmatig traject geweest, nu start een nieuwe (realisatie) fase. 1.4 De RES wordt iedere twee jaar geactualiseerd zodat de nieuwste inzichten kunnen worden meegenomen De RES is een samenwerking voor de lange termijn. In het Klimaatakkoord is opgenomen dat de RES elke twee jaar wordt geactualiseerd. Zo is er voldoende flexibiliteit om nieuwe technieken en innovaties te benutten, af te stemmen met andere ruimtelijke opgaven en Versie datum: 23-9-2021 12:09:05
4 - 14 bovendien concretiseringen en bijstellingen met regelmaat democratisch vast te stellen. De volgende RES 2.0 moet in 2023 worden vastgesteld. 1.5 Het bod van 1,8 TWh is realistisch en haalbaar en wordt in de RES 1.0 onderbouwd met 4 bouwblokken Het concept bod uit de Ontwerp RES om uiterlijk in 2030 1,8 TWh duurzame elektriciteit op te wekken, is haalbaar. De onderbouwing van het regionale bod in de RES 1.0 bestaat uit volgende vier bouwblokken:
Onderdeel van ons bod
Hoeveelheid in TWh totaal
Waarvan zon in TWh
Waarvan wind in TWh
Bouwblok 1: Gerealiseerde opwek + Pijplijnstatus ‘zeker’
0,438
0,295
0,143
Bouwblok 2: Zon op dak
0,3-0,5 TWh
(Ambitie in bandbreedte)
Bouwblok 3: Lokale zoekprocessen van gemeenten
1,164
0,765
Bouwblok 4: Continue samenwerking en ontwikkeling
Hiervoor is nog geen ambitie op te nemen.
Totaal
1.902 TWh
0,399
Voor projecten die we al hebben gerealiseerd of die met de status ‘zeker’ in de pijplijn zitten (bouwblok 1) kunnen we met grote zekerheid zeggen wat de opbrengsten zijn. De bijdrage uit realisatie van zon op dak (bouwblok 2) en lokale zoekprocessen naar plekken voor windmolens en zonnevelden (bouwblok 3) kennen een minder grote zekerheid. Deze bouwblokken moeten we de komende jaren concreter maken door het uitwerken van de globale zoekgebieden naar concrete projecten en het gericht benutten van de potentie van zon op dak. Diverse gemeenten hebben kaders en uitgangspunten vastgesteld voor het ontwikkelen van zonne- en windenergie en het verduurzamen van de gebouwde omgeving. In de praktijk kan deze concretiseringslag betekenen dat plannen anders worden ingevuld of zelfs dat plannen uitvallen. Hier houden we als regio rekening mee. Bouwblok 4 onderstreept het belang waarin de samenwerkende overheden van de RES U16 samen kansrijke gebieden voor duurzame opwek blijven verkennen. Overstijgende samenwerkingsthema's zijn vanuit regionale coördinatie opgezet, ondersteund en gemonitord. Deze nieuwe plannen zijn nodig in het geval dat huidige plannen niet haalbaar blijken en zorgen voor de continue ontwikkeling en uitvoering naar de RES 2.0 en verder. In deze tabel komt het totale bod boven de 1,8 TWh uit (0,438+0,3+1,164 =1,902).
Er zijn veel onzekerheden die van invloed zijn of dit bod daadwerkelijk wordt gehaald. Deze worden verder op in dit voorstel nader toegelicht. Er wordt in dit voorstel dan ook nog steeds uitgegaan van de 1,8 TWh die is genoemd in het concept bod bij de ontwerp RES. 1.6 De ambities van de RES 1.0 zijn gebaseerd op het uitgangspunt om energie te besparen en maximaal in te zetten op zonnepanelen op daken. De meest duurzame energie is energie die niet hoeft te worden opgewekt. Besparen is daarom het uitgangspunt. Bij de bepaling van de hoogte van het concept bod van 1,8 TWh bij de Ontwerp RES is rekening gehouden met een stevige besparing. Met besparingen kan het bod dus niet worden verlaagd, dat zit al verwerkt in de hoogte van het bod. De landschappelijke impact van zon op dak is kleiner dan die van zonnevelden en windmolens. De techniek kan rekenen op grote maatschappelijke acceptatie. Bovendien is het streven om invulling te geven aan zon op dak vastgelegd in diverse beleidsstukken zoals de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de Provinciale Omgevingsvisie (POVI). Daarom zetten we maximaal in op zon op dak. Dit vraagt zowel een lokale als een regionale aanpak. Regionaal ontwikkelen we een aanpak voor zon op dak, waarbij we in overleg bepalen welke activiteiten op regionale schaal moeten worden opgepakt en welke zaken door de gemeenten moeten worden uitgevoerd.
Op basis van onderzoeken naar het theoretisch potentieel aan dakoppervlak, de inpasbaarheid op de netinfrastructuur en rekening houdend met technische belemmeringen zoals de draagkracht van dakconstructies en medewerking van de eigenaar verwachten we een hoeveelheid duurzaam opgewekte elektriciteit uit grootschalige dakprojecten van 0,3 tot 0,5 TWh tot 2030 te kunnen realiseren. Overigens tellen door landelijke keuzes alleen Versie datum: 23-9-2021 12:09:05
5 - 14 installaties vanaf 15 kWp 4 (ongeveer 60 panelen) mee voor het regionale bod. Kleinere installaties dragen bij aan landelijke CO2reductie doelstelling, maar vallen buiten de RESopgave. De resterende elektriciteitsbehoefte geven we in de U16 invulling met zonnevelden en windmolens. De in de RES aangewezen zoekgebieden worden niet ‘automatisch’ ingevuld: in navolgende stappen worden onder andere de effecten op de omgeving en de natuur, veiligheid, gezondheid en aansluitbaar verder onderzocht. Het ruimtelijk beleid waarin de zoekgebieden worden opgenomen en ook de uiteindelijke vergunningaanvraag voor een concreet project doorlopen participatie en wettelijke inspraakprocedures en worden uiteraard ter vaststelling aan u voorgelegd. In Houten is dat bijvoorbeeld het beleidskader zonnevelden, dat naar verwachting in 2022 tot besluitvorming over vergunningaanvragen zal leiden. 1.7 De Regionale Strategie Warmte (RSW) gaat over bovenlokale en regionale afstemming en samenwerking en heeft een wisselwerking met de transitievisies warmte van gemeenten De RSW 1.0 richt zich op bovenlokale en regionale afstemming ten behoeve van de warmtetransitie.
Daartoe bevat het afspraken over monitoring en afstemming, een gespreksleidraad voor overleg over bovengemeentelijke warmtebronnen (bronnen met de potentie om in meerdere gemeenten warmte te leveren; bijvoorbeeld geothermie/aardwarmte) en afspraken over thema’s waarop samengewerkt zal worden. De RSW 1.0 bevat ook een eerste inventarisatie van de warmtebronnen in de regio. Voor Houten zijn mogelijk geothermie/aardwarmte, aquathermie en in mindere mate biogas relevant (bron: Potentie van verschillende warmtebronnen in de regio U16, Greenvis 2020). Deze informatie is ook benut voor onze gemeentelijke Transitievisie Warmte (TVW), die in maart 2021 door de raad is vastgesteld. En omgekeerd bieden de TVW’s informatie over de warmtevraag in de gemeenten en welke duurzame warmtebronnen het meest waarschijnlijke alternatief is. Er is dus een wisselwerking tussen de RSW en de TVW. Daarom is regionaal afgesproken om de TVW’s te monitoren en te gebruiken als input voor de actualisatie van de RES (en daarmee de RSW) in 2023. Op dat moment is mogelijk ook meer bekend over de daadwerkelijke beschikbaarheid van aardwarmte in de RES U16. 1.8 Bijlagen 1, 4, 5, 6, 7, 8 en 12 zijn onlosmakelijk verbonden met de RES 1.0 Deze bijlagen bevatten een onderbouwing van, verdieping op of geven richting aan het vervolg op de RES 1.0. Ze zijn daarom onderdeel van de besluitvorming.
- Bijlage 1 geeft per gemeente inzicht in het lokale proces dat plaatsvond om te komen tot een bijdrage aan de RES. Het beschrijft het lokale zoekproces en de lokale beleidsontwikkeling en realisatie. - Bijlage 4 is een verdieping op het warmtehoofdstuk (hoofdstuk 4). - Bijlagen 5, 6, 7 en 8 kunnen benut worden bij de realisatie en uitvoering van de RES 1.0. - In bijlage 12 staat aangegeven hoe eerdere moties en amendementen zijn verwerkt in de RES 1.0. - De overige bijlagen (2, 3, 9, 10, 11 en 13, 14 en 15) zijn extra achtergrondinformatie. Deze bijlagen zijn gebruikt bij de ontwikkeling van de RES 1.0 en geven inzicht in het totstandkomingsproces zoals de inzet van de bestuurlijke verkenner in het voorjaar 2021. 1.9 De RES is een bouwsteen van het Integraal Ruimtelijk Perspectief U16 De energietransitie is één van de zes thematische pijlers in het Integraal Ruimtelijk Perspectief U16. Om voor alle pijlers zorgvuldig en in samenhang oplossingen te ontwikkelen, werken de zestien gemeenten in de regio ook samen aan het Integraal Ruimtelijk Perspectief en Programma (IRP). Het IRP vormt de regionale ontwikkelrichting en het platform voor integrale ruimtelijke samenwerking en afstemming in de uitvoering. De gemeenten in de U16 hebben gelijktijdig met de RES 1.0 het IRP ontwikkeld. De definitieve besluitvorming over het IRP volgt kort na de besluitvorming over de RES 1.0.
Bij de besluitvorming over het IRP zal daarom een memo worden gevoegd, getiteld ‘Samenhang voorstel RES 1.0 - voorstel IRP’. In dit memo staat beschreven waar de energieopgave andere opgaven aanvult en waar belangen kunnen botsen. In de volgende 4 kWp = kilowattpiek. Dit is een eenheid voor het (maximale) vermogen van een zonnepaneleninstallatie.
Versie datum: 23-9-2021 12:09:05
6 - 14 fase zullen de gemeenten het IRP verder uitwerken en concretiseren. In de programmeringsfase kunnen gemeenten de opgaven in samenhang bekijken en verbinden. Dit biedt ruimte om lusten en lasten in evenwicht te houden. 1.10
Moties en amendementen aangenomen bij de Startnotitie RES U16 of de Ontwerp RES U16 zijn verwerkt in de RES 1.0 Bij de besluitvorming over de ‘Ontwerp RES inclusief bod’ zijn door de parlementen verschillende moties en amendementen aangenomen. In bijlage 12 van de RES 1.0 is opgenomen hoe vorm en inhoud is gegeven aan de moties en amendementen. Ook bij de besluitvorming over de Startnotitie zijn al diverse moties en amendementen aangenomen. Een notitie met de wijze waarop met deze moties en amendementen wordt omgegaan was bijlage bij de Ontwerp RES. Bij een aantal moties werd aangegeven dat dit later in het traject wordt opgepakt. Daarom zijn ook alle eerdere moties en amendementen opgenomen in bijlage 12. Voor Houten zijn de onderstaande moties ingediend: - “Startnotitie RES, lokaal eigenaarschap energie” (041-2019). Hierin wordt opgeroepen bij duurzaamheidsinitiatieven te streven naar 50% lokaal (coöperatief) eigenaarschap. In hoofdstuk 3.2 van de RES 1.0 komt dit punt terug in kaders en uitgangspunten, waarbij een uitgangspunt is het streven 50% lokaal eigendom. Daarnaast is er aangegeven informatie te verstrekken / een notitie te schrijven over de opzet van het lokaal eigendom. Hier is invulling aan gegeven met de website www.energieparticipatie.nl, opgezet door het Nationaal Programma RES. -
“Ontwerp RES, hoe innovatie een rol kan krijgen” (022-2020). Hierin wordt gevraagd hoe innovatie een grote rol in de RES kan krijgen en op welke manier de U16 onderzoek naar innovatie kan faciliteren en stimuleren. Tot 2030 zijn voor elektriciteit zonne- en windenergie de bewezen technieken. Andere technieken zijn voor de RES 1.0 nog niet voldoende bewezen. In Hoofdstuk 4.6 en 5.3 van de RES 1.0 wordt ingegaan hoe we nieuwe technieken willen betrekken in de RES 2.0. Voor warmte worden al een aantal nieuwe technieken meegenomen zoals biogas, geothermie en warmte uit (oppervlakte) water.
-
“Ontwerp RES, Energiebesparing en opwekking volgens een strakke routekaart” (020-2020). Hierin wordt gevraagd, via de ingezonden brief van de NMU, energiebesparing en opwekking van energie volgends een strakke routekaart uit te voeren. Waarbij participatie, inpassing in natuur en eerlijke verdeling van lusten en lasten in de samenleving de belangrijkste speerpunten zijn. In de RES 1.0 wordt o.a. in hoofdstuk 3.8.1 en 6.5 beschreven hoe dit wordt meegenomen. In de RES 1.0 wordt het belang onderschreven van een zorgvuldige inpassing, het lokaal eigendom en participatie. De RES 1.0 kan dienen als de gewenste “routekaart”.
1.11 RES 1.0 wordt gerealiseerd door uitwerking in het eigen beleid en regelgeving De RES-samenwerking heeft geen juridische status en de RES heeft niet geleid tot verandering van de bevoegdheidsverdeling van de verschillende overheidslagen. Zo zijn gemeenten het bevoegd gezag voor zonneparken tot 50 MW en windparken tot 5 MW (waarschijnlijk 15 MW in de nieuwe Energiewet). De provincie is het bevoegd gezag voor initiatieven tot 100MW. De RES 1.0 heeft na besluitvorming de status van een beleidsstuk. Voor realisatie moet de RES 1.0 uitgewerkt worden door de deelnemende overheden in het instrumentarium van de omgevingswet, pas dan is er sprake van een juridische status. In de Startnotitie hebben alle deelnemende overheden daarom al afgesproken om instrumenten als omgevingsvisies en -plannen in te zetten bij het behalen van de doelen van de RES. 2.1 De bijdrage van Houten is een logische uitvoering binnen het Energieplan Houten De basis voor onze inbreng zijn zoals gezegd de al gerealiseerde en vergunde zonnevelden en windparken en onze inzet (vastgelegd in het Energieplan 2020-2025) voor zonnepanelen op grote daken.
Uitgaande van een flinke inzet op besparing en de uitvoering van projecten die nog in “de pijpleiding” zitten is de verwachting dat we met de bijdrage van Houten in de RES 1.0 aansluiten op de doelstelling in het Energieplan: “20% van de Houtense energievraag duurzame opwekken in 2025/2030”.
Versie datum: 23-9-2021 12:09:05
7 - 14 Een goede mix Wij zijn ons bewust van het belang van een mix van grootschalige zonne-installaties (grote daken en zonnevelden) en windmolens. Dit zorgt voor minder druk op het landschap (er zijn meer hectares grond nodig voor een zonneveld dan voor een windmolen bij eenzelfde opbrengst), maar ook voor de balans op en investeringen in het elektriciteitsnetwerk is dit beter. Inzet zonnepanelen op grote daken in Houten Het aandeel van de gemeente Houten voor zonnepalen op grote daken binnen de RES U16 is lastig in te schatten. Uit het U16 potentie-onderzoek naar zonnepanelen op daken blijkt, dat de potentie voor zonnepanelen op grote daken 1,3 TWh binnen de RES-regio U16 bedraagt (Analyse zonpotentie Duurzaamheidskaart U16, maart 2021). Het benutten van dit maximale potentieel hangt van een aantal factoren af. Zoals het draagvermogen van het dak, de ruimte op het elektriciteitsnetwerk en de businesscase voor de dakeigenaar. Daardoor zal het werkelijke potentieel in de praktijk (substantieel) lager zijn. Om die reden leveren wij voor Houten geen eigen getal aan voor zonnepanelen op grote daken. Het Houtense aandeel ‘zon op grote daken’ is onderdeel van de regionale inzet, die een belangrijke bouwsteen in het RES-bod zal zijn. Dat wil niet zeggen dat we hier niet op inzetten.
Sterker nog: uit een regionale inventarisatie blijkt dat in Houten al 25% van de grote daken zonnepanelen heeft. En via het project “Zon op grote daken” uit het Energieplan zetten de coöperaties Opgewekt Houten en Duurzaam Eiland samen met !mpact Houten (en met subsidie van de gemeente) in op realisatie van nog eens 10-20 grote zonnedaken. Beleid Zonnevelden De raad heeft op 8 juli 2021 ingestemd met nieuw beleid voor zonnevelden, de totale inbreng in de RES 1.0 op 100 hectare (45 hectare was reeds vergund daar is nu 55 hectare aan toegevoegd). Deze zijn aan te sluiten op het nieuwe elektriciteitsstation Houten-Oost. De “stoplichten”-kaart uit het beleidskader zonnevelden geeft de (groene en oranje) zoekgebieden voor zonnevelden. Daarbij zien we de uitkomsten van de participatie als een extra stimulans om het gesprek met de provincie te blijven voeren over de mogelijkheden voor energie-opwek in het Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW)-gebied. Juist in dat gebied zien inwoners veel kansen voor zonnevelden, maar gelden vanuit de NHW veel restricties. Houten loopt al voor met windenergie We realiseren ons dat onze gemeente, net als bijvoorbeeld Vijfherenlanden en Nieuwegein, reeds lopende windprojecten heeft. We plegen al veel inzet op de daarvoor benodigde (juridische) procedures.
Bovendien wordt er in de gemeente Houten regionaal bezien al veel duurzame energie geproduceerd of gaat worden geproduceerd. Zoals eerder in de raadsinformatiebrief van 25 mei jl. aangegeven kiezen we er voor om geen extra zoekgebied voor windenergie aan te wijzen, maar te beperken tot de twee windparken Houten en Goyerbrug. Mogelijk kan het uit het participatietraject naar voren gekomen zoekgebied langs de A27 bij afrit Houten (gebied E) in de toekomst, in samenspraak met inwoners, nader worden onderzocht. Er zijn hier nog diverse vragen over bijvoorbeeld over gezondheid en de Nieuwe Hollandse Waterlinie.
Kanttekeningen 1.1 De RES 1.0 is een momentopname, geen eindbeeld. De tijdspanne van de energietransitie is groot. De RES1.0 is daarom een momentopname van waar alle deelnemende overheden nu staan als het gaat om het realiseren van zonneen windenergie tot 2030. De RES 1.0 biedt het kader om in U16 verband gezamenlijk verder te werken aan deze grote opgave. We weten dat veel zoekgebieden in de RES1.0 de komende tijd verder worden uitgewerkt waarbij (ruimtelijke) afwegingen en het maatschappelijke gesprek nog moeten worden gevoerd. Dit betekent dat we rekening moeten houden met planuitval. We hebben daarom afgesproken om elk jaar de voortgang van de projecten te monitoren als voorbereiding op de RES 2.0. Bijsturen op bepaalde onderdelen kan dan tussentijds plaatsvinden.
Versie datum: 23-9-2021 12:09:05
8 - 14 Als mogelijk de landelijke doelstelling niet wordt gehaald is een aanvullende regionale opgave mogelijk Uit de beoordeling van het Planbureau van de Leefomgeving (PBL) die in februari 2021 verscheen is op basis de ingediende Ontwerp-RES’en een bandbreedte van 31,2 TWh 45,7 TWh duurzame elektriciteitsproductie in 2030 opgeteld. Het is dus op basis van de Ontwerp-RES’en niet zeker dat de landelijke taakstelling van 35 TWh wordt gehaald. 1.2
Als de landelijke taakstelling van 35 TWh duurzame elektriciteitsopwek niet wordt gehaald, zullen regio’s onderling in gesprek gaan om tot een verdeling over de resterende opgave te komen. Als deze gesprekken tussen de regio’s niet tot een resultaat leiden zal vanuit het NPRES een landelijke verdeelsystematiek worden ingezet die vanuit de landelijke koepels Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Interprovinciaal overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen is opgesteld. 1.3 De realisatie van de RES 1.0 is afhankelijk van diverse randvoorwaarden Bij de realisatie van de RES 1.0 spelen veel verschillende partijen een rol. Het Rijk moet de energietransitie beleidsmatig en financieel mogelijk maken en stimuleren. Denk aan de subsidies voor duurzame elektriciteitsopwek maar ook financiering aan de RES-deelnemers om invulling te geven aan de RES-taken. Bovendien leven er maatschappelijk zorgen over de energietransitie, de impact op de leefomgeving (zoals veiligheid, gezondheid en biodiversiteit) en betaalbaarheid voor de inwoners. Deze afhankelijkheden bestaan en zijn benoemd in de RES 1.0. Waar mogelijk wordt rekening gehouden met de afhankelijkheden (bijvoorbeeld bij de bandbreedte voor zon op dak) of wordt de afhankelijkheid verkleind (denk aan de omvang van het Regionaal Uitvoeringsplan afhankelijk maken van rijksfinanciering).
1.4 Er zijn knelpunten in het elektriciteitsnetwerk, maar het bod is maakbaar Netbeheerder Stedin heeft de in maart 2021 aangeleverde zoekgebieden getoetst aan de elektriciteitsinfrastructuur en vastgesteld welke netinvesteringen waar en wanneer nodig zijn om de RES-opgave te kunnen realiseren. In de netimpactrapportage zijn negentien ‘knelpunten’ benoemd waar netinvesteringen nodig zijn om de opgegeven opwekvermogens aan te kunnen sluiten. Voor twee stations geeft dat acuut problemen (Oudenrijn en Breukelen). Voor de regio Kromme Rijn zal de vraag het aanbod in de toekomst naar verwachting overstijgen. Hier wordt deels al op ingespeeld door Middenspanning station Houten-Oost aan te leggen en vervangingsinvesteringen uit te voeren op de Middenspannings stations Wijk bij Duurstede, Doorn en Veenendaal. Om de knelpunten te kunnen oplossen, is concreetheid en zekerheid nodig van gemeenten. Stedin roept daarom op om zo spoedig mogelijk het proces in gang te zetten over de ruimtelijke inpassing van de aanwezige netinfrastructuur. In Houten zijn hiervoor al stappen gezet met de besluitvorming over het nieuwe elektriciteitsstation Houten-Oost. Stedin benadrukt het belang om in het 4e kwartaal een nieuwe toets uit te voeren als ijkpunt voor de maakbaarheid van het RES-bod en als vertrekpunt voor een uitvoeringsprogramma.
De verwachting is dat het RES-bod in het 4 e kwartaal namelijk al wat verder is uitgewerkt en dat diverse gemeenten meer zekerheid kunnen bieden over hun bijdrage aan het bod. 1.5 Innovatie en kernenergie is niet meegenomen in het bod Op basis van afspraken in het Klimaatakkoord kunnen alleen zon op dak (vanaf ongeveer 60 panelen), zonnevelden en windmolens meegerekend worden voor het regionale bod. Deze technieken zijn momenteel haalbaar en op grote schaal in te zetten voor de opwek van duurzame elektriciteit. Hiermee kunnen deze voor 2030 een bijdrage leveren aan onze doelstellingen. Dit neemt niet weg dat er voor de iets langere termijn voldoende potentie is voor andere technieken. De RES kan op eigen inzicht worden verbreed om andere technologieën mee te nemen, alleen dit telt nu nog niet voor ons bod in de RES 1.0. We volgen nu al de ontwikkelingen rond waterstof, kernenergie, ultra diepe geothermie in relatie tot de RES 2.0. Ook wordt er richting de RES 2.0 gekeken naar technieken als energieopslag. Voor warmte worden in de RES 1.0 al wel bronnen en technieken als biogas, geothermie en o.a. energie uit oppervlaktewater meegenomen.
Versie datum: 23-9-2021 12:09:05
9 - 14 Kernenergie valt af in de RES 1.0, omdat het onmogelijk is om in 10 jaar een kerncentrale te realiseren. Bovendien is dit een Rijksbevoegdheid. Voor de periode na 2030 is nog niet bepaald met welke technieken gerekend kan worden. 1.6 De inbreng van Houten is behoudend en gericht op korte termijn Als gemeente leveren we alleen bestaand beleid aan, voor zonnevelden en bestaande/vergunde windparken. De inbreng van Houten kijkt nog niet verder dan 2025/2030. Met deze inbreng halen we onze eigen doelen (energieneutraal 2040) niet. Wanneer er verder wordt gekeken naar het einddoel van de RES in 2050 dan moet Houten nog 0.14 TWh aan duurzame energie opwekken. Hierin is meegenomen dat de maximale potentie van zonnepanelen op daken wordt benut (0,11 TWh). Het is een aanname dat deze maximale potentie wordt gebruikt. Eerder is al aangegeven dat er veel inspanningen nodig zijn om de potentie van zonnepanelen op daken te kunnen benutten. Als we de opgave tot 2050 voor de helft verdelen met zonnevelden en windmolens. Dan hebben we in Houten nog ongeveer 69-90 hectare aan zonnevelden en 4-6 windmolens nodig. Er blijkt daarmee een flinke inspanning nodig om het toekomstige energieverbruik duurzaam op te kunnen wekken. Met de huidige inzet in de RES 1.0 kijken we niet verder dan 2025/2030. De opgave tot 2050 blijft hiermee zeer groot.
Uit een enquête van het burgerpanel en het participatietraject met de Kromme Rijngemeenten geven diverse inwoners voor duurzame energie te zijn. Het zoekgebied voor windmolens langs de A27 bij afrit Houten zou op draagvlak van deze inwoners kunnen rekenen. Dit wordt nu op korte termijn verder niet onderzocht. Gezien de ambitie, de benodigde opwek en de te volgen procedures was het aannemelijk geweest in de RES 1.0 hier op in te zetten en voor te sorteren op de periode na 2025/2030. De onrust rond de rechterlijke uitspraak van windpark Houten en de emotionele sessies rond de zoekgebieden voor windmolens en zonnevelden in de Kromme Rijnstreek hebben er voor gezorgd dat er een pas op de plaats wordt gemaakt.
Participatie In juni 2020 heeft een enquête over windmolens en zonnevelden plaatsgevonden onder het burgerpanel Houten. Deze enquête ging vooral over de criteria en randvoorwaarden voor wind- en zonne-energie. De resultaten zijn gebruikt bij het opstellen van het nieuwe beleid voor zonnevelden en voor het participatietraject met de Kromme Rijngemeenten. Ten aanzien van de bijdrage van de vier Kromme Rijngemeenten aan de RES 1.0 zijn de vier gemeenten Wijk bij Duurstede, Houten, Bunnik en Utrechtse Heuvelrug in juli 2020 gestart met het opzetten van een gezamenlijk participatieproces. Daarvoor is in september 2020 het participatiebureau SIR ingeschakeld. Samen met SIR is een participatieplan opgesteld en een platform/website opgericht om de uitvoering te faciliteren: www.energiekrommerijn-praatmee.nl. In december 2020 zijn randvoorwaarden opgehaald waaraan zoekgebieden zouden moeten voldoen. Er is gesproken met inwoners en stakeholders (waaronder ook bewonersvertegenwoordigingen) en op de website is een vragenlijst opengesteld om in te vullen. In totaal hebben in december 2020 981 mensen mee gedaan aan de online vragenlijst en 176 mensen hebben deelgenomen aan de online sessies. Het heeft geleid tot een werkdocument met randvoorwaarden, dat gebruikt kon worden voor het vinden van zoekgebieden.
In januari en februari 2021 zijn, op basis van de in december opgehaalde randvoorwaarden, online bijeenkomsten georganiseerd met stakeholders en inwoners over mogelijke zoekgebieden. Daarbij zijn argumenten opgehaald voor de selectie van geschikte gebieden. Daarnaast is ook op de website de mogelijkheid geboden om input te leveren en mogelijk zoekgebieden aan te geven. In totaal hebben 95 mensen mee gedaan aan de online vragenlijst en hebben 686 mensen deelgenomen aan de online sessie. De totale opbrengsten van dit gezamenlijke participatietraject staan op de website www.energie-krommerijn-praatmee.nl. Het participatieboek op deze website beschrijft de verschillende participatievormen die gebruikt zijn en de resultaten die dat heeft opgeleverd. Zowel op regionaal als lokaal niveau blijft participatie een belangrijk onderdeel van het proces om te komen tot concretere uitwerking. De participatie die nu gedaan is voor de RES Versie datum: 23-9-2021 12:09:05
10 - 14 1.0 vormt daarmee de start van een langer proces, waarin stapsgewijs wordt ingezoomd op concretere locaties. Extra participatieronde in Houten In Houten is er nog een extra participatieronde gehouden met 15-minuten gesprekken. Hier hebben 28 mensen aan meegedaan en 6 mensen hebben per email een reactie gegeven. De uitkomsten van het participatieproces zijn gecheckt en werden bevestigd. Er zijn vooren tegenstanders van windmolens en zonnevelden in de Kromme Rijnstreek. De meerderheid heeft de voorkeur voor zonnepanelen op daken en de wens van ondersteuning van gemeente/provincie om van zonnepanelen op daken een succes te maken. Bij de komst van windmolens gaat de voorkeur uit naar plaatsing langs de snelwegen. RES verband Ten aanzien van de ontwerp-RES en het conceptbod zijn in januari en februari 2020 twee bijeenkomsten voor regionale stakeholders georganiseerd. De verslagen hiervan zijn bij de ontwerp RES toegevoegd.
Financiën en formatie Dit voorstel heeft geen financiële of formatieve gevolgen. Eerder al is budget beschikbaar gesteld voor deelname aan de RES U16 (perspectiefnota & begroting 2020) en is akkoord gegeven op formatieve uitbreiding, o.a. ten behoeve van deelname aan de RES U16 (Energieplan). De RES samenwerking is tot op heden gefinancierd uit: ‘om niet’ inzet van ambtelijke uren, een rijksbijdrage (uitgekeerd aan de centrumgemeente) en een deelnemersbijdrage (provincie 1/4, waterschappen 1/8, gemeenten 5/8 verdeeld naar rato inwonertal, ca € 0,27 per inwoner). Wij verwachten dat deze bedragen indicatief zijn voor de kosten in de volgende fase. Geen financiële consequenties Wet M&O, VPB en/of BTW
Communicatie De website van de RES U16 Regionale Energiestrategie U16 - Energie Regio Utrecht wordt ge-update. Er wordt door de RES U16 gezamenlijke content voorbereid die de gemeenten kunnen gebruiken op hun sociale media kanalen. Er wordt op 23 juni een persgesprek gepland met de 4 bestuurlijke trekkers van de U16. Er wordt door de RES U16 een Q&A gemaakt voor algemene vragen. Tussen 23 juni en 2 juli worden er advertenties geplaatst in regionale en lokale media (dagbladen). Als gemeente Houten zullen we bovenstaande berichten delen op de sociale media kanalen van de gemeente en een bericht plaatsen op de gemeentewebsite.
Voortgang De door parlementen vastgestelde RES 1.0 wordt uiterlijk op 15 oktober 2021 aan het NP RES verstuurd. De RES 1.0 is een stap in een opgave voor de komende decennia. Na vaststelling van de RES 1.0 zijn er verschillende ijkmomenten. Op deze momenten monitoren we in regionaal verband of de gezamenlijke realisatie op koers ligt. Daarnaast zijn er momenten waarop we aanvullende ambities en doelen stellen voor de periode tot 2050. Doelen voor de periode na 2030 moeten we vastleggen en onderbouwen in een van de volgende RES-versies. Om de RES 1.0 te kunnen uitvoeren en het vervolg te kunnen invullen, wordt een Regionaal Uitvoeringsplan opgesteld. Dit plan wordt ter besluitvorming aan colleges van B&W toegestuurd, evenals aan Gedeputeerde Staten en de Dagelijks Besturen van de deelnemende waterschappen. De omvang en intensiteit van de regionale activiteiten zijn onder meer afhankelijk van de beschikbaarheid van financiële middelen vanuit het Rijk. In Houten geven we uitvoering aan de RES 1.0 middels de al gerealiseerde en vergunde zonnevelden en windparken en onze inzet (vastgelegd in het Energieplan 2020-2025) voor zonnepanelen op grote daken en voor zonnevelden (vastgelegd in het beleidskader zonnevelden). Versie datum: 23-9-2021 12:09:05
11 - 14 Daarnaast gaan we met de Kromme Rijngemeenten van start met het opstellen van een windivisie. Ook zijn er bestuurlijk informele ijkmomenten. Deze momenten zijn er op gericht tijdig zicht te krijgen op planuitval en door consensus en in RES verband afspraken te maken hoe dit op te vangen. Deze momenten worden opgenomen in het Regionaal Uitvoeringsplan. Daarbij zijn in ieder geval opgenomen: - 4 e kwartaal 2021, uitkomsten besluitvorming door parlementen over RES 1.0 en verdiepende netimpactanalyse - Voor zomerreces 2022, gemeenteraadsverkiezingen, mogelijke effecten coalitieakkoorden, check uitwerking in ruimtelijk beleid op schema - Na zomerreces 2022, startbijeenkomst nieuwe bestuurscyclus - 3 e kwartaal 2022, inventarisatie start planuitwerking (wind) initiatieven Vanaf december 2022: jaarlijkse monitoring op voortgang en eventuele planuitval Uiteraard houden wij u op de hoogte van de stand van zaken op deze momenten.
Evaluatie Iedere twee jaar actualiseren we de RES. Over de geactualiseerde versie wordt een besluit genomen in de parlementen, zodat de RES en de uitvoering ervan altijd een democratische basis heeft. De eerste keer zal in 2023 zijn. Houten, 22 juni 2021 het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten de secretaris, de burgemeester,
A.J. Barink
G.P. Isabella
Versie datum: 23-9-2021 12:09:05
12 - 14 Bijlagen Bijlage a. RES 1.0 (via Deze link naar de RES 1.0.) inclusief bijlagen in de RES: 1 : Verdieping hoofdstuk elektriciteit: lokale zoekprocessen 2 : Onderzoek Zon op dak 3 : Zon op dak: dakoppervlak en netcapaciteit 4 : Verdieping hoofdstuk warmte: warmtebronnen en energiebesparing 5 : RSW notitie samenwerking regionale warmtethema’s 6 : RSW notitie opstap naar afwegingskader bovengemeentelijke warmtebronnen 7 : RSW notitie gespreksleidraad verdeling bovengemeentelijke warmtebronnen 8 : Thematische agenda Elektriciteit en Warmte 9 : Netimpactanalyse 10 : PBL analyse en monitor 11 : Infographics participatie U16 12 : Notitie moties en amendementen 13 : Quickscan Legeskosten U16 14 : Rapport energielandschappen 15 : Advies bestuurlijk verkenner Bijlage b. Aanbiedingsbrief Bestuurlijke Trekkers RES U16
Verantwoordelijke portefeuillehouders college 1e PoHo: Hilde de Groot 2e PoHo: n.v.t.
Versie datum: 23-9-2021 12:09:05
Raadsbesluit Voorstelnummer: 335983 Onderwerp Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 De raad van de gemeente Houten heeft het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 22 juni 2021 gelezen en besluit: 1. De Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 vast te stellen, inclusief de bijlagen 1, 4, 5, 6, 7, 8 en 12 en het college op te dragen hier uitvoering aan te geven in regionaal verband; 2. Daarmee ook akkoord te gaan met de bijdrage van de gemeente Houten aan de RES 1.0: a. Totaal 100 hectare zonnevelden, waarvan 45 hectare al zijn vergund in het huidige beleid en 55 hectare nieuw te realiseren zonnevelden volgens het op 8 juli 2021 vastgestelde nieuwe beleid; b. Het al bestaande windpark Houten en het nog in procedure zijnde windpark Goyerbrug. Dit is besloten in de openbare vergadering van de raad op 5 oktober 2021. De raad van de gemeente Houten, de griffier, de voorzitter, $ $handtekening2$ d$ C.M.S. Visser
G.P. Isabella