CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Integraal Ruimtelijk Perspectief U16

Gemeenteraad 23 november 2021, gemeente HoutenBij agendapunt: Integraal Ruimtelijk Perspectief U165.497 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Voorstelnummer: 340464 Zaaknummer: 751068

Houten, 5 oktober 2021

Onderwerp: Integraal Ruimtelijk Perspectief U16

Beslispunten: 1. In te stemmen met het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP), inclusief uitvoeringsstrategie voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen van de regio Utrecht tot 2040, en in het IRP en uitvoering (regionaal programmeren) toe te voegen dat aanvullend op het ‘kleine wiel met spaken’ een U16-visie wordt ontwikkeld op het openbaar vervoer tussen steden en kernen rondom de stad Utrecht, waarmee recht wordt gedaan aan de belangen van inwoners die rechtstreeks willen reizen tussen steden en dorpen rondom de stad Utrecht. 2. De kosten van €57.333 verbonden aan het opbouwen van het integraal programmeren in 2021 en 2022 te dekken uit de Bestemmingsreserve Toekomstfonds, conform de financiële verdeelsleutel op basis van inwoneraantal.

Samenvatting De inwoners van de regio Utrecht leven in een prachtige omgeving en in een gemeente en regio die groeit. Om dit ook voor de toekomst te garanderen zijn gezamenlijke keuzes nodig, maken we afspraken hoe de regio er uit ziet in 2040 en hoe we samenwerken om dat te bereiken. Het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) voorziet daarin. U wordt gevraagd het IRP vast te stellen. De zienswijzen van de zestien raden vormden de basis voor dit definitief IRP. Een belangrijk moment waarin de stappen worden gezet tot een gezamenlijk perspectief op de toekomst. Het is ons eigen, gezamenlijk toekomstperspectief van zestien gemeenten, met als doel om nu en in de toekomst de groei van de regio op een gezonde en duurzame wijze op te vangen. Wat in het IRP staat is de uitkomst van een intensief en gezamenlijk proces van de zestien gemeenten. Met lokaal beleid en ambities als basis en met regionale keuzes komen we tot een optimale ontwikkeling van regio als geheel. Met de instemming van de zestien gemeenteraden ontstaat er lokaal commitment op de integrale regionale ontwikkelrichting tot 2040. Het IRP is dan op haar beurt een gezamenlijke basis voor gemeentelijke omgevingsvisies en uitwerkingen voor de komende jaren. En het IRP heeft een adaptief karakter en wordt met een vaste ritmiek geactualiseerd.

Hiermee is het een belangrijke schakel richting de uitvoering in verschillende allianties.

Aanleiding Aanleiding Integraal Ruimtelijk Perspectief regio Utrecht De inwoners van de regio Utrecht leven in een prachtige omgeving en in een regio die groeit. Het is voor elke huidige en toekomstige bewoner belangrijk dat men woont op een prettige en gezonde plek, in een passende woning, nabij voorzieningen en recreatiemogelijkheden, een baan of opleiding heeft en dat men comfortabel kan reizen tussen al deze bestemmingen. En de regio Utrecht is een populaire plek, vanwege de centrale ligging, de bloeiende economie en het goede leefklimaat. Deze populariteit vertaalt zich in krapte op woningmarkt, een enorme vraag naar woningen én naar ruimte voor nieuwe bedrijvigheid en het zet de groene ruimte en de bereikbaarheid onder druk. En dat zal de komende jaren alleen maar toenemen. Om de leefkwaliteit ook voor de toekomst te garanderen zijn keuzes nodig. Het moet een fijne plek blijven om te wonen, werken en recreëren, en waar ruimte is voor groene en duurzame initiatieven. Daarom maken we afspraken hoe de regio er in de toekomst uit ziet en leggen wij vast wat wij daarin belangrijk vinden. De ontwikkelrichting is vastgelegd in een Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP). Het is een integraal ruimtelijke visie voor regio op het gebied van groen en landschap, wonen, werken, mobiliteit en energie. Niet alles kan zomaar, want de optelsom van de wensen is op veel

*340464* 340464

2 - 12 plekken groter dan de ruimte die we hebben. Er zijn daarom gezamenlijk keuzes gemaakt die altijd bijdragen aan het beter maken van het geheel en dat kan in de fase van het programmeren worden geconcretiseerd. Door goed met elkaar af te stemmen wat de behoeftes zijn in de gemeenten, kunnen we een slimme verdeling maken van de ruimte. We vormen hierin een eenheid als regio, maar altijd met oog voor de identiteit van de verschillende gemeenten om diversiteit te behouden. We vertellen een éénsgezind en duidelijk verhaal waarmee we laten zien waar we voor staan en waar we samen naartoe werken. Zienswijzeprocedure U16 raden De afgelopen periode is in de U16 de stap gemaakt vanuit de Ruimtelijk-Economische Koers uit 2017, via een gezamenlijk uitgangspuntennotitie en beoordelingskader, de Contour (712650, 16 juni 2020), het Concept IRP (740920, 8 juli 2021) naar nu een definitief IRP voor de U16. In het voorjaar 2021 zijn de raden in de gelegenheid gesteld aan de voorkant invloed uit te oefenen door een zienswijze in te dienen op het concept IRP. Alle raden hebben hiervan gebruik gemaakt. De zienswijzen hebben het denken versterkt en het IRP verder verrijkt. Met deze zienswijzen is door de raden richting gegeven aan de inhoud van het IRP en aan vraagstukken die nog geadresseerd moeten worden.

Ook ontstaat er politiek draagvlak voor de besluitvorming van een gezamenlijk toekomstperspectief voor onze U16 regio. Uit de zienswijzen blijkt de waardering van de raden voor het werk dat er ligt. Daarnaast zijn in de zienswijzen dilemma’s en kanttekeningen gemaakt op inhoud en proces. Bijlage 2 maakt inzichtelijk hoe de zienswijzen op hoofdlijnen zijn verwerkt en hoe per gemeente de zienswijzen zijn verwerkt in het definitief IRP of worden meegenomen in de volgende fase. Status IRP Het IRP heeft op zichzelf geen wettelijke juridische status (zoals een gemeentelijke omgevingsvisie of omgevingsplan). De planologische verantwoordelijkheid ligt bij de gemeenten in de omgevingsvisies en omgevingsplannen. Het IRP vormt wel de gezamenlijke ontwikkelrichting van de zestien samenwerkende gemeenten, tot stand gekomen op basis van lokaal beleid en ambities en met regionale keuzes en integrale afwegingen. Het IRP is daarmee op haar beurt weer een belangrijke basis voor de gemeentelijke omgevingsvisies. Het IRP is geen vrijblijvende afspraak. Het IRP is een regionale visie en geeft richting. Daarbij horen ook nog een aantal onzekerheden bij de uitwerking en realisatie. Het IRP moet daarom worden gezien als onze gezamenlijke regionale basis voor de samenwerking op inhoud en proces.

Daarmee kunnen we als U16 de regie houden over de samenwerking met elkaar en met rijk, provincie en andere partners om de hoofdkeuzes scherper te maken en om de benodigde investeringen voor de uitvoering te krijgen.

Beoogd effect Het IRP beoogt een samenhangende ruimtelijke ontwikkeling op regionaal niveau op het gebied van wonen, werken, mobiliteit, groen en energie.

Argumenten per beslispunt 1.1 De zienswijzen van de gemeente Houten is deels goed verwerkt in dit IRP. De zienswijzeprocedure heeft de raden de mogelijkheid om aan de voorkant invloed uit te oefenen, alvorens het IRP ter besluitvorming aan de zestien raden wordt voorgelegd. De zienswijzen hebben geleid tot aanscherpingen. In bijlage 2: ‘Overzicht zienswijzen raden op concept IRP – verwerking en verantwoording’ is weergegeven hoe de zienswijzen per gemeente zijn verwerkt in het IRP. De opmerkingen van het college en de raad van Houten zijn ten dele goed verwerkt: • In onze zienswijze gaven we aan dat het IRP moeilijk leesbaar is. De reactie hierop was dat er geen tijd was voor het fundamenteel herschrijven van het IRP. Wel is er een redactionele slag gemaakt, een samenvatting gemaakt en is een tekstredacteur ingeschakeld. Hierdoor is de leesbaarheid enigszins verbeterd. • De situatie van Houten (ontbreken ruimtelijke visie) is verwerkt in het IRP. Onder redeneerlijn 5 (Regiopoorten) is o.a. opgenomen dat de wijze van verstedelijking in Houten onderwerp is van onderzoek. In het deelgebied De Kromme Rijn is dat nog iets verder uitgewerkt.

Versie datum: 25-10-2021 11:33:39

•

• •

• •

3 - 12 We gaven aan dat de uitwerking van de deelgebieden ondermaats is. De formuleringen in de gebiedsuitwerkingen zijn ten opzichte van de eerdere versies van het IRP verder uitgewerkt en voorzien van meer context. Wel wordt aangegeven dat “het in deze fase nog niet haalbaar is om de integrale visievorming per deelgebied tot in detail te omschrijven. Desalniettemin hechten we eraan om de maatregelen die volgen uit de redeneerlijnen ook per deelgebied op te sommen. Dit geeft ten minste de ingrediënten voor de verdere uitwerking per deelgebied en maakt het IRP op deelgebiedniveau meer tastbaar. De verdere uitwerking zal plaatsvinden in fase 4 van het REP.” In het hoofdstuk 1C (Opgaven) is een tekst toegevoegd over de mogelijke gevolgen van de coronapandemie. Voor het concept IRP was de RES 1.0 nog niet gereed. De RES 1.0 zijn nu verwerkt in het IRP op de volgende manier: o Een kaart met zoekgebieden. o Het illustreren van de orde van grootte van de ruimte die binnen de zoekgebieden nodig is. o Het aanpassen van teksten in de redeneerlijn en thematische uitwerking over energie. o In de analyse van de zoekgebieden in de RES blijkt dat er geen harde botsingen plaats vinden tussen de zoekgebieden en andere thema’s in het IRP. Wel ligt er een grote opgave voor het samen laten oplopen van energieopwekking en groen en landschap.

En is het maatschappelijk draagvlak voor energieopwekking een specifiek aandachtspunt. In de lijst met mobiliteitsmaatregelen is aangepast: “Vijfheerenlanden – Houten – USP, inclusief fietsbrug over Amsterdam- Rijnkanaal” naar “Vijfheerenlanden – Houten – USP, inclusief fietsbruggen over Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek”. De dorpen Schalkwijk, Tull en ’t Waal en ’t Goy zijn toegevoegd aan de teksten in het deelgebied over het Kromme Rijngebied.

T.a.v. het openbaar vervoer in de regio is de zienswijze van Houten niet verwerkt. Zie argument 1.2. 1.2 Het is voor Houten van belang dat er naast een sterk ‘klein wiel’ ook wordt ingezet op een visie voor, en het investeren in, openbaar vervoer tussen dorpen en steden rondom Utrecht. Het college en de raad van Houten hebben zich herhaaldelijk uitgesproken over goede regionale verbindingen met het openbaar vervoer in onze regio. In de zienswijze op het Concept IRP gaven we aan: “De focus ligt te veel op het versterken van ov-lijnen die naar de stad Utrecht lopen en het maken van nieuwe knooppunten in de stad Utrecht. Het concept van het wiel met spaken is van belang voor de regio maar vooral voor de stad Utrecht.” En “De reactie die het college heeft ontvangen naar aanleiding van de consultatieronde is onbevredigend en doet onvoldoende recht aan wat u zelf noemt: ‘Het IRP schetst vanuit de regionale verstedelijkingsstrategie de inzet in deze trajecten.’ Deze inzet is naar mening van Houten wat betreft mobiliteit dus onvoldoende.

Het is daarom essentieel om het in de vorige alinea gemaakte punt onderdeel te maken van het IRP.” De reactie op onze zienswijze is: “We richten ons als regio op de verbindingen die opgenomen zijn in het regionaal Toekomstbeeld OV; het grote wiel en de verbindingen die daar mee samen hangen is expliciet afgevallen in het Toekomstbeeld en komt dus niet terug in het IRP. Diverse verbindingen tussen achterland en regiopoorten en/of multimodale hubs moeten voorzien in de gewenste goede verbindingen. Hoge OV-kwaliteit is alleen mogelijk op plekken waar hoge concentraties van wonen en/of werken zijn; we hebben er als overheden belang bij om de buslijnen zo vol mogelijk te laten rijden om belastinggeld effectief te spenderen. Voor vervoer naar kleine kernen en verbindingen tussen middelgrote kernen geldt dat ze zelfstandig geen hoge OV-kwaliteit kunnen genereren en daarom richt het IRP zich op het aantakken van kernen op plekken (regiopoorten, multimodale hubs) met hoge OV-kwaliteit om een goede ketenreis mogelijk te maken. Vanuit multimodale bereikbaarheid en nabijheid tot andere delen van het stedelijk gebied is de locatie Noordwest een zeer kansrijke verstedelijkingslocatie in de regionale verstedelijkingsstrategie.”

Versie datum: 25-10-2021 11:33:39

4 - 12 Na het verzenden van de zienswijze heeft er een bestuurlijk gesprek plaatsgevonden over de zienswijze van de gemeente Houten. Dit gesprek heeft op een aantal plekken er toe geleid dat het IRP is aangevuld. Dit geldt niet voor de visie op het openbaar vervoer in de regio. De formele reactie op de Houtense zienswijze stelt teleur. Het Toekomstbeeld OV is bijvoorbeeld niet vastgesteld door de gemeenten en is voornamelijk een visie van de gemeente Utrecht en provincie Utrecht. Het concept van een klein wiel met spaken (versterken en toevoegen ov-knooppunten in de stad Utrecht en de belangrijkste ov-lijnen daar naartoe, en ontlasting Utrecht Centraal Station) is voor Houten en de regio van belang. Echter, naast ontwikkeling van dit kleine wiel is het van belang dat de directe verbindingen tussen kleinere gemeenten van kwalitatief hoog niveau blijven. De ruimtelijke opgaven en hoge druk op het wegennet vragen om maximale inzet om duurzame mobiliteitsalternatieven voor de auto. Daarnaast dragen directe verbindingen tussen kleinere gemeenten bij aan de ontlasting van Utrecht Centraal Station. Een visie op openbaar vervoer onder andere voor de kleinere verbindingen zal daarom nodig zijn als onderdeel van een totale gezamenlijk gedragen ambitie op openbaar vervoer.

Deze visie kan tevens als input gebruikt worden voor de nieuwe OV-concessie die de provincie Utrecht aan het voorbereiden is. Ook de colleges van de gemeenten Nieuwegein, Bunnik, IJsselstein, Wijk bij Duurstede en Utrechtse Heuvelrug zijn van mening dat een totale visie op regionaal openbaar vervoer tussen steden en dorpen rondom Utrecht uit moet gaan maken van het IRP en vervolgfase. 1.3 In het IRP is Houten opgenomen als een kansrijke locatie voor woningbouw. Houten valt onder de categorie ‘regiopoorten’ (redeneerlijn 5). Op korte afstand van de stad Utrecht liggen namelijk in alle windrichtingen steden en dorpen die uitstekend met de stad, de regio en het landschap verbonden zijn en die bij hun ov-knooppunten ruimte hebben voor verstedelijking. Deze locaties spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van de regio, doordat lokale en regionale opgaven hier verbonden worden. De regiopoorten hebben allemaal ruimte voor verstedelijking in de vorm van transformatie en verdichting nabij stations. In veel gevallen is transformatie en menging met werken een belangrijke opgave voor de regiopoorten. De mate van verstedelijking in Houten is onderdeel van een breed politiek en maatschappelijk debat. Op dit moment is sprake van ‘agendavorming’ (“Onderzoeksagenda Bouwen aan Houten”) om mogelijk op een later moment keuzes te kunnen maken, in een nieuwe ruimtelijke visie of anderszins.

1.4 Er is in het IRP veel aandacht voor groen en landschap. Een specifiek voorbeeld direct relevant voor Houten is de prioriteit die in het IRP wordt gegeven voor het aanleggen van een groenblauwe verbinding langs de gehele Kromme Rijn (inclusief nieuwe takken als de Houtense Rijn). Zie pagina 111 van het IRP. Het aanleggen van een Houtense Rijn is positief voor waterberging, landschapsontwikkeling en recreatie. 1.5 Het IRP is volgens de eerder vastgestelde kaders en de vastgestelde Contour Ruimtelijk Economisch Programma (REP) uitgewerkt; Kaderstellend hebben de raden eind 2019 ingestemd met de Uitgangspuntennotitie en in het voorjaar 2020 met de Contour REP. Deze laatste bevat rondom alle ruimtelijke thema’s kansrijke zoekrichtingen en onderzoeksvragen voor de regionale ruimtelijke ontwikkeling en is een belangrijke basis geweest voor de uitwerkingen in het IRP. Verder is in het najaar 2020 het (geactualiseerd) Beoordelingskader vastgesteld door de raden, waarmee kwalitatieve beoordeling kon plaatsvinden op de uitwerkingen in het IRP. In onze regio zijn we nog niet eerder zo ver geweest. Als enige regio in Nederland hebben we een brede integrale aanpak. Dit valt ook andere regio’s in het land op en zij zijn geïnteresseerd in hoe wij dit oppakken. Over veel onderwerpen is overeenstemming, andere onderwerpen vragen erom de dialoog voort te zetten.

Daarom maken we met dit IRP keuzes, benoemen we een aantal gezamenlijke vraagstukken en geven we opdrachten aan onszelf voor de volgende fase. 1.6 De onafhankelijke toets op het IRP laat een positief beeld zien op alle indicatoren van het Beoordelingskader; Het IRP is ter beoordeling gelegd langs het vastgestelde en aangescherpte Beoordelingskader. In bijlage 3: ‘Toetsing IRP Aangepast beoordelingskader REP’ bij dit raadsvoorstel treft u dit onafhankelijk oordeel aan, zodat u deze kunt betrekken bij uw besluitvorming. De toets op het concept-IRP laat in zijn algemeenheid een positief beeld Versie datum: 25-10-2021 11:33:39

5 - 12 zien. Voor de meeste doelstellingen (zowel hoofd, als subdoelen) is veel aandacht in het IRP. Op sommige criteria scoort het IRP neutraal (nul) of is het nog onduidelijk (vraagteken). Het is echter niet haalbaar op alle onderdelen uit het kader positief te scoren. Dit komt omdat het om de totaalscore gaat, omdat bepaalde aspecten nader uitgewerkt moeten worden in de volgende fase, waarin concrete uitwerkingen op programma, gebieds- of projectniveau plaatsvinden. Daar komt nog beter in beeld waar opgaven mogelijk botsen en welke slimme oplossingen daarvoor in beeld zijn. Op die punten zal nadere uitwerking en concretisering plaatsvinden in de volgende fase. 1.7 Met dit IRP staan de regiogemeenten voor elkaars opgaven en zijn we een sterke en betrouwbare gesprekspartner voor de andere overheden en stakeholders; Gelet op het intensieve en zorgvuldige proces dat de zestien gemeenten met elkaar hebben doorlopen, heeft de regio met dit IRP een gedragen basis voor de regio. Wat in het IRP staat is de uitkomst van een gezamenlijk proces met de zestien gemeenten. Samen vinden we dit de beste manier om een plek te geven aan de regionale opgaven die voor ons liggen. We vinden dit niet alleen voor het eigen grondgebied van de gemeente, maar we vinden dit ook voor de regio als geheel. Alle gemeenten staan voor de opgaven van alle gemeenten.

Omdat gemeenten voor elkaars opgaven staan, kunnen zij eenduidig en sterker optreden naar andere bestuurslagen, zoals het Rijk en de Provincie. Daarbij is het belangrijk om consistent en eensgezind het IRP als basis te gebruiken voor het regionale verhaal. Dit IRP helpt om vanuit eigen ambities mee te sturen op de ambities en keuzes die provincie en Rijk moeten maken op de vijf genoemde thema’s. We zoeken eensgezindheid en daarmee een grotere invloed daarop. Dit gaat bijvoorbeeld om investeringen voor landschap, water en mobiliteit vanuit Rijk. Of over het bereiken van overeenstemming over uitbreidingslocaties voor wonen en bedrijvigheid met de provincie. Gemeenten houden elkaar vast en treden met één gezicht op naar deze overheden en andere stakeholders. 1.8 De uitvoeringsstrategie in het IRP maakt op hoofdlijnen inzichtelijk hoe we van een Integraal ruimtelijk perspectief komen tot Integraal Programmeren en Realisatie; Met het IRP weten we wat we willen, nu moeten we nog scherp krijgen hoe we dat kunnen realiseren. Deze strategie en aanpak op de uitvoering of realisatie is de kern van wat onze regio de komende jaren te doen staat. De uitvoeringsstrategie maakt op hoofdlijnen helder hoe het IRP op een samenhangende manier uit te voeren is.

Dit vergt enerzijds het werken in allianties aan de uitvoering en realisatie van integrale ruimtelijke opgaven voor de U16 regio en anderzijds een integraal regionaal programma om de regionale keuzes aan te scherpen, de randvoorwaarden op orde te brengen en de samenhang en integraliteit te bewaren in de uitvoering. Dat is nieuw voor de regio. De gemeenten zijn ‘in de lead’ om de uitwerking en daarna de uitvoering van de onderdelen van het IRP waar te maken. Dit doen zij voor projecten en programma’s binnen gemeenten en op complexere en/of gemeentegrens overstijgende ontwikkelingen in allianties. Met een regionale ondersteuning, coördinatie en monitoring. 1.9 Een regionale aanpak op de uitvoering helpt om benodigde middelen voor de uitvoering van het IRP naar de regio te halen. Het belangrijkste is het IRP tot realisatie brengen. Het is cruciaal om belemmeringen voor de uitvoering weg te nemen. Het IRP en de uitvoeringsstrategie daarin moet daarom ook worden gezien als onze gezamenlijke regionale basis voor de toekomst. Daarmee houden we als U16 de regie over de samenwerking onderling en met rijk, provincie en andere partners om de hoofdkeuzes scherper te maken en om de benodigde investeringen voor de uitvoering te krijgen.

Door een integraal regionaal programma en realisatiestrategie te ontwikkelen, kunnen de gemeenten in de U10 samen en eenduidig optrekken naar rijk, provincie en andere partners. Ook zijn we als regio een betrouwbare en herkenbare partner. Daarnaast zijn we voorbereid wanneer zich kansen voordoen als groeifonds, woonimpuls, toekomstige geldstromen voor financiering van groen en de mobiliteit. Hier gaan jaarlijks landelijk tientallen of honderden miljoenen en soms miljarden euro’s om. 2.1. Voor de opbouw van een integraal programma, uitvoeringskracht en passende organisatie zijn middelen nodig;

Versie datum: 25-10-2021 11:33:39

6 - 12 De uitvoering van het IRP vergt een commitment, ook financieel. Vanaf medio september 2021 zal fase 4 worden opgestart. Hiervoor wordt een plan van aanpak gemaakt. Deze is nog niet af. Werkzaamheden De periode tot eind 2022 wordt gezien als kwartiermakerfase waarin de gemeenten en het REP opgaveteam samen aan de slag gaan om een integraal programma, uitvoeringskracht en passende organisatie op te bouwen. De voorziene producten/activiteiten zijn o.a.: • Een aangescherpt IRP en periodieke actualisatie. • Groen Groeit Mee: koppelen ontwikkeling groen aan woningbouw, kostenraming en financieringsstrategie. • Het vertalen van de regionale opgaven in ‘pakketten’ of ‘regionale deelopgaven’. En een verkenning wat daarvan al is belegd in gemeenten en allianties en wat of wie er aanvullend nodig is om de dingen voor elkaar te krijgen. • Aanpak en programma voor vitale kernen (samen met provincie). • (Plan van aanpak) Programma knooppunten, in samenwerking met het Rijk en de provincie (vanuit programma U Ned en voor het Bestuurlijk Overleg van het najaar 2022) • Sturing op het IRP: regionale agenda maken, projectkaart en overzicht allianties, uitwerken ontwikkelpad samen met U Ned, uitwerken realisatie- en investeringsstrategie, lobbystrategie, monitoren en coördineren van integraliteit en (uitvoering)strategie.

Het uitgangpunt is eigenaarschap bij gemeenten en de U10 in een ondersteunende rol. Een mogelijke alliantie is bijvoorbeeld een samenwerking tussen de gemeenten in het Kromme Rijn gebied. Hier liggen bijvoorbeeld opgaven rond bereikbaarheid (o.a. de N229), het versterken van het Kromme Rijn landschap en woningbouwopgaven van kleine en grotere kernen. Een voorbeeld van een mogelijke verdere uitwerking is een U16-visie op openbaar vervoer tussen kernen rondom Utrecht (zoals wij u in dit voorstel voorstellen om regionaal in te brengen). Financiën en eigenaarschap Voor de periode tot eind 2022, de kwartiermakerfase, wordt een financiële bijdrage gevraagd aan de zestien gemeenten die samenwerken in het IRP. Dit biedt de gelegenheid om officieel starten aan het opbouwen en organiseren van fase 4. Vanaf medio september tot eind december 2021 is sprake van een overbruggingsperiode met een begroting van ca €100.000 plus inzet van mensen uit de U10. De begroting voor het jaar 2022 is in totaal voor de U16 1 miljoen euro. Deze kosten zijn incidenteel. Eventuele structurele kosten vanaf 2023 worden in het overdrachtsdocument naar een nieuwe bestuursperiode opgenomen. Na 2022 kan de fase van langjarig programmeren starten. Waarbij de gemeenten en allianties steeds meer zelf verantwoordelijk zijn voor het tempo en de inzet in mensen, middelen.

Zo wordt het IRP in de komende jaren uitgevoerd in een ‘zwerm’ van verschillende projecten op lokaal en regionaal niveau, programma’s etc. door een breed palet aan partijen in wisselende samenstelling. Met een regionale ondersteuning, coördinatie en monitoring. Bijvoorbeeld via de periodieke bestuurstafels. 2.2 Het doel van de Bestemmingsreserve Toekomstfonds sluit aan op de doelstellingen van het IRP. Het doel van de Bestemmingsreserve Toekomstfonds is de ondersteuning van initiatieven voor en uitvoering van duurzaamheid in brede zin, klimaatadaptie en warmtetransitie. Daarnaast het mogelijk maken van ontwikkelingen op het gebied van cultuur, historie, recreatie, biodiversiteit en natuur en educatie. Met het IRP werken de U16-gemeenten samen aan een gezonde en duurzame toekomst van de regio.

Kanttekeningen 1.1.

Ook de provincie Utrecht start met regionale programmering voor wonen en werken op basis van de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) en dat vereist afstemming tussen Provincie en de U10 in de volgende fase. De provincie gaat werken aan een regionaal programma voor wonen en werken op basis van de POVI; daar komt ook een zienswijze traject voor. Het gaat dan weliswaar Versie datum: 25-10-2021 11:33:39

7 - 12 geografisch om een bredere scope, en om een meer sectorale aanpak, maar het vereist afstemming en/of samenwerking tussen regionale en provinciale ruimtelijke keuzes. Dit heeft aandacht in de vervolgfase. 1.2.

Het behalen van de ambities van het IRP is mede afhankelijk van investeringen en medewerking van andere partijen. Voor de benodigde investeringen is de regio mede afhankelijk van andere partijen. Dit maakt het behalen van de ambities onzeker. Hoewel er nog onvoldoende zicht is op (rijks)financiering, constateren we een grote maatschappelijke urgentie om met het IRP stappen te blijven zetten. Denk hierbij aan thema’s zoals de woonopgave, waaraan in het IRP richting wordt gegeven. In de volgende fase van het IRP zal er daarom aandacht moeten zijn voor een integraal regionaal programma, investerings- en lobbystrategie. Om onderdelen, zoals de groen- en mobiliteitsopgave en de woningbouwopgave, die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, te kunnen realiseren. In de vervolgfase krijgt dit nadere uitwerking. 1.3. Sommige opgaven in het IRP hebben een verdere concretisering nodig. Op een aantal punten vraagt het IRP om concretisering, zoals het vervolg op de RES 1.0. En de nadere uitwerking van zoeklocaties naar regionale bedrijventerreinen, de omgang en investeringen in de mobiliteitsmaatregelen en de concrete programmering van vitaliteit waarbij ook integrale afwegingen een rol spelen. Het perspectief is adaptief, wat betekent dat het nog concreter wordt ingevuld en aangescherpt op basis van de (lokale) ontwikkelingen en uitwerkingen in de uitvoeringsfase.

In de vervolgfase, het programmeren, worden deze onderdelen geconcretiseerd, integraal afgewogen en vertaald in een adaptief ontwikkelpad. De eerste actualisatie is voorzien na periode van twee jaar, er wordt onderzocht wat een passende ritmiek is voor de periode daarna. 1.4.

Het IRP is een regionale visie, waarin nog een aantal onzekerheden zijn bij de uitwerking en realisatie. Gemeenten en regionale stakeholders zien financiële risico’s en of onrendabele toppen. Bijvoorbeeld op het vlak van binnenstedelijk bouwen, verdichten van bedrijventerreinen, verbeteren van de bereikbaarheid en investeringen in groen. Het IRP en de uitvoeringsstrategie zijn onze gezamenlijke regionale basis voor de toekomst. Daarmee houden we als U16 de regie over de samenwerking onderling en met rijk, provincie en andere partners om de hoofdkeuzes scherper te maken en om de benodigde investeringen voor de uitvoering te krijgen.

Participatie Bij de verdere uitwerking en programmering van het IRP wordt de samenleving betrokken in de planvorming, zowel met regionale stakeholders als met inwoners. De U10 organiseert de participatie met relevante regionale actoren. De eerste twee sessies zijn reeds georganiseerd met regionale stakeholders om te kijken naar draagvlak voor de ontwikkelrichting en mogelijkheden voor uitvoering in de toekomst (zie bijlage 4: Participatie Integraal Ruimtelijk Perspectief). Voor participatie met inwoners zijn gemeenten primair aan zet. Voor diverse gemeenten geldt dat de keuzes in het IRP parallel lopen met lokale participatie. In veel gevallen is het onderdeel van de processen rond de omgevingsvisies. Voor andere gemeenten geldt dat participatie nog moet plaatsvinden. Door de participatie met inwoners ook te verbinden aan de vervolgfase (Integrale Programmering) kunnen gemeenten hun eigen planning hiervoor bepalen. Het IRP kan dat ook voldoende concreet worden in het gesprek met inwoners. In Houten ligt het voor de hand om participatie over ruimtelijke keuzes te organiseren rond de Omgevingsvisie en het proces Samen Bouwen aan Houten.

Financiën en formatie Het Perspectief vergt het commitment en investering in de samenwerking bij de uitvoering. Aan het IRP is een uitvoeringsstrategie gekoppeld, die nader wordt uitgewerkt in een concreet plan van aanpak voor fase 4. Daarvoor wordt een financiële bijdrage gevraagd aan de zestien gemeenten voor de periode tot eind 2022. De verdeelsleutel staat hieronder. De bijdrage van Houten wordt gedekt uit de Bestemmingsreserve Toekomstfonds. De financiële effecten zijn opgenomen in begrotingswijzigingsnummer 113024. Verdeelsleutel op basis van inwonersaantal Versie datum: 25-10-2021 11:33:39

IRP Gemeente Bunnik De Bilt De Ronde Venen Houten IJsselstein Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Zeist Totaal

Inwonertal 1-1-2021 CBS 15.345 43.368 44.727 50.230 33.812 14.460 13.889 63.853 10.136 65.101 359.355 49.931 57.833 23.927 52.696 65.057 963.720

8 - 12 Opstart Fase 4A 2021 €1.535 €4.500 €4.641 €5.212 €3.508 €1.500 €1.441 €6626 €1.052 €6.755 €37.288 €5.181 €6.001 €2.483 €5.468 €6.751 €100.000

Fase 4A 2022 €15.346 €45.001 €46.411 €52.121 €35.085 €15.004 €14.412 €66.257 €10.518 €67.552 €372.883 €51.811 €60.010 €24.828 €54.680 €67.506 €1.000.000

Totaal Fase 4A 2021+2022 €16.881 €49.501 €51.052 €57.333 €38.593 €16.505 €15.853 €72.882 €11.569 €74.307 €410.172 €56.992 €66.011 €27.311 €60.148 €74.257 €1.100.000

Communicatie Om de kern van het IRP voor inwoners beter uit te kunnen leggen is een samenvatting gemaakt. Ook is er een video gemaakt waarin het belang van het IRP en de samenwerking wordt belicht. Hierin zijn diverse bewoners, wethouders en raadsleden aan het woord. Deze communicatieboodschappen zijn medio/eind oktober tegelijkertijd in de U16-gemeenten gepubliceerd.

Voortgang Met de besluitvorming van het IRP eindigt fase 3. Eventuele moties en amendementen op het definitief IRP worden in Fase 4 ‘Integrale Programmering’ opgepakt. Daarnaast zullen deze ook meegenomen worden in de nadere uitwerking op programma, project of gebiedsniveau. Nieuwe ontwikkelingen en afwegingen worden onderdeel van het perspectief/IRP middels een adaptief ontwikkelpad. Met het IRP ligt er een goed en samenhangend ruimtelijk perspectief op de toekomst van de regio Utrecht. Tegelijk is het goed te beseffen dat dit een perspectief voor de lange termijn is en geen concreet plan. We weten nu wat we willen, nu moeten we nog scherp krijgen hoe we dat kunnen realiseren. Helder is dat de opgaven en keuzes in de pijlers van het IRP op zichzelf al een schaalsprong vergen en dat er onzekerheden zijn bij de uitvoering. Het slim combineren is nodig om tot uitvoering te komen. Dit vergt een vooruitstrevende omgang met ruimtelijke planning, (ontbrekende) investeringen en samenwerking met publiek-private partners: integraal, adaptief en door de schaalniveaus heen. En het vergt een commitment, ook financieel, om de opgaven tot uitvoering te brengen. Deze strategie en aanpak op de uitvoering of realisatie is de kern van wat onze regio de komende jaren te doen staat.

Dit vergt enerzijds het werken in allianties aan de uitvoering en realisatie van integrale ruimtelijke opgaven voor de U16 regio. Anderzijds vraagt het een integraal regionaal programma om de regionale keuzes aan te scherpen, de randvoorwaarden op orde te brengen en de samenhang en integraliteit te bewaren in de uitvoering. Dat is nieuw voor de regio. De gemeenten zijn ‘in de lead’ om de uitwerking en daarna de uitvoering van de onderdelen van het IRP waar te maken. Dit doen zij voor projecten en programma’s binnen gemeenten en op complexere en/of gemeentegrens overstijgende ontwikkelingen in allianties.

Evaluatie Het perspectief is adaptief. De inhoud wordt in de toekomst geconcretiseerd, waar nodig aangepast aan de (lokale) omstandigheden en periodiek geactualiseerd. Het IRP is immers geen eindbeeld. Het geeft de gedragen ontwikkelrichting weer voor de komende 20 jaar. Gemeenten en allianties werken op gebieds-, programma- en projectniveau de opgaven uit. Op regionale schaal werken we samen om de regionale keuzen verder aan te scherpen Versie datum: 25-10-2021 11:33:39

9 - 12 en randvoorwaarden voor elkaar te krijgen. De insteek is dan ook om het IRP periodiek te actualiseren en dit te consolideren via besluitvorming in de gemeenteraden. Zodat ontwikkelingen kunnen worden vastgelegd in gemeenteraden. De eerste actualisatie is voorzien na periode van twee jaar. Er wordt onderzocht wat een passende ritmiek is voor de periode daarna.

Houten, 5 oktober 2021, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten de secretaris, de burgemeester,

A.J. Barink

G.P. Isabella

Versie datum: 25-10-2021 11:33:39

10 - 12 Bijlagen 1. Integraal Ruimtelijk Perspectief U16 2. Overzicht zienswijzen raden op concept IRP – verwerking en verantwoording 3. Toetsing IRP aan aangepast beoordelingskader REP v1.0 4. Participatie Integraal Ruimtelijk Perspectief Verantwoordelijke portefeuillehouders college 1e PoHo: Sander Bos 2e PoHo: Hilde de Groot

Versie datum: 25-10-2021 11:33:39

Raadsbesluit Voorstelnummer: 340464 Onderwerp Integraal Ruimtelijk Perspectief U16

De raad van de gemeente Houten heeft het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 5 oktober 2021 gelezen en besluit: 1. Het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) vast te stellen, inclusief uitvoeringsstrategie voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen van de regio Utrecht tot 2040, en in het IRP en het regionaal programmeren (vervolg) toe te voegen dat aanvullend op het ‘kleine wiel met spaken’ een U16-visie wordt ontwikkeld op het openbaar vervoer tussen steden en kernen rondom de stad Utrecht, waarmee recht wordt gedaan aan de belangen van inwoners die rechtstreeks willen reizen tussen steden en dorpen rondom de stad Utrecht. 2. De kosten van €57.333 verbonden aan het opbouwen van het integraal programmeren in 2021 en 2022 te dekken uit de Bestemmingsreserve Toekomstfonds, conform de financiële verdeelsleutel op basis van inwoneraantal.

Dit is besloten in de openbare vergadering van de raad op 23 november 2021. De raad van de gemeente Houten, de griffier, de voorzitter, $ $handtekening2$ d$ C.M.S. Visser

G.P. Isabella

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=ccedac42-8794-4b61-965a-8750383bf5b2