CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Innovatieagenda WIL - gemeenten

Gemeenteraad 23 november 2021, gemeente HoutenBij agendapunt: Evaluatie Innovatie agenda WIL Lekstroom 2019-20214.263 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Voorstelnummer: 340429 Zaaknummer: 750649

Houten, 28 september 2021

Onderwerp: Innovatieagenda WIL - gemeenten

Beslispunten: 1. Door te gaan met het integraal uitvoeren van taken op het gebied van werk en participatie in het lokale werkteam samen met Werk en Inkomen Lekstroom (WIL); 2. Hierbij het uitvoeringsmodel D, zoals beschreven in de evaluatie innovatie-agenda, toe te passen, waarbij de gemeente Houten direct sturing geeft aan de werkzaamheden van het lokale werkteam; 3. Het uitvoeringsmodel D verder met WIL uit te werken en in te voeren; 4. Hiervoor €87.732 beschikbaar te stellen en dit te verwerken in de eerste begrotingswijziging 2022 van de WIL; 5. Het college opdracht te geven om de raad op de hoogte te houden van de voortgang van de implementatie; 6. Kennis te nemen van de notitie “Houtense verdieping van de innovatie-agenda” en de inhoudelijke en financiële overwegingen mee te nemen in het overdrachtsdocument en verder.

Samenvatting Voor u ligt de lokale en regionale evaluatie van de innovatie-agenda WIL-gemeenten. Daarin wordt na twee jaar innoveren met lokale werkteams beschreven wat de stand van zaken is in de samenwerking WIL – gemeenten en van de lokale projecten “Houtense werktafel” en “Op Koers”. Conclusie is dat het lokale werkteam een manier van werken heeft ontwikkeld, die een grotere doelgroep bereikt (niet alleen de mensen die naar werk kunnen) en dat de samenwerking met lokale partners aanzienlijk is verbeterd. Voor complexe casussen is Op Koers een werkwijze waarin verschillende partners participeren en die mensen die willen, maar van het kastje naar de muur worden gestuurd, de ondersteuning biedt die zij nodig hebben. De lokale Houtense dienstverlening geeft invulling aan de ambities die aan het begin van dit traject zijn gesteld. In bijlage 2 is een beschrijving gegeven van deze projecten met kwalitatieve informatie en succesvoorbeelden (de lokale evaluatie). Ambities die zijn vastgelegd in de visie Lekstroom Werkt 2020 en de innovatie-agenda (startdocument bijlage 6). En die vertaald zijn naar de praktijk in het traject van de innovatie-agenda. De uitvoering van de Innovatieagenda, de start van de lokale werkteams, was in de zomer van 2019. Oorspronkelijk was de looptijd van de innovatie-agenda beoogd tot eind 2020. Wegens corona is dit verlengd tot eind 2021.

Recentelijk is de evaluatie van de Innovatieagenda afgerond. Dit rapport is als bijlage 1 bijgevoegd. Het evaluatierapport omvat ook adviezen en een toekomstscenario’s voor de uitvoering van de Participatiewet en het lokale werken. Het toekomstscenario dat wordt aanbevolen is een model waarbij enerzijds een aantal taken op het gebied van werk op regionaal niveau blijft liggen om aansluiting te houden met de arbeidsmarkt. Anderzijds geeft de gemeente direct sturing aan de werkzaamheden van het lokale werkteam. Dit laatste element zorgt er voor dat de Houtense gerichtheid en de samenwerking met wonen, welzijn, zorg en lokale ondernemers het best kan worden gewaarborgd. Dit scenario D komt het meest overeen met de wijze waarop in de afgelopen periode is gewerkt. Nadat de raad het voorgestelde richtinggevend besluit (doorgaan met lokaal werken in een hybride model met lokale en regionale elementen) heeft genomen zal nadere uitwerking en implementatie plaats vinden. Dit is nodig omdat het voorgestelde scenario op hoofdlijnen is. Op een aantal punten is mogelijk ook nog nadere besluitvorming nodig. Zoals bijvoorbeeld (technische) aanpassingen van de gemeenschappelijke regeling WIL. Uw raad wordt hierover nader geïnformeerd.

Een meer ambitieuze aanpak vraagt om meer financiële middelen. Voor de uitbreiding van de opdracht van De Houtense werktafel / Op Koers t.o.v. de werkteams bij WIL zijn geen structurele middelen vrijgemaakt. In de afgelopen twee jaar zijn de financiële middelen die beschikbaar zijn voor participatie met circa €100.000 afgenomen door afspraken over een andere verdeling op regionaal niveau. In 2022 zijn er nog incidentele middelen beschikbaar voor een goede lokale uitvoering. Echter vanaf 2023 is er maar een zeer beperkte omvang van Fte (4,2) en geld (€104.000) beschikbaar om invulling te geven aan de lokale dienstverlening werk. Om invulling te geven aan de ambities zijn meer financiële middelen nodig. Dit is een afweging die het nieuwe college in het collegeprogramma moet maken in het licht van de totale financiën. In de samenwerking WIL-gemeenten die door de invoering van de lokale werkteams echt anders is geworden is duidelijk geworden dat een aantal zaken nog niet goed lopen. 2022 wordt een implementatie-jaar om deze zaken goed te regelen. Daar zijn financiële middelen (€87.732) voor nodig bij WIL om dit vorm te geven.

Aanleiding In 2019 zijn de gemeenten betrokken bij WIL (Nieuwegein, Houten, IJsselstein, Lopik) gestart met de innovatieagenda WIL-gemeenten. Een gezamenlijk heroriëntatietraject om te komen tot een nieuwe manier van samenwerken, een nieuwe opdracht aan WIL (WIL 3.0) en aan de gemeenten. De originele innovatie-agenda (het startdocument) is bijgevoegd als bijlage 6. Het belangrijkste onderdeel van de innovatieagenda is de transformatie naar een meer lokale uitvoering van de dienstverlening aan inwoners naar werk en participatie. Voor Houten is dat de Houtense werktafel en Op Koers. De basis hiervoor is gelegen in de eerder vastgestelde uitgangspuntennotitie Lekstroom Werkt 2020. In het voorjaar van 2021 heeft een evaluatie plaatsgevonden van de innovatieagenda (in de tekst verder benoemd als ‘eindrapport’). Op basis hiervan is een advies opgesteld over de toekomstige ondersteuning van inwoners naar werk en participatie en WIL 3.0. Voor het volledige eindrapport verwijzen we u graag naar bijlage 1.

Beoogd effect Door het continueren van het lokaal werken en de focus op betaald en onbetaald werk te leggen in combinatie met regionale dienstverlening willen we dat: 1. er beter wordt aangesloten bij de leefwereld van mensen doordat zij in hun eigen woonplaats worden gesproken; 2. mensen die niet kunnen toegroeien naar betaald werk een aanspreekpunt hebben die hen ondersteunt bij participeren en verbindingen legt naar wonen, welzijn en zorg; 3. lokale ondernemers beter worden bediend, maar ook kansen bij werkgevers in de regio ten goede laten komen aan Houtense inwoners. Hiermee willen we bereiken dat: 1. inwoners zoveel mogelijk naar vermogen deel kunnen nemen aan de samenleving door middel van betaald of onbetaald werk; 2. Problematiek eerder zichtbaar wordt en die door partners in het sociaal domein gezamenlijk wordt opgepakt.

Argumenten per beslispunt 1.1

We willen inwoners optimaal ondersteunen met een brede doelstelling richting (betaald) werk én participatie. Kenmerkend voor het lokaal werkteam is en blijft een doelstelling van betaald werk én participatie voor inwoners voor wie betaald werk (nog) niet haalbaar is. Uit het eindrapport blijkt dat nu meer inwoners in beeld zijn en positieve stappen zetten in hun ontwikkeling door participatie en arbeidsontwikkeling. Daarnaast zijn klantdiagnoses actueel gemaakt en zijn er heldere afspraken gemaakt over uit te voeren activiteiten van inwoners. Veel inwoners zijn naar hun werkcoach positief over de ondersteuning in het werkteam. Professionals zelf ervaren dat zo beter hulp en ondersteuning kan worden geboden. Kortom: de gestelde beleidsdoelen zijn herkenbaar en zichtbaar in de uitvoering.

1.2

Uit de evaluatie van het Houtense werkteam / Op Koers blijkt dat voor alle mensen in de bijstand duidelijk is welke ondersteuning zij nodig hebben en dat de samenwerking met partners aanzienlijk is verbeterd. Een verklaring hiervoor is dat de doelstelling van het werkteam is verbreed naar betaald én onbetaald werk, dat de positionering in Houten die contacten makkelijker maakt en dat Op Koers een methode is om mensgericht en constructief samen te werken voor mensen in complexe situaties. Voor meer informatie verwijzen wij u graag naar bijlage 2 (Houtense verdieping van de innovatie-agenda). 1.3 We willen meer samenhang in de dienstverlening aan inwoners in het gehele sociaal domein Veel inwoners met een Participatiewet-uitkering en een afstand tot de arbeidsmarkt hebben problemen op meerdere levensdomeinen. Daar zijn verschillende professionals vanuit verschillende organisaties en verschillende wettelijke kaders bij betrokken. Uit het eindrapport blijkt dat er in het lokale werkteam beter naar integrale oplossingen kan worden gezocht met de inwoner, in samenhang met bijvoorbeeld WMO-ondersteuning, passend bij zijn of haar persoonlijke situatie. Zowel professionals als inwoners waarderen dit positief. 1.4 We willen de sturing op de lokale uitvoering van de Participatiewet versterken.

Doorgaan met het lokale werkteam en de lokale aansturing hiervan door de gemeente zorgt ervoor dat het lokale werkteam beter in staat is mee te bewegen met lokale mogelijkheden en prioriteiten en aan te sluiten op de vraag van inwoners. De uitgangspunten voor ondersteuning bij werk en participatie komen daardoor structureel in lijn met de algemene uitgangspunten in het sociaal domein: meedoen naar vermogen, uitgaan van wat iemand kan (leren) en ondersteuning in maatwerk. Het stelt de gemeente in staat om een samenhangende sociale infrastructuur te ontwerpen op het gebied van werk, welzijn en zorg. 2.1 Uitvoeringsmodel D geeft hierbij de beste sturingsmogelijkheid. In de evaluatie-agenda worden vijf modellen uitgewerkt. In de eerste drie modellen (A t/m C) ligt de sturing voor lokale werkteam bij WIL en niet bij de gemeente. In deze drie modellen kan onvoldoende gestuurd worden op lokale prioriteiten en verbinding in het sociale domein. In het laatste model (E) worden de medewerkers ondergebracht bij de gemeente wat nadelen heeft als het gaat om gezamenlijk ICT-gebruik en de verbinding met de werkgeversbenadering. In model D zijn het werkteam en de teamleider zijn organisatorisch ondergebracht bij De Houtense Werktafel. Van hieruit vindt integrale sturing plaats vanuit de verschillende leefgebieden (werk, participatie, WMO, Jeugd, complexe casussen).

De werkcoaches zijn in dienst bij WIL en brengen vanuit WIL de expertise in het werkteam rondom werk en arbeidsbemiddeling. Tevens zijn zij de verbinding met de andere taken van WIL: (toegang tot) Participatiewet-uitkering, werkgeversdienstverlening, schuldhulpverlening, bijzondere regelingen). 2.2 We willen zowel de kracht van regionaal werken als van lokaal werken benutten. In uitvoeringsmodel D is sprake van regionale elementen en lokale elementen, waarop sturing is vanuit de gemeente. Een regionale algemene uitvoering van de Participatiewet is doelgericht en efficiënt. De regionale arbeidsmarkt blijft goed beschikbaar voor onze inwoners, die immers vaak over de gemeentegrenzen heen werk vinden. De bovenregionale samenwerking op de Utrechtse Werktafel geeft kansen, onder andere voor scholingstrajecten van werkgeversorganisaties, waar ook inwoners van Houten via het werkteam gebruik van kunnen maken. De lokale ondersteuning in het werkteam naar werk en participatie voor inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt is doelgericht en geeft de mogelijkheid voor benaderen van lokale ondernemers, maatwerk en integrale oplossingen in samenhang met andere domeinen. Zowel het regionale als lokale werken biedt voordelen die aanvullend op elkaar zijn. De toekomstige uitvoering ziet er in schema als volgt uit:

2.3 Alle 4 de Lekstroomgemeenten kiezen voor hetzelfde uitvoeringsmodel D. Dit is essentieel voor de praktische uitvoerbaarheid vanuit WIL. Wanneer het werkteam van de ene gemeente onder verantwoordelijkheid van WIL valt (At/mC), de andere volledig onder de gemeente (E) en de andere hybride (D) ontstaat een mix van juridische, bedrijfsmatige en organisatorische zaken voor WIL. Daarnaast is het niet mogelijk vanuit de Lekstroom-gemeenten een eenduidige gemeenschappelijke nieuwe opdracht aan WIL te geven. 3.1

Verdere uitwerking van uitvoeringsmodel D is een randvoorwaarde om de ondersteuning aan inwoners door het werkteam te laten slagen. In het eindrapport komt naar voren dat een aantal zaken verder moet worden uitgewerkt door WIL en gemeenten om de potentie van het lokaal werken volledig te benutten. Hiervoor is een implementatieplan nodig. Dit wordt eind 2021 gemaakt en in 2022 uitgevoerd. Het gaat hier met name om juridische aspecten zoals aanpassing van verordeningen/GR, formuleren van de nieuwe opdracht aan WIL naar WIL 3.0 en werkteam, gegevensuitwisseling AVG, en bedrijfsvoering zoals ICTvoorziening, financiële registratie en rapportages. 3.2

De adviezen uit het eindrapport geven goed weer wat er nodig is voor een duurzame dienstverlening voor onze inwoners op het terrein van werk en participatie. Het betreft de volgende adviezen op hoofdlijnen die nader moeten worden uitgewerkt in een implementatie-plan: 1. Zet het lokaal werken met de lokale werkteams door ; 2. Kies voor het vanuit de gemeenten sturing blijven geven aan lokale werkteams; 3. Werk vanuit het domein werk verder aan de samenwerking met partners in het sociaal domein en integrale resultaatgerichte inwonersondersteuning; 4. Investeer in innovatie en methodiekontwikkeling; 5. Blijf investeren in samenwerking tussen gemeenten en WIL; 6. Eenduidige sturing lokale werkteams; 7. Lokale en regionale taken: aansturing vanuit de GR WIL; 8. De gezamenlijke ‘ruggengraat’: aansturing vanuit de GR WIL; 9. Werken aan werk en participatie als expertise; 10. Inwoners met dienstverlening actueel in beeld houden: basisnormen van dienstverlening; 11. Formatie lokale teams – basisformatie lokale werkteams en opplussen op basis lokale afspraken; 12. Budget lokale teams; 13. Informatievoorziening: doorzetten ondersteuning resultaatgericht werken; 14. Attentie houden voor bedrijfsrisico’s. 4.1

Voor de implementatie is incidenteel een bedrag van €87.732 nodig.

De structurele uitvoering van de Participatiewet met lokale werkteams met de huidige beleidsambities leidt tot incidentele implementatiekosten voor uitvoering van het implementatieplan. Dit heeft te maken met de zaken die moeten worden geregeld om de hybride uitvoering van de Participatiewet door WIL én gemeente goed te kunnen uitvoeren. 5.1

De raad heeft het college gevraagd om op de hoogte te worden gehouden van de voortgang van de innovatieagenda. Het college informeert de raad eveneens over de voortgang van het implementatieplan. Onderdelen van het implementatieplan waarvoor de verordenende bevoegdheid van de raad aan de orde is, worden aan de raad voorgelegd ter besluitvorming. 6.1

In het Overdrachtsdocument moeten inhoudelijke en financiële afwegingen over eventuele investeringen in de Houtense werktafel voor 2023 en verder opgenomen worden.. In “de Houtense verdieping” is in de financiële paragraaf beschreven dat de dekking vanaf 2023 niet voldoende is om een uitvoering te dekken die invulling geeft aan de ambities. Dit heeft o.a. te maken met het beleidsuitgangspunt dat alle inwoners, ook die met een bijstandsuitkering, goede ondersteuning ontvangen. En dat we niet terug willen naar een situatie met wachtbestanden waarin vooral de focus lag op arbeidsfitte inwoners. Er is een nul-scenario opgenomen, waarbij er van wordt uitgegaan dat er geen extra investeringen worden gedaan boven op de Rijksmiddelen. Dit scenario luidt: Zonder extra geld in 2023 is er 4,2 fte vanuit WIL en €104.000. De €104.000 gaat op aan verplichte kosten: leidinggevende en jobcoaching / medische keuringen / reiskosten. In dit scenario is het onmogelijk de onderkant van het bijstandsbestand aandacht te geven. Het is ook niet meer mogelijk projecten uit te voeren voor de categorie die meer dan een half jaar bijstand heeft , waar nu successen worden behaald d.m.v. projecten gericht op empowerment / skills / sociale en arbeidsmatige integratie. Zonder deze projecten zullen minder mensen uitstromen en zal het positieve verdienmodel zoals hieronder geschetst niet worden behaald.

Voor inzet voor speciale doelgroepen als marginale zelfstandigen en statushouders (bemiddeling) is dan helemaal geen ruimte, terwijl dit ook projecten zijn die zichzelf terug kunnen verdienen. Er is in de bijlage ook een maximaal scenario uitgewerkt met extra medewerkers om te focussen op de onderkant, verschillende projecten voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en ontwikkelpotentieel en speciale doelgroepen. Kosten hiervan ten laste van de begroting van de gemeente Houten zijn maximaal €489.285. Doordat de kosten zijn gespecificeerd zijn ook allerlei tussenscenario’s mogelijk (wel projecten, geen extra medewerkers, enz.). Deze afweging moet in het overdrachtsdocument worden gemaakt in het licht van de beschikbare financiën. 6.2 De nieuwe uitvoering levert ook op. Verbetering van de ondersteuning van mensen levert – zo is breder bekend uit maatschappelijke kosten/baten analyses – maatschappelijk gezien veel voordelen op. Een overzicht van de baten en een (positieve) business-case zijn opgenomen op pagina 25 en 26 van bijlage 2: de Houtense verdieping. De positieve businesscase gaat uit van de cijfers tijdens de periode van de innovatieagenda. In die periode zijn gemiddeld 57 mensen per jaar die uitgestroomd die langer dan een half jaar in de uitkering hebben gezeten.

De aanname is dat deze mensen zonder ondersteuning van de Houtense werktafel nog minstens een jaar in de uitkering hadden gezeten. 57 maal de gemiddelde uitkeringslast van €14.737 is een bedrag van €840.009. Dat is net iets lager als het bedrag voor de 4,2 fte vanuit WIL + alle wensen op het gebied van medewerkers en projecten (€866.675). Minder mensen in de uitkering heeft wel een direct positief financieel effect.Maar (helaas) komen deze voordelen niet vanzelf in gemeentelijke budgetten binnen. Voor de lange termijn is het effect afhankelijk van de ontwikkeling van de te ontvangen rijksmiddelen (het zogenaamde BUIG-budget). De verwachting is dat als Houten het net zoals het afgelopen jaar relatief goed blijft doen ten opzichte van andere gemeenten dat er minder te betalen is aan uitkeringslasten dan er aan Rijksmiddelen binnen komt. Naast directe uitstroom van langdurig werklozen heeft de aanpak nog meer voordelen. Hogere maatschappelijke participatie en vermindering van sociaal isolement leidt tot een betere kwaliteit van leven en tot lagere zorg- en gezondheidskosten. Daarom kan wel van een positieve business-case worden gesproken.

Soms zijn deze voordelen ook diffuus. Zo leidt overlap en niet op elkaar afgestemd werken binnen het sociaal domein en niet adequaat ondersteunen van mensen tot hogere kosten. Maar het verminderen hiervan is niet altijd 1:1 aanwijsbaar in budgetten die ook om andere redenen al zwaar onder druk staan. Ondanks dat de aanpak oplevert moet er dus toch budget worden gezocht. Richting overdrachtsdocument / collegeprogramma wordt, met behulp van het nieuwe dashboard, een nadere specificatie van resultaten, kosten en baten gegeven.

Kanttekeningen 1.1

Na 2023 zijn er zeer beperkt structurele middelen beschikbaar in de huidige meerjarenbegroting voor uitvoering van de Houtense Werktafel / Op Koers. Doorgaan met het lokale werkteam houdt in dat dit vanaf 2023 geen project meer is, maar dat er structureel middelen beschikbaar moeten zijn voor deze lokale dienstverlening. Voor 2023 is er nu een groot gat tussen het bedrag dat de huidige dienstverlening kost en het beschikbare budget dat in de meerjarenbegroting alleen bestaat uit het lokaal handgeld (€104.000). Lokaal handgeld is de benaming voor het bedrag uit het Rijks participatie-budget dat niet aan medewerkers wordt uitgegeven, maar kan worden geïnvesteerd in projecten en individuele ondersteuning. In het overdrachtsdocument / collegeprogramma moeten in een brede afweging ambities en financiële middelen in evenwicht worden gebracht. 1.2

Uit het eindrapport komt naar voren dat de potentie van het lokaal werken nog niet volledig is gerealiseerd. Er zijn belangrijke stappen gemaakt, maar het is zeker nog niet klaar. De lastige omstandigheden rond corona spelen hierin een grote rol. Dit speelt met name rondom juridische en bedrijfsmatige zaken en het verder uitbouwen van het integrale werken. Daarnaast is (en wordt) de arbeidsmarkt ingrijpend veranderd. Positief is dat het percentage mensen dat in de periode 2021 tot heden een beroep deed op de bijstand zich in de Lekstroomgemeenten relatief gunstig ontwikkelde. Dit in verhouding tot de eigen arbeidsmarkregio Utrecht-Midden en de landelijke ontwikkeling. De innovatieagenda met het opbouwen van een nieuwe samenwerking heeft hierop dus in ieder geval geen negatieve invloed gehad. 2.1

Het uitvoeringsmodel D, een hybride vorm van regionaal en lokaal is inhoudelijk wenselijk, maar brengt voor de bedrijfsvoering van WIL en de gemeente blijvend specifieke aandachtspunten mee. Het risico van complexiteit en inefficiënt zijn constant aanwezig. De uitvoering is minder uniform dan bij uitvoering door één (regionale) organisatie. Er is meer overleg nodig, verantwoordelijkheden liggen meer gespreid over meerdere organisaties en personen. Als resultaten teruglopen zijn de verantwoordelijkheden diffuser omdat de sturing en de daarbij horende verantwoordelijkheden meer zijn verdeeld. Ook het punt van HR verantwoordelijkheden en kwetsbaarheid van de kleinere teams is voor de uitwerking een belangrijk aandachtspunt. Daarom is in het advies een aantal oplossingen hiervoor opgenomen. De overige modellen (A t/m C) hebben inhoudelijk zwaarwegende nadelen, omdat integrale sturing sociaal domein hierdoor wordt bemoeilijkt. En model E brengt uitvoeringstechnisch grotere nadelen mee dan model D. 2.2 De gemeenten kunnen onderling verschillen in het uitvoeringsmodel dat zij kiezen. Echter, dat maakt de samenwerking tussen WIL en gemeenten erg complex. De keuze voor hetzelfde model is belangrijk voor een duurzame, toekomstgerichte uitvoering van taken rondom werk en participatie door WIL en gemeenten gezamenlijk.

Om te voorkomen dat dit gebeurt, hebben de wethouders werk en inkomen van de betrokken gemeenten in de stuurgroep innovatie-agenda allen aangegeven model D het meest wenselijk te vinden. 3.1 Met de huidige opdracht aan WIL kunnen we uitvoeringsmodel D niet realiseren. De opdracht aan WIL heeft herijking nodig. De innovatieagenda is de opmaat naar uitvoeringsmodel D en WIL 3.0. De adviezen uit het eindrapport bieden een goede basis om dit verder uit te werken middels het implementatieplan. 4.1

De keuze kan worden gemaakt om geen incidenteel budget beschikbaar te stellen.

Echter, dan worden onder andere verordeningen en de opdracht aan WIL niet aangepast en worden bedrijfsvoeringskwesties niet opgelost. Het werken in het werkteam in de gemeente wordt dan feitelijk onmogelijk gemaakt.

Participatie De lokale adviesraad sociaal domein is gevraagd om advies te geven over de evaluatie en het advies. Dit advies en de reactie daarop zijn toegevoegd als bijlage 3 en 4. Ook is de ASD gevraagd te reageren op de Houtense verdieping. Dit advies wordt nagestuurd. De cliëntenraad van WIL is door het DB van WIL gevraagd om advies te geven aan het bestuur van WIL. Tevens is de CR van WIL gevraagd dit advies te delen met de lokale adviesraden zodat de lokale adviesraden dit kunnen betrekken bij hun advies. Het DB van WIL is gevraagd om een reactie/advies te geven. Deze is bijgevoegd als bijlage 5. Op 29 september 2021 is een regionale raadsinformatiebijeenkomst geweest voor de raden van alle betrokken gemeenten.

Financiën en formatie Er zijn twee financiële consequenties: - Incidentele implementatiekosten 2022; - Structurele kosten Houtense werktafel / Op Koers voor 2023 en verder. Incidentele implementatiekosten 2022 De structurele uitvoering van de Participatiewet met lokale werkteams met de huidige beleidsambities leidt tot incidentele implementatiekosten voor uitvoering van het implementatieplan. Dit heeft te maken met de zaken die moeten worden geregeld om de hybride uitvoering van de Participatiewet door WIL én gemeente goed te kunnen uitvoeren.

In de begroting 2022 is al rekening gehouden met een reservering van € 88.000 als dekking voor deze incidentele implementatiekosten. Op hoofdlijnen worden de kosten uitgegeven aan: Projectbegroting WIL Implementatie Innovatieagenda 2022-2023 Inschatting mei 2021 Begroting 2022 Projectleiding implementatie WIL 50.000 Inzet staf en ondersteuning WIL 65.000 Informatievoorziening t.b.v. lokaal werken 50.000 Kwaliteitslag 100.000 Deskundigheidsbevordering, training en opleiding 30.000 Projectbudget (overige en diverse kosten) 35.000 Totaal 330.000

2023

30.000 30.000

Totaal 50.000 65.000 50.000 100.000 60.000 35.000 360.000

Nadere duiding wordt gegeven in de begrotingswijziging WIL, omdat dan de financiën gekoppeld kunnen worden aan het implementatieplan. Dit is een beargumenteerde inschatting vooraf. Structurele kosten Houtense werktafel (HWT) / Op Koers voor 2023 en verder Voor 2022 zijn er naar aanleiding van de innovatie-agenda geen extra middelen nodig voor HWT en Op Koers. Voor 2022 zijn middelen vrij gemaakt in de begroting 2022 door incidentele budgetten aan te spreken en de reserve lokaal handgeld in te zetten. De combinatie van deze budgetten is toereikend om de gewenste dienstverlening te bieden via de Houtense werktafel en Op Koers. Voor 2023 zijn er nu beperkt financiële middelen (zie kanttekening).

Communicatie Na besluitvorming is geen extra communicatie nodig naar inwoners. Het besluit is een effectuering van de huidige situatie.

Voortgang Na een positief raadsbesluit wordt in het najaar van 2021 een implementatieplan gemaakt. Dit bevat juridische, inhoudelijke, organisatorische, bedrijfsmatige en financiële aspecten. Vanaf eind 2021 tot en met 2022 worden alle onderdelen uitgevoerd. Initiatiefnemer is WIL. Per subthema worden projectgroepen gevormd. Uw raad wordt op de hoogte gehouden van de voortgang van de implementatie.

Evaluatie De samenwerking WIL-gemeenten zal jaarlijks bij de producten in de P&C-cyclus (begroting / jaarverslag) en aan de hand van de kwartaalverslagen kritisch worden beschouwd. In 2022 zullen ook vanuit de Houtense werktafel en Op Koers halfjaarverslagen worden gemaakt, die aanknopingspunten bieden om de elementen uit de innovatie-agenda te evalueren.

Houten, 28 september 2021 het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten de loco-secretaris, de burgemeester,

R. Oonk

G.P. Isabella

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Eindrapport evaluatie innovatieagenda WIL-gemeenten Houtense verdieping van de evaluatie innovatieagenda WIL-gemeenten Advies adviesraad sociaal domein (ASD) op het regionale eindrapport Reactie college op advies ASD op het regionale eindrapport Reactie DB WIL (wordt nagezonden) Innovatie-agenda 2019-2020 (origineel document waarop evaluatie is gebaseerd)

Verantwoordelijke portefeuillehouders college 1e PoHo: Sander Bos 2e PoHo: n.v.t.

Raadsbesluit Voorstelnummer: 340429 Onderwerp Error! Reference source not found. De raad van de gemeente Houten heeft het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 28 september 2021 gelezen en besluit:

1. Door te gaan met het integraal uitvoeren van taken op het gebied van werk en participatie in het lokale werkteam samen met Werk en Inkomen Lekstroom (WIL); 2. Hierbij het uitvoeringsmodel D, zoals beschreven in de evaluatie innovatie-agenda, toe te passen, waarbij de gemeente Houten direct sturing geeft aan de werkzaamheden van het lokale werkteam; 3. Het uitvoeringsmodel D verder met WIL uit te werken en in te voeren; 4. Hiervoor €87.732 beschikbaar te stellen en dit te verwerken in de eerste begrotingswijziging 2022 van de WIL; 5. Het college opdracht te geven om de raad op de hoogte te houden van de voortgang van de implementatie; 6. Kennis te nemen van de notitie “Houtense verdieping van de innovatie-agenda” en de inhoudelijke en financiële overwegingen mee te nemen in het overdrachtsdocument en verder. Dit is besloten in de openbare vergadering van de raad op 23 november 2021. De raad van de gemeente Houten, de griffier, de voorzitter, $ $handtekening2$ d$ C.M.S. Visser

G.P. Isabella

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=aab2ed48-a1b6-4d35-b8e3-a69e0addcacd