Raadsvoorstel Beslissing op bezwaar aangaande het raadsbesluit over het inleidend verzoek tot referendum over de Houten Hub
Tekst van het document
Raadsvoorstel Voorstelnummer: 735939 Zaaknummer: 856017
Houten, 4 februari 2025
Onderwerp: Beslissing op bezwaar aangaande het bezwaarschrift tegen het raadsbesluit over het inleidend verzoek tot referendum over het raadsbesluit Houten Hub: Tijdelijke huisvesting van Houtense woningzoekenden, maatschappelijke organisaties, statushouders en kansrijke asielzoeker.
Beslispunten: 1. Kennis te nemen van het advies van de bezwaarschriftencommissie (bijlage 1) inzake het bezwaarschrift van 18 juli 2024 tegen het raadsbesluit van 13 juni 2024 aangaande het verzoek tot referendum over het raadsbesluit Houten Hub; Tijdelijke huisvesting van Houtense woningzoekenden, maatschappelijke organisaties, statushouders en kansrijke asielzoeker; 2. Het bezwaarschrift, gericht tegen het besluit van 13 juni 2024 waarin het inleidend verzoek tot een referendum over de Houten Hub is afgewezen gedeeltelijk gegrond te verklaren en het besluit van 13 juni 2024 na heroverweging in stand te laten, onder aanpassing en aanvulling van de motivering van dat besluit, waarbij de uitzonderingsgronden genoemd in artikel 2 lid 2 onder j, onder h en onder l van de referendumverordening, ieder voor zich als zelfstandige uitzonderingsgrond hebben te gelden; 3. De beslissing op bezwaar te versturen naar de indieners van het bezwaarschrift middels een begeleidend schrijven (bijlage 3).
Samenvatting Zeventien bezwaarmakers (verdeeld over 9 adressen) hebben gezamenlijk tijdig, te weten op 18 juli 2024, bezwaar gemaakt tegen het besluit van de raad van 13 juni 2024, waarin besloten is: 1. Kennis te nemen van het advies van de referendumcommissie. 2. Het inleidend verzoek tot het houden van een referendum over het voorgenomenraadsbesluit Houten-Hub: Tijdelijke huisvesting van Houtense woningenzoekenden, maatschappelijke organisaties, statushouders en kansrijke asielzoekers gelezen het advies, af te wijzen. Het bezwaarschrift is voor advies voorgelegd aan de onafhankelijke bezwaarschriftencommissie van de gemeente Houten. De hoorzitting van dit bezwaarschrift heeft op 14 oktober 2024 plaatsgevonden. De bezwaarschriftencommissie heeft op 5 november 2024 haar advies uitgebracht. Het advies luidt als volgt: ‘’De commissie adviseert de gemeenteraad: • het bezwaar van 18 juli 2024 van de bewonerscommissie Houten Oost gegrond te verklaren en • het bestreden raadsbesluit van 13 juni 2024 te heroverwegen met inachtneming van de overwegingen van de commissie over het ontbreken van een motivering en de uitzonderingsgrond sub j van artikel 2, lid 2 referendumverordening.’’ Het volledige advies is als bijlage 1 bijgevoegd. De raad dient nu een beslissing op het bezwaar te nemen.
Aanleiding De aanleiding van dit voorstel is het ingediende bezwaarschrift tegen het raadsbesluit van 13 juni 2024 betreffende de afwijzing van het inleidend verzoek tot het houden van een referendum over het raadsbesluit Houten Hub (nummer 726941). Conform de bezwaarschriftenprocedure heeft er een hoorzitting plaatsgevonden en heeft de bezwaarschriftencommissie een advies uitgebracht aan de raad. De volgende stap in het proces is het nemen van een beslissing op bezwaar, door de raad. Het bestuursorgaan dat de primaire beslissing heeft genomen, dient namelijk ook de beslissing op bezwaar te nemen.
Beoogd effect Het beoogde effect van dit voorstel is de raad een beslissing op bezwaar te laten nemen.
Argumenten per beslispunt 1.1 Kennis te nemen van het advies van bezwaarschriftencommissie: De bezwaarschriftencommissie adviseert de bezwaren gegrond te verklaren en het raadsbesluit van 13 juni 2024 te heroverwegen met inachtneming van de overwegingen van de commissie over het ontbreken van een motivering en de uitzonderingsgrond sub j van artikel 2, lid 2 Referendumverordening. Het advies is gericht aan de gemeenteraad, de raad dient hiervan kennis van te nemen (bijlage 1). 2.1
Het besluit van 13 juni 2024 was niet voldoende gemotiveerd; dit wordt nu hersteld; het bezwaar is daarom gedeeltelijk gegrond. Aan het primaire besluit d.d. 13 juni 2024 kleeft volgens de bezwaarschriftencommissie een motiveringsgebrek: De Algemene wet bestuursrecht (artikelen 3:46 en 3:47) stelt dat besluiten deugdelijk, schriftelijk gemotiveerd dienen te worden. Niet kan worden volstaan met een verwijzing naar een link die toegang biedt tot de videotulen van de raadsvergadering van 13 juni 2024. Derhalve is sprake van een motiveringsgebrek in het primaire besluit. Dit gebrek wordt hersteld in de beslissing op bezwaar. Hoewel dit onvoldoende uit het raadsbesluit van 13 juni 2024 blijkt, waren er tijdens het raadsdebat meer argumenten voor afwijzing van het inleidend verzoek tot het houden van een referendum (dit blijkt ook uit het teruggeluisterde debat). De aangevoerde argumenten van verschillende fracties worden in de heroverweging van het primaire besluit nu wel als motivering opgenomen in het besluit. Deze argumenten hebben betrekking op uitzonderingsgronden j (grondslag in eerder raadsbesluit), h (kwetsbare groep) en l (andere dringende redenen). Deze worden hieronder toegelicht. 2.2 Uitzonderingsgrond j (eerder genomen raadsbesluit) is wel van toepassing.
Op grond van artikel 2 lid 2 onder j van de Referendumverordening kan een raadsbesluit geen onderdeel van een referendum zijn als het een besluit betreft dat naar het oordeel van de raad zijn grondslag vindt in een eerder genomen besluit waarover een referendum kon worden gehouden. De bezwaarschriftencommissie stelt dat grond j niet toegepast kon worden (zie hiervoor de overwegingen in het advies). De bezwaarschriftencommissie adviseert echter ook om grond j te heroverwegen. Het college stelt de raad na heroverweging voor dat op grond van uitzonderingsgrond j het verzoek tot inleiding referendum moet worden afgewezen. Voor de motivering wordt het advies van de referendumcommissie d.d. 4 juni 2024 (bijlage 2) op dit punt integraal overgenomen en aan de beslissing op bezwaar ten grondslag gelegd. Dat advies is zorgvuldig tot stand gekomen en is uitgebreid en deugdelijk. Het college geeft de raad mee dat het besluit over de locatie Essenkade (nummer 764785) van 10 mei 2022 is geamendeerd. Met dit amendement werd de mogelijkheid open gehouden om in een later stadium een andere locatie aan te wijzen of de onderzoeken. Bezwaarmakers hadden om die reden rekening kunnen houden met elke andere locatie in
Houten, zo ook Houten-Oost. Dit heeft de bezwaarschriftencommissie onvoldoende in ogenschouw gehad. De locatie voor de Houten Hub (waar dan ook) was dus in mei 2022 al onderwerp van het politieke debat en derhalve hadden burgers in 2022 bij de behandeling van dit raadsbesluit een inleidend verzoek tot een referendum hierover kunnen indienen. Het college stelt de raad conform de referendumcommissie hetzelfde voor. Anders dan de bezwaarschriftencommissie betoogt, zijn de ambities, uitgangspunten en spelregels van het plan Houten Hub niet in aanzienlijke mate gewijzigd ten opzichte van het plan voor realisatie op de locatie Essenkade. Het plan Houten Hub bouwt voort op het raadsbesluit van 10 mei 2022, ondanks het feit dat het een aantal andere aspecten kent. Tot slot biedt deze uitzonderingsgrond ruimte voor een politieke afweging. De raad heeft beoordelingsvrijheid. De raad is na een inhoudelijk debat tijdens de raadsvergadering van 13 juni 2024 tot dit oordeel gekomen. De bezwaarschriftencommissie heeft dit onvoldoende laten meewegen in haar advies. 2.3 Uitzonderingsgrond h (kwetsbare groepen) is ook van toepassing. Het plan Houten Hub ziet toe op de tijdelijke huisvesting van onder andere statushouders en kansrijke asielzoekers.
Op grond van artikel 2 lid 2 onder h van de Referendumverordening kan een raadsbesluit geen onderdeel van een referendum zijn als het een besluit betreft waarbij het belang van een referendum niet opweegt tegen de verantwoordelijkheid van de raad voor kwetsbare groepen en hun plaats in de samenleving. De referendumcommissie heeft in haar advies betoogd dat er meerdere doelgroepen zullen worden gehuisvest in de Houten Hub en dat niet duidelijk is of en in welke mate deze groep als kwetsbaar kan worden bestempeld. Ook staat in de referendumverordening geen definitie van kwetsbare groepen. Omdat het raadsvoorstel verder meerdere onderdelen bevat waarbij niet enkel sprake is van kwetsbare groepen, heeft de referendumcommissie geoordeeld dat de uitzonderingsgrond h niet van toepassing is. Hoewel in de referendumverordening inderdaad niet nader is gedefinieerd welke groep als kwetsbaar wordt aangemerkt, is de gangbare maatschappelijke opvatting dat asielzoekers een kwetsbare groep binnen de samenleving vormen. Dat geldt ook voor een groot deel van de statushouders die nog geen huisvesting hebben gevonden of gekregen. Kansrijke asielzoekers en statushouders zonder woning zijn mensen die veelal gevlucht zijn voor oorlogsgeweld uit landen die als onveilig zijn bestempeld. Vaak komen zij in Nederland zonder goederen of vermogen en zijn zij de Nederlandse taal niet machtig.
De gemeente Houten is verantwoordelijk voor de huisvesting van deze kwetsbare groepen. Een referendum over de opvang van deze kwetsbare groep draagt niet bij aan het voldoen aan deze plicht. Dat bij de Houten Hub niet enkel sprake is van huisvesting van kwetsbaren (maar wellicht ook van niet of minder kwetsbare groepen), maakt niet dat deze uitzonderingsgrond niet van toepassing is. Ook het feit dat het raadsbesluit meerdere onderdelen bevat, doet hier niets aan af. Er zal een groep (zeer) kwetsbare mensen worden opgevangen in de Houten Hub en voor deze mensen en hun plek in de Houtense samenleving is de gemeente verantwoordelijk. Gesteld kan worden dat het belang bij een referendum niet opweegt tegen deze verantwoordelijkheid, ook als slechts een deel van de mensen kwetsbare asielzoekers of kwetsbare statushouders zijn. In het raadsvoorstel betreffende de Houten Hub staat duidelijk dat het gaat om huisvesting van 175 statushouders en kansrijke asielzoekers, 150 Houtense woningzoekenden en 3 maatschappelijke organisaties. Dit betekent dat een groot deel ziet op huisvesting van een kwetsbare groep. Dit aandeel acht het college doorslaggevend voor de afweging om ook op deze grond een inleidend verzoek tot referendum af te wijzen.
Deze uitzonderingsgrond is tijdens het inhoudelijke debat op 13 juni 2024 ook aan bod gekomen en de raad is van oordeel dat wel degelijk sprake is van een kwetsbare groep. De bezwaarschriftencommissie heeft deze grond niet in haar advies betrokken, omdat niet uit de primaire beslissing volgt dat deze uitzonderingsgrond (ook) ten grondslag is gelegd aan het besluit tot afwijzing. Het college stelt voor deze toe te voegen.
2.4 Uitzonderingsgrond l (andere dringende redenen) is ook van toepassing. Op grond van artikel 2 lid 2 onder l van de Referendumverordening kan een raadsbesluit geen onderdeel van een referendum zijn als het besluit betreft waarvan de raad van mening is dat andere dan de in artikel 2 lid 2 van de Referendumverordening genoemde dringende redenen aanleiding zijn om geen referendum te houden. Tijdens de raadsvergadering van 13 juni 2024 zijn er nog andere dringende redenen aan bod gekomen die pleiten tegen het houden van een referendum. De bezwaarschriftencommissie heeft deze grond niet in haar advies betrokken, omdat niet uit de primaire beslissing volgt dat deze uitzonderingsgrond (ook) ten grondslag is gelegd aan het besluit tot afwijzing. Het raadsvoorstel aangaande de Houten Hub is breed geformuleerd. De uitkomsten van een referendum over dit raadsvoorstel zouden dan geen (goed) zicht geven in de beweegredenen van burgers om voor of tegen te stemmen. Een referendum over dit raadsvoorstel zou immers niet de vraag beantwoorden hoe de gemeente Houten het beste vluchtelingen kan opvangen. Ook bestaat de vrees dat een referendum over dit raadsvoorstel tot (nog) meer polarisatie in de Houtense samenleving leidt. Het betreft hier een zeer gevoelig onderwerp. Er wordt binnen de samenleving verschillend gedacht over de Houten Hub.
Uit de RTG’s over dit onderwerp blijkt dat ongeveer de helft van insprekers het plan steunt en de andere helft niet. Gelet op het voorgaande is het raadsvoorstel niet geschikt om in een referendum voor de leggen aan burgers. Het betreft hier een dringende reden die mede aanleiding is om het verzoek af te wijzen. 2.5 Het primaire besluit in stand laten met een aangepaste en aangevulde motivering. Bovenstaande argumentatie per uitzonderingsgrond geeft de afwegingen weer die de raad eerder gemaakt heeft om tot het afwijzen van het inleidend verzoek te komen. De bezwaarschriftencommissie heeft zich in haar advies beperkt tot de hoofdzaak uit het bezwaarschrift en heeft niet alles besproken. Hier zij opgemerkt dat het overige aangevoerde in het bezwaarschrift ongegrond wordt geacht. Daarom wordt voorgesteld het bezwaarschrift gedeeltelijk gegrond te verklaren en blijft het besluit van 13 juni 2024 in stand. Met bovengenoemde motivering wordt het primaire besluit wel aangepast en aangevuld. 3.1
Op deze manier worden bezwaarmakers op de hoogte gesteld van de beslissing op bezwaar. Via deze weg worden de bezwaarmakers op de hoogte gesteld van de beslissing op bezwaar.
Kanttekeningen N.v.t.
Participatie N.v.t.
Financiën en formatie N.v.t.
Communicatie De beslissing op bezwaar wordt met een begeleidend schrijven (bijlage 3) naar de bezwaarmakers worden verstuurd. Zoals wettelijk voorgeschreven, worden de bezwaarmakers van de mogelijkheden tot het instellen van beroep en het vragen van een voorlopige voorziening bij de bestuursrechter op de hoogte gebracht.
Voortgang N.v.t.
Evaluatie N.v.t. Houten, 4 februari 2025 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten, De secretaris, de locoburgemeester,
R. van Netten
M.A. Frowijn
Bijlagen 1. Advies bezwaarschriftencommissie d.d. 5 november 2024 2. Advies referendumcommissie d.d. 4 juni 2024 3. Begeleidend schrijven bij de beslissing op bezwaar inzake het bezwaarschrift tegen het raadsbesluit aangaande het inleidend verzoek tot referendum over de Houten Hub. 4. Bezwaarschrift tegen afwijzing referendum d.d. 18 juli 202 Verantwoordelijke portefeuillehouders college 1e PoHo: Gilbert Isabella 2e PoHo:
Raadsbesluit Voorstelnummer: 735939 Onderwerp Beslissing op bezwaar aangaande het bezwaarschrift tegen het raadsbesluit over het inleidend verzoek tot referendum over het raadsbesluit Houten Hub: Tijdelijke huisvesting van Houtense woningzoekenden, maatschappelijke organisaties, statushouders en kansrijke asielzoeker. De raad van de gemeente Houten heeft het advies van de onafhankelijke bezwaarschriftencommissie d.d. 5 november 2024 gelezen en besluit: 1. Kennis te nemen van het advies van de bezwaarschriftencommissie (bijlage 1) inzake het bezwaarschrift van 18 juli 2024 tegen het raadsbesluit van 13 juni 2024 aangaande het verzoek tot referendum over het raadsbesluit Houten Hub; Tijdelijke huisvesting van Houtense woningzoekenden, maatschappelijke organisaties, statushouders en kansrijke asielzoeker; 2. Het bezwaarschrift, gericht tegen het besluit van 13 juni 2024 waarin het inleidend verzoek tot een referendum over de Houten Hub is afgewezen gedeeltelijk gegrond te verklaren en het besluit van 13 juni 2024 na heroverweging in stand te laten, onder aanpassing en aanvulling van de motivering van dat besluit, waarbij de uitzonderingsgronden genoemd in artikel 2 lid 2 onder j, onder h en onder l van de referendumverordening, ieder voor zich als zelfstandige uitzonderingsgrond hebben te gelden; 3.
De beslissing op bezwaar te versturen naar de indieners van het bezwaarschrift middels een begeleidend schrijven (bijlage 3). De motivering van de beslissing op bezwaar: 1.1
Het besluit van 13 juni 2024 was niet voldoende gemotiveerd; dit wordt nu hersteld; het bezwaar is daarom gedeeltelijk gegrond. Aan het primaire besluit d.d. 13 juni 2024 kleeft volgens de bezwaarschriftencommissie een motiveringsgebrek: De Algemene wet bestuursrecht (artikelen 3:46 en 3:47) stelt dat besluiten deugdelijk, schriftelijk gemotiveerd dienen te worden. Niet kan worden volstaan met een verwijzing naar een link die toegang biedt tot de videotulen van de raadsvergadering van 13 juni 2024. Derhalve is sprake van een motiveringsgebrek in het primaire besluit. Dit gebrek wordt hersteld in deze beslissing op bezwaar. Hoewel dit onvoldoende uit het raadsbesluit van 13 juni 2024 blijkt, waren er tijdens het raadsdebat meer argumenten voor afwijzing van het inleidend verzoek tot het houden van een referendum (dit blijkt ook uit het teruggeluisterde debat). De aangevoerde argumenten van verschillende fracties worden in de heroverweging van het primaire besluit nu wel als motivering opgenomen in het besluit. Deze argumenten hebben betrekking op uitzonderingsgronden j (grondslag in eerder raadsbesluit), h (kwetsbare groep) en l (andere dringende redenen). Deze worden hieronder toegelicht. 1.2 Uitzonderingsgrond j (eerder genomen raadsbesluit) is wel van toepassing.
Op grond van artikel 2 lid 2 onder j van de Referendumverordening kan een raadsbesluit geen onderdeel van een referendum zijn als het een besluit betreft dat naar het oordeel van de raad zijn grondslag vindt in een eerder genomen besluit waarover een referendum kon worden gehouden. De bezwaarschriftencommissie stelt dat grond j niet toegepast kon worden (zie hiervoor de overwegingen in het advies). De bezwaarschriftencommissie adviseert echter ook om grond j te heroverwegen. Na heroverweging is de raad van
mening dat op grond van uitzonderingsgrond j het verzoek tot inleiding referendum moet worden afgewezen. Voor de motivering wordt het advies van de referendumcommissie d.d. 4 juni 2024 (bijlage 2) op dit punt integraal overgenomen en aan de beslissing op bezwaar ten grondslag gelegd. Dat advies is zorgvuldig tot stand gekomen en is uitgebreid en deugdelijk. Hier wordt nog aan toegevoegd dat het besluit over de locatie Essenkade (nummer 764785) van 10 mei 2022 is geamendeerd. Met dit amendement werd de mogelijkheid open gehouden om in een later stadium een andere locatie aan te wijzen of de onderzoeken. Bezwaarmakers hadden om die reden rekening kunnen houden met elke andere locatie in Houten, zo ook Houten-Oost. Dit heeft de bezwaarschriftencommissie onvoldoende in ogenschouw gehad. De locatie voor de Houten Hub (waar dan ook) was dus in mei 2022 al onderwerp van het politieke debat en derhalve hadden burgers in 2022 bij de behandeling van dit raadsbesluit een inleidend verzoek tot een referendum hierover kunnen indienen. De raad kan het advies van de referendumcommissie op dit punt dan ook goed volgen. Anders dan de bezwaarschriftencommissie betoogt, zijn de ambities, uitgangspunten en spelregels van het plan Houten Hub niet in aanzienlijke mate gewijzigd ten opzichte van het plan voor realisatie op de locatie Essenkade.
Het plan Houten Hub bouwt voort op het raadsbesluit van 10 mei 2022, ondanks het feit dat het een aantal andere aspecten kent. Tot slot biedt deze uitzonderingsgrond ruimte voor een politieke afweging. De raad heeft beoordelingsvrijheid. De raad is na een inhoudelijk debat tijdens de raadsvergadering van 13 juni 2024 tot dit oordeel gekomen. De bezwaarschriftencommissie heeft dit onvoldoende laten meewegen in haar advies. 1.3 Uitzonderingsgrond h (kwetsbare groepen) is ook van toepassing. Het plan Houten Hub ziet toe op de tijdelijke huisvesting van onder andere statushouders en kansrijke asielzoekers. Op grond van artikel 2 lid 2 onder h van de Referendumverordening kan een raadsbesluit geen onderdeel van een referendum zijn als het een besluit betreft waarbij het belang van een referendum niet opweegt tegen de verantwoordelijkheid van de raad voor kwetsbare groepen en hun plaats in de samenleving. De referendumcommissie heeft in haar advies betoogd dat er meerdere doelgroepen zullen worden gehuisvest in de Houten Hub en dat niet duidelijk is of en in welke mate deze groep als kwetsbaar kan worden bestempeld. Ook staat in de referendumverordening geen definitie van kwetsbare groepen.
Omdat het raadsvoorstel verder meerdere onderdelen bevat waarbij niet enkel sprake is van kwetsbare groepen, heeft de referendumcommissie geoordeeld dat de uitzonderingsgrond h niet van toepassing is. Hoewel in de referendumverordening inderdaad niet nader is gedefinieerd welke groep als kwetsbaar wordt aangemerkt, is de gangbare maatschappelijke opvatting dat asielzoekers een kwetsbare groep binnen de samenleving vormen. Dat geldt ook voor een groot deel van de statushouders die nog geen huisvesting hebben gevonden of gekregen. Kansrijke asielzoekers en statushouders zonder woning zijn mensen die veelal gevlucht zijn voor oorlogsgeweld uit landen die als onveilig zijn bestempeld. Vaak komen zij in Nederland zonder goederen of vermogen en zijn zij de Nederlandse taal niet machtig. De gemeente Houten is verantwoordelijk voor de huisvesting van deze kwetsbare groepen. Een referendum over de opvang van deze kwetsbare groep draagt niet bij aan het voldoen aan deze plicht. Dat bij de Houten Hub niet enkel sprake is van huisvesting van kwetsbaren (maar wellicht ook van niet of minder kwetsbare groepen), maakt niet dat deze uitzonderingsgrond niet van toepassing is. Ook het feit dat het raadsbesluit meerdere onderdelen bevat, doet hier niets aan af.
Er zal een groep (zeer) kwetsbare mensen worden opgevangen in de Houten Hub en voor deze mensen en hun plek in de Houtense samenleving is de gemeente verantwoordelijk. Gesteld kan worden dat het belang bij een referendum niet opweegt tegen deze verantwoordelijkheid, ook als slechts een deel van de mensen kwetsbare asielzoekers of
kwetsbare statushouders zijn. In het raadsvoorstel betreffende de Houten Hub staat duidelijk dat het gaat om huisvesting van 175 statushouders en kansrijke asielzoekers, 150 Houtense woningzoekenden en 3 maatschappelijke organisaties. Dit betekent dat een groot deel ziet op huisvesting van een kwetsbare groep. Dit aandeel acht de raad doorslaggevend voor de afweging om ook op deze grond een inleidend verzoek tot referendum af te wijzen. Deze uitzonderingsgrond is tijdens het inhoudelijke debat op 13 juni 2024 ook aan bod gekomen en de raad is van oordeel dat wel degelijk sprake is van een kwetsbare groep. De bezwaarschriftencommissie heeft deze grond niet in haar advies betrokken, omdat niet uit de primaire beslissing volgt dat deze uitzonderingsgrond (ook) ten grondslag is gelegd aan het besluit tot afwijzing. 1.4 Uitzonderingsgrond l (andere dringende redenen) is ook van toepassing. Op grond van artikel 2 lid 2 onder l van de Referendumverordening kan een raadsbesluit geen onderdeel van een referendum zijn als het besluit betreft waarvan de raad van mening is dat andere dan de in artikel 2 lid 2 van de Referendumverordening genoemde dringende redenen aanleiding zijn om geen referendum te houden. Tijdens de raadsvergadering van 13 juni 2024 zijn er nog andere dringende redenen aan bod gekomen die pleiten tegen het houden van een referendum.
De bezwaarschriftencommissie heeft deze grond niet in haar advies betrokken, omdat niet uit de primaire beslissing volgt dat deze uitzonderingsgrond (ook) ten grondslag is gelegd aan het besluit tot afwijzing. Het raadsvoorstel aangaande de Houten Hub is breed geformuleerd. De uitkomsten van een referendum over dit raadsvoorstel zouden dan geen (goed) zicht geven in de beweegredenen van burgers om voor of tegen te stemmen. Een referendum over dit raadsvoorstel zou immers niet de vraag beantwoorden hoe de gemeente Houten het beste vluchtelingen kan opvangen. Ook bestaat de vrees dat een referendum over dit raadsvoorstel tot (nog) meer polarisatie in de Houtense samenleving leidt. Het betreft hier een zeer gevoelig onderwerp. Er wordt binnen de samenleving verschillend gedacht over de Houten Hub. Uit de RTG’s over dit onderwerp blijkt dat ongeveer de helft van insprekers het plan steunt en de andere helft niet. Gelet op het voorgaande is het raadsvoorstel niet geschikt om in een referendum voor de leggen aan burgers. Het betreft hier een dringende reden die mede aanleiding is om het verzoek af te wijzen. 1.5 Het primaire besluit in stand laten met een aangepaste en aangevulde motivering. Bovenstaande argumentatie per uitzonderingsgrond geeft de afwegingen weer die de raad gemaakt heeft om tot het afwijzen van het inleidend verzoek te komen.
De bezwaarschriftencommissie heeft zich in haar advies beperkt tot de hoofdzaak uit het bezwaarschrift en heeft niet alles besproken. Hier zij opgemerkt dat het overige aangevoerde in het bezwaarschrift ongegrond wordt geacht. Daarom wordt voorgesteld het bezwaarschrift gedeeltelijk gegrond te verklaren en blijft het besluit van 13 juni 2024 in stand. Met bovengenoemde motivering wordt het primaire besluit wel aangepast en aangevuld. Dit is besloten in de vergadering van de raad op 18 maart 2025. De raad van de gemeente Houten, de plaatsvervangend griffier,
de voorzitter,
H. Khairouni
H.C. Heerschop